3.3 - Bijlage 2 - Beoordelingsformulier 2024 systematisch toezicht IBT-omgevingsrecht
Tekst van het document
Beoordelingsformulier 2024 systematisch toezicht IBT-omgevingsrecht Gemeente Baarle-Nassau
Procesinformatie Beoordeelde documenten: Uitvoerings- & handhavingsstrategie:
Uitvoerings- en Handhavingsstrategie fysieke leefomgeving 2024
Uitvoeringsprogramma U&H 2024:
Uitvoeringsprogramma VTH 2024 Evaluatie Uitvoeringsprogramma VTH 2023
Evaluatieverslag VTH 2023: Beoordeling afgerond: 7 mei 2024
Reactie gevraagd vóór:
Reactie ontvangen:
Reactie verwerkt:
22 mei 2024
22 mei 2024
24 mei 2024
Beoordelingsvragen Deze beoordelingsvragen zien op de tijdigheid/actualiteit en kwaliteit van de wettelijk vereiste documenten voor de uitoefening van de uitvoerings- en handhavingstaak (hierna: U&H-documenten of ook wel VTHdocumenten) van gemeenten. De wettelijke basis daarvan ligt in de Omgevingswet met bijbehorende uitvoeringsbesluiten (Omgevingsbesluit met de zogeheten procescriteria U&H) en de provinciale Verordening systematisch toezichtinformatie Noord-Brabant. Het doel van de wetgever is dat provincies, gemeenten en waterschappen hun U&H-organisatie zodanig professioneel inrichten dat een goede kwaliteit van de uitvoering van die taken is gewaarborgd. Daaronder verstaat de wetgever met name dat de U&H-taken op een strategische en programmatische manier worden gedaan met aandacht voor onderlinge afstemming van de werkzaamheden. Dat levert een stevige bijdrage op aan het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. En deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden en te ontwikkelen voor het bereiken van maatschappelijke opgaven. Met interbestuurlijk toezicht draagt de provincie bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterke kwaliteit van het openbaar bestuur. Een bestuur dat het goede voorbeeld geeft richting burgers en bedrijven. Een bestuur waar de mensen op kunnen vertrouwen.
Een tijdige en goede naleving van de procescriteria U&H is niet alleen wettelijke verplicht. Het is ook belangrijk voor een goede sturing op de U&H-beleidscyclus en voor de instandhouding van een professionele U&Hstructuur om risico’s te voorkomen op het gebied van volksgezondheid, veiligheid of onomkeerbare schade aan de leefomgeving. De ambitie van de provincie is samen met gemeenten en waterschappen ervoor te zorgen dat alle U&Hdocumenten 100% actueel en op tijd zijn en voldoen aan de procescriteria U&H. De normering voor het eindoordeel is toegelicht onderaan dit format van het beoordelingsformulier. De conceptbeoordelingsvragen met bijbehorende beoordelingscriteria zijn via de mail op 20 december 2023 bekend gemaakt aan de contactpersonen IBT Omgevingsrecht bij gemeenten en waterschappen met gelegenheid voor reactie. Er zijn een aantal reacties ontvangen. Het definitieve beoordelingsformulier samen met een overzicht van de ingekomen reacties en de reactie van IBT daarop is vervolgens op 1 februari 2024 gemaild aan de contactpersonen en ook geplaatst op de website IBT-omgevingsrecht in de SharePoint werkomgeving.
1
Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Vraag 1: Stelt de gemeenteraad regels over de uitoefening van de U&H-taken of de daarmee samenhangende werkzaamheden die in opdracht van B&W worden uitgevoerd om een goede kwaliteit van de uitoefening van die taken door de omgevingsdiensten te waarborgen? (Ow art. 18.23, lid 1, onder a (kwaliteit basistakenpakket omgevingsdiensten) Toelichting wetgever: Voor de invulling van deze verplichting is door de VNG en het IPO een Modelverordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht opgesteld, die voor gemeenten en provincies gelijkluidend is. Definitief oordeel: Voldoet. In de openbare vergadering van18 mei 2022 heeft de gemeenteraad van Baarle-Nassau de ‘Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Baarle-Nassau 2022’vastgesteld. Verbeterpunten: Stuur de vastgestelde verordening toe aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, dan wel IBT. Reactie gemeente: Zie bijgevoegd in mail. Vraag 2.a. Evalueren B&W jaarlijks over de naleving van de actuele kwaliteitscriteria U&H voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst en doen zij daarover mededeling aan de gemeenteraad? Vraag 2.b. Als blijkt dat de kwaliteitscriteria U&H niet zijn of niet konden worden nageleefd, motiveren B&W dan de reden waarom en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd? (Modelverordening U&H omgevingsrecht art.
5, lid 2 en 3) Toelichting wetgever: Over de naleving van de kwaliteitscriteria wordt jaarlijks mededeling gedaan aan de gemeenteraad. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond van het Omgevingsbesluit op te stellen documenten. Voorlopig oordeel: Voldoet niet. § 2.3 gaat in op de VTH-kwaliteitscriteria. In het evaluatieverslag van 2022 is aangegeven dat een extern onderzoek zou plaatsvinden naar de kwaliteitscriteria 2.3 die inspeelt op de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb). Tekortkomingen: De rapportage van de evaluatie is niet toegevoegd aan het Evaluatieverslag 2023. Uit de tekst is niet af te leiden aan welke deskundigheidsgebieden wel wordt voldaan en aan welke niet. Verbeterpunten: Maak het resultaat van het externe onderzoek naar de kwaliteitscriteria 2.3 inzichtelijk. Als blijkt dat de kwaliteitscriteria U&H niet zijn of niet konden worden nageleefd, motiveer dan de reden waarom en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd.
2
Reactie gemeente: Om te voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.3, is er een opleidingsplan opgesteld die elk taakveld wat primair bij de gemeente is gelegd omvat. Er is een opleidingsplan opgesteld t.a.v. de taakvelden 2(vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening), 4(toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening), 8(behandelen juridische aspecten vv), 9(behandelen juridische aspecten handhaving), 10 (behandelen juridische aspecten BOPA), 22 (groen en ecologie) en 25 (stedenbouw en inrichting openbare ruimte). Verwerking reactie: Nagestuurd is het Implementatieplan VTH Kwaliteitscriteria & Kritieke Massa ABG-organisatie, opgesteld door een extern adviesbureau. IBT merkt op dat de kwaliteitscriteria VTH onderverdeeld zijn in deskundigheidsgebieden en niet in taakvelden, die het adviesbureau hanteert. Gebruik van de juiste terminologie voorkomt spraakverwarring. § 3.1 (Juridische deskundigheidsgebieden) van het implementatieplan gaat niet in op deskundigheidsgebied 1 (Casemanagen) en 22 (Groen en ecologie (onderdeel van de beoordeling initiatieven)). Na beoordeling van het implementatieplan constateert IBT dat dit geen evaluatie is van de naleving van de actuele kwaliteitscriteria U&H voor de eigen organisatie. Er is geen inzicht in de kritieke massa wat betreft aantallen, opleidingsniveau en jaren werkervaring.
Dit implementatieplan heeft meer weg van een opleidingsplan. Verder doen B&W geen mededeling over het voldoen aan de kwaliteitscriteria door de OMWB. Aangezien er geen rapportage is overgelegd van de evaluatie over de naleving van de kwaliteitscriteria dient dit alsnog te gebeuren. Stuur de rapportage van deze evaluatie vóór 1 september 2024 toe aan IBT. Informeer tevens de gemeenteraad over de evaluatie. Definitief oordeel: Voldoet niet. Vraag 3. Voldoen B&W aan deskundigheidsgebied 27 (Cultuurhistorie) van de actuele kwaliteitscriteria U&H? Toelichting wetgever: Deskundigheidsgebied 27 van de actuele kwaliteitscriteria 2.3 (deel B kritieke massa) bevat de eisen aan de U&H-medewerkers en aan de organisaties die de daar genoemde activiteiten op het gebied van cultuurhistorie uitvoeren. De criteria voor kritieke massa hebben geen relatie met de omvang van het werkaanbod. Ze geven de organisaties een ondergrens van het aantal medewerkers en hun deskundigheid, die nodig is om activiteiten in continuïteit uit te kunnen voeren. Voorlopig oordeel: Voldoet niet. Zie de beoordeling bij vraag 2. Tekortkomingen: De rapportage van de evaluatie is niet toegevoegd aan het Evaluatieverslag 2023. Uit de tekst is niet af te leiden aan welke deskundigheidsgebieden wel wordt voldaan en aan welke niet.
Verbeterpunten: Maak het resultaat van het externe onderzoek naar de kwaliteitscriteria 2.3 inzichtelijk. Als blijkt dat de kwaliteitscriteria U&H niet zijn of niet konden worden nageleefd, motiveer dan de reden waarom en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd.
3
Reactie gemeente: De ABG-organisatie heeft taakveld 27 Cultuurhistorie gedeeltelijk in uitvoering samen met de regio-archeoloog (RWB, samenwerkingsovereenkomst). Daarbij gelden voor Gilze-Rijen aparte afspraken voor archeologie. Op gebied van cultuurhistorie en erfgoed is er is op dit moment een medewerker in dienst die de activiteiten zelf uitvoert. Ook op de afdeling sociaal beleid is er een medewerker die werkzaamheden m.b.t. cultuurhistorie uitvoert. Op het moment dat deze medewerker niet beschikbaar is, wordt samengewerkt met een externe partij. Verwerking reactie: Akkoord met de toelichting. Het voorlopig oordeel wordt in positieve zin gewijzigd: voldoet. Definitief oordeel: Voldoet.
Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&H-strategie) Vraag 4: Stellen B&W een U&H-strategie vast in een of meer documenten waarin
gemotiveerd wordt aangegeven welke U&H-doelen worden gesteld en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht? (Ob art. 13.5, lid 1 en Ob art. 13.6) Toelichting wetgever: Het is de bedoeling dat gemeenten en waterschappen ieder voor zich een U&H-strategie vaststellen en schriftelijk vastleggen. Dat kan in een gezamenlijk U&H-document of apart. U&H-strategie bevat het geheel van prioriteiten, doelstellingen, strategie en werkwijze. Voor uitvoering hoort daar een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen bij. Het op elkaar afstemmen van doelen van uitvoering en handhaving is belangrijk. U&H-strategie wordt, indien nodig, ook afgestemd met andere bestuursorganen. Met wie hangt af van de vraag welke andere bestuursorganen door het beleid worden geraakt, bijvoorbeeld omdat samenwerking aan de orde is. Een goede interne afstemming tussen de werkeenheden uitvoering en handhaving en met andere werkterreinen binnen de eigen organisatie is ook van belang. Definitief oordeel: Voldoet. De U&H-strategie, bestuurlijk vastgesteld op 30 januari 2024, beschrijft in hoofdstuk 2 de uitgangspunten. De uitgangspunten zijn bedrijfsmatig van aard. De doelen, toegelicht in hoofdstuk 3, zijn gebaseerd op de kwalitatieve doelstellingen van de Omgevingswet, die betrekking hebben op veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid.
Daarnaast heeft de gemeente kwaliteitsdoelstellingen opgenomen in het beleid. De VTH-taken zijn gedetailleerd uitgewerkt in bijlage 4 (Uitvoeringsstrategieën). Een compliment voor deze werkwijze! Vraag 5: Wordt de handhavingsstrategie gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet? (Ob art. 13.5, lid 4) Toelichting wetgever: Er moet sprake zijn van door het bestuursorgaan schriftelijk vastgelegde handhavingsdoelstellingen. Deze moeten gebaseerd zijn op een probleemanalyse waarbij het bestuursorgaan in kaart heeft gebracht voor welke regelgeving (de Ow en het bij of krachtens de andere betrokken wetten bepaalde) het de zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving is opgedragen, wat de kansen op overtredingen van die regelgeving zijn en wat de effecten van die overtredingen voor de fysieke leefomgeving zijn. Een goede probleem- of risicoanalyse is één van de belangrijkste factoren om een kwalitatief goede beleidscyclus te realiseren. Op basis van de probleemanalyse bepaalt het bestuursorgaan welke activiteiten nodig zijn om de in kaart gebrachte handhavingsdoelen te bereiken en welke prioriteiten het daarbij stelt. 4
Definitief oordeel: Voldoet. De probleemanalyse is gebaseerd op zowel een omgevingsanalyse als een gedegen uitgevoerde risicoanalyse. Vraag 6: Gaan B&W in de U&H-strategie ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1.2 en Ob art. 13.5) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1.2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat. Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in de omgevings-/probleemanalyse en de prioriteitenstelling die tot de U&Hstrategie behoren wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren, is het risico groot dat cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. Definitief oordeel: Voldoet. Cultureel erfgoed draagt bij aan de omgevingskwaliteit. In § 3.1 (Algemene doelstelling) wordt het dan ook specifiek benoemd. In §4.2.2 (Domein Ruimtelijke Ordening en Erfgoed) is aangegeven dat uit de risicoanalyse blijkt dat als een van de hoogste risico’s naar voren komt het wijzigen, slopen of in afwijking verbouwen van een beschermd monument zonder omgevingsvergunning of instandhoudingsplicht.
In 2024 wordt alle klachten en meldingen opgepakt, om zo onomkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden (conform de Erfgoedkaart) zo veel mogelijk te voorkomen dan wel schade waar mogelijk te beperken. Bijlage 4 (Uitvoeringstrategieën) gaat in § 3.5 (Toetsingskaders en werkwijze vergunningverlening en meldingen) in op rijksmonumenten. In Bijlage 5 (Risicomatrix vergunningen) en Bijlage 6 (Risicomatrix toezicht en handhaving) zijn werkzaamheden aan bouwwerken met een monumentaal karakter als hoog of zeer hoog risico aangeduid. Een compliment voor de manier waarop dit procescriterium is beschreven in het VTH-beleid! Vraag 7: Gaan B&W in de U&H-strategie ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan? (Ow art. 1.2, 2.4 en Ob art. 13.5) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in de omgevings-/probleemanalyse en de prioriteitenstelling die tot de U&H-strategie behoren wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Definitief oordeel: Voldoet. Bijlage 3 (Handleiding en uitkomsten risicoanalyse) beschrijft de uitgangspunten voor het risicomodel.
Daarbij wordt voor zowel vergunningverlening als toezicht en handhaving ingegaan op Omgevingsplanactiviteiten. Bijlage 4 (Uitvoeringstrategieën) gaat in § 3.5 (Toetsingskaders en werkwijze vergunningverlening en meldingen) in op de regels van het omgevingsplan. De werkwijze is aan de hand van een beslisboom inzichtelijk gemaakt. In Bijlage 5 (Risicomatrix vergunningen) en Bijlage 6 (Risicomatrix toezicht en handhaving) zijn de risico’s en prioritering met betrekking tot de regels in het omgevingsplan aangeduid. Ook nu weer een compliment voor de manier waarop dit procescriterium is beschreven!
5
Uitvoeringsprogramma Vraag 8. Werken B&W jaarlijks de U&H-strategie uit in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke werkzaamheden het komende jaar zullen worden verricht, waarbij zij rekening houden met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten? (Ob art. 13.6 lid 1) Toelichting wetgever: Het uitvoeringsprogramma dat het bestuursorgaan jaarlijks moet opstellen voor zijn activiteiten, legt een relatie met de geldende vastgestelde U&H-strategie. Het programmeren van de activiteiten moet plaatsvinden in lijn met de prioriteitenstelling van activiteiten die op haar beurt weer in relatie moet staan met het bereiken van de door het bestuursorgaan geformuleerde doelen. Definitief oordeel: Voldoet. In hoofdstuk 5 staat welke werkzaamheden door de eigen organisatie naar verwachting worden uitgevoerd voor Vergunningverlening. Vergunningverlening is namelijk een vraaggestuurd proces, zodat geen exacte aantallen kunnen worden gegeven. Per taak is een doelstelling geformuleerd, welke indicator daarbij hoort en hoe monitoring plaatsvindt. De gemeentelijke werkzaamheden voor Toezicht en handhaving staan in hoofdstuk 6. Ook hier zijn per taak doelen, indicatoren en monitoring beschreven.
De werkzaamheden die zijn ondergebracht bij de OMWB zijn specifiek benoemd in § 5.4 (ten aanzien van vergunningverlening) en § 6.4 (ten aanzien van toezicht en handhaving) en zijn toegelicht in § 5.5 en § 6.5. Bij de vastgestelde activiteiten houdt men rekening met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten. Vraag 9. Gaan B&W in het uitvoeringsprogramma U&H ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1.2 en Ob art. 13.6 lid 1) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1.2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat. Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het uitvoeringsprogramma ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren, is het risico groot dat cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. Definitief oordeel: Voldoet. Bij de programmering voor 2024 gaat gemeente Baarle-Nassau ervan uit dat twee vergunningaanvragen voor de activiteit ‘veranderen van een monument’ behandeld gaan worden en daarmee 16 uren zijn gemoeid. Bij het programmatisch toezicht is er ook aandacht voor monumenten.
Vraag 10: Gaan B&W in het uitvoeringsprogramma U&H ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan? (Ow art. 1.2, 2.4 en Ob art. 13.6 lid 1) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het uitvoeringsprogramma ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel.
6
Definitief oordeel: Voldoet. Hoofdstuk 5 (Vergunningverlening Omgevingswet en milieu) en 6 (Toezicht en handhaving Omgevingswet en milieu) beschrijft de taken met betrekking tot omgevingsplannen. In § 2.1.1 (Omgevingswet) worden de verschillende overlegvormen en vergunningprocedures toegelicht. Vraag 11: Stellen B&W het uitvoeringsprogramma U&H jaarlijks vóór 1 februari vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant) Toelichting wetgever: Jaarlijks wordt de U&H-strategie uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met de uit te voeren activiteiten in het komende jaar. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Voorlopig oordeel: Voldoet niet. Het uitvoeringsprogramma is op 19 maart 2024 door B&W vastgesteld. Tekortkomingen: Het uitvoeringsprogramma is meer dan een maand ná 31 januari 2024 bestuurlijk vastgesteld. Daarmee wordt niet voldaan aan de Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant. Gelet op de ervaringen uit het verleden, waarbij alleen in 2017 sprake was van termijnoverschrijdingen, beschouwen wij dit voorval als een incident.
Wij zullen het traject van actief toezicht niet opstarten en vertrouwen erop dat komende VTH-documenten tijdig worden vastgesteld. Verbeterpunten: Neem maatregelen en borg deze waarmee wordt voorkomen dat in de toekomst termijnoverschrijdingen plaatsvinden. Reactie gemeente: De openstaande vacature juridische beleidsmedewerker VTH is inmiddels structureel ingevuld. Verwerking reactie: De toelichting is geen aanleiding om het voorlopig oordeel aan te passen. Uit de termijnoverschrijding met meer dan een maand volgt automatisch het oordeel ‘voldoet niet’. Definitief oordeel: Voldoet niet.
7
Borging van middelen Vraag 12: Dragen B&W er zorg voor dat: a. De voor het bereiken van de doelen en voor het verrichten van de werkzaamheden, benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; b. Voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn? (Ob art. 13.10) Toelichting wetgever: De gemeente zorgt ervoor dat de voor de uitvoering van de U&H-strategie benodigde en beschikbare financiële en personele middelen in de begroting worden opgenomen en worden toegelicht. Voor de in het uitvoeringsprogramma concreet beschreven activiteiten moet worden aangegeven wat de voor die activiteiten benodigde en beschikbare capaciteit en financiële middelen zijn. Capaciteit en financiële middelen moeten uiteraard toereikend zijn voor de uitvoering van het programma. Dit geldt niet alleen bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma; ook tijdens de uitvoering moeten de capaciteit en financiële middelen worden bewaakt. Definitief oordeel: Voldoet. De beschikbare formatie is weergegeven in een tabel in § 3.2 van hoofdstuk 3 (Capaciteit en financiële borging.
Alle activiteiten die het komende jaar worden uitgevoerd, zoals beschreven in dit uitvoeringsprogramma om zo de doelstellingen uit uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024 te behalen, vallen binnen de middelen die zijn opgenomen in de begroting van 2024. Als gedurende het jaar blijkt dat de middelen toch niet toereikend zijn, dan kunnen ze in de 1e of 2e tussentijdse rapportage bijgesteld worden dan wel wordt het uitvoeringsprogramma aangepast. De geprogrammeerde capaciteit, uitgedrukt in een raming aan uren, voor bedrijfsvoering, organisatorische en ondersteunende taken VTH staat in een tabel in § 4.2. § 5.2 geeft inzicht in de te verwachten aantallen aanvragen en het aantal uren dat per activiteit is gemoeid. § 5.4 gaat in op de coördinatie van de milieutaken die door de OMWB met het Werkprogramma 2024 ten aanzien van vergunningverlening worden verricht. Deze coördinatie wordt uitgevoerd door de coördinator vergunningverlening. Voor toezicht en handhaving zijn de benodigde en beschikbare personele capaciteit beschreven in hoofdstuk 6. De raming van uren voor toezicht en handhaving op milieu door de OMWB staat in § 6.4 en worden nader toegelicht in § 6.5. Voor toezicht en hercontroles is in totaal €118.144,- opgenomen in de begroting. Bovenstaande uren komen overeen met wat financieel beschikbaar is in de begroting.
Tekortkoming: Het Werkprogramma 2024 van de OMWB is als bijlage toegevoegd aan het uitvoeringsprogramma, maar is niet toegestuurd aan IBT. Verbeterpunten: Stuur alsnog het Werkprogramma 2024 van de OMWB toe. Reactie gemeente: Zie bijlage in mail. Verwerking reactie: Toegestuurd is de T3-rapportage van de OMWB, die feitelijk een evaluatie is over 2023. Het Werkprogramma 2024 is dus (nog) niet toegestuurd. 8
Evaluatierapportage Vraag 13. Rapporteren B&W jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? (Ob art. 13.11, lid 1) Toelichting wetgever: Een cyclisch verlopend uitvoeringsproces wordt door middel van evaluatie afgesloten met een rapportage over en verantwoording van de uitgevoerde activiteiten aan de gemeenteraad. Daarbij wordt getoetst of de geleverde inspanningen ook het bereiken van de uitvoeringsdoelstellingen hebben opgeleverd. Indien deze doelstellingen zijn bereikt, zal dit in algemene zin leiden – indirect – tot positieve effecten op de omgevingskwaliteit. Indien deze doelstellingen niet zijn bereikt, kan dit leiden tot conclusies en aanbevelingen over aanpassingen van de U&H-strategie, het uitvoeringsprogramma of de uitgevoerde U&H-activiteiten. Voor input voor het uitvoeringsprogramma van het komende jaar is het belangrijk dat de interne evaluatie voorafgaand aan het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt gedaan. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk. Het evaluatierapport is vooral een kwantitatieve verantwoording van de in 2023 uitgevoerde werkzaamheden door de ABG-organisatie en de OMWB.
De volgende doelen, betrekking hebbend op vergunningverlening, zijn in § 5.2 (Programmering Wabo 2023) van het Uitvoeringsprogramma 2023 benoemd: • Besluitvorming binnen wettelijke termijnen; • Onze producten voldoen aan de wettelijke eisen en dragen bij aan een kwalitatieve leefomgeving; • We beheersen en verbeteren de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving en faciliteren ontwikkelingen waar mogelijk. Er wordt alleen ingegaan op de eerste twee doelen uit § 5.2. De evaluatie van toezicht en handhaving staat in hoofdstuk 4. In § 4.2 wordt voor de evaluatie verwezen naar de T3-rapportage van de OMWB. In het uitvoeringsprogramma 2023 is in § 6.4 (Programmering milieu 2024) als doel geformuleerd: Risicogericht toezicht uitoefenen, door omgevingsbewust uit te voeren op een zo efficiënt en effectief mogelijke manier.” In de evaluatie is niets daarover terug te lezen. Tekortkomingen: Er wordt niet nagegaan in hoeverre de uitvoering van werkzaamheden, ook die door de OMWB, heeft bijgedragen aan het derde doel uit § 5.2. Overigens is T3-rapportage van de OMWB als bijlage niet toegestuurd. De doelstelling milieu 2023 (Streven naar nalevingsgedrag van 50 % in 2023) staat niet als zodanig vermeld in het uitvoeringsprogramma 2023.
De doelstelling bouwen 2023 (Streven naar nalevingsgedrag van 80 % op de gemelde controles op brand- en constructieve veiligheid in 2023) staat niet als zodanig vermeld in het uitvoeringsprogramma 2023. Gelet op de constatering in § 4.7 (Evaluatie prioriteiten, toezicht- en handhavingstaken en conclusie) dat de OMWB vanwege capaciteitsproblemen een aantal controles van het vooraf vastgestelde uitvoeringsprogramma niet heeft uitgevoerd, maar daarentegen in het afgelopen jaar wel meer bedrijven heeft bezocht dan er vooraf zijn geprogrammeerd, doet zich de vraag voor waarom het werkprogramma niet is gevolgd? Verbeterpunten: Maak bij de evaluatie gebruik van de indeling in het uitvoeringsprogramma. Dat maakt het vergelijken met wat is gepland en daadwerkelijk is uitgevoerd gemakkelijker. 9
Rapporteer, bijvoorbeeld in § 3.6 (Evaluatie prioriteiten, vergunningverlening en conclusie), in welke mate de uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen. Evalueer naar de doelstellingen die ook zijn genoemd in het uitvoeringsprogramma. Dit geldt met name voor de doelstellingen voor milieu en bouwen 2023 met een streefpercentage Stuur de T3-rapportage/Jaarverslag van de OMWB toe als deze als bijlage is vermeld. Leg uit waarom het werkprogramma van de OMWB niet is gevolgd vanwege capaciteitsproblemen, maar dat er desondanks toch meet bedrijven zijn bezocht. Reactie gemeente: De bedrijven zijn bezocht op nadrukkelijk verzoek, vanwege capaciteitsproblemen zijn er keuzes gemaakt, waardoor andere werkzaamheden voorrang moesten verlenen aan die bedrijfsbezoeken. Verwerking reactie: Akkoord met de toelichting met betrekking tot de wijziging in het werkprogramma van de OMWB. Voor het overige is er geen reactie gegeven op de tekortkomingen. Het voorlopig oordeel blijft ongewijzigd. Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk. Vraag 14. Wordt naar aanleiding van het evaluatierapport de uitvoerings- en handhavingsstrategie bezien en zo nodig aangepast? (Ob, art. 13.11, lid 2) Toelichting wetgever: De U&H-strategie wordt regelmatig bezien en waar nodig aangepast. De periode waarop de strategie betrekking dient te hebben, is niet voorgeschreven.
Het ligt echter voor de hand dat het beleid betrekking heeft op een periode van minstens een jaar. Het bestuursorgaan is vrij om een langere periode te kiezen. Het feit dat de periode waarvoor het beleid wordt vastgesteld meerdere jaren kan bedragen, neemt niet weg dat ten minste eenmaal per jaar moet worden bezien of de vastgestelde strategie door wijziging van het desbetreffende document moet worden aangepast. Tussentijdse aanpassingen doorvoeren en opnemen als strategie is ook mogelijk. Definitief oordeel: Voldoet. De huidige U&H-strategie is het resultaat van evaluatie en aanpassing van het in 2019 vastgestelde beleid. Zo staat in het voorwoord: “Wij stellen deze uitvoerings- en handhavingsstrategie vast voor de duur van één jaar, omdat we niet optimaal kunnen inschatten wat de invoering van de Omgevingswet gaat betekenen in de praktijk. Dat betekent dat deze U&H-strategie gezien moet worden als een verlenging van het beleidsplan 2020- 2024, maar toch zodanig aangevuld dat het werkbaar is met de omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen.” In het uitvoeringsprogramma staat op bladzijde 24 (§ 6.3 Toelichting programmering Omgevingswet 2024) het volgende. We werken momenteel aan een regionale verkenning voor toetreding aan deelname van het ‘Schone Lucht Akkoord’. Het doel van dit akkoord is om gezamenlijk de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren.
De deelnemers van dit akkoord starten in samenspraak met bedrijven en burgers initiatieven en acties voor schonere lucht. Doelstelling is de regionale verkenning in 2024 af te ronden en waar mogelijk deel te namen aan het Schone Lucht Akkoord. Advies: In hoeverre is gemeente Alphen-Chaam bereid om de doelstelling uit het Schone Lucht Akkoord op te nemen in het beleidsplan? Neem dit op als doelstelling in de nieuwe U&HS.
10
Vraag 15. Gaan B&W in het evaluatierapport ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed? (Ow art. 1.2 en Ob art. 13.11) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 1.2 dat de fysieke leefomgeving in ieder geval ook het onderdeel erfgoed omvat. Daarmee zijn de wettelijke procescriteria U&H ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het evaluatierapport wordt ingegaan op voornoemd onderdeel. Het gaat daarbij mede om de manier waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers. Als gemeenten de U&H-taken op het gebied van erfgoed niet goed uitvoeren, is het risico groot dat onroerend cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat.
Opmerking IBT: het evaluatierapport gaat over het uitvoeringsjaar 2023. In dat jaar was de Wabo nog van toepassing met verwijzing naar de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedwet (Wabo art. 5.1). Dwz dat in de evaluatie aandacht dient te worden besteed aan de uitvoering en de handhaving van het onderdeel ‘vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering’. Het gaat daarbij mede om de manier waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk. In de evaluatie is er aandacht voor monumenten en cultureel erfgoed, met name kwantitatief. Tekortkomingen: Inhoudelijk wordt geen mededeling gedaan over de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed. Verbeterpunten: Ga in de evaluatie in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed. Reactie gemeente: PM Verwerking reactie: Er is vanuit de gemeente geen reactie gegeven op deze tekortkoming. Het voorlopig oordeel blijft ongewijzigd. Definitief oordeel: Voldoet gedeeltelijk. Vraag 16: Gaan B&W in het evaluatierapport ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het bestemmingsplan (oud, vanaf 1-1-2024: omgevingsplan)? (Ow art. 1.2, 2.4 en Ob art.
13.11) Toelichting wetgever: De Omgevingswet bepaalt in artikel 2.4 dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De wettelijke procescriteria U&H zijn ook van toepassing op de uitvoering en de handhaving daarvan. Dat wil zeggen dat in het evaluatierapport ook wordt ingegaan op voornoemd onderdeel.
Opmerking IBT: het evaluatierapport gaat over het uitvoeringsjaar 2023. In dat jaar was de Wabo nog van toepassing met verwijzing naar de Wet ruimtelijke ordening (Wabo art. 5.1). Dwz dat in de evaluatie aandacht dient te worden besteed aan de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Wro en de verlening van omgevingsvergunningen voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, b, c en g, van de Wabo.
11
De genoemde omgevingsvergunningen gaan over de Wabo activiteiten bouwen van een bouwwerk, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheerverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheerverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wro of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet en het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheerverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald. Definitief oordeel: Voldoet. Zeer summier gaat de evaluatie in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het bestemmingsplan. Met name in § 4.4 (Permanente bewoning recreatiewoningen) is dieper op de materie ingegaan. Vraag 17. Stellen B&W het evaluatierapport jaarlijks vóór 1 mei vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant) Toelichting wetgever: Jaarlijks evalueert een gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de vastgestelde beleidsdoelen.
De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet. Met de vaststelling op 30 april 2024 hebben B&W voldaan aan de Verordening.
Eindoordeel Op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen, is het eindoordeel: voldoet.
Aantal
Punten
Toetsingsvragen
17
-
Score Voldoet (2 punten)
13
26
Score Voldoet gedeeltelijk (1 punt)
2
2
Score Voldoet niet (0 punten)
2
0
Totaal aantal punten
-
28
Eindoordeel o.b.v. punten
28/34 x 100 = 82,35
Toelichting eindoordeel:
≥ 80 = Voldoet ≥ 60 en < 80 = Voldoet gedeeltelijk < 60 = Voldoet niet
12