CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1-Bijlage Bestemmingsplan

Gemeenteraad (openbaar) 28 september 2022, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Reeds geagendeerd tijdens commissievergaderingen15.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Toelichting

Bestemmingsplan “Stationsstraat 77b en 11 te Baarle-Nassau” Planstatus: Datum: Plan identificatie:

ontwerp 2022-06-14 NL.IMRO.0744.BPstationsstraat7-ON01

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Colofon

Titel:

Bestemmingsplan “Stationsstraat 7-7b en 11 te Baarle-Nassau”

Ontwerp: Molenzicht 2 4881BW Zundert Tel: 076-5990340 www.schoenmakersarchitectuur.nl Projectnummer:

201120

Rapportnummer

201120.01

Datum:

14 juni 2022

Status:

ontwerp

Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 2 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Toelichting Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 3 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3

AANLEIDING EN DOEL .................................................................................................................................... 5 LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED. ............................................................................................................. 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................. 6

HOOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3 2.4

RUIMTELIJK BELEIDSKADER ............................................................................................. 13

INLEIDING ................................................................................................................................................. 13 EUROPEES- EN RIJKSBELEID ........................................................................................................................... 13 PROVINCIAAL BELEID ................................................................................................................................... 14 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................................................. 20

HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

PLANBESCHRIJVING ........................................................................................................ 10

INLEIDING ................................................................................................................................................. 10 NIEUWE SITUATIE ....................................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 10 WELSTAND /ARCHITECTUUR ........................................................................................................................ 11

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4

BESCHRIJVING PLANGEBIED .............................................................................................. 7

INLEIDING ................................................................................................................................................... 7 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................................................................................... 7 VERKEER EN PARKEREN .................................................................................................................................. 8 BESCHRIJVING PLANGEBIED ............................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4

INLEIDING ......................................................................................................................... 5

MILIEU- EN OVERIGE ASPECTEN ..................................................................................... 23

INLEIDING ................................................................................................................................................. 23 ALGEMEEN................................................................................................................................................ 25 BODEM .................................................................................................................................................... 23 WATER .................................................................................................................................................... 23 CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE .............................................................................................................. 25 NATUUR ................................................................................................................................................... 29 WEGVERKEERSLAWAAI ................................................................................................................................ 31 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .................................................................................................................... 33 EXTERNE VEILIGHEID ...................................................................................................................................

35 KABELS EN LEIDINGEN ................................................................................................................................. 37 LUCHTKWALITEIT ........................................................................................................................................ 37 TOETSING BESLUIT MILIEUEFFECTEN RAPPORTAGE ............................................................................................. 38

HOOFDSTUK 6

TOELICHTING OP DE BESTEMMINGSREGELS .................................................................... 40

HOOFDSTUK 7

UITVOERBAARHEID ......................................................................................................... 43

7.1

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .......................................................................................................... 43

Afzonderlijke bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Akoestisch onderzoek, Akoestisch adviesbureau Kraaij, rapportnummer VL.2163.R01, d.d. 2022-05-29 Berekening stikstofdepositie, Schoenmakers, rapportnummer 201120, d.d. 2021-09-10 Archeologisch onderzoek, Antea, rapportnummer 473473, d.d. 2022-05-31 Ecologische quickscan, Buro Maerlant, d.d. 2021-12-03 Omgevingsdialoog verslag Redengevende omschrijving & aanvullende brief, Monumentenhuis Brabant, d.d. 2022-04-22

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 4 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Op de locatie Stationsstraat 7-7b en 11 te Baarle-Nassau, is een winkel met daarnaast een horecagelegenheid aanwezig. De horecagelegenheid bestaat uit een café/restaurant/dancing/feestzaal. Boven de winkel en de horecagelegenheid zijn drie wooneenheden aanwezig. In het vigerend bestemmingsplan ‘Dorpen’ en overeenkomstig de regels van het bestemmingsplan ‘Dorpen, 1e herziening’ heeft de locatie de bestemming ‘Centrum’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. De horeca-vraag loopt steeds meer terug, waardoor genoodzaakt wordt om steeds vaker horecagelegenheden te sluiten. Op de locatie Stationsstraat 7-7b en 11 loopt de horecagelegenheid op een einde. Voordat het pand leeg komt te staan is het voornemen om de locatie te her ontwikkelen naar appartementen in combinatie met een commerciële ruimte in de plint. Door op dit moment de locatie te transformeren naar woningbouw, blijft het centrum levendiger en leefbaar. Daarnaast vindt er ook een kwaliteitsverbetering plaats door fysieke verbetering van de locatie en/of omgeving. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken is gekozen voor een bestemmingsplanprocedure op basis van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, waarmee het ter plaatse vigerende bestemmingsplan partieel wordt herzien. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het juridischplanologisch kader. 1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen in het centrum van Baarle-Nassau, aan de Stationsstraat. Baarle-Nassau maakt deel uit van de gemeente Baarle-Nassau, gelegen in de provincie Noord-Brabant. De Stationsstraat is een doorgaande straat in de kern Baarle-Nassau, welke evenwijdig ligt aan het Bels lijntje. De locatie is bekend onder de kadastrale gemeente BLE, sectie C met het nummers 1120, 4392, 4393 en 4394. In figuur 1 en 2 wordt het plangebied en de locatie aangegeven.

Figuur 1: Luchtfoto met daarop het plangebied

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 5 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 2: Topografisch kaart met daarop de locatie aangemerkt

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied, waarbij o.a. de ruimtelijke en functionele structuur aan bod komen. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens de uitgangspunten en randvoorwaarden, die van belang zijn voor de ontwikkeling van het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt het relevante vigerende beleid op Europees-, rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau beschreven. De relevante milieuaspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod hierbij worden onder andere de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van water, natuur, luchtkwaliteit, archeologie en bodem beschreven. In hoofdstuk 6 wordt een toelichting op de bestemmingsplanregels gegeven. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid beschreven.

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 6 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving plangebied

Inleiding

In voorliggend hoofdstuk wordt het plangebied beschreven. Er wordt ingegaan op de bestaande situatie. De bestaande situatie wordt zowel ruimtelijk als functioneel geanalyseerd. Daarna wordt kort ingegaan op de verkeerstructuur en het parkeren. 2.2

Huidige situatie

2.2.1

Ruimtelijke analyse

Bebouwingsstructuur Het bebouwingsbeeld langs de Stationsstraat bestaat uit een divers ruimtelijk beeld. Het bebouwingsbeeld wordt afgewisseld tussen oudere gebouwen en meer recente bebouwing. Er zijn voornamelijk appartementengebouwen met op de begane grond een commerciële ruimte afgewisseld met woningen gesitueerd langs de Stationsstraat. Deze gebouwen zijn voornamelijk opgebouwd uit twee bouwlagen met een kap. De noklijn is voornamelijk parallel aan de straat gericht. Groenstructuur Langs de stationsstraat, in het openbaargebied zijn circa 10 oude bomen aanwezig, met rondom deze bomen laag groen. Op de Stationsstraat 7-7b en 11 is op het zuidelijke puntje van de planlocatie groen aanwezig in de vorm van laag groen. Een beeld van de groenstructuur ter hoogte van het plangebied is weergegeven in figuur 3.

Figuur 3: groenstructuur ter hoogte van het plangebied

2.2.2

Functionele analyse

Wonen De planlocatie is gelegen in het centrum van Baarle-Nassau. In de directe omgeving van de planlocatie komt overwegend de centrumfunctie voor. In de panden rondom de planlocatie zijn veelal in de onderste plint winkels of horeca gevestigd met daarboven appartementen. Op de functiekaart (figuur 4) is met licht roze aangegeven, waar de functie centrum aanwezig is. Detailhandel, horeca, bedrijven en kantoren De planlocatie is gelegen in de centrumbestemming, waarbij in de plint van de gebouwen voornamelijk commerciële ruimtes gevestigd zijn. Het gaat om detailhandel, horeca, bedrijven en kantoren, die vallen onder de milieucategorie 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten. Maatschappelijke voorzieningen De dichtstbijzijnde maatschappelijke voorzieningen, de kerk en begraafplaats van Baarle-Nassau, zijn gelegen op een afstand van circa 100 meter. Overige maatschappelijke voorzieningen zijn gelegen in en aan de rand van het centrum van Baarle-Nassau.

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 7 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 4: functiekaart

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1 Verkeersstructuur Het plangebied ligt aan de Stationsstraat. De Stationsstraat is gelegen in het centrum van Baarle-Nassau. In de huidige situatie geldt een maximum toegelaten snelheid van 50 km/u. De planlocatie wordt ontsloten via de Roosakkerstraat welke ontsluit op de Stationsstraat. 2.3.2 Parkeren In de huidige situatie wordt er geparkeerd in de openbare ruimte. Er zijn circa 56 parkeerplaatsen gereserveerd ten behoeve van Stationsstraat 7-7b en 11 in de openbare ruimte. 2.3.3 Openbaar Vervoer Er rijdt een bus, lijn 132, van Breda via omliggende dorpen naar Tilburg, en retour. De dichtstbijzijnde bushalte is gelegen aan de Sint Janstraat, op een afstand van circa 250 meter van de planlocatie. 2.4

Beschrijving plangebied

De planlocatie Stationsstraat 7-7b en 11 ligt in de kern van Baarle-Nassau, het perceel is gelegen op de hoek, Stationsstraat – Roosakkerstraat. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 950 m². In de huidige situatie is bebouwing aanwezig, waarin een commerciële ruimte en een horecagelegenheid gevestigd zijn. Daarboven zijn drie wooneenheden aanwezig. De gebouwen zijn georiënteerd op de Stationsstraat en bestaan uit twee bouwlagen met kap. Langs de Roosakkerstraat is de planlocatie met de auto te bereiken.

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 8 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 5: Bestaande situatie

Figuur 6: Foto’s planlocatie

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 9 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Inleiding

In onderstaand hoofdstuk wordt ingegaan op het plan wat op de planlocatie ter plaatse van de Stationsstraat wordt gecreëerd. Er wordt ingegaan op de ruimtelijke opzet van het plan, verkeer en parkeren, groenstructuur en de beeldkwaliteit van de architectuur. 3.2

Nieuwe situatie

Het initiatief is om de bestaande bebouwing te slopen en hiervoor in de plaats een nieuw gebouw op te richten. Op de hoek Stationsstraat – Roosakkerstraat is een commerciële ruimte op de begane grond voorzien. Tevens is het voornemen om op de begane grond twee appartementen te voorzien, in de kelder worden de bergingen ten behoeve van de appartementen voorzien. Op de 1e en 2e verdieping is er ruimte voor acht appartementen. In totaal worden er tien appartementen gerealiseerd. De oppervlakte van de commerciële ruimte bedraagt circa 250 m². Het parkeren wordt aan de achterzijde van de planlocatie voorzien. In figuur 7 is de nieuwe situatie weergegeven.

Figuur 7: nieuwe situatie

De voorgevelrooilijn van het nieuwe gebouw wordt gepositioneerd in de gevellijn van het bestaande gebouw. De doelgroep waarop gericht wordt zijn senioren. Het appartementencomplex wordt voorzien van een lift, het betreffen levensloopbestendige appartementen. De ligging van de planlocatie, aan de rand van het centrumgebied van Baarle-Nassau, is ideaal voor deze doelgroep. 3.3

Verkeer en Parkeren

Voor de parkeernormen zijn de normen uit de Nota Parkeernormen 2011 gemeente Baarle-Nassau gebruikt. Uitgangspunten voor de parkeernorm zijn weinig stedelijk, centrum Baarle-Nassau.

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 10 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Tabel 1: Parkeernormen Parkeren naar stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk, centrum Baarle-Nassau. Parkeernorm Winkel 4 pp per 100 m² BVO Horecagelegenheid 11 pp per 100 m² BVO Woning > 60 m² en ≤ 100 m² 1.4 Tabel 2: Berekening benodigde bruto aantal parkeerplaatsen - bestaande en nieuwe situatie Berekening aantal bruto benodigde parkeerplaatsen naar aanleiding van de uitgangspunten Aantal /m² aantal pp. Aantal/m² aantal pp. - nieuw bestaand Bestaand nieuw Winkel ca. 200 m² 8 250 m² 10 Horecagelegenheid ca. 400 m² 44 Woning > 60 m² en ≤ 100 3 4.2 10 14 m² 56.2 pp 24 pp

Uit bovenstaande tabel is het aantal bruto benodigde parkeerplaatsen in de bestaande en nieuwe situatie berekend. In de bestaande situatie zijn circa 56 parkeerplaatsen voorzien, deze zijn in de openbare ruimte voorzien. In de omgeving van de planlocatie zijn diverse openbare parkeerplaatsen aanwezig. In de nieuwe situatie zijn er circa 24 parkeerplaatsen benodigd. Er worden 12 parkeerplaatsen voorzien op eigen terrein. De overige 12 parkeerplaatsen blijven voorzien in de openbare ruimte. De parkeerdruk in de openbare ruimte wordt verlaagd, door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. De parkeerplaatsen zullen ontsloten worden doormiddel van een uitrit aan de Roosakkerstraat, welke uitkomt op de Stationsstraat. 3.4

Welstand /Architectuur

In de omgeving van de planlocatie wordt het beeld gevormd door homogene en een enkelvoudige hoofdvorm van gebouwen; bestaande uit twee bouwlagen hoog met of zonder een kap. Aan- en bijgebouwen zijn gesitueerd naast en achter het hoofdgebouw. De aan- en uitbouwen zijn in massa ondergeschikt aan het hoofdgebouw. De architectuur van het nieuw te bouwen gebouw dient te passen in de omgeving. In de nabije omgeving is de bebouwing over het algemeen opgetrokken uit baksteen in aardetinten (rood in diverse nuances), maar ook zandsteen. In figuur 8 is een ontwerp weergegeven van het nieuw te bouwen pand. De planlocatie is gelegen in een gebied waar getoetst dient te worden aan de welstandsnota. Het plan is voorgelegd aan de welstands- en monumentencommissie, zij hebben een positief advies afgegeven.

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 11 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 8: ontwerp planlocatie

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 12 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijk beleidskader

Inleiding

De gemeente Baarle-Nassau heeft te maken met de vigerende beleidskaders van de landelijke en provinciale overheid; ontwikkelingen dienen te voldoen aan dit beleid. Daarnaast dient de voorgenomen ontwikkeling zich eveneens te voegen binnen de marges van het gemeentelijke beleid. Het ruimtelijk beleid van de drie voorgenoemde overheden is per overheidslaag neergelegd in één of meerdere zogenoemde structuurvisies. Voor de realisatie van het beleid zetten de verschillende overheden een mix van instrumenten in; één van die instrumenten betreft het vertalen van het beleid uit de structuurvisie naar een juridisch bindende verordening. Hieronder zijn de voor dit bestemmingsplan relevante structuurvisies en verordeningen per overheidslaag weergegeven en wordt getoetst of de onderhavige ontwikkeling passend is binnen het beleid. 4.2

Europees- en rijksbeleid

4.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Wettelijk toetsingskader Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. In 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Het Rijk laat de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. De veranderde behoefte aan wonen en werken legt daarbij een extra druk op een markt waar de totale vraag afneemt: kwaliteit voor kwantiteit. De ambitie is dat in 2040 de woon- en werklocaties in steden en dorpen aansluiten op de (kwalitatieve) vraag en dat locaties voor transformaties en herstructurering zoveel mogelijk worden benut. Beoordeling In het SVIR zijn 13 nationale belangen opgenomen, hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Het Rijk zal bestemmingsplannen niet (tijdens de vaststellingsprocedure) toetsen op een correcte doorwerking van nationale ruimtelijke belangen. Wel zal het Rijk door middel van systeem- of themagerichte onderzoeken achteraf nagaan of bestemmingsplannen aan nationale wet- en regelgeving voldoen. Conclusie In het planlocatie zijn geen nationale belangen in het geding. Geconcludeerd kan worden dat het onderhavig plangebied niet gelegen is in een gebied, wat is aangewezen in de SVIR. 4.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Wettelijk toetsingskader Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In het Barro zijn zes projecten beschreven:

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 13 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Mainport ontwikkeling Rotterdam. Kustfundament. Grote rivieren. Waddenzee en Waddengebied. Defensie. Erfgoederen van uitzonderlijk universele waarde.

Inmiddels is het aantal projecten uitgebreid met: ▪ Rijksvaarwegen. ▪ Hoofdwegen en landelijke spoorwegen. ▪ Elektriciteitsvoorziening. ▪ Ecologische hoofdstructuur. ▪ Primaire waterkeringen buiten het kustfundament. ▪ IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). ▪ Veiligheid rond Rijksvaarwegen. ▪ Verstedelijking in het IJsselmeer. ▪ Toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Conclusie In het planlocatie zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor het plangebied. 4.3

Provinciaal beleid

4.3.1

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant 2014

Wettelijk toetsingskader Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 (hierna: SVRO) in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De SVRO geeft aan welke ambities de provincie heeft en hoe zij deze wil realiseren. In de SVRO geeft de provincie aan hoe zij omgaat met de ruimtelijke opgave voor de periode tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De provincie heeft als sturingsfilosofie ‘samenwerken aan kwaliteit’: samen met andere overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties vormgeven aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant. Daarbij respecteert de provincie ieders rol. De provincie onderscheidt de volgende vier rollen: 1. Ontwikkelen De provincie focust in haar ontwikkelingsgerichte rol op een aantal thematische opgaven en op een aantal gebieden. In gebieden waar sprake is van grote ruimtelijke dynamiek, botsende belangen en waar de ontwikkelingen een (inter)provinciale impact hebben, kiest de provincie voor een actieve rol. 2. Beschermen De provincie wil belangrijke en onvervangbare waarden beschermen. Voor de Ecologische Hoofdstructuur, de cultuur- en aardkundige waarden en de bescherming van de kernkwaliteiten in de nationale landschappen in Noord-Brabant stelt de provincie een beschermingsregiem op. 3.

Regionaal samenwerken De provincie kiest voor regionale samenwerking en afstemming in vier regio’s. De provincie stimuleert de samenwerking tussen de gemeenten, Rijk en waterschappen in deze regio’s en legt afspraken vast in een strategische regionale agenda. 4. Stimuleren Bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het niet alleen om de vraag waar welke ontwikkelingen gewenst zijn. Het gaat daarbij ook om de balans tussen de verschillende belangen, functies en kwaliteiten in een gebied. De provincie wil dat ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van NoordBrabant.

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 14 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Uit figuur 9 blijkt dat het plangebied gelegen is in de stedelijke structuur, kern in landelijk gebied. Beoordeling De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De verschillen tussen de (middel)grote steden, suburbane kernen, dorpen en plattelandskernen, zowel in ruimtelijk, sociaal als economisch opzicht, zijn een belangrijke kwaliteit van Brabant. De provincie wil het volgende bereiken: 1. Concentratie van verstedelijking 2. Inspelen op demografische ontwikkelingen 3. Zorgvuldig ruimtegebruik 4. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit 5. Betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur 6. Versterking van de economische clusters

Figuur 9: Uitsnede Structurenkaart

Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. Het 'aansnijden van nieuwe ruimte' voor verstedelijking wordt in samenhang bezien met deze mogelijkheden. Zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte betekent ook dat er aandacht is voor de kwalitatieve vraag naar woon- en werklocaties; het is soms nodig nieuwe ruimte aan te snijden om in de kwalitatieve vraag te voorzien. Door meer aandacht te schenken aan beheer en onderhoud van het bestaand stedelijke gebied worden in de toekomst ingrijpende herstructureringen voorkomen. Om het aansnijden van nieuwe ruimte in directe samenhang te bekijken met de mogelijkheden voor inbreiden en herstructurering, heeft het Rijk de 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. De provincie gebruikt deze ladder voor haar afweging rondom zorgvuldig ruimtegebruik. Dit geldt zowel op strategisch niveau (programmering en locatieafweging) als op operationeel niveau, zoals bij ruimtelijke besluiten en uitgifte.

Voor die gevallen waar het hanteren van de ladder leidt tot de keuze voor uitbreiding van verstedelijkingsruimte zijn in de Verordening ruimte zoekgebieden voor verstedelijking aangegeven. Conclusie

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 15 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

In de kernen in het landelijk gebied met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking wordt de lokale behoefte voor verstedelijking opgevangen (wonen, werken en voorzieningen). De ruimtelijke ontwikkeling is passend te noemen, de ontwikkeling wordt gerealiseerd binnen de stedelijke structuur van de kern in het landelijk gebied. 4.3.2

Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018

Op 14 december 2018 stelde Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, welke in 2021 in werking zal treden. De Brabantse Omgevingsvisie beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Er wordt vanuit meerdere invalshoeken gekeken naar een ontwikkeling door de provincie: ▪ Een 'diepe' manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. ▪ Een 'ronde' manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit. ▪ Een 'brede' manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie is één basisopgave benoemd: het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Daarnaast zijn er vier hoofdopgaven benoemd: ▪ werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ werken aan een klimaatproof Brabant; ▪ werken aan Brabant als slimme netwerkstad; ▪ werken aan een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk. Bij het hergebruik van leegkomende plekken in het stedelijk gebied, als gevolg van leegstand van kantoren en bedrijven en sloop/herstructurering van oude woningvoorraden, ontstaat een belangrijke opening om invulling te geven aan de opgave in het stedelijk gebied. Het ‘up to date’ houden van het bestaand stedelijk gebied is essentieel voor een duurzame, sociale en economische ontwikkeling van de steden en dorpen van Brabant. De ontwikkeling op de planlocatie past binnen de visie welke is opgesteld door provincie Noord-Brabant in de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Op de locatie Stationsstraat 7-7b en 11 worden acht wooneenheden toegevoegd. Dit sluit aan bij het ontwikkelen op inbreidingslocaties.

4.3.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. Dit zijn de: - Provinciale milieuverordening, gebaseerd op artikel 1.2 Wet milieubeheer; - Verordening natuurbescherming, gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; - Verordening Ontgrondingen, gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet;

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 16 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

-

Verordening Ruimte, gebaseerd op artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening; Verordening Water, gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet; Verordening wegen, gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2a Wegenverkeerswet.

De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Deze beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er helemaal geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Op hoofdlijnen gaat het om: - een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; - aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet, bijvoorbeeld voor de grondwaterbeschermingsgebieden; - aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. Het ontwerp van de Interim omgevingsverordening is in april vastgesteld. De Provinciale Staten heeft de Interim omgevingsverordening op 25 oktober 2019 vastgesteld. In figuur 10 is de uitsnede van de kaart ‘stedelijke ontwikkelingen en erfgoed’ behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor de planlocatie.

Uit figuur 10 blijkt dat de planlocatie is gelegen in het ‘Stedelijk gebied – Landelijke kern’.

Figuur 10: Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Stedelijk gebied – Landelijke kern Het voornemen is om de panden, waarin een commerciële ruimte en horecagelegenheid aanwezig zijn, op de planlocatie te saneren en een nieuw complex terug te bouwen, in de vorm van een commerciële ruimte op de begane grond en tien appartementen, verdeeld over de begane grond en de 1e, 2e en 3e verdieping. In artikel 3.42 ‘Duurzame stedelijke ontwikkeling’ van de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor nieuwbouw van woningen en ontwikkeling van voorzieningen binnen bestaand stedelijk gebied. Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat:

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 17 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Lid 3 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein, bevat het bestemmingsplan regels over: a. een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; b. het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waaronder: c. bedrijfswoningen; d. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden tenzij deze bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; e.

voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden. f. Plannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling moeten uitsluitend zijn gelegen in bestaand stedelijk gebied. Een plan dat voorziet in nieuwbouw van woningen dient een verantwoording te bevatten over de wijze waarop de afspraken die daaromtrent in het regionaal ruimtelijk overleg zijn gemaakt, worden nagekomen. De beoogde nieuwbouw dient zich te verhouden tot de afspraken en tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw Het onderzoek naar de behoefte van woningen wordt door de provincie Noord-Brabant strak geregisseerd. Dit is verankerd in afdeling 5.4 van de omgevingsverordening. In Artikel 5.16 is bepaald dat er een regionaal omgevingsoverleg is voor de volgende gebieden: West-Brabant, Midden-Brabant, Noordoost-Brabant en Zuidoost-Brabant. De gemeente Baarle-Nassau is ingedeeld bij de regio West-Brabant. In artikel 5.17 is de werkwijze van het omgevingsoverleg opgenomen. Baarle-Nassau maakt deel uit van het gebied West-Brabant (18 gemeenten) en de subregio Breda e.o. (landelijk gebied). West-Brabant valt samen met het COROP-gebied West-Noord-Brabant. Dit is conform het advies uit de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van infrastructuur en Milieu.

Via het omgevingsoverleg geven de Brabantse gemeenten jaarlijks inzicht in hun woningbouwplannen. Hiertoe actualiseren de gemeenten jaarlijks hun 'overzicht woningbouwcapaciteiten per gemeente', kortweg de matrix genoemd. Sinds 1 december 2016 is de Regionale Agenda Wonen 2017 van toepassing, waarin de meest actuele regionale woningbouwafspraken zijn opgenomen. De provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose 2016 t/m 2025 laat een behoorlijke regionale woningbouwopgave zien van circa 33.000 woningen (39.000 inclusief sloop) tot 2030. De groei van de woningvoorraad is de afgelopen jaren echter achter blijven lopen ten opzichte van de geprognosticeerde woningbehoefte. De regio West-Brabant heeft op basis van de toekomstige bevolkingsontwikkelingen, de bevolkings- en woningbehoefteprognose en de gemeentelijke woningbouwontwikkelingen de regionale woningvoorraad en woningbouwopgave per gemeente voor de periode 2016 t/m 2025 bepaalt. In de Regionale Agenda Wonen is de woningbouwcapaciteit en - opgaven per gemeente opgenomen.

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 18 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 11: Woningbouwopgaven en plancapaciteiten gemeenten 2016 t/m 2025

Voor de gemeente Baarle-Nassau wordt de benodigde capaciteit aan nieuwe woningen bepaald op 100 woningen t/m 2025. Ten tijde van het opstellen van de Regionale Agenda Wonen, waren 203 woningen opgenomen binnen de harde plancapaciteit van de gemeente Baarle-Nassau. Dit betekent dat 203% van het vereiste aantal woningen is opgenomen binnen een bestemmingsplan. Naar aanleiding hiervan kan in principe gesteld worden dat er geen ruimte is voor de ontwikkeling van woningbouw. Omdat de planlocatie een inbreidingslocatie is en een bijdrage levert aan de omgevingskwaliteit van het centrum van Baarle-Nassau kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling past. Door de beoogde ontwikkeling wordt ingespeeld om leegstand van gebouwen in centrumgebieden te voorkomen. Een combinatie van een kleinschalige commerciële ruimte en woningbouw blijft het centrum levendig. Algemene regels: Bevordering ruimtelijke kwaliteit Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b.

de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie; Zorgvuldig ruimtegebruik Doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in: ▪ dat een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel plaatsvind binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; ▪ ingeval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); ▪ een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik houdt in ieder geval in dat ingeval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6 tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening, hier na te noemen Bro

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 19 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

(ladder voor duurzame ontwikkeling). Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Artikel 3.1.6 lid 2 Bro (Ladder) geeft aan dat de toelichting bij een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling. Op 1 juli 2017 is de nieuwe ladder vastgesteld. Ladder voor duurzame verstedelijking Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Voorziet de uitbreiding van de horeca in de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m². De beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de locatie Stationsstraat 7-7b en 11 betreft de ontwikkeling van acht extra wooneenheden ten opzichte van de bestaande situatie (momenteel zijn er drie wooneenheden aanwezig op de planlocatie).

De onderhavige woningbouw ontwikkeling is kleinschalig van aard en kan daarom, conform vaste jurisprudentie, niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro worden aangemerkt. Gelet hierop is het plan niet in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, uit het Bro en is de ontwikkeling niet ladder plichtig. 4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Bestemmingsplan Dorpen

Ter plaatse van de planlocatie Stationsstraat 7-7b en 11 geldt het vigerend bestemmingsplan ‘Dorpen’ en overeenkomstig de regels van het bestemmingsplan ‘Dorpen, 1e herziening’. De planlocatie heeft de enkelbestemming ‘Centrum’ met bouwvlak. Over de planlocatie ligt de dubbelbestemming ‘WaardeArcheologie’. In figuur 12 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven.

Figuur 12: uitsnede bestemmingsplanverbeelding

Op de betreffende locatie is het binnen de regels van het bestemmingsplan niet mogelijk om meer dan één extra wooneenheid toe te voegen. 4.4.2

Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 20 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Op 26 juni 2019 heeft de gemeenteraad van Baarle-Nassau de ‘Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau’ vastgesteld. De omgevingsvisie geeft aan wat men wil bereiken in Baarle-Nassau. Hiervoor heeft de gemeente doelen geformuleerd. Als er zich nieuwe initiatieven aandienen, stelt de gemeente vier vragen: 1. In hoeverre draagt het initiatief bij aan de gestelde doelen? 2. Wat vindt de samenleving van het initiatief (is er draagvlak)? 3. Wat draagt het initiatief bij aan ruimtelijke kwaliteit? 4. Hoe kan het initiatief voldoen aan andere wet- en regelgeving?

Figuur 13: Uitsnede kaart omgevingsvisie

Baarle-Nassau is met de kernen Baarle-Nassau, Ulicoten en Castelré een aantrekkelijke woongemeente met voldoende voorzieningen, maar deze kwaliteiten - en daarmee de leefbaarheid - staan onder druk. Ulicoten heeft een beperkt voorzieningenniveau en de bereikbaarheid per openbaar vervoer laat te wensen over. De bevolking zal de komende jaren niet meer toenemen en vergrijzen, de woonomgeving veroudert en de zorg verandert. Mensen willen - en moeten - zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Alleen als het echt niet meer kan, kom je in aanmerking voor een verzorgingstehuis. Het is gelukkig mogelijk om binnen Baarle-Nassau te blijven wonen als het zover is, maar het verzorgingstehuis is verouderd. En thuis blijven wonen moet wel kunnen. Veel woningen zijn hier nog niet op ingericht. Daarnaast zijn er zorgen over het verdwijnen van voorzieningen en de aandacht voor mensen die lichtere zorg nodig hebben. Nieuwbouw van woningen voegt jaarlijks maar een zeer klein percentage aan woningen toe. Het overgrote deel van de woningen voor de toekomst staat er al. Er is de komende jaren een grote opgave om te verbeteren wat er nu staat. De woonwensen veranderen onder andere door de vergrijzing en omdat duurzaamheid en energiezuinigheid steeds belangrijker worden. De huizen zullen of mee moeten veranderen of uiteindelijk moeten worden vervangen.

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 21 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Voor de kernen wil de gemeente de focus op het bestaand stedelijk gebied, waarbij doel is de woningvoorraad zo aan te passen dat deze past bij de toekomstige woningbehoefte en duurzaamheidsambitie. De gemeente wil appartementen bij voorkeur in het centrum realiseren in verband met de nabijheid van voorzieningen ten behoeve van de doelgroep (ouderen). Conclusie Het beoogde initiatief voorziet een ruimtelijke ontwikkeling in het bestaand stedelijk gebied. Deze transformatie past in het centrumgebied van Baarle-Nassau. Door het ontwikkelen van appartementen in het centrum wordt voor de doelgroep (ouderen) passende woningbouw voorzien. Daarnaast draagt het plan bij, door de bestaande panden te saneren en hiervoor een nieuw gebouw op te richten, aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Het plan sluit aan op de omgevingsvisie van de gemeente Baarle-Nassau. 4.4.3

Woonvisie Baarle-Nassau 2018-2023

In 2018 is de Woonvisie Baarle-Nassau 2018-2023 door de gemeenteraad van de gemeente Baarle-Nassau vastgesteld. Een woonvisie die de aantrekkelijkheid van Baarle-Nassau weergeeft en recht doet aan trends en ontwikkelingen in de samenleving. Een toekomstperspectief dat nadrukkelijk vraagt om samenwerking. Samen met de woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, markt, zorg- en welzijnsinstellingen en andere partners, zorgen we ervoor dat het goed wonen is in Baarle-Nassau. Pijler 1: Identiteit van het wonen in Baarle-Nassau Voor het behoud van de woonaantrekkelijkheid zet de gemeente in op een woningaanbod dat past bij de identiteit van de gemeente en de kernen. Dit wordt bereikt door bij woningbouwinitiatieven, ook op inbreidingslocaties, aan te sluiten op het unieke woonkarakter van de kernen van Baarle-Nassau. Dat wil zeggen dat in de kernen ingezet wordt op een evenwichtig bouwprogramma voor verschillende doelgroepen, mede om bij te dragen aan het in stand houden van de voorzieningen. Pijler 2: Demografie en woningbehoefte Woningen die gebouwd worden, zijn passend bij het karakter van de dorpen en hebben toegevoegde (ruimtelijke) waarde. De nadruk van het bouwprogramma ligt op de kernen Baarle-Nassau en Ulicoten. De gemeente zet in op een divers woningaanbod dat aansluit op de woonwensen van verschillende doelgroepen in Baarle-Nassau. Pijler 3.

Betaalbaar wonen Kleinschalige initiatieven en experimentele betaalbare woonvormen wil de gemeente de komende jaren onder voorwaarden faciliteren, vooral wanneer het gaat om het hergebruiken van leegstaand of leegkomend vastgoed. Pijler 4. Kwaliteit van de woningvoorraad Alle nieuwbouwwoningen dienen gasloos te worden gebouwd. De gemeente daagt ontwikkelaars uit deze stap te zetten door kopers keuzemogelijkheden te bieden in het verder verduurzamen van hun nieuwbouwwoning. Pijler 5. Wonen met zorg en welzijn Nieuwbouwlocaties die aantrekkelijk zijn voor ouderen, vooral in en rond het centrum van Baarle-Nassau wil de gemeente waar mogelijk benutten voor de realisatie van levensloopgeschikte woningen in verschillende prijsklassen en voor meerdere doelgroepen. Conclusie De beoogde ontwikkeling op het plangebied sluit aan bij de Woonvisie Baarle-Nassau 2018-2023. Het plan is gericht op aantrekkelijk wonen in de kern. Op de locatie Stationsstraat 7-7b en 11 worden acht wooneenheden toegevoegd ten opzichte van de bestaande situatie. De appartementen worden uitgevoerd in levensloopbestendige wooneenheden, voor senioren.

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 22 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu- en overige aspecten

Inleiding

Ruimtelijke ordening en milieu zijn twee beleidsvelden die met elkaar te maken hebben, rekening met elkaar moeten houden en elkaar kunnen versterken. Het gemeenschappelijke doel dat aan beide beleidsvelden ten grondslag ligt, is het creëren van een goede kwaliteit van het leefmilieu (de omgevingskwaliteit). Om dit te bereiken geldt voor bestemmingsplannen dat toetsing plaats dient te vinden aan specifieke ruimtelijke milieunormen zoals afstandsnormen en normen ten aanzien van geluid, bodem en luchtkwaliteit. 5.3

Bodem

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit ter plaatse te worden onderzocht. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Na de sloop van de huidige bebouwing zal er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd worden. In de regels van onderhavig bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat, voordat gestart wordt met de bouwwerkzaamheden, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd en overlegd dient te worden aan het bevoegd gezag. 5.4

Water

Wettelijk toetsingskader De watertoets is met ingang van 1 november 2003 wettelijk verplicht voor bestemmingsplannen van de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het vooroverleg, op grond van artikel 3.1.1 Bro, met het waterschap geregeld. Provincie De provincie Noord-Brabant richt zich op het realiseren en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, plant en dier. Over het aspect water komen in de structuurvisie de volgende aspecten aan bod: ▪ robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; ▪ betere waterveiligheid door preventie; ▪ koppeling van waterberging en droogtebestrijding. Binnen de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant met de themakaart ‘water’ zijn geen aanduidingen gelegen ter plaatse van de planlocatie. In het kader van de Interim omgevingsverordening zijn geen voorwaarden waar aan getoetst dient te worden. Het beleid van gemeenten en waterschappen is gebaseerd op het Provinciaal Milieu en Waterplan. In het Provinciaal Milieu en Waterplan is beschreven hoe de provincie met de watertoets omgaat. Het doel van het PMWP is het creëren van een gezonde leefomgeving in Brabant, voor mens dier en plant. Binnen deze leefomgeving is veilig wonen van belang, waarbij ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen.

Het Provinciaal Milieu en Waterplan streeft naar: ▪ voldoende water voor mens, plan en dier; ▪ schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); ▪ bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; ▪ verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Binnen het Provinciaal Milieu en Waterplan, kaart 1, is de planlocatie gelegen in het gebied ‘water in bebouwd gebied’. Het waterbeheer in het gebied ‘water in bebouwd gebied’ richt zich op de realisatie van de gewenste woon- en werkomstandigheden. Dat de waterhuishouding zoveel mogelijk bijdraagt aan de instandhouding en mogelijk verbetering van de grotere watersystemen waarvan het betreffende bebouwde gebied deel uitmaakt.

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 23 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van de planlocatie is een verbetering ten opzichten van de huidige situatie, er wordt halverharding en infiltratiekratten toegepast. In de huidige situatie is de gehele planlocatie verhard. De ruimtelijke ontwikkeling heeft geen effect op de grotere watersystemen. Beleid waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta Is verantwoordelijk voor het waterbeheer In de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer, waaronder grondwater, heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen In het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen In samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 De gemeente Baarle-Nassau heeft een Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 opgesteld. Het plan beschrijft hoe de gemeente in de komende jaren invulling zal geven aan haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater & grondwater en hoe deze invulling wordt gefinancierd.

Uitgangspunten gemeente Baarle-Nassau: - Gescheiden afvoer hemelwaterafvoer bij herontwikkeling en nieuwbouw. Beoordeling Grondwaterbeschermingsgebied De planlocatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied en/of waterwingebied en er zijn geen waterlopen en/of waterpartijen in de directe nabijheid aanwezig. Dit heeft geen gevolgen voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

Figuur 14: Uitsnede keurkaart Waterschap Brabantse Delta

Riolering en infiltratie Uitgangspunt voor de waterhuishouding in met name nieuwbouwprojecten, is een duurzaam gescheiden systeem. Dit betekent dat schoon hemelwater, wat valt op daken en terreinverharding, zoveel mogelijk in het plangebied opgevangen en geïnfiltreerd dient te worden en alleen het vervuilde afvalwater via het riool wordt

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 24 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. De hoeveelheid afvalwater, die getransporteerd wordt naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie zal hiermee afnemen, wat uit het oogpunt van milieu een positieve ontwikkeling betekend. Het waterschap is geen voorstander van het toepassen van uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Er wordt binnen het plangebied gekozen om het schone regenwater en het afvalwater gescheiden aan te leveren en aan te sluiten op het gescheiden rioolstelstel. Het Waterschap Brabantse Delta heeft in het beleid aangegeven dat voor het toevoegen van verharding, minder dan 500 m², geen infiltratie danwel retentie toegepast hoeft te worden. In de huidige situatie is het perceel geheel verhard. Het verhard oppervlak zal afnemen doordat er ter plaatse van de parkeerplaatsen halfverharding toegepast zal worden. Aangezien het plangebied buiten de beschermde gebieden van de Keur van het waterschap is gelegen en het verhard oppervlak af zal nemen, is het niet nodig om te voorzien in een infiltratie of retentie op basis van het beleid van Waterschap Brabantse Delta. Watertoets Verbreed gemeentelijk Rioleringsplan In de plantoelichting moet een waterparagraaf worden opgenomen, waarin wordt aangegeven op welke manier rekening is gehouden met de (eventuele) gevolgen van het plan voor de waterhuishouding in het plangebied.

De watertoets is een belangrijk instrument om te verzekeren dat de waterhuishouding vanaf het begin van de planvorming integraal onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling. In de bestaande situatie is de planlocatie grotendeels verhard. Er zal naar verwachting geen toename van verhard oppervlak plaats vinden. De tuinen zullen gedeeltelijk onverhard gemaakt worden. Bij een toename van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd, er is in deze situatie geen sprake van toename van verhard oppervlak. Volgens tabel B3.1 uit het VGR dient er voor nieuwbouw een infiltratie- of retentievoorziening van minimaal 60 mm gerealiseerd te worden. De retentie van 60 mm geldt voor de oppervlakte van het gehele perceel. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. Het Waterschap Brabantse Delta heeft in de Keur opgenomen dat in principe verboden is om zonder vergunning hemelwater door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; b. de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is, of; c.

de toename van verhard oppervlak bestaat uit een sedum dak. d. de toename van verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06. De gevoeligheidsfactor ter plaatse van de planlocatie Stationsstraat 7-7b en 11 is 1. De benodigde compensatie is: 920 * 1 * 0,06 = 55,2 m3. De compensatie zal worden gerealiseerd in de vorm van halfverharding en infiltratiekratten ter plaatse van de parkeerplaatsen. De compensatie vindt plaats binnen de planlocatie, er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Conclusie Met onderhavige ruimtelijke ontwikkeling neemt het verhard oppervlak ter plaatse van de planlocatie af, door toepassing van halfverharding. De situatie verbeterd te plaatse van de planlocatie, er wordt voldaan aan het beleid met betrekking tot het aspect ‘water’. 5.2

Algemeen

Toelichting bestemmingsplan 201120

Pagina 25 van 44

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

In de onderstaande paragrafen zijn de ruimtelijke-milieuhygiënische aspecten verder uiteengezet. De aspecten die worden behandeld zijn: - Bodem - Water - Cultuurhistorie en Archeologie - Natuur - Wegverkeerslawaai - Bedrijven en milieuzonering - Externe veiligheid - Kabels en leidingen - Luchtkwaliteit - Toetsing besluit milieueffecten rapportage 5.5

Cultuurhistorie en archeologie

5.5.1

Cultuurhistorie

Wettelijk toetsingskader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.

Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend.

Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11834015/1