3.10 - Bijlage 1 - Evaluatieverslag 2025
Tekst van het document
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Evaluatieverslag 2025 VTH Gemeente Baarle-Nassau
1
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Inhoudsopgave
1. Inleiding………………………………………………………………………………………blz. 3 2. Highlights afgelopen jaar……………………………………………………………...blz. 4 3. Interbestuurlijk toezicht…………………………………………………………………blz. 5 4. Samenwerking met de ketenpartners………………………………………………blz. 8 5. Terugblik doelstellingen……………………………………………………………......blz. 10 6. Kritieke massa en kwaliteitscriteria………………………………………………..blz. 26 Bijlage 1: T3 rapportage Bijlage 2: Jaarstuk Veiligheidsregio Bijlage 3: Jaarstuk Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
2
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
1. Inleiding De evaluatierapportage geeft, op basis van artikel 13.11 van het Omgevingsbesluit, een evaluatie van de thema’s uit het uitvoeringsprogramma VTH en blikt terug op het afgelopen jaar. In het verslag wordt inzicht gegeven in de mate waarin de doelstellingen uit het uitvoerings- en handhavingsprogramma 2025 (hierna: programma) en uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2029 (hierna: strategie) zijn gerealiseerd en hoe deze zich verhouden tot de behaalde resultaten. Ook de inzet van samenwerkingspartners is in dit verslag meegenomen, waaronder die van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en de Regio West-Brabant (regioarcheologie). De uitkomsten van deze evaluatie vormen het vertrekpunt voor het programma VTH 2026. Op basis daarvan worden prioriteiten, doelstellingen en de benodigde formatie opnieuw bekeken en waar nodig aangepast. Ook wordt beschreven welke activiteiten het komende jaar worden uitgevoerd en op welke manier hier invulling aan wordt gegeven. Daarbij gaat om de taken die de gemeente op grond van de Omgevingswet uitvoert binnen de fysieke leefomgeving. Procedure De evaluatierapportage en het uitvoeringsprogramma worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Na vaststelling worden beide documenten ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad.
In het kader van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) worden de evaluatierapportage en het programma daarnaast ter beoordeling voorgelegd aan de provincie. Interbestuurlijk toezicht Het team Interbestuurlijk Toezicht van de provincie Noord-Brabant houdt toezicht op de wijze waarop gemeenten hun wettelijke taken uitvoeren en hier beleid op voeren. Deze taken vloeien voort uit wettelijke verplichtingen, waaronder de Omgevingswet. De monitoring en evaluatie van deze taken vormt een belangrijk onderdeel van de zogenoemde Big-8-cyclus. Jaarlijks beoordeelt de toezichthouder van de provincie Noord-Brabant of gemeenten de regels rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op de juiste wijze uitvoeren. Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant hebben hiervoor het Beleidskader Toekomstbestendig Bestuur 2030 vastgesteld. Op basis van dit kader wordt beoordeeld hoe gemeenten functioneren binnen de verschillende toezichtsdomeinen. De evaluatierapportage 2024, het programma 2025 en de strategie 2026-2030 van de BaarleNassau zijn door de provincie Noord-Brabant beoordeeld met de score ‘voldoet’. Voor deze beoordeling moet een score van minimaal 80% worden behaald. De gemeente Baarle-Nassau heeft een score van 83,33% behaald. De U&H-documenten zijn twee jaar achtereen te laat vastgesteld, waardoor de gemeente onder toezicht is geplaatst.
Hier is zowel het collega als de gemeenteraad eerder over geïnformeerd. De verbeterpunten die uit deze beoordeling naar voren kwamen, zijn opgenomen in al onze VTH-documenten. 3
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
2. Highlights van 2025 In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij een aantal belangrijke punten uit het afgelopen jaar die met name betrekking hebben op het proces en de organisatie van de VTH-taken. Het gaat hierbij niet zozeer om inhoudelijke casuïstiek, maar om ontwikkelingen en aandachtspunten die invloed hebben gehad op de manier waarop het team werkt en het uitvoeringsprogramma wordt uitgevoerd. Deze punten geven een beeld van waar in het afgelopen jaar extra aandacht naar is uitgegaan, bijvoorbeeld op het gebied van kwaliteitscriteria, systemen, formatie en interne werkwijze. Bij de verdere uitvoering van het integraal uitvoeringsprogramma wordt hier rekening mee gehouden. •
•
• •
•
•
In het afgelopen jaar is veel aandacht besteed aan het voldoen aan de kwaliteitscriteria. Dit traject is inmiddels afgerond. De aanbevelingen die hieruit naar voren zijn gekomen worden in de loop van dit jaar verder opgepakt. De werkprocessen van het cluster APV/Bijzondere Wetten, de handhavingsjuristen en de juristen van Vergunningen zijn uitgewerkt zodat ook deze processen toegevoegd kunnen worden aan het systeem CLO, waarmee het cluster Vergunningen en Toezicht al werkt. Binnen het team is in het afgelopen jaar extra aandacht besteed aan het juist registeren van de uren. Dit blijft ook in de komende periode een aandachtspunt. Naar aanleiding van het toezichtsoordeel van de provincie is in augustus vorig jaar een verbeterplan opgesteld. Hieruit zijn verschillende actiepunten voortgekomen. Deze actiepunten vormden in het afgelopen jaar een belangrijk uitgangspunt en blijven ook in het komende jaar een rode draad in het proces. Het blijft een uitdaging om te komen tot een stabiele en volledige bezetting binnen cluster toezicht. Binnen het cluster is ruimte voor vijf toezichthouders, waarvan momenteel drie functies zijn ingevuld. Voor de twee openstaande posities wordt geworven, waarbij één functie via detachering wordt ingevuld en de andere via een vaste aanstelling. De geformuleerde doelen sloten aan bij de toenmalige personele bezetting en waren bewust realistisch gehouden.
Hiermee werd voorkomen dat verwachtingen werden gewekt die, gezien de capaciteit binnen cluster toezicht, niet haalbaar waren. Uitgangspunt was om met de beschikbare middelen zo effectief mogelijk te handelen. 4
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
•
•
•
• •
Tegelijkertijd is en wordt ingezet op het aantrekken van nieuwe medewerkers, al blijkt dit in de praktijk een lastige opgave. Er is bewust voor gekozen om de ambities niet te hoog te leggen en daarmee onnodige druk op de medewerkers te voorkomen. Met de beschikbare bezetting is veel werk verzet. Gezien de onzekerheid rondom de personele ontwikkeling richting 2026, wordt terughoudend omgegaan met het verhogen van de ambities. Eerst ligt de focus op het realiseren van een stabiele basis, waarna wordt bezien of en in hoeverre de ambities kunnen worden bijgesteld. Op 1 april 2025 is een collega, die ingehuurd was op basis van een detavast overeenkomst, in ABG dienst gekomen als junior omgevingsadviseur bij het team vergunningen. Een omgevingsadviseur is helaas voor 50% ziek geworden. Omdat het herstel wat langer gaat duren hebben we tijdelijke vervanging ingehuurd om de uren op te vangen. We maken nog steeds gebruik van een flexibele schil waarvoor een structureel inhuurbudget is toegekend. Eind 2024 en begin 2025 is door bureau Senze een capaciteitsonderzoek uitgevoerd voor de teams Vergunningverlening en Toezicht, mede vanwege de hoge werkdruk en de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Uit het onderzoek blijkt dat beide teams te maken hebben met een tekort aan formatie.
Voor team Vergunningverlening kan dit grotendeels worden opgevangen met het budget uit de legesopbrengsten, maar voor team Toezicht blijft een structureel tekort bestaan van circa 2 fte binnen de ABG-organisatie. Daarnaast blijft team Vergunningverlening ook afhankelijk van het structureel toegekende inhuurbudget.
3. Interbestuurlijk toezicht In dit hoofdstuk wordt teruggeblikt op het jaar 2025. Deze terugblik is gebaseerd op het rapport van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) van de provincie en op de doelstellingen zoals opgenomen in het uitvoeringsprogramma 2025. IBT-rapporten Een van de kerntaken van de provincie is het uitvoeren van interbestuurlijk toezicht (IBT). Dit houdt in dat de provincie toezicht houdt op de wijze waarop gemeenten hun wettelijke taken uitvoeren. In de Omgevingswet zijn regels vastgelegd waaraan overheden moeten voldoen bij de uitvoering van de VTH-taken. De provincie beoordeelt of gemeenten de uitvoering van deze taken zodanig hebben ingericht dat deze op een adequate manier plaatsvinden. Op basis van de meest recente beoordelingscyclus heeft de provincie de gemeente op in totaal 17 aspecten beoordeeld. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de actualiteit van beleid en documenten, de tijdigheid van aanlevering, de inhoudelijke kwaliteit van documenten en de borging van de continuïteit van de uitvoering. De provincie toetst deze onderdelen en kent daarbij de volgende beoordelingen toe: - Voldoet - Voldoet gedeeltelijk - Voldoet niet 5
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
De volgende aandachtspunten zijn naar voren gekomen: Evalueren B&W jaarlijks over de naleving van de actuele kwaliteitscriteria U&H voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst en doen zij daarover mededeling aan de gemeenteraad? Als blijkt dat de kwaliteitscriteria U&H niet zijn of niet konden worden nageleefd, motiveren B&W dan de reden waarom en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd? Tekortkomingen: De evaluatierapportage geeft geen inzicht in het opleidingsniveau, de beschikbare personele capaciteit (frequentie-eis) en in welke mate de activiteiten van het betreffende deskundigheidsgebied worden uitgevoerd. Evenmin is inzichtelijk welke deskundigheidsgebieden door de werkorganisatie zelf worden uitgevoerd en welke worden uitbesteed aan de OMWB, de VRMWB of andere externe partijen. Verbeterslag: De ABG-organisatie heeft Senze gevraagd om opnieuw te inventariseren en te actualiseren in hoeverre er wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria 3.0 voor deel B (kritieke massa). Aanvullend wordt er tijdens dit onderzoek door middel van een nulmeting in beeld gebracht in hoeverre de ABG-organisatie voldoet aan de competentieprofielen uit de kwaliteitscriteria 3.0 (deel D). Daarbij wordt zowel kwalitatief als kwantitatief gekeken naar de kwaliteitseisen en de verschillende deskundigheidsgebieden. Ook wordt een opleidingsplan opgesteld.
Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt welke deskundigheidsgebieden door de werkorganisatie zelf worden uitgevoerd en welke werkzaamheden worden belegd bij externe partners, zoals de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, de RWB (archeologie). Daarnaast zijn actiepunten geformuleerd om de structurele borging te verbeteren en herhaling van deze tekortkomingen in de toekomst te voorkomen. Deze actiepunten zijn: • Bij elke evaluatierapportage worden de kwaliteitscriteria opnieuw beoordeeld en meegenomen in de rapportage. • In de evaluatie wordt expliciet aangegeven of aan de kwaliteitscriteria wordt voldaan. Wanneer hiervan wordt afgeweken, worden de redenen en de bijbehorende borgingsmaatregelen toegelicht. • Indien actualisatie nodig blijkt, worden tijdig passende acties in gang gezet. • De evaluatie en eventuele wijzigingen worden structureel meegenomen in de mededeling aan de gemeenteraad. Gaan B&W in de uitvoerings- en handhavingsstrategie ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed?
6
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Tekortkomingen: De uitvoerings- en handhavingsstrategie gaat niet in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed. Verbeterslag: In de uitvoerings- en handhavingsstrategie is dit onderdeel inmiddels expliciet opgenomen. In de eerdere situatie werd het onderwerp cultureel erfgoed wel betrokken in de risicoanalyse en de daaruit voortvloeiende prioritering, maar dit was nog niet afzonderlijk beschreven in de strategie zelf. Deze aanbeveling is inmiddels opgevolgd door het onderdeel cultureel erfgoed expliciet op te nemen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie. Daarmee is verduidelijkt hoe uitvoering en handhaving op dit onderdeel worden ingevuld. Is de U&H-strategie naar aanleiding van de evaluatierapportage U&H bezien en bij gebleken noodzaak aangepast? Tekortkomingen: Uit de vorige evaluatie was dat niet duidelijk geformuleerd. Verbeterslag: We hebben de U&H-strategie geëvalueerd en naar aanleiding daarvan aangepast. De aangepaste strategie is vervolgens door het college vastgesteld en naar de provincie verzonden. Daarbij zijn de aanbevelingen uit het beoordelingsformulier van IBT in de strategie opgenomen. Gaat de evaluatierapportage U&H in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het bestemmingsplan c.q.
omgevingsplan? Tekortkomingen: De evaluatierapportage gaat inhoudelijk, afgezien van de prioritering, niet in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed. Verbeterslag: We hebben het jaarverslag van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit toegevoegd. Er is een directe samenwerking tussen de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de Provincie en het Monumentenhuis Gaan B&W in de uitvoerings- en handhavingsstrategie ook in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan? Tekortkomingen: De uitvoerings- en handhavingsstrategie gaat niet in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan. 7
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Verbeterslag: In de uitvoerings- en handhavingsstrategie is de uitvoering en handhaving van de regels uit het omgevingsplan inmiddels expliciet beschreven. Hiermee is verduidelijkt op welke wijze uitvoering en toezicht op deze regels plaatsvinden en hoe dit onderdeel binnen de strategie is geborgd. Het jaarverslag van de CRK (Commissie Ruimtelijke Kwaliteit) biedt daarnaast een overzicht van de verrichte werkzaamheden van de commissie. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de uitgebrachte adviezen bij aanvragen voor omgevingsvergunningen, onder andere met betrekking tot rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Rapporteren B&W jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma uitvoering en handhaving heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? Tekortkoming De in § 3.1 (Prioriteiten, doelstelling en verwachting) aangehaalde doelstelling is geen doelstelling die is geformuleerd in § 4.2 (Programmering 2024) van het Uitvoeringsprogramma VTH 2024. Er is geen relatie tussen de doelstellingen uit het Uitvoeringsprogramma VTH 2024 en de evaluatierapportage. Verbeterslag In de rapportage wordt voortaan expliciet ingegaan op de mate waarin het uitvoeringsprogramma uitvoering en handhaving daadwerkelijk is uitgevoerd.
Daarbij wordt ook duidelijk gemaakt in hoeverre de uitvoering heeft bijgedragen aan het behalen van de gestelde doelstellingen. Stellen B&W de evaluatierapportage jaarlijks vóór 1 mei vast? Tekortkomingen: De evaluatierapportage is minder dan een maand ná 30 april 2025 bestuurlijk vastgesteld. Daarmee wordt niet voldaan aan de Verordening systematische toezichtinformatie NoordBrabant 2025. Verbeterslag: Om dit te voorkomen is dit jaar eerder gestart met het opstellen van de uitvoerings- en handhavingsdocumenten. Hierdoor kan de evaluatierapportage tijdig worden afgerond en zal deze dit jaar binnen de gestelde termijn bestuurlijk worden vastgesteld.
4. Samenwerking met de ketenpartners De uitvoering van de taken binnen team VTH staat niet op zichzelf en vraagt om een nauwe samenwerking met verschillende partners. Om de dienstverlening goed vorm te geven, wordt structureel afgestemd met partijen die ieder vanuit hun eigen expertise bijdragen aan het geheel. 8
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Vooral binnen de basistaken in het omgevingsrecht speelt samenwerking een grote rol. Daarbij wordt onder andere samengewerkt met constructief adviesbureau, de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, de veiligheidsregio (brandweer) en specialisten op het gebied van cultuurhistorie. Constructief adviesbureau Met Bureau Stantec wordt samengewerkt op het gebied van bouwplantoetsing, constructietoetsing en toetsing op het gebied van akoestiek en milieu (bodem). Medewerkers van het bureau zijn regelmatig op locatie aanwezig, waardoor er snel kan worden afgestemd en de lijnen kort zijn. De samenwerking verloopt prettig en er wordt actief meegedacht. Periodiek vindt er een evaluatie plaats. Binnen de ABG-organisatie is ervoor gekozen om de bouwtechnische beoordelingen uit te besteden aan Stantec. Specialistische kennis, met name op het gebied van constructieve veiligheid, is daardoor extern belegd en op die manier geborgd. Samenwerking met de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant De omgevingsdienst geeft aan dat binnen het milieudomein wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen, zowel wat betreft bezetting als deskundigheid. De uitvoering wordt binnen de omgevingsdienst strak gemonitord, waarbij wordt gestuurd op afgesproken termijnen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het opleveren van controlerapportages en het uitvoeren van hercontroles.
In de meeste gevallen blijven de doorlooptijden binnen de gestelde normen. Alleen in situaties waarin aanvullende informatie of extra onderzoek nodig is, kan dit langer duren. Naast de geplande controles wordt de omgevingsdienst ook regelmatig gevraagd om tussentijds controles uit te voeren. Aan deze verzoeken wordt doorgaans snel en zorgvuldig opvolging gegeven. De afstemming tussen gemeente en omgevingsdienst verloopt soepel. Er is frequent contact en de lijnen zijn kort, wat bijdraagt aan een efficiënte samenwerking. De gemeentelijke contactpersoon sluit daarnaast aan bij regionale overleggen met andere gemeenten die met de omgevingsdienst samenwerken. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant - Risicogericht toezicht Brandweer Gedurende het jaar vinden meerdere overlegmomenten plaats tussen de brandweer en team VTH. Tijdens deze overleggen worden lopende zaken besproken en wordt vooruitgekeken naar aankomende projecten en aandachtspunten. Ook wordt stilgestaan bij de samenwerking in de praktijk. De jaarstukken van de veiligheidsregio (brandweer) zijn als bijlage toegevoegd. De samenwerking verloopt prettig en de lijnen zijn kort. Dit komt onder andere tot uiting bij het aanvragen van een evenementenadvies. Voorafgaand aan het verlenen van een vergunning ontvangt de gemeente een advies van de brandweer, dat direct wordt meegenomen in de beoordeling.
Dit zorgt voor een duidelijk en efficiënt proces. Voorafgaand aan de overleggen wordt een agenda opgesteld, zodat helder is welke onderwerpen worden besproken. Waar nodig worden afspraken en actiepunten vastgelegd en opgevolgd.
9
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant richt haar toezicht primair op locaties waar de fysieke veiligheidsrisico’s het grootst zijn. Daarbij ligt de nadruk op het vergroten van het veiligheidsbewustzijn, met name op het gebied van brandveiligheid, bij eigenaren en gebruikers van objecten. Binnen het basistakenpakket heeft het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant prioriteiten vastgesteld die aansluiten bij de doelstellingen van de Omgevingswet. Deze zijn gericht op het waarborgen van fysieke veiligheid en het beperken van maatschappelijke ontwrichting. Daarbij staan de volgende uitgangspunten centraal: -
het bevorderen van veilige bouwwerken en een veilige leefomgeving; het versterken van de zelfredzaamheid en samenredzaamheid binnen de samenleving; het beschermen van (zeer) kwetsbare groepen; het faciliteren van effectieve en veilige hulpverlening.
Regio-archeologie West-Brabant De archeologische expertise wordt regionaal georganiseerd via de Regio West-Brabant, waarbij de regio-archeoloog formeel is ondergebracht bij de gemeente Oosterhout. Binnen deze samenwerking is vastgelegd dat de betrokken archeologische specialisten voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. Dit is opgenomen in een wederzijdse verklaring. Tegelijkertijd is hierin bevestigd dat de gemeente Baarle-Nassau gebruikmaakt van de aanwezige kennis en deskundigheid binnen de regio, zodat archeologische vraagstukken op een zorgvuldige en consistente manier worden opgepakt.
5. Terugblik doelstellingen In dit verslag is zowel teruggekeken op de strategie als op het programma. Dit heeft ermee te maken dat deze destijds door verschillende opstellers zijn uitgewerkt. Om te voorkomen dat onderdelen buiten beeld blijven, is ervoor gekozen om beide apart te behandelen. Eerst volgt een terugblik op de doelstellingen uit de strategie (paragraaf 5.1), daarna op het programma (paragraaf 5.2). 5.1 Terugblik strategie In het uitvoerings- en handhavingsprogramma 2025 en de uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2029 zijn verschillende doelen en subdoelen vastgesteld. Deze zijn uitgewerkt in KPI’s, zodat ze concreet en meetbaar zijn. In de strategie zijn de doelstellingen op hoofdlijnen beschreven, terwijl in het uitvoeringsprogramma op operationeel niveau verder wordt uitgewerkt hoe deze in de praktijk worden uitgevoerd. De doelen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de strategie. Per doel is weergegeven wat dit heeft opgeleverd. De doelstellingen voor 2026 zijn per hoofdstuk en/of paragraaf in dit rapport opgenomen. Daarbij is opnieuw aansluiting gezocht bij de strategie en zijn ook recente ontwikkelingen meegenomen. Onder ieder doel zijn deze ontwikkelingen in cursieve tekst weergegeven.
10
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Volledig toezicht en handhaving op alle onderdelen is in de praktijk niet haalbaar. Dit is eerder vastgesteld en geldt ook landelijk als uitgangspunt. Daarom wordt ingezet op het zoveel mogelijk beperken van risico’s. Een belangrijk onderdeel van de strategie is het in kaart brengen van risico’s en mogelijke effecten binnen de taakvelden vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit gebeurt aan de hand van een risicoanalyse. Op basis van deze analyse wordt een prioritering opgesteld. Deze prioritering vormt het vertrekpunt voor de verdere uitwerking van de strategie. De beschikbare capaciteit voor toezicht en handhaving wordt vervolgens gericht ingezet op de onderwerpen waar de risico’s het grootst zijn. Net als in voorgaande jaren ligt het accent van het toezicht daarbij voornamelijk op aspecten die betrekking hebben op veiligheid en gezondheid. De abstracte doelstellingen zijn geëvalueerd en worden voor het komende jaar gehandhaafd. Ook de KPI’s blijven in stand, omdat deze nog steeds actueel zijn. Ons aanbod moet dichtbij de inwoners georganiseerd worden en passend zijn bij de behoefte en de schaal van de kern, terwijl we streven naar een veilige woon-, leef-, werk- en recreatieomgeving voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers. • Het beschermen en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving.
• Het waarborgen van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving waar inwoners, ondernemers en bezoekers zich prettig voelen. 1. De veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en kwaliteit van de fysieke leefomgeving worden beschermd en, waar mogelijk, verbeterd. 2. Risico’s die voortvloeien uit bepaalde activiteiten worden tot een minimum beperkt. 3. We stimuleren de (eigen) verantwoordelijkheid van onze inwoners, ondernemers en organisaties. 4. We werken samen met inwoners, ondernemers, organisaties en ketenpartners op een dienstbare en faciliterende wijze, met respect voor ieders verantwoordelijkheden. De bovenstaande pijlers richten zich onder andere op drie onderwerpen die structureel aandacht vragen binnen de gemeente en prioriteit is gesteld. Deze onderwerpen kennen een relatief hoog risico binnen het handhavingsdomein. 1. Strijdig gebruik en bouwen; 2. Sloopactiviteiten (Melding slopen met asbest) 3. Rijksmonumentactiviteiten
11
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Vergunningen: Toezicht: Handhaving: ➔ In ten minste 60% van ➔ Bij minimaal 50% van ➔ 50% van de de gevallen waarbij de gecontroleerde handhavingsbeslissingen conceptverzoek wordt vergunningen wordt leidt tot beëindiging van ingediend, resulteert geen overtreding de overtredingen. dit in een volledige en aangetroffen. ➔ 50% van de correcte aanvraag. ➔ Bij minimaal 50% van handhavingsverzoeken ➔ 100% van de de controles (op worden binnen de vergunningaanvragen basis van meldingen wettelijk vastgestelde worden binnen de en/of direct termijn afgehandeld. termijn van orde toepasselijke regels) ➔ Minimaal 50% van de beoordeeld. wordt geen beschikkingen blijft ➔ Minimaal 95% van de overtreding standhouden na beschikkingen blijft aangetroffen. bezwaar en/of (hoger) standhouden na ➔ 100% van de beroep. bezwaar en/of ingekomen klachten (hoger) beroep. wordt binnen 10 werkdagen in behandeling genomen.
-
We vervullen een faciliterende rol en denken in mogelijkheden, gericht op het bevorderen van initiatieven en ontwikkelingen. We hanteren een integrale benadering van vraagstukken. We stimuleren en bevorderen eigen verantwoordelijkheid en naleefgedrag van onze inwoners, ondernemers en organisaties. We onderhouden contact met onze inwoners, ondernemers en organisaties. We beoordelen adequaat waar, wanneer en welke risico’s zich kunnen voordoen. We handelen effectief en efficiënt om administratieve en toezichtslasten te minimaliseren. We waarborgen rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.
Vergunningen: Toezicht: Handhaving: ➔ Iedere aanvraag heeft ➔ Toezicht wordt, waar ➔ De landelijke één vast mogelijk, integraal handhavingsstrategie aanspreekpunt. uitgevoerd. wordt nageleefd. ➔ We verwerken iedere ➔ De diepgang van het ➔ Directe actie wordt aanvraag zo snel toezicht wordt ondernomen bij mogelijk binnen de bepaald door het overtredingen die wettelijke risico van de direct gevaar beslistermijnen. activiteit. opleveren. ➔ De diepgang van de ➔ Het toezicht wordt op ➔ Alle verzoeken tot toetsing van een een effectieve en handhaving worden aanvraag hangt af efficiënte manier behandeld. van het risico van de uitgevoerd. activiteit. • •
12
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Volledig toezicht en handhaving op alle onderdelen is in de praktijk niet haalbaar. Dit is eerder vastgesteld en geldt ook landelijk als uitgangspunt. Daarom wordt ingezet op het zoveel mogelijk beperken van risico’s. Een belangrijk onderdeel van de strategie is het in kaart brengen van risico’s en mogelijke effecten binnen de taakvelden vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit gebeurt aan de hand van een risicoanalyse. Op basis van deze analyse wordt een prioritering opgesteld. Deze prioritering vormt het vertrekpunt voor de verdere uitwerking van de strategie. De beschikbare capaciteit voor toezicht en handhaving wordt vervolgens gericht ingezet op de onderwerpen waar de risico’s het grootst zijn. Net als in voorgaande jaren ligt het accent van het toezicht daarbij voornamelijk op aspecten die betrekking hebben op veiligheid en gezondheid. De abstracte doelstellingen zijn geëvalueerd en worden voor het komende jaar gehandhaafd. Ook de KPI’s blijven in stand, omdat deze nog steeds actueel zijn. De KPI’s uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie zijn per cluster als volgt geformuleerd: Vergunningen Omgevingswet ➔ In ten minste 60% van de gevallen waarbij conceptverzoek wordt ingediend, resulteert dit in een volledige en correcte aanvraag. ➔ 100% van de vergunningaanvragen worden binnen de termijn van orde beoordeeld.
➔ Minimaal 95% van de beschikkingen blijft standhouden na bezwaar en/of (hoger) beroep. Voor vergunningen geldt dat we de bovenstaande ambities hebben behaald. Terugkijkend op de aantallen kan worden vastgesteld dat er in 2025 veel werkzaamheden zijn uitgevoerd onder het nieuwe stelsel van de Omgevingswet. In datzelfde jaar zijn de werkprocessen, sjablonen en de ICT-inrichting waar nodig aangepast en verder verbeterd om beter aan te sluiten bij de nieuwe werkwijze. Daarnaast gaan ook de juristen van vergunningverlening en de collega’s van APV en de handhavingsjuristen werken met het systeem CLO. Eind 2025 is daarom gestart met het uitwerken van de bijbehorende werkprocessen en het verbeteren van de gebruikte sjablonen. Toezicht ➔ Bij minimaal 50% van de gecontroleerde vergunningen wordt geen overtreding aangetroffen. ➔ Bij minimaal 50% van de controles (op basis van meldingen en/of direct toepasselijke regels) wordt geen overtreding aangetroffen. ➔ 100% van de ingekomen klachten wordt binnen 10 werkdagen in behandeling genomen. Ondanks dat er in het afgelopen jaar sprake was van knelpunten in de beschikbare capaciteit, kan worden vastgesteld dat de geformuleerde doelstellingen zijn behaald. In 2025 lag de nadruk in de werkzaamheden sterk op het behandelen van meldingen en klachten rondom houtstook.
Daarnaast is veel tijd besteed aan het begeleiden en afhandelen van complexe meldingen die voortkomen uit burenconflicten. Ook is regelmatig sprake geweest van handhavingsverzoeken rondom strijdig gebruik van gronden en meldingen in het kader van de 13
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Wet goed verhuurderschap. Daarnaast is een toename zichtbaar in het aantal verzoeken om handhaving, mede doordat meer bouwwerken vergunningsvrij zijn geworden. Dit leidt ertoe dat vaker een beroep wordt gedaan op toezicht om ter plaatse te beoordelen of daadwerkelijk sprake is van vergunningsvrij bouwen. Verder vragen controles, zoals BITcontroles, relatief veel capaciteit, terwijl het vervolg hierop door beperkte mankracht niet altijd kan worden doorgezet. Twee jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijkt dat de processen nog steeds in ontwikkeling zijn. Hoewel stappen zijn gezet in de werkwijze, blijft de toepassing in de praktijk complex. Met name bij vraagstukken rondom vergunningsvrij bouwen en handhaving vraagt de uitvoering in de praktijk nog veel uitzoekwerk. Van de vijf beschikbare formatieplaatsen voor toezichthouders zijn momenteel drie functies ingevuld. Dit betekent dat bij het uitvoeren van de doelstellingen en de bijbehorende KPI’s rekening moet worden gehouden met de feitelijke inzet. De vacatures zijn eerder opengesteld, maar dit heeft nog niet geleid tot voldoende belangstelling, waardoor het werven van vast personeel een uitdaging blijft. Op dit moment wordt actief ingezet op het werven van toezichthouders, in combinatie met het inzetten van inhuur om de capaciteit te versterken.
Om de werkzaamheden voort te kunnen zetten en te voorkomen dat extra druk op de toezichthouders ontstaat, is ervoor gekozen de huidige doelstellingen te handhaven en niet te verhogen. Op het moment dat de formatie weer op volledige sterkte is, kan worden bezien of uitbreiding op langere termijn mogelijk is. Handhaving ➔ 50% van de handhavingsbeslissingen leidt tot beëindiging van de overtredingen. ➔ 50% van de handhavingsverzoeken worden binnen de wettelijk vastgestelde termijn afgehandeld. ➔ Minimaal 50% van de beschikkingen blijft standhouden na bezwaar en/of (hoger) beroep. Hoewel er in het afgelopen jaar sprake was van knelpunten in de beschikbare capaciteit, zijn de geformuleerde doelstellingen behaald. Inhoudelijk is in 2025 gewerkt aan uiteenlopende handhavingsvraagstukken. Daarbij was onder meer sprake van burenruzies die hebben geleid tot meerdere handhavingsverzoeken en overlastsituaties door autowrakken, defecte voertuigen en langdurig geparkeerde auto’s. Ook speelde permanente bewoning een belangrijke rol, waarbij zowel handhaving als advisering en het beantwoorden van vragen aan bestuur en inwoners aan de orde waren. Daarnaast is ingezet op situaties van overlast door houtstook. Los daarvan is gehandhaafd op gebruik dat in strijd is met het omgevingsplan.
Verder is tijd besteed aan de afhandeling van Woo-verzoeken, waaronder het verzamelen van stukken en het doorzoeken van systemen. De grootste piek in de werkzaamheden lag bij handhavingsverzoeken met betrekking tot strijdig gebruik, de aanpak van permanente bewoning, waaronder inschrijvingen en handhaving, en het behandelen van bezwaarschriften, inclusief zittingen. 14
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Ook bij de handhavingsjuristen was de beschikbare capaciteit in het afgelopen jaar beperkt. Om dit op te vangen is inhuur ingezet. Het inwerken van nieuwe collega’s vroeg echter extra tijd, terwijl het reguliere werk doorgang bleef vinden. Enkele ervaren handhavingsjuristen zijn vertrokken, bijvoorbeeld vanwege pensionering of een overstap naar een andere functie. Hierdoor kwam er extra druk te liggen op de juristen die binnen het team zijn gebleven. Naast hun reguliere werkzaamheden moesten zij ook nieuwe inhuurkrachten inwerken, terwijl de bestaande werkvoorraad bleef doorlopen, wat heeft geleid tot een hoge werkdruk binnen het cluster. Daarnaast ontbrak het binnen de afdeling aan een goed ondersteunend systeem om werkzaamheden en cijfers structureel vast te leggen en te monitoren. Hoewel er inhoudelijk hard wordt gewerkt, is er behoefte aan een systeem dat dit beter ondersteunt en waarin gegevens overzichtelijk kunnen worden bijgehouden. Met de komst van het CLO-systeem wordt verwacht dat dit in de toekomst beter wordt gefaciliteerd en dat dit de collega’s ondersteunt bij het borgen van werkzaamheden en registraties. Er is ook gekeken naar het aantal bezwaren dat vanaf 1 januari 2025 is ingediend naar aanleiding van verleende vergunningen. Deze procedures vragen relatief veel tijd en inzet van de beschikbare capaciteit.
In totaal gaat het om zes bezwaren, met de volgende uitkomsten: Binnen het kader van het omgevingsplan zijn meerdere bezwaar- en beroepsprocedures doorlopen. In drie gevallen is het bezwaar ongegrond verklaard dan wel de bezwaarmaker niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de oorspronkelijke besluiten in stand zijn gebleven. Daarnaast is in één zaak na een ongegrond verklaard bezwaar beroep ingesteld. Deze procedure loopt nog, waardoor de uitkomst op dit moment onbekend is en het besluit vooralsnog in stand blijft. Binnen het kader van het omgevingsplan zijn meerdere bezwaar- en beroepsprocedures doorlopen. Eén daarvan betreft het vervangen van een brug. In deze zaak is het primaire besluit in stand gelaten. De beroepstermijn loopt nog, waardoor de definitieve uitkomst op dit moment nog niet vaststaat. Daarnaast zijn er bezwaren ingediend met betrekking tot recreatiewoningen. In één geval is het bezwaar ingetrokken, waardoor het primaire besluit in stand is gebleven. In een andere zaak loopt het bezwaar nog. 5.2 Terugblik programma 2025 Programmering: Omgevingsvergunningen en meldingen Omgevingswet & Uitgevoerde werkzaamheden omgevingsrecht - vergunningverlening Inwoners en initiatiefnemers krijgen de mogelijkheid om in een vroeg stadium met de gemeente in overleg te gaan. Dit draagt eraan bij dat aanvragen zo volledig mogelijk worden ingediend en tijdig kunnen worden behandeld.
15
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
We werken volgens de afgesproken serviceformules. De prioritering die hierbij is vastgesteld, is in het afgelopen jaar gehanteerd bij de uitvoering van de werkzaamheden. Alle aanvragen zijn in behandeling genomen. Bij de beoordeling van aanvragen en meldingen is gebruikgemaakt van checklists en toetsingsmatrices. Deze werkwijze heeft bijgedragen aan een zorgvuldige en consistente beoordeling van aanvragen. Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse is daarnaast prioritering aangebracht in de mate van diepgang van de toetsing. Dit maakt het mogelijk om beschikbare capaciteit gericht in te zetten op onderwerpen met een groter risico. De gehanteerde prioritering heeft in de praktijk goed gefunctioneerd en is daarom ten opzichte van 2025 ongewijzigd gebleven. In het afgelopen jaar is ingezet op vroegtijdig contact met aanvragers. Waar mogelijk wordt al in een vroeg stadium overleg gevoerd met initiatiefnemers. Hierdoor ontstaat vooraf duidelijkheid over het proces en de verwachtingen. De aanvrager heeft daarbij één vast aanspreekpunt binnen het team. Deze werkwijze draagt bij aan een toegankelijke en ondersteunende samenwerking met inwoners en sluit aan bij de uitgangspunten zoals beschreven in de uitvoerings- en handhavingsstrategie. Het vroegtijdig adviseren van initiatiefnemers zorgt er in de praktijk voor dat aanvragen over het algemeen completer worden ingediend.
Hierdoor kan de behandeling efficiënter plaatsvinden en worden onnodige vertragingen in het proces zoveel mogelijk voorkomen. Ook de afgesproken serviceformules worden toegepast. Binnen twee werkdagen wordt gereageerd op voicemails en terugbelverzoeken en binnen vijf werkdagen op e-mails. Hiermee wordt invulling gegeven aan een toegankelijke en servicegerichte werkwijze richting inwoners en initiatiefnemers. Conceptverzoeken, aanvragen en meldingen die via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) worden ingediend, komen rechtstreeks in het VTH-systeem CLO binnen. In CLO wordt tevens de workflow van vergunningen en meldingen bewaakt. Wekelijks wordt gecontroleerd of de wettelijke termijnen worden gehaald en maandelijks wordt gekeken hoe de gerealiseerde prestaties zich verhouden tot de planning. Ook de daadwerkelijke doorlooptijden worden bijgehouden en geanalyseerd. Op basis van deze analyses wordt bekeken of verdere verbetering mogelijk is. Hiervoor worden managementrapportages gebruikt. Daarnaast kan op ieder moment een actueel overzicht worden gemaakt van alle lopende en verleende aanvragen en meldingen. Doordat aanvragen, conceptverzoeken, informatieverzoeken en vergunningchecks binnen het zaaksysteem van de ABG-organisatie worden geregistreerd, hebben medewerkers inzicht in de activiteiten die op een bepaald adres spelen. Daarbij is zichtbaar wie de behandelend
16
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
medewerker is en wat de actuele stand van zaken is. Dit ondersteunt een integrale werkwijze binnen de organisatie. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de ingezette werkwijze goed wordt toegepast en bijdraagt aan een efficiënte en overzichtelijke behandeling van aanvragen. De prioriteiten binnen de vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn vastgesteld aan de hand van een risicomatrix. Deze risicomatrix is opgenomen in de vastgestelde Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025–2029 en is tevens verwerkt in het uitvoeringsprogramma voor 2026. Deze blijft voor het jaar 2026 gehandhaafd.
Vergunningverlening
Conceptverzoek Omgevingsvergunning regulier / uitgebreid WKB Realisatie technische bouwactiviteit melding (WKB gevolgklasse 1) Advisering (bevoegd gezag) informeel en formeel Melding activiteit behandelen: -Sloopmelding asbest bedrijfsmatig -Sloopmelding bouwkundig -Sloopmelding asbest particulier -Sloopmelding mobiel breken bouw- en sloopafval -Brandveilig gebruik -Milieu Binnenplans afwijken (OPA) en buitenplans afwijken (BOPA) eenvoudig en complex (gebruik / bouwen in strijd met omgevingsplan Bouwactiviteit (omgevingsplan) Bouwactiviteit technisch Gemeentelijk monument Milieubelastende activiteit (Mba) -Inclusief intrekkingen, maatwerkvoorschriften en m.e.r.procedures Rijksmonumenten activiteit Uitweg (OPA) Vellen van een houtopstand (OPA) Vergunningcheck/informatieverzoeken
Raming aantallen 2025 50 76 14
Invulling aantallen 2025 65 108 21
1 48
0 74
34
43
20 10 1 12
40 24 0 3
1 10 12 4
2 8 12 73
Opvallende punten • In 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Een heel nieuw stelsel met een andere manier van vergunningverlening. Het eerste jaar werken onder de 17
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
•
Omgevingswet was nieuw voor de gemeente maar ook voor aanvrager en adviseurs. Om deze reden zijn in december 2023 nog veel aanvragen ingediend. Dit betekende minder aanvragen in 2024. Om een raming voor 2025 te maken hebben we teruggekeken naar 2024 en daar een percentage opgezet. Achteraf is gebleken dat we 2025 te voorzichtig hebben ingeschat. Nu we inmiddels het 3e jaar ingaan van de nieuwe wet kunnen we voor de komende jaren een beter inschatting maken. Het aantal aanvragen voor de bouwactiviteit (technisch) is eveneens sterk gestegen. De stijging hiervan is afhankelijk van de markt en het woningbouwprogramma.
Binnen de organisatie zijn momenteel twee medewerkers werkzaam op het gebied van erfgoed. In het afgelopen jaar is intern in totaal 1.289,4 uur besteed aan dossiers die betrekking hebben op erfgoed. De archeologische werkzaamheden zijn uitbesteed aan het Programmabureau RWB. Zij hebben voor de gemeente Baarle-Nassau in totaal 96,25 uur besteed aan 27 archeologische dossiers. De werkzaamheden bestaan voornamelijk uit het geven van advies op het gebied van archeologie, het beoordelen van de ruimtelijke onderbouwing en het toetsen van een addendum op het Programma van Eisen (PvE). Daarnaast wordt advies gegeven vanuit de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) en bij een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). Monumenten zijn van grote waarde voor onze leefomgeving. Ze maken de geschiedenis zichtbaar en zorgen ervoor dat het verleden tastbaar blijft, zowel voor Nederland als voor Baarle-Nassau. Daarmee dragen ze bij aan ons cultureel en historisch besef. De gemeente heeft hierin een belangrijke rol. Zij adviseert bij de aanwijzing van rijksmonumenten, zorgt ervoor dat erfgoed wordt meegenomen in het omgevingsplan en beoordeelt aanvragen voor restauratie, wijziging of sloop. Daarnaast houdt de gemeente toezicht op de staat van onderhoud. Daarbij is het belangrijk om tijdig in te grijpen, zodat achterstallig onderhoud en ingrijpende herstelmaatregelen worden voorkomen.
Inzicht in de staat van monumenten is daarbij onmisbaar. Met de instandhoudingsplicht uit de Erfgoedwet is dit nog belangrijker geworden. Deze verplichting maakt het mogelijk om eigenaren aan te spreken wanneer het onderhoud onvoldoende is en het monument in gevaar komt. Als dat nodig is, kan de gemeente handhavend optreden om het noodzakelijke onderhoud af te dwingen. Een van de werkzaamheden binnen Baarle-Nassau betreft het wijzigen van het omgevingsplan, waarbij onder andere advies is gevraagd op het gebied van ecologie, stikstofdepositie en verkennend archeologisch onderzoek. Voor de komende periode staan daarnaast verschillende woningbouwprojecten gepland, waaronder “Weitje Bruurs” aan de Alphenseweg. In dat kader heeft de Regio West-Brabant bijvoorbeeld al een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Uitgevoerde werkzaamheden omgevingsrecht – milieu De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) stelt jaarlijks een werkprogramma op waarin de inzet van uren en budgetten voor het komende jaar wordt vastgelegd. Het volledige werkprogramma is, samen met het uitvoerings- en handhavingsprogramma, als 18
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
bijlage toegevoegd. De beschikbare capaciteit is voor vergunningen is wel in lijn geweest met de inzet 2025. De beschikbare capaciteit is voor toezicht en handhaving niet geheel in lijn geweest met de inzet 2025, in verband met onderbezetting en daarom wordt er risicogericht toezicht gehouden. Voor dit onderdeel was als doel gesteld dat besluiten binnen de wettelijke termijnen worden genomen en dat alle aanvragen in behandeling worden genomen. Deze doelstelling is in het afgelopen jaar behaald. Enkele aanvragen zijn buiten behandeling gesteld omdat, na verzoek om aanvullende gegevens, deze niet of niet volledig zijn ingediend. Net als in voorgaande jaren lag het accent in het toezicht vooral op veiligheid en gezondheid. De vastgestelde prioriteiten zijn gedurende het jaar geëvalueerd. Waar nodig bestond de mogelijkheid om deze bij te stellen. Met het oog op de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn de prioriteiten in 2025 extra gemonitord. Indien aanpassing noodzakelijk bleek, kon hierop worden bijgestuurd. Programmering Toezicht en handhaving Omgevingswet 2025 Doel: • • •
Bij minimaal 50% van de gecontroleerde vergunningen wordt geen overtreding aangetroffen. Bij minimaal 50% van de controles (op basis van meldingen en/of direct toepasselijke regels) wordt geen overtreding aangetroffen. Minimaal 70% van de ingekomen klachten wordt binnen 10 werkdagen in behandeling genomen.
Prioritering die we hiervoor hadden geformuleerd: Hoge prioriteit op de aspecten gezondheid, constructieve veiligheid en brandveiligheid. Voor 2025 zijn de prioriteiten niet gewijzigd ten opzichte van 2024. De prioriteiten zijn vastgesteld aan de hand van een risicomatrix, die in 2024 is geactualiseerd met het vaststellen van de uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024. Deze is overgenomen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie 2026-2030. Toezicht
Sloopfase: sloopwerkzaamheden (zonder asbest) Realisatiefase: controle bouw Wkb gevolgklasse 1 (administratief) Realisatiefase: controle bouw Wkb gevolgklasse 2 en 3 Realisatiefase: verwerken constructieve stukken Gebruiksfase: meldingen, klachten, handhavingsverzoeken Gebruiksfase: toezicht/handhaving brandveiligheid (buiten basistaken brandweer)
Raming uren 2025 15 355
Invulling uren 2025 2,34 62,75
175 50 200 50
12 12,53 178,98 12,60
19
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Gebruiksfase: toezicht/handhaving recreatieparken (excl. bewoning) Handhavingsactie BIT en/of ondermijning Ondersteuning invoering Omgevingswet en Wkb Algemene werkzaamheden (vooroverleg, afstemming, administratie) Urgente (landelijke) veiligheidsonderwerpen
50
38,75
20 30 100
16 -
0
0
Binnen de organisatie is aandacht voor een zorgvuldige en eenduidige urenregistratie. Uit de invulling van de uren over 2025 blijkt dat hierin nog een verbeterslag mogelijk is. Intern wordt daarom bezien op welke wijze de registratie verder kan worden aangescherpt, zodat uren consequent aan de juiste activiteiten worden gekoppeld. Om te komen tot een meer betrouwbare urenregistratie, ligt het voor de hand om dit jaar in te zetten op meer duidelijkheid in definities, een eenduidige werkwijze en periodieke toetsing van de registratie. Van belang is dat vooraf helder is welke activiteiten onder welke categorie vallen, zodat medewerkers hierin op dezelfde manier registreren. Daarnaast helpt het om gedurende het jaar enkele controlemomenten in te bouwen, zodat afwijkingen tijdig zichtbaar worden en waar nodig kan worden bijgestuurd. Op die manier ontstaat niet alleen een zorgvuldiger registratieproces, maar ook een beter inzicht in de feitelijke inzet van capaciteit. Handhaving op omgevingsvergunningen en meldingen (bouw) en strijdig gebruik Handhavingsprocedures Handhavingsverzoeken Last onder dwangsom Last onder bestuursdwang Bouwstops
Raming 2025 20 10 10 1 1
Aantallen 2025 10 4 2 0 2
Programmering vergunningverlening en advisering APV De uitvoering van vergunningverleningstaken en de behandeling van meldingen op het gebied van evenementen en bijzondere wetten zijn aanbodgestuurde activiteiten. De omvang van deze werkzaamheden wordt bepaald door het aantal vergunningaanvragen en meldingen dat moet worden behandeld. Aanvragen en meldingen op grond van de APV en bijzondere wetten zijn beoordeeld en getoetst. Daarbij lag de prioriteit bij het tijdig afhandelen van vergunningen, ontheffingen en meldingen binnen de geldende wettelijke termijnen. De gestelde doelen waren • •
100% van de vergunningaanvragen worden binnen de termijn van orde beoordeeld. Minimaal 95% van de beschikkingen blijft standhouden na bezwaar en/of (hoger) beroep.
20
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Deze doelstellingen zijn behaald. Terugkijkend kan worden vastgesteld dat vergunningaanvragen binnen de wettelijke termijnen worden beoordeeld. Daarnaast blijft 95% van de beschikkingen in stand na bezwaar en/of (hoger) beroep.
Soort Evenementen (vergunningaanvragen en meldingen) Ontheffing Alcoholwet beoordelen (tijdelijke ontheffing verstrekken zwak alcoholische drank tijden evenement of andere bijzondere gebeurtenis) Aanvraag Alcoholwetvergunning beoordelen Horeca-inrichting exploitatievergunning beoordelen Speelautomaten aanwezigheidsvergunning beoordelen Aanvraag standplaatsvergunning beoordelen Stookontheffing beoordelen Verklaring van geen bezwaar beoordelen (bijv. TUF ontheffing, opstijgen ballon)
Raming aantallen 2025 55 vergunningaanvragen
Aantallen 2025 7 vergunningaanvragen
10
2
6 8
1
6
0
7 1 20
1 0 20
Terugblik Kwaliteitsdoelstellingen uit de vordering VTH Dienstverlening heeft betrekking op het waarborgen en bevorderen van de manier waarop (in communicatie, snelheid, service) de organisatie met belanghebbenden (aanvragers, omwonenden, klagers, etc.) omgaat. Samenvatting We maken het mogelijk om in een vroeg stadium met de gemeente in gesprek te gaan, zodat aanvragen completer worden ingediend en sneller kunnen worden behandeld. Daarbij werken we volgens vaste werkwijzen en pakken we overtredingen oplossingsgericht aan. Terugblik Het vroegtijdig afstemmen wordt actief gestimuleerd, ook bij minder complexe initiatieven. Daarbij wordt gekeken naar wat wél kan, in plaats van wat niet kan. Bij meer complexe plannen wordt gezamenlijk overleg georganiseerd, zodat partijen snel tot een werkbare aanpak komen. Contactmomenten worden vastgelegd, zodat duidelijk blijft wat is afgesproken. Ook op het gebied van toezicht en handhaving zijn stappen gezet. Er is gewerkt aan een duidelijke werkwijze voor meldingen en klachten, met heldere termijnen en communicatie richting de melder. Bij overtredingen wordt zorgvuldig gekeken of legalisatie mogelijk is. Als dat niet het geval is, wordt er doelgericht opgetreden volgens de geldende landelijke aanpak. 21
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Uitvoeringskwaliteit van diensten en producten heeft betrekking op het waarborgen en bevorderen van de mate waarin een product voldoet aan juridische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. Dit wordt ook wel de inhoudelijke kwaliteit genoemd. Samenvatting We werken integraal, zorgen voor tijdige en volledige aanvragen en voldoen aan de geldende kwaliteitseisen voor de uitvoering van de taken. Terugblik De integrale werkwijze is verder versterkt, waarbij intern en met partners beter wordt afgestemd. Er is actief ingezet op het verbeteren van de kwaliteit van aanvragen, zodat deze vollediger worden ingediend en sneller kunnen worden behandeld. Tegelijkertijd is gewerkt volgens de geldende kwaliteitseisen, zodat de uitvoering zorgvuldig en op niveau blijft. Het thema financiën heeft betrekking op de inzet van middelen in relatie tot de kwaliteit van de geleverde diensten en/of producten. Samenvatting We zorgen ervoor dat inzet en financiën in balans zijn. Terugblik Er is gestuurd op een goede afstemming tussen de beschikbare capaciteit en de financiële middelen. Daarbij is gekeken naar een realistische inzet, zodat werkzaamheden uitvoerbaar blijven binnen de beschikbare budgetten. Dit heeft bijgedragen aan meer grip op zowel de uitvoering als de kosten.
Personele inzet Om de dienstverlening goed te kunnen uitvoeren, is voldoende formatie noodzakelijk. In de onderstaande tabel is eerst de personele bezetting voor 2025 weergegeven voor vergunningverlening, bouwtoezicht en overige relevante functies, waarbij de formatie van 2025 wordt vergeleken met de geactualiseerde situatie voor 2026. Na 2025 volgt de tabel voor 2026. Formatie bedrijfsvoering, ondersteuning en beleid VTH 2025
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Teammanager Coördinator toezicht en handhaving Coördinator vergunningverlening Beleidsmedewerker VTH Medewerker administratie en planning VTH
1 1 1 0,82 0,89
FTE beschikbaar voor BaarleNassau (21,2%) 0,21 0,21 0,21 0,17 0,19
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
292,32 292,32 292,32 236,64 264,48
22
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Totaal beschikbare capaciteit per jaar
4,39
0,93
1378,08
Formatie juridische handhaving Omgevingswet, APV en bijzondere wetten 2025
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
Juridisch medewerker handhaving A Juridisch medewerker handhaving permanente bewoning1 Totaal beschikbare capaciteit per jaar
3,44 0,67
TE beschikbaar voor BaarleNassau (21,2%) 0,73 0,17
4,11
0,90
1252,80
Formatie toezicht Omgevingswet 2025
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
Medewerker toezicht en handhaving A Administratief medewerker toezicht en handhaving Totaal beschikbare capaciteit per jaar
3,49 0,78
FTE beschikbaar voor BaarleNassau (21,2%) 0,74 0,16
4,16
0,88
1325,18
Formatie toezicht en handhaving APV en bijzondere wetten 2025
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
Senior Buitengewoon opsporingsambtenaar Buitengewoon opsporingsambtenaar Totaal beschikbare capaciteit per jaar
1
FTE beschikbaar voor BaarleNassau (21,6%) 0,22
5 6
1,06 1,28
1475,52 1781,76
Formatie vergunningverlening Omgevingswet 2025
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
Juridisch medewerker vergunningen Omgevingsadviseur Vergunningverlener A Vergunningverlener B Administratief medewerker vergunningen2 Totaal beschikbare capaciteit per jaar
2,78 3,56 0,89 2,36 2,28 11,87
FTE beschikbaar voor BaarleNassau (21,6%) 0,60 0,77 0,19 0,51 0,49 2,56
1016,16 236,64
1030,08 295,10
306,24
835,20 1071,84 264,48 709,92 682,08 3563,52
1 De helft van de capaciteit is inzetbaar voor Gilze en Rijen, de overige helft is evenredig verdeeld over Alphen-Chaam en Baarle-Nassau. 2 Formatie is ook beschikbaar voor administratieve werkzaamheden voor vergunningverlening APV en bijzondere wetten.
23
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Formatie vergunningverlening APV en bijzondere wetten 2025
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Teammanager Teamleider veiligheid, toezicht en handhaving Teamleider vergunningverlening Beleidsmedewerker VTH Medewerker administratie en planning VTH Totaal beschikbare capaciteit per jaar
1 1
FTE Uren beschikbaar beschikbaar voor voor BaarleBaarleNassau Nassau (21,6%) 0,17 236,64 0,56 779,52 0,73 1016,16 FTE Uren beschikbaar beschikbaar voor voor BaarleBaarleNassau Nassau (21,6%) 0,21 300,67 0,21 300,67
1 0.83 0.89
0,21 0,17 0.19
300,67 249,56 267,60
4.72
0,99
1419,17
Formatie toezicht Omgevingswet, Formatie juridische handhaving Omgevingswet, APV en bijzondere wetten 2026
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
Medewerker toezicht en handhaving A Medewerker vergunningen, APV en bijzondere wetten Administratief medewerker toezicht en handhaving Totaal beschikbare capaciteit per jaar
2.17
FTE beschikbaa r voor BaarleNassau (21,6%) 0,46
2.59
0,56
778,74
0.67
0,14
201,44
5.43
1.16
1.632,21
Formatie toezicht en handhaving APV en bijzondere wetten 2026
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
FTE beschikbaar voor Baarle-
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
Medewerker Bibob en bijzondere wetten 0,78 Medewerker APV en bijzondere wetten 2,59 Totaal beschikbare capaciteit per jaar 3,37 Formatie bedrijfsvoering, FTE ABGondersteuning en beleid VTH 2026 organisatie (1fte=1392 uur)
652,03
24
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
Senior Buitengewoon opsporingsambtenaar Buitengewoon opsporingsambtenaar Totaal beschikbare capaciteit per jaar
1
Nassau (21,6%) 0,21
5 6
1 1,21
1503,36 1.804,03
Formatie vergunningverlening Omgevingswet 2026
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
Juridisch medewerker vergunningen Omgevingsadviseur Vergunningverlener A Vergunningverlener B Medewerker vergunningen Administratief medewerker vergunningen Totaal beschikbare capaciteit per jaar
2,78 3,56 0,89 2,19 2.28 2,28
FTE beschikbaar voor BaarleNassau (21,6%) 0,6 0,76 0,19 0,47 0.49 0,49
13,98
3
4203,39
Formatie vergunningverlening APV en bijzondere wetten 2026
FTE ABGorganisatie (1fte=1392 uur)
Uren beschikbaar voor BaarleNassau
Medewerker Bibob en bijzondere wetten Medewerker APV en bijzondere wetten Totaal beschikbare capaciteit per jaar
0,78
FTE beschikbaar voor BaarleNassau (21,6%) 0,16
2,59
0,56
778,74
3,37
0,72
1.013,26
300,67
835,87 1070,39 267,60 658,47 685,53 685,53
234,52
Bereikbaarheid Klachten en meldingen kunnen op verschillende manieren worden doorgegeven, zoals via de website, e-mail, per post of de BuitenBeter-app. Deze kanalen worden dagelijks bekeken. Binnengekomen meldingen worden doorgezet naar de juiste afdeling en daar verder opgepakt. Het gaat daarbij onder andere om meldingen over zwerfafval, verkeerd parkeren en situaties die niet passen binnen de regels. 25
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
De afhandeling ligt in de meeste gevallen bij de boa’s, bouwtoezichthouders of de buitendienst. Omdat boa’s ook in de avond en in het weekend werken, kunnen meldingen ook buiten reguliere werktijden worden opgepakt. Binnen de organisatie zijn meerdere onderdelen betrokken bij de verwerking en registratie, waaronder het KlantContactCentrum (KCC), de afdeling openbare ruimte en de afdeling veiligheid en vergunningen (cluster veiligheid, toezicht en handhaving). Voor urgente situaties buiten kantooruren is een storingsnummer beschikbaar. Dit nummer is bedoeld voor ernstige storingen of gevaarlijke situaties en is te vinden op de website van de gemeente. Alle meldingen en klachten worden geregistreerd in het zaaksysteem, zodat deze altijd inzichtelijk en te volgen zijn. De omgevingsdienst is tijdens kantooruren telefonisch bereikbaar. Voor dringende milieuklachten is de dienst ook buiten kantooruren 24/7 telefonisch bereikbaar, bijvoorbeeld bij geluidshinder door bedrijven. Werkwijze en servicenormen De gemeente werkt met servicenormen voor de dienstverlening, waaronder ook het behandelen van meldingen en klachten. Deze zijn terug te vinden op de website. In de praktijk betekent dit dat inwoners duidelijkheid krijgen over wanneer zij een reactie kunnen verwachten. Als de afhandeling langer duurt, wordt dit tijdig gecommuniceerd.
Daarnaast wordt ingezet op goede bereikbaarheid en duidelijke communicatie. Vragen via social-media worden binnen één werkdag beantwoord, terugbelverzoeken binnen twee werkdagen en e-mails binnen vijf werkdagen. Er wordt bewust gewerkt aan een positieve ervaring voor inwoners, met duidelijke en begrijpelijke communicatie. Het uitgangspunt is om in 95% van de meldingen aan deze normen te voldoen. De voortgang wordt gevolgd via het zaaksysteem.
6. Kritieke massa en kwaliteitscriteria De Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Baarle-Nassau is in 2022 in werking getreden. Deze verordening stelt eisen aan de kwaliteit van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving (VTH) binnen het omgevingsrecht, voor zover deze taken in opdracht van burgemeester en wethouders door de omgevingsdienst worden uitgevoerd. Voor de taken die de gemeente zelf uitvoert geldt een zorgplicht ten aanzien van de kwaliteit van de uitvoering. Deze zorgplicht biedt de gemeente ruimte om bij de inzet van capaciteit rekening te houden met de feitelijke situatie en het actuele werkaanbod. Dit betekent dat alleen extra capaciteit wordt ingezet wanneer de werkzaamheden daar aanleiding toe geven. Tegelijkertijd blijft het uitgangspunt dat taken op het gebied van uitvoering en handhaving tijdig, met de juiste procedurele en inhoudelijke kwaliteit en met voldoende continuïteit worden uitgevoerd. 26
Evaluatierapportage Uitvoering & Handhaving 2025
In 2025 heeft bureau Senze in opdracht van de gemeente de kwaliteitscriteria en de zogenoemde kritieke massa (versie 2.3) geëvalueerd. Op basis daarvan zijn deze geactualiseerd naar de nieuwste versie van de kwaliteitscriteria, namelijk kwaliteitscriteria 3.0. Deze meest recente versie sluit beter aan bij de veranderende eisen binnen het omgevingsrecht en introduceert een bredere benadering van kwaliteit. De criteria vormen een belangrijke basis voor verdere verbetering van de uitvoering en dragen bij aan een kwalitatief goede bescherming van de leefomgeving. Naast procescriteria en de kritieke massa bevat deze versie ook competentieprofielen. Daarmee richt de nieuwe versie zich niet alleen op de minimale personele bezetting (deel B), maar ook op vaardigheden en gedragskenmerken van medewerkers (deel D). Hierdoor ontstaat een completer beeld van kwaliteit en vakbekwaamheid binnen de organisatie. Dit maakt het mogelijk om beter in te spelen op de ontwikkelbehoeften van medewerkers en op de eisen die voortvloeien uit de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Bureau Senze is gevraagd om opnieuw te inventariseren in hoeverre wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria 3.0, met specifieke aandacht voor deel B (kritieke massa).