CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

3.8-Bijlage Ontwerpbestemmingsplan

Gemeenteraad (openbaar) 29 juni 2022, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Reeds geagendeerd tijdens commissievergaderingen29.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dienstverlening

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé. 1.23

Eerste bouwlaag

De eerste volledige bouwlaag boven het peil. 1.24

Erkers

Een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een gevel, in één bouwlaag. Dit is een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in bijlage II, artikel 1.1 van het Besluit omgevingsrecht. 1.25

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.26

Gevellijn

De als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd. 1.27

Handel

Elke vorm van handel dat wil zeggen het bedrijfsmatig ten verkoop uitstallen, te koop aanbieden, verkopen of leveren van goederen. 1.28

Kunstwerken

Bouwwerken geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke. 1.29

Lijst van bedrijfsactiviteiten

De lijst van bedrijven bevattende basisinformatie voor milieuzonering zoals die lijst is opgenomen in de bijlage behorende bij deze regels. 1.30

Mantelzorg

Het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband.

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

9

1.31

Normaal onderhoud, gebruik en beheer

Een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt. 1.32

Ondergeschikte functie

Een activiteit van beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft. 1.33

Ondergronds bouwwerk

Een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.34

Overkapping

Een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een slechts van boven afgesloten ruimte van lichte constructie (zijnde een plat dak). Indien een overkapping aangebouwd is aan een gebouw mag een overkapping maximaal 2 niet eigen wanden hebben. Eigen wanden zijn dan niet toegestaan. Indien een overkapping niet is aangebouwd aan een gebouw mag een overkapping maximaal 1 eigen wand hebben. 1.35

Peil

a. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: het hoogste punt van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang. b. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

1.36

Straatmeubilair

De op of bij de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals, verkeerstekens, wegbebakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halte-aanduidingen, parkeer-regulerende constructies, brandkranen informatie- en reclameconstructies, rijwielstandaards, papierbakken, zitbanken, plantenbakken, communicatievoorzieningen, gedenktekens, speelvoorzieningen, telefooncellen en abri's. 1.37

Stedenbouwkundige waarde/kwaliteit

De aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie en infrastructuur, alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied. 1.38

Voorgevel

Een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw. 1.39

Voorgevellijn

Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen.

Gemeente Baarle-Nassau

10

1.40

Voorzieningen van algemeen nut

Voorziening ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.41

Water en waterhuishoudkundige voorzieningen

Al het oppervlakte water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.42

Wet/wettelijke regelingen

ndien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1.43

Woning

Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

11

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

De dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2

De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3

De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4

De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5

De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6

Afstand tot de bouwperceelgrens

Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.7

Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk

Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

Gemeente Baarle-Nassau

12

Hoofdstuk 2

Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzend gelegen hoofdgebouwen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. ter plaatse van de aanduiding 'waardevolle boom', het behoud van een waardevolle boom.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. Uitsluitend bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers, entreeportalen en dergelijke mogen binnen de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de maximale diepte van een erker bedraagt 25% van de diepte van de voortuin, zulks tot een maximum van 2 meter; 2. de maximale breedte van een erker bedraagt tweederde van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw, waaraan/-in de erker wordt gesitueerd; 3. op één hoek van het hoofdgebouw is een hoekerker is toegestaan, mits de maximale diepte van een erker bedraagt 25% van de diepte van de zijtuin, zulks tot een maximum van 1,5 meter. b. De maximale bouwhoogte van een erker bedraagt 3 meter. Doortrekken van het schuine dak van het hoofdgebouw over de erker, het entreeportaal e.d. met eenzelfde dakhelling is toegestaan. c. De maximale afstand tot de entree van de voorgevel van het nabij gelegen hoofdgebouw bedraagt 3 meter.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

3.3

De maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 1 meter. De maximale bouwhoogte van pergola's bedraagt 2,5 meter. De maximale bouwhoogte van vlaggenmasten e.d. bedraagt 5 meter. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 3 meter.

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

13

c. overkappingen. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1

Verbod

Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het rooien van de boom ter plaatse van de aanduiding 'waardevolle boom'.

3.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

3.4.3 Toelaatbaarheid a. De omgevingsvergunning wordt verleend, indien er sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid; b. De omgevingsvergunning wordt verleend indien het behoud van de boom tot onevenredige overlast leidt.

Gemeente Baarle-Nassau

14

Artikel 4 4.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie; groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; voorzieningen van algemeen nut; straatmeubilair; kunstwerken; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'waardevolle boom', het behoud van een waardevolle boom.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van lichtmasten, bewegwijzering en verkeersregulering mag niet meer bedragen dan 8 meter. b. De bouwhoogte van kunstwerken mag niet meer bedragen dan 5 meter. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

4.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. b. c. d.

ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; ter waarborging van de verkeersveiligheid; ter waarborging van de sociale veiligheid; ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1

Verbod

Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het rooien van de boom ter plaatse van de aanduiding 'waardevolle boom'.

4.4.2

Uitzonderingen

Het in lid 4.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

15

uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

4.4.3 Toelaatbaarheid a. De omgevingsvergunning wordt verleend, indien er sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid. b. De omgevingsvergunning wordt verleend indien het behoud van de boom tot onevenredige overlast leidt.

Gemeente Baarle-Nassau

16

Artikel 5 5.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep aan huis in hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de begane grond van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van het beroep aan huis, met een maximum van 45 m²;

met de daarbij behorende: b. c. d. e. f.

tuinen en erven; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; voorzieningen van algemeen nut; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.

Hoofdgebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. Binnen het bouwvlak is het woningtype ; 'vrijstaand' toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', mag het aantal wooneenheden niet meer bedragen dan is aangegeven. e. De afstand tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt: bij vrijstaande woningen minimaal 3 meter aan beide zijden; f. De minimale afstand tot de achterste perceelsgrens bedraagt 3 meter. g. De maximale goothoogte bedraagt 7 meter. h. De maximale bouwhoogte bedraagt 11 meter. i. Hoofdgebouwen mogen worden afgedekt met zowel een kap als een platte afdekking, met dien verstande dat de afdekking van het hoofdgebouw gelegen moet zijn binnen de denkbeeldige lijn van de maximale goothoogte en maximale bouwhoogte.

5.2.2

Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. Bijbehorende bouwwerken zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan. b. De goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan de bovenkant van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. c. De bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 5,5 meter, met dien verstande dat de minimale afstand tot de bouwhoogte van het hoofdgebouw 1,5 meter dient te bedragen. Doortrekken van het schuine dak van het hoofdgebouw over het aangebouwde bijgehorende bouwwerk met eenzelfde dakhelling is toegestaan. Dan geldt de feitelijke goothoogte van het hoofdgebouw als de maximale bouwhoogte van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk.

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

17

d. De goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 3,5 meter. e. De bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 5,5 meter. f. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak op percelen tot en met 500 m² mag niet meer bedragen dan 60 m², mits de gronden gelegen buiten het bouwvlak voor niet meer dan 50% is dan wel wordt bebouwd. g. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak op percelen met een oppervlakte van meer dan 500 m², mag niet meer bedragen dan 60 m², vermeerderd met 10% van de oppervlakte van het bouwperceel boven de 500 m² tot een maximum van 120 m², mits de gronden gelegen buiten het bouwvlak voor niet meer dan 50% is dan wel wordt bebouwd. h. De minimale afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevellijn van de woning bedraagt 3 meter. i. In afwijking van het bepaalde onder lid h is het toegestaan bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers, entreeportalen en dergelijke voor de voorgevel danwel binnen een afstand van 3 meter tot de voorgevel van het hoofdgebouw te bouwen, mits: 1. de diepte maximaal 1,5 meter bedraagt; 2. de afstand tot een bouwperceelsgrens minimaal 3 meter bedraagt; 3. de breedte maximaal 50% van de gevel bedraagt; 4.

de goothoogte niet meer bedraagt dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw.

5.2.3

Voorzieningen van algemeen nut

Voor het bouwen van voorzieningen van algemeen nut gelden de volgende regels: a. De oppervlakte van een gebouw voor voorzieningen van algemeen nut bedraagt maximaal 15 m². b. De bouwhoogte van een gebouw voor voorzieningen van algemeen nut bedraagt maximaal 3 meter.

5.2.4

Overkappingen

Overkappingen zijn toegestaan binnen de regels voor bijbehorende bouwwerken. Daar bovenop geldt dat overkappingen ook zijn toegestaan als deze niet (meer) vallen binnen de regels van artikel 5.2.2, waarbij dan de volgende regels gelden: a. De oppervlakte van een overkapping bedraagt maximaal 20 m², uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping', want daar mag het gehele aanduidingsvlak wordt bebouwd ten behoeve van overkappingen. b. De bouwhoogte van een overkapping bedraagt maximaal 3 meter. c. Er mag slechts 1 overkapping per bouwperceel gerealiseerd worden. d. De oppervlakte van overkappingen overeenkomstig lid a telt niet mee bij bepaling van de maximale oppervlakte zoals vervat in artikel 5.2.2 lid f en lid g.

5.2.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter. b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

Gemeente Baarle-Nassau

18

5.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g. h.

het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie (wooncomfort, kwaliteit woongenot van de directe omgeving); de gebruiksmogelijkheden (op eigen terrein en op aangrenzende gronden); de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de parkeerruimte op eigen terrein; de sociale veiligheid; de brandveiligheid.

5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het gebruik van de grond en bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van enige vorm van handel en/of bedrijf anders dan onder 5.1 omschreven; b. permanente of tijdelijke bewoning, voor zover het vrijstaande bijbehorende bouwwerken betreft; c. bewoning als afhankelijke woonruimte; d. kamerbewoning; e. recreatief nachtverblijf; f. seksinrichtingen; g. de opslag van vuurwerk.

5.4.2

Voorwaardelijke verplichting waterberging

De gronden mogen uitsluitend voor wonen worden bebouwd, verhard en gebruikt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken dient te worden aangetoond dat een waterhuishoudkundige voorziening zal worden gerealiseerd en vervolgens aldus in stand wordt gehouden die voldoet aan de regel: 1. Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,078.

5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1

Beroep aan huis

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.1 voor de uitoefening van een beroep aan huis in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: a. per bouwperceel het oppervlak aan bebouwing dat hiervoor gebruikt wordt niet meer dan 100 m² bedraagt; b. de woonfunctie op het bouwperceel primair blijft; c. het gebruik geen ernstige c.q. onevenredige hinder oplevert voor het woonmilieu en geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de buurt;

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

19

d. de activiteit niet vergunningplichtig is op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; e. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de afwikkeling van het verkeer; f. op eigen terrein wordt voorzien in de nodige parkeergelegenheid.

5.5.2

Bedrijf aan huis

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.1 voor de uitoefening van een bedrijf aan huis in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: a. de woonfunctie dient zowel visueel als qua aard primair te blijven en de activiteit mag niet leiden tot verstoring van het woongenot ter plaatse en in de directe omgeving; b. het voor de activiteit te gebruiken oppervlakte mag maximaal 60 m² bedragen; c. de activiteit in of het gebruik van de woning mag niet leiden tot onevenredige publieksaantrekkende werking; d. de activiteit in of het gebruik van de woning mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en op de parkeerbalans. Dit betekent onder meer dat binnen het bestemmingsvlak ‘Wonen’ moet worden voorzien in de voor de activiteit benodigde parkeerruimte; e. de activiteit of het gebruik mag in de woning en/of een bijgebouw worden uitgeoefend; f. degene die de activiteit zal uitvoeren dient tevens de bewoner van de woning te zijn; g. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop van ter plaatse vervaardigde producten als ondergeschikte activiteit en wel in verband met het aan huis gebonden bedrijf; h. geen activiteit of gebruik mag worden uitgeoefend welke onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren; i.

voor zover het een inrichting betreft in de zin van de Wet milieubeheer zijn slechts bedrijven toegestaan welke voorkomen onder categorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, mits het niet betreft geluidszoneringsplichtige inrichtingen.

Gemeente Baarle-Nassau

20

Artikel 6 6.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 6.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,40 m over een oppervlakte groter dan100 m²; b. bouwwerken met een oppervlakte van minder dan 100 m² voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,40 m. 6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 onder a, voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag. Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag. Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of c.

de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. en verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoudsmaatregelenplan); of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of 3. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA, namelijk een daarvoor gecertificeerde instantie. Deze vorm van onderzoek kan alleen in uitzonderlijke situaties worden toegepast zoals verwoord in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht. d. Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

21

voor de Nederlandse Archeologie-KNA en de Kwaliteitscriteria 2.2 VTH, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau

6.3.2

Archeologisch rapport

Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsgunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag. Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag.

6.3.3

Advies

Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA en de Kwaliteitscriteria 2.2 VTH, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1

Omgevingsvergunning

Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 0,4 m; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen over een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 0,40 m; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur over een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 0,40 m; d. het verlagen van het waterpeil over een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 0,40 m; e. het doen van opgravingen in het kader van archeologisch onderzoek, mits verricht door een ter zake deskundige, namelijk een daarvoor gecertificeerde instantie die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.

6.4.2

Uitzonderingen

Het verbod, zoals bedoeld in lid 6.4.1 is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; b. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek, conform KNA en

Gemeente Baarle-Nassau

22

goedgekeurd door de gemeente Baarle-Nassau, is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; c. de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; d. de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.

6.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

a. Het is verboden voor de 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een vergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen in de op oppervlakte en diepte meer bedraagt dan 100 m2 en niet dieper gaat dan 40 cm onder maaiveld. b. Aan de sloopvergunning kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleidt door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf dat daarvoor gecertificeerd is). Hiervoor is een door de door (de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitscriteria 2.2 VTH, zijn de Regioarcheoloog, van) het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). c. Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de sloopvergunning. d. de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft.

6.5.1

Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.4.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag. Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag. Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat goedgekeurd is door het bevoegd gezag de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord. Indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag.

Indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of: 1. en verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoudsmaatregelenplan); of

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

23

2. een verplichting tot het doen van opgravingen (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of 3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een daarvoor gecertificeerde instantie. Deze vorm van onderzoek kan alleen in uitzonderlijke situaties worden toegepast zoals verwoord in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht. d. d. Bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA en de Kwaliteitscriteria 2.2 VTH, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau.

6.5.2

Advies

Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in lid 6.4.1 onder c, wordt de deskundige van de bevoegde overheid (Regioarcheoloog) om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend.

6.6

Wijzigingsbevoegdheid

6.6.1

Wijziging op basis van archeologisch onderzoek

Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming 'Waarde - Archeologie' wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Gemeente Baarle-Nassau

24

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

25

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1

Algemene bepaling m.b.t. ondergronds bouwen

8.1.1

Ondergrondse werken

Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 8.1.2

Ondergrondse bouwwerken

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. b. Het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m². c. In aanvulling op het bepaalde sub a en b is maximaal 1 niet - overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. Het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens. 2. Het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijbehorende bouwwerken als bedoeld in 5.2.2 in acht wordt genomen. 3. Het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut. 4. Per perceel mag maximaal 1 zwembad worden gebouwd. d. De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil. e. Bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen niet in aanmerking genomen.

8.1.3

Inritconstructies parkeerkelders

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2teneinde inritconstructies bij parkeerkelders mogelijk te maken, onder voorwaarden dat: a. geen onevenredige aantasting van de verkeersveiligheid; b. geen onevenredige aantasting van de sociale veiligheid; c. geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; d. geen onevenredige aantasting van brandveiligheid en rampenbestrijding; e. geen onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving.

8.2

Ondergeschikte bouwdelen

8.2.1

Overige ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, trappenhuizen, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.

Gemeente Baarle-Nassau

26

8.2.2

Dakkapellen

Voor dakkappellen geldt dat wanneer deze niet meer dan 2/3 van het dakvlak beslaan de bouwhoogte van de dakkapel niet als goothoogte wordt aangemerkt.

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

27

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

Het is verboden de in de artikelen 3 tot en met 8 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving.

Gemeente Baarle-Nassau

28

Artikel 10 10.1

Algemene afwijkingsregels

Algemeen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. de in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen, of bouwvlakken worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat voorzieningen van algemeen nut, wachthuizen ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, worden gebouwd, mits de inhoud per gebouw maximaal 50 m³ bedraagt; d. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat een gebouw wordt gebouwd ten behoeve van het houden van dieren of het kweken van planten, zoals een volière of een groente-kas, mits: 1. de oppervlakte van een gebouw maximaal 10 m² bedraagt; 2. de bouwhoogte van een gebouw maximaal 4,50 m bedraagt; 3. achter de bebouwingsgrens wordt gebouwd; e. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van communicatievoorzieningen, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; f.

de bestemmingsbepalingen en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 6 meter mits de gebruiksfunctie op de aanliggende percelen niet wordt beperkt en de belangen van derden niet worden geschaad.

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

29

Artikel 11 11.1

Algemene wijzigingsregels

Algemeen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan met dien verstande dat de afwijking ten hoogste 2 meter mag bedragen, mits het wijzigingen betreft waarbij geen belangen van derden worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding; b. het oprichten van transformatorgebouwen, gemaalgebouwen en andere gebouwen voor voorzieningen van algemeen nut met een inhoud van ten hoogste 35 m³ en een bouwhoogte van ten hoogste 3,5 meter, welke in het kader van de voorzieningen van algemeen nut nodig zijn en welke op grond van het bepaalde in de voorafgaande artikelen niet kunnen worden gebouwd; c. de Lijst van bedrijven te wijzigen, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven.

Gemeente Baarle-Nassau

30

Artikel 12

Overige regels

a. Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen 2011 en als bijlage 2 aan deze regels is gehecht. b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a. indien wordt voorzien in een parkeervoorziening, die gelet op de parkeerbelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is als bedoeld in sub a., daarbij rekening houdend met de reeds bestaande bebouwing ter plaatse en de mogelijkheid van dubbelgebruik; c. Indien de Nota Parkeernormen 2011 als bedoeld onder sub a. gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met die wijziging.

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

31

Gemeente Baarle-Nassau

32

Hoofdstuk 4

Artikel 13 13.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

13.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

13.3

Hardheidsclausule

Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

33

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Alphenseweg 39', NL.IMRO.0744.BPAlphenseweg39-ON01.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van

………………………

De griffier, ……….

Bijlagen

regels

Gemeente Baarle-Nassau

34

Bijlage 1

bestemmingsplan "Alphenseweg 39"

Lijst van bedrijfsactiviteiten

35

Toelichting bij de lijst van bedrijfsactiviteiten Algemeen De lijst van bedrijfsactiviteiten is gebaseerd op de richtafstandenlijsten voor milieubelastende activiteiten uit de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG1. Uit de richtafstandenlijsten zijn die bedrijfsactiviteiten geselecteerd, die in beginsel passen binnen de beoogde bestemming. Richtafstanden In de lijst van bedrijfsactiviteiten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste afstand van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • het betreft 'gemiddeld' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; • de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ of ‘gemengd gebied’; • de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van activiteiten; • bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie.

De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming, die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning, die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Omgevingstype Allereerst zijn er richtafstanden, die zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk2 of een vergelijkbaar omgevingstype.

1 2

Bedrijven en milieuzonering, VNG, 2009. Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.

Toelichting Lijst van Bedrijfsactiviteiten

1

Gemotiveerd kunnen kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied3, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hoge milieubelasting kent. Verdere reducties zijn in de meeste gevallen niet te verantwoorden, omdat niet aannemelijk kan worden gemaakt dat het woon- en leefklimaat niet wordt aangetast en het functioneren van bedrijven niet in gevaar wordt gebracht. In onderstaande tabel worden de richtafstanden weergegeven afhankelijk van het omgevingstype. milieucategorie

richtafstand tot omgevingstype rustige richtafstand tot omgevingstype gemengd woonwijk en rustig buitengebied

gebied

1

10 m

0 m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

Aanvullende toelichtende informatie bij de richtafstanden Kolom met richtafstanden voor geluid In de kolom met richtafstanden voor geluid is – waar van toepassing – de letter C van continu opgenomen. Hiermee is aangegeven dat bij de betreffende milieubelastende activiteiten de voor geluid bepalende activiteiten continu (dag en nacht) in bedrijf zijn. Voorts is - waar van toepassing - de letter Z van zonering opgenomen. Het gaat hierbij om inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken in de zin van de Wet geluidhinder (vroeger ook wel A-inrichtingen genoemd), die als zodanig zijn aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.

3

Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals, winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden, die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot dit omgevingstype. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.

2

Toelichting Lijst van Bedrijfsactiviteiten

Kolom met richtafstanden voor gevaar In de kolom “gevaar” zijn de richtafstanden aangegeven, die bij gemiddelde activiteiten van dat type aangehouden kunnen worden. Het betreft alle gevaarsaspecten, inclusief brandgevaar en stofexplosies. In deze kolom is voor activiteiten die mogelijk onder de werking van het Bevi vallen of gaan vallen de letter R van risico opgenomen. In dezelfde kolom is voor activiteiten waarop het Vuurwerkbesluit van toepassing is de letter V van vuurwerk opgenomen. Voor deze activiteiten dient altijd te worden getoetst aan de veiligheidsafstanden uit het Vuurwerkbesluit. D van ‘divers’ in kolom milieucategorie Bij de bepaling van de richtafstanden voor de onderscheiden bedrijfstypen is uitgegaan van een 'gemiddeld' nieuwe activiteit met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. Bij alle activiteiten dient daarom rekening te worden gehouden met een zekere variatie. Voor activiteiten met een grote variatie in productieprocessen is de letter D van divers opgenomen. Index voor verkeersaantrekkende werking Naast de genoemde milieuaspecten kan ook de verkeersaantrekkende werking van belang zijn voor de toelaatbaarheid van milieubelastende activiteiten op een bepaalde locatie.

Dit aspect kan niet worden vertaald naar afstanden maar is weergegeven met een kwalitatieve index, die loopt van 1 tot en met 3, met de volgende betekenis: 1: potentieel geringe verkeersaantrekkende werking; 2: potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking; 3: potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen goederenvervoer (G) en personenvervoer (P). Overige aandachtspunten van activiteiten In de lijsten zijn tenslotte enkele andere aandachtspunten benoemd. Deze zijn bedoeld als aanvullende informatie waarmee in specifieke gevallen rekening gehouden kan worden gehouden. Visuele hinder De index voor visuele hinder is een indicator voor de (visuele) inpasbaarheid van activiteiten. B van 'bodemverontreiniging' De index voor bodem kan een hulpmiddel zijn bij de selectie van toelaatbare inrichtingen op gevoelige gronden, zoals bodembeschermingsgebieden. In het provinciale beleid met betrekking tot de bodembescherming speelt dit aspect een rol. Uitwerking van dit beleid vindt plaats in de provinciale milieuverordeningen. In deze kolom is de letter B opgenomen indien een activiteit een verhoogde kans op bodemverontreiniging geeft, bijvoorbeeld door calamiteiten, incidenten of 'sluimerende' lekkages.

Toelichting Lijst van Bedrijfsactiviteiten

3

L van 'luchtverontreiniging' De uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht is niet te vertalen in een richtafstand die bij voorkeur tot woningen (of andere gevoelige locaties) in acht genomen zou moeten worden. Toch kan de uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht in planologisch opzicht relevant zijn. Denk aan de neerslag van geëmitteerde schadelijke stoffen op gevoelige bodems, gewassen en flora. Ook doen zich in de praktijk regelmatig problemen voor met de afstand tot woningen bij het toepassen van ontsmettings- en bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw. Bij activiteiten waar dit mogelijk relevant is, is de L van 'luchtverontreiniging' vermeld. Gebruikte afkortingen De volgende afkortingen worden in de tabel gebruikt: < > = cat. e.d. kl. n.e.g. o.c. p.c. p.o. b.o. v.c. u d w j B C D L Z R V

niet van toepassing of niet relevant kleiner dan groter gelijk aan categorie en dergelijke klasse niet elders genoemd opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak bedrijfsoppervlak verwerkingscapaciteit uur dag week jaar bodemverontreiniging continu divers luchtverontreiniging zonering op basis van Wet geluidhinder risico (Besluit externe veiligheid inrichtingen mogelijk van toepassing) vuurwerkbesluit van toepassing

4

Toelichting Lijst van Bedrijfsactiviteiten

Lijst van bedrijfsactiviteiten

Basisinformatie voor milieuzonering Uit: Bedrijven en milieuzonering Uitgave VNG, 2009

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

CATEGORIE

-

020 05 10 10 103 14 14 1421 1421 144 151 151

021, 022, 024 03 08 08 089 08 08 0812 0812 0893 101, 102 101, 102

151

101

151

101

151

101, 102

151 1531 1531 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533

108 1031 1031 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039

1541 1541

104101 104101

1542 1542 1543 1543 1551 1551 1552 1552 1561 1561 1561 1562 1562 1571 1571 1572 1581

104102 104102 1042 1042 1051 1051 1052 1052 1061 1061 1061 1062 1062 1091 1091 1092 1071

1581 1581 1582 1583

1071 1071 1072 1081

1584

10821

-

Bosbouwbedrijven

10

10

50

0

50

3.1

1 G

1

TURFWINNING Turfwinningbedrijven

50

50 100 C

10

100

3.2

2 G

2

10 100 200 50 10 100 C

10 30

200 D 100

4.1 3.2

2 G 2 G

1 1

100

0 100 C

50 R

100 D

3.2

2 G

1

50

0

50 C

30

50

3.1

1 G

1

30

0

50

10

50

3.1

1 G

1

50

0

50

10

50

3.1

1 G

1

50

0

50

10

50

3.1

2 G

1

50

10

50

50 R

50

3.1

1 G

1

50 50 100

10 100 C 10 100 C 10 100 C

10 10 10

100 100 100

3.2 3.2 3.2

1 G 2 G 2 G

1 2 2

200

30 100 C

30 R

200

4.1

3 G

2

B

200

10 100 C

100 R

200

4.1

3 G

2

B

100

10 200 C

30 R

200

4.1

3 G

2

50 50 10

0 100 C 0 100 C 0 30

50 R 50 R 0

100 100 30

3.2 3.2 2

2 G 2 G 1 G

1 2 1

100 50 200 C 50 100 200 C

50 R 50

200 200 D

4.1 4.1

2 G 2 G

2 2

200

30 R

200

4.1

1 G

2

200 50 200 C 200 100 200 C

30 30

200 200

4.1 4.1

3 G 2 G

3 2

30 100 100

10 30 30

30 100 100

2 3.2 3.2

1 G 2 G 2 G

1 2 2

BODEM

GROOTSTE AFSTAND

02

VISUEEL

GEVAAR

02

VERKEER

GELUID

-

Tabel 1_4-1

STOF

02

INDICES

GEUR

02

AFSTANDEN IN METERS

LUCHT

OMSCHRIJVING

SBI-2008

nummer

SBI-1993

BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW

- WINNING VAN ZAND, GRIND, KLEI, ZOUT, E.D. 0 Steen-, grit- en krijtmalerijen (open lucht) 1 - algemeen Zoutwinningbedrijven 0 Slachterijen en overige vleesverwerking: 1 - slachterijen en pluimveeslachterijen - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 5 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 6 200 m² 7 - loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant8 en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m² 0 Aardappelprodukten fabrieken 2 - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² 0 Groente- en fruitconservenfabrieken 1 - jam 2 - groente algemeen 3 - met koolsoorten Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën 0 en vetten: 1 - p.c. < 250.000 t/j Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en 0 vetten: 1 - p.c. < 250.000 t/j 0 Margarinefabrieken: 1 - p.c. < 250.000 t/j 0 Zuivelprodukten fabrieken: 3 - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j 1 Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m² 2 - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² 0 Meelfabrieken: 2 - p.c. < 500 t/u Grutterswarenfabrieken 0 Zetmeelfabrieken: 1 - p.c. < 10 t/u 0 Veevoerfabrieken: 5 - mengvoeder, p.c. < 100 t/u Vervaardiging van voer voor huisdieren 0 Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge1 ovens 2 - v.c.

>= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken 0 Suikerfabrieken: Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade0 en suikerwerk:

50 200 C

10 30 C 30 100 C 10 100 C

B

1

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

1584 1585 1586 1586 1587 1589 1589.1 1589.2 1589.2 1592 1592 1593 t/m 1595 1598 16 16 160 17 17 171 172 172 173 174, 175 1751

10821 1073 1083 1083 108401 1089 1089 1089 1089 110102 110102 1102 t/m 1104 1107 12 12 120 13 13 131 132 132 133 139 1393

176, 177 18

139, 143 14

18 181

14 141

182

141

183 19

142, 151 19

19

15

192 193 20

151 152

Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken

20 2010.1 2010.2 2010.2 2010.2 202

16 16101 16102 16102 16102 1621

203, 204, 205

162

0

203, 204, 205 205

162 162902

1

Tabel 1_4-1

50

30

100

3.2

2 G

2

30

10

30

10

30

2

1 G

1

100 50

30 30

50 10

30 R 10

100 50

3.2 3.1

2 G 2 G

2 2

100 200 200 200

10 30 30 50

30 50 50 50

10 10 30 50 R

100 200 200 D 200

3.2 4.1 4.1 4.1

2 G 2 G 2 G 2 G

1 1 2 2

200

50

50

30

200

4.1

2 G

2

200 10 10

30 200 C 0 30 C 0 100

30 R 0 50 R

200 30 100

4.1 2 3.2

1 G 1 G 3 G

2 1 2

200

30

30

200

4.1

2 G

1

10

50 100

30

100

3.2

2 G

1

10 50 10 100

10 100 0 50 0 50 30 200

0 10 10 10

100 50 50 200

3.2 3.1 3.1 4.1

2 G 2 G 1 G 2 G

1 2 1 2

0

10

50

10

50

3.1

1 G

2

30

0

50

0

50

3.1

1 G

1

10

10

30

10

30

2

2 G

2

50

10

10

10

50

3.1

1 G

1

50 50

10 10

30 50

10 10

50 D 50

3.1 3.1

2 G 2 G

2 1

0

50 100

50 R

100

3.2

2 G

2

200 10 100

30 50 30 50 30 100

10 10 10

200 50 100

4.1 3.1 3.2

2 G 2 G 3 G

2 1 2

0

30 100

0

100

3.2

2 G

2

0 10

30 10

0 0

50 30

3.1 2

1 G 1 G

1 1

50 C

LUCHT

30

VISUEEL

100

VERKEER

CATEGORIE

10821

GROOTSTE AFSTAND

1584

- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van 2 chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van 3 chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 5 200 m² Deegwarenfabrieken 0 Koffiebranderijen en theepakkerijen 2 - theepakkerijen Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden Vervaardiging van overige voedingsmiddelen Bakkerijgrondstoffenfabrieken 0 Soep- en soeparomafabrieken: Bakmeel- en puddingpoederfabrieken 0 Vervaardiging van ethylalcohol door gisting 1 - p.c. < 5.000 t/j Vervaardiging van wijn, cider e.d. Mineraalwater- en frisdrankfabrieken - VERWERKING VAN TABAK Tabakverwerkende industrie - VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels 0 Weven van textiel: 1 - aantal weefgetouwen < 50 Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN - VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN - (EXCL. KLEDING)

GEVAAR

10821

GELUID

1584

STOF

-

INDICES

GEUR

-

AFSTANDEN IN METERS

BODEM

OMSCHRIJVING

SBI-2008

nummer

SBI-1993

B B

L

B

L

B B B

L

0 1 2

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen Houtconserveringsbedrijven: - met creosootolie - met zoutoplossingen Fineer- en plaatmaterialenfabrieken Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

50 30

2

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

OMSCHRIJVING

17 1711 1712 1712 1712 172 17212 17212 17212 58

-

0 1 2 -

22 2221 2222 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 24

58 1811 1812 18129 1814 1814 1813 1814 182 20

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media -

24 2411 2412 2413 2414.1 2414.1 2414.1 2414.2 242 2441 2442 2442 2442 2462 2462 2464 2466 2466

20 2011 2012 2012 20141 20141 20141 20149 202 2110 2120 2120 2120 2052 2052 205902 205903 205903

- VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN 0 Vervaardiging van industriële gassen Kleur- en verfstoffenfabrieken 0 Anorg. chemische grondstoffenfabrieken A0 Organ. chemische grondstoffenfabrieken B0 Methanolfabrieken: B1 - p.c. < 100.000 t/j 0 Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synth.) 0 Landbouwchemicaliënfabrieken 0 Farmaceutische grondstoffenfabrieken: 0 Farmaceutische produktenfabrieken 1 - formulering en afvullen geneesmiddelen 2 - verbandmiddelenfabrieken 0 Lijm- en plakmiddelenfabrieken 1 - zonder dierlijke grondstoffen Fotochemische produktenfabrieken A Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken B Overige chemische produktenfabrieken n.e.g

VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN Vervaardiging van pulp Papier- en kartonfabrieken: - p.c. < 3 t/u - p.c. 3 - 15 t/u Papier- en kartonwarenfabrieken Golfkartonfabrieken: - p.c. < 3 t/u - p.c. >= 3 t/u

200

4.1

3 G

2

50 100 30

30 50 C 50 200 C Z 30 100 C

30 R 50 R 30 R

50 200 100

3.1 4.1 3.2

1 G 2 G 2 G

2 2 2

30 50

30 100 C 30 200 C Z

30 R 30 R

100 200

3.2 4.1

2 G 2 G

2 2

30 30 10 0 30 30 30 0

0 100 C 0 100 0 30 0 10 0 30 0 10 0 30 0 10

10 10 0 0 0 10 10 0

100 100 30 10 30 30 30 D 10

3.2 3.2 2 1 2 2 2 1

3 G 3 G 1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G

2 2 1 1 1 1 1 1

B B B

L

200

0 200 C

200 R

200 D

4.1

3 G

3

B

100

0 200 C

100 R

200

4.1

2 G

2

B

50 10

10 10

50 30

50 R 10

50 30

3.1 2

2 G 2 G

1 1

B

L

100 50 50 200

10 100 10 100 10 50 30 100 C

50 50 R 50 R 200 R

100 100 50 200 D

3.2 3.2 3.1 4.1

3 G 3 G 3 G 2 G

2 2 2 2

B B B B

L L

VISUEEL

50 R

VERKEER

200 100 200 C

GEVAAR

LUCHT

21 2111 2112 2112 2112 212 2121.2 2121.2 2121.2 22

Tabel 1_4-1

BODEM

-

0 1 2

CATEGORIE

17

INDICES

GROOTSTE AFSTAND

21

GELUID

-

GEUR

-

AFSTANDEN IN METERS

STOF

SBI-2008

nummer

SBI-1993

-

B B

L

L

3

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

VISUEEL

BODEM

VERKEER

CATEGORIE

30 50 R 50 R

50 200 100 D

3.1 4.1 3.2

1 G 2 G 1 G

1 2 2

B

200

50 100

100 R

200

4.1

2 G

2

50

30

30

50

3.1

2 G

1

30 30 100 10 10 30 30 50 100 30 200 200 50 200 200

30 10 30 30 100 R

100 30 100 200 200

3.2 2 3.2 4.1 4.1

1 G 1 G 2 G 2 G 2 G

1 1 2 2 2

30 200 200 10 100 200 10 50 100 50 50 100

30 R 30 30 30

200 200 100 100

4.1 4.1 3.2 3.2

2 G 2 G 2 G 2 G

2 2 2 2

10

50 100

10

100

3.2

3 G

2

10

50 100

50 R

100

3.2

2 G

2

1 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m²

10

30 100

0

100 D

3.2

1 G

2

2 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² Slijp- en polijstmiddelen fabrieken A0 Bitumineuze materialenfabrieken B0 Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol) B2 - overige isolatiematerialen C Minerale produktenfabrieken n.e.g D0 Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur - VERVAARDIGING VAN METALEN 0 Ruwijzer- en staalfabrieken: 0 IJzeren- en stalenbuizenfabrieken Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en 0 profielzetterijen: A0 Non-ferro-metaalfabrieken: B0 Non-ferro-metaalwalserijen, -trekkerijen e.d. 0 IJzer- en staalgieterijen/ -smelterijen 0 Non-ferro-metaalgieterijen/ -smelterijen

10 10

30 30

0 10

50 50 D

3.1 3.1

1 G 1 G

1 2

50 50 30

200 100 D 200

4.1 3.2 4.1

2 G 2 G 3 G

2 2 2

25 2512 2512 2512 2513 252 252

22 221102 221102 221102 2219 222 222

252 26

222 23

26 261 261 262, 263 262, 263 264 264 2651 2652 2653 2653 2661.1 2661.2 2662 2663, 2664 2663, 2664

23 231 231 232, 234 232, 234 233 233 2351 235201 235202 235202 23611 23612 2362 2363, 2364 2363, 2364

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11609859/1