3.2 - Bijlage 4 - Bijlagen motivering omgevingsplan Goorweg 1a
Tekst van het document
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing en bijbehorende berekening
datum referentie
8 december 2025 251093_AdB_RAP_0001_v3.0
P 54/65
Memo onderwerp bestemd voor ter attentie van opgesteld door
Planologische procedure Goorweg 1a BaarleNassau Wouters Advies T. Wouters (Wouters Advies) Ivo Dieleman
datum 1 december 2025 referentie 251093_AdB_MEM_0001_v3.0_toelichting
LIP projectnummer 251093
Ligging plangebied Het plangebied is gelegen in de gemeente Baarle-Nassau ten westen van en net buiten de kern van BaarleNassau zelf. Het plangebied bestaat kadastraal gezien uit twee percelen en heeft momenteel een agrarische functie. Het zuidoostelijk deel van het plangebied (rood omkaderd op onderstaande afbeelding) wordt verkocht aan een ontwikkelende partij. Op het noordelijk deel van het plangebied (geel omkaderd) staat een bedrijfswoning die wordt omgezet naar een burgerwoning en alle op dit deel van het perceel aanwezige opstallen worden verwijderd. De initiatiefnemer is voornemens twee woningen te bouwen binnen het geel omkaderde deel van het perceel. In het blauw omkaderde deel van het perceel wordt één woning gebouwd die refereert naar de cultuurhistorie van het gebied. Vanwege de ligging in het buitengebied is het noodzakelijk het initiatief landschappelijk in te passen. Hiermee wordt gewaarborgd dat er een robuuste en passende overgang naar de omgeving wordt gevormd.
Luchtfoto van het plangebied (bron: QGIS)
Luchtfoto obliek (bron: Cyclomedia Streetsmart)
P 1/4
Baarle-Nassau is onderdeel van het zandlandschap en gebouwd op een dekzandplateau. Dit is een landvorm die is ontstaan door de afzetting van materiaal door de wind. Een dekzandplateau is een hoger gelegen deel in het landschap. De aanwezigheid van stromend water in de nabijheid maakte deze locatie in het verleden geschikt voor wonen. Het plangebied is geomorfologisch gezien gelegen op een terrasafzettingswelving, deze landvormen vormen de overgang tussen het dekzandplateau en de dalvormige laagtes. Terrasafzettingswelvingen zijn ontstaan door erosie en afzetting van sedimenten op de flanken die van nature al hoger liggen. Deze processen resulteren in het ontstaan van terrassen of golfvormige patronen op de hellingen. Subtiele hoogte verschillen tot maximaal 1 meter zijn duidelijk zichtbaar op de hoogtekaart.
Hoogtekaart (bron: AHN viewer)
Het plangebied is gelegen op hoge zwarte enkeerdgronden. Deze bodemsoort duidt op de ligging van een Es op ontgonnen woeste gronden en zijn ontstaan door het potstalsysteem, een systeem waarbij mest vermengd met heideplaggen over de akkers werd verspreid.
Topografisch kaart 1900 (bron: Topotijdreis)
Topografisch kaart 2024 (bron: Topotijdreis)
Karakteristieke landschapselementen voor deze omgeving zijn perceelrandbegroeiingen en bosjes. Deze landschapselementen diende er onder andere voor om vee op het perceel te houden. Na de opkomst van prikkeldraad zijn veel van deze perceelrandbegroeiingen verdwenen. In het huidige landschap, in de directe nabijheid van het plangebied zijn er echter nog een aantal van deze landschapselementen aanwezig wat bijdraagt aan het karakter van het gebied. De potentieel natuurlijke vegetatie (PNV) van het gebied is een ‘Droog berken-zomereikenbos’ met kernsoorten als zomereik, ruwe berk, wilde lijsterbes en grove den.
datum referentie
1 december 2025 251093_AdB_MEM_0001_v3.0_toelichting LIP
P 2/4
Landschappelijke inpassing De basisgedachte voor de landschappelijke inpassing van de beoogde ontwikkeling is om aan te sluiten op de nog aanwezige landschapselementen van kleine bosjes en bossingels ter behoud en versterking van het huidige landschap. Op deze manier wordt de beoogde ontwikkeling op een vanzelfsprekende en natuurlijke wijze ingepast.
Landschappelijke inpassing
Bossingel Rondom het meest noordelijke nieuwe perceel wordt een bossingel geplant met een breedte van circa 10 meter. De nieuw aan te planten bossingel sluit aan op het bestaande bosje aan de zuidwestzijde van het plangebied. Door de aansluiting op het bestaande bosje en het robuuste uiterlijk ervan sluit het perceel visueel naadloos aan. De bossingel bestaat uit een boomlaag en een struiklaag. Met de selectie van plantsoorten wordt aangesloten op de potentieel natuurlijke vegetatie van het gebied. Tevens is de ‘Soortenlijst landschapspakketten’ van de provincie Noord-Brabant gebruikt om de volgende soorten te selecteren; • De boomlaag wordt gevormd door Quercus robur, Pinus sylvestris, Betula pendula, Acer campestre en Quercus petraea • De struiklaag bestaat uit 20% Rhamnus frangula, 20% Cytisus scoparius, 20% Prunus spinosa, 20% Ilex aquifolium, 10% Rosa canina, 10% Corylus avellana De toegepaste gebiedseigen soorten resulteren in een versterking van de biodiversiteit waarbij ze enerzijds schuil- als broedplaatsen biedt voor diverse vogels en kleine zoogdieren alsmede een bron van voedsel vormen voor vogels, kleine zoogdieren en insecten.
datum referentie
1 december 2025 251093_AdB_MEM_0001_v3.0_toelichting LIP
P 3/4
De watergang grenzen aan de noordzijde van het plangebied heeft een beschermingszone waar geen bomen en struiken geplant mogen worden. Deze zone wordt ingezaaid met bloem- en kruidenrijk grasland. Bloem- en kruidenrijk grasland Het grasland wordt ingezaaid met het mengsel G1 van Cruydt-Hoeck. Het mengsel bevat inheemse soorten bestaande uit eenjarige, meerjarige en vaste planten wat is afgestemd op de grondsoort. Dit mengsel is zeer geschikt voor zandgrond en lemige zandgrond (van voedselarm tot matig voedselrijk) en heeft een ingetogen karakter. Door goed beheer kan zich een duurzame natuurlijke middelhoge vegetatie ontwikkelen. Een bloemrijk resultaat is te verwachten vanaf het tweede of derde jaar. Met dit mengsel wordt een positieve bijdrage geleverd aan de biodiversiteit omdat het mengsel 100% inheems is en daarmee waardevol voor bestuivers zoals wilde bijen, vlinders en hommels is. Bij de selectie van een gelijkwaardig alternatief is het van belang een mengsel te selecteren wat voor 100% uit inheemse zaden bestaat en bij voorkeur biologisch is geteeld.
Cultuurhistorisch landschapselement Met het cultuurhistorisch landschapselement wordt aangesloten op de groenstructuur uit het plan Leuveren fase 2. Door deze aansluiting wordt een stedenbouwkundige eenheid ontworpen, een robuust landschapselement met cultuurhistorische waarde gecreëerd en is het voornemen voor de Goorweg 1a landschappelijk ingepast. Laan van landschapsbomen Het cultuurhistorisch landschapselement bestaat uit een laan van landschapsbomen. Vanuit de cultuurhistorie worden de bomen in rijen geplant waarbij deze steeds exact dezelfde onderlinge afstand hebben. Ook het type boom speelt een rol in het creëren van een cultuurhistorische laan, deze werden altijd aangeplant in één en dezelfde boomtype. De laan binnen de zone cultuurhistorisch landschapselement zal aangeplant worden met Quercus petraea (wintereik). Deze inheemse soort is onderdeel van de potentieel natuurlijke vegetatie die past bij het ‘Droog berken-zomereikenbos’. De Laan van landschapsbomen wordt aangeplant in bloem- en kruidenrijk grasland, zie toelichting ‘bloem- en kruidenrijk grasland’.
Inrichting Op de afbeelding van de landschappelijke inpassing is aan de hand van een rode stippellijn een ‘zone landschappelijke inpassing’ aangeduid. Aanvullend luidt het advies om ook de erfgrenzen van de percelen vorm te geven als een natuurlijk element passend in het landschap. Knip- en scheerheg De percelen aan de voor- en onderlinge zijdelingse erfgrens worden vóór de voorgevellijn voorzien van een nieuw te planten gemengde knip- en scheerheg met een hoogte van 1,0 meter. De onderlinge zijdelingse erfgrens achter de voorgevellijn worden voorzien van een nieuw te planten gemengde knip- en scheerheg met een hoogte van 2,0 meter. De knip- en scheerheg bestaat voor 33% uit Liguster vulgare, 33% Acer campestre en 33% Prunus spinosa. De toegepaste gebiedseigen soorten resulteren in een gedeeltelijk groenblijvende heg, welke zowel schuil- als broedplaatsen biedt voor diverse vogels en kleine zoogdieren alsmede een bron van voedsel voor insecten. Door het toepassen van bovenstaande landschapselementen is er sprake van een robuuste inpassing van het initiatief en worden de al aanwezige landschappelijke kwaliteiten verder versterkt.
datum referentie
1 december 2025 251093_AdB_MEM_0001_v3.0_toelichting LIP
P 4/4
N 19
Legenda
N8
Nieuwe woning (indicatief) N7
Bestaande woning
r de On
Ac
ne zo ds u ho
Bp
Bestaande bomen in de omgeving
Qp
Qr Bp
Ac Bp
Ps
ri
bk
Qp
Qp Ps
Qp
Qp Qp
Qp
Qp
Bloemrijk grasland nieuw in te zaaien Mengsel G1 van Cruydthoeck o.g. alternatief. Eenjarig, tweejarig en vaste plant. Beheer: Jaarlijks 1 tot 2 keer maaien en bij voorkeur gefaseerd, zodat er steeds delen kunnen bloeien. Het maaisel afvoeren.
3 ri
klk
klk
Qr
Qp Qp Qp
Bp
1a
Qp Qp
N 25
Qp
Qp
Qp
Laan van landschapsbomen aan te planten in bloemrijk kruidengrasland. Boomsoort: Quercus petraea
klk
eg
Qp
N 27
orw
Ps
Qp
Qp
Qp Qp Qp Qp Qp Qp
Go
Qp
Qr
N 933
5
Qp Qp
Nieuw aan te planten bossingel Soorten gemixt planten in een driehoeksverband met een plantafstand van 1,5 x 1,5 meter. Soorten: Boomlaag: Qr - Quercus robur, Ps - Pinus sylvestris, Bp - Betula pendula, Ac - Acer campestre, Qp - Quercus petraea Struiklaag: 20% Rhamnus frangula, 20% Cytisus scoparius, 20% Prunus spinosa, 20% Ilex aquifolium, 10% Rosa canina, 10% Corylus avellana Beheer: Snoeiwerkzaamheden vinden plaats tussen 1 november en 15 maart. Bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode 15 juli tot 15 maart plaats vinden. Zone landschappelijke inpassing
N 29
Zone cultuurhistorisch landschapselement bk
tru ns oe 2 gr ase ge n f sti ere om ov ek L To
N 26
35
44
c tu N 909
ur
Lo
ve
re
n
N 28
Landschappelijke inpassing N 92
Goorweg 1a, Baarle-Nassau
Aveco de Bondt bv
versie
: 251093_AdB_TEK_0001_v3.1_LIP
Postbus 64
opdrachtgever
: Wouters Advies
7450 AB Holten
gemeente
: Baarle Nassau
tel.
: +31 548 8533 33
getekend
: 1-12-2025
: info@avecodebondt.nl
website : www.avecodebondt.nl
1:1000 0m
10m
20m
30m
40m
A3 50m
Berekening investering landschappelijke kwaliteit behorende bij LIP teknr: 251093_AdB_TEK_0001_v3.1 LIP Goorweg 1a datum: 1-12-2025 opgesteld door: Ivo Dieleman
Aanleg Type Landschapsboom Boom (Quercus petrae 16 - 18) Bloemrijke rand (R1), Kruidenrijke zoom (R2) en Graslandflora- en faunarand (R3) Inclusief aankoop zaadmengsel
1,67
Eenheid stuks
Norm per eenheid incl. btw € 372,00
m2
€
2,45
In plangebied 20 stuks
2178 m2
Totaal aanleg
Beheer Landschapsboom Graslandflora en faunarand
Eenheid boom / jaar are / jaar
Beheersbijdrage per eenheid € 5,58 € 15,36
Deelkosten € 7.440,00
€
5.336,10
€
12.776,10
In plangebied 20 stuks 21,8 are
Deelkosten / 6 jaar € 669,34 € 2.009,61
Totaal beheer 6 jaar
€
2.678,95
Samenvatting Kosten aanleg Kosten beheer
€ €
12.776,10 2.678,95
Totaal
€
15.455,05
CPI 2025
Bijlage 2 Oppervlakte voormalige bedrijfsbebouwing
datum referentie
8 december 2025 251093_AdB_RAP_0001_v3.0
P 55/65
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek
datum referentie
8 december 2025 251093_AdB_RAP_0001_v3.0
P 56/65
Herontwikkeling Goorweg 1a te BaarleNassau Akoestisch onderzoek
datum projectnummer
14 november 2025 251093
Rapport
Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein Burgemeester van der Borchstraat 2, 7451 CH Holten T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl
Herontwikkeling Goorweg 1a te Baarle-Nassau project projectnummer projectleider
opdrachtgever adres
Planologische procedure Goorweg 1a Baarle-Nassau 251093 Jelle Snepvangers Erimpex B.V. Sperwerstraat 5 5111 DM BAARLE NASSAU
contactpersoon
status versie auteur
Gecontroleerd 2.0 Ramon Nieborg
paraaf gecontroleerd
Paula van der Horst
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
Samenvatting en conclusie In opdracht van de familie v.d. Walle is door Aveco de Bondt een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het aspect geluid ten behoeve van het realiseren van drie nieuwe woningen op de locatie van Goorweg 1a in Baarle-Nassau. De woningen zijn aangemerkt als nieuwe geluidgevoelige gebouwen in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Om drie nieuwe woningen mogelijk te maken, dient een deel van het omgevingsplan te worden gewijzigd (TAM-IMRO). Als onderdeel hiervan is een akoestisch onderzoek benodigd. Om de beoogde geluidkwaliteit te realiseren of behouden, zijn in de Omgevingswet regels opgenomen. Daartoe zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving voorwaarden opgenomen met betrekking tot het geluid op de gevels van geluidgevoelige gebouwen als gevolg van wegen. Ook bevinden de drie nieuwe woningen zich nabij een houtzagerij. Het doel van het akoestisch onderzoek is het inzichtelijk maken van het geluid op de gevels van het nieuwe geluidgevoelige gebouw. Het beoordelingskader wordt gevormd door de Omgevingswet (Ow) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Daarnaast zijn ook de bepalingen uit het geluidbeleid van de gemeente BaarleNassau van belang. Uit de resultaten blijkt dat het geluid door gemeentewegen ten hoogste 49 Lden is op de gevels. Dit is niet hoger dan de standaardwaarde van 53 Lden.
Er gelden verder geen voorwaarden ten aanzien van het geluid door gemeentewegen. Omdat er geen sprake is van overschrijding van de standaardwaarde wordt voldaan aan de voorwaarden uit het geluidbeleid. Aangezien er geen sprake is van overschrijding van de standaardwaarde van een geluidbronsoort kan worden gesteld dat het gecumuleerd geluid aanvaardbaar is. Van indirecte akoestische effecten door veranderend verkeer en door wijziging van de geluidoverdracht is in onderhavige situatie geen sprake Aangezien de nieuwe woningen achter de bestaande woning op Goorweg 1a zijn gelegen en ook verder zijn gelegen van de houtzagerij, kan worden gesteld dat op deze nieuwe woningen wordt voldaan aan de vergunde waarden die ook voor Goorweg 1a gelden. Geconcludeerd kan worden dat de houtzagerij niet wordt beperkt in de bedrijfsvoering door de drie nieuwe woningen. De waarden komen overeen met de toetswaarden voor geluid door activiteiten uit het omgevingsplan en zijn derhalve aan te merken als aanvaardbaar.
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
Inhoudsopgave Samenvatting en conclusie 1
Aanleiding
1
2 2.1 2.2
Situatie Locatie plangebied Omgeving
2 2 2
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.7.1 3.7.2 3.8
Beoordelingskader wegen Geluidgevoelige gebouwen en ruimten Geluidaandachtsgebied Standaardwaarde en grenswaarde Overschrijding standaardwaarde Aanvaardbaarheid van het gecumuleerd geluid Gezamenlijk geluid Indirecte akoestische effecten Als gevolg van veranderend verkeer Als gevolg van wijziging in de geluidoverdracht Gemeentelijk geluidbeleid
3 3 3 4 4 4 5 5 5 5 6
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Uitgangspunten Ontwerp Te onderzoeken geluid Verkeersgegevens Geluid houdzagerij Loveren 42
7 7 7 7 8
5 5.1 5.2 5.3 5.4
Berekeningen en resultaten Akoestisch rekenmodel Berekend geluid gemeentewegen Beoordeling voorwaarden geluidbeleid Geluid door houtzagerij
9 9 9 9 10
6 6.1 6.2
Gecumuleerd en gezamenlijk geluid Gecumuleerd geluid Gezamenlijk geluid
11 11 11
7 7.1 7.2 7.3
Indirecte akoestische effecten Indirecte akoestische effecten door veranderend verkeer Indirecte akoestische effecten door wijziging in de geluidoverdracht Conclusie
12 12 12 12
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2
Invoergegevens rekenmodel Rekenresultaten
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
1
Aanleiding
De familie v.d. Walle, hierna initiatiefnemer, is voornemens het agrarische bedrijf aan de Goorweg 1a te BaarleNassau te beëindigen, de agrarische opstallen te slopen, de aanwezige bedrijfswoning om te zetten naar reguliere burgerwoning en twee bouwkavels toe te voegen op het perceel. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Baarle-Nassau, sectie N, perceelnummers 28 en 29. Op de twee bouwkavels worden totaal drie woningen gebouwd. De woningen zijn aangemerkt als nieuwe geluidgevoelige gebouwen in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Figuur 1.1: Locatie Goorweg 1a (conceptverkaveling, d.d. 30-10-2025)
Het omzetten van de bestaande bedrijfswoning op Goorweg 1a naar reguliere bedrijfswoning is uit het oogpunt van geluid niet relevant. Dit is een reeds bestaand geluidgevoelig gebouw, er is geen sprake van een nieuwe situatie. Toetsing van het geluid aan het Bkl is niet nodig. Om drie nieuwe woningen mogelijk te maken, dient een deel van het omgevingsplan te worden gewijzigd (TAMIMRO). Als onderdeel hiervan is een akoestisch onderzoek benodigd. Om de beoogde geluidkwaliteit te realiseren of behouden, zijn in de Omgevingswet regels opgenomen. Daartoe zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving voorwaarden opgenomen met betrekking tot het geluid op de gevels van geluidgevoelige gebouwen als gevolg van wegen. Ook bevinden de drie nieuwe woningen zich nabij een houtzagerij. Het doel van het akoestisch onderzoek is het inzichtelijk maken van het geluid op de gevels van het nieuwe geluidgevoelige gebouw. Het beoordelingskader wordt gevormd door de Omgevingswet (Ow) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Daarnaast zijn ook de bepalingen uit het geluidbeleid van de gemeente BaarleNassau van belang.
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
P 1/14
2
Situatie
2.1 Locatie plangebied Het plan omvat de realisatie van drie nieuwe woningen op de locatie van Goorweg 1a in Baarle-Nassau. De huidige bebouwing wordt gesloopt. In figuur 2.1 is het plangebied weergegeven.
Nieuwe woning
Nieuwe woningen Goorweg Bestaande woning Goorweg 1a
Houtzagerij Loveren
figuur 2.1: Locatie plangebied en omgeving (bron luchtfoto: PDOK)
2.2 Omgeving Het plangebied bevindt zich in de nabijheid van de Goorweg en Loveren. Deze wegen behoren tot de geluidbronsoort gemeentewegen. Ook bevindt zich aan de zuidzijde de houtzagerij Meeuwsen op Loveren 4. Deze houtzagerij bevindt zich op een afstand van circa 50 meter van de bestaande woning op Goorweg 1a en op circa 70 meter van het nieuwe bouwvlak.
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
P 2/14
3
Beoordelingskader wegen
Het beoordelingskader wordt gevormd door de Omgevingswet (Ow) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het geluid op een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt beoordeeld als het nieuwe geluidgevoelige gebouw is gelegen in het geluidaandachtsgebied van een geluidbronsoort. De gemeente Baarle-Nassau heeft (nog) geen beleidsregels vastgesteld waarin voorwaarden zijn opgenomen voor het toestaan van geluid onder de Omgevingswet. Hoewel geluidbeleid dat door een gemeente is vastgesteld om te hanteren onder de Wet geluidhinder (vóór 1 januari 2024) niet zonder meer de beleidsregels weergeeft die een gemeente wil hanteren onder de Omgevingswet, geeft het ‘oude’ geluidbeleid Wgh wel een indicatie van de voorwaarden die kunnen worden gesteld. In paragraaf 3.8 zijn de relevante bepalingen beschreven. 3.1 Geluidgevoelige gebouwen en ruimten In artikel 3.21 Bkl is gedefinieerd wat een geluidgevoelig gebouw is. Een geluidgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: 1a. Woonfunctie en nevengebruikfuncties daarvan; 1b. Onderwijsfunctie en nevengebruikfuncties daarvan; 1c. Gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruikfuncties daarvan; 1d. Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied nevengebruikfuncties daarvan. 2. Woonschip of woonwagen. In artikel 3.22 Bkl is beschreven wat een geluidgevoelige ruimte is.
Dit is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een in artikel 3.21, lid 1 Bkl een geluidgevoelig gebouw. Als het omgevingsplan geen geluidgevoelige ruimte toelaat dan is dat gedeelte van het gebouw niet geluidgevoelig. In artikel 3.23 Bkl is beschreven waar de standaardwaarden en grenswaarden voor geluid gelden: a1° Op de gevel van een geluidgevoelig gebouw; a2° Op de locatie waar een gevel mag komen (in het geval van nieuwe te bouwen geluidgevoelige gebouw); b. Op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen; c. In de geluidgevoelige ruimte. 3.2 Geluidaandachtsgebied Een geluidaandachtsgebied (artikel 3.20 Bkl) is een locatie langs een geluidbronsoort waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde in Lden. Als een nieuw geluidgevoelig gebouw zich in een geluidaandachtsgebied bevindt, dient te worden getoetst of wordt voldaan aan de wet- en regelgeving (artikel 5.78r Bkl). Voor gemeentewegen geldt dat deze verhard moet zijn, geen erf is in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (artikel 5.78i Bkl). Overgangsrecht geluidaandachtsgebied Indien de basisgeluidemissie van de gemeentewegen nog niet is vastgesteld door de gemeente worden de geluidaandachtsgebieden bepaald op basis van het aantal rijstroken en maximumsnelheid (artikel 17.5 van de Omgevingsregeling).
In tabel 2.1 zijn de geluidaandachtsgebieden samengevat.
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
P 3/14
Tabel 3.1: Geluidaandachtsgebied gemeentewegen Aantal rijstroken
Zonebreedte
Eén of twee rijstroken en maximumsnelheid ≤ 30 km/uur
100 meter
Eén of twee rijstroken en maximumsnelheid > 30 km/uur
200 meter
Drie of meer rijstroken
350 meter
3.3 Standaardwaarde en grenswaarde In artikel 5.78t en artikel 5.78u van het Bkl zijn de standaardwaarde en grenswaarde opgenomen voor het geluid per geluidbronsoort op de gevels van nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het maatgevend jaar. Het maatgevend jaar is over het algemeen de situatie tien jaar na de beoogde realisatie. In tabel 3.2 zijn deze waarden per geluidbronsoort weergegeven. Tabel 3.2: Standaardwaarde en grenswaarde op de gevels van geluidgevoelige gebouwen Geluidbronsoort Gemeente- en waterschapswegen
Standaardwaarde (artikel 5.78t Bkl)
Grenswaarde (artikel 5.78u Bkl)
53 Lden
70 Lden
3.4 Overschrijding standaardwaarde Het geluid mag hoger zijn dan de standaardwaarde als is voldaan aan de voorwaarden in artikel 5.78u, eerste lid Bkl: I. Geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen. Deze geluidbeperkende maatregelen dienen financieel doelmatig te zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige en vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. II. De overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt. III. Het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde. In artikel 5.78u, derde lid van het Bkl is bepaald dat geluidbeperkende maatregelen worden toegepast als deze financieel doelmatig zijn en er geen sprake is van overwegen bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of technische aard. Als het geluid hoger is dan de standaardwaarde wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken (artikel 5.78ab Bkl). In de onderbouwing van het plan dient aandacht te worden geschonken aan realisatie van geluidluwe gevels in het kader van de gezondheid, maar het bevoegd gezag beschikt daarbij over een relatief grote bestuurlijke afwegingsruimte.
Het begrip geluidluwe gevel is akoestisch niet gedefinieerd in het Bkl, maar veelal wordt een gevel bedoeld waar aan de standaardwaarde is voldaan als gevolg van elk van de aanwezige geluidbronsoorten. 3.5 Aanvaardbaarheid van het gecumuleerd geluid Als het geluid van een geluidbronsoort hoger is dan de standaardwaarde dient met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties rekening te worden gehouden met lokale specifieke omstandigheden en de cumulatie van het geluid (artikel 5.78ac Bkl). Het gecumuleerd geluid is het geluid door geluidbronsoorten tegelijk, opgeteld met correctie voor verschillen in hinderlijkheid. Er is voor het gecumuleerd geluid geen grenswaarde in het Bkl opgenomen.
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
P 4/14
3.6 Gezamenlijk geluid Bij overschrijding van de standaardwaarde is in artikel 5.78ad vastgelegd dat het gezamenlijk geluid bepaald moet worden. Anders dan bij cumulatie van geluid, wordt voor de bepaling van het gezamenlijk geluid, het geluid door geluidbronsoorten energetisch opgeteld zonder daarbij te corrigeren voor verschillen in hinderlijkheid. Het gezamenlijk geluid is het uitgangspunt voor de benodigde geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen. 3.7
Indirecte akoestische effecten
3.7.1 Als gevolg van veranderend verkeer Veranderingen van het verkeer, zoals een toename van de verkeersintensiteit, kunnen doorwerken naar bestaande wegen, buiten het plangebied. In artikel 5.78af Bkl is geregeld dat dit indirecte effect, op vergelijkbare wijze wordt beoordeeld als het directe effect voorheen onder de Wet geluidhinder werd beoordeeld (het zogenoemde ‘reconstructie-effect’). Vanwege de toename van de verkeersintensiteit van het project mag de toename van het geluid op de geluidgevoelige gebouwen niet meer bedragen dan 1,5 dB (artikel 5.78af Bkl). Deze toename wordt bepaald door het geluid in het maatgevend jaar na de wijziging te vergelijken met de situatie in datzelfde jaar zonder die wijziging. Het maatgevend jaar is over het algemeen de situatie tien jaar na de beoogde realisatie.
In het derde tot en met vijfde lid van artikel 5.78af Bkl is beschreven onder welke voorwaarden een grotere toename dan 1,5 dB is toegestaan: Er kunnen geen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om de toename te voorkomen, waarbij geldt dat geluidbeperkende maatregelen worden toegepast als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; De toename van het geluid wordt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk beperkt; Het geluid op geluidgevoelige gebouwen is niet hoger is dan de grenswaarde uit artikel 3.35 Bkl; De aanvaardbaarheid van het gecumuleerd geluid op het geluidgevoelige gebouw wordt beoordeeld. 3.7.2 Als gevolg van wijziging in de geluidoverdracht In het Bkl (artikel 5.78ai Bkl) is tevens opgenomen dat indirecte effecten als gevolg van wijzigingen in een geluidaandachtsgebied worden beoordeeld. Hiervoor wordt op de gevels van bestaande geluidgevoelige gebouwen het geluid in de plansituatie vergeleken met het geluid in de autonome situatie.
Voor geluidgevoelige gebouwen die, als gevolg van een wijziging of wijzigingen in de overdracht van geluid, een significante toename van geluid ondervinden, geldt dat geluidbeperkende maatregelen moeten worden onderzocht om de toename van het geluid te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Als dit niet mogelijk is, worden geluidwerende maatregelen getroffen om te voldoen aan de grenswaarde in geluidgevoelige ruimten, zoals opgenomen in tabel 3.53 van het Bkl. Om lokaal maatwerk mogelijk te maken, kan per geval te worden beoordeeld wat een significante toename van het geluid is en welke maatregelen eventueel kunnen worden getroffen. Uitgangspunt is dat als het geluid lager is dan of gelijk is aan de standaardwaarde van de geluidbronsoort, er geen sprake kan zijn van een (significante) toename van het geluid. Vanaf deze standaardwaarde wordt bepaald wat de toename van het geluid is in de plansituatie ten opzichte van de autonome situatie.
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
P 5/14
3.8 Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente Baarle-Nassau heeft geluidbeleid opgesteld (Geluidbeleid gemeente Baarle-Nassau voor (spoor)wegen met oog op de omgevingswet). Hierin zijn voorwaarden opgenomen waaraan dient te worden voldaan als sprake is van overschrijding van de standaardwaarden en/of grenswaarden.
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
P 6/14
4
Uitgangspunten
4.1 Ontwerp Door Aveco de Bondt zijn drie nieuwe woningen ingetekend met maximaal twee bouwlagen.
Nieuwe woning
Nieuwe woningen
Bestaande woning Goorweg 1a
Figuur 4.1: Goorweg 1a (conceptverkaveling, d.d. 30-10-2025)
4.2 Te onderzoeken geluid Om te bepalen of het plangebied binnen het geluidaandachtsgebied van gemeentewegen is gesitueerd, is het overgangsrecht zoals beschreven in paragraaf 3.2 toegepast. Dit houdt in dat het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van de Goorweg en Loveren. 4.3 Verkeersgegevens Uitgangspunt voor het bepalen van het geluid door gemeentewegen (zonder geluidproductieplafonds) is conform artikel 5.78a Bkl het geluid in een voor het verkeer op die weg maatgevend jaar. Dit is doorgaans het tiende jaar na besluitvorming. De gehanteerde verkeersgegevens voor de gemeentewegen zijn aangeleverd door de ABG gemeenten voor het jaar 2020 (aangeleverd 4 juli 2025) voor het jaar 2020 (Goorweg) en 2018 (Loveren). Voor het bepalen van de verkeersintensiteiten voor het maatgevend jaar 2035 is een autonome groei gehanteerd van 1,5% per jaar. In tabel 4.1 is het overzicht gegeven van de gehanteerde verkeersgegevens. Tabel 4.1: Gehanteerde verkeersgegevens (2035) – afgerond op tientallen Weg
Etmaalintensiteit [mvt/etmaal]
Rijsnelheid [km/uur]
Goorweg
930
30
Referentiewegdek
Laan van Athene
3.600
30
Referentiewegdek
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
Wegdekverharding
P 7/14
De uitgebreide verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage 1. 4.4 Geluid houdzagerij Loveren 42 De houtzagerij heeft geen medewerking verleend aan Aveco de Bondt om een bedrijfsbezoek aan de locatie uit te voeren en de geluidsituatie inzichtelijk te maken. De geluidsituatie is derhalve inzichtelijk gemaakt op basis van een akoestisch onderzoek dat in 2022 is uitgevoerd aan de houtzagerij ten behoeve van woningbouw Loveren fase 2 (“Akoestisch onderzoek industrielawaai – Loveren 42 te Baarle Nassau”, documentnummer 20220009.01.v2, d.d. 15-06-2022 door Target Advies). Dit woningbouwplan bevindt zich ten oosten van de houtzagerij. Dit plan is dichterbij de houtzagerij gelegen de nieuwe bouwvlakken. In het betreffende geluidrapport is de akoestisch meest ongunstige situatie inzichtelijk gemaakt waarbij is uitgegaan van de representatieve bedrijfssituatie op basis van de huidige vergunde situatie én is gerekend zonder maatregelen die in het geluidrapport uit 2002 zijn beschreven.
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
P 8/14
5
Berekeningen en resultaten
5.1 Akoestisch rekenmodel Het geluid door wegen dient te worden berekend conform bijlage IVe van de Omgevingsregeling (Or), volgens het wettelijke Meet- en rekenmethode geluid (Mrg). Voor de geluidberekeningen is gebruik gemaakt van het softwareprogramma GeoMilieu (versie 2025.1), dat voldoet aan gestelde rekenregels. De invoergegevens zijn opgenomen in bijlage 1. Bodemgebieden Er is in het rekenmodel uitgegaan van een standaard gedeeltelijk absorberende/reflecterende bodem (Bf = 0,5). Verharde oppervlakken (wegen) en wateroppervlakten zijn ingevoerd als geheel reflecterend bodemgebied (Bf = 0,0). Optrektoeslag In de wettelijke Meet- en rekenmethode geluid (Mrg) is in bijlage IVe opgenomen dat de optrektoeslag een correctieterm is ten gevolge van het afremmen en optrekken van het verkeer door de aanwezigheid van een kruispunt (kruispunttoeslag) of een situatie die de gemiddelde snelheid van het verkeer sterk beperkt (obstakeltoeslag). Bij een gemodelleerde snelheid van 30 km/uur wordt geen optrektoeslag toegepast. Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van een kruising met verkeersregelinstallatie (VRI) of obstakel zoals een rotonde, zodat geen optrektoeslag hoeft te worden toegepast. Rekenhoogte Het geluid is berekend op twee derde van de hoogte van een bouwlaag (artikel 3.2 Or).
Voor de beoordelingshoogte is uitgegaan van 2 meter voor de begane grond, 5 meter voor de 1e verdieping, 8 meter voor de 2e verdieping, etc. Op de grenzen van de bouwvlakken zijn rekenpunten gemodelleerd. 5.2 Berekend geluid gemeentewegen Per geluidbronsoort is getoetst of wordt het geluid Lden voldaan aan de standaardwaarde. Conform artikel 3.4 van de Omgevingsregeling worden de berekende waarden afgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal. Uit de resultaten (bijlage 2) blijkt dat het geluid door gemeentewegen ten hoogste 49 Lden is op de gevels van de nieuwe bouwblokken. Dit is niet hoger dan de standaardwaarde van 53 Lden. Er gelden verder geen voorwaarden ten aanzien van het geluid door gemeentewegen. 5.3 Beoordeling voorwaarden geluidbeleid Omdat er geen sprake is van overschrijding van de standaardwaarde wordt voldaan aan de voorwaarden uit het geluidbeleid.
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
P 9/14
5.4 Geluid door houtzagerij Uit het geluidrapport Loveren 42 blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), dat is berekend op de grens van het oostelijk nieuwbouwplan, op punt 7 en 8 ten hoogste 52 dB(A), 44 dB(A) en 39 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Het maximale geluidniveau bedraagt ten hoogste 75 dB(A), 64 dB(A) en 35 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Echter, Goorweg 1a is een bestaande woning van derden waarop reeds de vergunde waarden van toepassing zijn voor de zagerij. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau is dit 50 dB(A), 45 dB(A) en 40 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Voor het maximale geluidniveau is dit 70 dB(A), 65 dB(A) en 60 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Aangezien de nieuwe woningen achter de bestaande woning op Goorweg 1a zijn gelegen en ook verder zijn gelegen van de houtzagerij, kan worden gesteld dat op deze nieuwe woningen wordt voldaan aan de vergunde waarden die ook voor Goorweg 1a gelden. Geconcludeerd kan worden dat de houtzagerij niet wordt beperkt in de bedrijfsvoering door de drie nieuwe woningen. De waarden komen overeen met de toetswaarden voor geluid door activiteiten uit het omgevingsplan en zijn derhalve aan te merken als aanvaardbaar.
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
P 10/14
6
Gecumuleerd en gezamenlijk geluid
6.1 Gecumuleerd geluid Aangezien er geen sprake is van overschrijding van de standaardwaarde van een geluidbronsoort kan worden gesteld dat het gecumuleerd geluid aanvaardbaar is. 6.2 Gezamenlijk geluid Het gezamenlijke geluid op de gevels van de geluidgevoelige gebouwen in het plangebied bedraagt ten hoogste 49 Lden. In artikel 4.102 en 4.103 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is bepaald dat de karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied ten minste 20 dB bedraagt en niet kleiner is dan het verschil tussen het gezamenlijke geluid en 33 dB.
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
P 11/14
7
Indirecte akoestische effecten
7.1 Indirecte akoestische effecten door veranderend verkeer In artikel 5.78af Bkl is bepaald dat de toename van de verkeersintensiteit niet mag leiden tot een toename van het geluid van meer dan 1,5 dB op de gevels van bestaande woningen. Als ondergrens voor het bepalen van de toename van het geluid geldt de standaardwaarde. Op basis van vuistregels is bepaald of sprake kan zijn van een dergelijke toename van het geluid. Een toename van 1,5 dB komt overeen met een toename van de verkeersintensiteit van ongeveer 40%. Uitgesloten kan worden dat door het plan het verkeer op de Goorweg met meer dan 40% zal toenemen door de drie nieuwe woningen. Op voorhand is duidelijk dat geen toename van meer dan 1,50 dB optreedt en dat geen sprake is van significante effecten als gevolg van indirecte effecten door veranderend verkeer. 7.2 Indirecte akoestische effecten door wijziging in de geluidoverdracht Beoordeeld is of het geluid op de gevels van de bestaande woningen, gelegen in de nabijheid van het plangebied, significant kan toenemen als gevolg van toegenomen reflectie in de nieuwbouw. Onderdeel van het plan is de sloop van een aantal gebouwen waarna op twee bouwvlakken nieuwbouw wordt gerealiseerd.
Gelet op de omvang de te slopen gebouwen en de nieuw te bouwen woningen en de lage verkeersintensiteiten is op voorhand duidelijk dat geen significante effecten zijn te voorzien door veranderingen in de overdracht van geluid bij de nabijgelegen woning op Goorweg 3 en 5. 7.3 Conclusie Van indirecte akoestische effecten door veranderend verkeer en door wijziging van de geluidoverdracht is in onderhavige situatie geen sprake.
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
P 12/14
Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
P 13/14
Goorweg 1a te Baarle Nassau
Model: Groep:
Groep
Bijlage 1.2 Invoer wegen
Goorweg 1a te Baarle Nassau - VL, v2 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Geluid algemeen - Omgevingswet Naam Omschr.
Goorweg 01 Loveren 11 Loveren 12
Wegdek Wegdek
Goorweg W1 Loveren - 60 km/uur W1 Loveren - 50 km/uur W1
Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek
Omgevingswet, Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Aveco de Bondt
V(LV(D)) V(LV(A)) V(LV(N)) V(MV(D)) 50 60 50
50 60 50
50 60 50
50 60 50
13-11-2025 12:49:59
Goorweg 1a te Baarle Nassau
Model: Groep:
Groep Goorweg Loveren Loveren
Bijlage 1.2 Invoer wegen
Goorweg 1a te Baarle Nassau - VL, v2 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Geluid algemeen - Omgevingswet V(MV(A)) V(MV(N)) V(ZV(D)) V(ZV(A)) V(ZV(N)) Totaal aantal %Int(D) %Int(A) %Int(N) %LV(D) 50 60 50
50 60 50
50 60 50
50 60 50
50 60 50
Omgevingswet, Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Aveco de Bondt
933,00 3596,00 3596,00
7,01 6,87 6,87
2,65 3,30 3,30
0,65 0,55 0,55
90,80 85,50 85,50
13-11-2025 12:49:59
Goorweg 1a te Baarle Nassau
Bijlage 1.2 Invoer wegen
Model: Groep:
Goorweg 1a te Baarle Nassau - VL, v2 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Geluid algemeen - Omgevingswet
Groep
%LV(A) %LV(N) %MV(D) %MV(A) %MV(N) %ZV(D) %ZV(A) %ZV(N)
Goorweg Loveren Loveren
90,80 85,50 85,50
90,80 85,50 85,50
4,10 9,60 9,60
4,10 9,60 9,60
4,10 9,60 9,60
5,10 4,90 4,90
Omgevingswet, Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Aveco de Bondt
5,10 4,90 4,90
5,10 4,90 4,90
LV(D)
LV(A)
LV(N)
59,39 211,22 211,22
22,45 101,46 101,46
5,51 16,91 16,91
13-11-2025 12:49:59
Goorweg 1a te Baarle Nassau
Bijlage 1.2 Invoer wegen
Model: Groep:
Goorweg 1a te Baarle Nassau - VL, v2 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Geluid algemeen - Omgevingswet
Groep
MV(D)
MV(A)
MV(N)
ZV(D)
ZV(A)
ZV(N)
Goorweg Loveren Loveren
2,68 23,72 23,72
1,01 11,39 11,39
0,25 1,90 1,90
3,34 12,11 12,11
1,26 5,81 5,81
0,31 0,97 0,97
Omgevingswet, Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Aveco de Bondt
13-11-2025 12:49:59
Goorweg 1a te Baarle Nassau
Model: Groep:
Bijlage 1.3 Invoer rekenpunten
Goorweg 1a te Baarle Nassau - VL, v2 (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Geluid algemeen - Omgevingswet
Naam Omschr.
X
Y Hoogte A Hoogte B Hoogte C Hoogte D Hoogte E
01 02 03 04 05
Bouwvlak A - NW Bouwvlak A - NO Bouwvlak A - NO Bouwvlak A - ZO Bouwvlak A - ZW
122049,81 122056,09 122059,92 122057,43 122051,15
384307,03 384308,34 384303,57 384297,69 384296,67
2,00 2,00 2,00 2,00 2,00
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
------
------
------
06 11 12 13 14
Bouwvlak A - ZW Bouwvlak B - NW Bouwvlak B - NO Bouwvlak B - ZO Bouwvlak B - ZW
122047,42 121986,91 121996,99 121996,29 121984,43
384301,30 384322,89 384323,54 384311,81 384313,16
2,00 2,00 2,00 2,00 2,00
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
------
------
------
Omgevingswet, Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Aveco de Bondt
13-11-2025 12:50:39
Goorweg 1a te Baarle Nassau
Model: Groep:
Bijlage 1.3 Invoer rekenpunten
Goorweg 1a te Baarle Nassau - VL, v2 (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Geluid algemeen - Omgevingswet
Naam Hoogte F Gevel 01 02 03 04 05
------
Nee Nee Nee Nee Ja
06 11 12 13 14
------
Ja Nee Nee Nee Nee
Omgevingswet, Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Aveco de Bondt
13-11-2025 12:50:39
Bijlage 2 Rekenresultaten
datum referentie
14 november 2025 251093_AdB_RAP_0001_v2.0
P 14/14
Goorweg 1a te Baarle Nassau
Rapport: Model:
Bijlage 2.0 Invoer rekenparameters
Lijst van model eigenschappen Goorweg 1a te Baarle Nassau - VL, v2
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
Goorweg 1a te Baarle Nassau - VL, v2 rng #-1|Geluid algemeen|Omgevingswet|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
rng op 26-6-2025 rng op 13-11-2025 Geomilieu V2025
Periode definities - Dagperiode - Avondperiode - Nachtperiode - Samengestelde periode - Waarde Resultaten - Detailniveau toetspunt resultaten - Detailniveau resultaten grids - Octaafresultaten ontvangers Algemeen Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Modelinstellingen - Geluidstype - Standaard bodemfactor [-] - Meteorologische correctie Optimalisatie - Zoekafstand [m] - Max.refl.afstand [m] - Dynamische foutmarge [dB] - Max.refl.diepte [-] - Clusteren gebouwen - Verwijderen binnenwanden Luchtdemping - Methode - Luchtdemping [dB/km] Optimalisatie - Zoekafstand [m] - Max.refl.afstand [m] - Openingshoek [grd] - Max.refl.diepte [-] - Gebruik vereenvoudigde absorptiewaarde - Geen reflectie als scherm meer dan 5° helt Luchtdemping - Methode - Luchtdemping [dB/km]
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) Bronresultaten Groepsresultaten Ja 0 4 Industrie + Wegverkeer + Railverkeer + Windturbine 0,5 Ja Industrie / Windturbine -1,0 -1 Ja Ja Industrie / Windturbine Standaard 0,02 / 0,07 / 0,25 / 0,76 / 1,63 / 2,86 / 6,23 / 19,00 / 67,40 Wegverkeer / Railverkeer --2 1 Nee Nee Wegverkeer / Railverkeer Standaard 0,00 / 0,00 / 0,00 / 1,00 / 2,00 / 4,00 / 10,00 / 23,00 / 58,00
Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Aveco de Bondt
13-11-2025 12:51:15
Goorweg 1a te Baarle Nassau
Bijlage 2.0 Invoer rekenparameters
Commentaar
Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Aveco de Bondt
13-11-2025 12:51:15
Goorweg 1a te Baarle Nassau
Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Bijlage 2.1 Geluid door gemeentewegen
Resultatentabel Goorweg 1a te Baarle Nassau - VL, v2 LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt Omschrijving
X
Y Hoogte Dag Avond Nacht Lden
01_A 01_B 02_A 02_B 03_A
Bouwvlak A - NW Bouwvlak A - NW Bouwvlak A - NO Bouwvlak A - NO Bouwvlak A - NO
122049,81 122049,81 122056,09 122056,09 122059,92
384307,03 384307,03 384308,34 384308,34 384303,57
2,00 5,00 2,00 5,00 2,00
45 44 45 46 46
42 41 41 42 42
34 33 35 36 36
45 44 45 46 46
03_B 04_A 04_B 05_A 05_B
Bouwvlak A - NO Bouwvlak A - ZO Bouwvlak A - ZO Bouwvlak A - ZW Bouwvlak A - ZW
122059,92 122057,43 122057,43 122051,15 122051,15
384303,57 384297,69 384297,69 384296,67 384296,67
5,00 2,00 5,00 2,00 5,00
48 48 49 46 46
44 45 46 43 43
37 38 39 36 35
48 49 49 46 46
06_A 06_B 11_A 11_B 12_A
Bouwvlak A - ZW Bouwvlak A - ZW Bouwvlak B - NW Bouwvlak B - NW Bouwvlak B - NO
122047,42 122047,42 121986,91 121986,91 121996,99
384301,30 384301,30 384322,89 384322,89 384323,54
2,00 5,00 2,00 5,00 2,00
46 46 44 44 37
43 43 41 41 35
35 35 33 33 27
46 46 44 44 38
12_B 13_A 13_B 14_A 14_B
Bouwvlak B - NO Bouwvlak B - ZO Bouwvlak B - ZO Bouwvlak B - ZW Bouwvlak B - ZW
121996,99 121996,29 121996,29 121984,43 121984,43
384323,54 384311,81 384311,81 384313,16 384313,16
5,00 2,00 5,00 2,00 5,00
36 46 46 48 49
32 44 44 45 46
26 36 36 38 38
36 47 47 49 49
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen Omgevingswet, Geomilieu V2025.1 Licentiehouder: Aveco de Bondt
13-11-2025 12:51:49
Bijlage 4 Bodemonderzoek
datum referentie
8 december 2025 251093_AdB_RAP_0001_v3.0
P 57/65
Uw omgeving. Ons vakgebied.
GECOMBINEERD BODEMONDERZOEK “VOORGENOMEN NIEUWBOUW” GOORWEG 1A BAARLE NASSAU
Opdrachtgever :
Aveco de Bondt B.V. Burgemeester van der Borchstraat 2 7451 CH Holten
Projectnummer : Kenmerk rapport: Status rapport: Datum:
502050504-VBB EJ50250504.R001-0 Definitief 22 september 2025
Projectleider
Ing. H.B.C. Jansen MSc
par:
(Mede)auteur
Ing. H.B.C. Jansen MSc D.R. van Loon MSc
par:
Wematech Advies Groep B.V. is gecertificeerd door KIWA volgens de gestelde criteria conform ISO-9001:2015 onder nummer KSC-K96808
Wematech bodem adviseurs b.v. Windmolen 23 4751 VM Oud Gastel
T +31 (0)165 565910 E bodemadviseurs@wematech.nl www.wematech.nl
KvK BTW IBAN
20104743 NL 810303206B01 NL82 RABO 0102 5687 07
Gecombineerd bodemonderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50250504.R001-0 22 september 2025
SAMENVATTING In opdracht van Aveco de Bondt B.V. is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in augustus 2025 een gecombineerd bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Goorweg 1a te Baarle-Nassau. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van een inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor het bouwen op een bodemgevoelige locatie. Het veldwerk is uitgevoerd in augustus 2025. Bij de uitgevoerde grondboringen zijn op basis van zintuiglijke beoordeling in de bovengrond plaatselijk sporen baksteen en bij enkele druppellijnen daarnaast tevens sporen beton aangetroffen. Ter plaatse van boring 09 was in de bovengrond (15-25 cm-mv) een dunne funderingslaag bestaande uit een sterke bijmenging aan baksteen en grind en sporen beton aanwezig. Ter plaatse van gat 201 werden aanvullend nog sporen plastic aangetroffen. In de ondergrond (100-150 cm-mv) ter plaatse van boring 16 was een matige bijmenging van baksteen aanwezig. Deze boring is uiteindelijk op 150 cm-mv gestaakt op een onbekende verharding. Voor het overige zijn geen relevante bijzonderheden en/of afwijkingen aangetroffen.
Verkennend bodemonderzoek Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond van mengmonster MM3 bij toepassing voldoet aan de kwaliteitseisen voor kwaliteitsklasse industrie en bij ontvangende bodem aan de kwaliteitseisen voor kwaliteitsklasse wonen. De overige bovengrond (mengmonsters MM1 en MM2) voldoen aan de kwaliteitseisen voor kwaliteitsklasse landbouw/natuur. De “worst case” baksteenhoudende ondergrond van boring 16 (100-150 cm-mv) voldoet aan de kwaliteitseisen voor kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Het grondwater is niet verontreinigd. Voor een formeel oordeel van de toepassingsmogelijkheden van de vrijkomende grond (hergebruik) dient voldaan te worden aan hetgeen wat beschreven staat in de Regeling Besluit bodemkwaliteit (aanwezigheid bodemfunctiekaart en/of AP04 onderzoek inclusief PFAS). Vooralsnog dienen voor de overtollige grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, de eisen van het binnen de gemeente van toepassing zijnde beleid in acht genomen te worden. Verkennend onderzoek naar asbest in grond Geconcludeerd kan worden dat bij alle druppellijnen asbest in de onderliggende grond is aangetroffen. In alle gevallen wordt ook de waarde voor nader onderzoek (= 50 mg/kg ds) overschreden. Ter plaatse van gaten G201 en G202 overschrijdt de asbestconcentraties de maximale kwaliteitseis voor asbest van 100 mg/kg ds.
Ter plaatse van gaten G203 en G204 overschrijdt de concentratie aan respirabele asbestvezels de maximale kwaliteitseis van 10 mg/kg ds. Pagina: 2 / 26
Gecombineerd bodemonderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50250504.R001-0 22 september 2025
De verkregen resultaten geven bij alle druppellijnen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek om zo vast te stellen of er sprake is van een overschrijding van de kwaliteitseis voor asbest danwel om de reeds vastgestelde overschrijding zowel horizontaal als verticaal in te kaderen. Advies De resultaten van het onderzoek vormen vooralsnog een belemmering de voorgenomen bouwplannen ter plaatse te realiseren. Geadviseerd wordt ter plaatse van de druppellijnen een nader onderzoek naar asbest in grond uit te voeren. Tevens wordt geadviseerd om de bodem ter plaatse van de mestplaat dan alsnog te onderzoeken. Aan de hand van de resultaten van dit onderzoek kan vervolgens een plan worden opgesteld om de belemmeringen weg te nemen.
Pagina: 3 / 26
Gecombineerd bodemonderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50250504.R001-0 22 september 2025
INHOUDSOPGAVE: Blz. SAMENVATTING 1.
INLEIDING
6
1.1. Aanleiding en doelstelling onderzoek 1.2. Opbouw rapportage
6 6
2.
7
VOORONDERZOEK
2.1. Locatiegegevens 2.2. Historie 2.3. Huidige situatie en terreinverkenning 2.4. Belendende percelen 2.5. Bodemonderzoeken/saneringen 2.6. Informatie regionale achtergrondconcentraties 2.7. Geo(hydro)logie 2.8. Toekomstige situatie 2.9. Conclusie vooronderzoek 2.10. Onderzoeksstrategie
7 7 9 9 9 10 10 11 11 11
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
14
Inleiding Veldwerkzaamheden BRL SIKB 2000 Laboratoriumonderzoek Bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Veldmetingen Toetsing 3.8.1. Regeling bodemkwaliteit en Bkl 3.9. Grond 3.10. Grondwater
14 14 14 15 15 16 16 16 16 17 17
4.
VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM
18
4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8.
Inleiding Veldwerkzaamheden BRL SIKB 2000 Laboratoriumonderzoek Bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Toetsing Grond
18 18 18 19 19 20 20 21
5.
BESPREKING RESULTATEN
22
5.1. 5.2. 5.3. 5.4.
Zintuiglijke waarnemingen Grond Grondwater Asbest in grond t.p.v. druppellijnen
22 22 22 22
3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8.
Pagina: 4 / 26
Gecombineerd bodemonderzoek Kenmerk: Datum:
6.
CONCLUSIES EN ADVIES
EJ50250504.R001-0 22 september 2025
24
6.1. Conclusies 6.2. Advies
24 24
7.
25
RESTRISICO EN BETROUWBAARHEID
7.1. Restrisico 7.2. Betrouwbaarheid
25 25
GERAADPLEEGDE BRONNEN
BIJLAGEN: 1. Regionale en kadastrale (situatie)schets 2. Situatieschets met boringen, gaten en peilbuis 3. Profielbeschrijvingen grondboringen en gaten 4. Analyseresultaten grond 5. Analyseresultaten grondwater 6. Toetsingskader grond en grondwater 7. Foto’s onderzoekslocatie
Pagina: 5 / 26
Gecombineerd bodemonderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50250504.R001-0 22 september 2025
1. INLEIDING 1.1. Aanleiding en doelstelling onderzoek In opdracht van Aveco de Bondt B.V. is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in augustus 2025 een gecombineerd bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Goorweg 1a te Baarle-Nassau. In bijlage 1 is de globale ligging van het perceel aangegeven in een regionale situatieschets. Het gecombineerd bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen nieuwbouw van een tweetal woningen ter plaatse. In verband met deze bouwplannen wordt in het kader van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) een inzicht gevraagd in de kwaliteit van grond en grondwater, alvorens een activiteit in de bodem kan plaatsvinden. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van een inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor het bouwen op een bodemgevoelige locatie. Op basis van de verkregen informatie is, in overleg met de opdrachtgever, een onderzoeksprogramma opgesteld op basis van de Nederlandse Norm 5740. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij uitvoering van een verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging.
Als referentiekader bij de beoordeling van de resultaten worden de kwaliteitseisen uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022, de interventiewaarde bodemkwaliteit zoals opgenomen in bijlage IIa van het Besluit activiteiten leefomgeving en de eisen uit het omgevingsplan van de gemeente Baarle-Nassau gebruikt. Wematech Bodem Adviseurs B.V. werkt volgens een kwaliteitsborgingsysteem dat is gebaseerd op de NEN-EN-ISO 9001:2015 en de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”. De werkzaamheden voor onderhavig onderzoek vallen binnen de reikwijdte van dit certificatieschema en worden onder certificaat uitgevoerd conform de beschreven kwaliteitseisen (protocol 2001, 2002 en 2018). De naleving wordt periodiek getoetst door externe auditors, onder toezicht van de Raad van Accreditatie. Verder is van belang te melden dat de te onderzoeken locatie geen eigendom is van Wematech Bodem Adviseurs B.V. dan wel gerelateerde (zuster)bedrijven. Tevens is Wematech Bodem Adviseurs onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. De wettelijke voorgeschreven functiescheiding is hiermede geborgd.
1.2. Opbouw rapportage In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden. Het vooronderzoek, conform NEN 5725, is opgenomen in hoofdstuk 2. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 het verkennend bodemonderzoek en inhoofdstuk 4 het verkennend onderzoek naar asbest in grond beschreven. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en het advies opgenomen. Tot slot worden in hoofdstuk 6 het restrisico en de betrouwbaarheid van het onderzoek besproken. Pagina: 6 / 26
Gecombineerd bodemonderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50250504.R001-0 22 september 2025
2. VOORONDERZOEK Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN5725:2023 (nl). In het vooronderzoek wordt relevante informatie verzameld om onderbouwde antwoorden te formuleren op de relevante onderzoeksvragen zoals beschreven in de norm.
2.1. Locatiegegevens De locatiegegevens van de onderzoekslocatie (afgebakend geografisch gebied) zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 2.1. Locatie gegevens Adresgegevens Kadastrale gegevens RD-coördinaten Oppervlakte perceel Oppervlakte onderzoekslocatie
Goorweg 1a te Baarle-Nassau Gemeente: Sectie: Baarle Nassau N X: 329782 Y: 232017 7560 m2 5700 m2
Nummer(s): 29
De onderzoekslocatie is gelegen ten zuiden van de Goorweg. De Goorweg is gelegen is ten westen van het centrum van Baarle Nassau.
2.2. Historie - gebruik Uit verkregen informatie is gebleken dat de onderzoekslocatie tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw in gebruik was als bouwland. Afbeelding 2.1. Situatie 1940
Afbeelding 2.2. Situatie 1975
Afbeelding 2.3. Situatie 1995
Afbeelding 2.4. Situatie 2010
Pagina: 7 / 26
Gecombineerd bodemonderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50250504.R001-0 22 september 2025
De eerste bebouwing op het terrein betreft de zuidoostelijke koeienstal en dateert uit 1965. In 1972 werd ten zuidwesten hiervan een tweede stal gerealiseerd. De woning op het perceel stamt uit 1979 en in 1988 werd als laatste de grootste (noordelijke) koeienstal gerealiseerd. Afbeelding 2.5. Situatie 2021
Opslag van mest vond plaats op een mestplaat met betonnen wanden aan de achterzijde van het middenterrein Ter plaatse van de onderzoekslocatie hebben, voor zover bekend, geen ondergrondse tanks, kabels, leidingen e.d. gelegen. Tevens hebben er, voor zover bekend, geen dempingen of ophogingen plaatsgevonden. - asbest De varkensstallen zijn voorzien van asbestverdacht golfplaten daken en zonder deugdelijk gootwerk. Een groot deel van de daken druppel derhalve af of de volle bodem en er zijn 5 druppellijnen te onderscheiden. - overig Voor zover bekend hebben zich ter plaatse van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan die tot gevolg hebben gehad dat verontreinigende stoffen op of in de bodem zijn geraakt. Voor zover bekend zijn op de locatie geen (punt)bronnen voor PFAS/GenX danwel heeft er een brand gewoed, welke geblust zou zijn met blusschuim. De locatie is bij het bevoegd gezag en/of op het bodemloket niet bekend als locatie waar mogelijk sprake is van een bodemverontreiniging, niet bekend als locatie waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Uit de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) c.q. archeologische beleidskaart van de gemeente Baarle Nassau blijkt dat de locatie is gelegen in gebied 2, een archeologische vindplaats.
Bij grondverzet over een oppervlak van meer dan 100 m² en dieper dan 40 cm-mv dient in een vroege fase onderzoek te worden uitgevoerd.
Pagina: 8 / 26
Gecombineerd bodemonderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50250504.R001-0 22 september 2025
Voor zover bekend is liggen er op de onderzoekslocatie geen conventionele explosieven. Aangezien er voor dit gebied geen kaarten voorhanden zijn, is dit echter niet volledig uit te sluiten.
2.3. Huidige situatie en terreinverkenning Ter plaatse van het perceel is een met klinkers verhard boerenerf met woning en leegstaande koeienstallen gesitueerd. Op de koeienstallen liggen asbestverdachte daken en er zijn 5 te onderscheiden druppellijnen aanwezig welke op een onverharde ondergrond afwateren. Op het terrein is een mestplaat aanwezig.
2.4. Belendende percelen Het bodemgebruik van de omliggende percelen is als volgt: - aan de noordoostzijde bevindt zich de Goorweg; - aan de noordwestzijde bevindt zich een weiland; - aan de zuidwestzijde bevindt zich een houtopstand; - aan de zuidoostzijde bevindt zich een weiland.
2.5. Bodemonderzoeken/saneringen - eerdere bodemonderzoeken locatie Voor zover bekend is ter plaatse van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemonderzoek verricht. - eerdere bodemonderzoeken omgeving In februari 2020 is door BK Ingenieurs B.V. een verkennend bodem- en verkennend asbest in grondonderzoek uitgevoerd op het tracé van de Goorweg in Baarle-Nassau. Op basis van de onderzoeksresultaten werd onderstaande geconcludeerd: - De bodem bestaat tot een diepte van minimaal 0,0 tot 1,1 m -mv (maximale boordiepte) uit zeer fijn zand. In de bodem zijn in de bovengrond bodemvreemde bijmengingen met menggranulaat aangetroffen. - De bovengrond bevat licht verhoogde gehalten met zink, PAK en minerale olie. De ondergrond bevat geen verhoogde gehalten. - Er is visueel asbestverdacht materiaal op het maaiveld waargenomen. - In de asbestmonsters is analytisch geen asbest aangetoond. - Met het verkennend asbest in grondonderzoek de grens voor nader onderzoek van 50 mg/kg ds niet wordt overschreden. - Indicatief getoetst aan het Bbk wordt de bodem ingedeeld in bodemkwaliteitsklasse industrie. - De hypothese 'de bodem is onverdacht op verontreinigingen boven de lokale achtergrondwaarden' is niet juist gebleken aangezien een licht verhoogd gehalte minerale olie is aangetoond. - De hypothese 'de bodem is verdacht op de aanwezigheid van asbest’ is niet juist gebleken.
- Het uitvoeren van nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Voor een volledig inzicht in de resultaten wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage [BK Ingenieurs B.V., projectnummer: 201797, d.d. 4 maart 2020].
Pagina: 9 / 26
Gecombineerd bodemonderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50250504.R001-0 22 september 2025
- eerdere saneringen locatie Voor zover bekend is ter plaatse van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemsanering uitgevoerd. - eerdere saneringen omgeving Voor zover bekend is ter plaatse van de directe omgeving van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemsanering uitgevoerd, welke in het kader van onderhavig onderzoek van belang is.
2.6. Informatie regionale achtergrondconcentraties Er is bij de gemeente en de provincie informatie beschikbaar over mogelijk regionaal verhoogde achtergrondconcentraties in het grondwater op en nabij de locatie. Op basis van de bestudeerde onderzoeksgegevens blijkt dat regionaal verhoogde concentraties zware metalen in het grondwater worden gemeten zonder dat hiervoor een duidelijke bron van verontreiniging is aan te wijzen. De concentraties zware metalen overschrijden plaatselijk de interventiewaarde. Deze verhoogde concentraties mogen als van nature verhoogde achtergrondconcentraties worden beschouwd. De locatie is volgens de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart gelegen in de kwaliteitszone achtergrondwaarde met als bodemfunctieklasse wonen.
2.7. Geo(hydro)logie Regionale geologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is afgeleid van de gegevens van de Geologische Dienst Nederland, DINOloket en het Actueel Hoogtebestand Nederland. De regionale bodemopbouw is tot circa 36 m-mv weergegeven in tabel 2.2. De hoogte ligging van het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie betreft circa 23,3 m+NAP. Tabel 2.2. Regionale geologie Diepte (m-mv) Tot -3
Formatienaam Stramproy
3-6 6-11 11-20
Waalre
20-36
Peize
Samenstelling
Kenmerk
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, fijn en grof zand, met weinig klei en zandige klei en een spoor veen, bruinkool en grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, fijn en grof zand, met weinig klei en zandige klei en een spoor veen, bruinkool en grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, fijn en grof zand, met weinig klei en zandige klei en een spoor veen, bruinkool en grind Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
Deklaag Watervoerend pakket Watervoerend pakket Scheidende laag Watervoerend pakket
Pagina: 10 / 26
Gecombineerd bodemonderzoek Kenmerk: Datum:
EJ50250504.R001-0 22 september 2025
Lokale ondiepe bodemopbouw Aan de hand van eerder uitgevoerde grondboringen op en/of nabij de locatie kan een globale beschrijving van de bodemopbouw worden gegeven. Deze globale beschrijving wordt weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.3. Globale beschrijving lokale bodemopbouw Traject (cm-mv) 0-110