3.1 - Bijlage 5 - Bijlagen regels ontwerp omgevingsplan
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a
Inhoudsopgave
Bijlagen bij regels
3
Bijlage 1
Begripsbepalingen
4
Bijlage 2
Landschappelijk inpassingsplan
10
Bijlage 3
Staat van bedrijfsactiviteiten
19
2 2c Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a" (concept)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 2
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a
Bijlagen bij regels
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a" (concept) 3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a
Bijlage 1 Begripsbepalingen
4 2c Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a" (concept)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 2
Bijlage 1 Bij artikel 1 (Begripsbepalingen) In dit 'TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a voorbeeld woningbouw landelijk gebied' wordt verstaan onder:
- achtererfgebied: gebouwerf zoals bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van het Bbl, uitgaande van de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 3 m achter de voorkant; - afhankelijke woonruimte: een bijgebouw/bedrijfsgebouw dat een ruimtelijke en planologische eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; - agrarisch bedrijf: een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: • • • • •
• • • • • •
akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, waaronder bollenteelt, daaronder niet begrepen sier- en fruitteelt, boomkwekerij en bosbouw; boomkwekerij: een bedrijf gericht op het telen van bomen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan; bosbouw: de teelt van bomen ten behoeve van de houtproductie; grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder tevens wordt verstaan een paardenfokkerij; intensieve veehouderij: een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; sierteelt: de teelt van tuin- en potplanten en/of bomen; fruitteelt: de teelt van fruit; bollenteelt: de teelt van bloembollen in samenhang met de teelt van bolbloemen; intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht; paardenfokkerij: het houden van paarden ten behoeve van de fokkerij waarbij het africhten van en de handel in paarden in ondergeschikte mate
plaatsvindt; onder paardenfokkerij wordt niet verstaan paardenstalling en manege.
- bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; - bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwperceel/bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; - bed and breakfast: recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf, binnen de bestaande (bedrijfs)woning of bijgebouw dat door de beperkte omvang in een woning, met behoud van de woonfunctie, door de bewoner van de woning wordt uitgeoefend; - bedrijfsactiviteiten aan huis: het door een bewoner van een woning: 1. het uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten; 2. bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk; waarbij de woning in een overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een internethandel. Hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel en sexinrichtingen;
- begane grond: bouwlaag waarvan bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer ter hoogte van het (straat)peil ligt, dan wel de bouwlaag boven een onderbouw;
- bestaand: a. het gebruik op een locatie dat op het tijdstip van vaststelling van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan op de betreffende locatie aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; b. het onder a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met de voorheen geldende gebruiks- en/of bouwregels voor die locatie in het omgevingsplan, daaronder mede begrepen de overgangsbepalingen, of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; - bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; - bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; - bouwlaag: een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; - bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is
toegelaten; - bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; - bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; - dakopbouw: een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst; - detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen; - dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé; - eerste bouwlaag: de eerste volledige bouwlaag boven het peil; - eenmanszaak: onderneming die door één persoon wordt geëxploiteerd, maar wel personeel in
dienst kan hebben - druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; - erker: een aan nader bepaalde maatvoeringeisen verbonden ondergeschikt aangebouwd gedeelte (aanbouw) van een woning aan een gevel in één bouwlaag, eventueel met een schuin kapje; - extensief recreatief verblijven: een extensieve recreatieve niet-bedrijfsmatige gebruiksvorm, welke zich beperkt tot bijvoorbeeld wandelen, paardrijden, fietsen, picknicken, kanoën en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie en de daarbij behorende extensieve recreatieve voorzieningen zoals banken, bewegwijzering en
picknicktafels, ondergeschikt aan de overige ingevolge de functie toegestane gebruiksactiviteiten, en dientengevolge niet het primaire c.q. hoofdgebruik betreffende; - gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; - gevellijn: de als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd; - bewoner: iemand die officieel als bewoner van een woning of ander gebouw geregistreerd is en daarmee onder andere verantwoordelijk is voor het betalen van bepaalde lasten; - hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken - huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.
Kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; - internethandel: verkoop via internet aan particulieren, zonder showroom en waarvan de bestelling en betaling voornamelijk via internet verloopt en bezorging per post, alsmede opslag zonder dat producten ter plaatse worden afgehaald, bekeken of betaald; - kap: een constructie van één of meer dakvlakken; - kamerverhuur: gebouw en/of gedeelte van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan personen die geen huishouden vormen; - kampeermiddelen: niet als een bouwwerk aan te merken vouwwagens, campers, tenten, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief dag- en/of nachtverblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;
-
mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussenpersonen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring (zorgindicatie) van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeenteaangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; - ondergeschikt bouwdeel: • een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak en/of; • ondergeschikte delen van een ondergronds bouwwerk die zichtbaar zijn boven peil; - ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil; - ondergrondse werken: werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; - Open constructie erf- en terreinafscheiding: constructie met een doorkijk, voor minimaal 80 % voorzien van open delen, zoals een constructie als een hekwerk.
- overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één gesloten wand; - peil: • voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; • voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; - pré-mantelzorg: mantelzorg waarbij de behoefte met een verklaring (zorgindicatie) van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeenteaangewezen sociaalmedisch adviseur nog niet kan worden aangetoond maar deze gezien de gevorderde
leeftijd, een progressieve ziekte en/of een psychische beperking mogelijk wel op termijn te verwachten is; - stedenbouwkundige samenhang: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaald beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n); - stedenbouwkundige waarde/kwaliteit: de waarde die een gebied heeft in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals de stedenbouwkundige situatie en infrastructuur, alsmede de ligging en hoogte van bouwwerken in dat gebied; - straatmeubilair: verkeersgeleiders, rampalen/amsterdammertjes, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, telefooncellen, abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen en daarmee vergelijkbare objecten; - Teeltondersteunende voorziening: (teelt)ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf(stak), boom- of vaste plantenteeltbedrijf(stak) en die gebruikt worden om de bedrijfsvoering te optimaliseren; hierdoor vindt (een deel van) de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden
plaats, waardoor gezorgd kan worden voor een verbetering van de productiekwaliteit en/of arbeidsomstandigheden, teeltvervroeging of -verlating en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik. 1. Permanentate teeltondersteunende voorziening: teeltondersteunende voorzieningen die voor een periode langer dan 6 maanden worden gebruikt. 2. Tijdelijke teeltondersteunende voorziening; teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een minimum van 1 maand en een maximum van 6 maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten, stellingen met eventueel regenkappen; 3. overige (teelt)ondersteunende voorzieningen: permanente (teelt)ondersteunende voorzieningen in de vorm van een afscheiding, eventueel in de vorm van een hek , met een hoogte van niet meer dan 2,5 m, op boomteeltpercelen waarmee dieren van die percelen geweerd kunnen worden.
- voorgevel: een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw; - voorgevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de grenzen van het bouwperceel; - openbare nutsvoorzieningen: op het openbare net aangesloten werken en/of bouwwerken ten behoeve van het openbaar nut, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; - water, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlakte water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.; - werken en werkzaamheden: alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies, geen bouwwerken zijnde, en inrichtingen en de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om deze te realiseren;
- woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, of voor de huisvesting buiten het verband van een huishouden tot en met maximaal vier personen.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a
Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan
10 2c Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a" (concept)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 2
Landschappelijk inpassingsplan Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a Ulicoten
Opgesteld door: TvH Datum: 01-08-2024/aangepast 01-12-2025 Projectnummer: 93134.FA048 Landschappelijk inpassingsplan Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a Ulicoten
Historie In de kaart van 1850 is te zien dat de omgeving van de twee plangebieden veelal uit ongerepte natuur, bossen en agrarische gronden bestaat. In 1930 is te zien dat het plangebied van Chaamseweg-Hazenberg 13a uit een bos bestaat. Ook is te zien dat veel gronden in de omgeving zijn ontgonnen ten behoeve van de landbouw. Landschapselementen, veelal houtwallen, werden gebruikt als perceelafscheiding. Binnen het plangebied van nummer 3 is een weg gelegen naar buurtschap ‘t Hazenberg. Op de kaart van 1970 is de eerste bebouwing weergegeven. Ook is in de omgeving meer bebouwing te vinden en zijn er meer gronden ontgonnen voor de landbouw. Zo ook op het plangebied van Chaamseweg-Hazenberg 13a. Op de kaart van 2020 is te zien dat er meer bedrijfsbebouwing in de omgeving en binnen het plangebied van nummer 13a te vinden is. Het plangebied van nummer 3 is bestaat uit landbouwgrond. 1850
1930
13a
3
1970
2020
Landschappelijk inpassingsplan Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a Ulicoten
Bestaande situatie In de omgeving zijn de woningen vaak ‘cultuurlijk’ ingepast door middel van knip- of scheerheggen. Meer naar achteren toe, zijn meer natuurlijkere landschapselementen te vinden aan de randen van het erf. Vooral bomenrijen en houtsingels zijn te vinden in de omgeving als omzooming van agrarische bedrijven. Op de open agrarische gebieden zijn solitairen bomen of boomgroepen te vinden. Het plangebied van Chaamseweg-Hazenberg 13a bestaat uit enkel landbouwgrond. Er zijn geen landschapselementen gelegen op locatie. Het plangebied van nummer 3 Straatbeeld A. Bron: Google street view bestaat uit een bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en sleufsilo’s. Ook zijn er enkele bomen en een knip- of scheerheg te vinden rondom de woning. Langs de inrit zijn bomen te vinden.
A
Straatbeeld B. Bron: Google street view
13a
B
C
Straatbeeld C. Bron: Google street view
3
D
Satellietfoto van de bestaande situatie Straatbeeld D. Bron: Google street view Landschappelijk inpassingsplan Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a Ulicoten
Omgevingsvisie De plangebieden liggen in een landschap dat in de omgevingsvisie is aangeduid als ‘oude landschappen’. De oude landschappen zijn die delen van Baarle-Nassau die pakweg voor 1840 ontgonnen zijn. Ze bestaan uit de oude bouwlanden, aangevuld met de oude kampontginningen. Ze zijn door hun ruimtelijke opbouw en hun dichtheid aan bebouwing nog steeds herkenbaar ten opzichte van de jonge heideontginningen. Drie delen van het landschap van Baarle-Nassau kunnen onder deze oude landschappen worden geschaard: Baarle en omgeving, Ulicoten en Castelre. Ze verschillen onderling aanmerkelijk, in geschiedenis, ruimtelijke opbouw en huidige dynamiek. De plangebieden liggen in het oude landschap van Ulicoten. Ulicoten is een grote kampontginning in een gebied waarin veel kleine natuurlijke waterloopjes lagen. Voor grote akkers zoals rond Baarle lijkt geen plaats. Veel oorspronkelijke boerderijen zijn uitgegroeid tot moderne agrarische bedrijven. Ook rond Ulicoten is de dynamiek groot. Ulicoten en omgeving is een fors gebied met kleinschalige kampontginningen: Verspreide bebouwing met kleinere bouw- en graslanden, vaak omzoomd door beplantingen langs de perceelsgrenzen. Ook de kleinschalige opbouw van het gebied en het besloten karakter ervan zijn kwaliteiten van het gebied.
Ondanks de toename van bebouwing, Uitsnede omgevingsvisie, oude landschappen aangegeven (plangebieden zijn met cirhet vergroten van percelen en verdwijnen van beplantingen op perceelsgrenzen is deze kels aangegeven) nog steeds goed herkenbaar. Het reliëf, ontstaan door de oost–west lopende stroompjes en het eeuwenlang ophogen van de akkertjes, zijn van belang voor de belevingswaarde. De gemeente ziet graag dat de groene inpassing van nieuwe ontwikkeling dat de schaal van de gebouwen verkleind wordt tot proporties die passen bij de omgeving. Dat betekent bijvoorbeeld geen eenvormige rand groen, maar een gedifferentieerde aanplant die aansluit bij de omgeving.
Uitsnede omgevingsvisie, deelgebied Ulicoten (plangebieden zijn met cirkels aangegeven) Landschappelijk inpassingsplan Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a Ulicoten
Landschappelijke inpassing Chaamseweg-Hazenberg 3 1 laag en (leef )kap
Nieuw te plaatsen mestvergister
Te revitaliseren bosje
1. Te planten bomenrij
-H Chaamseweg
Nieuw te plaatsen sleufsilo’s
Nieuw te bouwen rundveestal
Nieuw te plaatsen mengkuip en vaste mestopslag
Te slopen bedrijfsbebouwing
Nieuw te bouwen loods
azenberg
2. Te planten houtsingel
Aan te leggen waterbergingsvoorziening
Te revitaliseren bomen
Te revitaliseren knip-of scheerheg
Nr. 3
1. Te planten bomenrij
Beoogd differentieatievlak Te handhaven sleufsilo’s
Schaal: 1:1000 (A3)
Beoogd bouwvlak
Te handhaven rundveestal
Te slopen woning (nr. 3a) Te handhaven bedrijfswoning Te handhaven garage, berging en jongveestal
Landschappelijk inpassingsplan Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a Ulicoten
Landschappelijke inpassing Chaamseweg-Hazenberg 3 Plantsortiment De bestaande landschapsbomen binnen het plangebied zullen gehandhaafd blijven. Deze zullen worden gerevitaliseerd. Net zoals de bestaande knip- of scheerheg rondom de woning. Het revitaliseren van bestaande bomen en planten verwijst naar het nemen van maatregelen om de gezondheid, vitaliteit en groei van reeds bestaande bomen en planten te verbeteren. Het doel is om beplanting die verzwakt, gestrest of in een slechte conditie verkeren nieuw leven in te blazen en hun overlevingskansen te vergroten. Aan de noord- en zuidzijde worden bomenrijen geplant langs het plangebied. De inheemse bomen bieden leefruimte en voedsel voor een groot aantal organismen, waaronder vogels, insecten, schimmels en epifyten (planten die op andere planten groeien). Ze creëren verticale lagen in ecosystemen, wat de diversiteit van habitats verhoogt. Ook wordt een robuuste houtsingel geplant met inheemse struweel- en boomvormers. De houtsingels versterken het oude landschap en zorgen voor biodiversiteit, schuilen broedmogelijkheden en uitkijkplekken voor roofvogels. Deze groensingel wordt aangelegd ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren.
De houtsingels zijn een foerageer- en nestelplek voor vogels, een schuilplek voor egels en kleine zoogdieren en zijn zeer geschikt als luwe plek voor insecten zoals vlinders. De akkerzones zullen met deze landschapselementen beter herkenbaar worden: Het erf en het open oude landschap zijn dan beter leesbaar. Ten slotte wordt een waterbergingsvoorziening/wadi aangelegd. Bovenstaande bestaande en nieuwe groenstructuren in het landschap versterken het eigen karakter van het gebied en verkleinen de ruimtelijke schaal. Het zorgt voor een groene kamer in het oude landschap. Ook sluit het aan op de wens van de gemeente om een gedifferentieerde aanplant te gebruiken die aansluit bij de omgeving. In de omgeving zijn houtsingels en bomen te vinden. Gezien voorgaand worden diverse landschapselementen aangeplant welke zorgen voor een versterking van het landschapsbeeld en welke zorgen voor een kwaliteitsverbetering van het landschap. Door deze landschapsversterkende maatregelen wordt de ruimtelijke vormgeving van de gebouwen en voorzieningen verzacht en geheel of gedeeltelijk aan het zicht onttrokken.
1.
Aan te planten bomenrij ( ± 11 (n) + 16 (z)) Stamomtrek 10-12 cm, h.o.h. = minimaal 8 m Berk, wilg, zomereik, zwarte els en/of vergelijkbaar inheems
2.
Aan te planten houtsingel (afmetingen ± 4 x 77 = 308 m²) Struweel: 100-300 cm, 1,25 m driehoeksverband:
m² st / m² 308 0,64 Bomen: Zomereik, zwarte els, ruwe berk, gewone beuk, hollandse linde en/of vergelijkbaar inheems
aantal ca. 25
aantal 197
Struweel: Hazelaar, gelderse roos, krent, veldesdoorn, rode/gele kornoelje, sleedoorn, gewone vlier, bosroos en/of vergelijkbaar inheems
Minimale oppervlakte landschappelijke inpassing: Oppervlakte landschappelijke inpassing:
2000 m² 2975 m²
Landschappelijk inpassingsplan Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a Ulicoten
Landschappelijke inpassing Chaamseweg-Hazenberg 13a
1. Te planten bomenrij 2. Te planten houtsingel
Nieuw te bouwen woning
Nr. 13a
Beoogde woonbestemming
Beoogde bestemming: Agrarisch - landelijke gebieden
Nieuw te bouwen bijgebouw (later aan te vragen) Beoogd bouwvlak Aan te leggen retentiesloot
Chaa
msew eg
-Haze
nberg
2. Te planten houtsingel
Schaal: 1:1000 (A3)
Landschappelijk inpassingsplan Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a Ulicoten
Landschappelijke inpassing Chaamseweg-Hazenberg 13a In de beoogde situatie wordt aan de noord-en zuidzijde een houtsingel aangeplant met bomen en struwelen. Struwelen zijn vaak insectenrijk en daarmee belangrijk als jachtgebied voor vleermuizen. Bovendien zijn struwelen onderdeel van het leefgebied van diverse vogels en zoogdieren. De struweelhaag zorgt ten slotte voor een begeleiding van het zicht op het open oude landschap. De bomen in de struweelhaag en de rij bomen bieden leefruimte en voedsel voor een groot aantal organismen, waaronder vogels, insecten, schimmels en epifyten (planten die op andere planten groeien). Ze creëren verticale lagen in ecosystemen, wat de diversiteit van habitats verhoogt. Er wordt een waterbergingsvoorziening in de vorm van een retentiesloot aangelegd. Bovenstaande landschapselementen zorgen voor een groene kamer in het landschap, verkleinen de ruimtelijke schaal en sluiten aan op de wens van de gemeente om een gedifferentieerde aanplant te gebruiken die aansluit bij de omgeving. In de omgeving zijn houtsingels en bomen te vinden. Het zorgt er ten slotte voor dat de ruimtelijke vormgeving van de woning en het bijgebouw verzacht wordt en geheel of gedeeltelijk aan het zicht wordt onttrokken.
Plantsortiment 1.
Aan te planten bomenrij Stamomtrek 10-12 cm, h.o.h. = minimaal 8 m Berk, wilg, zomereik, zwarte els en/of vergelijkbaar inheems
2.
Aan te planten houtsingel (afmetingen ± 16 x 3 m = 48 m² (n) en 90 x 3 = 318 m² (w-z)) Struweel: 100-300 cm, 1,25 m driehoeksverband: m² st / m² aantal 318 0,64 204 Bomen: Zomereik, zwarte els, ruwe berk, gewone beuk, hollandse linde en/of vergelijkbaar inheems
aantal 3
Struweel: Hazelaar, gelderse roos, krent, veldesdoorn, rode/gele kornoelje, sleedoorn, gewone vlier, bosroos en/of vergelijkbaar inheems
Landschappelijk inpassingsplan Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a Ulicoten
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a
Bijlage 3 Staat van bedrijfsactiviteiten
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Chaamseweg-Hazenberg 3 en 13a" (concept) 19
Bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten
Staat van Bedrijfsactiviteiten
1
2
3