CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

3.4 - Bijlage 1 - Raadsrapportage Sociaal Domein Baarle-Nassau 2022

Gemeenteraad (openbaar) 20 december 2023, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Categorie 3 'Raadsinformatiebrieven'7.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsrapportage sociaal domein 2022

2

3

4

Onze gemeente Op het dashboard ‘Onze gemeente’ staan algemene gegevens die ondersteunend of overkoepelend zijn voor de dashboards per leefgebied. Deze toelichting begint met de uitgangspositie van de gemeente: de demografische gegevens en de sociaal economische status. Dan schetsen we het beeld hoe inwoners zelf aangeven weerbaar te zijn en mee te kunnen doen. Ten slotte geven we informatie over de ondersteuning van inwoners door het dorpsteam en door beschikte zorg. Demografie en samenstelling van huishoudens Het aantal huishoudens is in Baarle-Nassau weer iets toegenomen tot het niveau van 2020. Het aantal inwoners bleef net als afgelopen jaren licht stijgen als gevolg van het aantal mensen dat van buiten het dorp, of van buiten Nederland (vooral uit Westerse landen) naar Baarle-Nassau verhuisd zijn. De zogenoemde ‘natuurlijke aanwas’ neemt al jaren af: er zijn meer inwoners overleden dan geboren. Alle leeftijdsgroepen vanaf 55 zijn in Baarle-Nassau meer aanwezig dan in andere gemeenten. Dit zien we het sterkst bij de leeftijdsgroep 75-84 jaar. Vergeleken met andere gemeenten is vooral de leeftijdsgroep 15-24 jaar aanzienlijk minder aanwezig. Er wonen minder gezinnen dan in andere kleine gemeenten (32% ten opzichte van 36%). Dat is in 2022 niet veranderd ten opzichte van 2021.

Het aandeel alleenstaanden is in BaarleNassau gelijk gebleven, terwijl dat bij andere gemeenten is toegenomen. Sociaal economische status-WOA De sociaal economische status (SES-WOA) van een huishouden is berekend op basis van drie onderdelen: welvaart, opleidingsniveau en recent arbeidsverleden. Bij een hogere score dan 0 zijn de inwoners welvarender en/of hoger opgeleid en/of langduriger aan het werk ten opzichte van het Nederlands gemiddelde. Per onderdeel komt dit verderop in het rapport terug in het betreffende leefgebied. De SES score van de totale gemeente Baarle-Nassau ligt boven het landelijk, maar onder het niveau van de andere kleine gemeenten. Belangrijkste oorzaak is het grotere aandeel laag opgeleiden. Per kern zien we wel verschillen: in Ulicoten ligt de SES score boven het niveau van de kleine gemeenten en landelijk. In de kern Baarle-Nassau liggen het opleidingsniveau en het arbeidsverleden lager dan bij vergelijkbare gemeenten. Tussen 2020 en 2021 is de SES-WOA in de kern Baarle-Nassau wel sterk gestegen door een verbetering op alle drie de onderdelen: welvaart, opleidingsniveau en recent arbeidsverleden. De sociaal economische status heeft een sterke relatie met gezondheidsverschillen tussen gemeenten, wijken, of buurten.

En we moeten ons bewust zijn van de combinatie van een sterk vergrijsde gemeente en een relatief kleiner aandeel hoog opgeleiden als we de veerkracht van inwoners en de gemeenschap willen versterken. Weerbaarheid Aan de hand van antwoorden in de burgerpeiling 2022 is de mate van weerbaarheid van inwoners in beeld gebracht. Bij de mate van weerbaarheid zijn antwoorden uit de burgerpeiling geschaald op de dimensie ‘individueel welzijn’ en de dimensie ‘betekenisvolle participatie’. Dat leidt tot de volgende indeling:

Weerbaren: betekenisvolle participatie én individueel welzijn zijn relatief hoog Buitenstaanders: betekenisvolle participatie is relatief laag; individueel welzijn relatief hoog Compenseerders: betekenisvolle participatie is relatief hoog; individueel welzijn relatief laag Kwetsbaren: betekenisvolle participatie én individueel welzijn zijn relatief laag met subcategorie zorgwekkenden, waarbij beide dimensies ver onder het gemiddelde liggen.

Ten opzichte van 2020 is het aantal weerbare inwoners toegenomen, en het aantal kwetsbare inwoners afgenomen. Beide trends ontwikkelen zich positiever dan in andere gemeenten. Het aantal kwetsbare inwoners is nu vergelijkbaar met andere gemeenten. Het aantal inwoners in een zorgwekkende situatie is desondanks met 6,4 % relatief hoog. In alle vitaliteits-groepen valt op dat de maatschappelijke participatie en de aan/afwezigheid van een sociaal vangnet de scores negatief beïnvloedt. Dat geldt ook voor alle leeftijdsgroepen, met uitzondering van de 40 – 65 jarigen. Hun (bereidheid tot) maatschappelijk inzet komt overeen met vergelijkbare gemeenten. Hoewel dit een positief gegeven is, maken we ons hier ook zorgen over: juist deze groep wordt de komende periode kleiner terwijl het beroep wat op hen wordt gedaan vanwege de demografische ontwikkelingen toeneemt. Het percentage kinderen dat voldoende weerbaar is, is met 87% lager dan in omliggende gemeenten. Jongeren zijn in vergelijking met hun leeftijdsgenoten in de regio vaker weerbaar. Meedoen Het valt op dat inwoners van de gemeente Baarle-Nassau over de hele linie vaker een belemmering ervaren om aan het maatschappelijk leven mee te doen dan inwoners in vergelijkbare gemeenten. In 2020 was dat niet het geval. Gezondheid en fysiek functioneren zijn de meest voorkomende redenen die meedoen belemmeren.

Ook de mentale gezondheid speelt vaak een belemmerende rol. In BaarleNassau vaker dan in andere gemeenten. In Baarle-Nassau hebben lezen, schrijven en de taal spreken bij 8% in een negatieve invloed op hun leven. In Castelré en Ulicoten is dat 4%. N.B. Deze vragen zijn nieuw en nu niet te vergelijken met vorige resultaten of andere gemeenten maar wel met een referentiegroep. Het aantal inwoners dat te maken met twee of meer van bovenstaande ervaren belemmeringen om mee te doen aan het maatschappelijk leven is met 13,9% iets hoger dan in vergelijkbare gemeenten (13,6%). Figuur 1: mogelijkheden om aan het maatschappelijk leven deel te nemen (% nauwelijks tot geen beperking), 2022

Ondersteuning Het aantal huishoudens dat gebruik maakt van geïndiceerde zorg is in 2022 vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van 2021. Het voorzieningengebruik ligt daarmee nog altijd wat hoger dan in vergelijkbare gemeenten (19,1 % versus 18%). Dit verschil wordt veroorzaakt door een hoger gebruik van Wmo voorzieningen. Dat is een logisch gevolg van de bevolkingssamenstelling van onze gemeente, met een relatief hoog aantal 68+ers. Bijna 45% van de huishoudens met beschikte zorg ontvangt meer dan één voorziening. Dat is vergelijkbaar met andere vergelijkbare gemeenten. Bij huishoudens met meerdere voorzieningen gaat veelal om meerdere voorzieningen op grond van dezelfde wet (Wmo / Jeugdwet / Participatie-wet). De combinatie Wmo / Participatiewet komt in onze gemeente relatief veel voor. Er zijn verschillen per kern zichtbaar. Stapeling van zorg komt vaker voor in Baarle-Nassau. Combinaties van zorg vanuit verschillende wetten, komt alleen in Baarle-Nassau voor. In Ulicoten wordt relatief meer gebruik wordt gemaakt van Jeugdhulp dan in de andere kernen van de gemeente. Dat sluit aan bij de demografische context: in Ulicoten zijn relatief ook meer huishoudens met kinderen. Opvallend is dat er in Castelré geen voorzieningen lopen. Mogelijk maken deze inwoners sneller gebruik van zorg in België vanwege de geografische ligging van Castelré.

In de burgerpeiling 2022 is voor de eerste keer de vraag gesteld of er contact is geweest met het dorpsteam. 7% van de inwoners heeft contact gehad met het dorpsteam. In de kleinere kernen is dat vaker: 11%. De inhoud van de ondersteuningsvragen aan het dorpsteam lijkt te zijn veranderd. Waar in 2021 veruit de meeste vragen geregistreerd stonden onder financiële redzaamheid, ligt het zwaartepunt nu bij vragen over lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ook worden er meer vragen gesteld over een veilige en kansrijke thuissituatie, waaronder opvoed- en opgroeivragen. Dat houdt niet perse in dat de problematiek gewijzigd is. We merken op dat de registratie van individuele vragen door professionals van de verschillende organisaties in het dorpsteam nog onvoldoende eenduidig is geweest. Er is aandacht voor een meer eenduidige registratie voor rapportages over het jaar 2024 en verder.

5

Prettig wonen in je wijk Hoe beleven inwoners het wonen in de wijk en voelen ze zich daar prettig bij? Hebben ze het gevoel dat de gemeente goed naar hen luistert en met hen samenwerkt? Bij dit leefgebied kijken we naar de sociale samenhang, de ontwikkeling van de buurt, de relatie met de gemeente, de tevredenheid met voorzieningen en hoe inwoners de buurt als woon- en leefomgeving waarderen. Buurt als leefomgeving Inwoners van Baarle-Nassau geven gemiddeld een mooie 8,00 voor de buurt als leefomgeving. Hierin wijken we niet af van andere kleine gemeenten. Verbondenheid in de buurt De verbondenheid die inwoners met de buurt ervaren wordt beter gewaardeerd dan bij andere kleine gemeenten, en beter gewaardeerd dan twee jaar geleden. Buurtbewoners staan altijd voor elkaar klaar, scoort 75% ten opzichte van vergelijkbare gemeenten 68%. Ook het onderling vertrouwen in elkaar is hoog (78%). Terwijl de hulp die onze inwoners ook daadwerkelijk bieden aan buren (57%) beduidend lager is dan bij vergelijkbare gemeenten (65%). We concluderen dat een deel van de inwoners hun buren wel willen helpen, maar dat nu vaak (nog) niet doen. Ruim 1 op de 5 inwoners heeft weleens het gevoel er niet bij te horen. Als we kijken naar het onderzoeksrapport van de burgerpeiling dan blijkt (indicatief) dat in de kernen Castelré en Ulicoten nog net iets vaker voorkomt dan in de kern Baarle-Nassau.

Binnen de hele gemeente geven 21% van de inwoners aan behoefte te hebben aan meer (betekenisvol) contact met mensen - 21%. Dat is gelijk aan de score bij vergelijkbare gemeenten. Buurtgenoten kunnen daar ook een rol in spelen. Minder betekenisvolle relaties kunnen tot een gevoel van (sociale) eenzaamheid leiden. 25% van de inwoners geeft aan zich soms tot heel vaak eenzaam te voelen. In de kern BaarleNassau ligt het percentage inwoners dat zich vaak of heel vaak eenzaam voelt (5% tezamen) wat hoger dan in Castelré en Ulicoten (3%). Sociale veiligheid Het gevoel van veiligheid is in de jaren 2017 t/m 2021 toegenomen. 90% van de inwoners voelt zich veilig in de buurt. Voorzieningen De waardering voor voorzieningen op het gebied van gezondheidszorg, buiten spelen en het openbaar vervoer is wat lager dan in vergelijkbare gemeenten. Welzijns- en sportvoorzieningen scoren echter beter. De relatief lage score voor de kwaliteit van speelvoorzieningen voor kinderen tot 12 jaar is wel iets verbeterd t.o.v. de eerdere peiling. Voor de nabijheid van openbaar vervoer geldt een iets lagere waardering dan vergelijkbare gemeenten. Fysieke leefomgeving Bijna een kwart van onze inwoners vindt dat de buurt achteruit is gegaan. Hierdoor wordt de buurt minder uitnodigend voor ontmoeting en informele contacten.

Dit blijkt ook in zekere mate uit de beoordeling van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Inwoners scoren de staat van het onderhoud van perken en de begaanbaarheid van trottoirs gemiddeld maar vinden de buurt minder schoon dan inwoners van vergelijkbare gemeenten. Raadsrapportage Sociaal domein Baarle-Nassau 2022

Werken aan leefbaarheid Net als in andere gemeenten, vindt ongeveer een kwart van de inwoners dat de gemeente de buurt voldoende betrekt bij de aanpak van leefbaarheid. De leefbaarheid in een buurt hangt mede af van inwoners zelf. De inzetbereidheid van inwoners voor leefbaarheid scoort 79% ten opzichte van vergelijkbare gemeenten 81%. Dat geeft aan dat er (veel) ruimte is voor meer en beter buurtgericht samenwerken. Vooral ook omdat de inzetbereidheid van inwoners goed is. Woningen De totale woningvoorraad is met 7 woningen in 2022 beperkt gegroeid naar 2.962. De verhouding koop/huur wijkt in Baarle-Nassau niet af van vergelijkbare gemeenten. De huurwoningen zijn bij ons wel veel minder vaak in bezit van de woningcorporatie (11,3% tegen 20,6%). Bij de corporatie kan op vrijwel alle woningen huurtoeslag aangevraagd worden als de bewoner daarvoor in aanmerking komt. De voorraad corporatiewoningen is laag in verhouding tot de doelgroepen met lage inkomens. Jongeren die het ouderlijk huis verlaten, blijven wel vaker dan elders in de gemeente wonen. Zij verhuizen dan vaker dan in andere kleine gemeenten naar een koopwoning.

Raadsrapportage Sociaal domein Baarle-Nassau 2022

6

7

Veilige en kansrijke thuissituatie De gemeente biedt inwoners onder andere ondersteuning door middel van individuele / maatwerkvoorzieningen op het gebied van Jeugd en Wmo. Het leefgebied ‘Veilige en kansrijke thuissituatie’ geeft inzicht in de mate waarin inwoners en huishoudens hiervan gebruik maken. Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over Wmo, jeugd(zorg) en Veilig Thuis. Wmo Het aantal inwoners met een maatwerkarrangement Wmo is in 2022 ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van 2021. Per categorie zien we het volgende: - Net als vorig jaar, is het aantal voorzieningen voor hulp bij het huishouden in 2022 in vergelijking met 2021 ongeveer gelijk gebleven. De stijging van de afgelopen jaren – sinds de invoering van het abonnementstarief in 2019 - lijkt zich te stabiliseren. - Het aantal voorzieningen begeleiding is licht gestegen. - Er zijn in 2022 ongeveer evenveel woonvoorzieningen en rolstoelen verstrekt ten opzichte van 2021. Ten opzichte van vergelijkbare gemeenten geeft de gemeente Baarle-Nassau op het gebied van de Wmo op de meeste categorieën meer voorzieningen af. Als we kijken naar de arrangementen binnen de Wmo, zien we de volgende verschillen:  Bij ondersteuning thuis is het aantal inwoners met een voorziening hoger dan bij de referentiegroep.

Bij hulp in het huishouden geldt hetzelfde, maar zijn de aantallen in 2022 nagenoeg gelijk ten opzicht van 2021.  Binnen de categorie ‘hulpmiddelen en diensten’ zien we een lager aantal ten opzichte van de referentiegroep. Wel zien we een aanzienlijk hoger aantal vervoersdiensten (deeltaxi) in vergelijking met de referentiegroep. Het aantal vervoersvoorzieningen (scootmobielen) ligt juist aanzienlijk lager, maar het aantal rolstoelen ligt weer iets hoger. Hier verschilt het dus erg per specifieke voorziening.  Doordat de gemeente Baarle-Nassau geen arrangementen ‘verblijf en opvang’ of ‘overig’  heeft, blijft het totaal onder dat van vergelijkbare gemeenten. In vergelijking met gemeenten uit dezelfde grootteklasse zien we in Baarle-Nassau naast een hoger aandeel inwoners met een Wmo beschikking, ook een hoger aandeel mantelzorgers, maar een lager aandeel die zorg thuis krijgt vanuit de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Uitgangspositie kinderen Het aantal eenouder gezinnen is in onze gemeente gedaald. In 2021 was dit 6,4% en in 2022 nog maar 6.1%. Deze scores zijn vergelijkbaar met andere gemeenten van <25.000 inwoners. Het aantal kinderen dat opgroeit in een uitkeringsgezin ligt al vanaf 2019 tot en met 2021 in Baarle-Nassau (3%) op exact hetzelfde niveau als bij andere gemeenten van <25.000 inwoners. (Daarom is de blauwe lijn niet zichtbaar).

Raadsrapportage Sociaal domein Baarle-Nassau 2022

Jeugd(zorg) Het aantal jeugdzorgtrajecten is in 2022 (12.9%) gestegen ten opzichte van 2021 (10%). Ook scoren we hoger in vergelijking met andere gemeenten van <25.000 (12.1%). Het aantal jongeren met jeugdhulp zonder verblijf is in 2022 ten opzichte van 2021 iets gestegen. Dit is jeugdhulp waarbij jongeren thuis wonen, maar wel zorg ontvangen via een zorgaanbieder. Deze vorm van jeugdhulp wordt het meest geïndiceerd. Dit is een landelijke trend en we zien hier duidelijk de gevolgen van de coronacrisis. De daling in 2020 was namelijk deels te wijten aan de coronacrisis, omdat mensen tijdens de lockdown waarschijnlijk huiverig waren om zorginstellingen en hulpverleners te bezoeken. Gedurende de crisis hebben aanbieders zich aangepast aan de situatie en werden in 2021 ook de maatregelen meer losgelaten, waardoor er makkelijker en op een veilige manier toch weer hulp geboden kon worden. Dit verklaart mogelijk de toename van de jeugdhulp zonder verblijf in 2021 en in 2022. Het aantal jongeren in Baarle-Nassau met jeugdhulp met verblijf is in 2022 ten opzichte van 2021 gedaald. Dat het wederom gedaald is, is een positieve ontwikkeling, want het doel is uiteindelijk om jongeren zoveel mogelijk in hun eigen thuissituatie hulp te laten ontvangen. Indien verblijf niet nodig is, willen we dat ook zoveel mogelijk voorkomen.

Veilig Thuis Ten opzichte van 2021 is het aantal Veilig Thuis meldingen van (ex)partnergeweld en kindermishandeling flink afgenomen in 2022. Ook het aantal adviesvragen is in 2022 afgenomen gebleven ten opzichte van 2021. De daling zou verklaard kunnen worden doordat er tijdens de coronacrisis meer spanningen in het gezin of tussen partners zijn geweest.

Raadsrapportage Sociaal domein Baarle-Nassau 2022

8

9

Financieel rondkomen In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied Financieel rondkomen relevant zijn. Wat hebben onze inwoners te besteden en voelt dit als een belemmering om mee te doen in de samenleving? Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over mee kunnen doen, inkomenssituaties, financiële schuld en ondersteuning (bijstandsuitkeringen). De gegevens over meedoen vanuit de burgerpeiling zijn wel bekend van 2022; van andere indicatoren komen de meest recente gegevens uit 2019, 2020 of 2021. Meedoen Uit de burgerpeiling 2022 blijkt dat het aantal inwoners dat het gevoel heeft niet mee te kunnen doen door de financiële situatie in de gemeente Baarle-Nassau nagenoeg gelijk gebleven is ten opzichte van 2020. Inwoners ervaren dan vooral een lichte belemmering (18%). In de kernen Ulicoten en Castelre geven inwoners (indicatief) vaker aan dan in de kern Baarle-Nassau dat ze belemmeringen ervaren doordat ze moeite hebben met rondkomen. Gemiddeld ligt in onze gemeente het percentage inwoners die niet kunnen meedoen door financiën iets hoger dan bij andere vergelijkbare gemeenten. Inkomenssituaties De gemeente Baarle-Nassau heeft ten opzichte van de benchmark meer inwoners in de laagste inkomensgroep, maar ook meer in de hoogte inkomensgroepen dan in andere kleine gemeenten.

Een van de drie deelscores binnen de Sociaal Economische Status (zie hoofdstuk Onze gemeente) is de financiële welvaart. De financiële welvaart ligt in de gemeente BaarleNassau iets hoger dan in andere kleine gemeenten. Dat komt enkel door de sterk hogere financiële welvaart in de kleinste kernen; in de kern Baarle-Nassau wijkt het niet af van andere gemeenten. Het arbeidsverleden, de tweede deelscore binnen de Sociaal Economische Status, hangt met de financiële welvaart samen. Deze ligt in de kern Baarle-Nassau lager, en in Ulicoten hoger dan in andere kleine gemeenten. Schuldenproblematiek In Baarle-Nassau ligt het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden al enige jaren hoger dan bij andere kleine gemeenten. De cijfers m.b.t. schuldenproblematiek zijn niet vernieuwd t.o.v. de raadsrapportage 2021. Inwoners in met name de kern Baarle-Nassau hebben de afgelopen jaren vaker dan bij vergelijkbare gemeenten te maken met schuldenproblematiek. In Ulicoten lag dat percentage met 5,1% op hetzelfde niveau als van andere vergelijkbare gemeenten. Cijfers met betrekking tot instroom van inwoners met schulden in de gemeente Baarle-Nassau is gelijk ten opzichte van andere vergelijkbare gemeenten. Vanaf 1 januari 2021 werkt de gemeente samen met het Dorpsteam, woningbouwverenigingen, energieleveranciers en zorgverzekeraars m.b.t. vroegsignalering.

In november 2022 is er een budgetcafé geopend in Baarle-Nassau. In het budgetcafé kunnen inwoners wekelijks terecht met (financiële) vragen. In het budgetcafé zijn o.a. de Kredietbank Nederland, consulenten van de gemeente en het Dorpsteam vertegenwoordigd.

Raadsrapportage Sociaal domein Baarle-Nassau 2022

Bijstandsuitkeringen De grafische weergave in het dashboard (op jaarbasis) toont de gegevens van 2021. Omdat we elders wel gegevens per maand hebben, kunnen we hiervan toch de ontwikkeling weergeven. Het aandeel huishoudens met een bijstandsuitkering is vanaf mei 2022 weer gestegen naar het niveau van de eerste helft 2021. Het ligt nog steeds iets lager dan bij andere kleine gemeenten. Een bijstandsuitkering wordt per huishouden gegeven. Zodra één van de partners binnen het huishouden werk vindt, gaat deze een (minimum)loon verdienen waarmee beide partners uitstromen uit de uitkering. Het aantal personen met een bijstandsuitkering is daarentegen wel gedaald in 2022. In de gemeente Baarle-Nassau hebben minder alleenstaanden, maar juist meer ouderen een bijstandsuitkering dan in vergelijkbare gemeenten. .

Raadsrapportage Sociaal domein Baarle-Nassau 2022

10

Zinvolle daginvulling In het dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied zinvolle daginvulling relevant zijn. Het leefgebied zinvolle daginvulling is opgedeeld in verschillende indicatoren over werk, maatschappelijke inzet en school. Meedoen Inwoners is in de burgerpeiling 2022 gevraagd of ze hun dag goed kunnen invullen, zich kunnen ontwikkelen en het gevoel hebben er toe te doen. Bijna driekwart heeft het gevoel dat hij/zij ertoe doet. 77% geeft aan zich voldoende te kunnen ontwikkelen en 92% kan zijn/haar dag goed invullen. Omdat dit maatwerkvragen voor onze gemeente zijn, staan deze niet in het dashboard en zijn ze niet goed te benchmarken. Maatschappelijke inzet In het hoofdstuk ‘Onze gemeente’ is al gesproken over de verschillende weerbaarheidsgroepen in onze gemeente. Betekenisvolle participatie is een factor binnen de weerbaarheid van het individu en van de samenleving. Mensen die zich maatschappelijk inzetten, ervaren over het algemeen meer zingeving en sociaal contact. En ze dragen bij aan de leefomgeving of maatschappij. Ten opzichte van vergelijkbare gemeenten zien we binnen de groep kwetsbaren in Baarle-Nassau vaker wel bereidheid tot maatschappelijke inzet, maar leidt dit minder vaak tot daadwerkelijke inzet. Als we dan kijken naar het soort inzet, zien we dat inwoners van Baarle-Nassau vaker actief zijn in het verenigingsleven ten opzichte van 2020.

Ook zetten zij zich vaker in als vrijwilliger. 22% van de inwoners gaf aan dat ze niet actief zijn als vrijwilliger, maar wel willen worden. Opvallend is dat de mate waarin inwoners van Baarle-Nassau hulp geven aan buren relatief laag is ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Ook als het gaat om de aandacht voor buren in een zorgwekkende situatie. Het aantal inwoners dat zorg verleent aan een naaste (mantelzorg) is beduidend hoger dan in vergelijkbare gemeenten. Hiervan geeft een derde aan dat de zorg intensief is. De intensiteit wordt meestal niet als belemmering ervaren in het dagelijks leven van de mantelzorger. Werk Werk is voor de meeste mensen ook een vorm van zinvolle daginvulling. De werkloosheid daalt in Baarle-Nassau sinds 2020, evenals bij vergelijkbare gemeenten. Het percentage werklozen in Baarle-Nassau ligt nu op 2,8%. De netto arbeidsparticipatie is daarmee iets gestegen ten opzichte van 2021. Ook het onbenut arbeidspotentieel, de mate van inwoners die wel aan het werk kunnen maar dat niet zijn, is laag ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. De werkloosheid die hier bedoeld wordt, gaat over zowel inwoners met een WWuitkering, werkzoekenden zonder uitkering en inwoners met een bijstandsuitkering. Een specifieke toelichting op het aantal inwoners met een bijstandsuitkering wordt toegelicht in het leefgebied Financieel rondkomen.

Raadsrapportage Sociaal domein Baarle-Nassau 2022

Re-integratie Als gemeente helpen we inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt om weer aan het werk te komen. Dit geldt zowel voor inwoners met als zonder bijstandsuitkering. Deze ondersteuning noemen we re-integratie. Hiervoor hebben we een aantal voorzieningen die we kunnen inzetten. We zetten relatief veel re-integratie-voorzieningen in ten opzichte van vergelijkbare gemeenten, omdat we het belangrijk vinden om inwoners een steuntje in de rug te geven als dat nodig is. Wat verder opvalt is dat relatief veel ‘niet-werkenden met bijstand’ een re-integratievoorziening hebben. Dit heeft voornamelijk te maken met de verandering van de doelgroep in de bijstand. Door de krappe arbeidsmarkt is iedereen die in staat is om te werken, aan het werk. Inwoners die instromen in de bijstandsuitkering, of die er al langere tijd in zitten, hebben steeds meer (complexe) psychische of fysieke problematiek. De afstand die zij ervaren tot de arbeidsmarkt, of zelfs de samenleving, is groter dan een aantal jaar geleden. Zij vragen hierdoor meer tijd en ondersteuning om weer mee te gaan doen aan de samenleving, te participeren, om daarna mogelijk weer mee te doen op de arbeidsmarkt (met eventuele begeleiding). School In Baarle-Nassau lijken veel leerplichtigen niet ingeschreven op een school (absoluut verzuim).

Dit komt doordat de inschrijvingen van leerlingen die in België naar school gaan, nog niet verwerkt zijn in de Waarstaatjegemeente database. Het algemene beeld is dat jongeren die wel op een school zijn ingeschreven, minder vaak verzuimen dan bij vergelijkbare gemeenten (relatief verzuim). Navraag bij de leerplichtambtenaar geeft daarnaast het volgende beeld: In onze gemeente is het absoluut verzuim gestegen t.o.v. schooljaar 2019/2020, maar nog steeds lager dan in de jaren voor corona. Er springen geen specifieke groepen uit bij de absoluut verzuimprocessen. Bij relatief verzuim is een lichte daling te zien, waarschijnlijk omdat na de corona periode het normale onderwijs weer vorm heeft gekregen.

Raadsrapportage Sociaal domein Baarle-Nassau 2022

11

Fit en Veerkrachtig In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied fit en veerkrachtig relevant zijn, vanuit de burgerpeiling 2020 en 2022. Fitte en veerkrachtige inwoners kunnen beter ‘meedoen’ in onze samenleving. Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over positieve gezondheid en de onderdelen fysieke gezondheid, mentale gezondheid . Voor de verdieping op de onderwerpen is waar nodig ook gekeken naar gegevens uit andere onderzoeken die hierop aansluiten, zoals de GGD-rapporten die in 2021 beschikbaar kwamen en Brabantscan gezondheid en ziekten. Gegevens van Baarle-Nassau uit deze andere onderzoeken zijn echter alleen af te zetten tegen de regio, en niet ten opzichte van andere gemeenten met een inwonersaantal tot 25.000. Positieve gezondheid Meerdere factoren bepalen je fitheid en veerkracht. Op basis van het concept positieve gezondheid wordt gezondheid vanuit een breder perspectief benaderd. Kenmerken hieruit (o.a. zingeving, kwaliteit van leven, meedoen) komen terug bij andere leefgebieden. Subjectieve gezondheid en feitelijke participatie beïnvloeden elkaar. Subjectieve gezondheid kan participatie beïnvloeden en deelname aan maatschappelijke activiteiten kan een positief effect hebben op gezondheidsbeleving tenzij de belasting te groot wordt.

In de burgerpeiling 2022 zijn vragen met betrekking tot de ervaren gezondheid gesteld. De inwoners van Baarle-Nassau geven hun algehele gezondheid gemiddeld een 7,9. Dit percentage wijkt niet significant af van vergelijkbare gemeenten. Ook binnen de verschillende leeftijdsgroepen zien we ongeveer eenzelfde beeld bij inwoners van Baarle-Nassau als bij vergelijkbare gemeenten. Als we inzoomen dan zien we dat de groep 75 jaar en ouder het “laagst” scoort. Dat is normaal gelet op het feit dat de hoge leeftijd meer ziekte en beperkingen tot het gevolg heeft. Fysieke gezondheid Vooral de mate waarin mensen door hun fysieke gezondheid beperkt worden, bepaalt hoe zij hun gezondheid ervaren. In de burgerpeiling 2022 stelt 64% van alle inwoners geen of nauwelijks beperkingen te ervaren vanuit de fysieke gezondheid. Ouderen ervaren het vaakst beperkingen vanuit de fysieke gezondheid. Leefstijl Voor de fysieke gezondheid kijken we naar zowel overgewicht als naar beweging, roken en genotsmiddelengebruik. Waar bewegen een positieve invloed op de gezondheid heeft, hebben overgewicht, roken en middelengebruik hier een negatieve invloed op. Bewegen: Als we kijken naar de beweegnormen (niet alleen door sport, maar ook door andere fysieke activiteit), bewegen inwoners van Baarle-Nassau iets minder dan in vergelijkbare gemeenten (48,5% t.o.v. 50,1%) .

Ook het aantal sporters (minimaal 1 keer per week) is iets lager. Uit de burgerpeiling 2022 bleek ook dat meer inwoners sporten of actief bewegen dan in 2020. We moeten voorzichtig zijn omdat het te vroeg is om een trend te veronderstellen en er geen causaal wetenschappelijk verband is dat aantoont dat deze stijging structureel is, maar het lijkt erop dat onze extra inspanningen in het kader van het sportbeleid vruchten afwerpen.

Raadsrapportage Sociaal domein Baarle-Nassau 2022

Overgewicht: Bij 53% van de inwoners is sprake van overgewicht. Ruim 1/3 daarvan heeft ernstig overgewicht. Dit wijkt niet veel af van het regionale gemiddelde. Het aantal jonge kinderen met (ernstig) overgewicht is in Baarle-Nassau wel relatief hoog zo blijkt uit de Brabant scan. Roken: In Baarle-Nassau is het percentage rokers nagenoeg gelijk aan gemeenten van gelijke grootte. Het percentage rokers onder jongeren (klas 2 en 4 VO) is ten opzichte van 2019 gedaald naar 3%. Middelengebruik: Wat wel opvalt is dat 4% van de volwassenen met enige regelmaat softdrugs gebruikt. Het gebruik van wiet en hasj is onder jongeren gedaald naar 5%. 43% van de 18-64 jarigen vindt het normaal als iemand softdrugs gebruikt; gebruik van harddrugs vindt 11% normaal. Wat betreft het gebruik van andere (hard)drugs (XTC/Cocaïne) beschikken we niet over cijfers. Verder blijkt uit de Brabant scan dat het alcoholgebruik onder volwassenen niet afwijkt ten opzichte van de regio. 65% van de volwassenen en 40% van de ouderen drinkt dagelijks teveel alcohol (meer dan één glas alcohol per dag). Jongeren drinken vaker en meer alcohol dan in de regio. De verschillen met de regio zijn aanzienlijk. 69% van de jongeren (klas 2 en 4 VO) uit onze gemeente geeft aan ooit alcohol te hebben gedronken.

Wat opvalt is dat hier onder ouders de acceptatie van het feit dat jongeren (veel) alcohol drinken hoger is dan in de regio. De eenvoudige beschikbaarheid (lagere leeftijdgrens België) en de grote maatschappelijke acceptatie (ook bij ouders over hun kinderen) zal zeker een rol spelen in het alcoholgebruik van jongeren. Mentale gezondheid 31% van de inwoners geeft in de burgerpeiling van 2022 aan in bepaalde mate een beperking te ervaren door hun geestelijke gezondheid. Mogelijk hebben maatschappelijke ontwikkelingen ten tijde van het onderzoek in onze gemeente (september 2022) ook invloed gehad op deze cijfers. Voor een wetenschappelijke verklaring zou een diepgaander onderzoek nodig zijn. Uit onderzoek van de GGD Brabant scan komt een iets minder verontrustend beeld naar voren. We blijven dit echter scherp volgen om te ontdekken of dat er structureel een trend te signaleren is. Voor de geestelijke gezondheid van onze inwoners en de hulp die zij daarvoor zoeken, kijken we naar het gebruik van de basis GGZ (een eerstelijnspsycholoog of een praktijkondersteuner huisarts GGZ). In 2021 maakte 4,3% van onze volwassen inwoners daarvan gebruik. Dit is iets meer dan bij andere kleine gemeenten.

Raadsrapportage Sociaal domein Baarle-Nassau 2022

Indicatoren Overzicht Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein Versie juli 2022

12

Hoofdstuk in rapportage

Indicator 1

Definitie2

Frequentie

Ook op wijkniveau beschikbaar?3

Bron

1. Huidige situatie

1.1 Samenstelling huishoudens Aantal huishoudens per 1000 inwoners, naar type huishouden.

Aantal huishoudens per 1000 inwoners 1. Alleenstaande huishoudens 2. Samenwonenden zonder kinderen 3. Samenwonenden met kinderen 4. Eenoudergezinnen Huishoudens bestaan uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. De indeling van het huishouden hangt af van de relaties van de huishoudensleden ten opzichte van de referentiepersoon.

Jaarlijks

Ja

CBS – Kerncijfers Wijken en Buurten

1.2 Ontwikkeling van de SociaalEconomische Statusscore (SES WOA)

Deze tabel bevat cijfers over de ontwikkeling van de sociaal-economische status (SES-WOA) van gemeenten in Nederland in vergelijking met de referentiegroep. De gegevens hebben betrekking op de periode 2014 tot en met 2019. Deze status wordt beschreven in termen van de financiële welvaart, het opleidingsniveau en het recente arbeidsverleden van particuliere huishoudens op 1 januari van het verslagjaar. De referentiegroep wordt bij deze indicator getoond. Gemeenten zijn hierbij ingedeeld in vijf grootteklassen op basis van aantal inwoners: < 25.000 inwoners

Onregelmatig

Ja

CBS-

1

De eenheid in deze kolom betreft de eenheid zoals de indicator in het rapport van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein wordt gepresenteerd. In de database van Waarstaatjegemeente.nl kunnen de meeste indicatoren in een andere eenheid worden getoond. 2 Voor een toelichting op specifieke begrippen, zie de definitielijst op de website van VNG Realisatie. 3 De cijfers van de wijken binnen een gemeente tellen niet altijd op tot het totaal van de gemeente. Dit komt omdat van sommige personen en huishoudens niet bepaald kan worden in welke wijk ze wonen. 2

13

-

25.000 – 50.000 inwoners 50.000 – 100.000 inwoners 100.000 – 300.000 inwoners 300.000 inwoners

1.3 SES-WOA score per wijk

De SES-WOA score per wijk. De gegevens hebben betrekking op de periode 2014 tot en met 2019. Voor alle gegevens, ongeacht verslagjaar, geldt dat de gemeente/wijk/buurt-indeling van 2021 is toegepast.

Onregelmatig

Ja

CBS

1.3 Huishoudens met en zonder zorg en ondersteuning Percentage huishoudens met en zonder zorg en ondersteuning

Verhouding tussen huishoudens met en zonder zorg en ondersteuning, ten opzichte van het totaal aantal huishoudens. 1. Met zorg en ondersteuning 2. Zonder zorg en ondersteuning Onder zorg en ondersteuning wordt verstaan de individuele voorzieningen op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet en/of de Participatiewet.

Halfjaarlijks

Ja

CBS –Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

1.3 Stapeling per voorziening Aantal huishoudens met zorg en ondersteuning per 1.000 huishoudens, naar aantal voorzieningen en vergeleken met de referentiegroep.

Wanneer huishoudens meerdere voorzieningen tegelijkertijd ontvangen, betreft dit de zogenaamde stapeling van voorzieningen. De gestapelde staafdiagram toont het aantal huishoudens met voorzieningen per 1.000 huishoudens, naar aantal voorzieningen. 1. 1 voorziening 2. 2 voorzieningen 3. 3 voorzieningen 4. 4 voorzieningen 5. 5 voorzieningen 6. 6 of meer voorzieningen Gemeenten kunnen met elkaar vergeleken worden op basis van grootteklasse. De referentiegroep wordt bij deze indicator getoond.

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

3

14

Gemeenten zijn hierbij ingedeeld in vijf grootteklassen op basis van aantal inwoners: < 25.000 inwoners 25.000 – 50.000 inwoners 50.000 – 100.000 inwoners 100.000 – 300.000 inwoners 300.000 inwoners 1.4. Stapeling per domein Aantal huishoudens met zorg en ondersteuning per 1.000 huishoudens, naar domein en vergeleken met de referentiegroep.

Wanneer huishoudens meerdere voorzieningen tegelijkertijd ontvangen, betreft dit de zogenaamde stapeling van voorzieningen. De gestapelde staafdiagram toont het aantal huishoudens met voorzieningen per 1.000 huishoudens, naar domein. 1. Alleen jeugdwet (jeugd) 2. Alleen Participatie-wet (P-Wet) 3. Alleen Wmo 4. Jeugd en P-Wet 5. Jeugd en Wmo 6. P-Wet en Wmo 7. Jeugd, P-Wet en Wmo

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

Gemeenten kunnen met elkaar vergeleken worden op basis van grootteklasse. De referentiegroep wordt bij deze indicator getoond. Gemeenten zijn hierbij ingedeeld in vijf grootteklassen op basis van aantal inwoners: < 25.000 inwoners 25.000 – 50.000 inwoners 50.000 – 100.000 inwoners 100.000 – 300.000 inwoners > 300.000 inwoners

4

15

2. Ontwikkelingen per domein

2.1 Ontwikkeling van het percentage jongeren met Jeugdzorg-trajecten Percentage jongeren met Jeugdzorgtrajecten, naar type traject per half jaar.

Percentage jongeren per categorie Jeugdzorg-traject ten opzichte van het totaal aantal Jeugdzorgtrajecten. 1. Jeugdhulp zonder verblijf, aantal per 1.000 jongeren tot 18 jaar. 2. Jeugdhulp met verblijf, aantal per 1.000 jongeren tot 18 jaar. 3. Jeugdbescherming, aantal per 1.000 jongeren tot 18 jaar. 4. Jeugdreclassering, aantal per 1.000 jongeren van 12 tot 23 jaar. De grafiek toont de trendlijnen met de ontwikkeling van de percentages per half jaar.

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Beleidsinformatie Jeugd

2.2 Aantal jongeren met Jeugdzorgtrajecten vergeleken Aantal jongeren met Jeugdzorgtrajecten per 1.000 jongeren, naar type traject.

Aantal jongeren met jeugdzorg-trajecten per 1.000 jongeren. 1. Jeugdhulp zonder verblijf, aantal per 1.000 jongeren tot 18 jaar. 2. Jeugdhulp met verblijf, aantal per 1.000 jongeren tot 18 jaar. 3. Jeugdbescherming, aantal per 1.000 jongeren tot 18 jaar.

Halfjaarlijks

Nee

CBS – Beleidsinformatie Jeugd

4.

Jeugdreclassering, aantal per 1.000 jongeren van 12 tot 23 jaar. Onderverdeling naar gemeente en referentiegroep.

5

16

2.3 Ontwikkeling van het aantal inwoners met Wmo voorzieningen Aantal personen met Wmovoorzieningen, naar type voorziening en totaal per half jaar.

Aantal inwoners met een Wmo-voorziening per categorie ten opzichte van het totaal aantal personen met een Wmo-voorziening. 1. Ondersteuning Thuis 2. Hulp bij het huishouden 3. Verblijf en Opvang 4. Hulpmiddelen en Diensten 5. Totaal De grafiek toont de trendlijnen met de ontwikkeling van de aantallen per half jaar. Omdat inwoners gebruik kunnen maken van meerdere voorzieningen, kan het totaal aantal inwoners met een voorziening afwijken van de opgetelde totalen per categorie. Per categorie wordt een inwoner slechts één keer meegeteld. Daarnaast wordt een inwoner met voorzieningen in meerdere categorieën in al die categorieën afzonderlijk meegeteld.

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

2.4 Aantal inwoners met Wmo voorziening per categorie Aantal personen met Wmovoorzieningen per 1.000 inwoners, naar type voorziening

Aantal inwoners met een Wmo-voorziening per 1.000 inwoners, naar type voorziening. 1. Cliënten met hulp bij het huishouden 2. Begeleiding 3. Persoonlijke verzorging 4. Dagbesteding 5. Kortdurend verblijf 6. Woonvoorzieningen 7. Rolstoelen 8. Vervoersvoorzieningen 9. Vervoersdiensten 10. Woondiensten

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

Onderverdeling naar gemeente en referentiegroep.

6

17

2.5 Gemeentelijk beleid naar type Wmo voorziening Het gemeentelijk beleid per jaar, naar type voorziening.

Deze tabel bevat informatie over het gekozen lokale beleid in een gegeven jaar, naar type voorziening. 1. Hulp bij het huishouden 2. Begeleiding 3. Dagbesteding

Jaarlijks

Nee

CBS – Monitor Abonnementstarief

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

Gemeenten bieden hun voorzieningen op een van de volgende manieren aan. Alleen maatwerkvoorzieningen Voornamelijk maatwerkvoorzieningen Evenveel algemene als maatwerkvoorzieningen Voornamelijk algemene voorzieningen Alleen algemene voorzieningen Waneer gemeenten een bepaalde voorzieining niet aanbieden dan is ‘niet van toepassing’ ingevuld. 2.6 Aantal inwoners met Wmovoorzieningen vergeleken Aantal personen met een Wmovoorziening per 1.000 inwoners, naar type voorziening.

Aantal personen met Wmo-voorzieningen per 1.000 inwoners van de betreffende doelgroep. 1. Ondersteuning Thuis 2. Hulp bij het Huishouden 3. Verblijf en Opvang 4. Hulpmiddelen en Diensten 5. Totaal Onderverdeling naar gemeente en referentiegroep.

7

18

2.7 Aantal inwoners in beschermd wonen per regio Aantal inwoners in beschermd wonen per 1.000 inwoners, naar beschermd wonen-regio.

De figuur toont het aantal inwoners met een arrangement beschermd wonen per 1.000 inwoners, naar beschermd wonen-regio. 1. <1.6 2. 1.6 < 2.0 3. 2.0 < 2.4 4. 2.4 < 2.8

5.

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Bijstandsuitkeringenstatistiek

Halfjaarlijks

Nee

CBS – Bijstandsuitkeringenstatistiek

>= 2.8

De regio waartoe de gemeente behoort is rood omrand. 2.8 Aantal inwoners met een bijstandsuitkering Aantal inwoners met een bijstandsuitkering per halfjaar, naar leeftijdscategorie.

De kruistabel toont het absolute aantal personen met een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet per halfjaar, naar leeftijdscategorie: 1. Bijstand gerelateerde uitkering tot AOWleeftijd 2. Bijstand gerelateerde uitkering vanaf AOW-leeftijd

3.

2.9 Aantal inwoners met een bijstandsuitkering vergeleken Aantal inwoners met een bijstandsuitkering per 1.000 inwoners per halfjaar, naar leeftijdscategorie.

Bijstandsuitkeringen (totaal)

Aantal inwoners met een bijstandsuitkering per 1.000 inwoners, naar leeftijdscategorie 1. Bijstand gerelateerde uitkering tot AOWleeftijd 2. Bijstand gerelateerde uitkering vanaf AOW-leeftijd 3. Bijstandsuitkeringen (totaal) Onderverdeling naar gemeente en referentiegroep.

8

19

2.10 Aantal inwoners met een reintegratie/participatievoorziening

Het absolute aantal inwoners met een reintegratievoorziening wordt getoond per maand.

Maandelijks

Nee

CBS – Statistiek Re-integratie door Gemeenten

2.11 Aantal reintegratie/participatievoorzieningen per 1.000 inwoners vergeleken

Het aantal personen met een reintegratievoorziening per 1.000 inwoners van 15 – 74 jaar, naar halve jaren.

Halfjaarljks

Nee

CBS - Statistiek Re-integratie door Gemeenten

Jaarlijks

Ja

CBS – Kerncijfers Wijken en Buurten

3.1 Leeftijdsopbouw Percentage inwoners per leeftijdscategorie, gemeente en referentiegroep

3.

Uitgangspositie

Vergelijking tussen gemeente en referentiegroep. Het percentage inwoners per leeftijdscategorie 1. Jonger dan 18 jaar 2. 18 tot 23 jaar 3. 23 tot 27 jaar 4. 27 tot 50 jaar 5. 50 tot 68 jaar 6. 68 tot 75 jaar 7. 75 jaar en ouder Vergelijking tussen gemeente en referentiegroep. 3.2 Werkloze beroepsbevolking Aantal werkloze personen per jaar, gemeente en referentiegroep

De werkloze beroepsbevolking wordt hier weergegeven als het aantal werkloze personen per 1.000 inwoners tussen de 15 – 75 jaar. Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep. De 5 meest recente jaren worden getoond.

Jaarlijks

Nee

CBS – Arbeidsdeelname

3.3 Werkloze jongeren Percentage werkloze jongeren per jaar, gemeente en referentiegroep

Werkloze jongeren wordt hier weergegeven als het percentage werkloze jongeren van 16 tot en met 22 jaar. Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep. De 5 meest recente jaren worden getoond.

Jaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

9

20

3.4 Voortijdig schoolverlaters Aantal voortijdig schoolverlaters per 1.000 leerlingen, naar leeftijdscategorie.

Het aantal voortijdig schoolverlaters in het Voortgezet onderwijs en het MBO per 1.000 leerlingen, naar leeftijdscategorie. 1. Jonger dan 18 jaar 2. 18 tot 23 jaar Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep.

Jaarlijks

Nee

Dienst Uitvoering Onderwijs

3.5 Leerlingen in het Speciaal Basisonderwijs Aantal leerlingen in het Speciaal Basisonderwijs per 1.000 leerlingen, per jaar.

Het aantal leerlingen in het Speciaal Basisonderwijs per 1.000 leerlingen, per jaar. De drie meest recente jaren worden getoond. Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep.

Jaarlijks

Nee

Dienst Uitvoering Onderwijs

3.6 Kinderen in uitkeringsgezinnen Percentage kinderen tot 18 jaar in uitkeringsgezinnen, per jaar.

Het percentage kinderen tot 18 jaar, die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep. De 5 meest recente jaren worden getoond.

Jaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

3.7 Kindermishandeling Aantal gevallen kindermishandeling per 100.000 inwoners, naar type registratie.

Aantal bekende gevallen met betrekking tot kindermishandeling bij Veilig Thuis per 100.000 inwoners, naar type registratie 1. Gestarte adviezen

Halfjaarlijks

Nee

CBS – Beleidsinformatie Veilig Thuis

2.

Meldingen

10

21

Resultaten 4.

3.8 Kwetsbaarheid Percentage inwoners dat als kwetsbaar wordt beschouwd, naar type problematiek.

Percentage inwoners van 18 jaar en ouder dat als kwetsbaar wordt beschouwd, naar type problematiek. 1. Psychische problematiek, totaal aantal personen 2. Twee of meer aandoeningen, totaal aantal personen 3. Verminderde mobiliteit, volwassenen van 19+ 4. Eenzaamheid, volwassenen van 19+ Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep.

4-jaarlijks & Jaarlijks

Nee

Vektis, GGD-GHOR/RIVM

4.1 Cliëntervaringsonderzoek Wmo Vanaf 2021 wordt het cliëntervaringsonderzoek Wmo op een andere wijze uitgevoerd. In de nieuwe opzet voor het CEO Wmo krijgen gemeenten de huidige standaardvragenlijst en bijbehorende onderzoeksaanpak niet meer voorgeschreven. Het staat hen wel vrij deze te blijven gebruiken. Zij mogen er echter ook voor kiezen om het onderzoek – binnen bepaalde voorgeschreven kaders – op een andere wijze in te richten. Naar verwachting wordt een deel van de resultaten over CEO-Wmo 2020 eind augustus gepubliceerd.

Er is een nieuw format ontwikkeld voor het

Jaarlijks

Nee

Cliëntervaringsonderzoek Wmo

rapporteren van de resultaten dat uit de volgende drie onderdelen bestaat, te weten: 1. Doel, opzet en uitvoering van het cliëntenervaringsonderzoek Wmo 2. Uitkomsten van het cliëntenervaringsonderzoek Wmo 3. Opvolging van de uitkomsten van het onderzoek

11

22

4.2 Inwoners van 70 jaar en ouder die zelfstandig of in een zorginstelling wonen Aantal inwoners van 70 jaar en ouder per 1.000 inwoners, naar type woonvorm.

Het aantal inwoners van 70 jaar en ouder per 1.000 inwoners, naar type woonvorm 1. Zelfstandig wonend 2. Wonend in een instelling Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep.

Per kwartaal

Nee

CBS

4.3 Aantal inwoners naar reden beëindiging Wmo-voorzieningen Het aantal beëindigde wmovoorzieningen per half jaar, naar type beëindiging.

Deze tabel bevat informatie over het aantal beëindigde wmo-voorzieningen per half jaar, naar type beëindiging. 1. Totaal beëindigd 2. Overlijden 3. Levering volgens plan beëindigd 4. Verhuizing naar andere gemeente 5. Overig/onbekend

Halfjaarlijks

Nee

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

4.4 Jongeren met een beëindigd Jeugdzorg-traject naar reden beëindiging Het aantal beëindigde jeugdzorgtrajecten per half jaar, naar type beëindiging.

Deze tabel bevat informatie over het aantal beëindigde jeugdzorg-trajecten per half jaar, naar type beëindiging. 1. Beëindigd volgens plan 2. Waarvan in overeenstemming 3. Waarvan eenzijdig door cliënt 4. Waarvan eenzijdig door aanbieder 5. Waarvan wegens externe omstandigheden 6. Voortijdig afgesloten

Halfjaarlijks

Nee

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

12

23

4.5 Kosten Begrote en gerealiseerde kosten voor Wmo en Jeugdzorg per jaar, naar type voorziening.

De tabellen tonen de begrote en geraliseerde kosten van het meest actuele jaar voor Wmo en Jeugdzorg in duizend euro’s, naar type voorziening.

Jaarlijks

Nee

CBS – Monitor Abonnementstarief

Wmo-maatwerkvoorzienignen: 1. Hulp bij het huishouden 2. Ondersteuning thuis 3. Hulpmiddelen en diensten 4. Verblijf en opvang 5. Totaal Wmo-maatwerkvoorzieningen Jeugdzorg: 1. Jeugdhulp zonder verblijf – geleverd door wijkteam 2. Jeugdhulp zonder verblijf – niet geleverd door wijkteam 3. Jeugdhulp met verblijf 4. Kinderbeschermingsmaatregelen 5. Jeugdreclassering 6. Activiteiten in het preventieve justitiële kader 7. Totaal jeugdzorg De kosten omvatten het volgende: De begrote kosten betreffen het budget dat is gereserveerd op grond van de voorzieningen die in de gegeven periode zijn toegekend of voorzien. De uitvraag van begrotingscijfers voor de GMSD betreft niet de budgetten die door het Rijk ter beschikking zijn gesteld, maar de door de Raad vastgestelde begroting.

-

De gerealiseerde kosten die betaald zijn of kosten van voorzieningen die in de periode zijn afgesloten waarvan de betaling later plaats kan vinden. De vuistregel bij twijfel is het aanhouden zoals door de Raad wordt behandeld.

13

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13609987/1