CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

3.3-Bijlage 2 Beoordelingsformulier

Gemeenteraad (openbaar) 2 november 2022, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven voor kennisgeving aannemen4.627 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beoordelingsformulier IBT 2022 systematisch toezicht omgevingsrecht Gemeente Baarle-Nassau

Procesinformatie Beoordeelde documenten: Beleidsplan VTH: Uitvoeringsprogramma VTH 2022: Evaluatieverslag VTH 2021: Naam beoordelaar: H.M. Damme

Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Uitvoeringsprogramma VTH 2022 Evaluatie Uitvoeringsprogramma VTH 2021

Beoordeling afgerond:

Reactie gevraagd:

Reactie ontvangen:

Reactie verwerkt:

21 mei 2022

21 mei 2022

2 juni 2022

28 juni 2022

Beoordelingsvragen Deze beoordelingsvragen zien op de tijdigheid/actualiteit en kwaliteit van de wettelijk vereiste VTHdocumenten van gemeenten. De wettelijke basis daarvan ligt in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) met bijbehorende uitvoeringsbesluiten (procescriteria VTH) en de provinciale Verordening systematisch toezichtinformatie Noord-Brabant. Via de Invoeringswet Omgevingswet wordt de huidige regelgeving van de procescriteria VTH uit de Wabo opgenomen in de Omgevingswet met bijbehorend Omgevingsbesluit. Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1 januari 2023 in werking. Het doel van de wetgever is dat provincies, gemeenten en waterschappen hun VTH-organisatie zodanig professioneel inrichten dat een goede kwaliteit van de uitvoering van die taken is gewaarborgd. Daaronder verstaat de wetgever met name dat de VTH-taken op een strategische en programmatische manier worden gedaan met aandacht voor onderlinge afstemming van de werkzaamheden. Dat levert een stevige bijdrage op aan het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. En deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden en te ontwikkelen voor het bereiken van maatschappelijke opgaven. Met interbestuurlijk toezicht draagt de provincie bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterke kwaliteit van het openbaar bestuur.

Een bestuur dat het goede voorbeeld geeft richting burgers en bedrijven. Een bestuur waar de mensen op kunnen vertrouwen. Een tijdige en goede naleving van de wettelijke procescriteria is niet alleen wettelijke verplicht. Het is ook belangrijk voor een goede sturing op de VTH-beleidscyclus en voor de instandhouding van een professionele VTH-structuur; om risico’s te voorkomen op het gebied van volksgezondheid, veiligheid of onomkeerbare schade aan de leefomgeving. De ambitie van de provincie is samen met gemeenten en waterschappen ervoor te zorgen dat alle VTHdocumenten 100% actueel en op tijd zijn en voldoen aan de procescriteria VTH. De beoordelingsvragen en de criteria voor de beoordeling ‘Voldoet’, ‘Voldoet gedeeltelijk’ of ‘Voldoet niet’, staan in de Uitvoeringsagenda IBT 2022. De normering voor het eindoordeel is toegelicht onderaan dit format van het beoordelingsformulier. De beoordelingsvragen zijn in concept op 9 dec 2021 gemaild aan de contactpersonen IBT Omgevingsrecht bij gemeenten en waterschappen en als nieuwsbericht gepost op de SharePoint-website IBT Omgevingsrecht met gelegenheid voor reactie. Er zijn in totaal twee reacties ontvangen die zijn betrokken bij het vaststellen van het definitieve formulier. Het definitieve beoordelingsformulier is vervolgens op 18 januari 2022 gepubliceerd op de SharePoint website.

Hierover zijn de IBT-contactpersonen bij gemeenten en waterschappen per e-mail geïnformeerd. 1

Verordening kwaliteit VTH 1a. Evalueren B&W jaarlijks over de naleving van de kwaliteitscriteria VTH voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst en doen zij daarover mededeling aan de gemeenteraad? 1b. Als blijkt dat de kwaliteitscriteria VTH niet zijn of niet konden worden nageleefd, motiveren B&W dan de reden waarom en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd? (Modelverordening kwaliteit VTH art. 5, lid 2 en 3) Toelichting wetgever: Van de naleving van de kwaliteitscriteria wordt jaarlijks mededeling gedaan aan de gemeenteraad. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond van het Besluit omgevingsrecht op te stellen documenten. Omgekeerd wil het evenmin zeggen dat, als de criteria (nog) niet in alle relevante taken worden toegepast, dat de kwaliteit per definitie te wensen zal overlaten. In dit geval wordt gemotiveerd waarom de criteria niet toegepast zijn of konden worden en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd. Definitief oordeel: Voldoet. De gemeente doorloopt jaarlijks de beleidscyclus, waarbij ook op actieve wijze de Kwaliteitscriteria worden betrokken. Uit § 2.3 (Doelen en activiteiten) blijkt dat de gemeente jaarlijks o.a. de kritieke massa beschouwd.

In het evaluatieverslag (§ 2.4) wordt de personele capaciteit geëvalueerd, waarna geconcludeerd wordt dat de gemeente voldoet aan de kwaliteitscriteria. Ook de OMWB heeft laten zien, dat zij voldoet aan de kwaliteitscriteria voor zover het activiteiten betreft die de ABG-organisatie door haar laat uitvoeren. Het evaluatieverslag wordt ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden, waarmee ook voldaan wordt aan het tweede deel van vraag 1a. Bovendien wordt nog een aparte memo voorbereid, waarmee de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de evaluatie van de kwaliteitscriteria. Verbeterpunten: Gesteld wordt dat aan het document wordt getoetst en dat in 2021 door de ABG-organisatie aan de kwaliteitscriteria werd voldaan. Het verzoek is om aan te tonen dat is voldaan. Welk evaluatiedocument is beschikbaar? Gelieve dit toe te sturen aan IBT binnen de reactietermijn van het hoor en wederhoor naar aanleiding van het voorlopig toezichtoordeel. Reactie gemeente: Bij het oordeel staat aangegeven dat er een aparte memo wordt voorbereid, waarmee de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de evaluatie van de kwaliteitscriteria. Dit is niet het geval. De beoordeling van de kwaliteitscriteria is reeds opgenomen in het evaluatieverslag onder 2.3 en 2.4.

2

Beleidsplan 2a. Stellen B&W voor de taken, niet zijnde de basistaken van de omgevingsdienst, het VTH-beleid vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen zij zichzelf stellen en welke activiteiten zij daartoe zullen uitvoeren? (Bor 7.2, lid 1) 2b. Wordt het handhavingsbeleid ook afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving? (Bor 7.2, lid 1) Toelichting wetgever: Het is de bedoeling dat gemeenten en waterschappen ieder voor zich VTH-beleid vaststellen en schriftelijk vastleggen. Dat kan in een gezamenlijk VTH-beleidsdocument of apart. VTH-beleid bevat het geheel van prioriteiten, doelstellingen, strategie en werkwijze. Voor vergunningverlening hoort daar een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen bij. Het op elkaar afstemmen van doelen van vergunningverlening en handhaving is belangrijk. VTH-beleid wordt, indien nodig, ook afgestemd met andere bestuursorganen. Met wie hangt af van de vraag welke andere bestuursorganen door het beleid worden geraakt, bijv. omdat samenwerking aan de orde is. Een goede interne afstemming tussen de werkeenheden vergunningverlening en handhaving en met andere werkterreinen binnen de eigen organisatie is ook van belang. Over handhaving vindt ook afstemming plaats met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, zoals het Openbaar Ministerie en de politie.

Dit artikel is mede gebaseerd op artikel 58a, eerste lid, van de Wet op de economische delicten. Hiermee wordt de bestaande verplichting voor het bestuur en de toezichthouders tot afstemming met de strafrechtelijke instanties uitgebreid tot een afstemmingsverplichting over en weer. Definitief oordeel: Voldoet. Op 17 december 2019 hebben B&W een nieuw beleidsplan VTH voor de periode 2020 tot 2024 vastgesteld. Een bijlagenboek maakt hier deel van uit. Hierin zijn naast de beleidsdoelstellingen de activiteiten opgenomen. Bovendien ontbreken ook indicatoren niet, zij het dat hier geen aantallen of percentages zijn benoemd om de prestatie te meten. Een compliment voor deze werkwijze! In § 5.2 (Afstemming/voorlichting/regionale samenwerking) van het evaluatieverslag staat dat het integraal veiligheidsbeleid van de gemeente wel wordt afgestemd met de politie

Uit § 5.2 (Afstemming/voorlichting/regionale samenwerking): Het integraal veiligheidsbeleid van de gemeente, waar de strafrechtelijke handhaving een voornamere rol heeft, wordt wel afgestemd met de politie. De thema’s in het integraal veiligheidsbeleid komen overeen met het regionaal beleidsplan van de politie. 3. Geeft het handhavingsbeleid inzicht in de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking met en de afstemming van de werkzaamheden? (Bor 7.2, lid 7a) Toelichting wetgever: Dit onderdeel heeft betrekking op de sanctiestrategie, ook wel interventiestrategie genoemd. Die strategie verbindt het bestuurs- en strafrecht met elkaar. Definitief oordeel: Voldoet. § 4.6 (Afstemming werkzaamheden) beschrijft met welke (externe) partners wordt samengewerkt.

3

Uit § 4.6 (Afstemming werkzaamheden): Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Jaarlijks worden met de OMWB in een werkprogramma maatwerkafspraken gemaakt. De OMWB heeft een aantal boa’s domein II (milieu, welzijn en infrastructuur) in dienst die ingezet kunnen worden voor repressieve strafrechtelijke handhaving en de opsporing van (economische) milieudelicten. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

Wij hebben regulier bestuurlijk overleg over politiezaken, de veiligheidsregio en de samenwerking met de andere gemeenten. Binnen het kader van gezamenlijke afspraken worden diverse zaken vastgelegd. Belastingdienst

De belastingdienst trekt samen met ons op in (projectmatige) handhavingszaken. We delen informatie om zo een beter beeld te krijgen. We kunnen beiden optreden tegen geconstateerde overtredingen. Dit flankerend beleid versterkt het signaal richting overtreders. Onderwerpen waarbij wij regelmatig samen met de belastingdienst optrekken zijn illegale bewoning (permanente bewoning recreatieverblijven) en drugsgerelateerde zaken. Taskforce Brabant en Zeeland

De rol van de Taskforce BZ is om de geïntegreerde aanpak van georganiseerde criminaliteit in heel Brabant en Zeeland uit te rollen. Alle partners (gemeenten, OM, politie, Belastingdienst) trekken samen op en delen hun informatie om het voor criminele groeperingen zo moeilijk mogelijk te maken in Brabant en Zeeland te opereren. Politie en Justitie

Bespreking van specifieke handhavingszaken en de afstemming tussen politie, justitie en de gemeente vindt bilateraal plaats. Bestuurlijk vindt periodiek afstemming plaats tussen politie, openbaar ministerie en de gemeente (burgemeester) in het driehoeksoverleg. 4. Bezien B&W regelmatig, maar in ieder geval naar aanleiding van de evaluatie bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, het vastgestelde VTH-beleid en passen ze dit in ieder geval bij gebleken noodzaak zo spoedig mogelijk aan? (Bor 7.2, lid 8) Toelichting wetgever: Het VTH-beleid wordt regelmatig bezien en waar nodig aangepast. De periode waarop het beleid betrekking dient te hebben, is niet voorgeschreven. Het ligt echter voor de hand dat het beleid betrekking heeft op een periode van minstens een jaar. Het bestuursorgaan is vrij om een langere periode te kiezen. Het feit dat de periode waarvoor het beleid wordt vastgesteld meerdere jaren kan bedragen, neemt niet weg dat ten minste eenmaal per jaar moet worden bezien of het vastgestelde beleid door wijziging van het desbetreffende document moet worden aangepast. Tussentijdse aanpassingen doorvoeren en opnemen als beleid is ook mogelijk. Definitief oordeel: Voldoet. Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks geëvalueerd. Die evaluatie kan leiden tot het aanpassen van het beleid.

Zo ontstaat er een continu proces van opstellen, uitvoeren en aanpassen van alle taken die op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving moeten worden uitgevoerd. 5. Maken B&W het VTH-beleid bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.2, lid 9) Toelichting wetgever: De gemeenteraad is het politiek verantwoordelijke orgaan. Doel is om hen informatie te verschaffen om intern toezicht te kunnen uitoefenen (= horizontale verantwoording). In welke vorm of op welke wijze dat plaatsvindt is aan het bestuursorgaan zelf.

4

Definitief oordeel: Voldoet. In het B&W-voorstel van 20 november 2019 staat dat B&W besluiten het VTH-beleid ter kennisname te sturen naar de gemeenteraad.

Uitvoeringsprogramma 6. Werken B&W jaarlijks het VTH-beleid uit in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke van de vastgestelde activiteiten zij het komende jaar zullen uitvoeren, waarbij zij rekening houden met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten? (Bor 7.3, lid 1) Toelichting wetgever: Het uitvoeringsprogramma dat het bestuursorgaan jaarlijks moet opstellen voor zijn activiteiten, legt een relatie met het geldende ingevolge artikel 7.2 vastgestelde uitvoerings- en handhavingsbeleid. Het programmeren van de activiteiten moet plaatsvinden in lijn met de prioriteitenstelling van activiteiten die op haar beurt weer in relatie moet staan met de door het bestuursorgaan geformuleerde doelen die met VTH moeten worden bereikt. Definitief oordeel: Voldoet. In hoofdstuk 3 staat welke werkzaamheden naar verwachting worden uitgevoerd voor Vergunningverlening. Vergunningverlening is namelijk een vraaggestuurd proces, zodat geen exacte aantallen kunnen worden gegeven. Per taak is een doelstelling geformuleerd, welke indicator daarbij hoort en hoe monitoring plaatsvindt. De werkzaamheden voor Toezicht en handhaving staan in hoofdstuk 4. Ook hier zijn per taak doelen, indicatoren en monitoring beschreven. Bij de vastgestelde activiteiten houdt men rekening met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten. 7.

Stemmen B&W het uitvoeringsprogramma voor het onderdeel handhaving af met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving? (Bor 7.3, lid 2) Toelichting wetgever: Evenals met betrekking tot het handhavingsbeleid het geval is, moet het uitvoeringsprogramma worden afgestemd met de betrokken andere bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Het uitvoeringsprogramma moet in ieder geval worden afgestemd met andere bestuursorganen in situaties waarin sprake is van meer dan één tot bestuursrechtelijke handhaving bevoegd gezag of van meerdere bestuursorganen die na elkaar – in een keten – bevoegd zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot handelingen met afvalstoffen. Verder kan uit de in de bestuursovereenkomsten over de handhaving gemaakte afspraken worden afgeleid met wie afstemming van handhavingsprogramma’s wenselijk is. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk. In het VTH-beleidsplan 2020-2024 komt de afstemming van beleid met externe partijen ruimschoots aan bod. Jaarlijks worden met de OMWB voor het werkprogramma maatwerkafspraken gemaakt. Tekortkomingen: Niet duidelijk is in hoeverre het uitvoeringsprogramma wordt afgestemd met organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving.

Deze tekortkoming is in 2018 ook al opgemerkt, waarna de gemeente als reactie op het voorlopig toezichtoordeel aangeeft dit als verbeterpunt mee te nemen.

5

Verbeterpunten: Beschrijf in het uitvoeringsprogramma in hoeverre en op welke wijze afstemming plaatsvindt. Reactie gemeente: Deze opmerking zal worden meegenomen in het toekomstig uitvoeringsprogramma. Verwerking reactie: Gevraagd is om alsnog de afstemming te beschrijven, maar de reactie van gemeente Baarle-Nassau heeft daarop geen betrekking. Uit hoofdstuk 5 van het evaluatieverslag blijkt dat het uitvoeringsprogramma niet wordt afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Het toezichtoordeel wordt dan ook naar benden bijgesteld: voldoet niet.

Uit hoofdstuk 5 (§ 5.2 Afstemming/voorlichting/regionale samenwerking): Externe afstemming Afstemming met externe partners kan veel tijd kosten, maar is uiteindelijk wel de meest effectieve manier van werken. De bestuursrechtelijke handhaving door de gemeente Baarle-Nassau wordt afgestemd met de politie. De bestuursrechtelijke handhaving is opgenomen in het integraal veiligheidsbeleid van Baarle-Nassau. De thema’s van het integrale veiligheidsbeleid komen overeen met het regionaal beleidsplan van de politie. Het Uitvoeringsprogramma VTH wordt niet afgestemd met de politie of het Openbaar Ministerie. Definitief oordeel: Voldoet niet. 8. Stellen B&W het uitvoeringsprogramma VTH jaarlijks vóór 1 februari vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 3, lid 1 en lid 2, onder b, en lid 4 en lid 6) Toelichting wetgever: Jaarlijks wordt het uitvoerings- en handhavingsbeleid uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met de uit te voeren activiteiten in het komende jaar. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet. Het uitvoeringsprogramma is op 25 januari 2022 door B&W vastgesteld. 9.

Maken B&W het uitvoeringsprogramma VTH bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.3, lid 4) Toelichting wetgever: De gemeenteraad is het politiek verantwoordelijke orgaan. Doel is om hen informatie te verschaffen om intern toezicht te kunnen uitoefenen (= horizontale verantwoording). In welke vorm of op welke wijze dat plaatsvindt is aan het bestuursorgaan zelf. Definitief oordeel: Voldoet. Met de raadsinformatiebrief, zaaknummer 369679, wordt de raad geïnformeerd over het uitvoeringsprogramma van de eigen organisatie, risicomatrix VTH en het werkprogramma van de OMWB.

6

Borging van middelen 10. Zorgen B&W ervoor dat voor VTH: a. de voor het bereiken van de gestelde doelen en de voor het uitvoeren van de aangegeven activiteiten benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; b. de wijze van berekening van de benodigde financiële en personele middelen, bedoeld onder a, inzichtelijk wordt gemaakt; c. voor de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s van de eigen organisatie en de omgevingsdienst voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn en dat deze middelen zo nodig worden aangevuld of de uitvoeringsprogramma’s zo nodig worden aangepast? (Bor 7.5) Toelichting wetgever: De gemeente zorgt ervoor dat de voor de uitvoering van het VTH-beleid benodigde en beschikbare financiële en personele middelen in de begroting worden opgenomen en worden toegelicht. Voor de in het uitvoeringsprogramma concreet beschreven activiteiten moet worden aangegeven wat de voor die activiteiten benodigde en beschikbare capaciteit en financiële middelen zijn. Capaciteit en financiële middelen moeten uiteraard toereikend zijn voor de uitvoering van het programma. Dit geldt niet alleen bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma; ook tijdens de uitvoering moeten de capaciteit en financiële middelen worden bewaakt. Definitief oordeel: Voldoet.

De beschikbare formatie voor zowel de gemeente als voor de ABG-organisatie is weergegeven in een tabel in § 2.2. § 3.7 gaat in op de te verwachten aantallen Wabo-aanvragen. Aan de hand van kengetallen wordt in § 3.8 door middel van een berekening inzicht gegeven in de benodigde en beschikbare personele capaciteit voor vergunningverlening. Voor toezicht en handhaving zijn de benodigde en beschikbare personele capaciteit beschreven in hoofdstuk 4. De tabel van § 4.7 geeft een gedetailleerd overzicht van taken en daaraan gerelateerde interne uren. De uren en daaraan gerelateerde financiën voor de uitbestede taken bij de OMWB staan in het Werkprogramma 2022 van de OMWB.

Uit § 3.6 (Financiële middelen): Omgevingsdienst Midden en West-Brabant (OMWB) Het budget voor de taken van de OMWB (milieu) zijn vastgelegd in het werkprogramma 2022 (zie bijlage 1). In de begroting is hiervoor een apart budget opgenomen. Borging van middelen In artikel 7.5 van de BOR wordt aangegeven dat de middelen van de uitvoering inzichtelijk moeten worden gemaakt en geborgd moeten worden. Alle activiteiten die wij het komende jaar gaan uitvoeren zoals beschreven in dit uitvoeringsprogramma om de doelstellingen uit het Uitvoerings- en handhavingsbeleidsplan 2020-2024 te behalen, vallen binnen de middelen die zijn opgenomen in de begroting van 2022. Als blijkt dat de middelen niet toereikend zijn kunnen ze in de 1e of 2e tussenrapportage bijgesteld worden.

7

Monitoring 11. Bewaken B&W de resultaten en de voortgang van: a. het bereiken van de gestelde VTH-doelen voor de eigen organisatie en voor de omgevingsdienst; b. de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s VTH van de eigen organisatie en van de omgevingsdienst? (Bor 7.6, lid 1) Toelichting wetgever: Om te kunnen vaststellen of de VTH-doelstellingen worden bereikt, zal het bestuursorgaan een methodiek moeten hanteren aan de hand waarvan monitoring en evaluatie kunnen plaatsvinden. Het ligt voor de hand dat bepaalde indicatoren in deze methodiek een rol spelen. Het is gebruikelijk om daarbij cijfermatige gegevens te hanteren die in het kader van de VTH zijn verkregen over bijvoorbeeld aantallen verleende omgevingsvergunningen, uitgevoerde controles, geconstateerde overtredingen en opgelegde bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties (zoals processen-verbaal en aangeboden transacties). Ingevolge Bor, artikel 7.6, tweede lid, moeten (dergelijke) in het kader van de handhaving verkregen gegevens worden geregistreerd. De relatie tussen de gekozen methodiek en de handhavingsdoelstellingen impliceert dat deze doelen voldoende concreet (als meetbare prestaties geformuleerd) moeten zijn. Definitief oordeel: Voldoet.

Uit § 3.3 (Monitoring en verantwoording in het kader van vergunningverlening) van het uitvoeringsprogramma blijkt dat gedurende het jaar de werkprocessen worden gemonitord. De werkzaamheden bij de OMWB worden gemonitord via maandelijkse rapportages. Ook hebben gemeenten via de ICT-systemen inzage in de dossiers die bij de OMWB in behandeling zijn. Daarnaast verstrekt de OMWB tussentijdse T1- en T2-rapportages, waarin de voortgang wordt gerapporteerd.

Uit § 3.3 (Monitoring en verantwoording in het kader van vergunningverlening): We monitoren of de in het VTH-beleidsplan genoemde doelstellingen gehaald worden. Als blijkt dat deze niet gehaald worden, wordt er tussentijds bijgesteld. De monitoring van de vergunningverlening gebeurt met een aantal softwarepakketten. Aanvragen, meldingen en informatieverzoeken met bijbehorende documenten worden geregistreerd in het zaaksysteem. In GISVG wordt de workflow van de Wabo-vergunningen en –meldingen bewaakt. We controleren wekelijks of onze vergunning producten worden verleend binnen de wettelijk voorgeschreven tijd. Daarnaast controleren we maandelijks hoe de werkelijke prestaties zijn ten opzichte van de jaarplanning.

Rapportage 12. Rapporteren B&W periodiek over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden? (Bor 7.7, lid 1, onder b) Toelichting wetgever: De rapportages moeten worden uitgebracht aan de gemeenteraad. Het is belangrijk dat de beleidsmakers, vergunningverleners en andere handhavende organisatieonderdelen van het bestuursorgaan van de rapportages kennis kunnen nemen. Voorlopig oordeel: Voldoet niet.

8

Tekortkomingen: Uit de toegestuurde VTH-documentatie is niet op te maken in hoeverre er zaken spelen met een strafrechtelijk karakter. Verbeterpunten: Rapporteer in een tussentijdse rapportage over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. Reactie gemeente: Inderdaad is er in het verslag niet opgenomen of en zo ja welke zaken er spelen met een strafrechtelijk karakter. Echter, deze zijn er in 2021 ook niet geweest. De periodieke rapportage is in die zin periodiek dat deze elk jaar uitgebracht wordt. De raad heeft met deze periodiciteit ook ingestemd en daarom zijn er niet meer momenten dat er gerapporteerd wordt. Daarom bestrijden wij dat wij op dit punt in het geheel niet voldoen. Verwerking reactie: Dit procescriterium heeft niet alleen betrekking op het periodiek rapporteren over de uitvoering van de afspraken die zijn gemaakt met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. Ook het periodiek rapporteren – al is dat jaarlijks via een evaluatieverslag – over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling zijn gemaakt over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden dient te gebeuren.

In § 5.2 (Afstemming/voorlichting/regionale samenwerking) van het evaluatieverslag wordt in het kort ingegaan op de externe samenwerking en de afstemming van de werkzaamheden met – in dit geval – de politie. Gelet hierop wordt het toezichtoordeel in positieve zin aangepast: voldoet gedeeltelijk.

Uit hoofdstuk 5 (§ 5.2 Afstemming/voorlichting/regionale samenwerking): Externe afstemming Afstemming met externe partners kan veel tijd kosten, maar is uiteindelijk wel de meest effectieve manier van werken. De bestuursrechtelijke handhaving door de gemeente Baarle-Nassau wordt afgestemd met de politie. Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk. 13. Evalueren B&W jaarlijks of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s VTH voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? (Bor 7.7, lid 2) Toelichting wetgever: Een cyclisch verlopend uitvoeringsproces wordt door middel van evaluatie afgesloten met een rapportage over en verantwoording van de uitgevoerde activiteiten aan de gemeenteraad. Daarbij wordt getoetst of de geleverde inspanningen ook het bereiken van de uitvoeringsdoelstellingen hebben opgeleverd. Indien deze doelstellingen zijn bereikt, zal dit in algemene zin leiden – indirect – tot positieve effecten op de omgevingskwaliteit. Indien deze doelstellingen niet zijn bereikt, kan dit leiden tot conclusies en aanbevelingen over aanpassingen van het VTH-beleid, het uitvoeringsprogramma of de uitgevoerde VTHactiviteiten.

Voor input voor het uitvoeringsprogramma van het komende jaar is het belangrijk dat de interne evaluatie voorafgaand aan het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt gedaan. 9

Het uitvoeren van externe audits kan een nuttige functie vervullen bij het verbeteren van de organisatie en werkwijzen van het VTH-beleid. Naast IBT-audits door de provincie, valt ook te denken aan horizontale, benchmark-achtige externe audits, waarbij bijvoorbeeld de ene gemeente de taakuitvoering van een andere gemeente bekijkt. Horizontale audits passen als zodanig goed in het versterken van de horizontale kwaliteitsborging. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk. Voornamelijk wordt een kwantitatieve verantwoording afgelegd. In kwalitatieve zin is aangegeven wat is bereikt en wat betreft de prioritering voor het komende jaar dient te worden aangepast. Uit onderstaande tekst uit het beleidsplan blijkt dat de evaluatie in positieve zin in ontwikkeling is. Bij het Toezichtoordeel Omgevingsrecht 2020 en 2021 heeft de gemeente als reactie op de tekortkoming aangegeven dat wordt gewerkt aan een nieuw digitaal systeem. Met dit systeem is de verwachting ook kwalitatief beter te kunnen gaan monitoren. Als IBT wachten wij de ontwikkelingen af. Uit het Evaluatieverslag, hoofdstuk 1 (Inleiding): Het Bor bepaalt tevens dat monitoring van de uitvoering van het uitvoeringsprogramma en het bereiken van de in het handhavingsbeleid gestelde doelen plaats moet vinden met behulp van een geautomatiseerd systeem. Gegevens dienen daarom in een dergelijk systeem geregistreerd te worden.

In de gemeente Baarle-Nassau werd in 2021 het programma GISVG gebruikt als geautomatiseerd systeem voor zowel vergunningen als toezicht en handhaving. Met de komst van de Omgevingswet wordt er een ander systeem gebruikt, Citrix LeefOmgeving (CLO). Dit zal in 2022 ingevoerd worden. Tekortkomingen: De evaluatie legt geen relatie met gestelde doelen. Voornamelijk wordt een kwantitatieve verantwoording afgelegd. Verbeterpunten: Evalueer jaarlijks in hoeverre activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen. Reactie gemeente: Met het uitstel van de Omgevingswet en enkele besluiten binnen het implementatieteam CLO is de implementatie van het nieuwe pakket helaas vertraagd en staat nu gepland voor 1 januari 2023. Met het CLO is de verwachting de genoemde tekortkoming op te kunnen gaan lossen. Verwerking reactie: Akkoord met de toelichting. Het toezichtoordeel blijft ongewijzigd. Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk. 14. Stellen B&W het evaluatieverslag VTH jaarlijks vóór 1 mei vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 3, lid 1 en lid 2, onder d, en lid 5) Toelichting wetgever: Jaarlijks evalueert een gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de vastgestelde beleidsdoelen.

De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen.

10

Definitief oordeel: Voldoet. Met de vaststelling op 26 april 2022 hebben B&W voldaan aan de Verordening. 15. Maken B&W het evaluatieverslag VTH bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.7, lid 3) Toelichting wetgever: Zie toelichting bij vraag 9. Definitief oordeel: Voldoet. De raadsinformatiebrief met zaaknummer 397732 gaat over het Evaluatieverslag VTH 2021.

Eindoordeel Op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen, is het eindoordeel: voldoet. Aantal

Punten

Toetsingsvragen

15

Score Voldoet (2 punten)

12

24

Score Voldoet gedeeltelijk (1 punt)

2

2

Score Voldoet niet (0 punten)

1

0

Totaal aantal punten

-

26

Eindoordeel o.b.v. punten

26/30 x 100 = 86,67

Toelichting eindoordeel:

≥ 80 = Voldoet ≥ 60 en < 80 = Voldoet gedeeltelijk < 60 = Voldoet niet

11

Monumentenzorg/Erfgoed Verstrekken B&W jaarlijks vóór 1 mei toezichtinformatie over de uitvoering van artikel 15, 38 en 38a van de Monumentenwet 1988? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 4 in combinatie met art. 9.1 Erfgoedwet) Toelichting: Het toezicht op de monumentenzorg richt zich op de wijze waarop gemeenten hun taken op het gebied van het beschermen en onderhouden van archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg uitvoeren. Als gemeenten deze taken op het gebied van de archeologische en de gebouwde monumentenzorg niet goed uitvoeren, is het risico groot dat onroerend cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. Een van de wettelijke eisen is dat gemeenten een onafhankelijke en deskundige commissie instellen die adviseert over omgevingsvergunningen voor het aanpassen van een beschermd monument. De provincie monitort of de gemeenten een dergelijke commissie hebben ingesteld en deze ook altijd consulteert. Doel is om tijdig informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Deze extra vraag vloeit voort uit samenwerkingsafspraken tussen de IBT-toezichtgebieden Omgevingsrecht en Monumentenzorg en is te zien als een pilot met het oog op de komst van de Omgevingswet. De score van een gemeente bij deze vraag valt buiten de beoordeling systematisch toezicht Omgevingsrecht.

Over de consequenties van geheel of gedeeltelijk niet voldoen aan deze wettelijke verplichting, ontvangt een gemeente separaat bericht in lijn met de bestaande toezichtstrategie IBT Monumentenzorg met bijbehorend interventieproces zoals opgenomen in het provinciale Beleidskader IBT 2020-2023 ‘Toezicht in balans’. Definitief oordeel: Voldoet. De toezichtinformatie is op 11 april 2022 ontvangen door Gedeputeerde Staten.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11957146/1