CConstaterende datBaarle Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2-Bijlage 5 Bijlage bij de toelichting

Gemeenteraad (openbaar) 15 december 2021, gemeente Baarle NassauBij agendapunt: Reeds geagendeerd tijdens commissievergaderingen18.263 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Stikstofdepositieberekening Realisatie en gebruik Zigraeck 5 Baarle Nassau

Opdrachtgever: Beusmans & Jansen Rapportnummer: 13200701-R1-13200622 Datum:

1 juli 2020

Stik stofdepositiebere kening Zigraeck 5 Baarle-Nassau Proje ctnummer: 13200701-R1-13200622 Datum : 1 juli 2020

Aanleiding In opdracht van Beusmans & Jansen is er een stikstofberekening uitgevoerd om de eventuele stikstof depositie te bepalen als gevolg van de realisatie en het gebruik van Bastiaensen Tuinen V.O.F. aan de Zigraeck 5 te Baarle-Nassau. Het geplande project kan leiden tot verhoogde emissie van stikstof. In deze rapportage wordt een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op voor stikstof gevoelige habitattypen een leefgebieden van soorten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het project is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied ‘Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop’ ligt op circa 1 kilometer afstand.

Stammen ProjectAdvies

Berekening Voor de berekening van de planbijdrage voor de depositie van NOx en NH 3 in Natura 2000-gebieden is gebruik gemaakt van de AERIUS-2019A.

2

Stik stofdepositiebere kening Zigraeck 5 Baarle-Nassau Proje ctnummer: 13200701-R1-13200622 Datum : 1 juli 2020

Aanlegfase Ten behoeve van de realisatie wordt er bebouwing gesloopt en vinden er bouwwerkzaamheden plaats. Gedurende deze aanlegfase zal gebruik worden gemaakt van een stikstof uitstotende graafmachine, mobiele kraan en een betonwagen. Per Machine zijn de volgende emissiegegevens gebruikt: - Graafm achine Voor de emissieschatting is aangesloten bij de emissie van graafmachine met 100 KW, bouwjaar vanaf 2014, met een gemiddelde belasting van 50% van het vermogen en een emissie 255 gram/KWh. Op basis van deze gegevens is het verbruik 15 liter per uur. Er is in de berekening rekening gehouden met 24 draaiuren en een totaal verbruik van 366 liter brandstof. - Mobiele Kraan Voor de emissieschatting is aangesloten bij de emissie van hijskraan met 150 KW, bouwjaar vanaf 2014, met een gemiddelde belasting van 50% van het vermogen en een emissie 250 gram/KWh. Op basis van deze gegevens is het verbruik 22 liter per uur. Er is in de berekening rekening gehouden met 24 draaiuren en een totaal verbruik van 539 liter brandstof. - Betonwagen Voor de emissieschatting is aangesloten bij de emissie van vrachtwagens/betonstorters/heimachine met 200 KW, bouwjaar vanaf 2014, met een gemiddelde belasting van 50% van het vermogen en een emissie 250 gram/KWh. Op basis van deze gegevens is het verbruik 30 liter per uur.

Er is in de berekening rekening gehouden met 8 draaiuren en een totaal verbruik van 240 liter brandstof.

Stammen ProjectAdvies

Daarnaast vinden er vervoersbewegingen plaats naar de bouwlocatie. Het betreft zowel licht verkeer, middel zwaar vrachtverkeer als zwaar vrachtverkeer. In onderstaande uitsneden zijn de mobiele werktuigen en de verkeersbewegingen met de betreffende uitstoot weergegeven.

3

Stik stofdepositiebere kening Zigraeck 5 Baarle-Nassau Proje ctnummer: 13200701-R1-13200622 Datum : 1 juli 2020

Stammen ProjectAdvies

Uit berekening van de invoerwaardes blijkt dat de gemodelleerde emissies van de aanlegfase niet leiden tot overschrijding van gestelde depositie-norm (zie AERIUS berekening in de bijlage).

4

Stik stofdepositiebere kening Zigraeck 5 Baarle-Nassau Proje ctnummer: 13200701-R1-13200622 Datum : 1 juli 2020

Gebruiksfase In de berekening voor de gebruiksfase is rekening gehouden met een ruim aantal vervoersbewegingen van zowel licht verkeer (50 per etmaal) als zwaar vrachtverkeer (50 per etmaal).

Uit berekening van de invoerwaardes blijkt dat de gemodelleerde emissies van de gebruiksfase niet leiden tot overschrijding van gestelde depositie-norm (zie AERIUS berekening in de bijlage).

Stammen ProjectAdvies

Conclusie Op basis van bovenstaande uitgangspunten en bijgesloten bijlagen kan geconcludeerd worden dat de geplande activiteiten ten behoeve van de realisatie en het gebruik van Bastiaensen Tuinen V.O.F. aan de Zigraeck 5 te BaarleNassau geen belemmeringen vormen als gevolg van de stikstofuitstoot voor stikstof gevoelige habitattypen een leefgebieden van soorten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

5

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rx8BAWzoviDj (25 juni 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Beusmans & Jansen

Zigraeck 5, 5111 ES Baarle-Nassau

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Gebruik van locatie Zigraeck 5 te Baarle-Nassau

Rx8BAWzoviDj

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

25 juni 2020, 22:51

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

16,50 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruik van locatie Zigraeck 5 te Baarle-Nassau

Situatie 1

Rx8BAWzoviDj (25 juni 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Verkeersbewegingen Wegverkeer | Buitenwegen

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

16,50 kg/j

Rx8BAWzoviDj (25 juni 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Verkeersbewegingen 117723, 381373 16,50 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

50,0 / etmaal NOx NH3

1,43 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

50,0 / etmaal NOx NH3

15,08 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

Rx8BAWzoviDj (25 juni 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Database versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

Rx8BAWzoviDj (25 juni 2020) pagina 5/5

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RzSULa14MK35 (01 juli 2020) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Beusmans & Jansen

Zigraeck 5, 5111ES Baarle-Nassau

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Sloop- en bouwwerkzaamheden Zigraeck 5 te Baarle-Nassau

RzSULa14MK35

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

01 juli 2020, 18:56

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

1,58 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Sloop- en bouwwerkzaamheden Zigraeck 5 te Baarle-Nassau

Situatie 1

RzSULa14MK35 (01 juli 2020) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bouw- en sloopwerkzaamheden Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Bouwverkeer Wegverkeer | Buitenwegen

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

-

1,38 kg/j

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RzSULa14MK35 (01 juli 2020) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam

Situatie 1

Locatie (X,Y) NOx

Voertuig

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

STAGE IV, 75 – Graafmachine 130 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. R

366

NOx

< 1 kg/j

STAGE IV, 130 – 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q

Mobiele kraan

539

NOx

< 1 kg/j

STAGE IV, 130 – 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q

Betonwagen

240

NOx

< 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bouw- en sloopwerkzaamheden 117619, 381481 1,38 kg/j

Soort

Voertuig

Standaard

Bouwverkeer 117714, 381375 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

130,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

260,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

26,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RzSULa14MK35 (01 juli 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Database versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Situatie 1

RzSULa14MK35 (01 juli 2020) pagina 5/5

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau

In opdracht van: Bastiaensen Tuinen v.o.f. 23 januari 2020 ir. J.P.M. Hovens, ir. C. de Koning en P.J.C.A. Op het Veld

Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau Opdrachtgever: Opstellers/controle: Veldwerk:

Bastiaensen Tuinen v.o.f. ir. J.P.M. Hovens / ir. C. de Koning ir. J.P.M. Hovens en P.J.C.A. Op het Veld

Faunaconsult werkt volgens de protocollen in de kennisdocumenten van BIJ12. Onze onderzoeken voldoen daarmee aan de landelijk geldende normen en opdrachtgevers hebben een basis om ons aan te spreken op de kwaliteit van de door ons aangeleverde producten. Onze ecologen voldoen aan de deskundigheidseisen zoals gesteld door RVO. We hechten groot belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en geven concreet invulling aan de participatiewet.

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau

1

Inhoud 1.

Inleiding........................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 3 1.2 Doel en status van dit document .............................................................................................. 3 1.3 Leeswijzer ............................................................................................................................... 4 2. De Wet natuurbescherming ............................................................................................................. 5 3. Werkwijze ....................................................................................................................................... 6 3.1 Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden ............................................................... 6 3.2 Werkwijze flora- en fauna-inspectie ....................................................................................... 6 4. Aanwezige beschermde natuurwaarden .......................................................................................... 7 4.1. Beschrijving plangebied ..........................................................................................................

7 4.2 Beschermde planten en dieren ................................................................................................. 7 5. Mogelijke effecten ......................................................................................................................... 11 6. Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................................... 12 Literatuur ............................................................................................................................................... 13 Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime .................................................................................... 14

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau

2

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Beusmans & Jansen begeleidt de ruimtelijke ontwikkelingen op een perceel aan de Zigraeck 5 te Baarle - Nassau. Bastiaensen Tuinen v.o.f. wil hier een deel van de vegetatie verwijderen voor de aanleg van een parkeerplaats. Daarnaast wordt een bestaand grasland ingericht als natuur en worden twee opstallen verwijderd. Beusmans & Jansen heeft namens Bastiaensen Tuinen v.o.f. aan ecologisch adviesbureau Faunaconsult opdracht gegeven daartoe een flora- en fauna-inspectie uit te voeren. De locatie van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omlijnd).

1.2

Doel en status van dit document

De voorgenomen ingreep heeft aanleiding gegeven voor deze inspectie. Hierin is nagegaan welke effecten deze ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden). Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau

3

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de veldinventarisatie weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Wet natuurbescherming. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau

4

2.

De Wet natuurbescherming

In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. De directe bescherming van dier- en plantensoorten was geregeld onder de Flora- en faunawet. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten. Het aspect soortbescherming blijft in de nieuwe wetgeving in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken. De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd.

De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime): - Vogels alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over; - Internationaal beschermde soorten alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb) ; - Overige beschermde soorten soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen ondermeer de ‘algemene’ soorten die onder de Floraen faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt voor de mol; die onder de Wet natuurbescherming niet meer is beschermd).

De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016). Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau

5

3.

Werkwijze

3.1

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden

Het is de bedoeling dat er rondom de bestaande vijver standplaatsen voor caravans komen. Verder wordt een deel van de vegetatie verwijderd voor de aanleg van een parkeerplaats en toegangsweg. Ook wordt het zuidelijk deel van het plangebied (grasland) ingericht ten behoeve van natuurontwikkeling (zie figuur 3.1).

Figuur 3.1. De voorgestane situatie.

3.2

Werkwijze flora- en fauna-inspectie

Op 3 september 2019 heeft Faunaconsult het plangebied en de directe omgeving bezocht. Daarbij werden de aanwezige biotopen beoordeeld op hun geschiktheid als habitat voor beschermde diersoorten en beschermde planten. Het plangebied werd geïnspecteerd op de aanwezigheid van beschermde planten, vogelnesten en voortplantings- en rustplaatsen van beschermde dieren. De te verwijderen opstallen werden daartoe met behulp van een ladder en zaklamp van binnen en van buiten geïnspecteerd. Aan de hand van relevante (verspreidings)literatuur en de waarnemingsoverzichten op www.ravon.nl/tijdschrift, www.verspreidingsatlas.nl, www.floron.nl, www.sovon.nl en www.zoogdiervereniging.nl is vervolgens ingeschat welke beschermde soorten mogelijk in het plangebied voorkomen.

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau

6

4.

Aanwezige beschermde natuurwaarden

4.1.

Beschrijving plangebied

Het plangebied bestaat uit groepen bomen rondom een grasveld met een kunstvijver. Verder is er een graslandje in het zuidelijk deel, met een rij grote zomereiken. De om te vormen delen van het plangebied zijn het grasveld; hier groeien soorten als Engels raaigras, smalle weegbree, varkensgras, melganzenvoet en klein kruiskruid. De te verwijderen bomen betreft een groep Servische sparren (zie grote foto voorzijde), zonder enige ondergroei. Ook zijn er twee opstallen; een tuinhuis (opa’s klushuis; zie foto voorzijde linksboven) en een werktuigstalling (zie foto rechtsonder voorzijde). De omgeving rondom het plangebied is landelijk ingericht (akkers en weilanden).

4.2

Beschermde planten en dieren

In een dode haagbeuk (ten midden van de Servische sparren) hangt een bosuilenkast (zie figuur 4.2.1). Volgens de eigenares (Miranda Bastiaensen) groeiden hier in 2018 2 jonge bosuilen in op, maar werd er in 2019 niet meer in gebroed. De bosuilenkast is tijdens het veldbezoek geïnspecteerd en hierin werden geen braakballen etc. aangetroffen. Jaarrond beschermde vogelnesten zijn afwezig, maar waarschijnlijk broeden er in het broedseizoen algemeen voorkomende vogels zoals de merel in de opgaande vegetaties.

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau

7

Figuur 4.2.1. De bosuilenkast hangt op circa 2 meter hoogte.

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau

8

Geen van de bomen in het plangebied is hol, maar mogelijk fungeren de loofbomen als vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Het te slopen tuinhuis heeft wanden van gepotdekselde planken. Deze planken kieren vrijwel nergens (zie figuur 4.2.2.) en de enkele aanwezige kieren zijn te ondiep om als vleermuisverblijf te kunnen dienen (vleermuisuitwerpselen werden dan ook niet aangetroffen).

Figuur 4.2.2. De gepotdekselde wanden van het tuinhuisje bevatten vrijwel geen kieren.

De wanden en het dak van de te slopen werktuigstalling is enkelwandig en daardoor ongeschikt voor vleermuizen. Vogelnesten zijn hier eveneens afwezig. Vanwege de afwezigheid van geschikte habitats met voldoende dekking, komt de wezel waarschijnlijk niet in het plangebied voor. Overige algemene zoogdieren zoals de veldmuis kunnen wel in het plangebied voorkomen. Tijdens het veldbezoek werd in het plangebied roodborst, groene specht, houtduif en grote bonte specht waargenomen. Het is mogelijk dat algemene amfibieënsoorten delen van het plangebied als habitat gebruiken. Reptielen zijn afwezig en andere soorten, die beschermd zijn onder de Wnb, zijn niet te verwachten in het plangebied. Tabel 4.2 geeft de beschermde soorten weer die (mogelijk) een vaste voortplantings- of rustplaats in het plangebied hebben.

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau

9

Tabel 4.2. (Potentieel) in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.

Nederlandse naam en wetenschappelijke naam Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Veldmuis (Microtus arvalis) Bosspitsmuis (Sorex araneus) Rosse woelmuis (Myodes glareolus) Gewone pad (Bufo bufo) Bruine kikker (Rana temporaria) Grootoorvleermuis (Plecotus auritus) Laatvlieger (Eptesicus serotinus) Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)

Vogels Internationaal met jaarrond beschermde beschermd nest soorten

Overige beschermde soorten X X X X X X X

X X X X

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau 10

5.

Mogelijke effecten

- De werkzaamheden kunnen resulteren in het verstoren en/of vernietigen van individuen en holen van algemene zoogdieren en amfibieën. - Als de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen broedende vogels worden verstoord (hun jongen kunnen hierdoor te lang worden achtergelaten en eieren kunnen te lang niet worden bebroed) of vernietigd. Ook kan het leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels. - Omdat vooral de loofbomen een mogelijke functie voor vleermuizen hebben, heeft de kap van de (toch al wegens de droogte deels afstervende) Servische sparren geen noemenswaardig effect op vleermuizen. De aanleg van extra natuur zal vleermuizen ten goede komen. - De boom met de bosuilenkast zal worden gekapt. De bosuilenkast hangt nu op zo’n 2 meter hoogte (zie figuur 4.2); dit is aan de lage kant voor bosuilen. De bosuilenkast zal op aanwijzing van Faunaconsult naar een van de grote zomereiken in het perceel worden verplaatst, op circa 4 meter hoogte. Omdat deze locatie veiliger en hoger is, is er een grote kans dat de bosuil weer van de nestkast gebruik zal maken. In de volgende tabel zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen. Tabel 5.1. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb.

Zie bijlage 1 voor een verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen.

Soort

Algemene zoogdieren en amfibieën Algemene in het plangebied broedende vogels Bosuil

Vleermuizen

Beschermingsregime Art. Art. Art. Art. Art. Art. Art. Wnb 3.1 3.1 3.5 3.5 3.5 3.5 3.10 lid 1 lid 2 lid 1 lid 2 lid 3 lid 4 lid 1 Overige soorten X Algemene vogels

X

X

Nest niet jaarrond beschermd, inventarisatie wel gewenst Internationaal beschermde soorten

Artikel 3.1 (m.b.t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3.5 (m.b.t. Internationaal beschermde soorten): - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van soorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van soorten - lid 3: het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van soorten - lid 4: het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van soorten Artikel 3.10 lid 1 (m.b.t. A-soorten): het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb).

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau 11

6.

Conclusies en aanbevelingen

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016). Wel geldt voor alle amfibieën en zoogdieren de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Algemene vogels Verstoring en vernietiging van vogelnesten is te vermijden, door het verwijderen van opgaande vegetatie en het kappen van bomen buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Bosuil Met Miranda Bastiaensen is afgesproken dat de bosuilenkast voor 1 december naar een betere plek zal worden verplaatst, op minstens 4 meter hoogte (zie figuur 6.1). Omdat nesten van de bosuil niet jaarrond zijn beschermd, is hier geen ontheffing voor nodig.

Figuur 6.1. Huidige (rode cirkel) en nieuwe (blauwe cirkel) locatie bosuilenkast.

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau 12

Literatuur • •

Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3. Provinciale staten van Noord-Brabant. 2016. Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels ter bescherming van de natuur (Verordening natuurbescherming Noord-Brabant). Link:http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/NoordBrabant/600901/CVDR600901_1.html

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau 13

Bijlage 1: Toelichting per beschermingsregime Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden: • het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1 Wnb) • het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb) • het rapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb) • het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb) • het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 1 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb) • het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig

de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3.4 lid 1 Wnb). Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling. Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan.

Dit betekent dat er: • geen andere bevredigende oplossing mag bestaan, • de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort en • de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: - het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; - het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; - ter bescherming van flora of fauna; - voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of - om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau 14

Internationaal beschermde soorten Internationaal beschermde soorten zijn strikt beschermd Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis. Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn: • het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb) • het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb) • het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb) • het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 4 Wnb) • het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb) • het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb). Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb).

Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien: • er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; • de ontheffing of vrijstelling nodig is: - in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; - ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; - in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; - voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of - om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich

te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau 15

Overige beschermde soorten Algemeen Overige beschermde soorten zijn niet beschermd vanwege de Europese wet- en regelgeving. Het gaat hier om de in het wild levende diersoorten die worden genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Voorbeelden zijn de hermelijn en de wezel (‘A-soorten’). Daarnaast worden vaatplanten beschermd van de soorten die worden genoemd in onderdeel B in de bijlage bij de Wnb, zoals de akkerboterbloem en de muurbloem (‘B-soorten’). Uit de wetsgeschiedenis is gebleken dat het nodig is om deze soorten bij wet aan te wijzen, omdat zij niet voldoende worden beschermd door enkel de zorgplicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om soorten die in Nederland in hun voortbestaan worden bedreigd. Op de bijlagen zijn dan ook bijvoorbeeld de Rode Lijst-soorten aangewezen. Verboden handelingen Het is verboden op grond van artikel 3.10 lid 1 Wnb: (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen en (c) B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb). Voor deze overige soorten gelden dus minder verboden dan voor de strikt beschermde soorten. Zo is bijvoorbeeld het (opzettelijk) verstoren van soorten niet verboden. Ruimere afwijkingsmogelijkheden Voor de overige soorten gelden bovendien ruimere afwijkingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten. Artikel 3.8 Wnb (dat de afwijkingsmogelijkheden voor Habitatsoorten bepaalt) is grotendeels van overeenkomstige toepassing op de overige soorten.

Dit betekent dat een ontheffing of vrijstelling slechts wordt verleend indien: • er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets); • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; • de ontheffing of vrijstelling nodig is: - in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; - ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; - in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; - voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of - om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling

vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Anders dan voor Habitatsoorten, kan voor de overige soorten ook ontheffing of vrijstelling worden verleend als dit noodzakelijk is (artikel 3.8 lid 2): - in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau 16

-

-

-

ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of ten behoeve van het algemeen belang.

Overzicht verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Ministerie van Economische Zaken, 2016)

Flora- en fauna-inspectie Zigraeck 5 te Baarle - Nassau 17

Definitief 28 september 2021

Landschapsinpassings- en natuurontwikkelingsplan in het kader de update bestemmingsplan tbv hoveniersbedrijf en het mogelijk maken van de ontwikkeling van recreatie-horeca activiteiten

Landschap- en natuurontwikkelingsplan

28-9-2021

1

Bastiaensen tuinen vof Zigraeck 5, 5111 ES Baarle-Nassau, 06-55792043 Ing. R. Janssen, 28 september 2021 Landschap- en natuurontwikkelingsplan

28-9-2021

2

1. Aanleiding Bastiaensen Tuinen v.o.f., vertegenwoordigd door de heer en mevrouw Bastiaensen, gevestigd aan de Zigraeck 5, 5111 ES te Baarle-Nassau zitten midden in het proces om hun toekomstplannen formeel te regelen met de gemeente Baarle-Nassau. Op het huidige hoveniersbedrijf wil men de nieuwe impuls van het hoveniersbedrijf en de tweede tak recreatie-horeca goed regelen. Bij de ruimtelijke onderbouwing dient ook het landschapsinpassingsplan en natuurontwikkelingsplan bijgevoegd te worden. In dit proces heeft BeusmansJansen hiervoor een eerste schets laten opstellen in 2019 en heeft de gemeente dit positief ontvangen. Het uitgewerkte opgestelde plan (door IKL) van eind 2019 is intensief binnen de gemeente en de provincie Noord-Brabant besproken en beoordeeld. Dit heeft geleid tot enkele cruciale wijzigingen, die in het eindplan zijn opgenomen. Dus bijgaand de beschrijving van het eindplan, dat gedragen wordt door ondernemers en waarvan helder is dat dit invulling geeft aan de criteria en wensen vanuit de Provincie Brabant. Een afstemming met gemeente en Staatsbosbeheer heeft reeds in een eerder stadium plaatsgevonden en gemeente is nauw betrokken in het gehele proces. De beoordeling van gemeente en provincie op het plan van maart 2021 heeft geleid tot punten welke in deze laatste versie van 28-9-2021 allemaal zijn meegenomen.

De gemeente en provincie Noord-Brabant verwachten aan de hand van de input een definitief landschappelijk inpassings-natuurontwikkelingsplan met beheerbeschrijving, waarbinnen nieuwe functies opgenomen in de omgeving tot zijn recht komen. Belangrijk is dat het plan een relatie/meerwaarde heeft voor de verdere natuurlijke omgeving, ’t Merkske, waarbij dit een mooie uitloper zal gaan vormen en het mekaar versterkt. Hiervoor is contact opgenomen met Staatsbosbeheer en is de invulling positief beoordeeld. Dit heeft geleid tot het definitief eindplan 28-9-2021 wat samen met de eigenaar en adviseurs vanuit natuur, landschap, functionaliteit en in het geheel bezien vanuit de omgeving is vervolmaakt. Zeker na advies Staatsbosbeheer en input provincie Noord-Brabant ligt er nu een gedegen plan, dat hopelijk op instemming kan rekenen. Binnen plan is er een deel te verwijderen NNB, wat vanuit de provincie nader wordt geregeld. Hierbij zal de inrichting ook invulling geven op de noodzakelijke herplant van bomen, passend binnen de kapmelding en ontheffing herplantplicht. Voor de ondernemers en betrokkenen wordt het project samen met de bestaande natuur een parel in het landschap en een oase voor de aangrenzende natuurwaarden! Tenslotte een mooie kans vanuit de onderneming het gebied te beleven en ’t Merkske te ontlasten.

Beusmans-Jansen, heeft het definitief RO-plan uitgewerkt, waarbij onderstaand eindplan van Ron Janssen Erf- en Landschapsverfraaiing (opvolging vanuit IKL) de bijlage vormt. Vanuit het plan eind 2019 hebben de overleggen en hieruit voortgekomen wijzigingen, welke zijn aangescherpt zomer 2021 en wat nu leidt tot onderstaand eindplan september 2021. Locatie, perceel en actuele situatie staat in figuur 1 en 2 weergegeven.

Landschap- en natuurontwikkelingsplan

28-9-2021

3

Begrenzing projectgebied

Natuurgebied SBB ‘t Merkske

Figuur 1: Locatie met de begrenzing projectgebied Bestaande kerstdennenopstand Begrenzing projectgebied Ligging bestaande bebouwing horeca en hoveniersbedrijf

Bestaand landbouwperceel

Figuur 2: Nadere inzooming locatie met de begrenzing

Landschap- en natuurontwikkelingsplan

28-9-2021

4

2. Ligging en situatie De locatie is gelegen aan de straat Zigraeck te Baarle Nassau. De straat vormt globaal de grens tussen het rationele agrarische landschap en het kleinschalige beekdallandschap rond gebied ’t Merkske. Een erg mooi decor, waarbinnen het bedrijf gelegen is en verder omgeven door landbouwgebieden en grenzend aan de natuur in de randzone van ’t Merkske.

Locatie bestaand bedrijf tbv nieuwe impuls

Perceel tbv recreatie

Bestaand beekdalnatuurgebied ‘t Merkske

Deels perceel tbv natuurontwikkeling compensatie

Figuur 3: Topografische kaart met huidige/gewenste situatie in ruime omgeving

Op deze locatie vormt het bedrijf onderdeel van een lint/cluster halfopen bebouwing dat de grens vormt tussenkleinschaliger landschap en het rationele agrarische gebied ten oosten van de bebouwing. Het natuurgebied rond ’t Merkske vormt een kleinschalig zeer afwisselend gebied, met landschapselementen, kruidenrijke weitjes en natte laagtes. Naast ecologisch is het een trekpleister voor natuur-recreatieve beleving, waarbij dit project een poort vormt voor dit gebied! In de Peelregio zijn soortgelijke “natuurpoorten” gerealiseerd, waarbij dit een geweldige locatie is om dit te realiseren en de recreatiemogelijkheden te bieden en meteen te kunnen sturen. Het totale project wordt gerealiseerd op het perceel kadastraal bekend als gemeente Baarle-Nassau sectie P nummer 376. Het perceel heeft een oppervlakte van 25.475 m2 . Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Baarle-Nassau, ten Landschap- en natuurontwikkelingsplan

28-9-2021

5

zuidwesten van de kern Baarle-Nassau en ten zuiden van Ulicoten. Op een afstand van circa 600 meter ligt de Nederlands-Belgische grens. De omgeving Zigraeck betreft een gemengd landelijk gebied. Dit gebied is van oudsher al agrarisch in gebruik. De omgeving wordt gekenmerkt door natuur- en bosgebieden, agrarische gronden, agrarische bedrijven en burgerwoningen. Het project brengt geen verandering in de feitelijk bestaande situatie, doch het hoveniersbedrijf zal worden voorzien van een adequate bestemming en zal er ruimte zijn voor de verdere recreatieve-toeristische ontwikkelingen op het perceel en het aangrenzende perceel. De intensiteit van de bedrijfsbebouwing zal derhalve licht toenemen. Om het voorgaande mogelijk te maken zal de NNB hier deels verwijdert worden en zal verder door de provincie worden opgepakt. De inrichting natuurontwikkeling op erfperceel draagt bij aan een betere verbinding naar de overige bestaande natuur van ’t Merkske. De te rooien (afgestorven door letterzetter) kerstdennen zullen als herplant opgenomen worden in het totale aanplantplan. De GLG-grondwaterstand zit hier (veldinventarisatie) gemiddeld op een diepte van 1,20- meter en momenteel wordt al het regenwater afgevoerd op de sloten op en rond het erf, alwaar het kan infiltreren.

De GHG zit hier op 20-40 onder maaiveld, maar vanwege lage grondwaterstand is dit nu al langer geleden dat dit is bereikt. Toekomstige situatie en noodzakelijke natuurontwikkeling De situatie is dat op de bestaande bebouwingslocatie binnen de nieuw toe te kennen bestemming de bebouwmogelijkheden verruimd dienen te worden tot 550 m2 (exclusief de bedrijfswoning met privé-bijgebouwen). Hierbinnen zal het hoveniersbedrijf worden opgenomen, alsmede de faciliteiten voor de recreatietak en het educatie/bezoekerscentrum. Het aangrenzende gebied (deels) en gedeelte van het aangrenzende perceel vormt het kampeerterrein. Op deze beide perceelsdelen zullen de 15 reguliere kampeerplaatsen worden ingericht c.q. is er ruimte voor 15 kampeermiddelen. Om het kampeerseizoen te verlengen, dan wel in te spelen op wisselende weersomstandigheden, zal er tevens een mogelijkheid voor bed and breakfast worden opgenomen, binnen de te realiseren bebouwing, waarin ook de faciliteiten voor de camping geïntegreerd zijn. Het Rustpuntje (terras) zal ook ontwikkelruimte verkrijgen, afgestemd op de sfeer van het initiatief. Een deel (nabij de bebouwing/erf) van de percelen verkrijgen vanuit de wijziging een nieuwe bestemming. Om de groene kwaliteit van het gebied te garanderen is een intensief proces doorlopen om te komen tot het landschapsinpassings- en natuurontwikkelingsplan.

In dit kader zijn gesprekken gevoerd met Staatsbosbeheer, welke hebben meegedacht mbt de inrichting en koppeling naar t Merkske op Nederlands grondgebied.

Landschap- en natuurontwikkelingsplan

28-9-2021

6

‘T Merkske

NNB te vervallen

Natuurontwikkelingperceel

Figuur 5: Kaart met hierop het te vervallen NNB

Het aangeduide te vervallen gebied is momenteel voor een deel kerstdennenbos, dat sterk aangetast is door de Letterzetter. Daarnaast is er ook elders op perceel (zie figuur 7) een opstand van aangetaste kerstdennenopstand. Totaal bedraagt de om te vormen dennenopstand ca. 2.300 m2 dat gekapt wordt en waarvoor een kapmelding is gedaan en de ontheffing herplantplicht. Door SBB is onderschreven dat het noodzakelijk is om een natuurlijke inrichting te verkrijgen binnen het natuurontwikkelingsgebied. Vanuit ’t Rustpuntje is het met wandel- en fietspaden wenselijk dat het omliggende fraaie gebied beleefd kan worden. 'T Rustpuntje is een klein terras, gelegen is tussen de fietsknooppunten 12 en 22 en bij de wandelknooppunten 15 en 78. Hierdoor is `t Rustpuntje bij uitstek geschikt als vertrek-of pauzeplaats voor een wandel- of fietstocht. Historische situatie van het gebied Het landschaps-natuurontwikkelingsplan dient op maat te zijn van de aanwezige landschapsstructuur en vandaar geeft dit onderstaande inzicht in de opbouw van het landschap dat een mooie basis biedt om weer invulling aan te geven. Onderstaande kaarten geven fraai weer hoe het gebied zich vanuit de historie heeft ontwikkeld en hoe de basis voor het landschap is ontstaan.

Landschap- en natuurontwikkelingsplan

28-9-2021

7

Locatie vanuit verleden

Figuur 6A: Historische kaart 1940

Locatie vanuit verleden

Figuur 6B: Historische kaart 1960

Landschap- en natuurontwikkelingsplan

28-9-2021

8

Locatie momenteel

Figuur 6C: Huidige kaart 2019

De historische kaartenreeks geeft nogmaals weer dat het project in de overgang ligt van het beekdal ’t Merkske en de jonge grootschalige heide-ontginningen. Een overgangszone met afwisselend akker, weiland, deels omzoomd met opgaande beplanting en aansluitend op het nattere beekdalgebied. De straat Zigraeck vormt een stevige ontginnings-as, tussen genoemde gebieden vanuit verleden en aanleiding hier een cluster bebouwing te laten ontstaan, als een soort gehuchtje.

3. Huidige inrichting Onderstaande tekening geeft weer wat er op dit moment op de locatie aan landschap-natuur visueel aanwezig is. Hierbij ook aangegeven de door letterzetter aangetaste en te kappen kerstdennenopstand. Dit vormt mbt de randvoorwaarden, de analyse, de potenties het vertrekpunt voor de nadere natuurinrichting van het geheel.

Landschap- en natuurontwikkelingsplan

28-9-2021

9

Bestaande door letterzetter aangetast kerstdennenbos

Bestaande visvijver omzoomd door tuininrichting

Bestaande letterzetter aangetaste kerstdennen op grondwal

Bestaande uitgegroeide beukenhaag/beukenbomen

Omliggende akkerpercelen Bestaande loods met voorplein

Aangrenzende extensievere tuindeel Bestaand terrasje omgeven met groen Houtsingel met zware bomen als grens tussen natuurlijk beekdal en akkers Bestaande parkeerplekken omgeven door hagen Bestaande beekloop langs zware bomenrjj

Bestaande woonhuis met bijgebouwen en tuinen Bestaande bomenrij en haag langs waterloop Huidig boomkwekerijperceel

Locatie opslag snoeiafval

Beekdalnatuurgebied ‘t Merkske

Bestaande beekloop begeleid door knotbomenrij en verder opgaande bomen

Figuur 7: Huidige situatie qua landschap en natuur Landschap- en natuurontwikkelingsplan

28-9-2021

10

4. Huidige aanwezige natuur, landschap en waterwaarden Landschap De totale locatie is momenteel onderdeel van het overgangsgebied tussen de open grootschalige landbouwgebieden ten oosten van Zigraeck en het kleinschalige beekdal van ’t Merkske. Het erf vormt onderdeel van het cluster bebouwing met fraaie hagen en bomen, waarbij de laan een zwaar structuurvormend element is. Buitenzijde erf gevormd door opgaande opgeschoten bomen en verder opgaand groen, dat deels ook de beekloop begeleid. De verdere inkadering van het erf en naar het achterliggende gebied wordt gedaan door de zwaar door de letterzetter aangetaste kerstdennen. Deels op het wallichaam en deels rond de vijver vormen deze een dichte (versleten) begroeiing. Het verdere achterland wordt omgeven door de bomenrij/aanplant dat de beekloop gebied en waar enkele bomen de overgang vormen naar het perceel dat momenteel gebruikt wordt tbv de boomteelt. De randzone van het halfopen agrarische gebied en het kleinschalige beekdalgebied wordt fraai gemarkeerd door de knotbomenrij, met deels fraaie beeldbepalende bomen. De gegraven sloot vormt de grens tussen natuur en cultuur. Gebied ‘t Merkske, zijnde natuur, heeft met houtsingels en bosjes, afgewisseld met weitjes een mooi kleinschalig karakter.

Natuur Qua natuurwaarden is het erf met zijn groene waarden een groene enclave, dat met de omliggende erven en de landschapselementen onderdeel is van de natuurwaarden in de randzone van ’t Merkske. Op het erf zelf zijn de aangetaste kerstdennen minder ecologisch, maar de overige beplanting langs de beekloop en rand van het erf geven fraaie toevluchtoorden voor vele flora en fauna. De directe omgeving van het erf is natuurgebied '’t Merkske'. ‘T Merkske is een grensoverschrijdend beekdallandschap, gelegen tussen het Nederlandse BaarleNassau en het Vlaamse Hoogstraten. Lange tijd was dit grensgebied een vergeten hoek, waardoor het ontsnapte aan ingrepen van de mens. Het kleinschalig cultuurlandschap hier kenmerkt zich door een mozaïek van heidevelden, natte bloemrijke graslanden, akkers en bosjes rondom het 16 kilometer lange, kronkelende beekstelsel van ‘t Merkske. Met de natuurontwikkeling vanuit dit plan zal er gestreefd worden de natuurwaarden rond ’t Merkske een impuls te geven. Dit is ook overlegd met Staatsbosbeheer. Water Momenteel wordt het regenwater van de bebouwing afgevoerd naar de aangrenzende sloten, waar het makkelijk infiltreert. Rond de bebouwing is de mogelijkheid tot infiltratie erg goed. Vanuit terrein bezoek is duidelijk dat GWS nabij bebouwing relatief diep zit en dat op het natuurontwikkelingsperceel de GLG ca 1,20 meter onder maaiveld zit normaliter.

Vanwege lage GWS is de grondwaterstand afgelopen tijd niet veel hoger geweest.

Landschap- en natuurontwikkelingsplan

28-9-2021

11

5. Visie De visie achter het landschaps- en natuurontwikkelingsplan is op te splitsen in vier aspecten. De onderstaande visie geeft weer wat wenselijk is op het vlak van landschap, natuur, de infiltratie van het regenwater en de recreatieve beleving. Landschap Vanuit landschap is de visie om aan te sluiten op de structuur van het bestaande landschap, dat hierdoor versterkt wordt. Zowel binnen de bestaande natuur, de nieuwe natuur als het recreatieve gebied zal eenduidige inrichting plaatsvinden, dat het kleinschalige landschap versterkt. Het feit dat het geheel onderdeel is in de randzone van ’t Merkske wordt hier qua visie actief op aangesloten, dat ook de wens was van Staatsbosbeheer als buurman. De basis van het geheel is een kleinschalig beekdallandschapszone te verkrijgen. Dit is in de zone van de recreatieve -hoveniersdeel (erf) op een meer cultuurlijke wijze en verder vanaf erf op een natuurlijke wijze. Door de randen te versterken met een bomenrij en deels houtsingel, wordt het kleinschalige landschap vanuit de omgeving versterkt. Ook de afbakening van het recreatiegebied met een landschapselement draagt bij aan de kleinschalige opbouw.

Bij de zone van de kampeer-/belevingsruimte en hoveniersbedrijf zullen de wallen begeleid worden met struweelhagen en op het perceel enkele opgaande bomen, welke een intiem binnengebied creëren, dat via de wandelpaden zijn verbinding legt naar de natuurlijke omgeving. Binnen het recreatiegebied maakt de bestaande waterplas met enige opgaande beplanting de beleving ook meer spannend. De voorzijde erf met hagen en enkele bomen (ivm zonnepanelen op het dak) en verder tuinachtige beplanting op binnenerf, draagt zorg dat samen met de bestaande bomen er een groen decor ontstaat dat de minder fraaie aanzichten in het groen legt. Met de hagen ontstaat er ook een duidelijke opsplitsing tussen woonzone en bedrijfszone. De bestaande opgeschoten beukenrij aan de noordzijde is erg waardevol en zal na het weghalen van de aangetaste kerstdennen een beeldbepalend element zijn. De voorgaande landschappelijke opbouw gaat op het achterliggende perceel verder. Ook hier wordt een inrichting met KLE nagestreefd. Als basis een kruidenrijke vegetatie en dan samen met een poel en de te versterken houtsingels en bosje die dan invulling geven aan de groene kwaliteit. Door rond het achterliggende perceel de randen te versterken met houtsingels en bomen, ontstaat er vanuit de binnenruimte een coulisselandschap, dat voortgezet wordt binnen het natuurgebied ’t Merkske en de randen.

De bestaande beekloop wordt binnen het natuurgebied gemeanderd, met deels beekbegeleidende beplanting en er worden in de lagere delen 2 poelen aangelegd, waarbij de vrijkomende grond wordt verwerkt op het hogere deel van het natuurperceel (onder de houtsingel), zodat de geomorfologie versterkt wordt. De diepte van de poelen is afgestemd met SBB tbv de kamsalamender en deze poelen voeren nooit water af en geen consequenties voor het grondwatersysteem. Daar het Waterschap hiertoe betrokken wordt, zal de definitieve diepte bij uitvoering met hun kennis bepaald worden. Daar het binnengebied naast natuur ook qua beleving ingezet wordt met maximale natuurvariatie, zal het binnengebied naast een natuurweiland ook een kruidenrijke akker (op het hogere deel van het gebiedje) gerealiseerd worden, deels omkadert met natuurhagen. Dit is voor de recreatieve beleving van het “’t Merkske in het klein” waardevol en laat mensen kennismaken van de natuurwaarden die in het gehele gebied ‘t Merkske voorkomen. De lappendeken van weitjes en andere landschapselementen zal hiertoe het decor vormen.

Landschap- en natuurontwikkelingsplan

28-9-2021

12

Het nieuwe natuurgebied heeft een ontlastende (voor bezoekers) meerwaarde voor de fragiele natuurwaarden binnen ’t Merkske. De toegankelijkheid voor extensief medegebruik zal vanuit het recreatiegebied en ’t Rustpuntje worden vergroot door onder meer de nieuwe wandelpaden op het terrein. Een routering zorgt ook voor een geleiding van bezoekers, zodat kwetsbare gebieden ontzien kunnen worden. Het gevarieerde landschappelijke decor zorgt op deze plek voor het behoud van het landschap en het extensieve recreatieve medegebruik op een kwalitatief goede wijze ten uitvoer wordt gebracht. Natuur en herplant Voor de kap van de aangetaste kerstdennen zijnde 2300 m2 moeten er minimaal (per 64 m2 aanplant 1 boom) een 36 bomen aangeplant te worden, dat binnen het plan ruimschoots wordt behaald. De aanplant van het landschapskader rond de totale kavel heeft naast de inpassing ook natuurwaarden als schuil- en nestgelegenheid voor soorten vanuit het omliggende open agrarische gebied. Zeker met de omliggende groenzones langs de straat en de erfbeplanting bij de buren kunnen dieren foerageerruimte vinden en zich hier verschuilen. De natuurontwikkelingsvisie is gericht op verkrijgen ecologische meerwaarde en op een maximum aan variatie. Vanuit Staatsbosbeheer is aangegeven dat het nieuwe natuurontwikkeling een mooie aanvulling is op ’t Merkske.

Hierbij zijn de doelsoorten: amfibieën, zoals boomkikker, knoflookpad en de alpenwatersalamander en de kamsalamander. De aanleg van stilstaande poelen is naast de meanderende sloot erg belangrijk in combinatie met ruigte en struweelzones. Door de open gebieder binnen de nieuwe landschapselementen te beheren als schraalgrasland en een extensieve akker, ontstaat er veel variatie op een kleine oppervlakte, met veel overgangen, die voor insecten juist zeer waardevol zijn en het ook strookt met het gewenste zomerbiotoop van o.a. de boomkikker als kapstoksoort. Onderstaand de beschrijving van de biotopen van enkele kapstoksoorten:

Landschap- en natuurontwikkelingsplan

28-9-2021

13

De genoemde soorten zijn de kapstok voor de inrichting en het beheer om een fraai en goed stuk natuurontwikkeling te verkrijgen. De meanderende sloot met variabele oevers, de losse hagen, de poelen/plasdras met struweel, en de verdere groenelementen geven totaal een grote meerwaarde dat aansluit op de bestaande natuur van ’t Merkske. Al deze waterelementen worden niet dieper dan de GLG 1,20 meter, waardoor effecten op omliggende natte gebieden niet aan de orde zijn. Om het goed te laten verlopen wordt de uitvoering afgestemd met Waterschap, zodat de uitvoering zeker geen consequenties heeft op grondwatersysteem. De waarden van het erf, veelal de randen, sluiten ook weer aan op dit nieuwe natuurgebied. Watertoets en recreatieve beleving Vanuit het Waterschap Brabantse Delta is het beleid als volgt: Afkoppelen van 100% van het verhard oppervlak, waar de trits vasthouden-bergenafvoeren van toepassing is. Vanuit het afvoeren heeft hergebruik, dan wel infiltratie van schoon regenwater de voorkeur. Een gelimiteerde afvoer naar het oppervlaktewatersysteem is toegestaan. De oppervlakte te verruimen bebouwingsmogelijkheden is 550 m2, waar regenwater op voorgaande wijze afgevoerd/geïnfiltreerd dient te worden. Vanuit vorige is de visie om een maatgevende bui van T=100 maatgevend te laten zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10853477/1