3.5 - Bijlage 2 - Toelichting ontwerp omgevingsplan
Tekst van het document
11.2.1. Principeverzoek
Per 28-1-2025 is voor onderhavig initiatief een gesprek aan de intaketafel gevoerd. Aan de intaketafel is in eerste instantie het initiatief besproken. Tijdens de intaketafel heeft de gemeente een positieve grondhouding aangenomen ten opzichte van de beoogde ontwikkeling. Voor de uitwerking van het beoogde plan dienen de volgende voorwaarden meegenomen te worden: ▪ Parkeren dient conform de Nota parkeernormen 2011 Baarle-Nassau uitgevoerd te worden; ▪ Beeldkwaliteit conform de welstandsnota; ▪ De woningen dienen levensloopbestendig uitgevoerd te worden; ▪ Initiatiefnemer dient in de motivatie van de vervolgprocedure te onderbouwen dat er sprake is
▪ ▪ ▪
van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij moeten de diverse planologische en milieu-hygiënische aspecten onderzocht worden; Er dient een omgevingsdialoog plaats te vinden conform ons gemeentelijk beleid; Met initiatiefnemer moeten afspraken gemaakt worden over de gemeentelijke plankosten en nadeelcompensatie in een anterieure overeenkomst voordat de procedure gestart wordt; De cultuurhistorisch waardevolle bebouwing dient hersteld te worden met instandhouding van de cultuurhistorische waarden zoals omschreven in de Redengevende omschrijving van het Monumentenhuis Brabant.
De bovenstaande voorwaarden zijn in deze motivering nader uitgewerkt en waar nodig vastgelegd in een overeenkomst of in de regels.
11.2.2. Bestuurlijk overleg
Er is overleg gevoerd over de beoogde ontwikkeling met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap Brabantse Delta en provincie Noord-Brabant. PM.
11.2.3. Participatie omgeving In de Omgevingswet is opgenomen dat participatie een belangrijk onderdeel is van plannen in de fysieke woon- en leefomgeving. De gemeente Baarle-Nassau vindt het belangrijk dat inwoners optimaal betrokken worden bij plannen en projecten. Het is namelijk de taak van de gemeente om bij initiatieven te beoordelen hoe de omgeving is betrokken. Door participatie wordt ervoor gezorgd dat alle belangen, meningen, kennis en creativiteit direct op tafel komen. Door bezwaren, maar juist ook goede ideeën met elkaar te bespreken, kan het initiatief beter worden gemaakt en is er meer kans op betrokkenheid. Om deze reden is er een omgevingsdialoog gevoerd. Initiatiefnemers hebben de beoogde plannen voorgelegd aan omwonenden middels een bezoek. De reacties hierop zijn toegevoegd als separate bijlage bij deze motivering. De opmerkingen uit de omgevingsdialoog hebben niet geleid tot wijziging van de motivering. Samenvattend kan worden gesteld dat de omwonenden niet negatief tegenover de gewenste ontwikkeling staan, maar wel betrokken willen blijven bij de voortgang van het plan.
Pagina 46 van 50
Na communicatie met de gemeente is gevraagd om nogmaals te proberen om omwonende te betrekken bij de omgevingsdialoog. Hierop kwam de volgende reactie vanuit initiatiefnemers: “We willen best langs gaan bij roeske 8, maar dat huis staat al een jaar leeg omdat de eigenares overleden is en haar ene zoon woont in Spanje en haar andere zoon ergens in Brussel. Groeske 9 is onbewoonbaar verklaard door de gemeente. Daar staat al meer dan 40 jaar een ruwbouw.” Hierdoor is de omgevingsdialoog niet uitgebreid naar voorgenoemde onbewoonde huizen.
11.2.4. Zienswijzen
In overeenstemming met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt het ontwerp omgevingsplan ter inzage gelegd en kunnen zienswijzen worden ingediend. Het ontwerp wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. Na vaststelling wordt de wijziging van het omgevingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Gezien een ieder de mogelijkheid heeft om te reageren op het omgevingsplan door het kenbaar maken van zienswijzen, wordt na afloop van de hierboven beschreven procedure het plan als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.
Pagina 47 van 50
12. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Onderhavige toelichting betreft de planologische verantwoording voor de beoogde ontwikkeling aan de Groeske 11 te Castelré. De ontwikkeling is niet rechtstreeks toegestaan volgens het omgevingsplan, derhalve wordt een wijziging van het omgevingsplan opgesteld. Door middel van deze motivering is aangetoond dat het initiatief leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan de locaties en derhalve voldoet aan afdeling 5.1 van de Bkl. Het initiatief is getoetst aan alle relevante beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het beleid op geen van deze niveaus vormt een belemmering voor het initiatief. In deze onderbouwing is getoetst aan de Omgevingsverordening Noord-Brabant en de gemeentelijke visies. Tevens is het initiatief getoetst aan alle relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. Hieruit is gebleken dat met het initiatief geen nadelige effecten ontstaan voor de omgeving. De onderzoeken naar geluid, bodem, geur en luchtkwaliteit tonen aan dat het initiatief milieu-hygiënisch aanvaardbaar is. Door de onderzoeken van natuur, archeologie, externe veiligheid en de waterparagraaf wordt aangetoond dat het initiatief planologisch aanvaardbaar is.
Daarnaast wordt geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap door landschappelijke inpassing en het beëindigen van de agrarische functie ter plaatse, wat ten goede gaat van de omgevingskwaliteit. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat het initiatief leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan de locaties. Daarom kunnen de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie aan de Groeske 11 te Castelré doorgang vinden.
Pagina 48 van 50
13. Bijlagen
Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Redengevende omschrijving Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Invoergegevens AERIUS Bijlage 5: AERIUS berekening sloop-, (ver)bouw- en gebruiksfase Bijlage 6: Omgevingsdialoog bijlage 7: Ecologische quickscan
Pagina 49 van 50
Pagina 50 van 50