3.5 - Bijlage 2 Samenvatting armoede onderzoek
Tekst van het document
Samenvatting armoede onderzoek Minimapopulatie Baarle-Nassau Op 1 januari 2023 hebben naar schatting 209 huishoudens in de gemeente Baarle-Nassau een inkomen tot 110 procent van het wettelijk sociaal minimum. Dat is 6,8 procent van alle huishoudens in de gemeente Baarle-Nassau. Naar schatting hebben 257 huishoudens een inkomen tot 120 procent van het wettelijk sociaal minimum. Het aandeel minimahuishoudens ligt onder het gemiddelde in andere vergelijkbare gemeenten (inwonersaantal tot 50.000 inwoners). Naar schatting groeien 108 kinderen tot 18 jaar op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent van het wettelijk sociaal minimum. Dat is 9,4 procent van alle kinderen in de gemeente Baarle-Nassau. Kenmerken doelgroep minimabeleid Baarle-Nassau Van de huishoudens met een inkomen tot 110% van het wettelijk sociaal minimum heeft 26 procent een uitkering vanuit de Participatiewet. 42 procent heeft een AOW uitkering en 32 procent heeft een ander inkomen (WW, ZW, werk en ZZP). Bereik van de minimaregelingen Om ervoor te zorgen dat inwoners met een laag inkomen kunnen participeren in de samenleving biedt de gemeente Baarle-Nassau een aantal minimaregelingen aan. In bijgevoegde tabel wordt het bereik weergegeven.
Vergeleken met andere gemeenten ligt het bereik van de individuele inkomenstoeslag hoger dan gemiddeld en het bereik van de collectieve zorgverzekering in lijn met het gemiddeld bereik. Het bereik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen, Jeugdfonds Sport en Cultuur en het sociaal cultureel fonds liggen onder het gemiddelde bereik. Het bereik van de bijzondere bijstand heeft het onderzoeksbureau niet kunnen vergelijken.
Bevindingen inkomenseffecten Het bedrag dat inwoners met een minimuminkomen vanuit het Rijk aan toeslagen kunnen ontvangen is veel hoger dan het bedrag dat aan gemeentelijke regelingen ontvangen kan worden. Financieel gezien is de invloed van de gemeente dan ook veel kleiner dan de invloed van het Rijk. Het bedrag aan landelijke toeslagen neemt voor de meeste huishoudens geleidelijk af bij een hoger inkomen. Dit geldt ook voor de gemeentelijke regelingen. De gemeentelijke regelingen zorgen ervoor dat huishoudens (meer) ruimte overhouden voor het doen van vrije bestedingen. Wanneer huishoudens in Baarle-Nassau vanuit de bijstand gaan werken, gaan zij er in totaal inkomen bijna altijd op vooruit ten opzichte van de bijstandssituatie (mits zij gebruikmaken van alle toeslagen en regelingen). In de praktijk zijn er maar weinig inwoners die gebruik maken van alle toeslagen en regelingen. Het totale inkomen neemt echter niet procentueel gezien steeds sterker toe in vergelijking met de bijstandssituatie. Landelijke toeslagen lopen namelijk terug en het recht op gemeentelijke regelingen vervalt.
Relatief gezien gaan alleenstaanden zonder kinderen er het meest op vooruit bij ieder hoger inkomen. Paren met kinderen ervaren de minste inkomensvooruitgang. Zij krijgen eerder dan de andere huishoudtypen te maken met afnames van toeslagen van het Rijk. Alle huishoudtypen hebben te maken met een inkomensvooruitgang wanneer het loon stijgt naar 110 procent van het wettelijk sociaal minimum naar 120 procent. Bijna alle huishoudtypen hebben te maken met een demping in de groei of een terug val in hun inkomensgroei als het loon stijgt van 120 procent naar 130 procent van het wettelijk sociaal minimum. Dit is het moment dat het recht op de gemeentelijke regelingen vervalt. Paren met kinderen hebben op dat moment zelfs te maken met een armoedeval. Ervaringen ketenpartners en interne medewerkers Onderzoeksbureau Kwiz heeft ketenpartners gesproken en gevraagd naar hun ervaringen met betrekking tot de mogelijkheden en regelingen. Ketenpartners (VIP, Dorpsteam, Weggeefhoek, Voedselbank) en interne medewerkers geven het volgende aan: - Er zijn veel regelingen voor minima (vanuit het Rijk, gemeente, fondsen etc.). - In veel omliggende gemeenten is de inkomensgrens 120%. - (kleine) verschillen in regelingen binnen de ABG (harmonisatie, eenduidigheid richting inwoners gewenst). - Inwoners zijn niet altijd op de hoogte van de ondersteuningsmogelijkheden.
Huidige informatievoorziening is niet voor iedereen laagdrempelig genoeg. - Samenwerking tussen de gemeente en de partners verloopt goed. Ervaringen doelgroep minimabeleid Inwoners met een bijstandsuitkering en inwoners die een aanvraag energietoeslag hebben gedaan hebben in februari een vragenlijst ontvangen. In totaal hebben 1.805 huishoudens binnen de ABGgemeenten de vragenlijst per post ontvangen. Ook zijn er via social media, het Budgetcafé en het Dorpsteam vragenlijsten verspreid. In totaal hebben 425 respondenten de vragenlijst ingevuld. Dat brengt het respons op 24 procent. 53 procent van de respondenten is AOW gerechtigd. In de vragenlijst staan de volgende thema’s centraal: -
Meedoen, sociale contacten en belemmeringen in participatie. Financiële situatie. Kennis en gebruik van gemeentelijke regelingen en maatschappelijke organisaties. Informatievoorziening. Contact met de gemeente. Tips en adviezen van respondenten.
De respondenten geven het volgende aan: - 35% van de volwassenen en 62% van de kinderen kan meedoen dor regelingen. - Belemmeringen in meedoen zijn geld, gezondheid en sociale contacten. - 2/3 van de respondenten kan niet rondkomen. - Geldzorgen duren meestal langer dan 3 jaar. - Behoefte is het grootst aan een dagje uit, bezoek aan familie/vrienden en noodzakelijke spullen. - Gemiste regelingen zijn: reiskosten, huishoudelijke uitgaven, participatie en zorgkosten. - 41% kent de regelingen iet. 21% vindt aanvragen te moeilijk en 14% wilt geen hulp vragen. - Familie en vrienden zijn de belangrijkste informatiebron.