3.7 - Bijlage 1 - Intentieverklaring Kwaliteitsnet (land)bouwverkeer
Tekst van het document
[definitieve opmaak als alle details beschikbaar zijn]
Kwaliteitsnetwerk (Land)bouwverkeer Intentieverklaring realisatie en gebruik Regio West-Brabant In de Regio West Brabant zijn veel agrarische bedrijven gevestigd. De (land)bouwsector brengt veel (land)bouwverkeer met zich mee. Tractoren en mobiele machines maken gebruik van openbare wegen om zich te verplaatsen. Vanuit het oogpunt van Duurzaam Veilig en daarop gebaseerd beleid wordt op diverse (provinciale) wegen (land)bouwverkeer geweerd. Gevolg is dat zij gebruik maken van andere routes, in voorkomende gevallen dwars door woonkernen. Dat leidt op diverse plaatsen tot overlast bij bewoners en de overige verkeersdeelnemers, omdat de wegen hier vaak niet op zijn ingericht. Ook bestuurders van (land)bouwverkeer vinden deze routes ongewenst, maar hebben in praktijk geen alternatieven waardoor zij genoodzaakt zijn deze routes te nemen. Om te komen tot een oplossing heeft de Regio West-Brabant in nauw overleg met de wegbeheerders en de (land)bouwsector gewerkt aan het opstellen van een Kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer. Op dit faciliterend netwerk van wegen en verbindingen kan het doorgaande (land)bouwverkeer veilig worden afgewikkeld. Ook de veranderingen in de wetgeving rondom landbouwverkeer vormden aanleiding om samenwerking tussen de wegbeheerders en de (land)bouwsector te verstevigen.
Het gaat hierbij om de invoering van het T-rijbewijs, de kentekenplicht en de verhoging van de maximale snelheid. Daarnaast gaat de ontheffingsverlening voor brede landbouwvoertuigen centraal geregeld worden. Nu dient de aanvrager bij elke wegbeheerder een ontheffing te vragen. In de toekomst wordt de aanvraag gemandateerd bij de Rijksdienst Wegverkeer die een landelijke ontheffing verstrekt.
Doel van de intentieverklaring en het kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer Met de ondertekening van deze intentieverklaring willen partijen uitvoering geven aan het Kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer. Met het kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer willen de gezamenlijke partijen: • • • • • •
Een aaneengesloten netwerk bieden waarop het (land)bouwverkeer dat 40 km/u kan rijden zich zoveel mogelijk onbelemmerd kan afwikkelen; Samen ervaren en erkende knelpunten op de daartoe aangewezen wegen op termijn oplossen; Een oplossing bieden voor het op de juiste manier faciliteren van het doorgaande (land)bouwverkeer in de Regio West-Brabant; De verkeersonveiligheid in zijn algemeenheid en overlast voor de bewoners vanwege het (land)bouwverkeer in de bebouwde kommen verminderen; De bedrijfsvoering van de (land)bouwsector verbeteren; Het wederzijds begrip tussen de wegbeheerders en (land)bouwsector versterken.
1
Ondergetekenden: Cumela, gevestigd en kantoorhoudende te NIJKERK aan de Nijverheidsstraat 13, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door … ZLTO, gevestigd en kantoorhoudende te ‘S-HERTOGENBOSCH aan de Onderwijsboulevard 225 te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door … Gemeente Alphen-Chaam, gevestigd en kantoorhoudende te ALPHEN aan het Willibrordplein 1 te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Altena, gevestigd en kantoorhoudende te ALMKERK aan de Sportlaan 170 , te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Baarle-Nassau, gevestigd en kantoorhoudende te BAARLE-NASSAU aan Singel 1, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Bergen op Zoom, gevestigd en kantoorhoudende te BERGEN OP ZOOM aan de Jacob Obrechtlaan 4, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Breda,
gevestigd en kantoorhoudende te BREDA aan de Claudius Prinsenlaan 10, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Drimmelen, gevestigd en kantoorhoudende te MADE aan Park 1, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Etten-Leur, gevestigd en kantoorhoudende te ETTEN-LEUR aan de Roosendaalseweg 4, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Geertruidenberg, gevestigd en kantoorhoudende te RAAMSDONKSVEER aan de Vrijheidstraat 2 , te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Halderberge, gevestigd en kantoorhoudende te OUDENBOSCH aan de Parklaan 15 , te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Moerdijk, gevestigd en
kantoorhoudende te ZEVENBERGEN aan de Pastoor van Kessellaan 15, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, 2
Gemeente Oosterhout, gevestigd en kantoorhoudende te OOSTERHOUT NB aan Slotjesveld 1, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Roosendaal, gevestigd en kantoorhoudende te ROOSENDAAL aan het Stadserf 1, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Rucphen, gevestigd en kantoorhoudende te RUCPHEN aan de Binnentuin 1, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Steenbergen, gevestigd en kantoorhoudende te STEENBERGEN NB aan de Buiten de Veste 1, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Woensdrecht, gevestigd en kantoorhoudende te HOOGERHEIDE aan de Huijbergseweg 3, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Gemeente Zundert,
gevestigd en kantoorhoudende te ZUNDERT aan de Markt 1, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Burgemeester, ter uitvoering van het door Burgemeester en Wethouders op …2023 genomen besluit, Provincie Noord-Brabant, gevestigd en kantoorhoudende te ‘S-HERTOGENBOSCH aan de Brabantlaan 1, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door gedeputeerde S.J.A.H. Smeulders, bevoegd op grond van het mandaatbesluit van de Commissaris van de Koning, ter uitvoering van het door Gedeputeerde Staten op …2023 genomen besluit,
gezamenlijk genoemd “partijen”;
3
Overwegende dat Aanleiding tot opstellen intentieverklaring •
•
•
Dat de partijen in de Regio West-Brabant o gewerkt hebben aan het verbeteren van de verkeersveiligheid van het (land)bouwverkeer over de openbare wegen in de regio; o constateren dat door gezamenlijk op te trekken wederzijds begrip is ontstaan tussen de wegbeheerders en de (land)bouwsector over de keuzes en te nemen maatregelen; o gezamenlijk een netwerk hebben opgesteld om het doorgaande (land)bouwverkeer te faciliteren; o constateren dat het Kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer nog niet sluitend is vanwege het ontbreken van gewenste verbindingen o constateren dat er nog knelpunten bestaan op het Kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer. Dat (land)bouwverkeer o uit het oogpunt van Duurzaam Veilig en daarop gebaseerd beleid geweerd wordt op diverse (provinciale) wegen; o op de alternatieve routes tot overlast en verkeersonveilige situaties in woonkernen kunnen leiden; o gehinderd kan worden door fysieke beperkingen op de gefaciliteerde routes; o in voorkomende gevallen moet omrijden.
Dat de gemeenten en provincie Noord-Brabant o zorg moeten dragen voor verkeersveiligheid en doorstroming op de in haar eigendom zijnde wegen; o als wegbeheerder ieder voor hun eigen wegen eigen wettelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden hebben en op grond van vaste jurisprudentie een ruime beleidsvrijheid genieten bij het vaststellen van regels en beleid over de functie en inrichting van hun wegen; o in het kader van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid en het Brabants Verkeersveiligheidsplan (BVVP) met een risicogestuurde aanpak het netwerk schouwen; o beperkte financiële, ruimtelijke, juridische en ambtelijke middelen hebben om alle knelpunten op korte termijn op te lossen.
4
Komen als volgt overeen Partijen spannen zich in om gezamenlijk een aaneengesloten wegennetwerk te bieden binnen de regio West-Brabant om (land)bouwverkeer veilig, snel en zonder leefbaarheidsproblemen af te wikkelen.
Onder de volgende voorwaarden en bepalingen:
Artikel 1
Begripsbepalingen
Partijen hanteren de volgende begripsbepalingen: a. Bebouwde kom: bebouwde kom als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; b. (Land)bouwverkeer: : landbouwvoertuigen en bouwvoertuigen die gebruik maken van de openbare weg en behoren tot de voertuigcategorieën landbouw- of bosbouwtrekkers, mobiele machines, motorrijtuigen met beperkte snelheid en door deze voertuigen voortbewogen landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen; c. (Land)bouwsector: landbouwsector (akkerbouw-, veehouderij-, tuinbouw- en bosbouwbedrijven) en bouwsector (woningbouw, utiliteitsbouw, grond- weg- en waterbouw) en groenonderhoud; d. Een kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer is een aaneenschakeling van wegen waarop het doorgaande (land)bouwverkeer wordt gefaciliteerd en voorkeur geniet boven ander routes. Artikel 2
Doel intentieverklaring
1. Partijen spreken de ambitie uit om een Kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer te realiseren. 2. Het Kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer heeft tot doel de leefbaarheid en de verkeersveiligheid op de wegen van partijen te bevorderen en de samenwerking tussen partijen en gebruikers van voertuigen die vallen onder het begrip ‘(land)bouwverkeer’, vertegenwoordigd door Cumela en ZLTO, te verbeteren. Artikel 3
Inspanning partijen
Partijen spannen zich binnen hun juridische, ruimtelijke, personele en financiële mogelijkheden in om: 1. gezamenlijk een Kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer te realiseren conform bijlage 2, waarbij partijen ernaar streven dat het Kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer: a. op wegen buiten de bebouwde kom ligt, b. zoveel mogelijk gescheiden is van fietsverkeer, c. voldoet aan de richtlijnen zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze intentieverklaring, d. het gebruik van kwaliteitsnet (land)bouwverkeer, welke voldoet aan de richtlijnen, te verkiezen en stimuleren boven eventuele beschikbare kortere routes. 2. tijdens een door de partijen georganiseerd jaarlijks gezamenlijk overleg de voortgang van de realisatie van het Kwaliteitsnetwerk (Land)bouwverkeer te bespreken. 5
Artikel 4
Slotbepalingen
1. Met deze intentieverklaring worden uitdrukkelijk geen in rechte afdwingbare verplichtingen beoogd. 2. De intentieverklaring treedt in werking met ingang van dag van ondertekening en eindigt op [DATUM]. Indien voor deze datum deze intentieverklaring niet formeel wordt beëindigd, wordt de periode stilzwijgend verlengd met nogmaals vijf jaar en eindigt dan op [DATUM]. 3. Partijen kunnen ieder voor zich op ieder moment besluiten deelname aan deze intentieovereenkomst te beëindigen en delen dit schriftelijk mede aan partijen. 4. De intentieverklaring is van toepassing op het grondgebied van de gemeenten welke deel uitmaken van de Regio West-Brabant.
6
Aldus overeengekomen en ondertekend op … 2023 te ...
Ondertekening Deze intentieverklaring is overeengekomen en ondertekend te …. Op [DATUM]
De sector
Namens Cumela
Namens ZLTO
De wegbeheerders
Namens Gemeente Alphen-Chaam
Namens Gemeente Bergen op Zoom
Namens Gemeente Altena
Namens Gemeente Breda
Namens Gemeente Baarle-Nassau
Namens Gemeente Drimmelen
7
Namens Gemeente Etten-Leur
Namens Gemeente Roosendaal
Namens Gemeente Geertruidenberg
Namens Gemeente Rucphen
Namens Gemeente Halderberge
Namens Gemeente Steenbergen
Namens Gemeente Moerdijk
Namens Gemeente Woensdrecht
Namens Gemeente Oosterhout
Namens Gemeente Zundert
Namens Provincie Noord – Brabant
8
Bijlage 1: Richtlijnen Netwerkbenadering - type weg De richtlijnen voor het kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer Regio West-Brabant met betrekking tot de netwerkbenadering zijn de volgende: • • •
(Land)bouwverkeer dient zoveel als mogelijk op de hoogst beschikbare wegcategorie te worden afgewikkeld. Op stroomwegen (100/120/130 km/uur) worden (land)bouwvoertuigen niet toegelaten (wettelijk geregeld). Indien een gebiedsontsluitingsweg gesloten is of wordt gesloten, worden de volgende alternatieven stap voor stap bekeken: o Is een parallelvoorziening direct naast de rijbaan beschikbaar of inpasbaar? Conform de eisen uit Fysieke inrichting? Ook in relatie tot fietsnetwerk en schoolroutes. o Is een alternatieve route op een gebiedsontsluitingsweg beschikbaar (te maken) conform de eisen uit Fysieke inrichting? o Is een alternatieve route op een erftoegangsweg type 1 beschikbaar (te maken) conform de eisen uit Fysieke inrichting? o Kan de gebiedsontsluitingsweg worden opengesteld? Indien bovenstaande niet realiseerbaar is wordt overgegaan tot realisatie van een landbouwpad conform de eisen uit Fysieke inrichting.
Fysieke inrichting De richtlijnen voor het kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer Regio West-Brabant met betrekking tot fysieke inrichting zijn de volgende: Profiel van vrije ruimte: • Een regulier (land)bouwvoertuig is maximaal 3 meter breed. Een ontheffing kan worden verleend voor brede voertuigen van 3-3,5 meter. Bij het kwaliteitsnetwerk wordt uitgegaan van toelating van deze brede voertuigen. • De benodigde horizontale verkeersruimte voor een (land)bouwvoertuig is afhankelijk van de ontwerpsnelheid. Het profiel van vrije ruimte is 4,50 meter (breedte 3 meter + veiligheidsmarge +0,75m aan beide zijden), zie afbeelding 1. • Landbouwtrekkers, landbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken mogen maximaal 12,00 m lang zijn. Motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobile machines, die zijn ingericht voor het uitvoeren van in hoofdzaak andere werkzaamheden dan het vervoer van goederen of personen, mogen maximaal 20,00 m lang zijn. • De lengte van combinaties van (land)bouwvoertuigen is gemaximaliseerd op 18,75 meter (combinatie met aanhangwagen) en 20,75 meter voor een combinatie van motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine met aanhangwagen (indien de lading op de aanhangwagen een verwisselbaar uitrustingsstuk is, dan wel voor het gebruik van het zelfrijdende werktuig noodzakelijk is of indien de aanhangwagen onbeladen is).
9
•
•
Wettelijk gezien mogen (land)bouwvoertuigen maximaal 4 meter hoog zijn. Gelet op de verticale verkeersruimte ten behoeve van bewegingen tijdens het rijden is een additionele ruimte van minimaal 0,25 meter nodig, wat op een totale hoogte komt van 4,25 meter (CROW). Bij kruisingen en afwijkingen op de rechtstand dient rekening gehouden te worden met de rijcurve van het landbouwvoertuig zodat het voertuig veilig en obstakelvrij de manoeuvre kan maken.
Afbeelding 1 Benodigde verkeersruimte (land)bouwvoertuig (bron: CROW)
10
Minimale breedte van de weg: •
•
•
Om twee voertuigen elkaar te laten passeren is een minimale ruimte nodig van 5,50 meter. Dit is de totaal beschikbare breedte, niet de asfaltbreedte. In gebieden waar aantoonbaar veel voertuigen komen met een voertuigontheffing is het wenselijk de beschikbare breedte aan te houden van 6,00 meter. Conform Duurzaam Veilig heeft het combineren van (land)bouwverkeer met fietsverkeer de voorkeur boven de combinatie met overig gemotoriseerd verkeer. Het samenvoegen van deze verkeersstromen leidt echter tot een groot massaverschil zodat de fysieke ruimte daarop moet worden afgestemd. In de ideale situatie dient het (land)bouwverkeer afgewikkeld te worden op wegen met aparte fietsvoorzieningen. Dit zal in veel gevallen niet mogelijk zijn. In dat geval dienen aanvullende eisen gesteld te worden aan de minimale rijbaanbreedte. Voor de verhardingsbreedte worden de volgende maten aangehouden: Eenrichting fiets Twee richtingen fiets Geen fiets Parallelweg eenrichting lbv
4,50
5,50
3,50
Parallelweg tweerichting lbv
5,50
5,50
5,50
GOW (bubeko) ETW 1 •
•
niet van toepassing 5,50 - 6,00
5,50 - 6,00
4,50
Bij parallelwegen met tweerichtingen (land)bouwverkeer en bij smalle ETW1, dient tussen de 500 en 750 meter een verharde passeermogelijkheid te worden gerealiseerd. Deze passeermogelijkheid heeft een minimale lengte van 25 meter exclusief in- en uitrijhoeken. Ter plaatse van de passeermogelijkheden bedraagt de totale profielbreedte (verharding) minimaal 6 meter (CROW, HWO). Bij aanleg van wegversmallingen of sluitbanden aan weerszijden van de weg dient een breedte van 4,00 m (3,50 m breed over de banden en 0,25 m manoeuvreerruimte aan weerszijden van het voertuig) te worden aangehouden, wanneer er (land)bouwvoertuigen met een breedte van 3,50 m rijden. Sluitbanden dienen daarbij schuin te zijn om schade aan de banden van (land)bouwvoertuigen te voorkomen.
Wegconstructie: (Land)bouwverkeer mag wettelijk gezien een maximum gewicht hebben van 50 ton. De totale massa van motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines, die ingericht zijn voor het uitvoeren van werkzaamheden, is nu 60 ton. De verharding van de route moet hierop voorzien zijn. Dit geldt ook voor eventuele passeerhavens/-stroken. Passeerhavens: Bij ‘overgangssituaties’ (bijv. voor een tijdelijke situatie) of bij ‘maatwerk’ kunnen passeerhavens toegepast worden.
11
Kwalitatieve richtlijnen De kwalitatieve richtlijnen voor het kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer Regio West-Brabant zijn de volgende: Omrijdtijd: Conform de stappen beschreven onder de netwerkbenadering, dient de omrijdtijd voor (land)bouwverkeer zo minimaal mogelijk te zijn. We stellen de volgende omrijdfactor voor als uitgangspunt voor het bepalen van een al dan niet acceptabele omrijdafstand: Lengte gesloten wegvak Omrijdtijd < 1 km
Factor 1,5
1-10 km
Factor 1,3
>10 km
Factor 1,2
Bebouwd gebied: Alternatieven dienen zo veel mogelijk de bebouwde gebieden (bebouwde kom, buurtschap) te vermijden. Zodra een bebouwde kom/ buurtschap onvermijdelijk is, dient het (land)bouwverkeer binnen de bebouwde kom over de gebiedsontsluitingswegen afgewikkeld te worden. Afwikkeling van ‘doorgaand (land)bouwverkeer’ wordt (indien een gebiedsontsluitingsweg beschikbaar is) niet via 30 km zones afgewikkeld. School-thuisroutes: Mengen van (land)bouwverkeer met drukke school-thuisroutes moet zoveel mogelijk worden vermeden. Indien dit technisch niet mogelijk is, dient de verharde wegbreedte minimaal 5,5 meter te zijn. Kosten: Kosten voor aanleg dienen in overeenstemming te zijn met het doel waarvoor het dient. Daarvoor geldt dat alle maatregelen tegen realistische kosten gerealiseerd moeten kunnen worden. Indien bepaalde maatregelen aantoonbaar dermate kostenverhogend zijn om uitvoering conform de eisen aan te leggen, kan de wegbeheerder afwijken van de voorkeursoplossing.
12
Overige aspecten Gedrag: Om andere weggebruikers (zoals scholieren, fietsers, wandelaars, recreanten) bewust te maken van de risico's met betrekking tot (land)bouwverkeer en het verkrijgen van meer begrip, is het zinvol om campagnes en verkeerseducatie in te zetten. In Regio West-Brabant worden al campagnes ingezet tijdens o.a. de oogstperiode en wordt verkeerseducatie op scholen gegeven over (land)bouwverkeer. Gedragscampagnes zijn gebaat bij herkenbaarheid. Daarom inventariseren de ondertekenaars waar kansen en wensen liggen voor de diverse doelgroepen. Dit houdt in dat naast het gebruikmaken van bestaande aanpakken ook gestreefd wordt naar uitbreiding en opschaling binnen de regio. Hiervoor zijn de volgende mogelijkheden die op regelmatige basis ingezet dienen te worden: •
Veilig met (land)bouwverkeer (VOMOL): educatieprogramma voor basisschoolleerlingen om bewustzijn te creëren rondom het veilig omgaan met (land)bouwverkeer op de openbare weg, geïnitieerd door Cumela. Dit wordt gedaan in samenwerking met ervaren én toekomstige trekkerchauffeurs. Hiermee werkt het programma tweeledig: leerlingen leren veilig omgaan met (land)bouwvoertuigen en de chauffeurs leren hoe andere weggebruikers tegen hun machines aankijken én opkijken. Het programma bestaat uit een praktijkdag en e-learning.
Tijdelijke situaties: Het kan voorkomen dat er tijdelijk niet aan de richtlijnen voldaan kan worden, bijvoorbeeld tijdens werkzaamheden of wanneer er voor de lange termijn een oplossing is, maar tot die tijd nog niet. In overleg met elkaar (wegbeheerders en sector) dienen hiervoor (tijdelijke) maatwerkoplossingen te worden opgesteld.
13
Bijlage 2: Kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer Regio West-Brabant (wensnetwerk)
De kaart is digitaal te vinden in Ireport https://landbouwverkeerrwb.ireport.royalhaskoningdhv.com/ Indien de inlog binnen uw organisatie niet beschikbaar is, kunt u toegang per mail aanvragen bij Niels Bosch niels.bosch@rhdhv.com
14
Bijlage 3: Begrippenlijst Begrip Brabants Verkeers Veiligheids Plan
Duurzaam Veilig
Kwaliteitsnetwerk Landbouwverkeer
(Land)bouwverkeer
(Land)bouwsector
Maatregel Richtlijn Strategisch Plan Verkeersveiligheid Voorziening
Definitie Een gezamenlijk plan van de gemeenten, de provincie Noord-Brabant, Rijkswaterstaat, politie en Openbaar Ministerie om de verkeersveiligheid op de Brabantse wegen te vergroten Initiatief van de verschillende Nederlandse overheden om de verkeersveiligheid van het wegverkeer te vergroten. Een kwaliteitsnetwerk (land)bouwverkeer is een aaneenschakeling van wegen waarop het doorgaande (land)bouwverkeer wordt afgewikkeld. Herkomst en bestemming zijn via het routenet aan elkaar gekoppeld. Aangezien zowel herkomsten als bestemmingen diffuus zijn, worden alleen de doorgaande wegen opgenomen. Het gaat daarbij om een gesloten net zonder open eindes. Het faciliteert het doorgaande (land)bouwverkeer. Dit betekent niet dat andere wegen worden gesloten voor (land)bouwverkeer. Landbouwvoertuigen en bouwvoertuigen die gebruik maken van de openbare weg en behoren tot de voertuigcategorieën landbouw- of bosbouwtrekkers, mobiele machines, motorrijtuigen met beperkte snelheid en door deze voertuigen voortbewogen landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen en zijn onderdeel van de categorie langzaam verkeer zoals verwoord in het provinciaal beleid van Provincie Noord-Brabant.
Landbouwsector (akkerbouw-, veehouderij-, tuinbouwen bosbouwbedrijven) en bouwsector (woningbouw, utiliteitsbouw, grond- weg- en waterbouw) en groenonderhoud. Handeling of ingreep De eisen waaraan moet worden voldaan om het (land)bouwverkeer veilig en vlot te kunnen afwikkelen. Een gezamenlijke strategische visie op de aanpak van het verkeersveiligheidsbeleid van alle overheden. De uitgevoerde maatregel
15