3.8 - College B&W - Raadsinformatiebrief Lessen uit twee vuurwerkrampen
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan
De gemeenteraad van de Gemeente Baarle-Nassau
Van
Het college van burgemeester en wethouders
Portefeuillehouder
Burgemeester de Hoon-Veelenturf
Onderwerp
Onderzoek Universiteit Twente - lessen uit twee vuurwerkrampen
Datum collegevergadering
3 september 2024
Zaaknummer
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De Universiteit van Twente heeft in december 2023 een rapport “leren van twee vuurwerkrampen, nieuwe inzichten in het verleden, gevaren in het heden, handvatten voor de toekomst” gepresenteerd1. Dit onderzoek benadrukt dat licht geclassificeerd vuurwerk (klasse 1.4) bij brand in opslagplaatsen gevaarlijker is dan voorheen gedacht, met het risico op massa-explosies. Met deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek en wat dit betekent voor de specifieke situatie hiervan voor de gemeente Baarle-Nassau met twee opslagloodsen in de bebouwde omgeving en 6 vuurwerkverkooppunten op grondgebied van onze zustergemeente Baarle-Hertog. Voor alle duidelijkheid dient gesteld te worden dat het rapport zich met name richt op het Nederlandse regime. Conclusie 1: De opslag van vuurwerk is nog steeds gevaarlijk ‘Licht’ geclassificeerd vuurwerk is bij brand veel gevaarlijker dan gedacht Nederland kent een groot veiligheidsprobleem bij de opslag van ‘licht’ geclassificeerd vuurwerk. Het gevaar is op dit moment groter dan werd aangenomen. Met ‘licht’ geclassificeerd vuurwerk bedoelen wij vuurwerk dat geschikt is voor gebruik door consumenten en dat voor opslag een 1.4 ADR-verpakkingsclassificatie heeft. Dit blijkt uit de volgende argumenten: 1.
Zelfs (consumenten) vuurwerk met een ‘lichte’ ADR-gevarenclassificatie (van subklasse 1.4) kan zich massa-explosief gedragen bij brand. Vuurwerk is moeilijk te classificeren en, onder verschillende opsluitingscondities (zoals gaasverpakking), bevordert de massa-explosieve gevaarsetting. 1
https://www.utwente.nl/nieuws/2023/12/1262709/ut-rapport-lessen-van-twee-vuurwerkrampengepresenteerd# vijftien-handvatten
2. Het bestaan van een vuurwerkbesluit creëert een onterecht beeld van veiligheid. In werkelijkheid is de externe veiligheid van de opslag van (consumenten) vuurwerk niet gegarandeerd. Zo is de vergunningplicht vervangen door een meldingsplicht voor opslagen tot 10.000 Kg consumentenvuurwerk dat bij een detailhandel mag worden gehouden. 3. De huidige zoneringseisen voor de opslag van consumentenvuurwerk in het Vuurwerkbesluit zijn te soepel. Woningbouw is inmiddels toegestaan op 8 meter afstand van vuurwerkopslagplaatsen tot 10.000 Kg.
Conclusie 2: Blusinstructies voor de brandweer zijn ontoereikend Blusinstructies voor de brandweer zijn ontoereikend voor het veilig blussen van vuurwerkbranden De huidige voorgeschreven instructies voor de brandweer bij het bestrijden van een vuurwerkbrand in een opslag van ‘licht’ geclassificeerd vuurwerk (1.4G of 1.4S) zijn ontoereikend om de veiligheid van brandweermensen te garanderen indien zich een massa-explosie zou voordoen.
Dit blijkt uit de volgende aspecten: 1. Gegeven het gevaar van massa-explosiviteit van relatief ‘licht’ geclassificeerd vuurwerk zouden de blusinstructies bij brand van dit vuurwerk vergelijkbaar moeten zijn met de blusinstructies voor ‘zwaar’ geclassificeerd vuurwerk (gevarensubklassen 1.1G of 1.2G). 2. De recente focus op gevaren van blussen met water leidde de aandacht af van het veel grotere veiligheidsprobleem, de nabijheid van brandweerpersoneel bij vuurwerkbranden.
Implicatie Een brand in een vuurwerkopslag kan vanwege de mogelijke massaexplosiviteit dus gevaar opleveren voor omwonenden en hulpverleners binnen een straal van 400 meter. Een aanzienlijk aantal vuurwerkopslaglocaties is namelijk gelegen in sterk bebouwde gebieden zoals woonwijken. Dit is conform de huidige wet- en regelgeving toegestaan. De conclusies en aanbevelingen impliceren een focus op evacuatie en afstand houden in plaats van directe brandbestrijding, totdat het explosiegevaar is geweken. In geval van acuut gevaar is het echter onrealistisch voor de hulpdiensten, ook vanuit maatschappelijke perceptie, om op afstand van minimaal 400 meter te blijven, waar nu een veiligheidsafstand geldt van 25 meter voor opslag van legaal vuurwerk.
Landelijke ontwikkelingen Het onderzoek van de Universiteit van Twente heeft veel losgemaakt. Op alle niveaus wordt aandacht gevraagd voor bovengenoemde problematiek.
Binnen de brandweer wordt de aanbeveling om de veiligheidsafstanden en blusinstructies voor de opslag van legaal vuurwerk binnen de Richtlijn Veilig Optreden aan te passen, gelijk aan de zwaardere subklassen, ter harte genomen. Deze aanpassing vraagt een brede beschouwing vanuit het dilemma “blussen versus evacueren” zoals hiervoor omschreven. Deze beschouwing en de daarop volgende gewijzigde richtlijnen en instructies worden landelijk uitgewerkt, waarna implementatie binnen de veiligheidsregio’s plaatsvindt. Inmiddels staat, mede door de inzet van het Veiligheidsberaad (zie bijlage), de vuurwerkproblematiek op de politieke agenda. Hierbij wordt gepleit voor het zorgdragen voor betrouwbare vuurwerkproducten met de juiste classificatie en adequate verpakkingsconstructies. Tevens is verzocht om (versnelde) aanpassing van wet- en regelgeving, waaronder zoneringseisen. Voor de lange termijn is daarbij de overweging meegegeven of het überhaupt wenselijk is om in bewoonde gebieden nog vuurwerk op te slaan. Dit wordt ondersteund door een in mei jl. aangenomen motie van GroenLinks-PvdA, NSC en SP om vuurwerkopslagen uit woonwijken te weren. De verantwoordelijk staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat komt samen met de minister van Justitie en Veiligheid deze zomer met een reactie.
Wat betekent dit voor Baarle-Nassau De samenleving, ook de brandweer, kan er onvoldoende op vertrouwen dat de veiligheids- en vergunningsvoorschriften aansluiten bij de werkelijke risico's van het vuurwerk in de opslag. Dit kan in geval van een brand in een van de twee vuurwerkopslagen binnen de gemeentegrenzen van Baarle-Nassau voor zowel de omwonenden als voor de hulpverleners, binnen de aanbevolen veiligheidsafstand van 400 meter, mogelijk gevaarlijke situaties opleveren. In relatie tot de invloedssfeer van de gemeente Baarle-Nassau kan de volgende beschouwing gemaakt worden: 1. Placering 2. Toezicht en handhaving 3. Voorbereiding op een eventueel incident. Placering De ultieme oplossing is het uitplaatsen van de twee opslagloodsen uit de bebouwde kom. Echter is placering van deze opslagloodsen op de huidige locaties conform de huidige wet- en regelgeving toegestaan. De vergunningplicht voor opslagen tot 10.000 kg is namelijk vervangen door een meldingsplicht. Hierdoor is intrekken van (eerder verleende) vergunningen ook niet mogelijk. Uitfasering vraagt om aanpassing van landelijke wet- en regelgeving. Een ontwikkeling die wij op verschillende ambtelijke en bestuurlijke overlegtafels aanjagen.
Toezicht en handhaving Voor het voorkomen van incidenten en het beperken van de effecten van mogelijke incidenten, is het van essentieel belang dat de vuurwerkopslagen aan de eisen binnen de wet- en regelgeving voldoen. Hier ligt een nadrukkelijke verantwoordelijkheid voor de eigenaar. Tegelijkertijd is toezicht en handhaving essentieel. Conform wetgeving vindt namens de gemeente door de OMWB structureel controle plaats bij vuurwerkopslagplaatsen. Deze bestaat uit twee delen; allereerst een administratieve en fysieke controle in de “rustige” periode. Mochten daar nog verbeterpunten uit voortkomen, dan heeft de eigenaar voldoende mogelijkheden om dit snel en adequaat op te pakken. Verder vinden controles plaats in de piekperiode tijdens de verkoopdagen. Daarnaast is de eigenaar verplicht om eens in de vijf jaar door een extern gecertificeerd bedrijf te laten toetsen of voldaan wordt aan wet- en regelgeving. Laatste stand van zaken is dat de OMWB de eerste jaarlijkse controle (administratief/fysiek) van 2024 heeft uitgevoerd bij de opslag aan de Kapelstraat 7. Deze voldoet geheel aan de geldende weten regelgeving i.c. Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) en Vuurwerkbesluit. Tevens zal de OMWB, conform procedure en planning, het actuele vijfjaarlijks keuringsrapport opvragen van deze locatie.
Ten aanzien van de vuurwerkopslag aan de Smederijstraat 47 heeft de controle door de OMWB op 16 juli jl. plaatsgevonden. Ook deze voldoet geheel aan de geldende wet- en regelgeving i.c. Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) en Vuurwerkbesluit. De gemeente continueert de wettelijke controlemomenten door de OMWB en zal waar nodig handhavend (laten) optreden.
Voorbereiden op incidenten Door een scherp toezicht en handhavingsbeleid wordt de kans op een incident sterk gereduceerd. Desondanks nemen wij het risico zeer serieus. Het is dan ook van belang zo goed als mogelijk voorbereid te zijn. Zoals hiervoor al aangegeven wordt op landelijk niveau de Richtlijn Veilig Optreden voor de brandweer nader beschouwd. Vervolgens zal deze doorgevoerd worden binnen de procedures c.q. blusinstructies en vakbekwaamheidsprogramma’s van de brandweer Midden- en West-Brabant, waarvan Baarle-Nassau onderdeel uitmaakt. In de tussenliggende tijd wordt door het brandweerkorps Baarle en de VRMWB onderstaand handelingskader gehanteerd: Bij brand in/bij een vuurwerkopslag/verkooppunt wordt in de basis niet anders opgetreden dan bij andere branden. Onze brandweer is op de hoogte van het feit dat vuurwerk zich onder bepaalde omstandigheden (insluiting, hoge temperatuur, overdruk) onvoorspelbaar kan gedragen met toenemende kans op massa-explosief gedrag. Daar wordt rekening mee gehouden in het handelingsperspectief zodat zij veilig en effectief kunnen optreden. Afhankelijk van de situatie die ter plaatse wordt aangetroffen, zijn grofweg de volgende drie scenario's bij brand in/bij een vuurwerkopslag/verkooppunt denkbaar:
1. Brand in de buurt van vuurwerkopslag: Er wordt opgetreden zoals bij elke brand en getracht wordt om de brand te blussen voordat het vuur het vuurwerk kan ontsteken (zolang het vuur het kruit niet heeft bereikt, gebeurt er absoluut niets), het vuurwerk zal onder geen enkele omstandigheid "spontaan" ontbranden of exploderen. 2. Brandend vuurwerk in de opslag: aangezien dat vuurwerk wat eenmaal brandt, niet te blussen is, zal afhankelijk van de hoeveelheid en de classificering van het vuurwerk een keuze gemaakt worden om het vuurwerk wat nog niet bij de brand betrokken is met overvloedig water nat te maken, waardoor de kans dat dit vuurwerk ook bij de brand betrokken afneemt óf bij grote hoeveelheden en klasse 1.1 (illegaal vuurwerk dat in België en Nederland niet is toegestaan, kans op massa-explosief gedrag) het vuurwerk uit te laten branden en de directe omgeving te ontruimen. 3. Vuurwerkopslag in een volledig geëscaleerde brand: afhankelijk van de hoeveelheid, classificering en situationeel in te schatten omstandigheden als insluiting, overdruk en temperatuur, wordt hier defensief opgetreden en wordt ingezet op ontruiming van de directe omgeving. De kans op een massa-explosie is hier reëel.
Bij bovenstaande scenario's is geen rekening gehouden met vergunningsvoorschriften (alleen de legale klasse 1.4 en gelimiteerde hoeveelheid in opslag) en preventieve opslagvoorzieningen (minimale weerstand tegen brand en brandoverslag) zoals die voor reguliere verkooppunten gelden. Bij illegale opslag/verkoop is er immers geen sprake van voorschriften en aangebrachte preventieve voorzieningen maar ons handelingsperspectief is nog steeds gebaseerd op bovenstaande 3 scenario's. Voor het geval overgegaan zou moeten worden tot evacuatie, vraagt dit een multidisciplinaire inzet van andere operationele diensten en de gemeente. Een voorbereiding hierop, inclusief risicocommunicatie, is daarvoor van essentieel belang. Onder de vlag van de VRMWB wordt echter structureel voorbereid, geoefend en getraind om gecoördineerd en adequaat op te kunnen treden ten tijde van crisis- en rampbestrijding.
Overige ontwikkelingen De onderstaande ontwikkelingen zijn in dit verband nog noemenswaardig: Harmonisatie en ontwikkelingen wet- en regelgeving in Beneluxverband Op de bestuurlijk niveau wordt ingezet op onder andere de harmonisatie van verkooptijden en categorisering. Deze wens is op een op 16 mei jl. gehouden bijeenkomst nog eens bevestigd door de vakministers van de Benelux. Op dit moment betekent dit concreet dat in België hetzelfde vuurwerk verboden wordt als in Nederland. Dit zal effectief rond 1 september 2024 ingaan. Over de harmonisatie van verkooptijden zijn al wel een aantal stappen gezet, maar is nog geen “witte rook”.
Met betrekking tot de Pyro-pass (voor handelaren in/gebruikers van professioneel vuurwerk) zijn twee Benelux beschikkingen in de maak. Een daarvan zal ervoor zorgen dat zwaar vuurwerk alleen voor professionals beschikbaar is. Dit wordt ondersteund in de verklaring die door drie vakministers van de Benelux getekend is op de hiervoor genoemde ontmoeting. Ontwikkelingen Belgische Wet- en regelgeving Bij Koninklijk Besluit is een aantal wijzigingen doorgevoerd in de Belgische wet- en regelgeving voor springstoffen en pyrotechnische middelen. In relatie tot de Baarlese situatie zijn daarvan de volgende in meer of mindere mate relevant: • Het is voor handelaars, geen handelaars in feestvuurwerk zijnde, zonder opslagvergunning mogelijk om een aantal artikelen, samen of gerelateerd met producten waarvoor dit vuurwerk nodig is, onder zich te houden of te verkopen. Denk daarbij aan F1-vuurwerk voor gebruik binnenshuis als ook voor gebruik in apparaten voor ongediertebestrijding en bevestigings- en markeergereedschap. Dit is beperkt tot de hoeveelheid die een particulier onder zich mag houden en dient in een separate en daarvoor bestemde kast opgeborgen te zijn. In de praktijk betekent dit dat de brandweer dus ook bij andere handelaars in Baarle-Hertog vuurwerk in beperkte mate en van de laagste categorie kan tegenkomen.
Het risico daarbij is beperkt en bestrijding van een brand bij een dergelijke handelaar is niet anders dan het hiervoor beschreven handelingskader. • Toegevoegd is het verbod voor personen jonger dan 18 jaar om kruit, lonten, elektrische ontvlammingsmiddelen, slaghoedjes of vuurwerk onder zich te houden, met uitzondering van klappertjes speciaal ontworpen voor speelgoed. Dit komt de veiligheid in zijn algemeenheid ten goede. • Een artikel waarin het kermisexploitanten was toegestaan om zonder vergunning zoveel veiligheidsmunitie onder zich te houden als zij voor de uitoefening van hun bedrijf nodig hebben, is qua toepassingsgebied verruimt, maar qua kwantiteit beperkt. De doelgroep is verruimd naar vakmensen die pyrotechnische artikelen voor voertuigen nodig hebben voor de uitoefening van hun beroep. De hoeveelheid is echter beperkt tot 5 kilogram pyrotechnische sas van de categorie P1 voor voertuigen (zoals gasontwikkelaars gebruikt in airbags of in gordelspanners). Deze artikelen mogen niet aan particulieren verkocht worden, anders dan gemonteerd in voertuigen. Deze kwantitatieve beperking heeft (bij incidenten) ook een reducerende werking op risico en effect. • Het is niet meer toegestaan om pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aan consumenten aan te bieden.
Tevens is er een behoorlijke beperking ingesteld in de verkoop aan consumenten van pyrotechnische artikelen van de categorie 1 (niet voor voertuigen zijnde). Hierin zijn vele uitsluitingen ingevoerd. Ook dit komt de veiligheid in zijn algemeenheid ten goede.
Districtelijke vuurwerkaanpak Het Districtelijk Driehoeksoverleg (DDO) van de Baroniegemeenten heeft de vuurwerkproblematiek voor de komende 3 jaar als handhavingsknelpunt benoemd. Op basis van een gezamenlijke en stevige aanpak, is de wens om de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren. De volgende resultaten zijn geprioriteerd: • Maatregelenmatrix voorkomen en beperken overlast – bevorderen veiligheid burgers en hulpverleners. • Districtelijk integraal toezichts- en handhavingsarrangement voor het Illegaal bezit, vervoer, opslag, verkoop en afsteken van vuurwerk. De instroom vanuit België vraagt hierin bijzondere aandacht. • Integrale communicatie-aanpak gericht op bewustwording en gedragsverandering en ondersteunend aan de activiteiten die jaarlijks worden geprioriteerd. Namens het DDO is de burgemeester van Baarle-Nassau bestuurlijk portefeuillehouder. Situatie Vuurwerkpunten Baarle-Hertog De omgevingsvergunningen van de vuurwerkwinkels in Baarle-Hertog zijn per 1 juli 2024 niet verlengd. Er lopen echter nog wel diverse gerechtelijke procedures die daarin verandering kunnen aanbrengen. Wij zijn in afwachting van de uitspraken. Naast een omgevingsvergunning, dienen de vuurwerkwinkels te beschikken over een ontheffing op de springstoffenwet. Hiertoe is de provincie Antwerpen bevoegd gezag. De provincie Antwerpen heeft deze ontheffingen geweigerd.
Echter ook in dit verband zijn divers procedures lopende. De uitkomst van de lopende procedures is vooralsnog ongewis. Mocht openstelling van de winkels gecontinueerd worden, dan worden door Baarle-Nassau de voorbereidingen voor het najaar van 2024 om de overlast zo veel als mogelijk te beperken, in nauwe samenwerking met Baarle-Hertog, verder geïntensiveerd. Hierbij zal gebruik gemaakt worden van de resultaten die opgeleverd gaan worden onder de vlag van de Districtelijke vuurwerkaanpak. Afsluitend De mogelijkheden c.q. beperkingen inzake de verkoop en opslag van vuurwerk als ook de hieraan gerelateerde veiligheidsvraagstukken hebben op zowel lokaal, districtelijk, landelijk als op Beneluxniveau inmiddels structureel de aandacht. Bij noemenswaardige ontwikkelingen zult u daar door de portefeuillehouder van op de hoogte worden gesteld.