3.2-Bijlage Raadsrapportage Sociaal Domein BN
Tekst van het document
Raads r appo r t ages o c i aal do me i n2020
Raadsrapportage Sociaal domein 2020 Baarle-Nassau Voor u ligt de raadsrapportage sociaal domein 2020. In deze rapportage informeren we u op hoofdlijnen over de trends in het sociaal domein. Doel van de rapportage In ons zorg-en welzijnsbeleid ‘Baarle BRUIST’ stellen we ons tot doel een bruisend Baarle waarin iedereen mee kan (blijven) doen. Hierbij hanteren we vijf leefgebieden: Zinnige daginvulling, Veilige en kansrijke thuissituatie, Prettig wonen in je wijk, Fit en veerkrachtig en Financieel rondkomen. In deze rapportage vindt u de belangrijkste informatie per leefgebied op hoofdlijnen terug: - In een dashboard - Met een geschreven duiding Op die wijze kunt u in 1 oogopslag de relevante ontwikkelingen gestructureerd tot u nemen en vergelijken waar de gemeente staat. Financiële informatie vindt u in de jaarrekening en de Turaps. Deze informatie wordt benut bij het opstellen en uitvoeren van beleid. Uit een van de verdiepingsrapporten komen verschillen per kern naar boven. Dit kan dit op bepaalde vraagstukken om een aanpak per kern vragen. Gegevens via WaarStaatJeGemeente Voor het monitoren benutten we de website Waarstaatjegemeente.nl (WSJG) van de VNG. WSJG werkt landelijk en wordt mede gevuld met door de gemeenten aangeleverde cijfers.
Waarstaatjegemeente is 24/7 voor iedereen inzichtelijk en beschikt over - Gestandaardiseerde informatie van iedere gemeente (in tegels getoond) - Historie van de gestandaarde informatie van iedere gemeente (op door te klikken via de tegels) - Informatie uit de burgerpeiling 2020 voor een aantal gemeenten, waaronder Baarle-Nassau (in tegels getoond) - Verdiepingsrapporten (onder de producten Burgerpeiling en De gemeentelijke monitor sociaal domein). In de rapportage die voorligt, zijn per leefgebied de meest relevante tegels als dashboard bij elkaar gezet. Voor Baarle-Nassau zijn de tegels standaard vergeleken met gemeenten uit de grootteklasse tot 25.000 inwoners. De historische gegevens en de verdiepingsrapporten zijn voor de duiding gebruikt. We hebben dus één plek waarin we zowel de ervaringen van onze inwoners en de cijfers op indicatoren voor het sociaal domein kunnen terugzien en vergelijken. Invloed van COVID op de data Deze rapportage betreft 2020, waarin onze inwoners het grootste deel van het jaar met de gevolgen van COVID geconfronteerd werden. Dit heeft invloed op de cijfers in deze monitor. Dat geldt voro alle gemeenten. Uitzondering hierop is de Burgerepeiling. Deze is in Baarle-Nassau uitgevoerd tijdens de Coronaperiode. De vergelijkingsgegevens van de burgerpeilingen uit andere gemeenten waren veelal van voor die periode.
Dat kan van invloed zijn op verschillen in resultaten. Wij wensen u veel leesplezier met de raadsrapportage 2020
Onze gemeente In dit dashboard staan gegevens van de gemeente vermeld die overkoepelend of ondersteunend zijn aan de dashboards per leefgebied. Zo vindt u hier gegevens over aantallen inwoners en huishoudens, het welbevinden van onze inwoners en ook het totaal aantal voorzieningen wat door de gemeente is afgegeven aan inwoners.
Baarle-Nassau
Inwoners
6.899
aantal
Baarle-Nassau
Huishoudens totaal
3.044
aantal
CBS | 2021
CBS Huishoudens | 2021
Demogra sche druk
Huishoudsamenstelling
Gemeenten in <25.000 inwoners, % < 70,0 70,0 < 73,5 73,5 < 77,0 77,0 < 80,5 >= 80,5 Baarle-Nassau
31,9%
32,1%
30,7%
35,6%
33,7%
36,0%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Alleenstaand Samenwonend zonder kinderen Samenwonend met kinderen en eenoudergezinnen CBS | 2021
CBS Huishoudens | 2021
Weerbaarheid van inwoners
Gelukkige inwoners
Tevredenheid met het leven 75 … score (1-10)
89,7% 92,2%
Baarle-Nassau
Baarle-Nass…
44%
29%
8%
20%
<25.000 in…
7,93
Baarle-Nass…
Burgerpeiling WSJG
7,89
<25.000 in…
Burgerpeiling WSJG
<25.000 inwoners 47%
28%
9%
16%
Inwoners in een zorgwekkende situatie
0%
20%
40%
Weerbaren
Buitenstaanders
60%
80%
Compenseerders
100%
Kwetsbaren
8,4%
2,8%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Burgerpeiling WSJG
Burgerpeiling WSJG
Verkarende tekst weerbaarheid van Inwoners:
Verklarende tekst weerbaarheid van inwoners:
Weerbare personen zijn mensen waarbij de betekenisvolle participatie én individueel welzijn relatief hoog zijn.
Compenseerders zijn mensen waarbij de betekenisvolle participatie relatief hoog is en het individueel welzijn relatief laag.
Buitenstaanders zijn mensen waarbij de betekenisvolle participatie relatief laag is en het individueel welzijn relatief hoog.
Kwetsbare personen zijn mensen waarbij de betekenisvolle participatie én individueel welzijn relatief laag zijn. Zorgwekkenden zijn kwetsbaren waarbij deze indicatoren ver beneden het gemiddelde liggen.
Individueel welzijn
Huishoudens zonder en met zorg en ondersteuning
Baarle-Nassau, score (1-10) 12
8
Baarle-Nassau 8,44
7,03
7,68
7,37
6,85
20,1%
82,4%
17,6%
<25.000 inwoners
3,77
4
79,9%
0 0% Sociaal-economische status Eigen kracht Gezondheid Sociale relaties (betekenisvol) Sociaal vangnet |
20%
40%
Maatschappelijke inzet <25.000 inwoners
zonder voorzieningen
Burgerpeiling WSJG
60%
80%
100%
met voorziening(en)
CBS MSD WMO | tweede halfjaar 2020
Stapeling in huishoudens per aantal voorzieningen aantal per 1.000 huishoudens 17
6 8
10 84
32
Stapeling in huishoudens met voorzieningen per wet aantal per 1.000 huishoudens
5
17
8
17
31
88 48
1 voorziening
103
132
54
Baarle-Nassau
29
29
20
<25.000 inwoners
2 voorzieningen 3 voorzieningen 4 voorzieningen 5 voorzieningen 6 of meer voorzieningen
Baarle-Nassau Alleen Jeugd
<25.000 inwoners
Alleen P-wet Alleen Wmo Jeugd en P-wet P-wet en Wmo Jeugd, P-wet en Wmo
CBS MSD WMO | tweede halfjaar 2020
14-9-2021 www.waarstaatjegemeente.nl
Jeugd en Wmo
CBS MSD WMO | tweede halfjaar 2020
Onze gemeente In dit dashboard staan algemene gegevens die ondersteunend of overkoepelend zijn voor de dashboards per leefgebied. Deze geschreven duiding omvat interpretatie en achtergrond bij de onderwerpen demografie en gezinssamenstelling, voorzieningen (beschikte zorg), weerbaarheid en meedoen. Demografie en samenstelling Het aantal inwoners in Baarle-Nassau is toegenomen, net als het aantal huishoudens. Het aantal huishoudens blijft naar verwachting de komende jaren ook nog toenemen en daarna wat afnemen. In 2050 verwachten we nog iets boven het huidige niveau te blijven. De groei van het aantal inwoners komt enkel doordat er mensen van buiten het dorp, of van buiten Nederland (vooral uit Westerse landen) naar Baarle-Nassau verhuisd zijn. 26% van de inwoners uit Baarle-Nassau heeft een migratieachtergrond: 3% niet-westers en 23% westers, wat vanwege de verwevenheid met België niet vreemd is. De zogenoemde ‘natuurlijke aanwas’ is zelfs iets afgenomen. De druk van de zorg voor jongeren en ouderen op de schouders van 20 – 65 jarigen is beduidend hoger dan bij andere kleine gemeenten. Dat komt vooral door de grijze druk. Het belang van zelfstandig wonen en leven voor ouderen, blijft daardoor evident. Qua huishoudsamenstelling wonen er in onze gemeente minder gezinnen dan in andere kleine gemeenten (32% ten opzichte van 36%).
Wat verder opvalt in Baarle-Nassau is het relatief kleiner aandeel hoog opgeleiden. In Baarle-Nassau is dat 20,4% waar dat gemiddeld in Nederland 30,2% is. Dat heeft op veel thema’s in het sociaal domein invloed. We moeten ons bewust zijn van de combinatie van een sterk vergrijsde gemeente en een relatief kleiner aandeel hoog opgeleiden als we de veerkracht van inwoners en de gemeenschap willen versterken. Voorzieningen (beschikte zorg) Het aantal huishoudens zonder beschikte zorgvoorzieningen neemt af. Deze trend is in Baarle-Nassau sterker waarneembaar dan in vergelijkbare gemeenten. Vooral het gebruik van beschikte Wmo zorg is opvallend hoog ten opzichte van andere, vergelijkbare gemeenten. In 2019 was er al een sterke groei zichtbaar van het aantal Wmo voorzieningen. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de invoering van het abonnementstarief. Deze groei vlakt in 2020 af. Het aantal jeugdhulpvoorzieningen is juist relatief laag ten opzichte van gemeenten van vergelijkbare omvang. Dit sluit aan de demografische ontwikkelingen in de gemeente. Opvallend is de toename van voorzieningen in de Participatiewet in 2020. Daar was lang sprake van een stabiele trend, maar zien we in 2020 een verdubbeling. Dat zou een corona effect kunnen zijn.
Stapeling van zorg komt in Baarle-Nassau meer voor dan in vergelijkbare gemeenten en het aantal huishoudens met meerdere beschikte zorgvoorzieningen neemt toe. Bij huishoudens met meerdere voorzieningen gaat veelal om 2 voorzieningen op grond van dezelfde wet (Wmo / Jeugdwet / Participatiewet). De combinatie Wmo / Participatiewet komt in onze gemeente relatief veel voor. Er zijn verschillen per kern zichtbaar. Stapeling van zorg komt vrijwel alleen in Baarle-Nassau voor. In Ulicoten zijn er geen huishoudens met 3 of meer voorzieningen. In Ulicoten wordt relatief gezien meer gebruik wordt gemaakt van Jeugdhulp dan in de andere kernen van de gemeente. Dat sluit aan bij de demografische context: in Ulicoten zijn relatief ook meer huishoudens met kinderen. Opvallend is dat er in Castelré geen voorzieningen lopen. Mogelijk maken deze inwoners sneller gebruik van zorg in België vanwege de geografische ligging van Castelré.
Weerbaarheid Hoe weerbaar onze inwoners zijn, is bekeken aan de hand van de burgerpeiling (2020). Weerbaarheid wordt bepaald door de mate van individueel welzijn in combinatie met de mate van betekenisvolle participatie. Het zegt iets over de mate waarin iemand toegerust is om met tegenslagen in het leven om te kunnen gaan. We noemen dit ook wel veerkracht. Het aantal (zorgwekkende) kwetsbare inwoners relatief hoog. Deze groep inwoners kenmerkt zich door een relatief laag individueel én een relatief weinig betekenisvolle participatie. Het aantal inwoners dat mogelijk een beroep doet op zorg en ondersteuning is daarmee groter dan in vergelijkbare gemeenten. Omdat de maatschappelijke inzet in Baarle-Nassau lager is (zie hierboven), kunnen zij in vergelijking met kwetsbare inwoners in andere gemeenten, minder rekenen op de inzet van andere inwoners. Ook het aantal buitenstaanders in Baarle-Nassau is relatief hoog. Deze groep inwoners kenmerkt zich door een relatief hoog individueel welzijn in combinatie met relatief weinig betekenisvolle participatie. In Baarle-Nassau zijn deze inwoners tevredener met het leven dan deze groep in andere gemeenten. Met betrekking tot leeftijdsgroepen valt op dat de groep 65-75 jarigen zich minder vaak maatschappelijk inzet.
Deze leeftijdsgroep ervaart de kwaliteit van sociale relaties lager dan andere leeftijdsgroepen in onze gemeente en ook lager dan leeftijdsgenoten in andere gemeenten. Zij zijn ook minder gelukkig. Ook de 18-40 jarigen zetten zich relatief minder vaak maatschappelijk in en waarderen de kwaliteit van sociale relaties lager. Zij zijn niet minder gelukkig dan leeftijdsgenoten in andere gemeenten. Dit kan komen omdat hun sociaal economische status relatief hoog is. Deze gegevens bieden aangrijpingspunten voor de wijze waarop we veerkracht van onze inwoners op korte en langere termijn kunnen bevorderen. Meedoen Het gemiddelde rapportcijfer dat inwoners geven voor de inspanning van de gemeente om burgers volledig te laten deelnemen aan de maatschappij ligt op gelijk niveau met andere kleine gemeenten. Ons beleid in het sociaal domein is erop gericht dat iedereen mee kan doen op vijf leefgebieden. In de burgerpeiling is gevraagd in welke mate inwoners op onderdelen een belemmering ervaren om mee te doen. In onderstaande figuur krijgt u een totaal beeld van hoe inwoners dit zelf ervaren (% nauwelijks tot geen beperking). Per leefgebied komen deze onderdelen terug. Mogelijkheden om aan het maatschappelijk leven deel te nemen (% nauwelijks tot geen beperking)
Bron: Rapport burgerpeiling Baarle-Nassau, figuur 5.3 (WSJG) Toelichting: het gekleurde rondje is de score van onze gemeente; de grijze balk van referentiegroep ‘welzijn en participatie’. Deze referentiegroep komt niet helemaal overeenkomt met de grootteklasse < 25.000 inwoners.
Prettig wonen in je wijk Hoe beleven inwoners het wonen in de wijk en voelen ze zich daar prettig bij? Bij dit leefgebied kijken we naar de sociale samenhang, de tevredenheid met voorzieningen en hoe ze de buurt als woon- en leefomgeving waarderen. Hiermee leggen we een link naar het fysieke domein. De gemeente is namelijk ook verantwoordelijk voor de openbare ruimte, heeft taken op het gebied van veiligheid en bevordert de leefbaarheid in de buurt. Bijvoorbeeld door de realisering van speelvoorzieningen of buurthuizen.
Leefomgeving
Sociale samenhang
Baarle-Nassau, score (1-10)
Score (afwijking landelijk gemiddelde)
5,8
4,3
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
10 8
7,56
6,69
6
6,93
6,67
BZK/WB - Leefbaarometer 2.0 | 2018
4
2
Buurtbewoners staan altijd voor elkaar klaar
0
Verbondenheid buurt Sociale veiligheid Fysieke leefomgevingskwaliteit Voorzieningenniveau | <25.000 inwoners
69%
63%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Burgerpeiling WSJG
Burgerpeiling WSJG
Voorzieningen (tevredenheid)
Eenzaamheid (afwezig)
Behoefte aan meer
Baarle-Nassau
contact
56%
100% 80%
81%
Baarle-Nass…
78% 64%
60%
24%
Baarle-Nass…
Burgerpeiling WSJG
61%
57%
62%
<25.000 in…
21%
<25.000 in…
Burgerpeiling WSJG
40%
20% 0%
Inzet bereidheid inwoners
aanpak leefbaarheid
voor leefbaarheid buurt
35%
Gezondheids-/ zorgvoorzieningen Welzijnsvoorzieningen Speelvoorzieningen (kinderen tot 12 jaar) Sportvoorzieningen Openbaar vervoer
Baarle-Nass…
Burgerpeiling WSJG
Gemeente betrekt buurt bij
29%
84% 80%
<25.000 in…
Baarle-Nass…
Burgerpeiling WSJG
<25.000 in…
Burgerpeiling WSJG
Buurt als leefomgeving
Woningen naar eigendom
waardering (1-10)
8,16
8,19
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
9,3%
16,2%
Burgerpeiling WSJG
21,4%
11,6%
68,9%
69,7%
Baarle-Nassau Koop
<25.000 inwoners Corporatiehuur
Overige huur
ABF Research - Systeem woningvoorraad (Syswov) | 2020
Voelt zich veilig in de buurt (+) % meestal/altijd
90
90
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Burgerpeiling WSJG | 2020
1-9-2021 www.waarstaatjegemeente.nl
Prettig wonen in je wijk In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied prettig wonen in je wijk relevant zijn. Hoe beleven inwoners het wonen in de wijk en voelen ze zich daar prettig bij? Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over sociale samenhang, sociale relaties, voorzieningen, buurt als leefomgeving, woningen naar eigendom en meedoen. Sociale samenhang Het beeld dat inwoners in Baarle Nassau hebben over de verbondenheid in de buurt, sociale veiligheid en samenredzaamheid in de buurt is positiever dan in vergelijkbare gemeenten. Ook hebben bovengemiddeld veel inwoners het gevoel dat buurtbewoners voor elkaar klaar staan. De gegevens over wat inwoners in praktijk ook echt doen, laten een ander beeld zien: De maatschappelijke participatie en de bereidheid daartoe van inwoners in Baarle-Nassau is lager dan in vergelijkbare gemeenten (zie ook leefgebied Zinnige daginvulling). Ook de score op sociaal vangnet ligt over het algemeen lager. Gelukkig komt uit de cijfers ook naar voren dat als het écht nodig is, inwoners wél klaar staan voor elkaar: kwetsbare inwoners ervaren een sterker sociaal vangnet en de bereidheid om buren in een zorgwekkende situatie te helpen is relatief groot. Gewone burenhulp ligt wat lager dan elders.
De cijfers maken ook duidelijk dat het potentieel van inwoners die maatschappelijk actiever kunnen worden relatief groot is. Sociale relaties Inwoners van Baarle Nassau scoren lager op betekenisvolle relaties en op afwezigheid van eenzaamheid. Er is meer behoefte aan contact. Ten opzichte van het gemiddelde voelen minder mensen zich gelukkig (89,7%). Het aantal alleenstaanden ligt met 32,5% iets hoger dan gemiddeld. Voorzieningen Voor de tevredenheid van inwoners over voorzieningen geldt, dat inwoners over twee van de vijf type voorzieningen minder tevreden zijn dan inwoners in andere gemeenten. Opvallend is, dat met name de aanwezigheid en kwaliteit van speelvoorzieningen voor kinderen tot 12 jaar een lagere waardering krijgt dan elders. Ook in absolute zin is op dit punt de waardering het laagst. Over het aanbod van gezondheids- en zorgvoorzieningen is vier op de vijf mensen (zeer) tevreden. Dat is iets minder dan elders. Wat hier mogelijk van invloed op kan zijn, is de relatieve onbekendheid van het nieuwe Dorpsteam. Buurt als leefomgeving Baarle-Nassau lijkt niet heel anders te scoren dan andere gemeenten van een zelfde omvang.
Zoomen we dieper in dan valt op dat Baarle-Nassau wel flink hoger scoort op: - Waardering buurt als woon-/ leefomgeving - Omgang in de buurt - Gehechtheid in de buurt Ruim een derde van de inwoners geeft aan dat de gemeente de buurt betrekt bij de aanpak van leefbaarheid. Dat is wat meer dan elders. Tegelijkertijd geeft een kleine helft van de mensen aan, zo blijkt uit de gegevens van de Burgerpeiling, dat er ‘voldoende wordt gedaan aan de leefbaarheid van mijn buurt’. Dat is óók meer dan elders. Maar beide getallen samen geven ook aan dat er nog potentieel is voor meer en beter buurtgericht samenwerken.
Woningen naar eigendom Ten opzichte van vergelijkbare gemeenten een kleine gemeente is het aandeel sociale huurwoningen in Baarle-Nassau lager dan gemiddeld. Hierdoor is het voor mensen met lage inkomens zoals starters en kwetsbare inwoners moeilijk om passende huisvesting te vinden. Meedoen Vergeleken met andere gemeenten ervaren inwoners van Baarle-Nassau in dezelfde mate belemmeringen om mee te doen vanwege ‘taal/cultuur’. Ook het ‘gevoel er niet bij te horen/ niet thuis te voelen’ wordt in ongeveer dezelfde mate als een belemmering ervaren. Het gevoel er niet bij te horen is vaker een beperking dan taal/cultuur.
Veilige en kansrijke thuissituatie De gemeente biedt inwoners onder andere ondersteuning door middel van individuele / maatwerkvoorzieningen op het gebied van Jeugd en Wmo. Het leefgebied ‘Veilige en kansrijke thuissituatie’ geeft inzicht in de mate waarin inwoners en huishoudens hiervan gebruik maken.
Eenouder huishouden
Personen van 75 jr en ouder: zelfstandig wonend aantal per 1.000 inwoners van 75 jaar en ouder
Baarle-Nassau
6,4%
<25.000 inwoners
6,1% CBS | 2020
Kinderen in uitkeringsgezinnen
946
930
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
8% 6%
CBS MSD WMO | 2020
4% 2%
Mantelzorg verlenen
0% 2015
2016
2017 Baarle-Nassau
2018
2019
<25.000 inwoners
15,6%
16,4%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
CBS Jeugd | 2015 - 2019
Meerdere bronnen | 2016
Cliënten met een maatwe… Risico op onderwijsachterstand
per 10.000 inwoners
Baarle-Nassau
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
740
625 CBS MSD WMO | 2020
16% 12%
13%
11%
11%
8%
Inwoners met individuele Wmo-voorzieningen Baarle-Nassau, aantal per 1.000 inwoners
4%
48
41
0%
32
32 Peuters
Basisschoolleerlingen
totaal |
<25.000 inwoners
16
13
CBS | 2017 0
Ondersteuning thuis Hulp bij het huishouden Verblijf en opvang* Hulpmiddelen en diensten | <25.000 inwoners CBS MSD WMO | tweede halfjaar 2020
Jongeren met jeugdzorg-trajecten Baarle-Nassau
WLZ - Zorg thuis per 10.000 verzekerden
22
12%
Baarle-Nass… 8%
36
129
Vektis | 2019
CBS | tweede halfjaar 2020
0%
Jeugdhulp (in % van alle jongeren tot 18 jaar) Jeugdhulp met verblijf (in % van alle jongeren tot 18 jaar)* CBS Jeugd | tweede halfjaar 2020
Beëindigde jeugdhulptrajecten
14,7%
84,4%
Volgens plan
146
Baarle-Nass…
4%
Baarle-Nassau
per 100.000 inwoners
<25.000 in…
6,5%
100,0%
Meldingen kindermishandeling
<25.000 inwoners Voortijdig afgesloten* CBS Jeugd | tweede halfjaar 2020
4-9-2021 www.waarstaatjegemeente.nl
<25.000 in…
Veilige en kansrijke thuissituatie In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied veilige en kansrijke thuissituatie relevant zijn. Hoe beleven inwoners het wonen in de wijk en voelen ze zich daar prettig bij? Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over wmo, jeugd(zorg) en Veilig Thuis. Wmo Het aantal inwoners met een maatwerkarrangement Wmo is in 2020 gestegen ten opzichte van 2019. De grootste stijger is, net als in 2019, het aantal voorzieningen voor hulp bij het huishouden. Huishoudelijke hulp is ook de voorziening die het meeste wordt verstrekt. Gemiddeld genomen is hier een constante stijging zichtbaar sinds de invoering van het abonnementstarief in 2019. Ook het aantal voorzieningen begeleiding is toegenomen en er zijn in 2020 meer hulpmiddelen en rolstoelen verstrekt. Langer thuis wonen en vergrijzing lijken hier oorzaak te zijn van de toename. In totaal geeft gemeente Baarle-Nassau op het gebied van de Wmo meer voorzieningen af dan vergelijkbare gemeenten. Met name het aantal inwoners met een voorziening voor hulp bij het huishouden ligt in vergelijking met de referentiegroep veel hoger. Voor de overige categorieën/ voorzieningen ligt het aantal in vergelijking met de referentiegroep lager. Jeugd(zorg) Het aantal jeugdzorgtrajecten is in vergelijking met andere gemeenten van <25.000 inwoners in Baarle-Nassau veel lager.
Het aantal jeugdigen met jeugdzorgtrajecten is in 2020 gedaald ten opzichte van 2019. Deze daling is een landelijke trend, maar sterker in onze gemeente. De daling is deels te wijten aan de coronacrisis, omdat mensen tijdens de lockdown minder geneigd waren om zorginstellingen te bezoeken. Alhoewel het aantal jeugdigen met jeugdzorgtrajecten is gedaald, zijn de aanvragen die worden gedaan wel complexer geworden. Daarnaast duren de trajecten soms ook langer. De grootste daling betreft de jeugdhulp zonder verblijf. Dit is jeugdhulp waarbij jongeren thuis wonen, maar wel zorg ontvangen via een zorgaanbieder. De meeste zorgtrajecten betreft jongeren zonder verblijf. Jeugdzorg met verblijf, of jongeren met jeugdbescherming komt erg weinig voor. Het percentage is dermate klein, dat deze niet opgenomen is. Veilig Thuis Er staan naast het aantal meldingen kindermishandeling geen gegevens over Veilig Thuis in waarstaatjegemeente voor de gemeente Baarle-Nassau. We onderzoeken of deze gegevens hier in de toekomst wel aan toegevoegd kunnen worden. Onderstaande informatie komt uit het jaarverslag 2020 van Veilig Thuis. In 2020 zijn er in onze gemeente 43 meldingen gedaan van (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling. Ten opzichte van 2019 is dit een zeer forse stijging (22 meldingen in 2019). 77% van de Veilig Thuis meldingen worden beroepsmatig kenbaar gemaakt.
De forse stijging zou verklaard kunnen worden doordat er gedurende corona meer spanningen zijn ontstaan, wat heeft geleid tot meer meldingen.
Financieel rondkomen Voor het leefgebied Financieel rondkomen kijken we naar de sociaal economische status. Met een ver jning op de nanciële situatie van zelfstandigen en inwoners met een bijstandsuitkering. Geregistreerde schuldenproblematiek is handmatig als tegel toegevoegd.
Huishoudens met bijstandsuitkeringen % t.o.v. totaal huishoudens 3,6 3,2 2,8 2,4 2,0 1,6
2017
2018
2019 Baarle-Nassau
2020
2021
<25.000 inwoners CBS | 2017 - 2021
Personen met bijstandsuitkeringen per 1.000 inwoners van 18 jaar en ouder
Baarle-Nassau 29,8
<25.000 inwoners
26,3
Sociaaleconomische status (schaalscore) score (1-10)
CBS | 2020
7,03
7,25
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Alleenstaanden met bijstandsuitkeringen % t.o.v. huishoudens alleenstaand
4,0
5,5
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Burgerpeiling WSJG | 2020
CBS | 2020
Bijstand gerelateerde uitkering vanaf AOW-leeftijd aantal per 1.000 inwoners van 66 jaar en ouder
5,4
5,8
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners CBS | 2020
Gestandaardiseerd inkomen per huishouden x €1.000
Huishoudens met geregistreerde problematische schulden %t.o.v. totaal huishoudens
6,1%
31,7
33,2
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
7,6%
Baarle-Nassau
Landelijk (afwijkende benchmark)
Handmatig toegevoegd: bron CBS (schuldenproblematiek in beeld)
CBS / 2020
CBS | 2019
Huishoudens met laag inkomen
Huishoudens met hoog inkomen
1e 10%-groep
10e 10%-groep
10,0% 6,9% Baarle-Nass…
10,0% 11,2%
<25.000 in…
Baarle-Nass…
CBS | 2019
<25.000 in… CBS | 2019
Inkomen als zelfstandige x €1.000
37,5
39,8
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners CBS | 2018
Zzp-ers met laag inkomen % inkomen tot €15.000
9,8
Baarle-Nass…
6,9
<25.000 in… CBS | 2018
3-9-2021 www.waarstaatjegemeente.nl
Financieel rondkomen In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied Financieel rondkomen relevant zijn. Wat hebben onze inwoners gemiddeld te besteden en voelt dit als een belemmering om mee te doen in de samenleving? Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de date over inkomenssituaties, ondersteuning (bijstandsuitkeringen) en meedoen. Inkomenssituaties Uit onderzoek weten we dat sociaal-economische status een belangrijke indicator is voor financiële redzaamheid. Naast het werkelijke inkomen zijn ook arbeid en opleiding onderdelen in de sociaaleconomische status. De sociaal-economische status van inwoners van Baarle-Nassau ligt lager dan dat van andere kleine gemeenten, maar op ongeveer gelijk niveau van andere niet-stedelijke gemeenten. Wat opvalt als we verdiepen op weerbaarheids- en leeftijdsgroepen is dat de sociaal-economische status ten opzichte van referentiegemeenten: - Lager is bij de groep buitenstaanders (lage participatie, hoog individueel welzijn) - Hoger is bij jongeren tussen de 18 en 40 jaar. De sociaal-economische situatie van kwetsbaren is overal laag. Het is daarom belangrijk om hier aandacht voor te hebben. Het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden (al omgerekend naar grootte en samenstelling van het huishouden) ligt in onze gemeente iets lager dan bij vergelijkbare gemeenten.
Het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden ligt lager dan landelijk. Dit ligt echter over het algemeen bij kleine gemeenten lager. Voor een kleine gemeente lijkt het aantal huishoudens met schuldenproblematiek in Baarle-Nassau wel hoog te zijn. Ondersteuning Voor inwoners waar ondersteuning nodig is op het financiële vlak, bieden we als gemeente bijstandsuitkeringen, aanvullende inkomensregelingen (voor kinderen en volwassenen) en door mensen met financiële vragen en/of problemen de mogelijkheid te geven deze te stellen aan het Dorpsteam. Tevens bestaat er de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij zwaardere financiële problemen. - Bijstandsuitkeringen Voor het monitoren van resultaten is vooral de tabel ‘Huishoudens met bijstandsuitkeringen’ interessant. Zodra één van de partners werk vindt gaat deze een (minimum)loon verdienen waarmee beide partners (het hele huishouden) uitstromen uit de uitkering. Bij de re-integratie richten we ons daarom op de mogelijkheden van beide partners. We zien in de tabel dat het aantal huishoudens met uitkering na een stijging tot in 2017 sterk is gedaald tot in 2019 en vanaf die tijd redelijk stabiel is gebleven tot eind 2020. Het percentage zit dan nog altijd ver onder dat van vergelijkbare gemeenten. Het aantal personen met een bijstandsinkomen ligt echter hoger.
Het lijkt erop dat het meer dan elders om tweepersoonshuishoudens gaat. In het leefgebied ‘Veilige en kansrijke thuissituatie’ zien we namelijk dat het aantal kinderen in een uitkeringsgezin onder dat van even grote gemeenten ligt. Meedoen Uit de burgerpeiling blijkt dat ‘financiën’ gemiddeld door inwoners van Baarle-Nassau minder vaak dan bij referentiegemeenten een belemmering gevonden worden om aan het maatschappelijk leven deel te nemen.
Zinnige daginvulling De gemeente wil dat inwoners meedoen en een zinnige invulling van hun dag hebben. Er is extra aandacht voor kwetsbare groepen, zoals mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, laaggeletterden of statushouders, om hen zo goed mogelijk te laten participeren. Het streven is dat mensen deelnemen aan betaald werk of een opleiding als daginvulling, maar als dat een stap te hoog is dan is het belangrijk dat er een zo passend mogelijke daginvulling is, bijvoorbeeld in de vorm van vrijwilligerswerk.
Maatschappelijke inzet
Netto arbeidsparticipatie
Baarle-Nassau, % actief 80
63
60
65,5%
69,3%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
54
CBS | 2020
41
40
43
39
20
Cliënten met dagbesteding
0
per 1.000 inwoners doelgro…
4
Hulp aan buren Aandacht voor buren in zorgwekkende situatie Verenigingsleven Vrijwilligerswerk Naastenzorg | <25.000 inwoners
Baarle-Nass…
Burgerpeiling WSJG
4
<25.000 in…
CB… | tweede halfjaar 2020
Voortijdige schoolverlaters totaal (VO + MBO)
Werkloosheid
2,6%
6,4%
2,2%
5,6%
1,8%
4,8%
1,4%
4,0%
1,0%
3,2%
0,6%
2,4%
2016
2017
2018 Baarle-Nassau
2019
2020
2016
2017
<25.000 inwoners
2018 Baarle-Nassau
2019
<25.000 inwoners
DUO/Ingrado | 2016 - 2020
2020
CBS | 2016 - 2020
Absoluut verzuim
Relatief verzuim
Lopende re-integratievoorzieningen
per 1.000 leerlingen
per 1.000 leerlingen
per 10.000 inwoners van 15-64 jaar
9,4
6
Baarle-Nassau
Baarle-Nassau
1,7
19
<25.000 inwoners
<25.000 inwoners
DUO/Ingrado | 2019
DUO/Ingrado | 2019
270,0
148,9
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners CBS | 2020
Personen met lopende re-integratievoorziening naar i… Baarle-Nassau, aantal per 1.000 inwoners van 15-74 jaar 12
9,8 8
4
2,0
2,0
2,0
0
Werkend zonder bijstand Werkend met bijstand Niet werkend met bijstand Niet werkend zonder bijstand | <25.000 inwoners CBS | vierde kwartaal 2020
9-9-2021 www.waarstaatjegemeente.nl
Zinnige daginvulling In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied zinnige daginvulling relevant zijn. Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over werk, maatschappelijke inzet en school en geletterdheid. Werk De arbeidsdeelname ligt in Baarle-Nassau al jaren lager dan bij referentiegemeenten. In 2020 is het verschil wel afgenomen. De geregistreerde werkloosheid is in Baarle-Nassau nog heel licht gedaald, waar het bij andere kleine gemeenten is toegenomen. De toename was echter kleiner dan bij andere gemeente van dezelfde omvang. Het werkloosheidspercentage schommelt rond dat van vergelijkbare gemeenten. De werkloosheid die hier getoond wordt moet niet verward worden met het aantal bijstandscliënten van de gemeente. In deze cijfers zitten bijvoorbeeld ook WW-cliënten en werkzoekenden zonder een uitkering. Het aantal bijstandsuitkeringen wordt toegelicht in het leefgebied Financieel rondkomen Het percentage werkende statushouders in Baarle-Nassau ligt een stukje onder het landelijk gemiddelde. Na de zomer in het 2020 zijn we met de ketenaanpak gestart, waarbij de toeleiding naar alle vormen van participatie wordt bevorderd. Door middel van deze aanpak kunnen we onderstaande cijfers komende periode verbeteren.
Om inwoners die (op termijn) kunnen werken ook in stappen naar werk toe te helpen, worden reintegratievoorzieningen ingezet. Het aantal re-integratievoorzieningen dat wordt ingezet in BaarleNassau is relatief hoog. Wat opvalt is de hoge inzet voor werkend met bijstand. Landelijk scoorde Baarle-Nassau hoog met de inzet van loonkostensubsidies. Dat wordt hier zichtbaar. Bij WMO dagbesteding (een van de onderdelen van begeleiding thuis) ligt een toekomstig betaalde baan niet binnen de verwachtingen. Doel is een zinvolle invulling van de dag. Bijvoorbeeld met aangepast werk, activiteiten of dagopvang.
Maatschappelijke inzet In de burgerpeiling is onderzocht in hoeverre inwoners zich maatschappelijk inzetten of daartoe bereid zijn. We zien dat inwoners van Baarle-Nassau minder actief zijn als vrijwilliger: ten opzichte van inwoners in vergelijkbare gemeenten is het aantal inwoners dat vrijwilligerswerk doet lager, en ze besteden er per persoon minder tijd aan . Andere aspecten van maatschappelijke inzet komen terug bij ‘Onze gemeente’ en bij ‘Prettig wonen in je wijk’. School en geletterdheid Het aantal VO- en MBO-leerlingen dat voortijdig de school verlaat, is sterk afgenomen. Bij referentiegemeenten is dit de laatste jaren redelijk stabiel. Het percentage ligt nu in Baarle-Nassau onder dat van de referentiegemeenten. In Baarle-Nassau lijken erg veel leerplichtigen niet ingeschreven op een school (absoluut verzuim). Dit komt doordat de inschrijvingen van leerlingen die in België naar school gaan, nog niet verwerkt zijn in de Waarstaatjegemeente database. Informatie van de leerplichtambtenaar is dat bij start van het schooljaar 2021-2022 er geen thuiszitters zijn. Jongeren die wel op een school zijn ingeschreven, verzuimen echter veel minder vaak dan bij vergelijkbare gemeenten (relatief verzuim). In Baarle-Nassau is naar schatting 9% van alle inwoners laaggeletterd. Daarmee heeft de gemeente een percentage enigszins lager dan het landelijk gemiddelde (12%).
Van deze 9% hebben we als gemeente maar een klein deel in beeld. Met onze onlangs vastgestelde aanpak op laaggeletterdheid gaan we inzetten op bereiken en vinden van de doelgroep om deze toe te kunnen leiden naar passend aanbod. Omdat de grootte van de groep onderschat wordt, evenals de zichtbaarheid en het kunnen signaleren van laaggeletterden, is onze aanpak gericht op een integrale samenwerking met lokale partners zoal het dorpsteam, Theek 5 en regionale partners zoals het ROC en Stichting Lezen en Schrijven.
Fit en veerkrachtig We vinden het belangrijk dat onze inwoners tte en veerkrachtige zijn. Fitte en veerkrachtig inwoners kunnen beter ‘meedoen’. Zij hebben meer grip op hun leven en kunnen beter omgaan met de uitdagingen en tegenslagen van het leven. Fitte en veerkrachtige inwoners geven ook impulsen aan een sterke en energieke samenleving. Fitheid en veerkracht worden beïnvloed door zowel de mentale als fysieke gezondheid.
Beweegt voldoende
Gebruik basis GGZ en/of POH-GGZ
48,5%
49,9%
4,3%
3,8%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Meerdere bronnen | 2020
Vektis | 2018
Niet-sporters
54,8% 50,5%
Baarle-Nassau <25.000 inwoners
Mantelzorgers met hoge belasting
33%
29%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Meerdere bronnen | 2020
Overgewicht
53,1%
50,8%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners Meerdere bronnen | 2020
Roken
14,3%
14,5%
Baarle-Nassau
<25.000 inwoners
Meerdere bronnen | 2020
10-9-2021 www.waarstaatjegemeente.nl
Burgerpeiling WSJG
Fit en Veerkrachtig In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied fit en veerkrachtig relevant zijn. Fitte en veerkrachtige inwoners kunnen beter ‘meedoen’ in onze samenleving. Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over positieve gezondheid, fysieke gezondheid, mentale gezondheid en meedoen. Positieve gezondheid Fitheid en veerkracht worden beïnvloed door zowel de mentale als fysieke gezondheid. Op basis van het concept ‘positieve gezondheid’ wordt gezondheid vanuit een breder perspectief benaderd. Kenmerken hieruit (zingeving, sociale contacten, etc…) komen ook terug bij andere leefgebieden. In 2020 heeft de GGD een nieuw onderzoek gedaan. Deze zijn bij het schrijven van deze duiding nog niet gepubliceerd en verwerkt in de dashboards. In het dashboard van volgend jaar zullen deze wel verwerkt zijn. Op de getoonde indicatoren laten inwoners van Baarle-Nassau overall een iets negatiever beeld zien dan vergelijkbare gemeenten, net als in 2016. In de burgerpeiling (2020) geven inwoners aan dat zij hun gezondheid zelf waarderen met een 7,68. Dit is iets lager dan in vergelijkbare gemeenten. Fysieke gezondheid Voor de fysieke gezondheid kijken we naar zowel overgewicht als naar beweging en roken.
Als we kijken naar de beweegnormen (niet alleen door sport, maar ook door andere fysieke activiteit), bewegen inwoners van Baarle-Nassau de afgelopen jaren steeds minder en ook minder ten opzichte van inwoners in andere kleine gemeenten. We zien dat in alle kernen van Baarle-Nassau relatief veel niet-sporters voorkomen. In Ulicoten en Castelré is het negatieve verschil het grootst. Dit is verklaarbaar door de mindere sportinfrastructuur en bevolkingsopbouw. Ons sport- en beweegbeleid is erop gericht het aantal mensen dat sport en beweegt te vergroten. Waar bewegen een positieve invloed op de gezondheid heeft, hebben roken en overgewicht hier een negatieve invloed op. Uit overgewicht komen vele andere problemen voort, zoals diverse chronische ziekten, verminderde mobiliteit en een grotere aanspraak op zorg. In Baarle-Nassau is het percentage rokers lager dan in gemeenten van gelijke grootte. De daling in afgelopen jaren is BaarleNassau minder sterk dan bij de referentiegemeenten. Met 53,1% inwoners met een BMI boven de 25, is het probleem van overgewicht groter dan elders. Mentale gezondheid In Baarle-Nassau maakte (2018) 4,3 % van onze volwassen inwoners gebruik van basis GGZ (een eerstelijnspsycholoog of een praktijkondersteuner huisarts GGZ). Dit is meer dan elders en het gebruik is in de daaraan voorafgaande jaren sterker gestegen dan in andere delen van ons land.
Meedoen Het aantal inwoners dat zich belemmerd voelt om mee te doen omdat ze mantelzorg verlenen, ligt hoger dan bij andere kleine gemeenten. Het aantal inwoners van onze gemeente dat aangeeft hun geestelijke gezondheid een beperking te vinden om aan het maatschappelijk leven deel te nemen is ook groter dan bij de referentiegemeenten. Lichamelijke gezondheid en fysiek functioneren zijn de meest genoemde beperkingen om deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Inwoners van Baarle-Nassau wijken hierin niet af van referentiegemeenten. We geven deze onderwerpen aandacht in het lokaal preventie-akkoord.
Verklarende woordenlijst Term
Toelichting
Absoluut verzuim
Er wordt gesproken van absoluut verzuim als een leerplichtige en/of kwalificatieplichtige jongere niet op een school of instelling staat ingeschreven. De periodeaanduidig '2019' staat voor schooljaar '2018/2019'. Het aantal bijstandsuitkeringen aan huishoudens kan worden uitgesplitst naar de uitkeringsgrondslag. De uitkeringsgrondslag is de leefvorm die, samen met leeftijd, bepalend is voor de hoogte van de bijbehorende uitkering (bijstandsnorm). Er worden drie leefvormen onderscheiden: alleenstaande, alleenstaande ouder en (echt)paar. Een alleenstaande is een persoon die alléén zichzelf particulier, dus niet-bedrijfsmatig, voorziet van huisvesting en in dagelijkse levensbehoeften. Een alleenstaande vormt een eenpersoonshuishouden.
Alleenstaanden met bijstandsuitkeringen
Beëindigde jeugdhulptrajecten – beëindigd volgens plan
Het Percentage jeugdhulptrajecten dat geheel volgens plan wordt uitgevoerd, ten opzichte van het totaal aantal jeugdhulptrajecten.
Beëindigde jeughulptrajecten - voortijdig afgesloten totaal.
Het Percentage jeugdhulptrajecten dat voortijdig is afgesloten, ten opzichte van het totaal aantal jeugdhulptrajecten. Dit geeft een indruk van de 'uitval' tijdens uitvoering van de jeugdhulp. Voortijdig afgesloten kan worden uitgesplitst in : in overeenstemming, eenzijdig door de cliënt of eenzijdig door de aanbieder en door externe omstandigheden.
Behoefte aan meer contact
Het percentage inwoners dat te kennen geeft te weinig betekenisvolle sociale contacten te hebben buiten het eigen huishouden.
Beweegt voldoende
Percentage personen ouder dan 19 jaar dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. De Nederlandse norm is gebaseerd op MET-waarden. Het cijfer is samengesteld aan de hand van de standaardtabel van (leeftijdsspecifieke) intensiteitswaarden per activiteit en de bijbehorende opgaven van de tijdsuren en aantal werkdagen.
Bijstand gerelateerde uitkering vanaf AOWleeftijd
Het aantal bijstandsuitkeringen aan personen die AOW-leeftijd hebben. De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop de AOW-pensioen ingaat. Waardering van de buurt als leefomgeving, uitgedrukt in een gemiddelde score van 1 (zeer onprettig) - 10 (zeer prettig).
Buurt als leefomgeving
Buurtbewoners staan altijd voor elkaar klaar Cliënten met dagbesteding
Cliënten met een maatwerkarragement Wmo
Demografische druk Eenouderhuishouden
Eenzaamheid (afwezig) Gebruik basis GGZ en/of POH-GGZ
Gelukkig inwoners
Gemeente betrekt buurt bij aanpak leefbaarheid
Het percentage inwoners dat vindt dat buurtbewoners altijd voor elkaar klaar staan. Het aantal cliënten met dagbesteding, een maatwerkarrangement in de categorie Ondersteuning Thuis, per 1000 inwoners van de betreffende doelgroep wordt getoond. Cijfers van deze indicator zijn afkomstig van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein, welk halfjaarlijks wordt uitgevraagd. Een maatwerkarrangement is ondersteuning binnen het kader van de Wmo2015 geleverd in de vorm van een product of dienst die is afgestemd op de wensen, persoonskenmerken, mogelijkheden en behoeften van een individu. Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerkarragement is een vorm van specialistiche ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Het aantal personen van 0 tot 20 jaar én 65 jaar of ouder per honderd personen van 20 tot 65 jaar. Het percentage eenoudergezinnen ten opzichte van het totaal aantal huishoudens. Een eenoudergezin is een particulier huishouden bestaande uit één ouder met thuiswonende kinderen. Een thuiswonend kind is een persoon ongeacht leeftijd of burgelijkse staat die een king-ouder relatie heeft met de tot het huishouden behorende ouder. Onder thuiswonende kinderenworden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen. Bepalend voor de indeling is de situatie op 1 december van het onderzoeksjaar.
Het percentage inwoners dat nauwelijks of geen gevoelens van eenzaamheid ervaart. Percentage verzekerden dat gebruik maakt van de basis Geestelijke Gezondheidszorg of de Praktijkondersteuner Geestelijke Gezondheidszorg. Geen specifieke toelichting vermeld in de bron Waarstaatjegemeente. Geen specifieke toelichting vermeld in de bron Waarstaatjegemeente.
Gestandaardiseerd inkomen per huishouden
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen van huishoudens. De populatie bestaat uit alle particuliere huishoudens met bekend inkomen, waarbij studentenhuishoudens niet worden uitgesloten. Het gestandaardiseerd inkomen is als volgt gedefinieerd: Het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactoren komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden.
Huishoudens met bijstandsuitkeringen
Het aantal uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet Werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015) wordt getoond. De uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook de uitkeringen aan dak- en thuislozen zijn niet inbegrepen. Een uitkering aan een (echt)paar wordt geteld als één uitkering aan twee personen. Voorziening sociaal domein gedoeld op specialistische ondersteuning die personen en huishoudens ontvangen in het kader Jeugdwet, Participatiewet of Wmo2015. Voor de stapeling gegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op het aantal deelnemende gemeenten. Geen specifieke toelichting vermeld in de bron Waarstaatjegemeente.
Huishoudens met een voorziening in het sociaal domein
Huishoudens met geregistreerde problematische schulden Huishoudens met hoog inkomen
Geen specifieke toelichting vermeld in de bron Waarstaatjegemeente.
Huishoudens met laag inkomen
Geen specifieke toelichting vermeld in de bron Waarstaatjegemeente.
Huishoudens totaal
Totaal aantal huishoudens. Bepalend voor de indeling is de situatie op 31 december van het onderzoeksjaar.
Huishoudens zonder ondersteuning uit het sociaal domein
Het aantal huishoudens zonder zorg en ondersteuning ten opzichte van het totaal aantal huishoudens wordt getoond. Onder zorg en ondersteuning wordt verstaan de individuele voorzieningen op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet en/of de Participatiewet.
Huishoudens samenwonend met kind en eenoudergezinnen
Percentage meerpersoons huishoudens inclusief eenoudergezinnen met kinderen. Bepalend voor de indeling is de situatie op 31 december van het onderzoeksjaar.
Huishoudens samenwonend zonder kinderen
Percentage meerpersoons huishoudens zonder kinderen. Bepalend voor de indeling is de situatie op 31 december van het onderzoeksjaar.
Huishoudens alleenstaand totaal
Het percentage alleenstaanden.
Individueel welzijn: subjectieve gezondheid
Het gemiddelde rapportcijfer dat inwoners geven over hun eigen gezondheid.
Individueel welzijn: sociaaleconomische status
De positie van een persoon in de sociale stratificatie op basis van arbeid, inkomen en opleiding uitgedrukt in een gemiddelde score van 0-10.
Individueel welzijn: sociaal vangnet
De mate waarin een inwoner naar aller waarschijnlijkheid voor hulp en zorg kan terugvallen op familie, vrienden of buurtgenoten.
Individueel welzijn: maatschappelijke inzet
Actieve participatie die van belang is voor het individu, én tot doel hebben anderen te helpen of bij te dragen aan de maatschappij: burenhulp, sociale steun aan een buurtgenoot in een zorgwekkende situatie, mantelzorg, vrijwilligerswerk en actieve deelname.
Individueel welzijn: eigen kracht
Mate waarin inwoners geen beperkingen ervaren (bijvoorbeeld fysiek, psychisch, taal of financieel) om deel te nemen aan de samenleving, uitgedrukt in een gemiddelde score van 0-10.
Individueel welzijn: betekenisvolle sociale relaties
De mate waarin een inwoner beschik over voldoende betekenisvolle sociale relaties, en eenzaamheid en sociale uitsluiting zich niet of nauwelijks manifesteren.
Inkomen als zelfstandige
Het gemiddeld inkomen als zelfstandige per persoon. Het inkomen als zelfstandige omvat inkomen uit eigen onderneming, loon directeuren en overige inkomsten uit arbeid.
Inwoners
Bevolking op 1 januari. Betreft de geregistreerde bevolking van Nederland.
Inwoners in een zorgwekkende situatie
Percentage van de volwassen Nederlanders dat als Zorgwekkend kan worden aangemerkt. Zorgwekkend zijn personen waarbij zowel de betekenisvolle participatie als individueel welzijn ver onder het gemiddelde liggen.
Inwoners met individuele Wmo voorzieningen: Cliënten met hulp bij het huishouden
Het aantal Cliënten met een maatwerkarrangement in de categorie hulp bij het huishouden in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt getoond.
Inwoners met individuele Wmo voorzieningen: Cliënten met hulpmiddelen en diensten
Het aantal cliënten met een maatwerkarrangement in de categorie hulpmiddelen en diensten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt getoond. Onder hulpmiddelen en diensten vallen o.a. een rolstoel, een woningaanpassing of een vervoersdienst.
Inwoners met individuele Wmo voorzieningen: Cliënten met ondersteuning thuis
Het aantal Cliënten met een maatwerkarrangement in de categorie ondersteuning thuis in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt getoond. Onder ondersteuning thuis vallen onder andere dagbesteding en begeleiding.
Inwoners met individuele Wmo voorzieningen: Cliënten met verblijf en opvang
Het aantal cliënten met een maatwerkarrangement in de categorie verblijf en opvang in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt getoond. Onder verblijf en opvang vallen o.a. beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
Inzet bereidheid inwoners voor leefbaarheid buurt Jongeren met jeugdzorgtrajecten: Jongeren met jeugdbescherming (aandeel jongeren tot 18 jaar).
Geen specifieke toelichting vermeld in de bron Waarstaatjegemeente. Jongeren met jeugdbescherming betreft jongeren tot 18 jaar die op enig moment in de verslagperiode een maatregel door de rechter dwingend opgelegd hebben gekregen. Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt. Een kind of jongere wordt dan onder toezicht gesteld of onder voogdij geplaatst. In uitzonderlijke gevallen wordt de hulp of zorg voortgezet tot de leeftijd van 23 jaar.
Jongeren met jeugdzorgtrajecten: Jongeren met jeugdhulp (aandeel jongeren tot 18 jaar)
Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdjulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. Jeughulp is de hulp en zorg zoals bedoeld en beschreven in de Jeugdwet (2014). Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psyschische, psychosocialen en/pf gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders.
Jongeren met jeugdzorgtrajecten: Jongeren met jeugdhulp met verblijf (in % van alle jongeren tot 18 jaar)
Jongeren met jeugdzorgtrajecten: Jongeren met jeugdreclassering (aandeel jongeren van 12 tot 23 jaar)
Kinderen in uitkeringsgezinnen
Laaggeletterdheid
Jongeren met jeugdhulp met verblijf betreft hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven in de Jeugdwet (2014). Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psyschische, psychosocialen en/pf gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. De jongere veblijft elders. Of anders gezegd, de jongere slaapt formeel niet thuis in het eigen gezin. Dit betekent dat het hier alleen om de verblijfsvormen gaat waarbij er sprake is van een overnachting. Ook verblijf in logeerhuizen, allen tijdens de weekenden of juist door de week, vallen onder jeugdhulp met verblijf. Het gaat om personen tot 18 jaar die op enig moment in de verslagperiode gebruik gemaakt hebben van jeugdhulp. In uitzonderlijke gevallen wordt de hulp of zorg voortgezet tot de leeftijd van 23 jaar. Het percentage jongeren (12-23 jaar) met een jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Indien de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het misdrijf is begaan daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij jongvolwassenen met een verstandelijke beperking, kan het jeugdstrafrecht eveneens worden toegepast op jongvolwassenen in de leeftijd 18 tot en met 23 jaar.
De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of de officier van Justitie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart. De begeleiding kan doorlopen tot de jongere 23 jaar wordt. Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan miniaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt. Onder bijstand wordt hier uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en het Besluit Bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) verstaan. Tot en met 2015 zijn de cijfers van deze indicator afkostig van het Verwey Jonker Instituut- Kinderen in Tel. De cijfers vanaf 2016 zijn afkomstig van het CBS. Geen specifieke toelichting vermeld in de bron Waarstaatjegemeente.
Leefomgeving Lopende re-integratievoorzieningen Maatschappelijke inzet: zorg aan hulpbehoevende naaste (mantelzorg) (laatste 12 mnd)
Geen specifieke toelichting vermeld in de bron Waarstaatjegemeente. Het aantal re-integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. Het percentage inwoners dat zorg aan een hulpbehoevende naaste verleent.
Maatschappelijke inzet: vrijwilligerswerk (laatste 12 mnd)
Het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk doet.
Maatschappelijke inzet: verenigingsleven (actief in de afgelopen 12 mnd)
Het percentage inwoners dat actief is in het verenigingsleven.
Maatschappelijke inzet: hulp aan buren (laatste 12 mnd)
Het percentage inwoners dat zich inzet voor buren.
Maatschappelijke inzet: aandacht voor buren in zorgwekkende situatie (12 mnd)
Het percentage inwoners dat aandacht heeft voor buren in een zorgwekkende situatie (eenzaamheid, zelfverwaarlozing of andere probleemsituatie).
Mantelzorg verlenen
Percentage van de volwassenen (19+) dat aangeeft mantelzorg te verlenen. Mantelzorg wordt gedefinieerd als zorg die iemand geeft aan een bekende uit zijn of haar omgeving, zoals een partner, kind of vriend, als deze persoon voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt is. De mantelzorg kan bestaan uit het doen van het huishouden, wassen en aankleden, gezelschap houden, vervoer, geldzaken regelen enzovoort. Mantelzorg wordt niet betaald. Een vrijwilliger die werkt vanuit een vrijwillegerscentrale is geen mantelzorger. Iemand is mantelzorger als de zorg al minimaal 3 maanden duurt, of zorg biedt voor minimaal 8 uur per week. Het percentage inwoners dat zich belemmerd voelt in zijn of haar dagelijkse activiteiten door het geven van zorg aan een hulpbehoevende naaste. Het aantal meldingen van Kindermishandeling aan Veilig Thuis wordt hier getoond. Onder ontvangen meldingen wordt hier verstaan het kenbaar maken aan Veilig Thuis van een situatie of vermoeden van huiselijk geweld en/of kindermishandeling met vermelding van de persoonsgegevens met de betrokkene(n). Het verschil met een advies is dat bij een melding de verantwoordelijkheid voor het zicht op de veiligheid van de directbetrokkenen is overgedragen van de melder aan Veilig Thuis.
Kindermishandeling is een vorm van- voor een minderjarige bedreigende of geweldadige- interactie van fysieke, psychische of sexuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van
Mantelzorgers met hoge belasting
Meldingen kindermishandeling
onvrijheid staat, atief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. Het gaat hierbij om: seksuele mishandeling, fysieke mishandeling, emotionele/psychische mishandeling, fysiekeverwaarlozing, motionele/psychische verwaarlozing en getuige zijn van partnergeweld (Definitie artikel 1 Jeugdwet). Netto arbeidsparticipatie
Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking.
Niet sporters
Het percentage niet-wekelijkse sporters t.o.v. de bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet. Percentage personen ouder dan 19 jaar met een Body Mass Index (BMI) van 25,0 kg/m2 en hoger.
Overgewicht
Personen met bijstandsuitkeringen
Personen met lopende reintegratievoorziening naar inkomstenbron
Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet Werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015). De uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook de uitkeringen aan dak- en thuislozen zijn niet inbegrepen. Geen specifieke toelichting vermeld in de bron Waarstaatjegemeente
Personen van 75 jaar en ouder: zelfstandig wonend
De indicator toont het aantal personen van 75 jaar en ouder dat zelfstandig woont en het aantal dat in een instelling verblijft. Personen die in een instelling wonen zijn personen die in een institutioneel huishouden verblijven. Het gaat om instellingen als verpleeg- of verzorgingshuizen, overige zorginstellingen of overige institutionele huishoudens (waaronder: gevangenissen, asielzoekerscentra, opleidingsinstituten en kazernes). Een persoon woont zelfstandig als hij of zij niet in een instelling woont.
Relatief verzuim
Er is sprake van relatief verzuim als een jongere wel op een school staat ingeschreven, maar gedurende een bepaalde tijd de lessen/praktijk verzuimt verzuimt. Ook veelvuldig te laat komen kan hiertoe worden gerekend. De periodeaanduiding '2019' staat voor schooljaar '2018/2019'.
Risico op onderwijsachterstand
Roken
Sociaaleconomische status (schaalscore)
Sociale samenhang
Stapeling in huishoudens met voorzieningen per wet
Risico op onderwijsachterstand van peuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar en basisschoolkinderen. Leerlingen die particulier of speciaal onderwijs volgen worden niet meegenomen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een CBS model om het risico op onderwijsachterstand te voorspellen. De omgevingskenmerken die hierin meegenomen worden zijn: - Opleidingsniveau van de ouders - Herkomst - Verblijfsduur van de moeder in Nederland - Wel of niet in de schuldsanering - Het gemiddelde opleidingsniveau van de moeders op school Ondanks de technische verbeteringen van de schattingsmethodes, worden asielzoekersleerlingen naar verwachting nog steeds te beperkt door de indicator in beeld gebracht. Rookt uw weleens? (Ja / Nee) We bedoelen hier het roken van alle soorten tabaksproducten, maar niet het gebruik van een elektronische sigaret. Percentage personen dat rookt (volwassenen 19+) De positie van een persoon in de sociale stratificatie op basis van arbeid, inkomen en opleiding uitgedrukt in een gemiddelde score van 0-10. Afwijking van de score van de gemeente op de dimensie 'sociale samenhang' van de Leefbaarometer. Hierbij is de gemiddelde score gesteld op 0. De richting van de score geeft daarmee aan of de gemeente boven of beneden het landelijk gemiddelde scoort. De scores zijn in vergelijking met de originele gegevens met een factor 100 vermenigvuldigd.
Het aantal huishoudens met voorzieningen per wet wordt getoond. Huishoudens kunnen tegelijkertijd voorzieningen ontvangen uit verschillende wetten in het Sociaal Domein (Jeugdwet, Wmo2015, Participatiewet (zowel re-integratievoorzieningen als bijstandsuitkeringen). Het aantal huishoudens met een voorziening in één of meerdere domeinen wordt hier getoond. Omdat een client meerdere maatwerkarrangementen kan hebben hoeft het totaal aantal cliënten niet op te tellen tot het totaal aantal maatwerkarrangementen. De gegevens zijn afkomstig uit bestanden die door gemeenten zijn aangeleverd in het kader van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein.
Stapeling in huishoudens per aantal voorzieningen
Tevredenheid met het leven 75 jaar en ouder Veilig thuis-meldingen (ex) partnergeweld
Veilig thuis-meldingen kindermishandeling
Het aantal huishoudens met één of meer voorzieningen in het sociaal domein wordt getoond en uitgesplitst naar het aantal voorzieningen dat zij hebben gehad. Onder voorzieningen in het sociaal domein worden in dit kader verstaan: voorzieningen (ook wel genoemd maatwerkarrangementen) die vallen onder Wmo2015 (Wet maatschappelijke ondersteuning) voorzieningen die vallen onder de Jeugdwet (jeugdhulp, jeugdbescherming en/of jeugdreclassering) voorzieningen die vallen onder de Participatiewet 2015 (zowel reintegratievoorzieningen als bijstandsuitkeringen). Het betreft de zogeheten stapeling van voorzieningen. Geen specifieke toelichting vermeld in de bron Waarstaatjegemeente Onder (ex-) partnergeweld wordt onder andere verstaan: fysiek geweld, emotionele/psychische mishandeling, seksueel misbruik, stalking en financiële uitbuiting. Nederland telt 26 Veilig Thuisorganisaties, die het advies- en meldpunt zijn voor (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling. Slachtoffers, omstanders en prfeesionals kunnen contact opnemen met Veilig Thuis als zij een vermoeden hebben van kindermishandeling en/of huiselijk geweld. Veilig Thuis kan advies en ondersteuning geven over wat de beller zelfd kan doen. Is dit niet mogelijk of is de situatie te complex of ernstig? Dan kan de beller een melding doen en komt Veilig Thuis in actie.
Kindermishandeling is een vorm van- voor een minderjarige bedreigende of geweldadige- interactie van fysieke, psychische of sexuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, atief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. Het gaat hierbij om: seksuele mishandeling, fysieke mishandeling, emotionele/psychische mishandeling, fysiekeverwaarlozing, motionele/psychische verwaarlozing en getuige zijn van partnergeweld (Definitie artikel 1 Jeugdwet). Nederland telt 26 Veilig Thuis-organisaties, die het advies- en meldpunt zijn voor (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling. Slachtoffers, omstanders en prfeesionals kunnen contact opnemen met Veilig Thuis als zij een vermoeden hebben van kindermishandeling en/of huiselijk geweld. Veilig Thuis kan advies en ondersteuning geven over wat de beller zelf kan doen. Is dit niet
mogelijk of is de situatie te complex of ernstig? Dan kan de beller een melding doen en komt Veilig Thuis in actie. Voelt zich veilig in de buurt (+) Voortijdige schoolverlaters
Voorzieningen: Welzijnsvoorzieningen