3.5 - Bijlage 5d - Invoergegevens AERIUS
Tekst van het document
Notitie:
Invoergegevens AERIUS-berekeningen omgevingsplan Locatie: Groeske 11, 5114 AE Castelré
Gilze,
27-5-2025, aangepast 05-12-2025
Kenmerk:
MT/LB/96029.AA008
gebruiksfase
behorende
bij
In deze notitie wordt een nadere toelichting gegeven voor de invoergegevens van de AERIUS berekeningen behorende bij het omgevingsplan voor de locatie aan de Groeske 11 te Castelré. In het kader van een planologische procedure dienen de gevolgen van de ontwikkeling op de Natura 2000-gebieden in de omgeving te worden betrokken. Er dient onderzocht te worden of de ontwikkeling uitvoerbaar is gelet op de bescherming van de habitats en diersoorten binnen de aangewezen gebieden. In het kader van deze beoordeling is het niet noodzakelijk om een volledige inhoudelijke toetsing van de effecten van de ontwikkeling uit te voeren, zoals dit plaatsvindt in het kader van eventuele vergunningverlening voor Natura 2000-activiteiten. In het kader van de uitvoerbaarheidstoets, mag het bevoegd gezag uitgaan van de juistheid van de AERIUS-berekeningen tenzij eenvoudig zonder onderzoek is vast te stellen dat de gebruikte gegevens evident onjuist zijn. Deze werkwijze van uitvoerbaarheidstoets wordt beschreven in een recente uitspraak van de voorzieningenrechter van Rechtbank Gelderland (uitspraak ECLI:NL:RBGEL:2025:7393, r.o. 8.2). Sloop-, (ver)bouw- en Gebruiksfase In de beoogde situatie is er sprake van een burgerwoning met mantelzorgwoning of de nevenactiviteit verblijfsrecreatie in de vorm van een bed & breakfast. Hiervoor is een stikstofberekening gemaakt van de (ver)bouw en gebruiksfase.
Vanuit het oogpunt van een worst-case benadering worden de (ver)bouwfase en de gebruiksfase in één berekening meegenomen.
Sloop- en (ver)bouwfase
De sloop- en (ver)bouwfase bestaat voorziet in het realiseren van het saneren van bebouwing, het aanplanten van bomengroepen en bosplantsoenen en een interne verbouwing van bestaande bebouwing. De sloop- en (ver)bouwfase behorend bij de beoogde ontwikkeling genereert een toename in verkeersbewegingen, onder andere door bouwbedrijven en de aanvoer van bouwmaterialen. De bouwfase heeft betrekking op het verbouwen van de bestaande bebouwing ter plaatse en met de verkeersaantrekkende werking van het bouwverkeer. De totale emissie van de aanleg-/bouwfase is opgebouwd uit twee te onderscheiden onderdelen: 1. Verkeersbewegingen van al het personeel en bouwbenodigdheden; 2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage. Bij de verkeersbewegingen zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: Lichtverkeer: 2 voertuigen per etmaal (4 vervoersbewegingen per etmaal) Zwaar verkeer: 1 voertuig per etmaal (2 vervoersbewegingen per etmaal) De verdeling van de rijrichting bedraagt 100% in zuidelijke richting, aangezien de weg in noordelijk richting overgaat in een zandpad. Gelet op de verkeersintensiteit van de weg waaraan het bedrijf is gelegen is het aannemelijk dat deze bewegingen vanaf de Hoogstratensebaan zijn opgenomen in het Pagina 1 van 5
heersende verkeersbeeld. De geringe (tijdelijke) toename van enkele verkeersbewegingen zal nihil zijn ten opzichte van het huidige, veelvuldige gebruik van de weg. Mede gelet op de bestaande verkeersintensiteit van de weg kan daarom geconcludeerd worden dat op deze punten de vervoersbewegingen zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Daarbij kan het verkeer bij de aangehouden lengte van de lijnbron afremmen/optrekken waarna de normale snelheid wordt bereikt. De stikstofdepositie bovengenoemde bronnen wordt berekend op jaarbasis. In het rekenmodel worden de bronnen per etmaal ingevoerd om de depositie te berekenen. Dit betekent dat het mogelijk is dat er dagen meerdere vervoersbewegingen zijn en andere dagen weer minder. De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel gemodelleerd door middel van lijnbronnen op de verschillende wegvakken. Het betreft in deze ‘buitenwegen’. Als worst-case scenario zijn deze bewegingen als ‘binnen de bebouwde kom (normaal)’ ingevoerd. Bron 1: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Wegverkeer zuidelijk bouw Lijnbron wegverkeer (zuidelijke richting) Lichte en zware motorvoertuigen 2 lichte en 1 zware voertuigbeweging per etmaal, zie bovenstaande toelichting
Bij de realisatie van de mantelzorgwoning in het bestaande bijgebouw zal sprake zijn van het gebruik van mobiele werktuigen ter ondersteuning van de bouwwerkzaamheden. Tijdens de bouw worden diverse mobiele werktuigen gebruikt zoals bijvoorbeeld een graafmachine, kraan, betonpomp en verreiker. Voor de inzet van mobiele werktuigen zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: 1. Graafmachine Er is vanuit gegaan dat één graafmachine circa 12 draaiuren bezig is voor het eventuele sloop- en grondwerk van de bebouwing. De graafmachine wordt ingezet voor het ontgraven van de fundering, kabels, leidingen etc. Graafmachine: Stageklasse: Vermogen: Bouwjaar: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik:
STAGE IV, vermogen, <=56 kW 30 kW 2016 12 uur (zie bovenstaande) 65 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 69 ltr/jaar (5,73 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB)
2. Betonpomp Het beton wordt via een betonpomp gestort in de bekisting. Ook deze betonpomp draagt bij aan de emissie van stikstof. Tijdens het verpompen van het beton wordt de motor gebruikt. Voor het verpompen van beton is circa 2 uur een betonpomp operationeel. Met gebruik van de betonstorter wordt de fundering en dergelijke aangebracht. Betonpomp: Stageklasse: Vermogen: Bouwjaar: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik:
STAGE IV, vermogen 75-560 kW 200 kW 2016 2 uur (zie bovenstaande) 35 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 39 ltr/jaar (19,43 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 2 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
3. Mobiele bouwkraan
2 van 5
De hijskraan is ondersteunend bij het plaatsen van zware materialen zoals sandwichpanelen, ramen, deuren, etc. De mobiele bouwkraan zal voornamelijk gebruikt worden ten behoeve van de sloop van de bestaande bebouwing. Er is van uitgegaan dat deze bouwkraan circa 12 draaiuren in gebruik zal zijn. Mobiele bouwkraan Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik:
STAGE IV, vermogen 75-560 kW 12 uur (zie bovenstaande) 65 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 438 ltr/jaar (36.46 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 26 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
4. Verreiker De verreiker is ondersteunend bij het verplaatsen van zware materialen, en het plaatsen van bomen. Tevens kan een verreiker met een manbak dienen als hoogwerker. Er is van uitgegaan dat deze verreiker circa 5 draaiuren in gebruik zal zijn. Verreiker Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik: Bron 3: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
STAGE IV, vermogen 75-560 kW 5 uur (zie bovenstaande) 65 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 106 ltr/jaar (21,24 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 6 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V) Koude start bouw Vlakbron koude start Lichte en zware motorvoertuigen 2 licht verkeer per etmaal, zie onderstaande toelichting
Er komt relatief veel stikstof vrij als voertuigen met een koude motor starten (koude start). Omdat auto’s steeds schoner worden, wordt het aandeel van de koude start in de totale uitstoot van stikstof door verkeer steeds groter. Koude start en rijdend verkeer moeten daarom los worden ingevoerd, zodat de uitstoot van verkeer nauwkeuriger kan worden berekend. Op het bedrijf is er sprake van een koude start van de lichte motorvoertuigen (auto) als deze vertrekken vanaf de inrichting. Voor de vrachtwagens die naar het bedrijf komen is geen sprake van een koude start. Deze arriveren met een warme motor op het bedrijf. Het laden het lossen duurt korter dan 2 uur waardoor deze ook weer met een warme motor vertrekken. Voor het licht verkeer wordt vanuit gegaan dat dit vervoersbewegingen zijn van bijvoorbeeld de bouwvakkers. Deze zijn heel de dag op de bouwplaats aanwezig waardoor de motor koud is bij het vertrekken. Er wordt voor de koude start daarom uitgegaan van de helft van het aantal lichte voertuigbewegingen, dus 130 koude starts per jaar. Bron 4: Emissiepunt: NOx-emissie: NH3-emissie:
Stationair draaien vrachtwagens Mobiele bronnen binnen inrichting 14,182 kg/jaar (zie onderstaande toelichting) 0,184 kg/jaar (zie onderstaande toelichting)
Bij het transport van en naar het bedrijf zijn er vrachtwagens die stilstaand binnen de inrichting draaien, zoals bij het laden en lossen van de bouwmaterialen. Zoals eerder beschreven zijn er 65 bezoeken van vrachtwagens (100 verkeersbewegingen). Het laden/lossen duurt circa 0,5 uur per bezoek. De totale bedrijfstijd van aanwezige vrachtwagens bedraagt 32,5 uur per jaar. Conform bijlage 1 van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator’, staat beschreven dat een stationair draaiende zware vrachtwagen 1,0116 gram NH3 per uur en 77,712 gram NOx per uur
3 van 5
produceert. Dat komt neer op (182,5 uur x 0,0010116 kg/jaar)=0,184 kg NH3 per jaar en (182,5 uur x 0,077712 kg/jaar)= 14,182 kg NOx per jaar.
Gebruiksfase
In de beoogde situatie is er sprake van een burgerwoning met mantelzorgwoning of de nevenactiviteit verblijfsrecreatie in de vorm van een bed & breakfast. Door deze invulling ontstaan verkeersbewegingen, koude starts en emissie als gevolg van de stookinstallatie. Bron 5: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Wegverkeer Lijnbron wegverkeer (noordelijke richting) Lichte en zware motorvoertuigen 4.234 lichte voertuigbewegingen per jaar, zie onderstaande toelichting
Conform de CROW-publicatie toekomstbestendig parkeren is de verkeersgeneratie van een vrijstaande koop woning gelegen in niet stedelijk buitengebied kent een verkeersgeneratie van 8,6 voertuigen per dag. Op de locatie is één woning aanwezig. Dit resulteert in (8,6 x 365 =) 3.139 vervoersbewegingen per jaar. Voor de mantelzorgwoning kan aangesloten worden bij de categorie ‘aanleunwoning, serviceflat (zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen). Voor een dergelijke woning in niet stedelijk gebied in het buitengebied geldt een verkeersgeneratie van 3,0 per woning. Voor de bed & breakfast wordt worst-case aangesloten worden bij de categorie ‘Bungalowpark (huisjescomplex)’. Hiervoor geldt een verkeersgeneratie van 2,8 per bungalow. Worstcase wordt voor zowel de mantelzorgwoning als de bed & breakfast een verkeersgeneratie van 3,0 aangehouden. Dit resulteert in (3,0 x 365 =) 1.095 vervoersbewegingen per jaar. Bron 6: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Koude start Vlakbron koude start Lichte en zware motorvoertuigen 2.117 licht verkeer per jaar, zie onderstaande toelichting
Zoals eerder toegelicht zijn de koude starts van motoren steeds belangrijker. Op de locatie is er sprake van een koude start van de lichte motorvoertuigen (auto) als deze vertrekken vanaf de inrichting. Voor de invoer van koude start is dan ook uitgegaan van de helft van 4.234 lichte voertuigbewegingen (auto). Bron 7: Emissiepunt: Emissie:
Stookinstallatie woning Stookinstallatie woning Zie onderstaande toelichting
Het gasverbruik van de woning is meegenomen in de AERIUS-berekening. Op grond van de emissiewaarden van AERIUS, d.d. 5 juli 2018, dient voor een oudere vrijstaande woning uit te worden gegaan van 3,59 NOx kg per jaar. Gasloos bouwen Voor nieuwbouw geldt sinds 1 juli 2018 een aardgasverbod. Dat betekent dat géén nieuwbouwhuis dat na die datum een vergunning heeft gekregen, op het aardgas mag worden aangesloten. De te (ver)bouwen mantelzorgwoning wordt derhalve niet aangesloten op aardgas. Uit de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator’ volgt dan ook dat de emissiefactor van een nieuwbouwwoning nul is. Bron 8: Tractor: Maximaal vermogen: Bouwjaar:
Landbouwvoertuig 60 kW 2010
4 van 5
Draaiuren: 260 uur (vijf uur per week, hobbymatig gebruik) Gemiddelde belasting: 65 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) Brandstofverbruik: 4.212 ltr/jaar (11,54 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek NRMM_AUB)
TNO-2023-
Conclusie Uit de uitgevoerde AERIUS-berekeningen blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,0 mol/ha/jaar op (buitenlandse) Natura 2000-gebieden zijn. Derhalve zijn er voor dit initiatief aan Groeske 11 te Castelré geen belemmeringen in de sloop-, (ver)bouw- en gebruiksfase. Effect stikstofdepositie op buitenlandse Natura 2000-gebieden Vanwege de ligging van het bedrijf kan de emissie van stikstof ook effect hebben op de buitenlandse Natura 2000-gebieden. In deze paragraaf is de stikstofdepositie getoetst aan het buitenlandse beleid. ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Binnen een straal van 25 km van het bedrijf zijn de volgende buitenlandse gebieden meegenomen in de berekening. Omdat het rekenmodel niet automatisch de depositie berekend op de buitenlandse gebieden zijn handmatig enkele rekenpunten geplaatst in het rekenmodel: Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop; Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout; Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout; Het Blak, Kievitsheide, Ekstergoor en nabijgelegen Kamsalamanderhabitats; De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld; Klein en Groot Schietveld; Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen; Kalmthoutse Heide; Historische fortengordels van Antwerpen als vleermuizenhabitat; Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen en heiden.
Uit de berekening blijkt dat er geen sprake is van een toename van depositie op bovengenoemde gebieden. Er kan dus worden geconcludeerd dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten op de buitenlandse Natura 2000-gebieden. Conclusie Uit de uitgevoerde AERIUS-berekeningen blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,0 mol/ha/jaar op (buitenlandse) Natura 2000-gebieden zijn. Derhalve zijn er voor dit initiatief aan Groeske 11 te Castelré geen belemmeringen in de gebruiksfase.
5 van 5