3.6 - Bijlage 3 - Memo Schaarste aan (woningen voor) vitale beroepen HvB
Tekst van het document
Memo Vitale Beroepen Aan: Van: Onderwerp: Datum:
Hart van Brabant Dorien Frinking, Veerle Veraart - RIGO Schaarste aan (woningen voor) vitale beroepen 11 februari 2025
Gemeenten hebben via de huisvestingsverordening de mogelijkheid om woningen met voorrang toe te wijzen aan woningzoekenden met vitale beroepen. In deze memo onderzoeken we de nut en noodzaak van het verlenen van voorrang aan deze bewonersgroepen. Daartoe analyseren we in welke mate er sprake is van schaarste aan inwoners met vitale beroepen en woningen voor deze beroepsgroepen in de gemeenten van regio Hart van Brabant. Deze gemeenten vallen in de arbeidsmarktregio MiddenBrabant1. Allereerst gaan we kort in op de Huisvestingswet en de huisvestingsverordening als gemeentelijk sturingsinstrument. Het vormt de context van deze verkenning en zorgt voor een beter begrip van het navolgende. Vervolgens onderzoeken we de schaarste aan personeel in de vitale sectoren: het Onderwijs, de Zorg en Veiligheid, zoals politie of handhaving.
Huisvestingswet 2014 De Huisvestingswet 2014 vormt het wettelijk kader voor woonruimteverdeling in Nederland. In essentie stelt de wet dat de gemeente niet mag interveniëren op de woningmarkt, tenzij niet reguleren leidt tot grote maatschappelijke problemen. Specifiek problemen die gevonden moeten worden in schaarste aan woningen (en verdringing van groepen woningzoekenden als gevolg daarvan). De huisvestingsverordening Als een gemeentelijke overheid het in gebruik geven en nemen van (delen van) het woningaanbod wil reguleren, dan moeten de spelregels rondom deze interventie worden vastgelegd in het enige instrument dat de Huisvestingswet kent: de huisvestingsverordening. Een huisvestingsverordening heeft een ‘houdbaarheidsdatum’ van maximaal vier jaar: de gedachte daarachter is dat gemeenten ondertussen worden geacht uitvoering te geven aan beleid dat moet leiden tot het ongedaan maken van de geconstateerde problematiek (voornamelijk het oplossen van schaarste aan woningen). In een huisvestingsverordening wordt o.a. vastgelegd welk deel van de woningvoorraad wordt gereguleerd en welke doelgroepen voor deze woningen in aanmerking komen. Daarnaast worden doorgaans tal van eisen gesteld aan aanbieders (bijvoorbeeld de plek waar woningen worden aangeboden) en vragers (bijvoorbeeld de criteria waaraan men moet voldoen). Een
De regio omvat de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk. 1
urgentieregeling maakt altijd onderdeel uit van een huisvestingsverordening, en regelt welke groepen in een noodsituatie met voorrang moeten worden gehuisvest. Nieuwe mogelijkheden De wet- en regelgeving rondom de Huisvestingswet is in beweging. Per 1 januari 2024 biedt de wet de volgende nieuwe mogelijkheden: ✓
✓ ✓ ✓
Bij maximaal 50 procent van de verleende huisvestingsvergunningen mag voorrang gegeven worden aan woningzoekenden met een lokale maatschappelijke- en/of economische binding2; Het schaalniveau waarop binding mag worden toegepast, is verruimd (regio, gemeente of delen van de gemeente); Binnen de groep woningzoekenden met lokale binding mag voorrang gegeven worden aan groepen met een (door gemeenten te definiëren) vitale beroepsgroep; Voor het eerst wordt het mogelijk om ook met de huisvestingsverordening te sturen op de toewijzing van koopwoningen (nieuwbouw, tot €390.000 prijspeil 2024); De provincie krijgt een formelere toezichtrol in de vorm van een verplicht adviestraject (artikel 6).
Voorrang aan vitale beroepen In deze memo staat de nut en noodzaak van voorrang aan vitale beroepsgroepen centraal. Binnen de groep woningzoekenden met lokale binding mag sinds kort voorrang gegeven worden aan groepen met een vitale beroepsgroep. De voorrang kan worden gegeven aan een huishouden waar een van de leden een vitaal beroep heeft. Wat zijn vitale beroepen? De Huisvestingswet bevat geen definitie van vitale beroepen. Dit is aan de gemeente om te definiëren. Een beroep wordt vitaal geacht wanneer een tekort kan leiden tot ontwrichtende effecten in de lokale samenleving. In de toelichting op de wet is meegegeven dat het Ministerie daarbij in het bijzonder denkt aan woningzoekenden die werkzaam zijn bij de lokale politie, brandweer of andere hulpdiensten of die werkzaam zijn in het onderwijs of de zorg. Voor gemeenten nabij defensielocaties is voorrang voor woningzoekenden die werkzaam zijn bij defensie goed denkbaar. Openstaande vacatures voor medewerkers in een staalfabriek kunnen onwenselijk zijn vanuit een economisch perspectief, maar hebben dit ontwrichtende effect niet, aldus de Minister. Effecten Hierbij is de kanttekening te zetten dat het niet zeker is dat de schaarste aan woningen een causaal verband houdt met de schaarste aan beroepen.
Hoewel er in de media anekdotisch verwezen wordt naar wegtrekkende leraren en zorgmedewerkers doordat zij geen geschikte woning kunnen vinden, betekent dit niet dat dit overal geldt. Mensen maken keuzes in hun (woon)carrière gebaseerd op vele factoren. Woningen met voorrang aanbieden biedt dus niet per definitie een oplossing voor de schaarste aan vitale beroepen. Wel zou het mensen met deze beroepen kunnen helpen met het vinden van een woning. De voorrang kan ervoor zorgen dat woningzoekenden met vitale beroepen eerder worden vastgehouden in een gemeente of juist aangetrokken worden vanuit andere plekken. Van beide is dit effect echter niet bewezen.
Welke groepen precies onder wel/geen binding vallen, is te lezen op https://www.rigo.nl/huisvestingswet/. 2
1
Daarnaast zijn de vitale beroepen op veel plekken in Nederland schaars. Uiteindelijk gaat het, net als met de woningen, over de verdeling van schaarste. Het aantrekken van vitale beroepen kan fijn zijn voor de ene gemeente, maar kan ten koste gaan van de beschikbaarheid van deze beroepen in een andere. Onderbouwing De gemeenten kunnen zelf bepalen wat er onder vitale beroepen wordt verstaan, mits beargumenteerd wordt waarom deze beroepen vitaal zijn voor de gemeente. Bovendien moet worden aangetoond dat er sprake is van tekort aan de vitale beroepen en moet aannemelijk worden gemaakt dat zij de effecten van schaarste aan woningen (verdringing) ervaren. Het is nodig om de schaarste van de vitale beroepen doorlopend te onderbouwen. Er moet dus gemonitord worden op de schaarste van de beroepsgroep(en) en schaarste aan betaalbare woningen voor deze beroepsgroep(en). Mocht een van deze ‘schaarstes’ (dus ofwel de schaarste aan betaalbare woningen voor deze groep ofwel de schaarste aan de groep zelf) zijn opgelost vervalt de voorrang voor deze beroepsgroep. Vitale beroepen In deze analyse sluiten we aan bij de vitale beroepsgroepen die in de toelichting van de wijzigingen in de Huisvestingswet zijn benoemd: het onderwijs, zorg, politie en brandweer. Ook zijn de vitale beroepsgroepen afgebakend bij woningzoekenden met vitale beroepen die een woning zoeken in het betaalbare segment.
In andere woorden we gaan er bijvoorbeeld vanuit dat artsen hun weg op de woningmarkt zelf kunnen vinden. Daarom maken we een selectie van vitale beroepen in de sectoren Onderwijs, Zorg en Openbaar bestuur en veiligheid aan de hand van beroepsniveaus (ISCO) en op basis van een inschatting van het startsalaris van verschillende beroepsklassen. Een deel van de gespecialiseerde (ISCO4) beroepen sluiten we om deze reden uit3. Daarnaast hanteren we een inschatting van het startsalaris om een uiteindelijke selectie van beroepsklassen te maken. In bijlage is een uitgebreide toelichting opgenomen. In de volgende paragraaf maken we een koppeling met de woningmarkt om een nadere selectie van vitale beroepsgroepen te kunnen maken. Dit wil niet zeggen dat deze groepen per definitie niet relevant zijn om mee in de overweging hen voorrang te verlenen. Zeker omdat de wetgever deze groepen wel benoemt in de memorie van toelichting van de wet. We analyseren in ieder geval de volgende selectie van beroepsklassen: 1. a. b. c. d. e. 2. a. b.
Pedagogische beroepen Docenten beroepsgerichte vakken Secundair onderwijs Docenten algemene vakken Secundair onderwijs Docenten Basisonderwijs Leidsters kinderopvang Onderwijsassistenten. Openbaar bestuur, veiligheid en justitie Beveiligingspersoneel (BOA) Politie
Het gaat om artsen, psychologen, sociologen, docenten in het hoger onderwijs en hoogleraren, onderwijskundigen, overheidsambtenaren, politie-inspecteurs, juristen en overheidsbestuurders. 3
2
c. d. 3. a. b. c. d. e. f. g. h. i.
Brandweer Militaire beroepen (ISCO 1/2/3). Zorg en welzijn beroepen Verpleegkundigen Medisch praktijkassistenten Verzorgenden Apothekerassistenten Laboranten Sociaal werkers, woonbegeleiders Fysiotherapeuten Maatschappelijk werkers Gespecialiseerde verpleegkundigen
We gaan in deze memo in op verschillende bronnen om zo een compleet mogelijk beeld van de mate van tekorten in de aangewezen sectoren in de regio te krijgen.
3
Schaarste aan woningen Allereerst maken we een koppeling met de woningmarkt en de effecten van schaarste aan woningen op de beroepsgroepen. Hoeveel kunnen de vitale beroepsgroepen betalen voor een woning? Daarvoor gebruiken we een indicatie voor het (fulltime) bruto maandsalaris van een startende en een ervaren professional in de geselecteerde beroepsgroepen. Een tabel en toelichting is opgenomen in de bijlage. Op basis van deze indicatie kan een inschatting worden gemaakt of zij in aanmerking komen voor een sociale huurwoningen, een particuliere huurwoning potentieel betaalbaar is en/of een koopwoning financieel bereikbaar is. Een kanttekening is dat de mogelijkheden van personen werkzaam in een vitale beroepsgroep sterk samenhangen met de huishoudenssamenstelling (eenverdiener of tweeverdieners), hoeveel werkervaring zij hebben, of zij fulltime of parttime werken, in welke regio ze werken en, specifiek in de koopsector, hoeveel eigen spaargeld zij mee kunnen brengen. De zorgsector staat er bijvoorbeeld om bekend dat er veel parttime wordt gewerkt. Deze (fulltime) inkomensindicaties zouden dus een overschatting kunnen zijn van de mogelijkheden voor deze beroepsgroepen in de praktijk. Onderwijs In het onderwijs zijn met name medewerkers van de kinderopvang, onderwijsassistenten en startende leraren in het basis en voorgezet onderwijs afhankelijk van de sociale huursector.
Met de indicatieve inkomens komen zij niet in aanmerking voor middenhuur of dure huur. Daarnaast zijn hun mogelijkheden in de koopsector zeer gering. Voor meer ervaren docenten zijn er meer mogelijkheden in de vrije huur- en koopsector.
Figuur 1 Toegankelijkheid sociale huursector beroepsgroepen onderwijs op basis van inkomenseisen.
4
Figuur 2 Toegankelijkheid particuliere/vrije huursector beroepsgroepen onderwijs op basis van inkomenseisen (4x huur per maand).
Figuur 3 Toegankelijkheid koopsector beroepsgroepen onderwijs op basis van maximale hypotheek (NHG).
Politie en veiligheid Voor beroepsgroepen bij politie en in veiligheid is tevens een groot deel op de sociale huursector aangewezen. Dat geldt voor zowel startende en ervaren beveiligers, brandweerlieden4 en agenten. De vrije huursector en koopsector zijn met de indicatieve inkomens moeilijk toegankelijk. Voor militairen geldt dat de inkomens zeer uiteenlopen, dus voor deze beroepsgroep is het lastig een inschatting te maken van hun mogelijkheden op de woningmarkt.
Een groot deel van het personeel bij de brandweer is vrijwillig en zal vaak daarnaast een andere, vaste baan hebben. Deze groep valt dus buiten deze analyse. 4
5
Figuur 4 Toegankelijkheid sociale huursector beroepsgroepen openbaar bestuur en veiligheid op basis van inkomenseisen.
Figuur 5 Toegankelijkheid particuliere/vrije huursector beroepsgroepen openbaar bestuur en veiligheid op basis van inkomenseisen (4x huur per maand).
6
Figuur 6 Toegankelijkheid koopsector beroepsgroepen openbaar bestuur en veiligheid op basis van maximale hypotheek (NHG).
Zorg en welzijn Tenslotte hebben we de tekorten van negen beroepsgroepen onderzocht in de sector zorg en welzijn. Een groot deel van hen valt binnen de doelgroep voor de sociale huursector. Dat geldt met name voor startende professionals in de zorg en ook de meer ervaren apothekersassistenten, medisch praktijkassistenten, sociaal werkers en woonbegeleiders en verzorgenden. Ervaren fysiotherapeuten, laboranten, maatschappelijk werkers en verpleegkundigen hebben meer mogelijkheden in de vrije huursector. Echter, de koopsector is ook voor eenverdieners met deze vitale beroepen beperkt toegankelijk. Figuur 7 Toegankelijkheid sociale huursector beroepsgroepen zorg en welzijn op basis van inkomenseisen.
7
Figuur 8 Toegankelijkheid particuliere/vrije huursector beroepsgroepen zorg en welzijn op basis van inkomenseisen (4x huur per maand).
Figuur 9 Toegankelijkheid koopsector beroepsgroepen zorg en welzijn op basis van maximale hypotheek (NHG).
Samenvattend Wanneer er gekeken wordt naar de toegankelijkheid van de woningmarkt voor verschillende beroepsgroepen in het onderwijs en in de zorg, dan zijn vooral startende (eenverdieners) het meest gebaat bij voorrangverlening in de sociale huursector. Startende onderwijzers en verpleegkundigen profiteren hier bijvoorbeeld van, want voor de vrije huursector en koopsector zullen de mogelijkheden voor hen zeer gering zijn. Hetzelfde geldt voor startende en ervaren
8
professionals in de kinderopvang, praktijk- en apotheekassistenten, sociaal werkers en verzorgenden. Hoewel inkomen en opleidingsniveau niet altijd in relatie tot elkaar staan, is dit wel een belangrijke voorspeller voor inkomen. Dit maakt dat we kunnen verwachten dat een deel van de beroepsgroepen die gespecialiseerd opgeleid zijn (ISCO4 niveau) buiten de inkomenseisen van de sociale sector zal vallen. Deze groepen zouden eventueel wel baat kunnen hebben bij voorrang in de middenhuur of nieuwbouw betaalbare koop. In de volgende paragrafen gaan we in aan de personeelstekorten in de genoemde beroepsgroepen. We maken gebruik van verschillende bronnen en schaalniveaus om zo een compleet mogelijk beeld van de mate van krapte in de aangewezen sectoren in de regio te krijgen. Allereerst verzamelen we informatie over het landelijke personeelstekort. Vervolgens gaan we in op de situatie op de regionale arbeidsmarkt aangezien de arbeidsmarkt in grote mate regionaal functioneert. We hebben tot slot ook gekeken naar de gemeentelijke situaties, daarvan bespreken we opvallende zaken.
9
Landelijk tekort Sinds de Coronapandemie, eind 2021, zijn de personeelstekorten geregeld in het nieuws. Het vierde kwartaal van 2021 markeert het punt waarop de spanning op de arbeidsmarkt zichtbaar werd: er waren voor het eerst sinds jaren meer vacatures dan werklozen5. Figuur 10 Spanningsindicator arbeidsmarkt. Bron: CBS, 2024
Het aantal openstaande vacatures is een goede graadmeter van krapte. Dit zijn de vacatures die open zijn blijven staan in een periode na aftrek van de gevulde vacatures. Dit aantal nam jaarlijks steeds verder toe in alle sectoren. In de periode 2020 en de eerste helft van 2021 is sprake van een dip in het aantal openstaande vacatures. Daarna nam dit aantal in Nederland wederom enorm toe. Een piek volgde in het eerste kwartaal van 2022.
Vitale beroepen Deze toegenomen krapte doet zich in alle sectoren op de arbeidsmarkt voor. In een aantal sectoren is het personeelstekort in Nederland het grootst, zoals in de horeca, de zakelijke dienstverlening en in transport. Maar ook bij vitale beroepsgroepen, zoals in de zorg, het onderwijs en bij de politie leiden personeelstekorten tot problemen.
5
CBS (2024) Spanning op de arbeidsmarkt blijft even hoog.
10
Figuur 11 Personeelstekort in het nieuws tussen 2022 en 2024. Bron: NOS; RTL Nieuws
In het onderwijs is sprake van grote krapte. Volgens de Onderwijsraad was er in 2022 voor leraren in het primair onderwijs een landelijk tekort van bijna 10.000 fte (ongeveer 9,5 procent van de totale werkgelegenheid6). In het voortgezet onderwijs is bijna twee derde van de vacatures moeilijk vervulbaar en is er een tekort van 3.800 fte. Daarbinnen is er veel sprake van verborgen tekorten: gaten worden opgevuld met onbevoegde of ingehuurd krachten, maar het tekort wordt niet structureel opgelost. In Nederland is het totale tekort in het primair onderwijs 8,5 procent van de werkgelegenheid. Ook in de zorg zijn de openstaande vacatures alleen maar toegenomen en in sommige beroepsgroepen zelfs bijna verdubbeld sinds 2018. De krapte is het grootst in de verpleging, verzorging en thuiszorg. Naar verwachting is er in 2032 een tekort van 137.000 zorgmedewerkers in Nederland. Ook speelt met name in de zorg en het onderwijs de uitstroom van personeel een rol in de toenemende tekorten, bijvoorbeeld vanwege de hoge werkdruk7. Van de nieuwe zorgmedewerkers heeft 40 procent de zorg na twee jaar alweer verlaten. Bij de politie is vooral in de grote steden sprake van onderbezetting en personeelstekort: 5,7 procent onderbezetting in Amsterdam en 5,1 procent onderbezetting in Rotterdam ten opzichte van de totale werkgelegenheid en tekorten van 383 agenten in Den Haag en 250 agenten in Utrecht.
Andere beroepsgroepen die kampen met grote tekorten zijn in de kinderopvang en bij de (vrijwillige) brandweer. Vanwege een tekort aan brandweerlieden, is de landelijke brandweer een campagne gestart om nieuwe vrijwilligers te werven. Kijken we wederom naar de trend van het aantal openstaande vacatures in de sectoren onderwijs en kinderopvang, gemeentelijke overheid (waaronder veiligheid) en politie, en in verschillende delen van de zorg in Nederland (Figuur 12 en Figuur 13) dan zien we in alle gevallen een stijgende trend sinds 2018. Met name in het onderwijs, waar eind 2022 ruim
6
Onderwijsraad: schaarste schuurt (2023)
7
Een Vandaag (2023) Waar is iedereen gebleven?
11
13.000 vacatures openstonden, en in verpleging, verzorging en thuiszorg, waar het om ruim 18.000 openstaande vacatures ging. Figuur 12 Openstaande vacatures in Nederland in Onderwijs en Veiligheid. Bron: CBS, 2024; bewerking RIGO.
Figuur 13 Openstaande vacatures in Nederland in Zorg en Welzijn. Bron: CBS, 2024; bewerking RIGO.
12
Lokale arbeidsmarkt Er zijn wel verschillen tussen de landelijke en lokale situatie op de arbeidsmarkt en de mate van krapte. In deze paragraaf zoomen we in op de arbeidsmarkt in de provincie Noord-Brabant en de arbeidsmarktregio Midden-Brabant. In de provincie Noord-Brabant is het aantal openstaande vacatures al jaren hoog in vergelijking met andere provincies. Enkel in de provincies Zeeland en Utrecht waren er meer openstaande vacatures. Dat betekent dat er sprake is van een gespannen arbeidsmarkt. In het tweede kwartaal van 2024 is er sprake van 130 vacatures per 100 werkelozen8. In het actieplan arbeidsmarkt 2020-2030 van de provincie Noord-Brabant wordt extra aandacht voor de sectoren zorg, onderwijs, techniek en ICT benoemd. De grootste krapte in de provincie is zichtbaar in de agrarische beroepen, ICT beroepen en technische beroepen. Figuur 14 Krapte op de arbeidsmarkt in provincie Noord-Brabant. Bron: Actieplan arbeidsmarkt 2020-2030, 2024.
Vitale beroepen in de regio Om een nader beeld te krijgen van de mate van krapte in de arbeidsmarktregio Midden-Brabant bekijken we twee indicatoren van het UWV per beroepsklasse. We kijken naar de openstaande vacatures en de spanningsindicator. In het kader hieronder worden deze indicatoren nader
8
CBS (2024) Dashboard Arbeidsmarkt
13
toegelicht. Waar mogelijk worden deze aangevuld met verdiepende gegevens over een beroepsgroep of sector.
UWV Krapte indicatoren Om specifieker naar de krapte op de arbeidsmarkt te kijken gebruiken we gegevens van het UWV9. Specifiek kijken we naar twee indicatoren, namelijk de spanningsindicator en naar het aantal vacatures. Spanningsindicator De spanningsindicator laat zien hoe groot de druk is op de arbeidsmarkt. Hoe hoger het getal, hoe hoger de spanning op de arbeidsmarkt voor werkgevers. De volgende typeringen gelden: • • • • •
zeer ruim: 0,06 tot 0,25; ruim: 0,25 tot 0,67; gemiddeld: 0,67 tot 1,50; krap: 1,50 tot 4,00; zeer krap: 4,00 tot en met 16,00.
Vacatures • Openstaande vacatures: het totaal aantal geschatte vacatures dat open staat aan het eind van een kwartaal (afgerond op 50-tallen). Eerder concludeerden we dat een deel van de beroepsgroepen die gespecialiseerd opgeleid zijn (ISCO4 niveau) mogelijk eerder buiten de doelgroep voor voorrang vallen. In de figuren zijn de beroepen op ISCO4 niveau wel weergegeven, maar grijs gemaakt om aan te geven dat het mogelijk om een diffuse groep gaat, met verschillende inkomenscategorieën.
Aan het eind van het tweede kwartaal van 2024 stonden in Midden-Brabant 11.300 vacatures open. Personeel blijft schaars in belangrijke sectoren als zorg, onderwijs, ICT en techniek10. De gemiddelde spanningswaarde was de arbeidsmarkt was 3,5 in het tweede kwartaal van 2024. De arbeidsmarkt is iets minder krap dan een jaar eerder (de arbeidsmarkt was toen nog zeer krap met een krapte indicator van 4,17) en de krapte in Midden-Brabant ligt iets lager dan voor heel Nederland (4,0). De arbeidsmarkt in de regio wordt als ‘krap’ getypeerd door het UWV11. Zoals te zien in Figuur 15 is in Midden-Brabant de krapte in de meeste beroepsgroepen onder het Nederlandse gemiddelde. Enkel in de agrarische beroepen en de beroepen voor openbaar bestuur, veiligheid en juridische beroepen is meer krapte dan het Nederlandse gemiddelde. Echter, ook in veel van de beroepsgroepen waar de krapte indicator voor Midden-Brabant onder het Nederlandse gemiddelde kan er worden gesproken van krapte.
9
UWV (2024) Arbeidsmarktdashboards: Vacaturemarkt; Spanningsindicator.
10
UWV (2024) Regio in Beeld.
11
UWV (2024) Dashboard Spanningsindicator
14
Figuur 15 Krapte van beroepsgroepen in Midden-Brabant ten opzichte van Nederland en Rijnmond. Bron: UWV, 2024; bewerking RIGO.
Hieronder gaan we in op de verschillende sectoren waar vitale beroepen onder vallen. Onderwijs (pedagogische beroepen) In de arbeidsmarktregio Midden-Brabant wordt gesproken van een tekort aan leraren in het voortgezet onderwijs en schoolleiders van 4,2 procent ten opzichte van de werkgelegenheid (69 fte). In het basisonderwijs gaat het om 3,9 procent ten opzichte van de werkgelegenheid (105 fte)12. Figuur 16 Aantal openstaande vacatures per kwartaal naar beroepsgroep. Bron: UWV, 2024; bewerking RIGO.
Centerdata (2023). De toekomstige arbeidsmarkt voor onderwijspersoneel: po, vo en mbo 2023-2033. 12
15
Voor docenten in het voortgezet onderwijs in algemene vakken en voor medewerkers in de kinderopvang en onderwijsassistenten is er een relatief hoog aantal openstaande vacatures (zie Figuur 16). De arbeidsmarkt in Midden-Brabant is met name zeer krap voor docenten in het voortgezet onderwijs die algemene vakken geven. Ook voor medewerkers in de kinderopvang en onderwijsassistenten, onderwijskundigen en overige docenten en leerkrachten in het basisonderwijs is de arbeidsmarkt zeer krap. Wanneer de spanningsindicator boven 1,5 uitkomt, is er sprake van een krappe arbeidsmarkt, dus ook voor de andere twee beroepsgroepen is de arbeidsmarkt krap te noemen (Figuur 17).
Figuur 17 Spanningsindicator UWV voor pedagogische beroepen. Bron: UWV, 2024; bewerking RIGO.
Zorg (zorg en welzijn) In het eerste kwartaal van 2024 werkten 38.400 medewerkers in zorg en welzijn in regio Midden-Brabant, dit is een toename van 1,7 procent ten opzichte van 2022. Er is sprake van tekort in deze sector in de regio Midden-Brabant volgens het prognosetabel arbeidstekort in de zorg en welzijn sector (tabel 1). Met name in de branches verpleging en verzorging en de gehandicaptenzorg zijn er personeelstekorten in de regio Midden-Brabant. Tabel 1 Arbeidsmarkttekort naar sector in Midden-Brabant. Bron: Prognosemodel Zorg en Welzijn. Bron: ABF, 2023.
Werkplek Universitair medische centra Ziekenhuizen en overige medisch specialistische zorg Geestelijke gezondheidszorg Huisartsen en gezondheidscentra Verpleging en verzorging Thuiszorg Gehandicaptenzorg Jeugdzorg Sociaal werk Kinderopvang Overige zorg en welzijn
Personen tekort in 2023 0 100 100 0 300 100 200 0 100 100 200 16
Wanneer we specifiek inzoomen op de gedefinieerde vitale beroepsgroepen in de zorg, dan is er veel vraag naar verzorgenden en sociaal werkers en woonbegeleiders. Voor apotheekassistenten en laboranten zijn er geen openstaande vacatures in de regio MiddenBrabant, deze zijn dus niet meegenomen in Figuur 18. Figuur 18 Aantal openstaande vacatures per kwartaal voor zorg en welzijn beroepen. Bron: UWV, 2024; bewerking RIGO.
De bestaande tekorten zijn vooral hoog bij een aantal beroepsgroepen in de zorg (Figuur 19). De beroepsgroepen fysiotherapeuten, medisch praktijkassistenten, gespecialiseerd verpleegkundigen, verpleegkundigen en verzorgenden zijn zeer krap. Artsen en psychologen en sociologen zijn ook te classificeren als zeer krap. Enkel maatschappelijk werkers, sociaal werkers en woonbegeleiders en medisch vakspecialisten zijn als krap te classificeren. Waar de spanning medisch praktijkassistenten heel erg is gegroeid, is dit bij verpleegkundigen juist afgenomen. De beroepen artsen, fysiotherapeuten, gespecialiseerd verpleegkundigen, maatschappelijk werkers en psychologen en socialen zijn veelal van ISCO4 niveau. Figuur 19 Spanningsindicator UWV voor zorg en welzijn beroepen. Bron: UWV, 2024; bewerking RIGO.
17
Politie en brandweer (openbaar bestuur en veiligheid) Bij de politie worden andere regionale eenheden gehanteerd, die ook effect hebben op de arbeidsmarkt in de regio Midden-Brabant. De gemeenten vallen (behalve de gemeente Heusden13) in de regionale eenheid Zeeland-West-Brabant14. Volgens een onderzoek van de NOS eind 2023 was er in de politieregio Zeeland-West-Brabant een tekort van 134 fte, waarvan 41 fte bij de regionale recherche en 93 fte bij de basisteams en districtsrecherche15. Volgens de prognose van de eenheid wordt de onderbezetting in de operationele sterkte in de loop van 2025 opgelost. Wel wordt er een groei in het aantal wijkagenten in de eenheid voorzien.16 Bij de brandweer zijn er ook tekorten. De regio Midden- en West-Brabant streeft naar een basis van 1.350 vrijwilligers, maar dat zijn er nu 1.275. Er is dus een tekort van 75 vrijwilligers17. Op basis van gegevens van het UWV is geen goed zicht te krijgen op de situatie bij brandweer, politie en defensie in de arbeidsmarktregio. Wel blijkt uit cijfers van het UWV dat er een tekort is aan beveiligingspersoneel (Figuur 20 en Figuur 21). Al blijft het aantal openstaande vacatures in de beveiliging min of meer gelijk in de regio Midden-Brabant, de arbeidsmarkt wordt voor deze beroepsgroepen als ‘zeer krap’ getypeerd.
Sinds 2024 is er ook een tekort aan militaire beroepsgroepen, de spanningsindicator ligt voor deze beroepsgroep op de bovengrens van 16.
De gemeente Heusden valt in de regionale eenheid Oost-Brabant, voor deze eenheid is er een tekort van 104 fte in eind 2023, waarvan 95 bij de regionale recherche en 11 bij de districtsrecherche . 13
De regionale eenheid Zeeland-West-Brabant bestaat uit de gemeenten Alphen-Chaam , Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Borsele, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goes, Goirle, Halderberge, Hilvarenbeek, Hulst, Kapelle, Loon op Zand, Middelburg, Moerdijk, Noord-Beveland, Oisterwijk, Oosterhout, Reimerswaal, Roosendaal, Rucphen, Schouwen-Duiveland, Sluis, Steenbergen, Terneuzen, Tholen, Tilburg, Veere, Vlissingen, Waalwijk, Woensdrecht, Zundert. 14
NOS (2023) Tekorten bij politie houden nog jaren langer aan dan gedacht.
15 16
Regionaal beleidsplan politie Zeeland-West-Brabant 2023-2036.
PZC (2024) Brandweer Midden en West-Brabant luidt de noodklok: zorgwekkend tekort aan vrijwilligers 17
18
Figuur 20 Aantal openstaande vacatures per kwartaal naar beroepsgroep politie en veiligheid. Bron: UWV, 2024; bewerking RIGO.
Figuur 21 Spanningsindicator UWV voor politie en veiligheid. Bron: UWV, 2024; bewerking RIGO.
Gemeenten Op gemeenteniveau biedt het platform Arbeidsmarkt In Zicht, een samenwerking tussen Provincies en regio’s, cijfers over het aantal online vacatures naar beroepsklasse en -niveau. Dat geeft wat inzicht in de krapte van verschillende beroepsgroepen in de gemeenten. Het gaat om een momentopname. De gemeenten hebben een divers profiel in absolute aantallen (waarbij Tilburg als grootste gemeente qua inwoneraantal met kop en schouders boven de rest uitsteekt), wat van invloed is op het aantal vacatures. Ook de beroepssectoren met de meeste krapte verschillen per gemeente. Hieronder worden deze diverse profielen kort toegelicht: o
Loon op zand en Hilvarenbeek hebben vooral veel vraag naar dienstverlenende beroepen; 19
o o
o
o
In Gilze en Rijen is de vraag het grootst naar technische en commerciële beroepen; Dongen en Heusden hebben een vergelijkbaar profiel met een grote vraag naar technisch personeel. Waalwijk kent deze vraag naar technische beroepen ook, maar het aantal vacatures is groter in de bedrijfseconomische en administratieve beroepen; Tilburg heeft verreweg het grootste aantal openstaande online vacatures. In Tilburg valt met name op dat er relatief weinig vacatures van MBO niveau 1-2 openstaan. Met name bedrijfseconomische en administratieve beroepen worden in Tilburg gevraagd; In Oisterwijk en Goirle staan voor meerdere beroepsgroepen (veel) online vacatures open.
In vergelijking met andere beroepsgroepen, is het aantal openstaande vacatures laag in de: Agrarische, creatieve en taalkundige, ICT – sector; ook bij beroepen in openbaar bestuur, veiligheid en juridische beroepen, pedagogische beroepen (met uitzondering voor Goirle en in mindere mate Dongen). Het aantal openstaande vacatures in transport en logistiek en zorg en welzijn wisselen sterk per gemeente. Aan managers is in sommige gemeenten (Hilvarenbeek, Goirle, Tilburg) ook een tekort, maar deze vacatures bestaan vooral op HBO en WO niveau.
20
Conclusie In deze memo hebben we de tekorten in vitale beroepsgroepen en de effecten van schaarste aan woningen voor deze groepen onderzocht in de regio Hart van Brabant. Deze regio is onderdeel van de arbeidsmarktregio Midden-Brabant. In de arbeidsmarktregio Midden-Brabant, is er een tekort aan alle vrijwel vitale beroepsgroepen zichtbaar. Er is duidelijk sprake van schaarste in het onderwijs en in de zorg. Van de onderzochte groepen is met name de arbeidsmarkt voor medisch praktijkassistenten en verzorgenden zeer krap. Ook de docenten voor de algemene vakken in het secundair onderwijs, leerkrachten in het basisonderwijs en personeel in de kinderopvang zijn schaars. Er is minder zicht op personeelstekorten en krapte bij de politie, brandweer en defensie. Dat heeft zeer waarschijnlijk ook te maken met het sterke regionale karakter van deze sectoren. Wel zijn ook hier tekorten, vergelijkbaar met die in het onderwijs. Bovendien zal een deel van de woningzoekenden met vitale beroepen de schaarste aan woningen in de verschillende segmenten ervaren.
Wanneer er wordt gekeken naar de toegankelijkheid van de woningmarkt voor verschillende beroepsgroepen in het onderwijs en in de zorg, dan zijn vooral startende (eenverdieners) het meest gebaat bij voorrangverlening in de sociale huursector, zoals startende onderwijzers en verpleegkundigen, want voor de vrije huursector en koopsector zullen de mogelijkheden zeer gering zijn. Hetzelfde geldt voor startende en ervaren professionals in de kinderopvang, medisch praktijkassistenten en verzorgenden. Voor meer ervaren onderwijzers en, in mindere mate, (gespecialiseerd) verpleegkundigen is de koopsector potentieel beter financieel bereikbaar, maar ook voor hen is een groot deel van de koopsector schaars of niet toegankelijk. Zij zouden dus eventueel geholpen zijn met voorrangverlening in de betaalbare koopsector. Ook woningzoekenden die met een partner zoeken (met of zonder vitaal beroep) komen snel eerder in aanmerking voor een betaalbare koopwoning of vrije huurwoning dan een sociale huurwoning. De voorrang kan worden gegeven aan een huishouden waar een van de leden een vitaal beroep heeft, dus voorrang in de betaalbare koopsector zou voor tweeverdieners en meer ervaren onderwijzers of verpleegkundigen het beste helpen. Nut en noodzaak Uit de analyse van de arbeidsmarkt komt naar voren dat er weinig beroepen zijn die niet krap of zeer krap zijn in de arbeidsmarktregio.
Dit betekent dat de schaarste aan vitale beroepen hoogstwaarschijnlijk goed onderbouwd kan worden. Wanneer je kijkt naar de toegankelijkheid van de woningmarkt voor verschillende beroepsgroepen in het onderwijs en in de zorg, dan zijn vooral startende (eenverdieners) het meest gebaat bij voorrangverlening in de sociale huursector, zoals startende onderwijzers en verpleegkundigen, want voor de vrije huursector en koopsector zullen de mogelijkheden zeer gering zijn. Hetzelfde geldt voor startende en ervaren professionals in de kinderopvang, medisch praktijkassistenten en verzorgenden. Voor meer ervaren onderwijzers en, in mindere mate, (gespecialiseerd) verpleegkundigen is de koopsector potentieel beter financieel bereikbaar. Zij zouden dus eventueel geholpen zijn met voorrangverlening in de betaalbare koopsector.
21
Afwegingen Wel roept dit de vraag op welke beroepen er dan voorrang verdienen. Een gemeente mag zelf bepalen welke groepen zij als vitaal beschouwt. Er moet onderbouwd worden waarom deze beroepen vitaal zijn voor de gemeente en dat het van groot belang dat op lokaal niveau voldoende personeel beschikbaar is voor deze vitale beroepen. Bij het definiëren van de beroepen die voorrang krijgen is het zaak om de groepen goed af te bakenen (vallen administratief medewerkers in een ziekenhuis ook onder een vitaal beroep?) maar ook om niet te veel groepen tegelijkertijd voorrang te geven. Als iedereen voorrang krijgt, wordt het effect namelijk dermate klein dat in de praktijk niemand meer voorrang krijgt. Ook dient de inzet worden afgewogen met het effect op de ‘regulier’ woningzoekende. Diens inschrijfduur wordt door het creëren van een voorrangsgroep minder waard en de slaagkansen en zoekduur zullen dus verslechteren, tenzij het aanbod omhoog gaat. Daarnaast is het effect van de maatregel nog onbekend. Niet iedereen met een vitaal beroep krijgt per definitie voorrang. Bij invoering in de corporatiesector moet er worden voldaan aan inkomenseisen van de sociale huur. Het hebben van een partner of de fase in hun carrière kunnen daarop van invloed zijn. Ook studenten vallen niet onder de regeling.
Ook is het verband tussen het bieden van voorrang en het oplossen van schaarste in de vitale beroepen niet bewezen. De regel zal een deel van de mensen met een vitaal beroep een voordeel geven in het vinden van een woning. Dit is fijn voor deze groep woningzoekenden, maar het is nog afwachten of er ook meer mensen met een vitaal beroep in de gemeente vestigen of blijven wonen en het personeelstekort kan worden opgelost. De woningzoekenden met een vitaal beroep moeten economische of maatschappelijke binding (ook wel lokale binding genoemd) hebben aan de gemeente, aangezien het gaat om een extra voorrang binnen deze groep. Dit betekent ook dat de voorrang voor vitale beroepen ook gebonden is aan maximaal 50% van de toewijzingen. Hoewel de aanleiding van schaarste er is, betekenen bovenstaande overwegingen dat de effectiviteit van de maatregel wellicht beperkt is. Des te meer als ook zonder sturing woningen al ‘vanzelf’ bij lokaal woningzoekenden met vitale beroepen terecht komen, dan is extra sturing hierop niet zinnig. Het voorrang geven voor woningzoekenden met vitale beroepen gaat wel ten koste van de slaagkansen van regulier woningzoekenden. Tenslotte vraagt het om inzet binnen de gemeenten en de woningcorporaties, zoals het opstellen, uitvoeren en monitoren van een huisvestingsverordening.
Dat zijn de bijkomende afwegingen voor de nut, noodzaak en proportionaliteit van de inzet van deze maatregel.
22
Bijlage We maken een selectie van vitale beroepen in de sectoren Onderwijs, Zorg en Openbaar bestuur en veiligheid aan de hand van beroepsniveaus (ISCO) en op basis van een inschatting van het startsalaris van verschillende beroepsklassen. Er worden in de landelijke registraties, zoals CBS, vier beroepsniveaus onderscheiden: • • • •
ISCO1: Eenvoudige routinematige taken; elementair of lager onderwijsniveau vereist. ISCO2: Weinig tot middelmatig complexe taken; lager of middelbaar onderwijsniveau vereist. ISCO3: Complexe taken; middelbaar of hoger onderwijsniveau vereist. ISCO4: Zeer complexe gespecialiseerde taken; hoger of wetenschappelijk onderwijsniveau vereist.
Daarnaast gebruiken we een indicatie voor het (fulltime) bruto maandsalaris van een startende en een ervaren professional in de beroepsklassen in de geselecteerde sectoren. Het gaat hier om een indicatieve inschatting per beroepsgroep op basis van de Nationale beroepengids. Tabel 2 Indicatieve inkomens per beroepsgroep. Bron: Nationale beroepengids, peildatum september 2024; bewerking RIGO.
Beroepsklasse
Verzorgenden Apothekerassistenten Laboranten Medisch praktijkassistenten Medisch vakspecialisten Sociaal werkers, woonbegeleiders Verpleegkundigen (MBO) Artsen Fysiotherapeuten Gespecialiseerd verpleegkundigen Maatschappelijk werkers Psychologen en sociologen Leidsters kinderopvang Onderwijsassistent Docenten algemene vakken secundair onderwijs Docenten beroepsgerichte vakken secundair onderwijs Docenten hoger onderwijs en hoogleraren
ISCO
2 3 3 3
Starter Maandsalaris (bruto) € 1.950 € 1.900 € 2.600 € 2.000
Senior Maandsalaris (bruto) € 3.500 € 3.000 € 4.000 € 3.200
Starter Jaarsalaris (bruto) € 23.400 € 22.800 € 31.200 € 24.000
Senior Jaarsalaris (bruto) € 42.000 € 36.000 € 48.000 € 38.400
3
-
-
-
-
3
€ 2.100
€ 3.200
€ 25.200
€ 38.400
3
€ 2.500
€ 4.400
€ 30.000
€ 52.800
4 4 4
€ 2.500 -
€ 4.200 -
€ 30.000 -
€ 50.400 -
4
€ 3.000
€ 4.800
€ 36.000
€ 57.600
4
-
-
-
-
2 2 4
€ 1.900 € 1.900 € 2.900
€ 2.600 € 3.000 € 6.000
€ 22.800 € 22.800 € 34.800
€ 31.200 € 36.000 € 72.000
4
€ 2.900
€ 6.000
€ 34.800
€ 72.000
4
-
-
-
-
23
Leerkrachten basisonderwijs Onderwijskundigen Militair Beveiligingspersoneel (BOA) Brandweer Politie Overheidsambtenaren Politie-inspecteurs Juristen Overheidsbestuurders
4
€ 3.000
€ 6.000
€ 36.000
€ 72.000
4 1/2/3/4 2
€ 1.000 € 2.300
€ 5.000 € 3.000
€ 12.000 € 27.600
€ 60.000 € 36.000
2
€ 1.400 € 1.450 -
€ 2.500 € 3.400 -
€ 16.800 € 17.400 -
€ 30.000 € 40.800 -
3 3 4 4
Toegankelijkheid woningmarkt voor vitale beroepen In het laatste hoofdstuk maken we een koppeling met de woningmarkt. Op basis van de indicatieve inkomens van zowel de starter als senior professional kan een inschatting worden gemaakt of zij in aanmerking komen voor een sociale huurwoningen, of dat een particuliere huurwoning of koopwoning financieel bereikbaar is. Onder sociale huurwoningen verstaan we woningen met een huurprijs in het gereguleerde segment. Op 1 januari 2024 is dit maximaal € 879,66 (de liberalisatiegrens). In de sociale huursector worden inkomensgrenzen gehanteerd. De inkomensgrens voor de doelgroep van het gereguleerde sociale huursegment is €47.699 voor éénpersoonshuishoudens en €52.671 voor meerpersoonshuishoudens (prijspeil 2024). Onder de Wet betaalbare huur wordt de maximale middenhuurgrens gesteld op €1.157,95. Alles tussen de sociale huurgrens en middenhuurgrens is het middensegment. Voor de indicatieve inkomens hebben we de maximale huurprijs berekent die huishoudens kunnen betalen als de inkomensnorm van vier keer de brutohuur wordt gehanteerd. Deze inkomensnorm is met name gangbaar in de particuliere huursector. Het kan echter in de praktijk moeilijker zijn voor lage en middeninkomens om financieel toegankelijke woningen te vinden in de particuliere huursector.
Soms wordt bij de inkomenseis het inkomen van een partner slechts gedeeltelijk meegeteld. Daarnaast kan het maximaal haalbare huurbedrag dalen als strengere inkomenseisen worden gesteld, bijvoorbeeld door de inkomensnorm te verhogen naar 4,5 keer het bruto maandinkomen. Tenslotte, wie een woning wil kopen heeft daarvoor normaal gesproken een hypotheek nodig. Voor de indicatieve inkomens hebben we de maximale hypotheek berekend, gebaseerd op het inkomen en de geldende hypotheekrente. De Nationale Hypotheek Garantie (NHG) gebruikt hierbij de financieringsnormen van het NIBUD. Figuur 22 toont de maximale hypotheek die huishoudens (onder de AOW-leeftijd) kunnen krijgen op basis van de actuele NHG-normen, waarbij wordt uitgegaan van een hypotheekrente van 3,75 procent. De maximale hypotheek varieert hierbij van ongeveer €105.00 bij een bruto jaarinkomen van €30.000 tot €344.000 bij een jaarinkomen van €75.000.
24
Figuur 22 Maximale hypotheek voor eenverdieners met een middeninkomen, naar bruto-inkomen, 2024 (hypotheekrente = 3,75%).
25