3.7-Bijlage 4 Werkprogramma OMWB
Tekst van het document
Werk programma 2023 Gemeente Baarle-Nassau
omwb.nl
OMWB WERKPROGRAMMA 2023 Gemeente Baarle-Nassau November 2022
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ................................................................................................................... 3
2.
Uitwerking thema’s en activiteiten 2023 ....................................................................... 4 2.1
Omgevingswet ................................................................................................... 4
2.2
Overdracht bodem taken ..................................................................................... 5
2.3
Energie ............................................................................................................. 6
2.4
Van Goed naar Beter .......................................................................................... 8
2.5
Overige Aandachtsgebieden in 2023 ..................................................................... 9
2.6
Branches in toezicht 2023 .................................................................................. 11
3.
Werkprogramma 2023 .............................................................................................. 13 3.1
Inleiding........................................................................................................... 13
3.2
Programma 1 .................................................................................................... 13
3.3
Programma 2 .................................................................................................... 15
3.4
Programma 3 .................................................................................................... 16
3.5
Totaaloverzicht ................................................................................................. 16
Bijlage 1
Branches in toezicht 2023............................................................................ 17
2
1.
Inleiding
Voor u ligt het werkprogramma (WP) 2023 van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) voor uw gemeente. Het jaar 2023 is een bijzonder jaar, aangezien we samen op weg gaan naar de invoering van de Omgevingswet (Ow) per (naar verwachting) 1 juli 2023. Het is nog niet duidelijk hoe de nieuwe wet exact aangrijpt op alle producten en diensten in ons werkprogramma. Samen met uw ambtelijk vertegenwoordigers hebben wij de afgelopen periode gewerkt aan dit Werkprogramma voor 2023. Mogelijk gaan landelijke ontwikkelingen rondom Stikstof nog leiden tot aanpassingen in het werk-programma. Wij zullen u hierover tijdig informeren.
3
2.
Uitwerking thema’s en activiteiten 2023
2.1
Omgevingswet
De Eerst kamer is in oktober 2022 geïnformeerd over de stand van zaken over de Omgevingswet. Mede op basis van het rapport wat ingaat op de werking van DSO heeft Hugo de Jonge uiteindelijk de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2023 ingetrokken. De nieuwe voorgestelde datum is 1 juli 2023. Deze datum is alleen haalbaar indien de Tweede en Eerste kamer instemmen. De Omgevingswet betekent een algehele stelselherziening voor de wet- en regelgeving die gaat over de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving. De herziening heeft impact op de manier van werken, de cultuur, de juridische basis en het technisch instrumentarium. Door de decentralisatie, de sturing op samenhang en de nieuwe instrumenten, vinden er verschuivingen plaats tussen organisaties. De wet beoogt het vergroten van de inzichtelijkheid en het gebruikersgemak, het versnellen van de besluitvorming, meer lokale afwegingsruimte en een samenhangende benadering. Ook het innen van milieuleges is weer mogelijk na de inwerkingtreding van de nieuwe wet, dit is aan u om dit, indien gewenst, in te regelen. De Omgevingswet is bedoeld om tot een integrale manier van (samen)werken en afwegen te komen. Samen met ketenpartners (waaronder Waterschappen, GGD en Veiligheidsregio) beschikt de OMWB over veel informatie.
Die informatie komt uit het VTH-takenpakket (vergunningverlening, toezicht en handhaving) en zetten we in bij de uitvoering daarvan. Dit kan zeer waardevol zijn bij het adviseren over de omgevingsvisie, -programma en -plan. De OMWB gaat ook in 2023 in nauwe samenwerking met haar deelnemers en ketenpartners door met de implementatie van de Omgevingswet en de verdere uitwerkingen. Binnen de regio zijn diverse projecten opgestart om te voorkomen dat iedereen ‘zelf het wiel uit moet vinden’. Ze zorgen voor verbinding en hopelijk tot meer uniformiteit. Na inwerkingtreding zal de OMWB zich ook als kennispartner blijven inzetten bij de verdere doorontwikkeling van werkprocessen en kerninstrumenten. Het DSO zal zeker in de beginjaren nog aan veranderingen onderhevig zijn. Verder moet ook over de financiën de nodige discussie gevoerd worden. Steeds meer taken gaan over naar de gemeenten en omgevingsdiensten zonder dat de financiën concreet door het Rijk zijn ingevuld. In algemene zin zijn de initiële kosten voor de implementatie hoger dan verwacht en landelijk wordt gesproken van een structurele stijging van de kosten met 10%. Daarnaast verwacht de OMWB een toename van het aantal milieuaanvragen net voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit heeft te maken met twee factoren: aanvragers willen weten waar men aan toe is en het uitsparen van de milieuleges.
Ondanks het feit dat de OMWB samen met eigenaren en ketenpartners zich zo goed als mogelijk gaat voorbereiden op de komst van de Omgevingswet kan niet worden uitgesloten dat we samen in 2023 aanlopen tegen onvoorziene omstandigheden en verminderde efficiëntie. Uitgangspunten voor onze samenwerking: • Het huidige basistakenpakket en de mandatering blijven ongewijzigd. • De OMWB wordt voor de basistaken standaard als behandeldienst ingesteld. • Als één milieubelastende activiteit (MBA) binnen een bedrijf een basistaak is, wordt het gehele bedrijf als een basistaak gezien. • MBA’s die uitsluitend vallen onder de bruidsschat (geen functionele ondersteunende activiteit) worden gezien als verzoektaak. In het WP 2023 is geen rekening gehouden met de onderstaande ‘extra’ taken. Op basis van de uitkomsten van verschillende regionale werkgroepen is hiervoor een budgetvoorstel worden gemaakt. Het budgetvoorstel kan betekenen dat de kosten van het werkprogramma zijn verhoogd, of dat het verrekend is binnen het bestaande budget (mede afhankelijk van de MBW norm).
4
In onderstaande tabel zijn deze extra taken weergegeven opgesplitst naar basistaken/verzoektaken en gerelateerd aan Omgevingswet (ja/nee).
Product Omzetten van inrichting naar MBA Advies Kerninstrumenten (Ovisie/Oplan) Aanpassen externe veiligheid (REV) ! Energietoezicht (extra budget vanuit Rijk) Intake- en omgevingstafel * Opstellen legesberekening $ Bodemtaken (bevoegd gezag gemeente/basistaak OMWB) gBes (basistaak) Natuurbescherming @ Extra opbouw data # !:
*: $:
@:
#:
Taak Ow gerelateerd basis verzoek ja nee x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x
x x x x
Het omzetten van data naar het Register Externe Veiligheid (REV )is een actie die inmiddels in gang is gezet en maakt op deze wijze geen deel uit van acties in kader van Omgevingswet. Overige aspecten van Externe Veiligheid (Ev )maken standaard onderdeel uit van de Ow. Mogelijk dat intake- en omgevingstafel wel apart in het WP worden opgenomen maar in het Vergunningverlening (VV )budget wordt verrekend. De OMWB maakt op basis van de legesverordening een berekening van de kosten en stuurt dit door naar de betreffende gemeente. Tevens wordt gemonitord of de uitvoeringskosten overeenkomen met de hoogte van de leges. De Wet natuurbescherming wordt opgenomen in de Omgevingswet. Deze taak ligt bij provincie en gemeenten. De overheden kunnen een deel van de uitvoerende taak bij de Omgevingsdienst ( OD) neerleggen. mogelijk dat data opbouw onderdeel kan uitmaken van programma Collectieve taken.
Voor het omzetten van Inrichtingen naar MBA is voorlopig een totaalpost opgenomen onder werkprogramma 1 (zie de tabel in paragraaf 3.2).
2.2
Overdracht bodem taken
Met de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 juli 2023 verschuift het bevoegd gezag voor bodem en ondergrond voor een groot deel van de provincies naar gemeenten. Gemeenten zijn dan primair beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Door deze overdracht komen alle (basis)taken voor de bodem(sanering) bij de gemeenten te liggen. Voor de grondwaterkwaliteit wordt/blijft de provincie bevoegd gezag. Dat betekent dat ook voor gemeenten die nu zelf nog bevoegd gezag voor grondwaterkwaliteit zijn (voor de OMWB zijn dat Tilburg en Breda), de grondwatertaken overgaan naar de provincie. Daarnaast blijven de provincie en de gemeenten Tilburg en Breda verantwoordelijk voor de locaties die onder het overgangsrecht van de Wet bodembescherming (Wbb) vallen. Dit zijn onder meer spoedlocaties en lopende saneringen. Het landelijke beleid voor bodembeheer blijft op hoofdlijnen hetzelfde. Het Rijk stelt afhankelijk van het bodemgebruik omgevingswaarden vast. Binnen deze waarden krijgen gemeenten wel bestuurlijke afwegingsruimte of bijvoorbeeld nog sanering nodig is (afhankelijk van het bodemgebruik), of wanneer een bodemonderzoek vereist is bij bouwen en bestemmen. De vertaling van deze afwegingsruimte dient in het Omgevingsplan plaats te vinden.
Samen met de provincie, een aantal gemeenten en de ODZOB en ODBN heeft de OMWB in oktober 2021 een transitiedocument opgesteld over de overdracht van de bodemtaken (Brabantbrede 5
projectgroep transitie bodemtaken naar Omgevingswet). In dit document worden de procesmatige en financiële gevolgen onderverdeeld naar basis- en verzoektaken die per regio en gemeente inzichtelijk worden gemaakt. De implementatie van het transitiedocument is nagenoeg voltooid, zodat elke dienst (en gemeente) gereed is voor de nieuwe taakuitvoering per 1 juli 2023. Gemeenten zullen vooralsnog geen gelabelde middelen van het Rijk ontvangen en moeten de uitvoering van de bodemtaken met eigen middelen financieren. Er zijn ook geen provinciale gelden beschikbaar voor de uitvoering van de gemeentelijke bodemtaken. Wij zullen u informeren bij nieuwe ontwikkelingen. Verder vragen wij uw aandacht voor de benodigde financiën voor het uitvoeren van de nieuwe bodemtaken (basistaken). Om enige houvast te kunnen geven, hebben we een inschatting (ordegrootte) gemaakt van de benodigde financiën (voor de basistaken) per gemeente. Deze schatting is in september 2021 toegelicht in een Ambtelijk Overleg Themabijeenkomst.
Bij de schatting van het benodigde budget voor de nieuwe bodemtaken is uitgegaan van: Het aantal meldingen voor vergelijkbare bodemtaken dat de afgelopen vier jaar per gemeente, in opdracht van de provincie, is afgehandeld; Het ‘Verantwoord uitvoeringsniveau’ van afhandeling en toezicht van de nieuwe bodemtaken, zoals uitgewerkt door de Brabantbrede projectgroep; Een percentage van 20% van het toezichtbudget voor de inzet van repressieve handhaving; Voorafgaand aan de definitieve schatting van de ureninzet zal met de gemeenten worden bekeken of er nieuwe grote bodemgerelateerde ontwikkelingen in de gemeente plaats zullen gaan vinden of de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. Dat zou aanleiding kunnen geven om de geschatte ureninzet bij te stellen. De uitvraag hiervoor heeft inmiddels plaatsgevonden. Deze werkwijze hanteert de OMWB al een aantal jaar bij het Besluit bodemkwaliteit. De definitieve schatting wordt als voorstel aan de gemeente voorgelegd voor het werkprogramma van het komende jaar. De gemaakte inschatting heeft enkel tot doel een beeld te schetsen van de hoogte van de benodigde bedragen gebaseerd op het huidige bodembudget en de in 2023 geldende uurtarieven. Hieraan kunnen vanzelfsprekend geen rechten ontleend worden.
Na 2023 willen wij de gemaakte inschatting evalueren aan de hand van de werkelijke aantallen van de MBA en zo komen tot een betere inschatting van de benodigde middelen. In dit werkprogramma is voorlopig een totaalbudget opgenomen voor de extra bodemtaken (basis en verzoek) in relatie tot de Omgevingswet. Dit budget zal op een later moment en afstemming met u worden verdeeld over de relevante taakvelden in het werkprogramma.
2.3
Energie
2.3.1
Inhoudelijke ontwikkelingen
Rond het thema energiebesparing bij bedrijven krijgen we te maken met een groot aantal wijzigingen. Deze hebben gevolgen voor de taakuitvoering door de OMWB en het werkprogramma. De meest relevante ontwikkelingen worden hieronder benoemd. Via de nieuwsbrief Energie informeren we periodiek over nieuwe ontwikkelingen en geven we aan wat deze betekenen voor de uitvoering en het werkprogramma. Extra geld voor energietoezicht en voortzetting programma Versterkte Uitvoering (VUE) Om het toezicht te intensiveren stelt het Rijk met ingang van 2022 extra budget beschikbaar voor vergroting van de capaciteit bij de omgevingsdiensten. Deze specifieke uitkering (SPUK) gaat rechtstreeks van het Rijk naar de omgevingsdiensten en is extra ten opzichte van de budgetten in de werkprogramma’s. Het Rijk benadrukt dat het niet de bedoeling is dat gemeenten en provincie hun bijdragen aan de omgevingsdiensten verminderen. Voor de OMWB gaat het om een bedrag van 4,5 6
miljoen euro voor de periode 2022 t/m 2026. Het bedrag zal volgens een nader te bepalen verdeelsleutel ten goede komen aan energietoezicht en -handhaving bij bedrijven die onder bevoegd gezag vallen van alle 25 gemeenten en provincie. De aanvraag van dit budget is door de OMWB ingediend. Het budget mag uitsluitend worden ingezet voor eigen vaste capaciteit bij omgevingsdiensten. Met de werving van extra toezichthouders is inmiddels gestart. Sinds 2020 maakt de OMWB namens de gemeenten gebruik van de regeling Versterkte Uitvoering Energiebesparing- en informatieplicht (VUE) van het Rijk. Dankzij deze regeling zet de OMWB ook in 2023 weer externe capaciteit in op energietoezicht. De VUE-regeling wordt eind 2023 beëindigd. Aangekondigde wetswijzigingen Op 1 juli 2023 treedt een aantal wetswijzigingen in werking die deels betrekking hebben op basistaken en deels op verzoektaken. De wijzigingen gaan ook door indien de Omgevingswet dan nog niet is/wordt ingevoerd. In dat geval wordt het Activiteitenbesluit aangepast. We noemen de belangrijkste. Energietoezicht in het Basistakenpakket Vanaf 2023 komt het toezicht op en de handhaving van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht volledig onder het basistakenpakket te vallen. Dit betekent dat gemeenten verplicht zijn om deze taak door omgevingsdiensten uit te laten voeren.
Dit geldt zowel voor het toezicht op de energiebesparende maatregelen, die straks onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) vallen, als voor de gebouwgebonden maatregelen die onder het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) vallen. Het toezicht op de energielabel C-verplichting voor kantoren die op 1 januari 2023 in werking treedt komt niet in het basistakenpakket en kan als verzoektaak in het werkprogramma worden opgenomen. Aanscherping energiebesparingsplicht De energiebesparingsplicht wordt verbeterd en verbreed. Naast energiebesparende maatregelen kunnen ook eigen hernieuwbare opwekmaatregelen, zoals zonnepanelen, verplicht worden opgelegd als zij binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend. Hierdoor worden de mogelijkheden om energiebesparing en duurzame energie te bevorderen bij bedrijven en instellingen door toezicht en handhaving verder versterkt. Vergroting van de doelgroep Een andere belangrijke wijziging is dat de doelgroep waarop de energiebesparings- en informatieplicht van toepassing is wordt uitgebreid. Vergunningplichtige bedrijven, waarbij energiebesparing nu in de vergunning geregeld kan worden, vallen vanaf 1 juli 2023 automatisch onder de algemene energiebesparingsplicht en informatieplicht. De OMWB zal bij deze bedrijven energiecontroles uitvoeren en controleren of aan de informatieplicht voldaan wordt.
Deze basistaak zal met het SPUKbudget worden uitgevoerd. De doelgroep, die onder de verplichting valt, wordt tevens uitgebreid met de zeer grote energiegebruikers, inclusief bedrijven die deelnemen aan het Europese systeem voor emissiehandel (EU-ETS). Ook deze bedrijven zijn vanaf 1 juli 2023 verplicht alle maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik met een terugverdientijd van vijf jaar of minder te treffen. Zij moeten tevens een vierjaarlijks energiebesparingsonderzoek indienen dat door de OMWB gebruikt wordt bij de uitvoering van toezicht. Zowel het beoordelen van deze rapporten als het ter plaatse controleren van deze bedrijven zorgt voor een uitbreiding van de toezichttaak. Het betreft een basistaak die zal worden gefinancierd uit het door het Rijk beschikbaar gestelde SPUK-budget. Nieuwe ronde informatieplicht met nieuwe erkende maatregelen Verder worden voor de nieuwe ronde van de informatieplicht (2023) de Erkende Maatregellijsten (EML) aangepast door het Rijk. Nu zijn er negentien bedrijfstak-specifieke EML’s. Na de actualisatie zullen de lijsten worden ingedeeld op gebouwen, processen en faciliteiten. Dit is nodig om aan te sluiten op de systematiek van de Omgevingswet. De EML’s zullen ook worden geactualiseerd op basis van recente energietarieven, nieuwe inzichten en de stand van de techniek.
Het toezicht op de naleving van de informatieplicht wordt uitgevoerd met VUE-capaciteit en met SPUK-budget.
7
Opleiding en training Zowel de komst van nieuwe toezichthouders als de invoering van nieuwe wetgeving zorgt voor de noodzaak om de kennis op juiste niveau te brengen en te houden. In 2023 zal daar veel aandacht aan worden besteed. Dit zal worden gefinancierd uit het door het Rijk beschikbaar gesteld SPUKbudget. 2.3.2
Wat betekent dit voor het WP 2023?
Energietoezicht in Programma 1 Uit het voorgaande blijkt dat de OMWB voor de uitvoering van toezicht op de energiebesparingsplicht en de informatieplicht in 2023 beschikt over drie financieringsbronnen: extra budget vanuit de SPUK-regeling; extra capaciteit vanuit de VUE-regeling; het budget uit het Werkprogramma 2023. Conform de eisen van de SPUK-regeling dient dit tenminste gelijk te zijn aan dat van 2022. Het budget voor Energie in Programma 1 (P1) is dus gelijk aan de geïndexeerde budgetten van 2022. Energiewerkzaamheden in Programma 2 Energielabel C-verplichting voor kantoren Deze verplichting treedt op 1 januari 2023 in werking. Kantoren die dan geen energielabel C hebben, mogen wettelijk niet meer worden gebruikt. Het Rijk adviseert gemeenten het toezicht en handhaving door de omgevingsdienst te laten uitvoeren. In 2022 hebben wij veel gemeenten ondersteund bij het informeren van kantoorgebruikers over deze regeling. In 2023 kunnen wij het toezicht en handhaving op een uniforme en efficiënte wijze uitvoeren voor alle gemeenten. Het budgetadvies voor P2 is een indicatie en is gebaseerd op onze data over het aantal kantoren per gemeente dat op 1 juli 2022 nog niet voldeed en betreft uitsluitend het uitvoeren van toezicht. Voor toezicht en handhaving op de energielabelplicht is landelijk tot 2030 circa € 12 miljoen beschikbaar voor gemeenten.
Jaarlijks wordt een deel daarvan uitgekeerd via het gemeentefonds. Regeling werkgebonden personenmobiliteit Begin 2024 moeten bedrijven met meer dan 100 medewerkers rapporteren over de CO 2-uitstoot van zakelijk verreden kilometers en woon-werkverkeer. In 2023 vloeien uit deze regeling nog geen werkzaamheden voort en is hiervoor geen budgetadvies opgenomen. In de loop van 2023 gaan we de deelnemers hier nader over informeren.
2.4
Van Goed naar Beter
De buitenwereld verwacht dat wij onszelf verbeteren – kijk maar naar de uitkomsten van bijvoorbeeld de Commissie Van Aartsen en naar de collegiale toetsen van ODNL – en ook zélf willen we blijven verbeteren. Het komende jaar werken we onder de paraplu van ‘van goed naar beter’ samen aan een organisatie die stuurt op resultaten, oog heeft voor zowel kwaliteit als effectiviteit in haar processen, haar interne bedrijfsvoering goed op orde heeft en beter (digitaal) samenwerkt met haar deelnemers. Een groot aantal collega’s heeft eind 2020 een aantal potentieelgebieden aangewezen waar we als OMWB kosten effectiever kunnen worden. Onder kosten effectiviteit verstaan we: hetzelfde of zelfs meer (kwantiteit of kwaliteit) bereiken tegen lagere kosten. Dit betekent bijvoorbeeld: • activiteiten slimmer doen, door anders te denken en te handelen • stoppen van activiteiten die geen of beperkte meerwaarde hebben • doorlopen van een handiger of efficiënter proces • zelfde producten met minder inspanningen verrichten 8
•
betere ondersteuning van systemen/tool/instrumenten/formats/gegevens
Dit levert volgens de werkgroepen een maximaal besparingspotentieel van 2,2 miljoen euro op. Ons bestuur heeft ons begin 2021 gevraagd aan de slag te gaan met de uitkomsten van dit onderzoek. Niet alleen om de besparingen in de begrotingen in te boeken, maar ook omdat deze ontwikkeling zal bijdragen aan de strategische koers van onze organisatie. In 2022 is het programma van start gegaan en heeft al een aantal mooie (inhoudelijke) resultaten opgeleverd. In 2023 zal de nadruk liggen op organisatie brede projecten, zoals de implementatie van een kwaliteitssysteem, het verminderen van de administratieve handelingen, verbeteren van de archivering en beter plannen van het werk.
2.5
Overige Aandachtsgebieden in 2023
2.5.1
Zeer zorgwekkende stoffen (ZSS)
Voor ZZS geldt een zogenaamde minimalisatieverplichting vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het doel van deze minimalisatieverplichting is om de ZZS uit de leefomgeving te weren of op een zo laag mogelijk niveau te brengen. Minimalisatieverplichting voor type C-bedrijven De minimalisatieverplichting is alleen van toepassing op de emissies van ZZS naar lucht van vergunningplichtige (type C) bedrijven. Voor de andere (type A en B) bedrijven is niet gekozen voor een minimalisatieverplichting. Wel gelden voor deze bedrijven de voorschriften uit hoofdstuk 3 en 4 van het Activiteitenbesluit. Deze hoofdstukken uit het Activiteitenbesluit bevatten echter niet altijd een oplossing. Ook bij deze typen bedrijven kunnen namelijk relevante emissies van ZZS vrijkomen. In dat geval bekijkt het bevoegd gezag van geval tot geval welke eisen en maatregelen nodig zijn. Zo kunnen de emissie-eisen uit artikel 2.5 Activiteitenbesluit milieubeheer gelden als er geen eisen staan opgenomen in hoofdstuk 3 en 4 van het Activiteitenbesluit. Maatwerkvoorschriften kunnen ook worden gesteld op basis van het zogenaamde zorgplichtartikel in het Activiteitenbesluit (artikel 2.1). Naast emissies naar de lucht kunnen er ook emissies van ZZS plaatsvinden naar het water en de bodem en kunnen ZZS in afvalstoffen terechtkomen.
Gezien de hiervoor genoemde gevaren voor het milieu en de gezondheid is het daarom ook belangrijk inzicht te krijgen in ZZS in water, bodem en afvalstromen. Waarbij het voor afvalstoffen tevens belangrijk is om te voorkomen dat ZZS opnieuw in de keten terecht komen, vanwege het circulair maken van de economie. Ten aanzien van voorgaande is er nog een andere groep stoffen die als potentiële ZZS worden aangeduid (afgekort (p)ZZS), hierbij bestaat het vermoeden dat ze als ZZS gecategoriseerd moeten worden maar er lopen dan nog nadere onderzoeken om dit te bevestigen. Het beleid van provincie Noord-Brabant is inmiddels om (p)ZZS te behandelen als ZZS. ZZS en (p)ZZS inventariseren met project Er zijn vanuit de Rijksoverheid ook verantwoordelijkheden toebedeeld aan gemeenten ten aanzien van ZZS voor de vergunningplichtige bedrijven. We stellen daarom voor om voor uw gemeente een branchegericht inventarisatieproject te starten bij de vergunningplichtige bedrijven ten aanzien van de aanwezigheid van ZZS en (p)ZZS en emissies hiervan. De inventarisatie begon met een eerste inschatting welke vergunningplichtige bedrijven relevant kunnen zijn om nader te bezien. De daadwerkelijke inventarisaties volgen daarna. Uit de eerste inschatting blijkt dat er 11 bedrijven die geinventariseerd dienen te worden. U heeft aangegeven geen budget in te brengen voor ZZS in 2023.
Deze bedrijven zullen dus in het werkprogramma van 2024/2025 opgenomen dienen te worden. Na afronding van het project ontvangt u een rapportage over het verloop van het project en een algemeen advies over de constateringen, met hierbij ook als bijlagen lijsten met de aanwezige ZZS en (p)ZZS per vergunningplichtig bedrijf binnen uw gemeente.
9
2.5.2
Toename inzet Strafrecht
Toename inzet strafrecht i.v.m. adequate toepassing Landelijke Handhaving Strategie (LHS). Een onderdeel van het taakveld ‘Repressieve handhaving’ is strafrecht. In het rapport ‘Om de leefomgeving, Omgevingsdiensten, Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur’ van de commissie-Van Aartsen zijn tien maatregelen genoemd om te komen tot een effectief, slagvaardig en toekomstbestendig stelsel. Eén van die maatregelen gaat over het onderdeel strafrecht. De maatregel is als volgt beschreven: “Meer prioriteit, capaciteit en inzet voor strafrechtelijke handhaving en vervolging”. De commissie vindt het wenselijk de capaciteit te vergroten voor opsporing, vervolging en berechting, zowel kwalitatief als kwantitatief. Naast de noodzakelijke verbetering bij de omgevingsdiensten adviseert de commissie ook om milieucriminaliteit (weer) een opsporingsprioriteit te maken. In het totale stelsel is dat een belangrijk element. De OMWB heeft reeds Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA’s) opgeleid en getraind in het herkennen en verwerken van signalen van milieucriminaliteit. Ook hebben we twee ondermijningscoördinatoren benoemd die op dit vlak als centraal meldpunt fungeren voor de medewerkers en nauw samenwerken met partners. De OMWB wil zich in 2023 verder gaan ontwikkelen in het oppakken van strafzaken door een doeltreffendere toepassing van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS)..
In 2023 wordt gekeken naar mogelijkheden voor het prioriteren van strafzaken met behulp van de LHS. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij de prioriteiten van de Regionale Informatie- en Expertise Centra en daarmee van het Landelijke Informatie- en Expertise Centrum zoals is opgenomen in het rapport van Van Aartsen. Door te kijken naar de prioritering van strafzaken wordt ook de aard en omvang van de milieuovertredingen inzichtelijk. Ook dat is één van de maatregelen die worden genoemd door de commissie-Van Aartsen. Door met prioriteringen te gaan werken, worden de zwaardere zaken zeker opgepakt. Het is mogelijk dat wat lichtere zaken daardoor niet behandeld worden of wat langer blijven liggen. Inmiddels zijn een aantal verbeterpunten (waaronder enkele vanuit het Goed naar Beter project) geïmplementeerd: Overdracht vanuit toezicht; Eerder (telefonisch) contact met de ondernemer; Het gebruik van factsheets; Het schrappen van de collegiale toets op de eindbrief van het repressief traject; Het schrappen van de collegiale toets bij overige producten. 2.5.3
Geluid in omgevingsvisie en omgevingsplan
In de omgevingsvisie wordt door de gemeente gedefinieerd wat zij verstaat onder een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. De uitgangspunten van de visie worden concreet gemaakt in het omgevingsplan. Doordat er in de Omgevingswet minder direct werkende landelijke regels gelden voor geluid, moeten geluidnormen opgenomen worden in het omgevingsplan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn hiervoor instructieregels opgenomen. Deze instructieregels geven gemeenten een behoorlijke bandbreedte. Om te kunnen bepalen wat voor het onderdeel geluid wordt verstaan onder een gezonde en veilige fysieke leefomgeving is het goed om eerst een beeld te hebben van het bestaande geluidklimaat binnen de gemeente. Een beeld van het bestaande geluidklimaat kan worden verkregen door het uitvoeren van geluidmetingen (doen van steekproeven door de hele gemeente) en/of het maken van een “geluidfoto”. Voor een “geluidfoto” worden berekeningen gemaakt van het geluid vanwege wegen, spoorwegen, industrieterreinen en windturbines. De rekenresultaten worden grafisch weergegeven op een kaart van het grondgebied van de gemeente.
10
2.6
Branches in toezicht 2023
Met de branche- en ketenaanpak wordt invulling gegeven aan het gemeenschappelijk uitvoeringskader (hierna: GUK) en tegelijkertijd ook aan de in het GUK geformuleerde uitgangspunten van informatiegestuurd en risicogericht werken. Door een goede analyse van risico’s en effecten van uitgevoerd werk kunnen de juiste inhoudelijke keuzes gemaakt worden voor de inzet van middelen en het te kiezen instrumentarium voor het vervolg. Deze aanpak zorgt er tevens voor dat we meer maatwerk kunnen leveren en de beleidscyclus gesloten kan worden. Brancheaanpak 2023 In het huidige GUK is een risicomatrix opgenomen waarin voor alle branches is bepaald of het een hoge, middel of lage risicobranche betreft. Een verdere verdieping van de risico’s vindt plaats in een brancheplan. Om overall informatiegestuurd en risicogericht te kunnen werken is het noodzakelijk dat voor een branche een brancheplan wordt opgesteld. Voor het opstellen van een brancheplan is een methodiek ontwikkeld in een cyclus met de stappen weten, kiezen, uitvoeren en evalueren (PDCA). Aan de voorkant wordt nagedacht over de problematiek binnen de branche, de verschillende doelgroepen en de te bereiken doelen. Een goede analyse en het gebruik van data kunnen tot nieuwe inzichten leiden waardoor instrumenten doelmatiger kunnen worden ingezet. Het doel is om per branche te bepalen wat de ideale mix van instrumenten is.
Dit kan veel breder zijn dan de integrale controle. Daarbij kun je denken aan een themacontrole, een zelfcontrole of self-assessment, administratief toezicht of een informatiebijeenkomst voor de branche. Bij de uitvoering van de VTH-werkzaamheden wordt deze data op een uniforme wijze geregistreerd, waarna de resultaten geanalyseerd kunnen worden. Bij een deel van de groep risicorelevante bedrijven wordt dit al toegepast door de uitvoering van het zogenaamde ‘Interventietoezicht’. Bij deze bedrijven wordt voorts gestuurd op een omslag van regelgericht naar risicogericht toezicht waarbij eigen verantwoordelijkheid, bewustwording bijbrengen en toetsen op de borging van de naleving centraal staan. Uiteindelijk is de kern dat op basis van verkregen data en inzichten (outcome) een vervolgaanpak verder ingevuld kan worden. Met de komst van de Omgevingswet en een nieuw GUK is ervoor gekozen om in 2023 door te gaan met de branche metaal-elektrobedrijven, en daar geen andere branches aan toe te voegen. De ervaringen die zijn opgedaan in 2021 en 2022 zullen, naar verwachting, de overstap naar toezicht onder de Omgevingswet enigszins vergemakkelijken. Voor 2023 worden de onderstaande branches opgepakt: • Risicorelevante bedrijven; (doorlopend) • Afval(beheer)bedrijven (doorlopend). • veehouderij - Informatie Gestuurd Werken (IGW).
(voorheen Intensivering Toezicht veehouderijen ITv) (doorlopend). • Vuurwerk (doorlopend). • Glastuinbouw (vervolg). • Metaal-elektro (vervolg). In 2023 gaat toezicht, buiten de doorlopende branches en glastuinbouw, enkel verder met de metaalelektro branche. Hiervan is reeds een groot gedeelte van de aanwezige bedrijven binnen de gemeenten al gecontroleerd in de voorgaande programmajaren. Hierdoor is het mogelijk dat een kleiner deel van het toezichtbudget nodig is om de nog resterende bedrijven te programmeren voor toezicht. Gebiedsgericht toezicht In het kader van het efficiëntieproject ‘Van Goed naar Beter’ heeft de OMWB onderzocht of het toezicht op voornamelijk de niet-basistaken efficiënter kan door vooral gebiedsgericht te programmeren en risicogericht toezicht te houden. De voordelen van gebiedsgericht programmeren zijn onder andere dat er minder reistijd nodig is voor controles en meer bezoeken onaangekondigd zullen plaatsvinden doordat de te bezoeken bedrijven dichterbij elkaar liggen.
11
Het risicogericht toezicht betekent dat we alleen nog toezicht zullen houden op die activiteiten die binnen de branches van de niet-basistaak bedrijven als hoogste risico (dit kan ook overlast zijn) zijn aangeduid. Door op deze manier het toezicht op de niet-basistaken uit te voeren hopen we meer bedrijven te kunnen controleren met dezelfde beschikbare middelen (budget/capaciteit). Wij gaan vooral de niet-basistaken zoveel mogelijk gebiedsgericht programmeren in de uitvoeringsprogramma’s. Wij werken dit samen met u uit in het uitvoeringsprogramma.
12
3.
Werkprogramma 2023
3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is de opdracht geformuleerd van uw gemeente aan de OMWB voor 2023. Dit betreft het verplichte basistakenpakket (Programma 1), de verzoektaken (Programma 2) en de collectieve taken (Programma 3).
3.2
Programma 1
In de onderstaande tabel vindt u de opbouw van de verschillende taakvelden van Programma 1. In de kolommen vindt u de MWB-norm (Midden-West-Brabant) 2023- en het afgesproken definitieve budget voor 2023.
Taakveld Vergunningverlening (basis) Toezicht grijs (basis) Hercontroles grijs (basis) Repressieve handhaving Bezwaar en Beroep Klachten en bedrijfsmeldingen NIG Asbest Asbest repressief Bodem BBK Bodem WBB GBES Ketengericht milieutoezicht Mobiel breken Energie Totaal Programma 1
MWB norm 2023
Inbreng 2023
€ 135.831 € 91.784 € 26.250 € 17.342 € 1.128 € 6.632 € 43.092 € 30.054
€ 132.831 € 91.784 € 25.700 € 20.577 € 3.000 € 7.500 € 48.097 € 30.054
€ 4.481
€ 5.260 € 2.726 € 1.500 € 7.536 € 1.021 € 4.800 € 334.289
€ 8.557
€ 322.059
Overdracht bodemtaken (Ow in werking 01-07-2023)
€ 5.452
Omzetten inrichting naar MBA
€ 26.782
In budget NIG – Bodem WBB opgenomen In budget vergunningverlening (basis) opgenomen
Vergunningverlening De OMWB blijft overeenkomstig de lopende afspraken de werkzaamheden voor vergunningverlening milieu uitvoeren voor zowel de basis- als niet-basistaken. In 2023 wordt geen vervolg gegeven aan de ZZS-inventarisatie bij vergunningplichtige bedrijven. Daarnaast maakt ook het gehele benodigde budget (€ 26.782) voor het omzetten van inrichtingen naar milieubelastende activiteit (MBA) onderdeel uit van dit taakveld. Op verzoek van de gemeente zal de OMWB de bouwcomponent van een meervoudige aanvraag meenemen tijdens de beoordeling. Het budget hiervoor is opgenomen binnen P1 taakveld vergunningverlening (basis).
13
Repressieve handhaving Met ingang van 2023 worden ook de repressieve zaken bij asbest, energie, totaalsloop en bouwen onder het taakveld Repressieve handhaving geboekt. NIG – asbest Naast de bekende werkzaamheden zoals beoordelen bedrijfsmatige sloopmeldingen, veldtoezicht, administratief toezicht, ketenmilieutoezicht en verzoektaken zijn er twee nieuwe producten aan het programma toegevoegd. Uit onze data blijkt dat het naleefpercentage van bedrijfsmatig gemelde asbestsaneringen een aantal jaar boven de 95% zit. Buiten de gemelde asbestverwijderingswerkzaamheden om, zien wij dat het naleefgedrag vele malen lager is (niet melden, wel doen) en aandacht behoeft om een effectieve bijdrage te leveren aan het terugdringen van het asbestprobleem. Daar willen we dus meer aandacht aan geven. De inspanningen daartoe nopen niet tot meer budget maar tot een verschuiving binnen het programma. We gaan wat minder toezicht uitvoeren op bedrijfsmatig gemelde saneringen en de ruimte die ontstaat wordt besteed aan: Vrije veldtoezichten: Per gemeente wordt er 4 keer per jaar, al dan niet samen met een toezichthouder van de betreffende gemeente, een controle uitgevoerd op niet-gemelde asbestverwijderingswerkzaamheden.
Niet Uitgevoerde Saneringen: Per gemeente wordt er een controle uitgevoerd op ingediende sloopmeldingen die zijn afgewezen, maar na een bepaalde periode nog geen nieuwe sloopmelding is ontvangen én een controle op ingediende sloopmeldingen waar na een bepaalde periode nog geen startmelding van de asbestverwijderingswerkzaamheden is ontvangen. Uit eerdere ervaringen in een pilot blijkt dat er in 15-20% van de gecontroleerde locaties sprake is van een overtreding. Naast deze nieuwe producten, merken wij op dat er regelmatige informatieverzoeken omtrent asbest binnenkomen. Dit varieert van het ondersteunen van particulieren om een sloopmelding via het Omgevingsloket in te dienen tot de melding van een mogelijk illegale asbestsanering. Dit gebeurt veelal telefonisch of per e-mail en betreffen zowel particulieren als bedrijven. Om deze reden breiden wij ons instrumentarium uit met een zogenaamde asbesttelefoon. Via een FAQ op onze website en een telefoonnummer kunnen particulieren en bedrijven hun informatie halen. De besteedde tijd wordt per gemeente op een opdracht onder 1.07.004 Verzoektaken geboekt. NIG -bodem Wbb Het onder dit taakveld opgenomen budget is bestemd voor de uitvoering van de taken na de overdracht van de bodemtaken door de Provincie op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.
De werkzaamheden voor de bodemtaken zijn formeel onderdeel van meerdere taakvelden (NIGBodem Wbb, Vergunningverlening Bodem en Water en Advies bodem). Bij de eerste termijnrapportage van 2023 komen wij met een nadere verdeling van dit budget naar deze verschillende taakvelden.
14
3.3
Programma 2
In onderstaande tabel vindt u de opbouw van de verschillende taakvelden van programma 2. De basis voor programma 2 is uw geïndexeerde inbreng van 2022.
Taakveld Vergunningverlening (niet basis) Vergunningverlening bodem en grondwater Vergunningverlening totaalsloop Vergunningverlening water Toezicht (niet basis) Toezicht grijs (niet basis) Hercontrole (niet-basis) Toezicht totaalsloop Toezicht bouwen Toezicht water NIG-taken (niet basis) Asbest Advies Advies beleid leefomgeving Advies ruimtelijke ordening Advies bodem Advies water(kwaliteit) Advies geluid en trillingen Sanering verkeerslawaai Advies luchtkwaliteit en geur Advies licht en elektromagnetische straling Advies externe veiligheid Advies asbest Advies energie en duurzaamheid Advies gezondheid Ondersteuning opdrachtgever Ondersteuning opdrachtgever informatieverstrekking en gegevensbeheer Informatieverstrekking Bodeminfo verstrekken aan derden Gegevensbeheer Beheer REV BIS Invoer bodemrapporten Overige (NSL monitoring) Totaal P2
Inbreng 2023
€ 2.500 € 5.100
€ 10.000 € 2.000 € 1.700 € 3.000
€ 5.000 € 2.500 € 1.000 € 2.500 € 5.107 € 3.200 € 513 € 1.532
€ 7.060 € 446 € 655 € 4.959 € 1.000 € 52.712
Er wordt nadrukkelijk aangegeven dat het opnemen van budget niet inhoudt, dat de gemeente op de besteding van dat budget zal worden afgerekend. De afrekening zal plaatsvinden op basis van de werkelijke afname van producten en diensten. 15
Advies beleid leefomgeving De OMWB blijft zich samen met uw gemeente voorbereiden op de komst van de Omgevingswet. Op dit moment is nog niet bekend welke werkzaamheden ten laste van dit taakveld gaan vallen. Advies geluid en trillingen Het opgenomen budget is bestemd voor de werkzaamheden van de OMWB voor het vaststellen van de basisgeluidemissie voor de gemeentelijke wegen. Geluidmetingen worden uitgevoerd indien uit klachten of toezicht blijkt dat opvolging voor het onderdeel geluid noodzakelijk is. Hier heeft dit programmaonderdeel dus een sterke link met programma 1 (onderdeel klachten en meldingen en onderdeel toezicht grijs), maar ook met het onderdeel toezicht grijs uit programma 2. Advies energie en duurzaamheid Uw gemeente heeft aangegeven dat de OMWB toezicht en handhaving van de energielabel-C verplichting voor kantoren uit mag voeren. Gegevensbeheer – monitoring Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Inmiddels is bekend geworden (bron: Infomil-Rijkswaterstaat) dat door het uitstellen van de ingangsdatum van de Omgevingswet in 2023 toch nog een monitoringsronde NSL moet worden uitgevoerd en aangeleverd.
3.4
Programma 3
Het budget voor de uitvoering van de collectieve taken (programma 3) bestaat voor 2023 uit drie onderdelen, die op verschillende wijzen door de deelnemers worden gefinancierd, te weten: a. ‘Traditionele’ collectieve taken op basis van een bij de oprichting van de OMWB in 2013 afgesproken verdeelsleutel; b. Een voor alle deelnemers (met uitzondering van de provincie) gelijke bijdrage voor het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van het project Samen Sterk in Brabant (SSiB); c. Een bijdrage voor het beheer van het Inrichtingenbestand op basis van het aantal inrichtingen. Het inhoudelijke programma inclusief financiële verdeling over de diverse onderwerpen wordt in het 4e kwartaal van 2022 vastgesteld.
Collectieve taken
Inbreng 2023
Vast gedeelte SSIB IB beheer Totaal
3.5
€ 20.281 € 10.000 € 4.599 € 34.880
Totaaloverzicht Totaaloverzicht Programma 1 Programma 2 Programma 3 Totaal Overdracht bodemtaken (Ow in werking 01-07-2023) omzetten inrichting naar MBA
Inbreng 2023 € 334.289 € 52.712 € 34.880 € 421.881 Inclusief: € 2.726 € 26.782 16
Bijlage 1
Branches in toezicht 2023
Risico Relevante Bedrijven Risico Relevante Bedrijven (RRB) hebben opslag van gevaarlijke stoffen of zijn vanwege omvang of aard risicorelevant en hebben daardoor risico’s voor de leefomgeving. Deze categorie van bedrijven vallen niet onder de systematiek en de wetgeving van het Brzo en zijn dan ook niet verplicht tot het opstellen van een veiligheidsbeheerssysteem. Hierdoor vervalt ook de wettelijke verplichting tot het systematisch identificeren van risico’s en gevaren. In Noord-Brabant zijn in totaal circa 245 bedrijven geïdentificeerd als RRB, waarvan circa 125 in het werkgebied van de OMWB. Van deze 125 bedrijven vallen ongeveer 90 onder het gemeentelijk bevoegd gezag en 35 bedrijven onder het provinciaal bevoegd gezag. Deze selectiemethodiek wordt dit jaar met de gezamenlijke overheden geëvalueerd. Momenteel wordt bij 40 van de 125 RRB de methodiek Interventietoezicht ingezet. Dit betreft zowel gemeentelijke als provinciale bedrijven. Op basis van een in 2021 gehouden analyse ‘Risicorelevante bedrijven 2019-2020' is besloten om op basis van een groeimodel een 20-tal bedrijven toe te voegen aan het gemeentelijk en provinciaal werkprogramma 2022. Deze bedrijven zullen eveneens volgens deze methodiek gecontroleerd worden. Dit betekent dat binnen het gemeentelijke Werkprogramma 2022; 32 bedrijven volgens de methodiek Interventietoezicht gecontroleerd zullen worden (en ca.
20 provinciale bedrijven). Het aandeel interventietoezicht zal stapsgewijs toenemen. Bij alle overige gemeentelijke RRB (58) wordt op basis van een risicogerichte benadering, invulling gegeven aan het toezicht. Dit kan betekenen dat een bedrijf regulier aangekondigd, onaangekondigde of op basis van een aspect controle bezocht wordt. Voor alle controles geldt dat op basis van thema’s of speerpunten aspecten van de omgevingsvergunning of het Activiteitenbesluit worden gecontroleerd. Hercontroles, beoordeling ingekomen rapportages en de afhandeling en opvolging van ongewone voorvallen worden binnen de reguliere gemaakte afspraken uitgevoerd en afgehandeld. Afval(beheer)bedrijven In 2023 pakken we de branche wederom op informatie- en risicogestuurde wijze aan met een mix van instrumenten zoals het actief informeren over keuringsdatums die verstrijken, het uitvoeren van digitaal toezicht, fysiek toezicht en eventueel door het uitvoeren flitscontroles. Fysieke controles: In 2023 zullen we in ieder geval de achterblijvers fysiek controleren. Bij deze bedrijven is de laatste jaren geconstateerd dat ze een slecht naleefgedrag hebben, deze bedrijven worden op bedrijfsspecifieke aspecten gecontroleerd.
Overall geldt dat we de bedrijven uit eenzelfde branche die zowel onder provinciaal bevoegd gezag als onder gemeentelijk bevoegd gezag vallen zoveel als mogelijk op dezelfde wijze controleren, hierbij gaat het onder andere om: Metaalrecycling en schrootbedrijven Composteringen Milieustraten Sorteerinrichtingen Op- en overslagbedrijven Grondverwerkers/handelaren in grond De algemene indruk onder toezichthouders in de afvalbranche is dat er nog veel winst te behalen valt bij bedrijven die zich bezighouden met de opslag van partijen grond. Deze hele keten is tot nog toe onvoldoende in beeld. Het betreft hier bedrijven uit de hele keten, waarbij onder andere gedacht kan worden aan: overheden die grond verplaatsen 17
aannemers, die iets met grond doen grondbanken loonwerkers agrariërs die grond verplaatsen grondverzetbedrijven Momenteel loopt er een project ‘freeriders’ waaruit bedrijven kunnen komen die diepgaander gecontroleerd moeten worden. In 2023 zullen deze bedrijven door een bodem- en een milieutoezichthouder gezamenlijk bezocht worden om een diepgaande controle op het aspect bodem uit te voeren. Voorstel 2023: Fysieke controles van alle achterblijvers op bedrijfsspecifieke aandachtspunten. Het bedrijvenoverzicht wordt gemaakt op basis van naleefgedrag uit het verleden. Het bezoeken van bedrijven die actief zijn in de grondketen, zoals eerder in dit plan genoemd, deze kunnen door de gemeente worden ingebracht. In kaart brengen van afvalinzamelaars die nog niet bij ons in beeld zijn. Dit kan gaan om particulieren die afval inzamelen, bijvoorbeeld het ophalen van witgoed via marktplaats. Illegaal demonteren van auto’s en grootschalig verhandelen van onderdelen. De vraag aan gemeenten is of zij kennis hebben van locaties waar dit gebeurt. Deze locaties kunnen dan door de gemeentes worden ingebracht. Administratief onderzoek in Amice op basis van ontdoener. Wie geeft veel van hetzelfde afval af, is dat logisch te verklaren gezien de bedrijfsactiviteiten, kunnen we op deze manier illegale afvalverwerkers opsporen? Als richtlijn adviseren wij hetzelfde aantal uren als 2022 aan te houden.
De individueel te controleren bedrijven zullen worden geselecteerd aan de hand van hun naleefgedrag, de risicoprioritering en branche specifieke actualiteiten. Daarnaast wordt de gemeenten gevraagd om bij hun bekende illegale bedrijven in de afvalketen en bij hun bekende bedrijven in de grondketen in te brengen. IGW veehouderij Informatie Gestuurd Werken, ofwel IGW, is deze opvolging. Binnen IGW zijn de adviezen komende uit de follow-up ITv verwerkt en een plaats gegeven. Het was een project dat veel heeft opgeleverd, maar ook in van de eerste in zijn soort (het op grote schaal verzamelen van data). Juist mede hierom zien wij nu veel ruimte voor verbetering. IGW is een project dat is opgesplitst in 6 separate deelsporen, die allemaal met elkaar samenhangen. Je kunt geen IGW inrichten zodra je een van deze deelsporen overslaat. Zie onderstaande afbeelding voor een totaal overzicht van de verschillende deelsporen.
18
IGW veehouderij is in 2022 ontwikkelt en wordt per 2023 volledig ingezet voor zowel gemeenten als provincie. De reeds in gebruik zijnde data-verzamelingstool (DC) is voorzien van nieuwe informatievragen voor de toezichthouders, die zij tijdens diens toezicht invullen. Een nieuwe rapportagetool, ter vervanging van de ITv-portal, is in ontwikkeling en bijna gereed (wordt opgebouwd in Power-BI), er is een verkenning uitgevoerd onder verschillende gemeenten- en de provincie voor beleidsvragen, de data-infrastructuur is herzien en er zijn procesafspraken gemaakt om de datakwaliteit (beter) te borgen. Concreet zal IGW de volgende nieuwe producten opleveren: nieuwe DC met nieuwe vragen op zowel output- als outcome. Dit betreft dataverzameling nieuwe rapportagetool in Power-BI die ter beschikking zal worden gesteld aan de opdrachtgevers (ontsluiting van de verzamelde data) verbeterde manier van risicoprioritering met gebruik van ontwikkelde methodiek IGW is alleen nooit echt af. Elk jaar zal dit moeten worden herijkt, om te bezien of het aanscherping behoeft (zijn er nieuwe ontwikkelingen die leiden tot een nieuwe informatiebehoefte waar wij onze vraagstelling op hebben aan te passen?). Zo zal 2023 ook gebruikt worden om de ‘methodiek voor risicogericht prioriteren’ verder te verfijnen.
Hetgeen nu toe gekomen is een 1 e set risico-indicatoren, verwerkt in een nog vrij ‘basaal’ Excel-bestand. Dit werkt prima, maar je wilt uiteindelijk toe naar een geautomatiseerd programma die 1 op 1 samenwerkt met de VKT, daar is tijd voor nodig (en inzet). Ook willen wij de indicatoren uitbreiden met receptoren, die zijn er nu nog niet in verwerkt. De methodiek willen wij dan ook jaarlijks herzien, om onszelf er zo van te verzekeren dat wij op de juiste zaken prioriteren. Klopt er iets niet? Dan herzien wij de methodiek en passen deze aan. Missen wij zaken? Dan vullen wij hem aan. Is de kans op ‘fuikvorming’ te groot? Dan zorgen wij voor meer balans, etc. Vuurwerk De omgevingsdiensten zijn landelijk belast met toezicht op de (legale) verkoop- en opslag punten van consumentenvuurwerk. Deze activiteit valt onder het basistakenpakket echter bij de OMWB is deze activiteit destijds met de ontwikkeling van de MWB-norm niet zodanig aangemerkt. Hierdoor komt dit ten laste van het niet basistakenpakket en kan er op budget gebied nog wel eens verdringing ontstaan. De OMWB pakt deze taak wel projectmatig aan. De OMWB stelt voor 2023 dan ook voor om de budgetten bedoelt voor het toezicht op de vuurwerk verkoop- en opslag punten definitief te reserveren in het werk- en toezichtprogramma 2023 zodat verdringen later in het jaar wordt voorkomen.
In de vuurwerkbranche speelt de laatste jaren veel, waaronder verbod op knalvuurwerk, mogelijk een algeheel verbod voor bepaalde gemeenten en 2 jaar geen verkoop van vuurwerk vanwege corona gerelateerde maatregelen. De OMWB controleert jaarlijks een deel van deze locaties en hierbij maken we sinds enkele jaren gebruik van digitale checklisten. Door het digitaal uitlezen van deze checklisten kunnen we betere doelgroep en naleefanalyses maken en daar onze interventies op afstemmen. Zeker gezien er nu al 2 jaar geen ‘normaal’ toezicht uitgevoerd kon worden is het opnieuw uitvoeren van dit toezicht voor 2023 van extra belang. De risicobepaling van eerdere jaren gebruiken we als input voor het aandachtsgebied voor het volgend jaar. Zo worden verkooppunten waar we meerdere jaren achtereenvolgens geen overtredingen constateren ‘beloond’ met minder intensieve controles. Dit doen we doormiddel van een administratieve voorcontrole in plaats van een fysieke voorcontrole. Zo werken we nu al enkele jaren en we krijgen van ondernemers terug dat zij dit als positief ervaren. Ondanks een goede naleving van de voorschriften, blijft het zo dat we bij enkele verkooppunten toch een fysieke voorcontrole adviseren. We stellen dan ook voor om voor 2023 vervolg te geven aan de ingezette toezichtstrategie.
De fysieke voor- en verkoopcontroles bij de adressen waar we overtredingen constateren en de minder intensieve administratieve voorcontroles en fysieke verkoopcontroles bij de verkooppunten waar we geen overtredingen constateren.
19
Glastuinbouw In 2021 en 2022 is gestart om de branche glastuinbouw branchegericht te controleren. Daarbij wordt op het gebied van lozing ook samengewerkt met Waterschap Brabantse Delta. In 2022 heeft de OMWB een nieuwe digitale checklist ontwikkeld en zijn de resultaten van de controles middels deze checklist verwerkt. Dit heeft de nodige info opgeleverd welke wordt gebruikt voor de inzet en uitvoering in 2023. Met de opgebouwde informatie uit de digitale checklisten van 2021 tot en met 2023 willen we op basis van een nog uit te voeren naleefanalyse eind 2023 de risicogerichte aanpak verder bepalen. Voor 2023 hebben de overige waterschappen in ons beheersgebied zijnde Aa en Maas, De Dommel en Rivierenland aangeven om vanaf 2023 ook te willen aanhaken bij de branchegerichte aanpak van glastuinbouw. Verder willen we voor 2023 ook inzetten op efficiëntie door te werken met een nieuwe opzet qua brief en rapportage. Metalektro Op basis van de risicomatrix in het GUK waren twee branches geselecteerd voor het toezichtsprogramma van 2021 en 2022. Namelijk de branches metalelektro en rubber&kunststof. Het gaat hierbij enkel om de gemeentelijke basistaakbedrijven. Een deel van de bedrijven in de branche heeft van de OMWB een ‘self-assessment’ moeten invullen.
Met deze opgehaalde informatie en de uitgevoerde toezichtscontroles, hebben wij een eerste stap vooruit gezet als het gaat om informatie gestuurd en risicogericht toezicht. Op basis van de resultaten zal eind 2022 een evaluatie hierover plaatsvinden. Tijdens deze evaluatie zullen de opgebouwde inzichten op basis van data-analyse over o.a. het naleefgedrag en de ‘self-assessment’ door de branche zelf, leiden tot een gerichte en afgewogen keuze van bedrijven en instrumenteninzet. Een deel van bedrijven in deze branches zijn in 2021 en 2022 nog niet gecontroleerd. Hierom willen wij 2023 doorgaan met deze branches en juist die bedrijven selecteren die in een eerder stadium nog niet aan bod zijn gekomen om zo het totaalbeeld voor de branche compleet te hebben voor risicogericht toezichthouden in de toekomst. Ook de Omgevingswet draagt bij in de keuze om in 2023 door te gaan met deze branches. In de voorgaande jaren is al veel data verzameld over de branches. Dit maakt het mogelijk eenvoudiger om met de branches onder wijzigende wetgeving te werken.
20