3.6 - Bijlage 4 - bijlage bij toelichting ontwerpBP Dorpsstraat ong. achter nr. 29
Tekst van het document
•
Om de bouw te kunnen uitvoeren is personeel benodigd. Voor het initiatief zijn 3000 werkuren nodig om te bouwen. Het bouwproject heeft een looptijd van een jaar. Uitgegaan is dat elke werkkracht met één voertuig naar de planlocatie komt (worstcasescenario). Dit betekend dat in de bouwfase 730 voertuigen voor personeel gegenereerd worden. De uitgebreide berekening is te vinden in bijlage 3.
•
Het perceel is momenteel grasland waarop enkele dieren worden gehuisvest. Om hier een woning op te realiseren zijn mobiele werktuigen benodigd. Welke mobiele werktuigen benodigd zijn zal pas daadwerkelijk bekend zijn wanneer er meer details over de woning bekend zijn. Om toch een representatieve berekening te kunnen maken zijn voor de bouwfase 700 draaiuren van mobiele werktuigen doorgevoerd met een brandstofgebruik van 11 liter per draaiuur. Mobiele werktuigen die mogelijk gebruikt zullen moeten worden zijn; een kraan, een graafmachine, etc. De mobiele werktuigen zijn onderverdeeld in twee stage klassen.
•
Om de mobiele werktuigen op locatie te krijgen zijn 6 vrachtvoertuigbewegingen benodigd. Een gemiddelde vrijstaande traditionele woning heeft een oppervlakte van 260 m2. Gezien er op de locatie niets aanwezig is zal er grond af gegraven moeten worden. De werkzaamheden vallen onder bovengenoemde mobiele werktuigen. Voor de afvoer van de grond zijn 8 vrachtvoertuigbewegingen benodigd.
•
De planlocatie wordt ontsloten via de Dorpsstraat. Vanaf de Dorpsstraat wordt het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeleid.
3.2 Conclusie bouwfase Uit de stikstofdepositieberekening voor de bouwfase (bijlage 2) volgt dat er geen natuurgebieden (Nederlandse en buitenlandse natuurgebieden) zijn waarvoor de drempelwaarde van 0,00 mol/ha/jaar wordt overschreden. De nieuw te realiseren situatie zal geen effect hebben op de natuurgebieden in de omgeving.
Berekening stikstofdepositie 230260 | 01-11-2023
Pagina 6 van 8
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bijlagen Berekening stikstofdepositie 230260 | 01-11-2023
Pagina 7 van 8
III Schoenmakers III Ruimtelijke Ontwikkeling
1. Stikstofberekening gebruiksfase AERIUS calculator
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Schoenmakers Advies B.V. Dorpsstraat, 5113 TH Ulicoten 230260 Stikstofdepositieberekening t.b.v. bestemmingsplan Dorpsstraat ong achter nr 29
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RevYTwwzAkqV 01 november 2023, 13:41 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RevYTwwzAkqV (01 november 2023)
2023 -
4,6 g/j
0,1 kg/j
2/7
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
RevYTwwzAkqV (01 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
4,6 g/j
0,1 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RevYTwwzAkqV (01 november 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RevYTwwzAkqV (01 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
Naam
Coördinaat
8
Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen en heiden (25 km) Ronde Put (24 km)
6
Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen (18 km)
5
De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld (17 km)
7
Klein en Groot Schietveld (18 km)
2
Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout (6 km)
3
Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (8 km) Het Blak, Kievitsheide, Ekstergoor en nabijgelegen Kamsalamanderhabitats (13 km) Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop (5 km)
X:135954 Y:367610 X:136581 Y:369501 X:115829 Y:367843 X:101922 Y:382235 X:103140 Y:376318 X:120828 Y:379408 X:124522 Y:380354 X:114981 Y:372751 X:114867 Y:388065
9
4 1
RevYTwwzAkqV (01 november 2023)
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
6/7
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Verkeersgeneratie X:118483,09 Y:385302,67 126,91 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - - NO₂ 18,6 g/j Hoogte - - NH₃ 4,6 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
9,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RevYTwwzAkqV (01 november 2023)
7/7
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
2. Stikstofberekening bouwfase AERIUS calculator
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Schoenmakers Advies B.V. Dorpsstraat, 5113 TH Ulicoten 230260 Stikstofdepositieberekening t.b.v. bestemmingsplan Dorpsstraat ong naast nr 29
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rj4VpcxAUoox 01 november 2023, 13:58 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Bouwfase - Beoogd Bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Rj4VpcxAUoox (01 november 2023)
2023 -
59,6 g/j
144,2 kg/j
2/8
Projectberekening
Bouwfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 5 6
Anders... | Anders... | Stationair draaien vrachtvoertuigen Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
Rj4VpcxAUoox (01 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
3,1 kg/j 57,8 g/j 141,0 kg/j 1,9 g/j 59,9 g/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rj4VpcxAUoox (01 november 2023)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Rj4VpcxAUoox (01 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/8
Projectberekening
Per eigen rekenpunt
Naam
Coördinaat
8
Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen en heiden (25 km) Ronde Put (24 km)
6
Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen (18 km)
5
De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld (17 km)
7
Klein en Groot Schietveld (18 km)
2
Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout (6 km)
3
Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout (8 km) Het Blak, Kievitsheide, Ekstergoor en nabijgelegen Kamsalamanderhabitats (13 km) Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop (5 km)
X:135954 Y:367610 X:136581 Y:369501 X:115829 Y:367843 X:101922 Y:382235 X:103140 Y:376318 X:120828 Y:379408 X:124522 Y:380354 X:114981 Y:372751 X:114867 Y:388065
9
4 1
Rj4VpcxAUoox (01 november 2023)
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-
6/8
Projectberekening
Bouwfase, Rekenjaar 2023 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Beschrijving
Aanvoer materialen X:118482,16 Y:385301,49 130,90 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m Euroklasse
Vrachtauto - diesel - zwaar - Euro-6 - met aanhanger zwaar 2
Bouwpersoneel X:118481,91 Y:385301,53 131,62 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Euro klasse ZVADEUR6ANHZWA
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Beschrijving
Aan- en afvoer mobiele werktuigen X:118481,91 Y:385301,69 130,98 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Vrachtauto - diesel - zwaar - Euro-6 - met aanhanger zwaar
Rj4VpcxAUoox (01 november 2023)
Links Rechts NOₓ 23,5 g/j Type scherm - - NO₂ 6,9 g/j Hoogte - - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
36 /jaar
Links Rechts NOₓ 27,2 g/j Type scherm - - NO₂ 4,3 g/j Hoogte - - NH₃ 1,1 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
730,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 3,9 g/j Type scherm - - NO₂ 1,2 g/j Hoogte - - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Euroklasse
Euro klasse ZVADEUR6ANHZWA
Aantal voertuigbewegingen
6 /jaar
7/8
Projectberekening
4
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Beschrijving
Afvoer grond X:118481,84 Y:385300,93 132,56 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Vrachtauto - diesel - zwaar - Euro-6 - met aanhanger zwaar 5
Anders... | Anders...
Naam Stationair draaien Uittreedhoogte vrachtvoertuigen Warmteinhoud Locatie X:118451,16 Y:385290,36 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 6
Links Rechts NOₓ 5,3 g/j Type scherm - - NO₂ 1,6 g/j Hoogte - - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -
Euroklasse
Aantal voertuigbewegingen
Euro klasse ZVADEUR6ANHZWA 0,0 m 0,000 MW
8 /jaar NOₓ
3,1 kg/j
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele werktuigen X:118458,24 Y:385296,85 0,02 ha Stageklasse
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
Diverse mobiele werktuigen
Stage-IIIB, 2011-2013, 56-75 kW, diesel, SCR: nee
4400 l/j
Diverse mobiele werktuigen
Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, 3300 l/j diesel, SCR: nee
Draaiuren AdBlue verbruik
400 u/j 300 u/j
141,0 kg/j 57,8 g/j Stof Emissie
NOₓ
90,0 kg/j NH₃ 33,0 g/j NOₓ 51,0 kg/j NH₃ 24,8 g/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ Rj4VpcxAUoox (01 november 2023)
8/8
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
3. Vrachtvoertuigbewegingen
Bijlage 3 Vrachtvoertuigbewegingen aanvoer bouwmaterialen.xlsx
23-2-2023
Vrachtvoertuig bewegingen aanvoer bouwmaterialen Realisatie van: Traditionele woning Bruto vloeroppervlak
1 263 m2
Fundering Bouwmaterialen, zwaar Code
Omschrijving
Oppervlakte (m2)
Dikte (M)
Inhoud (M3)
Dichtheid
Gewicht (kg)
Vrachtvoertuigen
Zand [Grondaanvullingen] 11.01.001
41.50
0.00
1500
38.46 8.58
0 1900 Totaal
0
0.28
0 16305.8
0.43 0.72 1.42
Beton in het werk gestort, C20/ 25; incl. wapening [Vloeren, constructief] 13.02.00.. 43.01.001
Zandcement [Dekvloeren]
64.10 122.60
0.60 0.07
Totaal aantal vrachtvoertuigen fundering
2.00
Gevels Code
Omschrijving Kalkzandsteen metselwerk [Spouwmuren, binnenblad]
21.01.010 41.04.043
PUR/ PIRschuim platen (pentaan geblazen) [Isolatielagen] PVC op staalkern [Buitenkozijnen]
31.02.015
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Bouwmaterialen, licht Oppervlakte (m2) Dikte (M) Inhoud (M3)
Dichtheid
Gewicht (kg)
Vrachtvoertuigen
42.70
0.12
5.12
1900.00
9735.60
0.11
174.50
0.08
13.09
0.00
0.00
0.28
0.00
0.30
44.90
Pagina 1 van 6
Bijlage 3 Vrachtvoertuigbewegingen aanvoer bouwmaterialen.xlsx
41.02.001 28.01.010 41.01.003
Volkernplaat; delen + houten regelwerk (bekledingen) Kalkzandsteen metselwerk [Massieve wanden, dragend] Baksteenmetselwerk; KNB [Spouwmuren, buitenblad]
23-2-2023
54.40
0.01
0.54
77.70
0.10
7.77
174.50
0.10
17.45
0.00
1.18
1900.00
14763.00
0.17
1450.00 Totaal
25302.50
0.38 2.43
Totaal aantal vrachtvoertuigen gevels
3.00
Binnenwanden Bouwmaterialen, zwaar Code
Omschrijving Kalkzandsteen elementen [Massieve, wanden dragend]
28.01.008 28.01.010 32.02.004
Kalkzandsteen metselwerk [Massieve wanden, dragend] Multiplex; geschilderd; alkyd (binnendeuren) Cellenbeton blokken (Xella-Ytong) [Massieve wanden, niet dragend]
22.03.007
Oppervlakte (m2)
Dikte (M)
Inhoud (M3)
Dichtheid
Gewicht (kg)
Vrachtvoertuigen
65.20
0.12
7.82
1900.00
14865.60
0.50
30.90
0.10
3.09
1900.00
5871.00
0.20
27.00
0.21
5.78
0.00
0.18
67.90
0.10
6.79
9506.00
0.32 1.19
Totaal aantal vrachtvoertuigen binnenwanden
1400.00 Totaal
2.00
Vloeren Bouwmaterialen, zwaar Code 43.01.001
Omschrijving Zandcement [Dekvloeren]
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Vrachtvoertuigen Oppervlakte (m2) Dikte (M) Inhoud (M3) Dichtheid Gewicht (kg) 248.30 0.04 9.93 1900.00 18870.80 0.63
Pagina 2 van 6
Bijlage 3 Vrachtvoertuigbewegingen aanvoer bouwmaterialen.xlsx
23-2-2023
Betonhuis; druklaag breedplaatvloer; betonmortel C20/ 25, CEMIII; incl. wapening [Vrijdragende Vloeren] 23.01.00..
23.01.003
136.30 Balk en broodjes; prefab beton; incl. isolatie, eps, Rc:4.0+ druklaag [Vrijdragende vloeren]
0.19
112.00
25.90
0.00
0.00
2.16
0.00
0.00 Totaal
0.00
0.75 3.53
Totaal aantal vrachtvoertuigen vloeren
4.00
Daken Bouwmaterialen, zwaar Code 47.05.017 47.08.00..
Vrachtvoertuigen Oppervlakte (m2) Dikte (M) Inhoud (M3) Dichtheid Gewicht (kg) Omschrijving 304.40 0.13 39.57 45.50 1800.53 0.06 Keramische pan - geglazuurd [Hellend dakbedekkingen] 304.40 0.01 3.04 0.00 0.00 2.03 Unidek Aero [Isolatielagen, hellend dak] DUBOKEUR Totaal 2.09 Totaal aantal vrachtvoertuigen daken
3.00
Installaties Standaard uitgangspunten Wooneenheid 13 26 39 Appartement 0.75
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Totaal Vrachtvoertuigen* Vrachtvoertuigen*
Vrachtvoertuigen 3.00
Totale wooneenheid 1
Vrachtvoertuigen* Wooneenheid
Pagina 3 van 6
Bijlage 3 Vrachtvoertuigbewegingen aanvoer bouwmaterialen.xlsx
23-2-2023
1 Vrijstaand Wooneenheid *Vrachtvoertuigen voor elektriciteit, water en ventilatie Bestaande uit: Code Aantal Omschrijving Polyetheen/ polybuteen; cv-leidingen; incl. koppelingen + verdeling [Warmtedistributiesystemen] 56.01.002 263.4 m2 gbo VLA Ventilatiesysteem, type D + centrale WTW+warmtepomp; Wbouw, individueel 57.02.014 (luchtdistributiesysteem 263.4 m2 gbo Geisoleerde installatiedraad+ 61.01.001 mantelbuis: pvc [Elektriciteitsleidingen] 263.4 m2 gbo Aarde woningen [Aarding] 61.03.002 263.4 m2 gbo 52.01.001
Pvc; gerecycled; leidingen [Buitenrioleringen, kavel]
263.4 m2 gbo
52.03.001
Pvc; gerecycled; leidingen [Binnenrioleringen]
263.4 m2 gbo
51.01.005 57.02.002 53.01.009
Warmtepomp bodem 5 kW; incl. aardsondes: polyetheen Mechanische aan- en afvoer; verzinkt staal, incl roosters Koper (leiding+ mantelbuis) [Waterleidingen]
1 stuk 263.4 m2 gbo 263.4 m2 gbo
Inrichting/ sanitair Standaard uitgangspunten Wooneenheid 10 0.25
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Vrachtvoertuig
Pagina 4 van 6
Bijlage 3 Vrachtvoertuigbewegingen aanvoer bouwmaterialen.xlsx
>10 <20
0.5 20 1 Appartement 0.75 Vrijstaand huis1 Bestaande uit: Code Omschrijving Spaanplaat; kunststoflaag 73.01.002 [Keukenkasten] Wandcloset+ fontein, porselein; incl. 74.01.001 kunststof reservoir [Toiletten] Keramiek; wastafel 74.02.001 [Wasvoorzieningen] Inloopdouche, gipsblokken+ tegels; incl. rvs afvoergoot 74.03.002 [Douchevoorzieningen] Europees naaldhout; duurzame 34.01.008 bosbouw [Balustrades]
Totaal aantal vrachtvoertuigen bouwfase Aantal vrachtvoertuigen Vrachtvoertuigbewegingen
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
23-2-2023
Vrachtvoertuig Vrachtvoertuig Wooneenheid Wooneenheid
Totaal
Vrachtvoertuigen 0.25
Totale wooneenheid 1
Aantal 2.4 m 2 stuks 4 stuks
1 stuks 3.3 m
17.25 =
18
36
Pagina 5 van 6
Bijlage 3 Vrachtvoertuigbewegingen aanvoer bouwmaterialen.xlsx
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
23-2-2023
Pagina 6 van 6
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
4. Verkeersgeneratie bouwpersoneel
Vervoersbewegingen bouwvakkers Wooneenheid
Tijd (uren) 1
Bouwtijd (dagen) Bouwvakkers (aantal per dag) Voertuigen (in bouwjaar) 3000 365 2 730
Worst- case- scenario elke bouwvakker komt met 1 voertuig Woningen Wooneenheid appartement Wooneenheid vrijstaande woning Totale wooneenheid appartementen
1 0.75 1 1
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
3. Ecologische Quickscan, Brabant Eco
Bestemmingsplan bijlagen 230260| 01-11-2023
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten Rapportnummer: 2023-BE-0672 In opdracht van: Schoenmakers Advies Molenzicht 2 4881 BW Zundert
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2023-BE-0672 Opdrachtgever Schoenmakers Advies Contactpersoon De heer M. van Oijen Locatie Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten Auteur Freek Rovers
Opleverdatum 7 september 2023
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................................... 4 1.4 Criteria................................................................................................................................... 4
2.
BELEIDSKADER .............................................................................................................. 5 2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ............................................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 7 2.4 Zorgplicht .............................................................................................................................. 7
3.
PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................... 8 3.1 Huidige situatie ..................................................................................................................... 8 3.2 Voorgenomen ontwikkeling ................................................................................................. 9
4.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN .......................................................................... 10 4.1 Bureauonderzoek ............................................................................................................... 10 4.2 Veldonderzoek .................................................................................................................... 11 4.3 Beschrijving plangebied ..................................................................................................... 12
5.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN .............................................................................. 13 5.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 13 5.2 Soortenbescherming .......................................................................................................... 15
6.
RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 21 6.1 Resultaten ........................................................................................................................... 21 6.2 Advies en aanbevelingen .................................................................................................... 21
7.
BRONNEN ................................................................................................................... 23
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
SAMENVATTING
Initiatiefnemer is voornemens om voor het terrein achter Dorpsstraat 29/naast Wilhelminastraat 13 de bestemming te wijzigen. Daarna zal een vrijstaande woning met bijgebouw en carport gerealiseerd worden. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Met het rooien van de bestaande vegetatie en de bouw van de woning zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming.
Het plangebied is niet bebouwd en de begroeiing bestaat enkel uit algemeen voorkomende soorten. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Freek Rovers Brabant Eco September 2023
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
1. INLEIDING EN ONDERZOEK
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Schoenmakers Advies is het voornemen om op voor planlocatie achter de Dorpsstraat 29/naast Wilhelminastraat 13 de bestemming te wijzigen, om daarna een vrijstaande woning met bijgebouw en carport te realiseren. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?
1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
2. BELEIDSKADER
De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.
2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.
2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
o
o
Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.
2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672 beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming
2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.
2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING
3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen achter de Dorpsstraat 29, naast Wilhelminastraat 13, ten zuidoosten van de kern van Ulicoten, in de gemeente Baarle-Nassau. Baarle-Nassau is een gemeente gelegen in de provincie Noord-Brabant en bestaat uit de kernen BaarleNassau, Castelre en Ulicoten en heeft daarnaast tal van buurtschappen. De gemeente telde op 31 januari 2023 7.080 inwoners (bron CBS) en heeft een oppervlakte van 76,29 km2. Samen met de Belgische gemeente Baarle-Hertog vormt Baarle-Nassau het Kempense dorp Baarle. Baarle-Nassau ligt ca. 15 kilometer ten zuiden van Tilburg en is noordelijk gelegen van Turnhout. Ulicoten is noordwestelijk gelegen van Baarle-Nassau en zuidoostelijk van de Belgische plaats Meerle. De planlocatie bevindt zich ten zuiden van de Dorpsstraat en ten noorden van de Wilhelminastraat, aan de rand van Ulicoten. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Ulicoten
Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.
Het plangebied bestaat uit grasland en vegetatie. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
Globaal omlijnde planlocatie in blauw. Bron: Google Earth.
3.2 Voorgenomen ontwikkeling Het initiatief bestaat uit een bestemmingswijziging van het perceel achter de Dorpsstraat 29, naast Wilhelminastraat 13 te Ulicoten. Het perceel beslaat een oppervlakte van 652m2. Het betreft een perceel zonder bebouwing met dierenweide. Er staat een perenboom op het perceel en aan de perceelgrens staan struiken. Het voornemen is om een vrijstaande woning met bijgebouw en carport te realiseren.
Beoogde situatie. Bron: Schoenmakers Advies
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
9
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN
Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als nationaal. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl, zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.
gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.
4.1.1 Waarnemingen flora en fauna Volgens waarneming.nl zijn er van 2 tot 12 juli 2023 295 waarnemingen van flora en fauna soorten in een straal van vijf kilometer rond het plangebied. Dit betreft voornamelijk algemene soorten, maar ook
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672 15 zeldzame soorten, zoals hopsteltmot, slofhak , wederikmijt en Spaanse ruiter. Binnen een kilometer rond het plangebied is er 1 waarneming, de algemeen voorkomende soort: akkerhommel.
Recente waarnemingen van flora en fauna soorten. Bron: waarneming.nl. d.d. 12-07-2023
4.2 Veldonderzoek Op donderdag 13 juli 2023 in de middag hebben ecologen Frenk van de Wal en Freek Rovers in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren zonnig, onbewolkt met een westenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 22 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
11
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
4.3 Beschrijving plangebied Het plangebied bestaat uit een grasland met enkele struiken en een oude perenboom. Het plangebied wordt begrensd door een coniferenhaag aan de noordoostzijde, een kleinvee weide aan de noordwestzijde, struiken en een droge greppel aan de zuidoostzijde en de openbare weg aan de zuidwestzijde. De struiken bestaan uit haagbeuk, zomereik en hulst, de greppel is begroeid met brandnetel, net als het open deel van het plangebied bij de openbare weg. Op het grasland zelf staan enkele algemene kruiden, zoals paardenbloem en weegbree.
Overzicht veld met struiken en de perenboom
Overzicht coniferenhaag en gazon
Overzicht perenboom
Overzicht struik met kleinvee weide
De directe omgeving van het plangebied bestaat uit agrarische percelen en burgerwoningen met tuinen. Deze woningen bestaan uit bakstenen wanden met pannendaken in een zadeldakvorm. De nabijgelegen percelen zijn begroeid met mais of liggen braak.
Overzicht nabijgelegen huis
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overzicht maisveld met struweel
12
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN
Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 4,5 kilometer afstand van noordwestelijk gelegen gronden behorend tot Natura 2000 gebied Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven. Op ongeveer 4,9 kilometer afstand naar het zuiden ligt Natura 2000 gebied Leenderbos, Groote Heide & de Plateaux en zuidoostelijk op 7,8 kilometer Natura 2000 gebied Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in blauw aangegeven.
Minimaal 4,5 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000
Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Natura2000.eea.europa.eu.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
13
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius berekening kan dit staven.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 280 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren: De Bremer. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN-gebieden in groene kleur.
Minimaal 280 meter tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland
Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Atlas Leefomgeving
In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aantasting van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.
5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. De voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
5.2 Soortenbescherming Bijlage 1, project Dorpsstraat met nummer BE-0672 d.d. 12 juli 2023 geeft een overzicht van de waargenomen plant- en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF. De NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. De soorten worden per alinea beschreven.
5.2.1 Flora Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar geen beschermde plantensoorten waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze planten staan op de rode lijst en zijn sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd. De aanwezigheid van veel brandnetels is een indicator voor een overmatig stikstofrijke bodem. Een dergelijke bodem is ongeschikt voor beschermde plantensoorten. Algemeen voorkomende soorten zijn in de regel beter in staat om te groeien in een stikstofrijke bodem en zijn beter bestand tegen verstoring. Conclusie Het ontbreekt volledig aan geschikte plaatsen waar beschermde planten kunnen groeien. Enkel algemene soorten van verstoorde en bemeste bodem werden aangetroffen zoals de brandnetel en de paardenbloem. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten. Er worden geen bomen gekapt die vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.
5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar 4 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Er zijn geen waarnemingen van vleermuissoorten. Er zijn 2 marterachtigen en 2 overige soorten waargenomen. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. De oude perenboom is zorgvuldig onderzocht. Er zijn geen gaten, holtes of loshangende schors gevonden waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben.
De rest van de struiken beschikken niet over een stamdiameter van het juiste formaat om geschikt te zijn als verblijfplaatsen. De kopgevelpannen van de nabijgelegen huizen zijn dicht gemetseld. Ook zijn er geen andere verblijfplaatsen, zoals loodslabben of luiken nabij het plangebied waargenomen. Hierdoor kunnen er geen verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen verstoord worden met de bouw van de nieuwe woning.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
15
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672
Dichtgemetselde kopgevelpannen
Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het projectgebied zouden voor kunnen komen. Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. De marterachtigen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.
Marter soort Steenmarter Wezel
Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km
Bescherming Beschermd Beschermd
Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Wezel De wezel zoekt graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. De aanwezigheid van marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van deze. De struiken langs de greppel zouden foerageergelegenheden kunnen herbergen voor kleine marterachtigen zoals de bunzing of wezel. Doordat de bestaande houtwallen en verdere vegetatie in de buurt van het plangebied behouden zullen worden, zullen er altijd rustige hoekjes met dekking aanwezig zijn waar de dieren heen kunnen vluchten.
In de nieuwe situatie blijven deze schuilhoekjes en vegetatie bestaan en door de landschappelijke inpassing en zal het leefgebied van de kleine marterachtigen verbeteren.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
16
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672 Het plangebied is daarom geen essentieel onderdeel van de leefomgeving van marterachtigen en de werkzaamheden hebben geen negatief effect op aanwezige soorten.
Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Overige soort Eekhoorn Wolf
Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km
Bescherming Beschermd Beschermd
Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de wolf. De oude perenboom is zorgvuldig onderzocht, maar er zijn geen eekhoornnesten waargenomen in het plangebied. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een eekhoorn. Het is aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. In het plangebied komen geen marterachtigen voor. Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.
5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
17
Ecologische quickscan Dorpsstraat/Wilhelminastraat Ulicoten, BE-0672 Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Sperwer Steenuil Wespendief