3.3 - College B&W - Raadsinformatiebrief Uitvoerings- en Handhavingsstrategie
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan
De gemeenteraad van Baarle-Nassau
Van
Het college van burgemeester en wethouders
Portefeuillehouder
Burgemeester de Hoon-Veelenturf / Wethouder van Tilborg
Onderwerp
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie fysieke leefomgeving
Datum collegevergadering
30 januari 2024
Zaaknummer
1050784
RIB-Nummer
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------1.
Inleiding
Wat is de aanleiding en het kader? Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De wet bundelt een aantal oude wetten die bestonden onder (oa.) de Wabo, Wro, Wet Natuurbescherming en is gericht op het in onderlinge samenhang bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Bovendien ziet het op het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. En dit allemaal met oog op een duurzame ontwikkeling. Om dit te bereiken binnen het domein van vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) is een van de uitvoerings- en handhavingsinstrumenten dit beleidsstuk. Het geeft richting aan de uitvoering middels gestelde (kwaliteits-)doelen en brengt transparantie en uniformiteit. Het huidige beleidsplan VTH geldt tot 2024, waardoor er een nieuw uitvoerings- en handhavingsbeleid moet worden vastgesteld. Onder de Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking trad, heet dat de uitvoerings- en handhavingsstrategie fysieke leefomgeving. Het voorliggende beleid heeft inhoudelijk dezelfde opbouw als voorheen.
De uitvoering ervan is succesvol als we een goede invulling geven aan de centrale doelstellingen van de Omgevingswet en de kwaliteitsdoelstellingen die zijn vastgelegd door de gemeenteraad (verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Baarle-Nassau 2023, vastgesteld in 2022). Omdat er niet voldoende capaciteit is om alle taken uitputtend uit te voeren, maken we keuzes in taken die we willen uitvoeren en prioriteren wij. Dit doen we op basis van een analyse middels de risicomatrix. Die risicoanalyse geeft inzicht in de benodigde menskracht en middelen, gebaseerd op de risico’s van activiteiten, op de specifieke lokale situatie en de ambities van het bestuur. In deze benadering komen de belangrijk gevonden onderwerpen naar boven. De strategieën geven sturing aan de uitvoering en handhaving en zorgt voor een gestructureerde wijze van werken en draagt bij aan transparantie en uniformiteit in besluitvorming.
De duur van een beleidsperiode is niet wettelijk vastgelegd, al is een duur van vier jaren gebruikelijk. Ditmaal is de duur van één jaar een logische keuze. Wij hebben deze keuze gemaakt in samenspraak met de provincie (onze interbestuurlijk toezichthouder). De inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) gaat veel teweegbrengen. Werkprocessen veranderen en de rol van de lokale overheid verschuift van “Nee, tenzij” naar “Ja, mits”, bovendien zal de Wet kwaliteitsborging (Wkb) veel veranderen aan het werk van de toezichthouders. Zij moeten problemen anders gaan signaleren, omdat de controle op de kwaliteit van (nieuw)bouwwerken wordt belegd bij een private kwaliteitsborger. Het idee achter een beleidsperiode van één jaar is dat er komend jaar kritisch zal worden gekeken naar wat de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging daadwerkelijk betekent en gaandeweg in het achterhoofd wordt gehouden of er op een meer effectieve manier kan worden uitgevoerd. De prioritering is een inschatting, die, hoewel door de vele gevolgde trainingen en opleidingen voldoende duidelijk kan worden gemaakt, toch een inschatting blijft. Eind 2024 zitten de eerste maanden werken met de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging erop en kan er beleid worden vastgesteld dat stevig staat. Het beleid, behoudens de prioritering toezicht en handhaving, is een vertaling van het vorige beleid.
Er zijn geen andere keuzes gemaakt. De prioritering ten aanzien van toezicht en handhaving is voor het ‘huidige’ deel zodanig aangepast dat het aansluit bij de actualiteit en ten aanzien van het ‘nieuwe’ deel (Wkb) een inschatting. 2. Inhoudelijk Wat zijn de belangrijkste punten? ✓ Het vorige beleid is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 niet langer een werkbaar instrument vanwege de grondslagen (oa. Wabo vervalt) en de verschillen in terminologie. Het vast te stellen beleid is een vertaling van het vorige beleid, er zijn geen andere keuzes gemaakt (met uitzondering van de matrix toezicht en handhaving). ✓ De risicomatrix toezicht en handhaving is aangepast aan de taken die voortvloeien uit de Wet kwaliteitsborging. Bovendien is er wat betreft de onveranderde categorieën beoordeeld of de inschaling nog steeds overeenkomt met de werkelijke praktijk, waardoor enkele categorieën anders zijn ingeschaald. ✓ Het beleid ziet niet op de taken die uitgevoerd worden door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Hetzelfde geldt voor de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en dan meer specifiek de brandweer die ons adviseert ten aanzien van de taken die zien op brandveiligheid. Beide organisaties hebben hun eigen beleids- en uitvoeringsstukken. ✓ Het beleid is voor alle drie de gemeenten uniform, behoudens de omgevingsanalyse.
De aandachtsgebieden blijven hetzelfde (onrechtmatige bewoning van recreatieverblijven, veiligheid etc.) De ambtelijke organisatie is bovendien ondergebracht in één organisatie: ABGorganisatie. Zaken met betrekking tot de uitvoering (zoals werkwijzen) hebben betrekking op de organisatie en zijn reeds uniform.
Wat voor gevolgen heeft het beleid? In het beleid worden de prioriteiten genoemd ten aanzien van de taken die voortvloeien uit de Omgevingswet voor de afdeling vergunningen, toezicht en handhaving. Die prioriteiten worden in een risicomatrix bepaald. Op basis van die prioriteiten worden keuzes gemaakt, immers kan niet alles volledig worden getoetst (vergunningverlening) dan wel worden opgepakt (toezicht en handhaving).
Beleid is keuzes maken en die keuzes hebben invloed op de mate en diepgang van toetsing en toezicht houden. Die keuzes zijn voorts vertaald in de uitvoeringsstrategieën. De beschreven werkwijzen in de uitvoeringsstrategieën zijn veelal verwerkt in het Workflowsysteem waar de afdelingen mee werken, zo is de uniformiteit van de handelingen geborgd en weet een medewerker op welk moment wat er van hem of haar wordt verwacht. Hierin zijn oa. de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) en het Integraal Toezichtprotocol (iTP) verwerkt. Het uitvoeringsprogramma is een concretisering van de uitvoerings- en handhavingsstrategie, de veranderde risicomatrix en de prioritering (m.n. m.b.t. toezicht en handhaving) hebben dus ook van invloed op het uitvoeringsprogramma. (De risicomatrix van vergunningverlening is niet veranderd, slechts vertaald) Voor vergunningverlening wordt het aantal vergunningen die voor het aankomend jaar worden verwacht opgenomen. Voor toezicht en handhaving worden de taken geconcretiseerd en de benodigde capaciteit toegekend. 3. Procedureel Wij informeren u over de vastgestelde Uitvoerings- en Handhavingsstrategie fysieke leefomgeving 2024.
✓ Na het vaststellen van de uitvoerings- en handhavingsstrategie zal er verder worden geconcretiseerd in het uitvoeringsprogramma, deze moet zijn vastgesteld per februari 2024 en bepaalt de doelen van het komende jaar en de middelen die daarvoor nodig zijn. ✓ Voor 1 mei 2025 moet er een evaluatie plaatsvinden over dit uitvoeringsprogramma middels het opstellen van een evaluatieverslag, waarin zal worden ingegaan op de inspanning ten aanzien van de uitvoering van de vergunningverlening, toezichts- en handhavingstaken in 2024.
Bijlagen: -
Uitvoerings- en handhavingsstrategie fysieke leefomgeving 2024