CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Zienswijzen van Gemeenten

Commissie Bestuur en Middelen 17 april 2024, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen regionale Nota Verbonden Partijen25.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De financiële richtlijnen aan te vullen voor resultaatbestemming en beperking van de algemene reserve De financiële richtlijnen bieden de mogelijkheid om een beperkte algemene reserve aan te houden om bedrijfsvoering in een lopend boekjaar te kunnen continueren. Enkele gemeenschappelijke regelingen houden op dit moment hiervoor al een reserve aan. Vanuit praktische overwegingen kunnen we ons dit voorstellen. Echter om een te grote algemene reservevorming te voorkomen is het voorstel om dit te beperken tot 3% van de begroting. Om verder grip te houden op de reservevorming is het voorstel de bestemming van de positieve resultaatrekening voor zienswijzen voor te leggen aan de raden. (Het voorleggen voor zienswijzen is opgenomen in de Nota Verbonden Partijen blz. 14, laatste alinea.)

Reactie: Wij onderschrijven uw zienswijze grotendeels. Het streven is erop gericht dat de financiële spelregels zowel door gemeenten uit Midden- als uit West-Brabant worden onderschreven en toegepast. Wij sluiten daarbij zo veel als mogelijk aan bij het advies dat hierover door de burgemeesters van Breda en Tilburg in overleg met enkele grote(re) verbonden partijen tot stand is gekomen. Naar ons oordeel vraagt de hoogte van een algemene reserve om maatwerk per verbonden partij. Dit is een samenspel tussen AB en gemeenteraden, rekening houdende met de regionale spelregel. De ontwerpbegroting, die voor zienswijzen aan de gemeenteraden van de deelnemers wordt voorgelegd, geeft inzicht in de hoogte en het verloop van de algemene en bestemmingsreserves alsmede het verwachte rekeningresultaat voor bestemming voor het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren. De hoogte van de algemene reserve is afgestemd op het percentage dat door het AB bij voorkeur voor een periode van 4 jaar wordt vastgesteld. We voegen aan de nota toe dat we voor het bepalen van de hoogte van een (beperkte) algemene reserve adviseren daar waar het AB dit nodig acht door de accountant van een verbonden partij een advies te laten geven waarbij we er nog steeds van uitgaan dat de weerstandscapaciteit in belangrijke mate bij de deelnemers wordt aangehouden.

Wanneer de gemeenteraad zich niet kan vinden in de hoogte of het (verwachte) verloop van de algemene of een bestemmingsreserve kan de gemeenteraad hierop een zienswijze indienen. Door de (concept)zienswijze tijdig te delen met de andere deelnemers, wordt bevorderd dat ook andere gemeenteraden uw zienswijze beoordelen en wegen of ze deze kunnen ondersteunen. Over het algemeen zal de algemene reserve worden gevoed vanuit het rekeningresultaat. Een zienswijzenprocedure over de bestemming van het rekeningresultaat kan uitsluitend worden ingesteld wanneer dit expliciet wordt opgenomen in de regeling (art. 10, lid 5 Wgr). Wij stellen echter voor daar terughoudend mee om te gaan nu naar ons oordeel er sprake is van een adequaat instrumentarium in spelregels en zienswijzen op de concept-begroting.

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Wij voegen aan de nota toe dat over een besluit tot instelling of aanpassing van een algemene reserve een zienswijzeprocedure in het kader van de ontwerpbegroting van toepassing is. Dat een zienswijzenprocedure over de bestemming van het rekeningresultaat uitsluitend kan worden ingesteld wanneer dit expliciet wordt opgenomen in de regeling en dat wordt voorgesteld daar terughoudend mee om te gaan. We voegen daaraan toe dat we voor het bepalen van de hoogte van een (beperkte) algemene reserve adviseren daar waar het AB dit nodig acht door de accountant van een verbonden partij een advies te laten geven waarbij we er nog steeds van uitgaan dat de weerstandscapaciteit in belangrijke mate bij de deelnemers wordt aangehouden. 7. Diverse tekstuele aanpassingen aanbrengen in de Nota. Op enkele onderdelen is de tekst niet volledig. Daarom worden diverse aanvullingen ten aanzien van de tekst gedaan (zie bijlage 1). Deze aanvullingen hebben voornamelijk betrekking op het onderdeel AVG en hoofdstuk 3. Het zijn nadere toelichtingen op de tekst maar wijzigen de inhoud niet. Reactie: Dank voor de tekstuele suggesties. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We verwerken de tekstuele suggesties in de nota. 8.

Hoofdstuk 4 samenwerking buiten de Wgr of het BW laten vervallen Onder een verbonden partij wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. De beschreven samenwerkingen in hoofdstuk 4 voldoen niet aan deze definitie en we zijn

daarom van mening dat ze niet moeten worden opgenomen in de Nota Verbonden Partijen. Als hieraan behoefte is kan worden voorgesteld een separate nota op te stellen waarbij nadrukkelijk wordt ingegaan op de taak- en rolverdeling tussen de raad en college voor deze vormen van samenwerking. Reactie: Uw zienswijze is duidelijk. Hoofdstuk 4 betreft inderdaad andere samenwerkingsvormen dan verbonden partijen. Kern van het hoofdstuk vormen de algemene uitgangspunten die óók gelden voor verbonden partijen. Deze uitgangspunten verplaatsen we naar het inleidende hoofdstuk. Hoofdstuk 4 laten we vervallen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Hoofdstuk 4 laten we vervallen en de algemene uitgangspunten die óók gelden voor samenwerking bij verbonden partijen verplaatsen we naar de ‘inleiding’.

Steenbergen 1. We zouden graag de evaluatie willen herhalen om de nota praktisch en niet al te formeel te houden. Dat vormt ook meteen in de kern onze zienswijze. De vorige nota was een mooi handzaam document met relevante en implementeerbare spelregels voor gemeente én raad. Ook voor nieuwe raadsleden, ambtenaren en bestuurders die betrokken worden bij een gemeenschappelijke regeling biedt deze nota een mooi sturingskader aan. Een nota moet, naar geest van de gemeenschappelijke regeling, simpel en doeltreffend zijn. Graag zien we dan ook een redactieslag die de nota meer in de vorm brengt van de vorige versie. Dit helpt raadsleden, collegeleden, ambtenaren én de gemeenschappelijke regeling. Reactie: Dank voor de suggestie. We hebben de nota herzien en deze zo compact mogelijk gemaakt. We nemen de spelregels op in de koppen van alinea’s en paragrafen voor een betere herkenbaarheid en vindbaarheid en deze komen terug in een infographic waarin de afspraken helder worden weergegeven. De gemeenteraad kan deze infographic vaststellen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We nemen de spelregels op in koppen van alinea’s en paragrafen en verwijzen naar de op te stellen infographic. Verder geven we in de nota de afspraken in een kleur weer zodat deze snel gevonden en gelezen kunnen worden. 2.

We zien dat de gemeenschappelijke regelingen hard werken aan het updaten van hun regelingen. Het is dan wellicht verstandig om de nota nog tegen het licht te houden van de laatste wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling. Ook om uniformiteit te bewaken in regels. Daarmee voorkomen we dat gemeenschappelijke regelingen en de nota verschillende spelregels gaan handhaven. Waar mogelijke knelpunten zijn moeten we kijken of uniformiteit of maatwerk een oplossing is. >Naast de vorm is het van belang om de nota aan te scherpen in het kader van de spelregels. We merken in de teksten, bijvoorbeeld op pagina 10, dat er gesproken wordt over een te kiezen invulling per gemeenten. Het is goed dat de nota handreiking doet per gemeente, maar wellicht kan de nadruk ook meer liggen op welke spelregel je uniform wil vastleggen voor alle gemeenten. Verdere context en bijlages kunnen dan apart wordt gezet. Reactie: Dank voor uw zienswijze. Wij zien dat inderdaad de processen van enerzijds het opstellen van deze nota en anderzijds het aanpassen van de gemeenschappelijke regelingen gezamenlijk oplopen. Uiteraard houden wij oog voor de informatie welke komt uit het proces van het aanpassen van de gemeenschappelijke regelingen en anticiperen we daar waar nodig en mogelijk met deze nota op.

Over de eventuele consequenties die dit heeft op het proces van opstellen van de Nota Verbonden Partijen houden wij u geïnformeerd. Daar waar u suggesties doet ten aanzien van het aanscherpen van de nota, verwijzen we naar onze reactie op uw zienswijze hierboven. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Voor wat betreft de aanscherping van de nota verwijzen we naar de reactie op uw vorige zienswijze. Voorts zullen we aan de hand van de uitkomsten van het proces van aanpassing van alle gemeenschappelijke regelingen bezien of de uitkomsten van dat proces nog aanleiding geven tot aanpassing van de nota. Dat kunnen we nu nog niet concreet maken.

3. Gemeenschappelijke regelingen zijn veruit onze belangrijkste verbonden partijen, met grote taken in het kader van veiligheid, gezondheidszorg en andere belangrijke taken. Daar nemen we als verlengd lokaal bestuur deel aan, op afstand maar toch betrokken en in onze juiste

rollen als raad en gemeente. We hebben wel twijfels over de inclusie van privaatrechtelijke verbonden partijen. Het aandelenbelang is zo klein dat wij twijfelen of extra regels wel het doel gaan heiligen van meer sturing. Wij zien intern dat de normale dagdagelijkse sturing van deze partijen goed en voldoende is. Reactie: Eén van de punten die in de evaluatie van de vorige nota naar voren kwam was dat de nota verbonden partijen alleen ging over de publiekrechtelijke verbonden partijen, terwijl er ook privaatrechtelijke verbonden partijen zijn zoals u terecht aangeeft. Wij constateren dat een groot aantal gemeenteraden het goed vindt dat in de nota ook afspraken over privaatrechtelijke partijen zijn opgenomen. Naar ons oordeel zijn de afspraken uitvoerbaar, al leiden de zienswijzen wel tot een vorm van een overgangstermijn (ingroeimodel). Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing van de nota. 4. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor de samenwerkingen zonder formele juridische status. Deze samenwerkingen hebben ieder een eigen karakter. Daarnaast worden sommige samenwerkingen ook aangewezen (bijvoorbeeld de Stedelijke Regio’s) met soms wisselende planningen. Dat maakt het maken van echte uniforme regels lastig. Juist daar kijken we ook met zorgvuldigheid en oplettendheid naar hoe we de raden betrekken.

Zo hebben we bijvoorbeeld in de stedelijke regio, met succes, gepleit voor 2 zienswijzen op de Regionale Investeringsagenda. Dergelijke maatwerkoplossingen passen beter in dergelijke samenwerkingen. Reactie: Uw zienswijze is duidelijk. Hoofdstuk 4 betreft inderdaad andere samenwerkingsvormen dan verbonden partijen. Kern van het hoofdstuk vormen de algemene uitgangspunten die óók gelden voor verbonden partijen. Deze uitgangspunten verplaatsen we naar het inleidende hoofdstuk. Hoofdstuk 4 laten we vervallen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Hoofdstuk 4 laten we vervallen en de algemene uitgangspunten die óók gelden voor samenwerking bij verbonden partijen verplaatsen we naar de ‘inleiding’. 5. Een ander aandachtspunt in de positie van de RWB. Advies is dan ook om te stellen dat we een raadsadviescommissie voor de RWB niet uitsluiten, aangezien dit onder de jurisdictie valt van de raad. Tegelijk is het advies om de RWB nadrukkelijk te betrekken bij de raadsbijeenkomsten die ze zelf ook willen organiseren. Dit komt dan ook ten goede aan de behapbaarheid van de verschillende bijeenkomsten. Reactie: Wij onderschrijven uw zienswijze. De gemeenteraden gezamenlijk gaan inderdaad over het al dan niet instellen van een gemeenschappelijke raadsledenadviescommissie en dat geldt dus ook voor de RWB.

Overigens adviseren we de gemeenteraden wel om bij het doen van voorstellen voor het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie gebruik te maken van het afwegingskader dat we als bijlage II opnamen in de conceptnota verbonden partijen. De schaal van de radenavonden wordt afgestemd op de schaal van de verbonden partijen en de te behandelen onderwerpen. Uiteraard zijn goede afspraken over de organisatie van de avonden essentieel. Met de RWB stemmen we af hoe we de RWB kunnen betrekken bij het organiseren van de radenbijeenkomsten.

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We verduidelijken de passage over de schaal waarop de radenavonden worden georganiseerd. Ook verduidelijken we de passage over de gemeenschappelijke adviescommissies in de zin dat het aan de gemeenteraden gezamenlijk is om voorstellen te doen voor het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie bij elk van de gemeenschappelijke regelingen. 6. Goed dat privacy, rechtmatigheid en de WOO de aandacht verdienen in de nota. We zouden nog wel graag zien dat de kaderstelling nog wat helderder wordt gemaakt. Gaan we bijvoorbeeld de normering in de AVG meenemen als stelregel of als beleidsmatige richtlijn? De voorgesteld zienswijze roept dus vooral op om zaken helder en eenduidig te houden. Daarnaast vraagt het betrekken van de raden altijd een actieve houding van ons als gemeente. Een nota moet daarbij ondersteunend zijn aan dit aspect. Reactie: Diverse gemeenten hebben tekstuele suggesties gedaan hierover. Deze ziet u in de twee bijlagen bij deze nota van zienswijzen. U vraagt ons daarnaast om ook om meer helderheid ten aanzien van de kaderstelling. Bij herziening van de nota zullen we daar zeker ook aandacht voor hebben. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Bij herziening van de nota besteden we extra aandacht aan heldere kaderstelling.

Woensdrecht De gemeenteraad van Woensdrecht overweegt dat • de nota zowel regionaal als voor de individuele raden praktische en niet al te formele handvatten biedt de dialoog aan te gaan over de inhoud en de uitvoering van de werkzaamheden van verbonden partijen. • de nota een aantal formele spelregels bevat rondom de governance als het gaat om alle samenwerkingen gebaseerd op de Wet gemeenschappelijke regelingen, het Burgerlijk Wetboek en samenwerkingen zonder wettelijke grondslag • de concept nota compleet is en er geen aanleiding is wensen of bedenkingen in te brengen De gemeenteraad besluit: Geen wensen of bedenkingen in te brengen bij de concept Nota Verbonden Partijen West-Brabant. Reactie: Wij nemen met instemming kennis van uw besluit. Wij vinden het positief om te lezen dat de nota in voldoende mate tegemoetkomt aan de wens tot versterking van de democratische sturing op samenwerkingsverbanden. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: De reactie van de gemeenteraad van Woensdrecht leidt niet tot aanpassingen in de nota.

Zundert 1. De nota aanscherpen op basis van het instrumentarium van de Wgr Wij waarderen de inzet die afgelopen maanden is gepleegd om tot een herijkte versie van de bestaande nota verbonden partijen te komen. Ook het feit dat er in de conceptnota aandacht is voor het gehele spectrum van samenwerkingsverbanden partijen vinden wij een goede ontwikkeling. Na de evaluatie van de Nota Verbonden Partijen in 2021, is afgesproken de nota aan te passen na de invoering van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Doel van deze wetswijziging is het versterken van de positie van raden bij besluitvorming door gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast beoogt het wetsvoorstel ook de controlerende rol van de gemeenteraad te versterken. In de voorliggende Nota Verbonden Partijen worden de mogelijkheden van de wet benoemd. In de Nota Verbonden Partijen zijn echter geen concrete toepassingen van deze mogelijkheden opgenomen. De gemeenteraad roept de werkgroep daarom op om de Nota Verbonden Partijen aan te scherpen met een wijze waarop het nieuwe instrumentarium dat in de Wgr wordt geboden (in het bijzonder adviesraden) in de praktijk tot meer grip op de verbonden partijen leidt. Zo kan bijvoorbeeld de beschreven indeling in drie risicocategorieën op basis waarvan de aandacht voor een verbonden partij wordt bepaald, ook als vertrekpunt dienen voor het instellen van adviesraden.

Ook zouden in de nota afspraken gemaakt kunnen worden over de wijze waarop de deelnemende gemeenten besluiten tot het instellen van een adviesraad. Dit zou bijvoorbeeld kunnen als een (gekwalificeerde) meerderheid van de deelnemende gemeenten hiertoe de wens uitspreekt. Uiteindelijk is het daarbij wel aan iedere individuele gemeenteraad om daarover een besluit te nemen. Reactie: Het instellen van een gemeenschappelijke radenadviescommissie op basis van artikel 24a Wgr vereist unanimiteit van de deelnemende raden. Wij passen de nota op dit punt enigszins aan. Wij zullen daarin opnemen dat op grond van artikel 24 uit de Wet gemeenschappelijke regelingen elke regeling adviescommissies kan instellen waarin (ook) raadsleden zitting kunnen nemen. Deze adviescommissies zijn eenvoudig in te stellen ook als niet alle raden hier achter staan, maar een meerderheid van raden van deelnemers of het AB van de regeling zelf wel de behoefte aan een dergelijke commissie heeft. De (nieuwe) gemeenschappelijke adviescommissie uit artikel 24A Wgr komt dan alleen in beeld wanneer andere (meer laagdrempelige) opties niet werken en alle raden toch de behoefte hebben aan een gezamenlijke adviescommissie. Want de gemeenschappelijke raadsledenadviescommissie kan volgens de Wgr uitsluitend worden ingesteld wanneer alle gemeenteraden daar gezamenlijk instemming aan geven.

Bij instelling wordt besloten over de op te dragen taken en de vergoeding. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: In de nota nemen we op dat op grond van artikel 24 uit de Wet gemeenschappelijke regelingen elke regeling adviescommissies kan instellen waarin (ook) raadsleden zitting kunnen nemen. Deze adviescommissies zijn eenvoudig in te stellen ook als niet alle raden hier achter staan, maar een meerderheid van raden van deelnemers of het AB van de regeling zelf wel de behoefte aan een dergelijke commissie heeft. De (nieuwe) gemeenschappelijke adviescommissie uit artikel 24A Wgr komt dan alleen in beeld wanneer andere (meer laagdrempelige) opties niet werken en alle raden toch de behoefte hebben aan een gezamenlijke adviescommissie. Want de gemeenschappelijke raadsledenadviescommissie kan volgens de Wgr uitsluitend worden ingesteld wanneer alle gemeenteraden daar gezamenlijk instemming aan geven. Bij instelling wordt besloten over de op te dragen taken en de vergoeding. In de nota voegen we aan de passage over de drie risicocategorieën een passage toe dat de drie risicocategorieën voor de gemeenteraden als vertrekpunt kunnen dienen voor het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie.

Ook benoemen we expliciet in de nota de doelen van de wijziging van de Wgr zijnde het versterken van de positie van de gemeenteraden in gemeenschappelijke regelingen (in het bijzonder adviesraden), het bieden van

aanvullend controle instrumentarium aan de raad en het verbeteren van de positie van gemeenteraden in de besluitvorming van gemeenschappelijke regelingen.

2. De nota niet als een eindproduct maar een startpunt voor verdere optimalisering zien Wat ons betreft is de nota, ook na verwerking van de zienswijze zoals die nu is opgesteld, geen document dat we pas over vier jaar gaan evalueren. De opbouw van de nota verdient nog veel aandacht. Naar onze mening kunnen diverse onderdelen beknopter en helderder worden weergegeven. Geef duidelijk aan wat een afspraak is, wat een toelichting daarop is en de lokale invulling van het instrumentarium. Deze verdeling komt nu nog onvoldoende naar voren. Daardoor is het niet altijd duidelijk wat precies moet worden nageleefd en gecontroleerd door gemeenten en verbonden partijen wanneer gemeenteraden de nota hebben vastgesteld. Dit geldt met name voor de risicobepaling van de verbonden partijen (categorieën), het instellen van adviesraden en regionale bijeenkomsten van de raden. Het niet altijd duidelijke onderscheid tussen een toelichtende tekst, concrete afspraken en wat zich leent voor een mogelijke lokale invulling, is een gemis dat wij ook in de huidige nota ervaren en daarom vinden wij het daarom belangrijk dat hierin verbetering komt. Wij realiseren ons dat het geheel omwerken van de Nota Verbonden Partijen naar een meer handzame versie tijd kost. Wij verwachten dit niet op korte termijn. Wat ons betreft leidt dit binnen de looptijd van de herijkte nota wel tot een tussentijdse aanpassing.

Reactie: Dank voor de suggestie. We hebben de nota herzien en deze zo compact mogelijk gemaakt. We nemen de spelregels op in de koppen van alinea’s en paragrafen voor een betere herkenbaarheid en vindbaarheid en deze komen terug in een infographic waarin de afspraken helder worden weergegeven. De gemeenteraad kan deze infographic vaststellen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We nemen de spelregels op in koppen van alinea’s en paragrafen en verwijzen naar de op te stellen infographic. Verder geven we in de nota de afspraken in een kleur weer zodat deze snel gevonden en gelezen kunnen worden. Ook de toelichting en de (mogelijke lokale invulling geven we in kleur (uiteraard een andere kleur dan de afspraken) weer. 3. De schaal van gemeenschappelijke regeling is leidend voor schaal raadsbijeenkomsten In de conceptnota wordt aangegeven dat ten aanzien van de raadsbijeenkomsten wordt afgestemd op welke schaal deze bijeenkomsten gehouden worden. Wat ons betreft is het uitgangspunt dat we hierin de schaal van de gemeenschappelijke regeling volgen ten aanzien van de schaal waarop de afstemming plaatsvindt. Het is vervolgens een praktische uitwerking hoe we dit organiseren. Reactie: Wij onderschrijven uw zienswijze grotendeels. De schaal van de radenavonden wordt bij voorkeur afgestemd op de te behandelen onderwerpen en de betrokken verbonden partijen.

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We verduidelijken de passage over de schaal waarop de radenavonden worden georganiseerd. 4. Integrale afstemming borgen ten aanzien van bepalen maatschappelijke en financiële impact. Wij onderschrijven het uitgangspunt, zoals onder afspraak 2.1. benoemd, dat hoe meer impact een regeling heeft, hoe zwaarder het te hanteren toezichtregime is. Dat betekent dat in die situaties ook meer informatievoorziening is gewenst. In de conceptnota is aangegeven dat dit maatwerk per gemeente en per verbonden partij is. Dit onderdeel vraagt nog een verduidelijking: hoe brengen we de individuele keuzes van gemeenten hierin samen tot een

integraal beeld? Of heeft het niet juist de voorkeur dit integraal aan de voorzijde al af te stemmen? Kortom, wij missen in het concept de borging van de integrale afstemming. Reactie: Wij onderschrijven uw standpunt deels. Met u zijn we van mening dat het wenselijk is dat elke gemeente eenzelfde toezichtregime voor een verbonden partij hanteert. Er kan echter vanwege een specifieke situatie die slechts bij één of bij enkele deelnemende gemeenten speelt, die het voor die gemeente(n) noodzakelijk maakt een ander toezichtregime te hanteren dan het toezichtregime dat met alle deelnemende gemeenteraden onderling is afgesproken. Verwerking in Nota Verbonden Partijen: We voegen aan de nota toe dat regionale samenwerking ook vraagt om integrale afstemming aan de voorkant tussen gemeenteraden over impact van een regeling en het daarbij behorende toezichtregime. We geven daarbij wel aan dat vanuit het perspectief van de lokale autonomie het wel een lokale afweging van de gemeenteraad zelf blijft welk toezichtregime wordt gehanteerd. 5. Zorg over de uitvoerbaarheid van alle afspraken Het is goed dat er in de nieuwe nota voor wordt gekozen om afspraken ten aanzien van privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden op te nemen. Voor veel gemeenten is dat op dit moment nog niet vanzelfsprekend en zijn organisaties daarmee nauwelijks bekend.

Wij vragen ons af of er wel voldoende oog is voor de uitvoerbaarheid van al deze nieuwe afspraken. Oftewel is het aantal afspraken die nu in het conceptdocument zijn opgenomen ten aanzien van privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden, wel wenselijk als startpunt? Reactie: Met instemming constateren wij met uw raad met ons van mening is dat het goed is om in de nota ook afspraken over privaatrechtelijke partijen verbonden partijen op te nemen. Naar ons oordeel zijn de afspraken uitvoerbaar. Voor bestaande privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden stellen we voor om indien nodig een overgangstermijn te hanteren. De lengte van de overgangstermijn vraagt om maatwerk per privaatrechtelijke verbonden partij. Verwerking in Nota Verbonden Partijen: Aan de nota voegen we toe dat voor bestaande privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden wordt voorgesteld een overgangstermijn te hanteren. De lengte van de overgangstermijn vraagt om maatwerk per privaatrechtelijke verbonden partij. 6. De financiële richtlijnen aanvullen voor resultaatbestemming en beperking van de algemene reserve De financiële richtlijnen bieden de mogelijkheid om een beperkte algemene reserve aan te houden om bedrijfsvoering in een lopend boekjaar te kunnen continueren. Enkele gemeenschappelijke regelingen houden op dit moment hiervoor al een reserve aan. Vanuit praktische overwegingen kunnen we ons dit voorstellen.

Echter om een te grote algemene reservevorming te voorkomen is het voorstel om dit te beperken tot 3% van de begroting. Om verder grip te houden op de reservevorming is het voorstel de bestemming van de positieve resultaatrekening voor zienswijzen voor te leggen aan de raden (Het voorleggen voor zienswijzen is opgenomen in de Nota Verbonden Partijen blz. 14, laatste alinea.) Reactie: Wij onderschrijven uw zienswijze grotendeels. Het streven is erop gericht dat de financiële spelregels zowel door gemeenten uit Midden- als uit West-Brabant worden onderschreven en toegepast. Wij sluiten daarbij zo veel als mogelijk aan bij het advies dat hierover door de burgemeesters van Breda en Tilburg in overleg met enkele grote(re) verbonden partijen tot stand is gekomen. Naar ons oordeel vraagt de hoogte van een algemene reserve om maatwerk per verbonden partij. Dit is een samenspel tussen AB en gemeenteraden, rekening houdende met de regionale spelregel.

De ontwerpbegroting, die voor zienswijzen aan de gemeenteraden van de deelnemers wordt voorgelegd, geeft inzicht in de hoogte en het verloop van de algemene en bestemmingsreserves alsmede het verwachte rekeningresultaat voor bestemming voor het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren. De hoogte van de algemene reserve is afgestemd op het percentage dat door het AB bij voorkeur voor een periode van 4 jaar wordt vastgesteld. We voegen aan de nota toe dat we voor het bepalen van de hoogte van een (beperkte) algemene reserve adviseren daar waar het AB dit nodig acht door de accountant van een verbonden partij een advies te laten geven waarbij we er nog steeds van uitgaan dat de weerstandscapaciteit in belangrijke mate bij de deelnemers wordt aangehouden. Wanneer de gemeenteraad zich niet kan vinden in de hoogte of het (verwachte) verloop van de algemene of een bestemmingsreserve kan de gemeenteraad hierop een zienswijze indienen. Door de (concept)zienswijze tijdig te delen met de andere deelnemers, wordt bevorderd dat ook andere gemeenteraden uw zienswijze beoordelen en wegen of ze deze kunnen ondersteunen. Over het algemeen zal de algemene reserve worden gevoed vanuit het rekeningresultaat. Een zienswijzenprocedure over de bestemming van het rekeningresultaat kan uitsluitend worden ingesteld wanneer dit expliciet wordt opgenomen in de regeling (art. 10, lid 5 Wgr).

Wij stellen echter voor daar terughoudend mee om te gaan nu naar ons oordeel er sprake is van een adequaat instrumentarium in spelregels en zienswijzen op de concept-begroting. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Wij voegen aan de nota toe dat over een besluit tot instelling of aanpassing van een algemene reserve een zienswijzeprocedure in het kader van de ontwerpbegroting van toepassing is. Dat een zienswijzenprocedure over de bestemming van het rekeningresultaat uitsluitend kan worden ingesteld wanneer dit expliciet wordt opgenomen in de regeling en dat wordt voorgesteld daar terughoudend mee om te gaan. We voegen daaraan toe dat we voor het bepalen van de hoogte van een (beperkte) algemene reserve adviseren daar waar het AB dit nodig acht door de accountant van een verbonden partij een advies te laten geven waarbij we er nog steeds van uitgaan dat de weerstandscapaciteit in belangrijke mate bij de deelnemers wordt aangehouden. 7. Diverse tekstuele aanpassingen aanbrengen in de nota Op enkele onderdelen is de tekst niet volledig. Daarom worden diverse aanvullingen ten aanzien van de tekst gedaan (zie de bijlage bij deze brief). Deze aanvullingen hebben voornamelijk betrekking op het onderdeel AVG en hoofdstuk 3. Het zijn nadere toelichtingen op de tekst maar wijzigen de inhoud niet. Reactie: Dank voor de tekstuele suggesties.

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We verwerken de tekstuele suggesties in de nota. 8. Hoofdstuk 4 (samenwerking buiten de Wgr of het BW) laten vervallen Onder een verbonden partij wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin gemeente Zundert een bestuurlijk én een financieel belang heeft. De beschreven samenwerkingen in hoofdstuk 4 voldoen niet aan deze definitie en we zijn daarom van mening dat ze niet moeten worden opgenomen in de Nota Verbonden Partijen. Als hieraan behoefte is, kan worden voorgesteld een separate nota op te stellen waarbij nadrukkelijk wordt ingegaan op de taak- en rolverdeling tussen de raad en college voor deze vormen van samenwerking. Reactie: Uw zienswijze is duidelijk. Hoofdstuk 4 betreft inderdaad andere samenwerkingsvormen dan verbonden partijen. Kern van het hoofdstuk vormen de algemene uitgangspunten die óók gelden voor verbonden partijen. Deze uitgangspunten verplaatsen we naar het inleidende hoofdstuk. Hoofdstuk 4 laten we vervallen.

Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Hoofdstuk 4 laten we vervallen en de algemene uitgangspunten die óók gelden voor samenwerking bij verbonden partijen verplaatsen we naar de ‘inleiding’.

Bijlage 1 Tekstuele suggesties en aanpassingen Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert Onderdeel

Opmerking

Bladzijde 2, derde alinea

Na ‘Nota Verbonden’ ontbreekt het woord partijen

Bladzijde 4, Good Governance

Good governance: toevoegen zich heeft verzekerd tegen onrechtmatig handelen.

Bladzijde 4, laatste alinea

In de laatste zin staat: ‘De gemeenten gaan er dan ook vanuit dat de verbonden partij een klachtregeling op grond van de Algemene wet bestuursrecht heeft en zich houdt aan de behoorlijkheidsnormen van de Nationale Ombudsman’. De vraag is natuurlijk wel in hoeverre alle verbonden partijen gebonden zijn aan de Awb. Aanvullen met voor zover de verbonden partijen gebonden zijn aan de Awb.

Bladzijde 6, opsomming van documenten die in ieder geval onder actieve informatieplicht vallen

In de laatste zin staat: ‘De gemeenten gaan er dan ook vanuit dat de verbonden partij een klachtregeling op grond van de Algemene wet bestuursrecht heeft en zich houdt aan de behoorlijkheidsnormen van de Nationale Ombudsman’. Aanvullen met voor zover de verbonden partijen gebonden zijn aan de Awb.

Bladzijde 7, tweede alinea

De laatste zin luidt: ‘Hierbij wordt uitgegaan van het feit dat er geen structurele aanpassing plaatsvindt van de GR Regio West-Brabant’. De toevoeging van deze zin heeft geen meerwaarde en leidt tot onduidelijkheid. Immers de GR RWB is al enige tijd geen overkoepelend regionaal samenwerkingsverband meer maar een samenwerkingsverband ten behoeve van de economische structuurversterking in West-Brabant. Voorstel is zin verwijderen. De eerste drie alinea’s onder dit kopje vormen een wat warrig verhaal. Uiteindelijk komt in de vierde alinea een concreet uitgangspunt. De nota is bedoeld om daarin uitgangspunten op te nemen en daarom kan hetgeen in de voorafgaande alinea’s is opgenomen compacter en concreter worden geformuleerd. Dan hoeft ook niet naar een afwegingskader voor het wel of niet instellen van een raadsleden adviescommissie worden verwijzen. In bijlage 2 met het afwegingskader staat GR met gemeenschappelijk orgaan niet vermeld. (Reactie: Omdat dit wettelijk niet is toegestaan. Een gemeenschappelijke raadsledencommissie is uitsluitend bij een ‘openbaar lichaam’ mogelijk). En waarom is deze bijlage niet toegevoegd aan het document zelf net als bijlage 1?

Bladzijde 7 Raadsleden adviescommissies

Bladzijde 10, bovenaan en bij Bij afspraak 2.1 (p.10) zijn voorwaarden opgenomen t.a.v. AVG en de te kiezen invulling per WOO: gemeente Het is echter geen verplichting om gebruik te maken van een volwassenheidsmodel van een bepaalde organisatie (zoals VNG, CIP, NOREA, etc.). Die modellen zijn ook nog steeds sterk in ontwikkeling en zullen nog vaak wijzigen. De verbonden partijen maken (zolang dit niet in wetgeving is vastgelegd) zelf de keuze hoe zij aantonen dat ze voldoen aan de Avg/Uavg. Bovendien zegt het volwassenheidsniveau niet zo veel en is het subjectief, afhankelijk van wie de zelfevaluatie invult. Aantoonbaar voldoen aan de Avg/Uavg is voldoende. Bij het aangaan van een Verbonden Partij is het van belang dat de verschillende betrokken organisaties afspraken maken over het afhandelen van datalekken, het afhandelen van verzoeken in het kader van de rechten van betrokkenen en klachtafhandeling. Verder is niet opgenomen ten aanzien van rechtmatigheidsvereisten. Daarom wordt voorgesteld het volgende op te nemen bij te kiezen invulling per gemeente: •

Jaarlijks informeren verbonden partijen in hun jaarstukken op welke manier of op basis van welk normenkader en in welke mate ze aantoonbaar voldoen aan de Avg, de informatieveiligheid, Woo en de rechtmatigheidsvereisten. • Deelnemende partijen van bestaande verbonden partijen en nog op de richten verbonden partijen stellen op transparante wijze hun verantwoordelijkheden voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de AVG vast, zoals het afhandelen van datalekken, afhandelen verzoeken in het kader van de rechten van betrokkenen en klachtafhandeling. Bladzijde 10 Te kiezen invulling per gemeente

Valt t.a.v. punt 4 per gemeente nog iets te kiezen in relatie tot eerder al wordt gemeld over dit onderwerp in de nota? En is punt 5 eigenlijk niet een herhaling van hetgeen op bladzijde 7 wordt gemeld en daarom vervallen. Mogelijk dat bij deze opsomming hierover een standpunt kan worden ingenomen. Dit om te voorkomen dat dit in praktijk niet wordt uitgevoerd.

Bladzijde 11 Invulling

Punt 2: zoals dat wordt omschreven is nog niet de praktijk de afgelopen jaren. Is daarvoor draagvlak bij gemeenten? Punt 4: De rol van de griffie(rs) om dit te realiseren aangeven zodat duidelijk is wie waar verantwoordelijk voor is.

Bladzijde 12 Beleidsmatig (richtlijnen)

In de tekst wordt aangegeven dat er een verschil wordt gemaakt voor gemeenschappelijke regelingen die een vierjarenbeleidsplan opstellen en regelingen die dat niet doen. In dat geval moeten er afspraken over producten en diensten worden gemaakt. Voor welke termijn is dat dan? En kan dat onderscheid in gemeenschappelijke regelingen in praktijk goed worden gemaakt? Is het verder mogelijk de evaluatie de regeling hieraan te koppelen?

Bladzijde 12 toelichting

Er staat: de richtlijnen worden in de gemeenteraden behandeld bij de behandeling van de gemeentebegroting die uiterlijk 15 november plaatsvindt. Dit is praktijk echter niet zo. Voorstel is daarom de zin te laten vervallen.

Bladzijde 15 Beleidsregels

De terminologie (zoals ‘beleidsregels’) wijkt af van hoofdstuk 2. Dit is niet wenselijk. Redactioneel moet er nog eens naar worden gekeken of dit gestroomlijnd kan worden.

Bladzijde 15 afspraak 3.1.

Het eerste deel van deze afspraak staat ook opgenomen in de laatste zin van artikel 160 lid 2 Gemeentewet en is geen aanvulling of afwijking daarvan. Is het dan wel zinvol om dit als afspraak op te nemen?

Bladzijde 14, Tweede zin, na “deelnemingen” en toevoegen hoofdzakelijk Privaatrechtelijke verbonden kapitaalvennootschappen partijen Bladzijde 15 en 16, De paragraaf op diverse punten aanvullen zodat de tekst komt te Governance luiden: Bij governance staan de volgende (cyclische) activiteiten centraal: sturen en beheersen, verantwoorden en toezicht houden. In het geval van vennootschappen bepalen de bevoegdheden van de aandeelhouder de mate waarop er gestuurd en toezicht gehouden kan worden. De bevoegdheden van de aandeelhouder en de andere organen van een vennootschap worden in het Burgerlijk Wetboek (BW) beschreven. Op grond van het BW komt een aantal bevoegdheden exclusief aan de algemene vergadering van aandeelhouders(bij kapitaalvennootschappen) toe. De belangrijkste zijn: • het benoemen, schorsen en ontslaan van het bestuur; • het vaststellen van de beloning van het bestuur, naast het vaststellen van het beloningsbeleid voor het bestuur en het vaststellen van de vergoeding van de commissarissen; • het vaststellen van de begroting, de jaarrekening en het goedkeuren van de voorgestelde winstuitkering/reservering; • het benoemen, het schorsen en ontslaan van een commissaris (indien betreffende kapitaalvennootschap een raad van commissarissen al of niet verplicht heeft; bij

een structuurvennootschap zijn deze bevoegdheden overigens beperkter)1; • het vaststellen/wijzigen van de statuten; • het ontbinden en omzetten van de vennootschap; • het goedkeuren van ingrijpende besluiten (besluiten over de identiteit of het karakter van de vennootschap); • het uitgeven van aandelen (hieronder valt het laten toetreden van ander gemeente tot de overheidsnv of -bv). Een stichting kent formeel één bestuursorgaan, het bestuur. Het is evenwel mogelijk om een raad van toezicht(RvT) of een raad van commissarissen(RvC) te vormen. Ook is het mogelijk om een zogeheten one-tier board te vormen (bestuur en toezicht in één bestuursorgaan i.p.v. twee organen: bestuur en RvT/RvC). In sommige gevallen is het verplicht een RvC in te stellen (structuurvennootschap), als de kapitaalvennootschap voldoet aan drie cumulatieve criteria. In dat geval komen er aan de RvC dwingendrechtelijk een aantal bevoegdheden toe.

Bijlage 2 Tekstuele reactie gemeente Drimmelen Bladzijde 2, derde alinea Na ‘Nota Verbonden’ ontbreekt het woord partijen Bladzijde 4, Good Governance Toevoegen aan “De gemeenten gaan er verder van uit dat de verbonden partij ook de in de eigen branche geldende wetgeving naleeft en gedragscodes respecteert en er actief uitvoering aangeeft”: zich heeft verzekerd tegen onrechtmatig handelen. Bladzijde 4, laatste alinea I n de laatste zin staat: ‘De gemeenten gaan er dan ook vanuit dat de verbonden partij een klachtregeling op grond van de Algemene wet bestuursrecht heeft en zich houdt aan de behoorlijkheidsnormen van de Nationale Ombudsman’. De vraag is natuurlijk wel in hoeverre alle verbonden partijen gebonden zijn aan de Awb. Aanvullen met voor zover de verbonden partijen gebonden zijn aan de Awb. Bladzijde 7, tweede alinea De laatste zin luidt: ‘Hierbij wordt uitgegaan van het feit dat er geen structurele aanpassing plaatsvindt van de GR Regio West-Brabant’. De toevoeging van deze zin heeft geen meerwaarde en leidt tot onduidelijkheid. Immers de GR RWB is al enige tijd geen overkoepelend regionaal samenwerkingsverband meer maar een samenwerkingsverband ten behoeve van de economische structuurversterking in West-Brabant. Voorstel is zin verwijderen. Bladzijde 7 Raadsleden adviescommissies De eerste drie alinea’s onder dit kopje vormen een wat warrig verhaal.

Uiteindelijk komt in de vierde alinea een concreet uitgangspunt. De nota is bedoeld om daarin uitgangspunten op te nemen en daarom kan hetgeen in de voorafgaande alinea’s is opgenomen compacter en concreter worden geformuleerd. Dan hoeft ook niet naar een afwegingskader voor het wel of niet instellen van een raadsleden adviescommissie worden verwijzen. In bijlage 2 met het afwegingskader raadsledenadviescommissie staat GR met gemeenschappelijk orgaan niet vermeld. En waarom is deze bijlage niet toegevoegd aan het document zelf net als bijlage 1? Bladzijde 10, bovenaan en bij te kiezen invulling per gemeente Bij afspraak 2.1 (p.10) zijn voorwaarden opgenomen t.a.v. AVG en de WOO: 2 Het is echter geen verplichting om gebruik te maken van een volwassenheidsmodel van een bepaalde organisatie (zoals VNG, CIP, NOREA, etc.). Die modellen zijn ook nog steeds sterk in ontwikkeling en zullen nog vaak wijzigen. De verbonden partijen maken (zolang dit niet in wetgeving is vastgelegd) zelf de keuze hoe zij aantonen dat ze voldoen aan de Avg/Uavg. Bovendien zegt het volwassenheidsniveau niet zo veel en is het subjectief, afhankelijk van wie de zelfevaluatie invult. Aantoonbaar voldoen aan de Avg/Uavg is voldoende.

Bij het aangaan van een Verbonden Partij is het van belang dat de verschillende betrokken organisaties afspraken maken over het afhandelen van datalekken, het afhandelen van verzoeken in het kader van de rechten van betrokkenen en klachtafhandeling. Verder is niets opgenomen ten aanzien van rechtmatigheidsvereisten. Daarom wordt voorgesteld het volgende op te nemen bij te kiezen invulling per gemeente: • Jaarlijks informeren verbonden partijen in hun jaarstukken op welke manier of op basis van welk normenkader en in welke mate ze aantoonbaar voldoen aan de Avg, de informatieveiligheid, Woo en de rechtmatigheidsvereisten. • Deelnemende partijen van bestaande verbonden partijen en nog op de richten verbonden partijen stellen op transparante wijze hun verantwoordelijkheden voor de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de AVG vast, zoals het afhandelen van datalekken, afhandelen verzoeken in het

kader van de rechten van betrokkenen en klachtafhandeling. Bladzijde 10 Te kiezen invulling per gemeente Valt t.a.v. punt 4 per gemeente nog iets te kiezen in relatie tot eerder al wordt gemeld over dit onderwerp in de nota? En is punt 5 eigenlijk niet een herhaling van hetgeen op bladzijde 7 wordt gemeld en daarom vervallen. Mogelijk dat bij 3 deze opsomming hierover een standpunt kan worden ingenomen. Dit om te voorkomen dat dit in praktijk niet wordt uitgevoerd. Bladzijde 11 Invulling Punt 2: zoals dat wordt omschreven is nog niet de praktijk de afgelopen jaren. Is daarvoor draagvlak bij gemeenten? Punt 4: De rol van de griffie(rs) om dit te realiseren aangeven zodat duidelijk is wie waar verantwoordelijk voor is. Bladzijde 12 Beleidsmatig (richtlijnen) In de tekst wordt aangegeven dat er een verschil wordt gemaakt voor gemeenschappelijke regelingen die een vierjarenbeleidsplan opstellen en regelingen die dat niet doen. In dat geval moeten er afspraken over producten en diensten worden gemaakt. Voor welke termijn is dat dan? En kan dat onderscheid in gemeenschappelijke regelingen in praktijk goed worden gemaakt? Is het verder mogelijk de evaluatie de regeling hieraan te koppelen? Bladzijde 15 Beleidsregels De terminologie (zoals ‘beleidsregels’) wijkt af van hoofdstuk 2. Dit is niet wenselijk.

Redactioneel moet er nog eens naar worden gekeken of dit gestroomlijnd kan worden. Bladzijde 15 afspraak 3.1. Het eerste deel van deze afspraak staat ook opgenomen in de laatste zin van artikel 160 lid 2 Gemeentewet en is geen aanvulling of afwijking daarvan. Is het dan wel zinvol om dit als afspraak op te nemen? Bladzijde 14, Privaatrechtelijke verbonden partijen Tweede zin, na “deelnemingen” en toevoegen hoofdzakelijk kapitaalvennootschappen Bladzijde 15 en 16, Governance De paragraaf op diverse punten aanvullen zodat de tekst komt te luiden: Bij governance staan de volgende (cyclische) activiteiten centraal: sturen en beheersen, verantwoorden en toezicht houden. In het geval van vennootschappen bepalen de bevoegdheden van de aandeelhouder de mate waarop er gestuurd en toezicht gehouden kan worden. De bevoegdheden van de aandeelhouder en de andere organen van een vennootschap worden in het Burgerlijk Wetboek (BW) beschreven. Op grond van het BW komt een aantal bevoegdheden exclusief aan de 4 algemene vergadering van aandeelhouders(bij kapitaalvennootschappen) toe.

De belangrijkste zijn: • het benoemen, schorsen en ontslaan van het bestuur; • het vaststellen van de beloning van het bestuur, naast het vaststellen van het beloningsbeleid voor het bestuur en het vaststellen van de vergoeding van de commissarissen; • het vaststellen van de begroting, de jaarrekening en het goedkeuren van de voorgestelde winstuitkering/reservering; • het benoemen, het schorsen en ontslaan van een commissaris (indien betreffende kapitaalvennootschap een raad van commissarissen al of niet verplicht heeft; bij een structuurvennootschap zijn deze bevoegdheden overigens beperkter)1; • het vaststellen/wijzigen van de statuten; • het ontbinden en omzetten van de vennootschap; • het goedkeuren van ingrijpende besluiten (besluiten over de identiteit of het karakter van de vennootschap);

• het uitgeven van aandelen (hieronder valt het laten toetreden van ander gemeente tot de overheidsnv of -bv). Een stichting kent formeel één bestuursorgaan, het bestuur. Het is evenwel mogelijk om een raad van toezicht(RvT) of een raad van commissarissen(RvC) te vormen. Ook is het mogelijk om een zogeheten one-tier board te vormen (bestuur en toezicht in één bestuursorgaan i.p.v. twee organen: bestuur en RvT/RvC). In sommige gevallen is het verplicht een RvC in te stellen (structuurvennootschap), als de kapitaalvennootschap voldoet aan drie cumulatieve criteria. In dat geval komen er aan de RvC dwingendrechtelijk een aantal bevoegdheden toe. Echter bij een 100% overheidsnv of -bv is het zogeheten zwakke structuurregime van toepassing, d.w.z. dat het benoemen, schorsen en ontslaan van het bestuur een bevoegdheid blijft van de AvA. Privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtspersonen zich te houden aan wetgeving die op hen van toepassing is, in het bijzonder de Aanbestedingswet 2012, voor zover deze van toepassing is (betreffende rechtspersoon kwalificeert zich als een aanbestedende dienst cf. de criteria in artikel 1 Aw 2012). De reden is tweeledig: 1.

als de gemeente onder het mom van quasi-inbesteding een-op-een opdrachten verstrekt aan de betreffende verbonden partij dan moet er voldaan worden aan drie cumulatieve criteria (als hier niet aan voldaan wordt is er sprake van een rechtmatigheidsfout die de gemeente wordt aangerekend); De criteria zijn: a. informatieplicht; de betreffende verbonden partij dient in de jaarstukken hierover te rapporteren of er voldaan wordt aan alle drie criteria; b. er kan toezicht worden uitgeoefend op de verbonden partij door de gemeente(n) alsof het een eigen dienst is); c. een directe participatie van privékapitaal in de gecontroleerde rechtspersoon. Meer dan 80% van de omzet wordt gerealiseerd door de deelnemende gemeenten/deelnemers. 2. de gemeente dient als onderdeel van de overheid erover te waken dat verbonden partijen waaraan zij deelnemen zich houden aan de wetgeving die voor hen geldt. Bladzijde 16-17 afspraak 3.2 In de toelichting op deze afspraak wordt aangegeven dat de colleges van B&W via de aandeelhoudersvergadering en/of een dienstverleningsovereenkomst per verbonden partij afspraken maken over de mate van contact en de mate van informatie-uitwisseling.

Moet dit niet opgenomen worden in de afspraak zelf in plaats van in de toelichting? Bladzijde 18 afspraak 3.5 In de toelichting bij het onderdeel Beloningsbeleid bestuurders wordt in de laatste zin aangegeven dat in het jaarverslag van de gemeenten in paragraaf verbonden partijen inzicht gegeven welke verbonden partijen aan de WNT voldoen en welke hiervan afwijken. Als dit een aanvullende afspraak is – en dus geen reeds bestaande verplichting – dan is het logisch om dit in de afspraak zelf op te nemen in plaats van in de toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14000049/1