3.11 - Bijlage 2 - Voortgangsrapportage RES West-Brabant 2023
Tekst van het document
West-Brabant
Slim op weg naar onze nieuwe energie! Voortgangsrapportage Regionale Energie Strategie West-Brabant 2023
Lees rapportage >
Management samenvatting
Zijn we op koers voor het realiseren van onze opgave in 2030? Ja, voor duurzame elektriciteitsopwekking zijn we al op de helft van ons bod en nog eens een kwart zit al in de harde pijplijn. Ons bod was 2,2 TWh duurzame opwek in 2030 en onze ambitie was 2,38 TWh op basis van overprogrammering en innovatie. De verwachte realisatie van onze plannen en ambitie is inmiddels zelfs 2,55 TWh vanwege autonome groei van met name grootschalig zon op dak. Met dit tempo zouden we al in 2025 op ons RES-bod kunnen zitten, áls netschaarste geen rol zou spelen. Het elektri2
Totale verwachte elektriciteitsopwek in 2030 in vergelijking met RES 1.0 ambitie
citeitsnetwerk in deze regio zit echter vol en dit kan ons doelbereik in gevaar brengen. De verwachting is dat netschaarste zeker de komende 10 jaar blijft spelen. Dit raakt ook andere opgaven zoals woningbouw, de verduurzaming van mobiliteit en industrie. Met de ontwikkeling van duurzame warmte zijn we minder ver dan voorzien. De benodigde landelijke wetgeving voor met name collectieve warmtenetten is er nog niet. Het aantal woningen dat daadwerkelijk van het gas af gaat is laag, en ook de ontwikkeling van duurzame bronnen als geothermie verloopt nog op een laag tempo. Wel zien we voortgang op besparing: het doel van 15% besparing lijkt in 2022 tijdelijk gehaald (op basis van landelijke cijfers). Deels wordt dit veroorzaakt door milde winters en de hoge gasprijzen (vanwege de Russische invasie in Oekraïne), maar we zien ook een structurele verbetering: het aantal woningen met slechte labels (E, F en G) neemt af, en het aantal woningen met energielabel A of B neemt in onze regio toe.
3 2,5 TWh per jaar
We willen als West-Brabant de elektriciteit en de warmte die we gebruiken verduurzamen. Dat is een West-Brabantse opgave én een opgave die volgt uit het Klimaatakkoord. Voor West-Brabant betekent dit het verduurzamen van ons elektriciteitsverbruik van 6,5 TWh in 2050 (exclusief industrie en mobiliteit). En daarnaast een bespaar- en verduurzamingsopgave voor warmte van 5,5 TWh in 2050 voor een aardgasvrije gebouwde omgeving in West-Brabant. Met een Regionale Energiestrategie (RES) geven we hier invulling aan. De RES gaat met name over de onderwerpen die om regionale keuzes en afstemming vragen.
2 1,5
2,55
2,38
0,51
0,40 0,74
0,77
1,24
1,27
RES 1.0
Verwachte realisatie in 2030
1 0,5 0
Wind op land
Zon op dak
Zon op veld
Liggen we op schema met de uitvoering van de afspraken en acties? We liggen goed op schema met de uitvoering van de afspraken en acties. De regio West-Brabant heeft een goed samenwerkingsproces ingericht om met knelpunten om te gaan en daarin keuzes te maken. Ook zien we lokaal veel goede voorbeelden waar we als regio van kunnen leren. Knelpunten zijn met name netschaarste en de beperkte uitvoeringscapaciteit bij gemeenten. Hier werken we actief aan.
Om inwoners goed te betrekken bij het proces vond in 2022 een Inwonersdialoog over betaalbare duurzame warmte én een Burgerforum over duurzame elektriciteitsopwekking in de toekomst plaats. Bewoners hebben duidelijke adviezen meegegeven aan de regio over bijvoorbeeld solidariteit maar ook concreet over energiebronnen, opslag en het betrekken van inwoners. Deze adviezen vormen een belangrijke basis voor nieuwe afspraken in de RES 2.0 en worden in het vervolgproces meegenomen. Het is van groot belang om ondertussen ook breed te blijven communiceren via onder andere de website en lokaal vanuit gemeenten. Bijna alle gemeenten hebben de afspraken uit de RES 1.0 en Uitvoeringsagenda opgenomen in lokaal beleid en de gemeentelijke planvorming en vergunningverlening gaat goed. De ruimtelijke consequenties van netschaarste zijn echter nog niet in alle Omgevingsvisies verwerkt. Alle gemeenten hebben een Warmtetransitievisie vastgesteld. Daarin staat wat elke gemeente als duurzame alternatieven ziet voor gas. De meerderheid van gemeenten is inmiddels ook gestart met Wijkuitvoeringsplannen. Dit gaat echter trager dan verwacht, vanwege vooral gebrek aan personele capaciteit bij gemeenten en onzekerheid als gevolg van de invoering van een nieuwe warmtewet. Het streven naar 50% of meer lokaal eigendom wordt nog niet gehaald in onze regio. Wel is er een mooi voorbeeld met het project Wind A16 3
“ Bewoners hebben duidelijke adviezen meegegeven aan de regio over bijvoorbeeld solidariteit maar ook concreet over energiebronnen, opslag en het betrekken van inwoners.”
(al gestart voor de RES). Daar wordt 25% van de winst via lokale energiefondsen geïnvesteerd in lokale besparings- en opwekkingsprojecten. Ook is er een compensatieregeling en actieve communicatie met de directe omgeving. Dit project is al in 2018 gestart en de doelstelling van 50% lokaal eigenaarschap zou in nieuw te starten projecten wel meegenomen kunnen worden, mede op basis van dit voorbeeld. Mooie voorbeelden van innovatie zien we lokaal terug, zoals solar carports in Oosterhout waarmee het zwembad aardgasvrij is. We hebben alleen nog geen harde cijfers van de hele regio om aan te geven of we onze ambitie van 0,2 TWh innovatieve projecten halen.
Voor de samenwerking met markt- en maatschappelijke organisaties heeft de regio West-Brabant een ontwikkelfonds (FRES) opgericht als opvolging van De Zonnebank Breda en St. SONS-2050. FRES heeft als doel om te helpen investeren in de ontwikkelfase van projecten en het verder professionaliseren van energiecoöperaties. Verder is er een actieve klankbordgroep van bestuurders van uitvoeringspartners waar lokale en regionale kansen voor innovatie en versnelling worden ingebracht. Dit versterkt ook het netwerk van private en maatschappelijke organisaties en de regio rond de energieopgave. In drie actietafels, gestart eind 2022, werken publieke en private partijen samen aan complexe vraagstukken en innovatieve projecten. De actietafels zijn: 1) Actietafel Smart Energy Hubs; 2) Actietafel Geothermie; 3) Actietafel Solar Carports. Vanaf 2023 verwachten we dat dit tot concrete projecten gaat leiden. Daarnaast sluiten we aan bij de gebiedsontwikkelingen in Moerdijk. Moerdijk heeft als bedrijventerrein van nationaal belang een andere schaal dan de andere bedrijventerreinen in onze regio. Niet voorzien in de RES 1.0 was de netschaarste. In 2022 zette TenneT een stop op de aansluitingen, het elektriciteitsnet was vol. Als regio zijn we met Enexis gaan kijken hoe we zoveel mogelijk projecten kunnen laten doorgaan, via het Programmeren en Prioriteren overleg.
Daarnaast zullen we als regio voor de middellange en lange termijn goed moeten kijken naar ruimtelijke keuzes, zoals het dichter bij elkaar
brengen van vraag en aanbod en/of cable pooling (het combineren van zon en wind). Doordat enkele windprojecten niet doorgaan is er een verdere onbalans in de verhouding zon en wind (nu 81/19, ver verwijderd van de systeemefficiënte verhouding van 50/50). Netschaarste zal de komende jaren nog een realiteit zijn en dit vraagt inzet van zowel de regio, provincie als het Rijk om te blijven werken aan oplossingen. Ook niet voorzien in de RES 1.0 waren de hoge gasprijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Vanaf 2022 zijn er daarom Rijksregelingen gekomen voor energiearmoedebestrijding. Zowel de gemeenten als de regio hebben hard gewerkt om bewoners van West-Brabant die het moeilijk hebben, via deze regelingen te helpen. Tegelijk zien we dat het lastig is voor gemeenten om op alles tegelijk in te blijven zetten en dat deze regelingen veel inzet vergen die niet in bijvoorbeeld de Wijkuitvoeringsplannen kan worden gestoken. Ondanks deze onvoorziene ontwikkelingen, hebben we als regio veel van onze ambities weten te halen. We zijn dus goed op weg!
afspraken en uitvoering van de RES: • Beweging 1: Van enkel opwek naar een energiesysteem van de toekomst • Beweging 2: Van sectoraal naar integraal en gebiedsgericht • Beweging 3: Van een technische naar een sociale opgave. Door hier al vroeg aandacht voor te hebben, blijven we richting 2030 wendbaar en hebben we een duidelijker koers richting 2050. Deze koers herijken we in de RES 2.0 en we leggen nieuwe afspraken vast. Op basis van signalen en geleerde lessen nemen we een aantal vragen in ieder geval mee in het proces naar RES 2.0: • Vraagt netschaarste een nieuw regionaal afwegingskader? • Wat kunnen we doen voor meer uitvoeringskracht?
• • • • •
Willen we meer samenwerking met maatschappelijke organisaties en bedrijven? Hoe verdelen we onze warmtebronnen? Hoe voorkomen we energie armoede 2.0? Hoe zorgen we dat iedereen mee kan in deze transitie? Willen we al meer zicht op de periode na 2030?
Het proces richting herijking van de RES starten we in september van dit jaar, inclusief een herijking van de Regionale Structuurvisie Warmte en Plan-MER. Naar verwachting zal eind 2024 een RES 2.0 voor akkoord worden voorgelegd aan de besturen. Geleerde lessen en signalen uit de omgeving (inclusief de adviezen vanuit bijvoorbeeld het Burgerforum), noemen we hier en nemen we mee in het proces richting de RES 2.0.
Wat komt op ons af en is belangrijk om mee te nemen in een RES 2.0? In het licht van deze maatschappelijke ontwikkelingen wordt de uitvoering van de RES complexer én urgenter. Waar moeten we als eerste mee aan de slag? We zien drie bewegingen die van invloed kunnen zijn op de reis naar duurzame energie Foto: Puditate in onze pre reris regio moluptatusa en daarmee ook op de 4
Inhoudsopgave
Management samenvatting
2
1
Aan welke opgaven werken we met de Regionale Energiestrategie?
6
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Wat is onze opgave? Wat doen we binnen de RES? Wat zijn onze afspraken? Ontwikkelingen Zicht op de voortgang
6 6 7 7 8
2
Hoe staan we ervoor?
9
2.1 2.2 2.3
Voortgang: duurzame elektriciteitsprojecten Voortgang: uitvoering warmtetransitie Voortgang: maatschappelijke beweging en innovatie
9 15 21
3
Blik op de toekomst: wat komt op ons af? 25
3.1 3.2
Drie bewegingen Inzoomen op energiesysteem van de toekomst
5
25 27
4
Richting RES 2.0
28
4.1 4.2
28
4.3
Proces Signalen en geleerde lessen die we meenemen richting RES 2.0 Tot slot
5
Bijlagen
33
Bijlage 1. Overzicht elektriciteitsopwekking per gemeente Bijlage 2. RES Monitor West-Brabant en NP-RES rekenregels Bijlage 3. Overzicht omgevingsbeleid per gemeente Bijlage 4. Voorgenomen technische innovaties op het vlak van elektriciteit Bijlage 5. Adviezen van Enexis aan de regio West-Brabant Bijlage 6. Energie armoede bestrijding Bijlage 7. Transitievisies warmte Bijlage 8. Toelichting op ontwikkelingen Moerdijk Bijlage 9. Stand van zaken adviezen Burgerforum
28 32
33 36 38 39 40 49 51 52 54
1
Aan welke opgaven werken we met de Regionale Energiestrategie? Doelen uit de RES 1.0.
1.1
Wat is onze opgave?
Het klimaat verandert in Nederland. We zijn met steeds meer mensen, we wonen en werken door heel het land, er is minder natuur en meer stikstof en onze rivieren zijn kwetsbaar. In West-Brabant zoeken we naar oplossingen en werken we aan een duurzame regio. We willen de elektriciteit en de warmte die we gebruiken verduurzamen. Dat is een West-Brabantse opgave én een opgave die volgt uit het Klimaatakkoord. Met als uiteindelijk doel om onze CO2-uitstoot in 2030 met minstens 49% te verlagen ten opzichte van het jaar 1990 (inmiddels 55%). Voor West-Brabant betekent dit onder andere het verduurzamen van het elektriciteitsverbruik van 6,5 TWh in 20501. En voor een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050 betekent dat zo’n 5,5 TWh bespaar- en verduurzamingsopgave voor warmte in West-Brabant.
1
Dit is het elektriciteitsverbruik van gebouwde omgeving, industrie, landbouw en mobiliteit, exclusief de elektrificatie van de industrie, het energieverbruik van grote verbruikers en elektrische verwarming, en gaat uit van circa 15% toename van het elektriciteitsverbruik.
6
Duurzame warmte in de gebouwde omgeving
2050
TWh
5,8 bouwde in de ggeeving om
Grootschalige duurzame elektriciteit
2030
• Op�maal benu�en regionale warmtebronnen (o.a. industrië le restwarmte, geotherm ie) • Bevorderen innova�e in warmteproduc�e en – transport • Afstemming inzet warmtebronnen (RES, TVW)
2.0 TWh win d 0,2 innova�e& zon +
Opgave van 2020 naar 2030 = 0,9 TWh plus 0,3 TWh overprogrammering • Elke gemeente draagt bij • Zon en wind zijn beide belangrijk
1 TWh = 70-100 windturbines of +/- 1000 hectare zon)
Figuur 1: Afspraken in de RES 1.0 en het Uitvoeringsprogramma
1.2
Wat doen we binnen de RES?
Met een Regionale Energiestrategie (RES) kijken we hoe we lokaal kunnen werken aan meer duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur. De RES gaat met name over de onderwerpen die om regionale keuzes en afstemming vragen. Individuele gemeenten blijven verantwoordelijk voor de
locatiekeuze en voor noodzakelijke procedures. Ze kunnen ook aanvullende keuzes maken en kaders stellen. In de RES 1.0 zijn de energie-ambities van West-Brabant uitgewerkt met een bod voor elektriciteitsopwekking, een indicatie waar in de regio dat zou passen (zoekgebieden) en waar we als regio op inzetten voor de warmtetransitie. In de RES 1.0 stonden opslag en energie infrastructuur minder centraal. De afspraken over opwek
Aan welke opgaven werken we met de Regionale Energiestrategie?
en warmte gaan over de periode 2020 tot 2030. Daarbij stond de balans met onze regionale en lokale economie, leefbaarheid en kwaliteit van landschap en natuur voorop. Inwoners, bedrijven en anderen betrokken we bij keuzes daarover. In februari 2021 is de RES 1.0 gepresenteerd en door alle organisaties vastgesteld.2
1.3
Wat zijn onze afspraken?
Ons bod in de RES 1.0 voor duurzame elektriciteit is 2,2 TWh opwek in 2030. • Daarvoor zullen we tot 2030 2,0 TWh opwekken met grootschalige wind- en zonne-energie en 0,2 TWh met innovatieve technieken • De ervaring leert dat er wind- en zonprojecten kunnen afvallen en daarom hebben we ook een ‘overprogrammering’ opgenomen in onze ambitie waarmee we op 2,38 TWh komen. • Tot slot stimuleren we de groei van kleinschalige opwek van duurzame energie – zoals zonnepanelen op woningen- naar 0,5 TWh in 2030 (niet opgenomen in ons ‘bod’). Voor verduurzaming van warmte hebben we afspraken gemaakt over besparing en ‘leren in de praktijk’ omdat er nog veel onzeker is over de 2
16 gemeenten (Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Zundert), de provincie Noord-Brabant, het waterschap Brabantse Delta, het waterschap Rivierenland en Enexis.
7
beschikbaarheid van bronnen, de ontwikkeling van nieuwe technieken en de betaalbaarheid daarvan. • We willen tot 2030 15% warmte besparen (van 5,8 TWh nu naar 4,9 TWh in 2030). • We verkennen de uitbreiding van het regionale warmtenet in gebieden met een hoge warmtevraag. • We zetten in op individuele warmtesystemen in gebieden met een lage dichtheid van warmtevraag en/of onvoldoende ruimte in de grond voor warmtenetten. • We verkennen mogelijkheden voor lokale warmtenetten met lokale bronnen. • En we benutten hernieuwbare warmtebronnen in onze regio zoveel mogelijk. Tot slot zetten we in op een maatschappelijke beweging met innovatie, regionale samenwerking met bedrijven en participatie. Dit is een belangrijk onderdeel van de West-Brabantse aanpak. • Via publiek-private RES-Deals werken we aan innovatie, warmte en lokaal eigenaarschap met een ontwikkelfonds voor collectieve projecten (voor energie coöperaties). • Bestuurders van uitvoeringspartners leveren ook een inhoudelijke bijdrage via de Klankbordgroep. Met twee keer per jaar een brede stakeholderbijeenkomst. • We zetten in op innovatieve technieken met tenminste 0,2TWh innovatieve duurzame energieopwekking, elk jaar minimaal 1 miljoen ton regionale biomassa voor grond-
• •
•
stoffen, warmte of elektriciteit en tot 2030 minimaal 10 experimenten op het gebied van warmte (met reductie van gebruik van aardgas voor meer dan 10.000 huishoudens). We streven naar 50% lokale participatie. De regio zet een breed, regionaal inwonerspanel op om de stem van inwoners een vaste plek te geven. En er worden manieren gezocht voor meer aandacht voor jongerenparticipatie. De regio communiceert over energie via een online bulletin en de website.
1.4
Ontwikkelingen
Sinds de RES 1.0 is de wereld weer een beetje veranderd. Verschillende ontwikkelingen hebben invloed op de uitvoering van onze afspraken. • Energiecrisis: De oorlog in Oekraïne raakte ons ook, met onder andere hogere gasprijzen. Dit is van invloed op de markt en heeft tot een nieuw speelveld geleid. Veel inwoners en bedrijven gingen veel bewuster met hun energiegebruik om. En het gaf de energietransitie ook een sociaal gezicht: energiearmoede werd een urgent probleem voor sommigen en hulp was nodig. Voor de overheid betekent dit ook een andere rol van stimuleren naar versnellen van zij die sneller gaan en ondersteunen van zij die anders niet meekunnen. • Netschaarste: In 2022 zet TenneT een stop op aansluitingen. Het elektriciteitsnet was vol. Dat was eerder onvoorstelbaar. Grote
Aan welke opgaven werken we met de Regionale Energiestrategie?
•
•
•
energieprojecten kregen geen aansluiting meer. In januari 2023 startte Enexis weer met het aanbieden van transportcapaciteit. Op veel plekken in onze regio is netschaarste echter nog een probleem en de verwachting is dat dit zeker de komende 10 jaar nog zal spelen. In deze Voortgangsrapportage gaan we in op verschillende oplossingsrichtingen voor ons als regio, maar ook landelijk zullen er belangrijke keuzes en grote investeringen nodig zijn om de energietransitie te ondersteunen. Stikstof: Met de stikstofcrisis gaat er (tijdelijk) een streep door sommige energieprojecten of zorgt voor flinke vertragingen. De gebouwde omgeving stoot zelf ook stikstof uit (met aardgas verbruik) en kan dus ook bijdragen aan de oplossing. Het brengt ook de toekomst van het landelijk gebied in beeld als belangrijk vraagstuk waar we ook met de energietransitie aan raken. Uitvoeringskracht: De krapte op de arbeidsmarkt is groot, veel vacatures blijven onvervuld. Toch hebben we grote ambities die van projectinitiatief, tot vergunning, tot uitvoering moeten komen. We zien dit in onze regio nu al bij de gemeenten. Verschillende Rijkregelingen moeten helpen, maar meer geld lost in dit geval niet alle tekorten op. Dit blijft een belangrijk aandachtspunt. Wet- en regelgeving: Een aantal belangrijke wijzigingen zullen van invloed zijn op de uitvoering van de RES-afspraken.
Met name: - De Omgevingswet: de invoeringsdatum 8
-
-
-
is nu januari 2024. In de Omgevingswet wordt gemeenten de bevoegdheid gegeven om bepaalde gebieden (wijken) van het gas af te sluiten, onder voorwaarde dat een volwaardig alternatieve warmtevoorziening is gerealiseerd. Verder wordt de rol van overheden juist om te regisseren in de energietransitie. Wet collectieve warmtevoorziening: deze wet regelt de afspraken rondom warmtenetten zodat consumenten worden beschermd tegen het betalen van te hoge tarieven. Onderdeel daarvan is dat een warmtenet vanaf een bepaalde omvang, voor een meerderheid in publieke handen moet zijn. Vertraagde invoering van de wet leidt tot onzekerheid binnen de hele warmteketen, dit zien we binnen onze regio ook al. Bijmengverplichting groen gas: om meer groen gas productie te stimuleren worden energieleveranciers verplicht om vanaf 2025 groen gas bij fossiel aardgas bij te mengen. In 2030 moet 20% van het geleverde gas voor de gebouwde omgeving uit groen gas bestaan. Hybride warmtepomp: het kabinet kondigde aan dat vanaf 2026 de hybride warmtepomp standaard wordt voor het verwarmen van woningen.
1.5
Zicht op de voortgang
Om zicht te houden op de voortgang van de afspraken in de RES, stellen we tweejaarlijks een voortgangsrapportage op. Ook hebben we een RES-monitor West-Brabant ontwikkeld. In deze rapportage geven we antwoord op de vragen: • Zijn we op koers voor het realiseren van onze opgave in 2030? • Liggen we op schema met de uitvoering van de afspraken en acties? • Wat komt op ons af en is belangrijk om mee te nemen in een RES 2.0?
Aan welke opgaven werken we met de Regionale Energiestrategie?
2
Hoe staan we ervoor?
2.1
Voortgang: duurzame elektriciteitsprojecten
Als we alles realiseren wat we van plan zijn, komen we iets boven de afspraken in de RES 1.0 uit. Op 2,55 TWh in plaats van 2,38 TWh zoals in de RES 1.0 is opgenomen aan ambitie en plannen (zie Figuur 2: Hernieuwbare elektriciteit).
Goed op weg om onze ambitie te halen Onze ambitie voor elektriciteitsopwekking is voor bijna de helft al gerealiseerd en nog eens een kwart zit al in de harde pijplijn. Met dit tempo zouden we zelfs al in 2025 op ons RES-bod zitten, áls netschaarste geen rol zou spelen. Dit is hieronder te zien in het overzicht uit onze RES-monitor per 31 december 2022 (voor een overzicht per gemeente, zie bijlage 1).
Van het totaal van opwek van zowel zon als wind, zijn de meeste projecten gerealiseerd of zitten in de harde pijplijn. Er staat nog 714 GWh open aan ambitie tot 2030. Zie bijlage 1 en bijlage 2 voor een toelichting op de cijfers.
WAAR STAAN WE NU?
Figuur 2: Soort elektriciteitsopwekking opgeteld per fase (peildatum 31 december 2022)
3 0, 1
5 0, 3
0, 7
8
Hernieuwbare elektriciteit (TWh)
10 0,
0,
26 0,
1,26
verwachting tot 2030
0,71
1,84
0
0,3 Wind op land
9
17
0,
0, 3
1
23
0,58
0,
harde pijplijn (concrete plannen)
22
1,26
huidig
0,6
0,9 Zon op dak
1,2
AMBITIE IN RES 1.0
In 2030 willen we in totaal 2,38 TWh elektriciteit duurzaam opwekken. Waarvan 2,0 TWh met grootschalige wind- en zonne-energie, 0,2 TWh met innovatieve technieken en tot slot een kleine ‘overprogrammering’ voor het geval projecten uitvallen. Daarnaast stimuleren we een groei van kleinschalige opwek van duurzame energie – zoals zonnepanelen op woningen– naar 0,5 TWh in 2030.
1,5 Zon op veld
1,8
2,1
2,4
2,7
• Bijna de helft van onze ambitie hebben we al gerealiseerd en nog eens een kwart zit in de harde pijplijn. Als we alles realiseren wat we van plan zijn, komen we iets boven de afspraken in de RES 1.0 uit, van 2,38 TWh naar 2,55 TWh in 2030. • De zoekgebieden zijn in lijn met de RES 1.0. Enkele gemeenten hebben lokaal de ambitie van zon op veld verschoven naar grootschalig zon op dak en we verwachten dat enkele windprojecten niet doorgaan of met minder molens. • De afspraken zijn vastgelegd in omgevingsbeleid en vergunningstrajecten lopen voorspoedig. • Netschaarste is echter wel een probleem en kan het doelbereik in gevaar brengen. Hoe staan we ervoor?
onder andere te maken met de beperkingen in het gebied vanwege radar en vliegverkeer en recente ontwikkelingen inzake het nieuw te realiseren hoofdspanningsstation (380 KV). Voor radarproblematiek wordt gezocht naar oplossingen met onder andere het ministerie van Defensie, maar daar is nog geen oplossing voor. Voor de verhouding zon/wind is het project van belang. Begin volgend jaar worden nieuwe windturbinenormeringen vastgesteld en deze kunnen van invloed zijn op de projecten in de regio. In Woensdrecht zal van de vijf geplande molens er mogelijk slechts één overblijven in het samenwerkingsproject met Zeeland (ZE-BRA). Er is veel lokale weerstand tegen de komst van de molens. Dit is een belangrijk signaal.
Figuur 3: Duurzame electriciteitsopwekking per gemeente in GWh
Minder wind en meer zon, zoekgebieden ongewijzigd In de RES 1.0 zijn geen zoekgebieden voor zon aangewezen om ruimte te bieden voor lokaal maatwerk. Lokaal zijn er kleine verschuivingen van ambitie en projecten van zon op veld naar zon op dak. De overweging hierbij is met name behoud van agrarische functies en de afweging opwek in de nabijheid van de vraag te plaatsen. Dat laatste vanwege de kleinere impact op de netcapaciteit die hieruit voortvloeit. Een bewe10
ging andersom komt overigens ook voor. Recent zijn enkele grote zon op veld projecten gerealiseerd. Voor wind op land zijn er zoekgebieden aangewezen, hierop zijn geen grote wijzigingen te melden. Op projectniveau zijn er wel ontwikkelingen. Dit zijn windprojecten die mogelijk niet doorgaan, van mogelijk tot wel 106 GWh tot 2030, wat nog niet te zien is in de cijfers. Hier is (nog) geen alternatief voor. De ontwikkeling van de ambities in Bergen op Zoom op het gebied van windenergie verloopt moeizaam. Dit heeft
1823
185
69
145
totaal aan projecten voor wind, zon op veld en grootschalig zon op dak
projecten buiten zoekgebied
projecten met lokale participatie
projecten zonder SDE subsidie Hoe staan we ervoor?
Eerste stappen richting lokaal eigenaarschap Ons streven is 50% lokaal eigenaarschap. Dit halen we (nog) niet in alle projecten in onze regio, wel zijn er al goede voorbeelden. Voor het project Wind A16 was lokaal wel steun en met 28 windmolens is het een groot project in West-Brabant. In de gemeenten Breda, Moerdijk, Drimmelen en Zundert is een constructie gevonden voor financiële participatie. Een kwart van het rendement uit de windmolens gaat naar lokale energieprojecten via een Energietransitiefonds gericht op 1) energiebesparing en 2) energie schoon opwekken. Het voldoet niet aan het streven van minimaal 50% lokale participatie, maar is een mooi voorbeeld dat navolging verdient. De 50% lokaal eigenaarschap wordt in onze regio tot nu toe nog niet gehaald. Door de lange aanlooptijd van windprojecten, kan dat wel meegenomen worden in nieuwe projecten. In 185 projecten was sprake van enige vorm van lokale participatie. Veel grootschalig zon op dak projecten (bijvoorbeeld op bedrijfsdaken) lenen zich minder voor lokale participatie. Wel verwachten we dat lokale participatie steeds vanzelfsprekender wordt. Omgevingsbeleid Bijna alle gemeenten hebben de afspraken uit de RES 1.0 en Uitvoeringsagenda opgenomen in lokaal beleid en de gemeentelijke planvorming gaat goed (zie bijlage 3 voor het overzicht per gemeente).
De ruimtelijke consequenties van netschaarste zijn echter nog niet in alle 11
BUREN VAN A16
De Burenregeling is bedoeld voor de ‘nabije’ buren van de windmolens. Het is een vergoeding om de eigen woning te verduurzamen. Bijvoorbeeld met extra isolatie, (drie)dubbel glas, zonnepanelen of een warmtepomp. Deze maatregelen geven extra wooncomfort en zorgen voor een besparing op de energierekening. De ontwikkelaars van de windmolens betalen jaarlijks €0,50 per MWh opgewekte stroom om de Burenregeling mee te financieren. Het totale bedrag wordt verdeeld onder de directe buren, zodat iedereen gelijk behandeld wordt en ieder evenveel ontvangt. Het precieze bedrag is afhankelijk van de jaarlijkse productie van de molens, maar bedraagt naar schatting €1.100 per woning, per jaar, zo lang de molens draaien. Bewoners kunnen in een app de geluidsverwachting volgen.
Omgevingsvisies verwerkt. We zien bijvoorbeeld bij Moerdijk hoeveel ruimte een uitbreiding van een hoogspanningsstation vraagt. De benodigde netverzwaringen en uitbreidingen zijn nu nog niet volledig in beeld en de ruimtelijke consequenties dus ook niet. Inzet op innovatie De ambitie in de RES 1.0 is om 0,2 TWh opwek met innovatieve technieken te bereiken. Mooie voorbeelden zien we lokaal terug zoals solar carports in Oosterhout waarmee het zwembad
aardgasvrij is. We hebben onvoldoende harde cijfers van de hele regio op dit moment om aan te geven of we onze ambitie van 0,2 TWh innovatieve projecten halen (zie bijlage 4 voor een geactualiseerd overzicht van de voorgenomen projecten uit de RES 1.0). Het ontbreekt aan een eenduidige definitie van innovatie en dit schuift ook mee met de tijd.
Hoe staan we ervoor?
BEDRIJVEN ZIJN ZELF AAN DE SLAG!
Ondernemers in Roosendaal werken aan mogelijkheden om gezamenlijk energie van en aan elkaar te (ver)kopen. Met een Energiehandelsplatform is het mogelijk om lokaal opgewekte elektriciteit aan elkaar te leveren. Zo is de stroom goedkoper voor de afnemer en de vergoeding hoger voor opwek. Dit leidt tot een betere businesscase voor energie opwek. Omdat dit een administratieve en geen fysieke uitwisseling is, is het platform geen oplossing voor netcongestie, daarvoor is een lokale Smart Energy Hub geschikt. Klik op het plaatje voor meer informatie.
Actietafel Smart Energy Hubs voor het ontwikkelen van regionale knooppunten waar vraag, aanbod, opslag en conversie samenkomen
Actietafels De Regiodeals zijn doorontwikkeld tot Actietafels, eerste resultaten volgen in 2023:
Actietafel Geothermie voor publiek-private samenwerking voor de ontwikkeling van geothermiebronnen in onze regio
Actietafel Solar Carports voor combinaties van parkeerplaatsen en zonnepanelen.
Gebiedsontwikkeling Moerdijk voor de verbinding met de grootschalige ontwikkelingen bij aanlanding van wind op zee, warmte en waterstof
De Regiodeals zijn de afgelopen paar jaar doorontwikkeld tot Actietafels. De actietafels zijn eind 2022 gestart. Zie H2.3 voor de voortgang.
12
Hoe staan we ervoor?
Zoeken naar oplossingen voor netschaarste Het elektriciteitsnetwerk in deze regio zit vol. In de zomer van 2022 kondigde TenneT een harde stop aan, er waren geen nieuwe aansluitingen meer mogelijk. Inmiddels is er weer wat ruimte gevonden, maar dat is niet genoeg om de volledige wachtrijen te bedienen. Dit betekent dat niet overal een zonneveld kan worden aangesloten en de opgewekte stroom niet kan worden gebruikt. Daardoor komen projecten stil te liggen of worden helemaal niet meer gestart vanwege de onzekerheid over het krijgen van de aansluiting. Waarom zit het elektriciteitsnetwerk in deze regio vol? 1 Er wordt steeds meer duurzame elektriciteit opgewekt via wind en zon. Die opwek aan elektriciteit is groter dan de beschikbare capaciteit op hoogspanningsstations. 2 Duurzame elektriciteit uit wind en zon is afhankelijk van het weer (wanneer het waait en/of de zon schijnt). Hierdoor zijn er grote pieken van opgewekte energie en dan wordt de opwek tijdelijk afgeremd. 3 Tot slot stijgt ook de vraag naar elektriciteit nog veel sterker dan al was verwacht. Dit zien we in de hele samenleving, zowel bij het elektrificeren van de industrie, vervoer als de gebouwde omgeving.
13
Wat kunnen we aan netschaarste doen volgens de netbeheerders? Uit een nieuwe netimpactanalyse van Enexis, blijkt dat er nog veel knelpunten zijn in onze regio (zie bijlage 5 voor de analyse en toelichting). We kunnen hier zelf ook iets aan doen. • Een betere verhouding wind/zon (nu 19/81, ver van de gewenste 50/50), dan is ‘cable pooling’ mogelijk; • Betere balans tussen opwek en afname (dus ook besparing), dichter bij elkaar ontwikkelen en meer gelijktijdigheid; • Rekening houden met beschikbare capaciteit bij bepalen opweklocaties; • Provinciale governance structuur inrichten incl. programmeringstafel en PMIEK; • De regio geeft aan welke gebieden echt belangrijk zijn voor haar doelstellingen (prioriteren); • Ruimte beschikbaar stellen en ruimtelijke procedures en vergunningstrajecten waar mogelijk versnellen t.b.v. uitbreidingen. Samen proberen we oplossingen te vinden.3 3
Om te zorgen dat energie-infrastructuurprojecten die belangrijk zijn voor de energietransitie kunnen doorgaan, heeft het Rijk een aanvullend prioriteringskader gemaakt voor investeringen in de uitbreiding van het stroomnet. Als onderdeel van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie. Het prioriteringskader gaat om investeringen in uitbreiding van de elektriciteitsnetten zoals onderstations en kabelverbindingen. Het kader gaat niet over de aansluitvolgorde van individuele klanten op het netwerk. Voor dit laatste wordt door netbeheerders onder toezicht van ACM invulling gegeven via het principe van “first come first serve”. De ACM heeft
We doen dat als RES-regio samen met de gemeenten, provincie en netbeheerders Enexis en/of TenneT. Korte termijn oplossingen netschaarste: Programmeren en Prioriteren (PeP) We hebben met de gemeenten en Enexis wel een overleg gestart om samen te kijken welke projecten we als eerste willen realiseren als we kijken naar de afspraken in de RES 1.0: het Programmeren en Prioriteren proces (PeP). Daarmee proberen we zoveel mogelijk projecten door te laten gaan, ondanks schaarste op het netwerk. We wegen projecten dan regionaal af, in plaats van lokaal. Dit werkt goed op de korte termijn. Midlange termijn oplossingen netschaarste: Pilot Integraal Programmeren Als regio deed West-Brabant in het najaar van 2022 mee aan de landelijke pilot integraal programmeren. De pilot richtte zich op mogelijke knelpunten op onderstations van Enexis (regionaal netbeheerder) en TenneT (landelijk netbeheerder) op middellange termijn (2025-2035). Onderzocht is welke belasting de komende jaren terechtkomt op alle onderstations in West-Brabant en waar die belasting vandaan komt: recentelijk aangegeven ruimte te willen bieden aan netbeheerders om in congestiegebieden voorrang te verlenen aan individuele projecten die helpen congestie te verminderen of aan projecten met een maatschappelijke functie. De RES gaat niet over individuele aansluitingen. Hoe staan we ervoor?
bijvoorbeeld van de opbrengst van zonne- en windprojecten of van extra vraag vanuit verduurzaming van de industrie, uit woningbouw, mobiliteit of landbouw. De pilot heeft bewustwording opgeleverd en inzicht in waar wel of geen knelpunten op het elektriciteitsnet te verwachten zijn. Tips voor integraal programmeren uit de pilot: • Ga niet eindeloos door met het verzamelen van data. Kies een moment waarop je besluit dat je voldoende data hebt. • Versterk bestuurlijk en ambtelijk het besef dat bij integraal programmeren ook andere disciplines betrokken moeten zijn dan alleen energie en duurzaamheid. Keuzes over energie-infrastructuur kunnen immers grote ruimtelijke en economische consequenties hebben. • Houd er rekening mee dat de ene gemeente al verder is in het bewustzijn rond integraal programmeren dan de andere. • Houd er rekening mee dat het opstellen van een energievisie, een afwegingskader en ontwikkelpaden, veel tijd kost. Lange termijn oplossingen voor netschaarste: PMIEK gestart Voor de lange termijn is het van belang dat er strategische keuzes worden gemaakt waar veel meer elektriciteit nodig gaat zijn, bijvoorbeeld voor de industrie, grote stadsuitbreidingen of energiehubs. Hiervoor levert de regio informatie 14
aan voor het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK), dat in januari dit jaar (2023) is gestart. In deze eerste ronde is veel geleerd en nog veel te verbeteren. Wel geeft het een eerste overzicht van energie infrastructuur-projecten van regionaal belang. Uiteindelijk volgt een prioritering van projecten die het meest bijdragen aan het realiseren van de maatschappelijke doelen (zoals energietransitie, woningbouw en mobiliteit). Het PMIEK wordt doorvertaald in zowel (ruimtelijk) beleid van overheden als investeringsbesluiten van netbeheerders. Daarmee geeft de PMIEK ook input voor het perspectief ‘Energie en Klimaat’ in een Ruimtelijk
Voorstel van de provincie.4 Verwachting is dat in de toekomst ook voor energie meer integrale, ruimtelijke afwegingen gemaakt gaan worden, op basis van andere kaders zoals bodem en water sturend, passend bij een meer gebiedsgerichte aanpak. Eind juni wordt de eerste PMIEK voor besluitvorming aangeboden aan Gedeputeerde Staten. 4
In december 2022 vroeg het Rijk aan provincies om het ‘ruimtelijke voorstel’ te maken en om als regisseurs de nationale opgaven (NOVI) te verbinden met de regionale. De nationale opgaven en het ruimtelijk voorstel worden opgesteld aan de hand van een drietal perspectieven: verstedelijking, landelijk gebied en klimaat & energie. Dit voorstel geeft straks inzicht of de uitvoering van de opgaven ruimtelijk mogelijk is. Het ruimtelijke voorstel zal eind 2023 leiden tot een ruimtelijk arrangement met daarin afspraken tussen Rijk en provincie. Hoe staan we ervoor?
2.2
Voortgang: uitvoering warmtetransitie
Doel warmtebesparing tijdelijk gehaald Landelijk is in 2022 het aardgasverbruik van woningen met ongeveer een kwart gedaald ten opzichte van 2021. Van deze daling komt voor ongeveer 10 procentpunt door het warmere weer in het stookseizoen. Het andere deel, ongeveer 15 procentpunt, hangt vermoedelijk samen met minder stoken door de hoge prijzen. Dit blijkt uit voorlopige landelijke cijfers van het CBS (voor onze regio hebben we nog geen specifieke cijfers). Naar verwachting zal een deel van deze besparingen structureel blijven bestaan. Als we kijken naar de energie labels in onze regio (wel regionale cijfers), dan zien we een gestage stijging van de A-labels. Besparing blijft een belangrijke stap in onze energieopgave.
15
AMBITIE IN RES 1.0
Het centrale doel voor warmte in de RES West-Brabant: in 2050 gebruiken we geen aardgas meer in de gebouwde omgeving. Maar er is nog veel onzeker over duurzame warmtebronnen. Ons doel is daarom 15% besparing in 2030 ten opzichte van 2020 (van 5,8 TWh nu naar 4,9 Twh in 2030. Daarnaast verkennen we de uitbreiding van het regionale warmtenet in gebieden met een hoge warmtevraag. We zetten in op individuele warmtesystemen in gebieden met een lage dichtheid van warmtevraag en/of onvoldoende ruimte in de grond voor warmtenetten. We verkennen mogelijkheden voor lokale warmtenetten met lokale bronnen. En we benutten hernieuwbare warmtebronnen in onze regio zoveel mogelijk. • Doel 15% warmtebesparing in 2022 gehaald (lijkt op basis van landelijk cijfers), met name door hoge gasprijzen. • Weinig voortgang op concrete plannen om woningen af te gaan koppelen van het gas. • Alle gemeenten hebben een Warmtetransitievisie vastgesteld, maar de Wijkuitvoeringsplannen komen nog niet echt van de grond. • Op de uitbreiding van warmtenetten is wel ontwikkeling. De Brabantleiding (Moerdijk-Amernet) zal naar verwachting omstreeks 2030 worden gerealiseerd. Voor meer lokale warmtenetten in het westen lopen voor drie tracés verdere verkenningen. • Ook lokale bronverkenningen lopen, zoals op aquathermie, maar een totaalbeeld ontbreekt. Er is behoefte aan een regionale bronnenstrategie.
Hoe staan we ervoor?
Warmtetranstievisies vastgesteld maar WUP’s blijven achter De transitievisies warmte zijn vastgesteld door de gemeenteraden (alleen Steenbergen volgt nog dit jaar). Hierin staat wat elke gemeente als duurzame alternatieven ziet voor gas. 12 van de 16 gemeenten zijn inmiddels ook gestart met de Wijkuitvoeringsplannen (WUP) of er loopt een aanbesteding om te kunnen starten. Zie bijlage 7 voor een overzicht per gemeente. Bij de ene gemeente is het doel om vanuit de WUP tot aardgasvrij of aardgasvrij ready te komen, bij de andere gemeente gaat het om verkennen en isoleren of om de potentie van lokale bronnen nader te verkennen. Een enkele gemeente geeft aan geen Wijkuitvoeringsplannen te maken met de wijk, maar gemeentebreed een Uitvoeringplan te maken. Dit past beter bij de lokale situatie. Personele capaciteit is in vrijwel alle gemeenten een probleem. De regelingen rond energiearmoedebestrijding vroegen vanaf 2022 veel aandacht, waardoor de WUP’s in veel gemeenten vertraging opliepen. Van 2023 tot en met 2025 zijn er twee Rijksregelingen gestart om dit te verhelpen. 1) Een tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) waarbij alle gemeenten extra geld krijgen voor drie jaar om tijdelijk capaciteit in te huren.
2) Het Landelijke Programma Lokale Warmtetransitie met extra middelen via de RES-regio voor drie jaar voor een regiocoördinator en lokale ondersteuning bij het realiseren van de warmtetransitie. 16
Figuur 3: Ontwikkeling energielabels in West-Brabant tussen 2019 en 2022
Meer zicht op uitbreiding regionale warmtenetten In de RES 1.0 West-Brabant zijn diverse mogelijke tracé’s opgenomen voor de uitbreiding van het huidige Amernet tot een groter Warmtenet Midden- en West-Brabant. Er zijn stappen genomen voor de ontwikkeling van met name de Brabantleiding en het Westelijk warmtenet (zie Figuur 3). Het tracé Moerdijk-Amernet (Brabantleiding) is een warmteleiding die in de toekomst warmte vanuit Moerdijk transporteert naar het huidige Amernet om alternatieve warmtebronnen te ontsluiten. Dit gaat aanvankelijk om warmte
uit restafvalverbranding, op termijn aangevuld met geothermie en/of industriële restwarmte vanuit o.a. Shell. Vanuit de regio zijn de provincie en de gemeenten Breda, Oosterhout, Moerdijk, Geertruidenberg en Drimmelen actief betrokken bij dit project, onder andere via de Werkgroep Verduurzaming Amernet. Dit is een belangrijke leiding voor de toekomst van de warmtetransitie in Brabant. De realisatie van de leiding is voorzien omstreeks 2030. Onzekerheid over de komst van de Wet Collectieve Warmtevoorzieningen 2.0 heeft voor een afwachtende houding gezorgd bij marktpartijen, waardoor uitbreiding van het bestaande net (tijdelijk) op een laag pitje staat. Inmiddels is wel duidelijk dat het kabinet Hoe staan we ervoor?
Daarom is er in RES-verband een eerste verken ning uitgevoerd naar de ontwikkeling van 5 tracé’s. Op basis van deze verkenning komen 3 tracé’s als meest kansrijk uit de bus voor de korte termijn: beide tracé’s vanuit Roosendaal naar Steenbergen, en het tracé Roosendaal – Bergen op Zoom. In een samenwerking tussen de gemeenten Roosendaal, Bergen op Zoom en Steenbergen en de provincie Noord-Brabant wordt gewerkt richting een haalbaarheidsstudie. Richting Woensdrecht is geen tracé geprojecteerd vanwege de grote onderlinge afstand, wel liggen hier wellicht kansen om warmte uit de Antwerpse haven te benutten. Dit wordt separaat opgepakt.
toe werkt naar een publiek meerderheidsaandeel in een warmtenet, maar over hoe dit ingevuld gaat worden is nog veel onduidelijk. Ook in het westelijk deel van de regio liggen er kansen voor ontwikkeling van (een deel van) het regionale warmtenet (Westelijk warmtenet), die relatief losstaand van deze ontwikkelingen in het oostelijke deel van de regio kunnen worden ontwikkeld. Hier zijn ook al diverse ontwikkelingen gaande: er is een concreet project (Osiris) 17
dat inmiddels SDE++-subsidie toegewezen heeft gekregen voor het transporteren van warmte vanuit Roosendaal naar twee glastuinbouwclusters in de gemeente Steenbergen (Steenbergen en Nieuw-Prinsenland). En in Bergen op Zoom en Roosendaal liggen al kleinere warmtenetten, waarvoor plannen zijn voor uitbreiding. Hier biedt een groter warmtenet kansen voor uitbreidingen en onderlinge verbinding tussen deze kleinere netten. Dit wordt binnen een aparte werkgroep verkend.
Het nieuwe warmtenet in het westen wordt ontwikkeld vanuit een kralenrijgstrategie, waarbij in eerste instantie op kleinere schaal begonnen wordt, dichtbij lokale bronnen, en delen van het net eventueel later gekoppeld kunnen worden. Dit verlaagt de risico’s. De financiële risico’s van een warmtenet zijn nog niet altijd afgedekt. Dit blijft een aandachtspunt. Ook lokale warmtenetten in onze regio In meerdere gemeenten wordt verder actief gewerkt aan lokale warmtenetten: in Terheij-den ontwikkelt het Traais Energie Collectief een lokaal warmtenet in eigendom van de energiecoöperatie (zie onderstaand kader) en in Roosendaal wordt gewerkt aan uitbreiding van het lokale warmtenet. Maar in veel andere gemeenten komt de ontwikkeling van lokale Hoe staan we ervoor?
warmtenetten nog niet echt van de grond, o.a. door de voortdurende onduidelijkheid over de marktordening (Wet Collectieve Warmtevoorzieningen 2.0), door beperkte financiële haalbaarheid of door een gebrek aan ambtelijke capaciteit. Daarnaast blijken lokale duurzame bronnen niet altijd haalbaar of rendabel zoals bleek uit enkele verkenningen voor aquathermie, zoals in Oosterhout en Geertruidenberg. Dit verschilt sterk per locatie, want op andere plekken is de businesscase juist wel interessant, zoals in Altena. Nader onderzoek en maatwerk zijn hierbij belangrijk.
Individuele oplossingen onvoldoende in beeld Individuele oplossingen (groen gas en/of all-electric) zijn in alle gemeenten een belangrijk onderdeel van de toekomstige warmtevoorziening: vrijwel alle nieuwbouwwijken worden bijvoorbeeld all-electric uitgevoerd, en voor veel kleinere kernen en/of buitengebieden zijn warmtenetten geen reële optie vanwege de beperkte dichtheid. Steeds meer individuele woningeigenaren kiezen er ook voor om hun bestaande woning aardgasvrij te maken, meestal met een all-electric oplossing. De mogelijkheden voor groen gas zijn er ook, maar door de landelijke bijmengverplichting is het nog niet als eindoplossing ontwikkeld (zie toelichting in
H1.4). Er is met name vanuit gemeenten met een lagere warmtevraag, sterk behoefte aan meer zicht op alternatieven. Zicht op warmtebronnen We krijgen steeds meer zicht op de mogelijkheden die verschillende warmtebronnen bieden. Tegelijkertijd zijn er nog veel onzekerheden. Een greep uit de belangrijkste ontwikkelingen: • De warmtevoorziening via kolen en biomassa is in een nieuw licht komen te staan: RWE heeft aangegeven het contract voor warmtelevering vanuit de Amercentrale naar het Amernet in 2027 te beëindigen. Dit betekent dat er druk gezocht wordt naar alternatieve warmtebronnen vanaf 2027.
TRAAIS WARMTENETWERK
De Traaise Energie Maatschappij legt een warmtenet aan in het centrum van Terheijden. Sinds najaar 2022 levert de Traaise Energie Maatschappij (de werkmaatschappij van het Traais Energie Collectief) duurzame warmte aan woningen in Terheijden. Dit is het eerste warmtenet in Brabant dat via het Traais Energie Collectief eigendom wordt van inwoners zelf. De warmte die het Traais Warmtenet levert komt van duurzame, eigen bronnen. De warmte maken we in de Energiebrouwerij aan de Schansstraat met duurzame stroom die lokaal wordt opgewekt. Vanaf begin 2023 is dit stroom die rechtstreeks komt van Windmolen de Noord. We werken daarnaast aan energie uit warm oppervlaktewater van de Mark dat we met een warmtepomp op de gewenste temperatuur brengen en aan geothermie, waarbij we warmte uit de bodem halen. Het Traais Warmtenet is in 2022 uitgeroepen tot het meest duurzame warmtenet van ons land.
18
Hoe staan we ervoor?
•
•
•
Daarvoor is met name de warmteleiding Moerdijk-Amer in beeld, die naar verwachting omstreeks 2030 zou kunnen worden opgeleverd. Voor de tussenperiode worden verschillende alternatieven onderzocht. De ontwikkeling van geothermie komt langzaam op gang. Uit regionale studies door Innoforte en Fakton blijkt dat geothermie een essentiële bron is voor de verduurzaming van de warmtetransitie in de regio. Onder andere het gebied rondom Moerdijk lijkt kansrijk te zijn voor de winning van geothermie. Warmtebedrijf Ennatuurlijk is van plan om hier meerdere geothermiebronnen te ontwikkelen om het Amernet van duurzame warmte te voorzien. Uit de actietafel geothermie (zie H2.3) zijn verschillende kansrijke locaties naar voren gekomen voor de ontwikkeling van geothermieprojecten en hier wordt de komende periode onderzoek naar gedaan. Voor industriële restwarmte heeft de provincie Noord-Brabant een nadere inventarisatie gedaan van de mogelijk beschikbare restwarmte in de provincie. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het warmtebronnenregister Noord-Brabant. In West-Brabant is op verschillende plekken industriële restwarmte beschikbaar, met name in Moerdijk en daarnaast in o.a. Roosendaal, Bergen op Zoom en Breda. Voor groen gas is het landschap veranderd sinds de RES 1.0. Naar verwachting wordt al het beschikbare groen gas voorlopig bijge19
•
mengd in het aardgas vanwege een stevige bijmengverplichting. Landelijk is er daarnaast voor gekozen om groen gas geen vast onderdeel van de RES te maken. Er is verder ook een provinciaal traject gericht op biogas, inclusief een plan-MER over mest die medio 2023 wordt opgeleverd. Vanaf medio 2023 gaat de provincie dan mogelijk ook een actievere rol spelen op groen gas. Regionale partijen zoals ZLTO willen hier ook een rol in spelen. Voor lokale bronnen (aquathermie, zonthermie) zijn in diverse gemeenten verkenningen uitgevoerd, die beter inzicht geven in de potentie hiervan. De ontwikkeling van deze bronnen loopt echter in een laag tempo, onder andere door slechte business cases en onduidelijkheid over de Wet Collectieve Warmtevoorzieningen 2.0. Op deze bronnen wordt vanuit de RES geen grootschalige inzet gepland. Gemeenten geven aan dat hier vooralsnog ook geen behoefte is. Zij zien dit meer als een lokale verantwoordelijkheid.
H2 15 van 16 gemeenten zien waterstof als mogelijke bron voor de toekomst
10 gemeenten zien restwarmte als haalbare warmtebron
3 gemeenten zien all-electric als enige haalbare bron op dit moment
5 gemeenten sluiten biomassa beleidsmatig uit (met name niet lokale biomassa)
Figuur 4: Inschatting haalbaarheid bronnen uit lokale Transitievisies Warmte (verkenning van oktober 2022)
Waterstof is een energiedrager en geen energiebron.
Hoe staan we ervoor?
Nieuwe ontwikkeling: energie armoedebestrijding in onze regio Door de hoge gasprijzen kwamen veel huishoudens in Nederland in de financiële problemen. Ook in West Brabant5. In 2022 is er een Rijksregeling opgezet voor energie armoedebestrijding na de stijging van de gasprijs. In antwoord op een behoefte bij gemeenten zijn lokaal succesvolle en kansrijke maatregelen naar de regio opgeschaald. Het gaat om: 1 Klusdienst georganiseerd i.s.m. de woningcorporaties. 2 Collectieve inkoop klusdienst met een marktpartij 3 Witgoedregeling 4 Concept ‘uit ons dak’ – zonnepanelen voor huurders en sociale koop met SCE-regeling 5 Pool van sociale energiecoaches Zie in bijlage 6 meer informatie over armoedebestrijding. De eerste successen zijn geboekt.
5
Uit de stresstest van CPB (juni 2022) blijkt dat deze cijfers al snel achterhaald waren en dat tussen de 9 en 15% van de huishoudens financiële problemen ondervindt door hogere energieprijzen. Daarvan hebben we geen regionale cijfers.
20
Zicht op energiearmoede Huishoudens die onder de armoedegrens komen door de energierekening
Om energiearmoede op te lossen en te voorkomen wordt regionaal ingezet op o.a. een klusbus, een witgoedregeling en energiecoaches.
<1,1% 1,1 - 1,3% 1,3 - 1,5% 1,5 - 1,8% >1,8%
Figuur 5: Huishoudens die onder de armoedegrens komen door de energierekening
KLUSBUS IN OOSTERHOUT EN DRIMMELEN
In Drimmelen rijdt al sinds september 2022 een klusbus. Vanaf februari 2023 rijdt ook in Oosterhout een klusbus rond om mensen gratis te helpen met energiebesparende maatregelen, zoals tochtstrips. De bus is een initiatief van de gemeente en woningcorporatie Thuisvester. De klusbus wordt bemand door een team van aannemers. Zij bekijken de woning, geven een advies en voeren direct kleine energiebesparende maatregelen uit. Zoals radiatorfolie, tochtstrips, ledlampen of een waterbesparende douchekop. Een maand later komen ze terug om te horen of nog extra hulp nodig is en of er nog vragen zijn.
Hoe staan we ervoor?
2.3
Voortgang: maatschappelijke beweging en innovatie
AMBITIE IN RES 1.0
We willen de uitvoering van de RES versnellen en faciliteren door afspraken te maken tussen bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties. In de RES is afgesproken dat er in iedere gemeente innovatieve projecten worden uitgevoerd en/of gesteund. WAAR STAAN WE NU?
• Er zijn drie Actietafels voor publiek-private samenwerking gestart in 2022. De eerste resultaten en concrete projecten worden verwacht in 2023. • In 2022 heeft een Inwonersdialoog over betaalbare warmte en een Burgerforum rond elektriciteitsopwekking plaatsgevonden. Bewoners hebben hun adviezen overhandigd en deze worden gebruikt in de opmaat naar de RES 2.0.
21
Actietafels gericht op leren door doen De Regiodeals zijn de afgelopen paar jaar doorontwikkeld tot Actietafels. De actietafels zijn eind 2022 gestart. De doelstelling van de actietafels is de uitvoering van de RES versnellen en faciliteren door afspraken te maken tussen bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties. Afgesproken is dat de actietafel gebruikt wordt om op basis van projecten in de regio kennis te delen over de voortgang en om handelingsperspectief te creëren voor de gemeenten, bedrijven en andere maatschappelijke partijen. De keuze voor concrete projecten zorgt voor grote betrokkenheid en energie aan de tafels. Daarnaast merken betrokkenen op dat het goed werkt voor het netwerk. Voortgang van de drie actietafels: 1 Smart Energy Hubs • In het kort: een Smart Energy Hub (SEH) is een knooppunt in een energiesysteem met afstemming tussen verschillende energiedragers op vraag en aanbod, opslag en conversie (bijv. omzetten van elektriciteit in waterstof). • Status: de eerste bijeenkomsten hebben
•
•
•
plaats gevonden. Er is een inventarisatie van te volgen projecten gemaakt en agendering van belangrijke onderwerpen (o.a. impact op netcongestie, positie hubs binnen energiesysteem en governance). Doel is inzicht krijgen in de maatschappelijke meerwaarde van SEH’s voor het regionale energiesysteem en het aanjagen en faciliteren van 4 projecten. Betrokken partijen: Cosun, Rabobank, Gemeenten (o.a. Breda, Oosterhout, Roosendaal, Etten-Leur en Altena), energiecoöperaties en onderwijsinstellingen. BOM en de provincie (vanuit “Grote Oogst”) sluiten ook aan. Trekkerschap vanuit RES-programmateam, Waterschap Brabantse Delta en de gemeente Breda.
2 Geothermie • In het kort: Geothermie komt niet vanzelf van de grond. Dit kan alleen publiek-privaat gerealiseerd worden, is gemeente-overstijgend en is van groot belang voor de regio. Deze actietafel sluit aan bij de Brabantbrede Green Deal Geothermie.
Hoe staan we ervoor?
•
•
•
•
Status: actietafel is gestart, de eerste potentiële locaties voor de ontwikkeling van aanvullende geothermieprojecten zijn in beeld. Doel: het ondersteunen van lopende geothermieprojecten en het verkennen van nieuwe concrete locaties voor ontwikkeling van geothermie, door het bij elkaar brengen van vraag (warmtegebruikers) en aanbod (potentie van geothermie). Betrokken partijen: EBN, Ennatuurlijk, Aardyn, ZLTO, BOM / Geothermie Brabant, Enpuls, gemeenten (o.a. Roosendaal, Moerdijk, Drimmelen, Breda, Oosterhout), provincie. Trekkerschap vanuit programmateam West-Brabant.
3 Solar carports • In het kort: Het gaat om de combinatie van parkeerplaatsen en zonnepanelen. Meerwaarde heeft dit vanuit meervoudig ruimtegebruik, het combineren van laadinfrastructuur met opwek op één zichtbare locatie en de koppeling met vrijetijdsbesteding. In het totaal van de RES-opgave zal dit geen grote bijdrage leveren, maar is wel zichtbaar. • Status: De actietafel is gestart. • Doel is: 3-5 initiatieven eind 2023 of tenminste inzicht in de businesscase, de ruimtelijke inpassingimplicaties en wisselwerking op het net. • Betrokken partijen: Gemeenten (o.a. AlphenChaam, Baarle-Nassau, Zundert, Rucphen), 22
•
energiecoöperaties, Cosun, Brabant geeft nieuwe energie en energie-ontwikkelaars. Trekkerschap vanuit programmateam RES West-Brabant
Gebiedsgericht Moerdijk • In het kort: Moerdijk heeft als bedrijventerrein van nationaal belang een andere schaal dan de andere bedrijventerreinen in onze regio. Moerdijk is ook al onderdeel van ‘De Grote Oogst’ benadering van de provincie en daarmee ook mogelijke leereffecten voor andere bedrijventerreinen. Zie bijlage 8 voor een overzicht van de ontwikkelingen op Moerdijk. • Doel is aangesloten zijn bij de ontwikkelingen in Moerdijk op het gebied van duurzame opwek elektriciteit, restwarmte en CO2-reductie die van grote invloed kunnen zijn op de gehele regio. • Betrokken partijen: Trekkerschap vanuit lopende project De Grote Oogst (projectleider provincie). Verder betrokken o.a. gemeente Moerdijk, Rabo, Havenbedrijf Moerdijk, VNO NCW Brabant, BOM, SHELL, REWIN, Circular Biobased Delta en programmateam RES West-Brabant. Actieve klankbordgroep voor versnelling en innovatie In onze regio is een klankbordgroep van bestuurders van uitvoeringspartners actief, waar lokale en regionale kansen voor innovatie en versnelling worden ingebracht. Dit versterkt ook
het netwerk van private en maatschappelijke organisaties en de regio rond de energieopgave. Onderwerpen zijn bijvoorbeeld: de toekomst van groen gas als deeloplossing voor duurzame warmte in onze regio; de kansen en mogelijke samenwerkingen vanuit onderwijsinstellingen; en energie hubs.
Foto: Jong-RES speelt warmtegame bij Avans Hogeschool (bron: energieregiowb.nl)
Lokale projecten aanjagen: ontwikkelfonds FRES De regio West-Brabant heeft een ontwikkelfonds opgericht als opvolging van De Zonnebank Breda en St. SONS-2050 met als doel om te helpen investeren in de ontwikkelfase van projecten en het verder professionaliseren van energiecoöperaties. Energiecoöperaties zijn essentieel voor het succes van de energietransitie. Zo kunnen burgers als lid meebeslissen en meeprofiteren van de opwek van duurzame energie bij hen in de buurt. Dat vergroot het draagHoe staan we ervoor?
vlak en versnelt de realisatie van de klimaatdoelstellingen. Mogelijk zal deze regeling de impact van de energiecoöperaties vergroten. FRES is een instrument om financiële participatie uit het Klimaatakkoord te realiseren; 50% aandelen van een project in handen van een lokale partij. FRES ondersteunt door de ontwikkelfase professioneel te organiseren en tot een realisatie te komen waarvan 50% lokaal eigendom. Dit vraagt van gemeenten om dit goed op te nemen in tendervoorwaarden, energiecoöperaties kunnen zich een gelijkwaardige partner gaan voelen, met dekking vanuit het fonds.
Inwonersdialoog over betaalbare warmte In de RES Regio West-Brabant is de wens om breed inwoners te betrekken bij de energietransitie. Om een evenwichtig beeld te krijgen wat inwoners van de regio belangrijk vinden, is er gekozen om een Inwonersdialoog organiseren. In 2022 zijn ruim 100 inwoners van West-Brabant samengekomen om de politiek advies te geven over de warmtevoorziening van de toekomst. Deze groep is via loting samengesteld. In een reeks bijeenkomsten met de titel ‘Brabant praat over betaalbare energie’ zijn zij tot de volgende adviezen gekomen:
Deze aandachtspunten zijn al in de uitvoering van de RES 1.0 meegenomen en worden in het proces naar de RES 2.0 waar nodig actief vertaald in de nieuwe afspraken. Burgerforum 2022
Bewoner bij Burgerforum: “ Ik vond windmolens altijd lelijk. Maar toen ik de jongeren hoorde [JongRES], realiseerde ik me dat windmolens voor hen net zo vanzelfsprekend zijn als elektriciteitsmasten dat voor mij zijn. Ze zagen windmolens zelfs
ADVIEZEN UIT HET INWONERSDIALOOG DUURZAME WARMTE
Vooraf: Mensen zien goed de complexiteit van het vraagstuk en tegelijkertijd is er behoefte aan zekerheid en duidelijkheid, want mensen willen niet in een experiment wonen. Adviezen: 1. Noodzaak voor verduurzaming warmte wordt gedeeld 2. Vertrouwen is het allerbelangrijkste, anders liever zelf de regie 3. Behoefte aan informatie 4. Nu een te groot verschil tussen huurders en eigenaren 5. Solidariteit voor een goede oplossing voor iedereen Tot slot: Menig burger lijkt bereid extra kosten voor nieuwe vormen van verwarming te willen dragen, mits er ook garanties zijn dat de scenario’s de goede weg zijn om te bewandelen en dat voldoende comfort behouden blijft. .
23
als symbool van onafhankelijkheid [van Rusland] en voor een duurzame toekomst. Ik ging er toen wel even anders naar kijken.”
In de periode mei – september 2022 is in West-Brabant een burgerforum gehouden voor de RES. In een Burgerforum gaan mensen met elkaar in gesprek om tot een advies te komen over een ingewikkeld maatschappelijk vraagstuk. Een geloot gezelschap van West-Brabanders is vijf keer bij elkaar gekomen om te praten over grootschalige opwek en wat zij belangrijk vinden voor een eerlijke verdeling van energiebronnen. Voor deze reeks van bijeenkomsten hebben we de principes van een burgerHoe staan we ervoor?
beraad gevolgd. Dat betekent dat de mensen eerst kennis hebben gemaakt met elkaar en met het vraagstuk. Vervolgens zijn we van ideeën naar adviezen gegaan en tot slot heeft het forum gestemd over de adviezen. De adviezen die op 75% of meer van de stemmen konden rekenen zijn aangenomen. West-Brabant is de eerste energieregio waar inhoudelijk met inwoners in de vorm van een Burgerforum is gepraat over grootschalige opwek. Hier kwamen de volgende adviezen uit :
ADVIEZEN UIT BURGERFORUM:
Energiebronnen 1. Duidelijke normen toepassen voor bepalen veiligheid en beschermen gezondheid 2. Voor de korte termijn is het logisch om op zon en wind in te zetten, voor de lange termijn ook andere bronnen onderzoeken en daar tijdig en open over communiceren 3. Meer aandacht voor afval/recycling van materialen na levensduur van duurzame opwek 4. Groen gas als serieuze optie onderzoeken voor de zuidelijke helft van West-Brabant Energienet en opslag 5. Verlagen van piekbelasting door energie (tijdelijk) op te slaan 6. Energiehubs stimuleren 7. Stimuleren kleinschalige opslag van energie bij particulieren 8. Cable pooling stimuleren Landschap en ruimte 9. Locatie voor opwek kiezen op basis van kenmerken van het landschap 10. Logische verdeling op basis van mogelijkheden van het netwerk 11. Logische nationale verdeling Betrekken van inwoners 12. Actief benaderen van inwoners via alle kanalen 13. Meer collectief organiseren van verduurzamings- en besparingsopgaven in de gebouwde omgeving 14. Delen lusten en lasten, op het moment dat er grootschalige opwek bij jou in de buurt komt, dan moet je daar ook van profiteren en hulp krijgen bij eventuele problemen die je ondervindt Energietransitie algemeen 15. Stimuleren van OV in gebruik, maar ook in infrastructuur 16. Grootgebruikers stimuleren bewuster met energieverbruik om te gaan 17.