3.1 - Bijlage 3 - Routekaart - Regio West-Brabant
Tekst van het document
ekaart Schone Lucht Akkoord -
1/22
Grondlegger van vooruitgang
RAPPORT
Routekaart Schone Lucht Akkoord Regio West-Brabant De weg naar een schone lucht Definitieve versie – 29 juni 2023 Eva de Ruiter – Marijke Laarman – Daniel Los – Camille Aardening
Grondlegger van vooruitgang
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
.................................................................................................................................................................. 3
Inleiding: Gezondheidsuitdaging voor de Brabanders ................................................................................................................ 3 1.1
Het belang van schone lucht .............................................................................................................................. 3
1.2
Bronnen van uitstoot ......................................................................................................................................... 5
1.3
Doel en scope van de routekaart ....................................................................................................................... 6
1.4
Leeswijzer .......................................................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 2
.................................................................................................................................................................. 8
Het Schone Lucht Akkoord als antwoord .................................................................................................................................... 8 2.1
De voordelen en aandachtspunten van het Schone Lucht Akkoord ................................................................... 8
2.2
Verplichtingen ................................................................................................................................................. 10
2.3
De thema’s en concrete acties......................................................................................................................... 10
Hoofdstuk 3
................................................................................................................................................................ 13
Stand van zaken voor Regio West- Brabant .............................................................................................................................. 13 3.1
Een inventarisatie van uw inzet op de Schone Lucht Akkoord thema’s ........................................................... 13
3.2
Inzichten voor West-Brabant ........................................................................................................................... 16
3.3
Perspectief voor de eerste stap voor themakeuze........................................................................................... 17
Bijlage 1: Mate van bijdrage aan de Routekaart per gemeente ................................................................................................ 18 Bijlage 2: Kaartbeeld overige regio’s ......................................................................................................................................... 20
3
HOOFDSTUK 1
Inleiding: Gezondheidsuitdaging voor de Brabanders Er is steeds meer kennis over de impact van luchtvervuiling op onze gezondheid. De richtlijnen die vanuit Europa worden gesteld, liggen boven de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Nagenoeg overal in Noord-Brabant worden de WHO-advieswaarden (uit 2021) voor fijnstof en stikstofdioxide overschreden. De GGD rekende uit dat de gemiddelde Brabander daardoor een jaar korter gezond kan leven. Dit maakt het waarborgen van schone lucht een urgente en cruciale uitdaging. Het Schone Lucht Akkoord is een belangrijk instrument dat gericht is op het verbeteren van de luchtkwaliteit. Samen streven de deelnemende partijen naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. Ze doen dit door het bevorderen van duurzaamheid aan de hand van de negen meest relevant thema's, waaronder industrie, landbouw en mobiliteit. Dit rapport is opgesteld als een routekaart en dient als hulpmiddel voor toetreding en implementatie van het Schone Lucht Akkoord in het eigen beleid.
1.1
Het belang van schone lucht
Luchtkwaliteit is een onderwerp dat de afgelopen jaren steeds meer aandacht heeft gekregen. En dat is niet zonder reden. De GGD heeft herhaaldelijk aangetoond dat de kwaliteit van de lucht die we inademen een directe invloed heeft op onze gezondheid. In het onderzoek: “Luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant” De GGD trekt de GGD de vergelijking met 4,9 gerookte sigaretten per persoon (alle leeftijden) per dag. Daarnaast komt uit onderzoek van het RIVM naar voren dat we in Nederland gemiddeld acht maanden korter leven door de gevolgen van luchtvervuiling1. Als je als gemeente werkt aan het verbeteren van de luchtkwaliteit, werk je dus direct mee aan het verbeteren van de gezondheid. De GGD heeft in het rapport ‘Luchtkwaliteit en gezondheid’ de luchtkwaliteit in Noord-Brabant geanalyseerd. Hierin wordt aangetoond dat de blootstelling aan vervuilde lucht in Brabant een breed scala aan gezondheidsproblemen veroorzaakt. Luchtverontreinigende stoffen, specifiek fijnstof, stikstofoxide en ozon, kunnen leiden tot luchtwegaandoeningen, zoals astma en chronische bronchitis. Bovendien verhoogt langdurige blootstelling aan vervuilde lucht het risico op hart- en vaatziekten, beroertes, longkanker en zelfs vroegtijdige sterfte.
Aandoeningen die in direct verband staan met emissies en luchtverontreiniging zijn lagere geboortegewichten, astma bij kinderen en hart- en vaatziekten boven de 40 jaar. De inschatting van de GGD is dat 1 op 107 inwoners in Noord-Brabant te maken krijgt met aandoeningen door luchtverontreiniging2. Verder is een deel 1
https://www.rivm.nl/lucht/Schone Lucht Akkoord
2
https://www.ggdhvb.nl/app/uploads/2022/06/Onderzoek-luchtkwaliteit-en-gezondheid-in-Brabant-2022-Rapport.pdf
4
van de ziekenhuisopnames in de regio toe te schrijven aan slechte luchtkwaliteit. Deze opnames zijn met name gerelateerd aan acute astma, COPD en hartziekten. Van deze ziektes wordt ingeschat dat rond de 4% veroorzaakt is door luchtverontreiniging. Naast impact op het individu, hebben deze gezondheidseffecten ook een enorme impact op de maatschappij als geheel. Samenvattend is te zeggen dat luchtverontreiniging een effect heeft op verschillende gezondheidsproblemen. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende Brabantse gemeenten. In alle gemeenten is gezondheidswinst te behalen door het verschonen van de lucht. Bij de gemeenten die nog niet deelnemen aan het Schone Lucht Akkoord valt relatief de grootste winst te behalen in Altena, Asten, Drimmelen, Geertruidenberg, Laarbeek, Loon op Zand, Nuenen Gerwen en Nederwetten, Roosendaal, Someren en Veldhoven.
Figuur 1 Relatieve gezondheidsimpact wordt hier weergegeven als de bijdrage van luchtverontreiniging op de totale incidentie van vroegtijdige sterfte (onder 30 plussers), astma bij kinderen, hart- en vaatziekten en longkanker (bij 50 plussers). 3
Het is goed om te weten dat de GGD, naast de analyse van de regio, per gemeente een vergelijkbaar rapport kan maken met uitwerkingen van gezondheidsverlies op wijkniveau inclusief het aandeel van de belangrijkste sectoren.
3
https://www.ggdhvb.nl/app/uploads/2022/06/Onderzoek-luchtkwaliteit-en-gezondheid-in-Brabant-2022-Rapport.pdf
5
Gezondheideffecten - Landelijke afname leeftijdsverwachting 12000000
Inwoners
10000000 8000000 6000000 4000000 2000000 0
Zonder maatregelen 2016
Met maatregelen in 2030
Figuur 2 Landelijke afname leeftijdsverwachting door de effecten van luchtvervuiling 4
De negatieve gevolgen van luchtvervuiling beperken zich niet alleen tot gezondheidsproblemen. Verdere nadelige effecten vertalen zich door in hogere kosten voor (fysieke en mentale) gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid en verminderde levenskwaliteit en daarmee verminderd geluksgevoel. Door te investeren in luchtkwaliteit kunnen gemeenten niet alleen de gezondheid van hun burgers verbeteren en bijbehorende gezondheidsuitgaven verminderen, maar ook bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de stad of gemeente. Bovendien eindigt gezonde lucht niet bij de grenzen van steden, gemeenten of provincies. Door luchtkwaliteit in eigen gebied te verbeteren wordt een bijdrage geleverd aan een gezonde, duurzame toekomst voor iedereen.
1.2
Bronnen van uitstoot
De effecten van luchtkwaliteit op de gezondheid wordt gemeten in de luchtkwaliteitsindex (LKI). Aan de hand van blootstelling aan vier stoffen kunnen ziektebeelden worden gekoppeld aan bronnen van uitstoot. De stoffen die hierin centraal staan zijn ozon (O3), stikstofoxide (NO2) en fijnstofconcentraties (PM2,5 en PM10), die worden uitgedrukt in de grootte van de deeltjes. Omdat het lastig is om lokaal beleid te vormen op ozon wordt in de gemeentelijke context voornamelijk gekeken naar stikstofoxide en fijnstofconcentraties. Van die stoffen zijn er meerdere bronnen van uitstoot te onderscheiden. Een directe bron van stikstofoxide is het wegverkeer. Fijnstof komt voornamelijk voort uit processen in de landbouw, industrie en door houtstook. De categorie ‘overig’ heeft betrekking op bouw, diensten, handel en overheid. Hierbij is het goed om te vermelden dat secundair gevormde fijnstof niet is meegenomen in dit overzicht, waardoor de bijdrage van landbouw mogelijk hoger ligt dan wordt getoond. Ammoniak is namelijk een belangrijke bron van secundair fijnstof. Bij het nemen van stalmaatregelen gericht op ammoniak wordt de luchtkwaliteit m.b.t. fijnstof verbeterd. Om deze emissies te voorkomen geeft de GGD de voorkeur aan een brongerichte aanpak. Omdat emissies worden voorkomen, zullen vervolgens minder burgers hieraan blootgesteld worden.
4
https://www.rivm.nl/lucht/Schone Lucht Akkoord
6
Bronnen van schadelijke stoffen in Noord-Brabant 60%
NO2 PM10
40%
PM2,5
20%
0%
Figuur 3 Bronnen van schadelijke stoffen naar sector 5
1.3
Doel en scope van de routekaart
Deze routekaart is bedoeld als leidraad voor de afweging van gemeenten om wel of niet deel te nemen aan het Schone Lucht Akkoord. Het streven is om zoveel mogelijk gemeenten te laten deelnemen aan het Schone Lucht Akkoord. Immers, met meer deelnemende gemeenten wordt het gebied waarin maatregelen genomen worden groter en wordt de impact daarvan ook groter. Om dit doel te bereiken wordt in deze routekaart aandacht besteed aan de voordelen en aandachtspunten van deelname aan het Schone Lucht Akkoord. Hiernaast wordt de mogelijkheid voor een integrale aanpak besproken. Om de stap tot deelname te verkleinen en vragen hierover weg te nemen, maken we concreet welke inspanningen nodig zijn om deel te nemen. Tot slot worden in deze routekaart de potentiële gemeentelijke samenwerking- of sparringpartners inzichtelijk gemaakt.
1.4
Leeswijzer
In het tweede hoofdstuk gaan we dieper in op de aspecten die relevant zijn bij de overweging om deel te nemen aan het Schone Lucht Akkoord. We geven toelichting op de verplichtingen en de kansen die deelname met zich meebrengt. Daarnaast diepen we de thema’s binnen het akkoord verder uit en geven we een concreet overzicht van de inzet die per thema wordt verwacht. In het derde hoofdstuk wordt specifiek voor uw regio ingezoomd op de inspanningen die al worden geleverd voor het verbeteren van de luchtkwaliteit. Met deze analyse komen de voortgang en mogelijke ontwikkelingspunten op de thema’s van het Schone Lucht Akkoord naar voren. Tevens worden er voorstellen gedaan om synergiën te creëren door bijvoorbeeld samenwerkingen aan te gaan met gemeenten die koploper zijn op een thema, of samenwerking aan te gaan met gemeenten die werken aan soortgelijke maatregelen.
5
https://www.ggdhvb.nl/app/uploads/2022/06/Onderzoek-luchtkwaliteit-en-gezondheid-in-Brabant-2022-Rapport.pdf
7
Een groot aantal gemeenten zijn reeds deelnemer aan het Schone Lucht Akkoord. De regio Noordoost-Brabant is hierin opvallend omdat alle gemeenten in de deze regio deelnemer zijn. De deelnemende gemeenten zijn niet opgenomen in de analyse ten aanzien van de verschilbepaling tussen het huidige beleid en de maatregelen van het Schone Lucht Akkoord. Ook bij deelnemende gemeenten geldt dat zij in verschillende mate inzet tonen per thema. Hoe de inzet per thema er uitziet zullen wij inzichtelijk maken op basis van de Decentrale Uitvoeringsplannen die recent zijn ingediend bij Schone Lucht Akkoord. Echter, pas in oktober 2023 mogen deze worden vrijgegeven. Tot die tijd zullen wij in vertrouwelijke setting direct met de desbetreffende deelnemende gemeente suggesties doen over samenwerkingsmogelijkheden per thema. Deze samenwerkingssuggesties richten zich op zowel reeds deelnemende gemeenten als op niet-deelnemende gemeenten.
8
HOOFDSTUK 2
Het Schone Lucht Akkoord als antwoord Dit hoofdstuk belicht de overwegingen om deel te nemen aan het Schone Lucht Akkoord, waarbij zowel de voordelen en aandachtspunten van deelname aan bod komen. Inzicht hierin, en wat er wordt verwacht van de gemeente, helpt om een goede afweging te maken om wel of niet deel te nemen aan het Schone Lucht Akkoord.
2.1
De voordelen en aandachtspunten van het Schone Lucht Akkoord
Tijdens gesprekken met niet-deelnemende Brabantse gemeenten zijn een aantal obstakels naar voren gekomen. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op deze obstakels en wat het Schone Lucht Akkoord of de provincie doet om de drempel voor deelname te verlagen. Hiernaast hebben wij ook deelnemende gemeenten gesproken en de lessen die uit deze gesprekken naar voren kwamen meegenomen. Een punt dat veel terugkomt in gesprekken met gemeenten is dat lucht van ons allemaal is en niet stopt bij grenzen. Dit maakt de verantwoordelijkheid voor dit onderwerp lastig. Hoewel er maatregelen zijn die direct een lokaal effect hebben, draait het Schone Lucht Akkoord om het gezamenlijk behalen van landelijke doelen. Deelname heeft daarmee niet alleen directe voordelen voor uw lokale bevolking, maar op langere termijn ook voor alle Nederlanders. Met deelname aan het Schone Lucht Akkoord neemt een gemeente concrete maatregelen om luchtkwaliteit te verbeteren. Welke maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord worden genomen wordt door uw gemeente zelf bepaald. Dit dient te worden vastgelegd in een decentraal uitvoeringsplan. Waar het akkoord kaders biedt door een duidelijk doel te stellen en maatregelen verdeelt onder thema’s, biedt het daarmee ook de vrijheid om lokale of regionale focus te leggen.
Het jaar waarin de gestelde doelen moeten zijn bereikt (2030) komt dichterbij, maar instappen is nog steeds mogelijk en gewenst. Met uw huidige maatregelen en de ambitie om deze de komende jaren uit te breiden, kunt u als gemeente al aansluiten. Hier komt bij dat niet alle thema’s relevant zijn voor alle gemeenten. Op de thema’s die irrelevant zijn voor uw gemeente wordt dan ook geen inzet van u verwacht (bijvoorbeeld binnenvaart of landbouw, indien dit niet aanwezig is in de gemeente). Verschillende gemeenten zien de benodigde capaciteit voor deelname als een grote drempel. Zeker in kleinere gemeenten is weinig capaciteit voor het onderwerp luchtkwaliteit en kan deelname aan het Schone Lucht Akkoord als overweldigend worden ervaren. In het akkoord wordt luchtkwaliteit integraal aangepakt met andere beleidsgebieden zoals mobiliteit, vergunningverlening en binnenstedelijke ontwikkeling. Door deelname integraal op te pakken
9
binnen uw organisatie, bijvoorbeeld in de vorm van een werkgroep, kan de tijdsinvestering worden verdeeld over verschillende medewerkers en efficiënter worden opgepakt. Daarnaast zijn er verscheidene vragen over het budget dat nodig is voor deelname aan het Schone Lucht Akkoord. Vooropgesteld dat het afhankelijk is van uw ambitie en huidige inzet op luchtverschoning, zijn er een aantal nuances aan te brengen op de verwachte investering van uw gemeente. Zoals gezegd wordt het verschonen van lucht integraal aangepakt in het akkoord. Hierdoor vallen maatregelen vaak samen met verduurzamingsmaatregelen of zijn het maatregelen waar u al aan werkt. Zo is het verschonen van het eigen wagenpark één van de maatregelen voor mobiliteit. Daar komt bij dat niet wordt verwacht dat uw gemeente alle maatregelen in één jaar uitvoert. Als u deelneemt aan het Schone Lucht Akkoord dient u jaarlijks uw decentrale uitvoeringsplan in bij het Schone Lucht Akkoord. Daarin beschrijft u uw ambities en het bijbehorende tijdspad. U staat dus zelf aan het roer voor het maken van de keuze over de inzet. Tot slot biedt het Schone Lucht Akkoord u de mogelijkheid om uw budget voor de uitvoering van maatregelen te vergroten met behulp van een Specifieke Uitkering (SpUk). De uitkering kan worden aangevraagd voor 50% van de kosten die u maakt, met een maximum van 500.000 euro per project.
Om de capaciteit verder te vergroten en het benodigde budget per gemeente te verkleinen, wordt samenwerking gestimuleerd. Samenwerking kan ontstaan binnen bestaande samenwerkingsverbanden. Ook de provincie kan een verbindende rol hebben en netwerken faciliteren. Netwerken kunnen worden gebaseerd op het hebben van vergelijkbare uitdagingen, maar ook door (kleinere) gemeenten te koppelen aan een koploper op een thema/maatregel. Binnen het Schone Lucht Akkoord wordt samenwerking bevorderd door het aanbod van themawerkgroepen. In deze groepen wordt per thema gesproken over de kansen en uitdagingen in de uitvoering van de maatregelen. Er worden tools ontwikkeld en pilots en projecten besproken. De themagroepen komen gemiddeld drie keer per jaar bij elkaar en een gemeente bepaalt zelf in hoeverre ze actief betrokken wil zijn.
De voordelen: •
Het Schone Lucht Akkoord biedt concrete handvatten voor het ondernemen van acties om luchtkwaliteit te verbeteren. Het is ‘kant-en-klaar-beleid’ inclusief monitoring.
•
Er wordt enkel inzet verwacht op de thema’s die van toepassing zijn op uw gemeente.
•
Er zijn mogelijkheden voor SpUk-aanvragen, individueel of in samenwerkingsverband.
•
Het vereenvoudigd kennisdeling met andere gemeenten.
•
Het is laagdrempelig: het is mogelijk om in te stappen met de huidige inzet op luchtkwaliteit van uw gemeente.
•
Het maakt uw gemeente meer toekomstproof (met oog op bijvoorbeeld de te verwachte hogere wettelijke eisen naar aanleiding van het WHO advies over luchtkwaliteitsnormen).
•
De omgevingswet verplicht het maken van een koppeling tussen milieu en gezondheid. Het Schone Lucht Akkoord geeft concrete invulling aan deze verplichting.
De aandachtspunten: •
Het Schone Lucht Akkoord vraagt om inzet van meerdere beleidsterreinen binnen de gemeente waardoor er coördinatie nodig is.
•
De vaste maatregelen moeten per 2030 zijn uitgevoerd. Een overzicht van deze maatregelen staan beschreven in H2.3)
10
2.2
Verplichtingen
Het Schone Lucht Akkoord is een bestuursakkoord dat een inspanningsverplichting impliceert om de gestelde doelen te bereiken. Door het akkoord te ondertekenen, onderschrijft de gemeente de volgende doelstellingen: •
Het streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit, met als doel om gezamenlijk gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren.
•
De beperking van de uitstoot van vervuilende stoffen in alle relevante sectoren, met als doel in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst (gebaseerd op het landelijke gemiddelde) te behalen ten opzichte van 2016.
Als gemeente zet u zich in voor het uitvoeren van acties en maatregelen om deze doelstellingen te behalen. Gemeenten die deelnemen aan het Schone Lucht Akkoord voeren een aantal vaste maatregelen uit, zoals het beter integreren van luchtkwaliteit in andere beleidsterreinen, duurzaam aanbesteden en communicatie over schone lucht en houtstook. Voor alle vaste maatregelen dient u de voortgang te rapporteren, door aan te geven in welke fase u zich bevindt ten aanzien van de betreffende maatregel. Er wordt onderscheid gemaakt in fases nog niet mogelijk, voornemen, voorbereiding, in uitvoering en voltooid. Maatregelen met betrekking tot thema’s die niet van toepassing zijn voor uw gemeente kunnen worden geclassificeerd als niet van toepassing op mijn organisatie. Aanvullende maatregelen kunnen ook worden opgenomen en uitgevoerd, afhankelijk van de lokale situatie. In een decentraal uitvoeringsplan omschrijft u uw ambities voor het verschonen van de lucht. De omvang van de verplichtingen en de benodigde tijdsbesteding hangt dus af van deze ambities. De invulling van de decentrale uitvoeringsplannen is lokaal maatwerk, waar dit mogelijk en kansrijk is, wordt regionale samenwerking gestimuleerd. Het Rijk en de provincie kunnen hierbij een ondersteunende rol bieden.
Naast de uitvoering van maatregelen, omvat de deelname aan het Schone Lucht Akkoord ook het aanleveren van data voor de jaarlijkse rapportage, gegevensaanlevering voor monitoring en optionele deelname aan themagroepen, werkgroepen en pilots. Om deze processen te vereenvoudigen zijn er online tools en voorbeelden beschikbaar zoals een MVOI leidraad, een participatiegids en een routewijzer houtstook en overlast. Op deze manier vindt kennisdeling tussen gemeenten plaats en hoeft uw gemeente het wiel niet opnieuw uit te vinden.
2.3
De thema’s en concrete acties
In de onderstaande tabel zijn de verschillende thema’s met hierbij het doel en de verschillende maatregelen van het Schone Lucht Akkoord opgesomd. Deze elementen zijn afkomstig van de website van het Schone Lucht Akkoord. Door op de titel van het thema te klikken, komt u direct uit bij de specifieke themapagina. Hier vindt u meer gedetailleerde informatie per thema en maatregel. De maatregelen kunnen in de loop van de tijd veranderen, dit wordt in overleg met de themawerkgroep besloten. We richten ons hier enkel op de maatregelen en thema’s die relevant zijn voor gemeenten. Het thema EU-beleid en internationale inzet stelt eisen op Rijksniveau en is daarom hier niet uitgewerkt. De informatie over het thema Monitoring heeft u zojuist in H2.2 kunnen lezen.
11
Thema
Doel
Vaste maatregelen
Mobiliteit
Streven is een reductie van de negatieve gezondheidseffecten van verkeersemissies voor heel Nederland van 70% in 2030 ten opzichte van 2016 te realiseren.
- Gezondheidsdoelen opnemen in relevante verkeers- en vervoersplannen. - Emissie-eisen opnemen in aanbestedingen en vergunningen - Gezondheidsdoelen in regionale mobiliteitsprogramma's. - Meewerken aan verkenning van gezondheidseffecten bij effectstudies van infrastructuurprojecten.*
Mobiele werktuigen
Streven is om in 2030 een reductie van de negatieve gezondheidseffecten van mobiele werktuigen van 75% ten opzichte van 2016 te realiseren.
- Afspraken over gunningscriteria in aanbestedingen en vergunningen. - Onderzoek naar mogelijkheden voor omgevingsvergunningen en milieuzones.* - Onderzoek naar mogelijkheden voor handhaving emissieeisen en ontwikkeling keuringssystematiek.*
Industrie
Doel is om uitstoot en groei verder te ontkoppelen en een continue daling van emissies naar de lucht te realiseren.
- Verankeren van zo laag mogelijk vergunnen in lokaal beleid. - Vrijwillige emissiereductie. - BBT-kennis beschikbaar stellen. - Emissie-eisen in vergunningen. - Handhaving: kansen inventariseren en afspraken met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).
Houtstook van particuliere huishoudens
Streven is een dalende trend van emissies naar de lucht ten opzichte van 2016 te realiseren.
- Beschikbaar stellen van voorlichtingsmateriaal over de gezondheidseffecten van houtstook (beschikbaar op samenwerkingspagina van het SLA). - Voorlichting meenemen bij energietransitie en aardgasvrije wijken. - Communiceren over stookalert. - Acteren bij herhaalde overlast.
Binnenvaart en havens
Streven is een reductie van de emissies van verontreinigende stoffen van de binnenvaart van tenminste 35% in 2035 ten opzichte van 2015 te realiseren.
- Realiseren van walstroomvoorzieningen. - Gebruik walstroom en verduurzaming binnenvaart. - Gunningscriteria bij aanbesteding infrastructurele werkzaamheden. - Stimuleren van elektrificatie van de eigen vloot. - Gunningscriteria bij veerdiensten, watertaxi's en pleziervaart. - Binnenhavens in 2035 emissievrij.
Landbouw
Streven is een reductie van de gezondheidseffecten van de emissies van de landbouw van 37% in 2030 ten opzichte van 2016 te realiseren
- Warme sanering varkenshouderijen met de Subsidieregeling sanering Varkenshouderijen (Srv) - Vastleggen maatregelen uit sectorplan in vergunningen en/of het omgevingsplan. - Verbeteren van de effectiviteit van emissiearme stallen. - Uitvoeren experiment Crisis- en herstelwet. - Inzet instrumenten van de Omgevingswet.
Participatie en citizen science
Het organiseren van consultatiemomenten en belangstellenden de kans geven zelf te meten om hierdoor beter inzicht te krijgen in de luchtkwaliteit in hun omgeving.
- Inwoners en bedrijven actief informeren. - Citizen science
12
Thema
Doel
Vaste maatregelen
Hoogst blootgestelde gebieden en gevoelige groepen
Het inzetten van specifieke maatregelen om gezondheidsschade in hoogblootgestelde gebieden en bij hooggevoelige groepen te beperken.
- Wens is om locatiespecifiek beleid op te nemen ter bescherming van hoogrisicogroepen. Momenteel zijn hiervoor adviezen opgenomen in de algemene bepalingen.
*Bij deze maatregelen wordt het genoemde onderzoek gezamenlijk uitgevoerd.
13
HOOFDSTUK 3
Stand van zaken voor Regio WestBrabant Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inspanningen die de gemeenten in de regio West-Brabant tot nu toe hebben geleverd op het gebied van schone lucht. Dit is onderzocht met beleidsanalyse waarin is gekeken in hoeverre het huidige beleid overeenkomt met de doelen van het Schone Lucht Akkoord. De nadruk ligt hierbij op specifieke handelingen en maatregelen die worden beschreven. Deze analyse is inzichtelijk gemaakt door middel van een grafiek en een kaart per thema. De analyse is van belang om de huidige inzet en de sterke punten van uw gemeente te identificeren, evenals de thema’s die mogelijk extra aandacht verdienen. Hierdoor wordt per thema inzichtelijk waar uw gemeente in het huidig beleid al raakvlakken heeft met het Schone Lucht Akkoord. Het regionale overzicht toont tevens de koplopers per thema en de kansen voor samenwerking aan (zoals eerder toegelicht in H2.1). Door deze inzichten wordt toetreding in de praktijk wellicht haalbaarder.
3.1
Een inventarisatie van uw inzet op de Schone Lucht Akkoord thema’s
Toelichting op de scores Om een inventarisatie van de inzet van gemeenten te maken zijn verschillende beleidsdocumenten geanalyseerd. Deze selectie van documenten is gebaseerd op basis van beschikbaarheid en de relatie met het thema. Om een overzicht van de analyse te maken is gebruik gemaakt van vijf categorieën. Score 1:
Gemeenten krijgen de score 1 als in de beleidsstukken geen doelen worden genoemd in lijn met het Schone Lucht Akkoord.
Score 2:
Score 2 wordt toegekend als er alleen in algemene zin maatregelen worden genoemd met betrekking tot de luchtkwaliteit. Bijvoorbeeld, wanneer op het thema mobiliteit wordt ingezet op minder uitstoot.
Score 3:
Score 3 staat voor raakvlak met het Schone Lucht Akkoord. Raakvlakken kunnen zijn dat ambities worden uitgesproken of dat er wordt gezocht naar manieren om de gezondheid te verbeteren. In deze context verwijst 'raakvlak' naar het streven naar dezelfde doelen.
14
Score 4:
Score 4 krijgt een gemeente als het op eigen initiatief een maatregel uitvoert dat in het Schone Lucht Akkoord is opgenomen.
Score 5:
Score 5 krijgt een gemeente wanneer zij meerdere thema-relevante maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord uitvoert.
Deze analyse is teruggekoppeld bij de gemeenten en er is ruimte geboden voor een reactie op de bevindingen. Niet iedere gemeente heeft gereageerd. Een overzicht hiervan is te vinden in bijlage 1.
Overzicht inzet Noord-Brabantse regio’s op beleidsthema’s De onderstaande grafiek laat de regionale inzet op de verschillende beleidsthema’s van het Schone Lucht Akkoord zien. Noordoost-Brabant is in deze analyse buiten beschouwing gelaten omdat deze in zijn geheel deelneemt. Dit zou betekenen dat de meeste gemeenten per definitie al een score van minimaal 4 zouden behalen.
inzet op thema
5
Inzet van Noord-Brabantse regio's op beleidsthema's van het Schone Lucht Akkoord
4 3 2 1
Mobiliteit
Landbouw
Hart van Brabant
Mobiele werktuigen
Gevoelige groepen en hoogst blootgestelde gebieden
West-Brabant
Industrie
Houtstook
Zuidoost-Brabant
Binnenvaart en havens
Participatie
Thema gemiddelde
Gemiddelde van regio's
Figuur 4 Inzet van regio's op thema
De grafiek laat zien dat Zuidoost-Brabant zich gemiddeld op meer onderdelen inzet dan de rest van de provincie. Dit zou verklaard kunnen worden doordat er in Zuidoost-Brabant al een verkenning heeft plaatsgevonden, waardoor mogelijk meer van dit thema in de beleidsdocumenten terugkwam. Gemiddeld gezien is de score maximaal een 2, wat betekent dat er alleen in algemene zin maatregelen worden genoemd met betrekking tot luchtkwaliteit. De inzet is doorgaans het grootst op de thema’s participatie, mobiliteit en landbouw. De thema’s industrie, gevoelige groepen en binnenvaart scoren over het algemeen laag. Zuidoost-Brabant is een uitschieter met het thema participatie. Dit kan worden verklaart door het regionale meetnet voor luchtkwaliteit. Daarmee is bij veel gemeenten uit die regio al één thema in lijn met het Schone Lucht Akkoord. Een andere uitschieter is de gemeente West-Brabant met het thema houtstook. Over dat thema wordt al veel gecommuniceerd richting bewoners, ten opzichte van de andere regio’s. Per regio zijn kaartbeelden ontwikkeld. Deze kaarten geven de verschillende scores per thema voor de verschillende gemeenten weer, en kunnen een eerste aanleiding geven om meer informatie in te winnen. De eerste kaart geeft het gemiddelde van de verschillende thema’s weer. De overige kaarten geven het overzicht per thema van het Schone Lucht Akkoord.
De kleuren van de kaart komen overeen met de vijf score-categorieën. 3.2 geeft de inzichten voor West-Brabant. In bijlage 2 zijn de kaarten van de andere regio’s te vinden.
15
16
3.2
Inzichten voor West-Brabant
De regio West-Brabant kenmerkt zich door uitgestrekte gemeenten met relatief weinig inwoners. Drie gemeenten, te weten Breda, Oosterhout en Etten-Leur, zijn deelnemer aan het Schone Lucht Akkoord. Het landelijke karakter en de relatief lage aantal inwoners brengen specifieke uitdagingen met zich mee op het gebied van luchtkwaliteit. Ondanks de lagere bevolkingsdichtheid zijn er nog steeds bronnen van luchtverontreiniging aanwezig, zoals verkeer, landbouwactiviteiten en industrie. Een groot deel van de gemeenten in West-Brabant is bezig met het thema houtstook. Hierin is gemeente Roosendaal koploper omdat zij overweegt zich aan te sluiten bij de stookwijzer. Daarnaast voert de gemeente controles uit en geeft ze stooktips. Ook de ambities van gemeenten Altena, Moerdijk en Zundert overlappen met de maatregelen beschreven in het Schone Lucht Akkoord. Zij hebben een webpagina op de gemeentelijke website waar informatie te vinden is over houtstook, met een verwijzing naar de stookwijzer. Op deze manier sluiten gemeenten aan op één van de maatregelen binnen het thema houtstook. De doelen en ambities van vrijwel alle gemeenten hebben raakvlakken met de maatregelen op het thema mobiliteit. De ambities van de gemeenten Moerdijk en Roosendaal komen het meest overeen met de maatregelen van het Schone Lucht Akkoord.
Gemeente Moerdijk beschrijft in de Atlas Moerdijk 2040 een duidelijke visie op verduurzaming van mobiliteit en plaatst mobiliteit tevens in een integrale aanpak voor gezondheid, leefbaarheid en veiligheid. Het feit dat veel gemeenten al met dit thema bezig zijn, laat zien dat er een brede basis bestaat om kennis en ervaring te delen wanneer gemeenten daartoe bereid zijn. Het grootste deel van de regio zet in op het thema landbouw waarbij er meerdere raakvlakken met de doelen van het Schone Lucht Akkoord te vinden zijn. De gemeente Zundert is hierin koploper omdat zij het indirect stimuleren van sanering intensive veehouderijen en subsidie voor beëindiging intensieve veehouderijen beschrijft in een beleidsnota, waarmee volledig wordt voldaan aan een maatregel van het thema landbouw. Omdat verschillende gemeenten in de regio met het thema bezig zijn, en naar alle waarschijnlijkheid hierin vergelijkbare uitdagingen hebben, kan een samenwerking op dit vlak voordeel opleveren voor gemeenten. De raakvlakken met het thema mobiele werktuigen zijn voor het merendeel van de gemeenten nog beperkt. Bij Altena en Geertruidenberg zijn echter wel raakvlakken met het Schone Lucht Akkoord. Beide gemeenten hebben verduurzaming van het eigen inkoop-en aanbestedingsbeleid genoemd in hun klimaatagenda/duurzaamheidsprogramma.
Dit aanbestedingsbeleid maakt het mogelijk de keuze te maken voor verdergaande criteria voor mobiele werktuigen. Zoals te zien op de kaart is de inzet met betrekking tot het thema gevoelige groepen in WestBrabant nog beperkt. De gemeente Roosendaal is op dit thema koploper. Zij hebben in het collegeprogramma het doel beschreven om gezondheidsachterstanden te verminderen. Met betrekking tot het thema industrie en het thema binnenvaart en havens laat de analyse zien dat de relatie tussen de huidige inzet in de regio en de doelen van het Schone Lucht Akkoord nog beperkt is. Dit is voor het thema binnenvaart en havens te verklaren doordat de meeste gemeenten weinig te maken hebben met vaarwateren of havens. Deze thema’s worden echter wel door de gemeente Moerdijk geadresseerd. Zij noemt in haar energieprogramma namelijk de industrie als een belangrijke partij waarmee moet worden samengewerkt om de klimaatdoelen te behalen. Hiernaast zet de gemeente zich in voor een duurzaam havengebied waarin zij onder andere focust op CO2-reductie. Gemeente Moerdijk kan op deze thema’s als kennisdrager een belangrijke rol spelen in de regio.
17
Het thema participatie heeft mogelijkheden voor verbetering. Er bestaan overlegstructuren zoals in Moerdijk binnen de omgevingsvisie om mee te spreken over de luchtkwaliteit. Baarle-Nassau zet ook in op samenwerking met burgers, waarbij zij een burgerpanel, dorpsraden en referenda benoemd.
3.3
Perspectief voor de eerste stap voor themakeuze
Iedere gemeente is vrij om de thema’s te kiezen waarop zij zich wil richten om schonere lucht te bereiken. Hoewel de samenwerking in de regio West-Brabant momenteel beperkt is, kan het kansrijk zijn om thema’s gezamenlijk op te pakken. De volgende kansen zijn zichtbaar: •
Mobiliteit en landbouw zijn goede thema’s om gerichte samenwerking voor aan te gaan. Meerdere gemeenten zetten zich al in op dit thema. Moerdijk en Roosendaal zijn hier al mee bezig en de gemeenten Drimmelen, Zundert en Baarle-Nassau kunnen hierbij aansluiten.
•
Tevens kan het thema houtstook gezamenlijk worden aangepakt. Roosendaal kan hierbij een voorbeeldrol nemen.
•
Hoewel uit gesprekken naar voren is gekomen dat er momenteel weinig samenwerking plaatsvindt op het gebied van luchtkwaliteit, kan samenwerking grote synergievoordelen opleveren. Deze samenwerking kan bijvoorbeeld tot stand komen door middel van een (sub)regionaal samenwerkingsverband tussen gelijkgestemde gemeenten (met bijv. dezelfde opgaven). Daarbij kan ook gekeken worden naar samenwerking tussen gemeenten uit een andere regio. Tevens kan samenwerking vormgegeven worden in een Regio Deal met het Rijk, waardoor betere afspraken gemaakt kunnen worden met betrekking tot bijvoorbeeld de grote industriehavens.
•
De deelnemende gemeenten kunnen de niet-deelnemende gemeenten meenemen in de thema’s waar nu nog weinig algemene inzet op is, zoals het thema industrie. Breda en EttenLeur werken binnen het Schone Lucht Akkoord op deze thema’s al samen, waarbij Breda als grotere gemeente, en tevens langer lid van het Schone Lucht Akkoord, Etten-Leur ‘onder haar vleugel neemt’.
18
Bijlage 1: Mate van bijdrage aan de Routekaart per gemeente Gemeente
Analyse gestuurd
Alphen-Chaam Altena Asten Baarle-Nassau Bergeijk
Deelne Gesproken in mer groepsgesprekk schone en? lucht akkoord (groen) nee ja nee ja nee ja nee ja nee ja
Bergen op Zoom Bernheze Best
nee ja ja
nee nee ja
Bladel
nee
nee nvt ja, als SLA deelnemer ja
Boekel Breda
ja ja
nee ja
Cranendonck Deurne
nee ja
Dongen Drimmelen Eersel Eindhoven Etten-Leur
nee nee ja ja ja
Geertruidenberg Geldrop-Mierlo Gemert-Bakel Gilze en Rijen Goirle Halderberge Heeze-Leende Helmond Heusden Hilvarenbeek
nee nee nee nee nee nee nee ja ja nee
nvt ja, als SLA deelnemer ja ja, als SLA deelnemer nee ja nvt nvt ja, als SLA deelnemer ja ja ja ja nee nee ja nvt nvt ja
ja ja ja ja ja
ja
ja ja nee ja nee nee ja ja ja ja ja nee nee ja nee nee ja
Reactie op analyse
ja
ja, wil niet langer betrokken worden
ja
ja
ja
ja
19
Laarbeek Land van Cuijk Loon op Zand Maashorst Meierijstad Moerdijk Nuenen Gerwen en Nederwetten Oirschot Oisterwijk Oosterhout Oss
nee ja nee ja ja nee nee
nee nvt ja nvt nvt ja ja
nee nee nee nee nee ja ja
nee nee ja ja
ja ja nee ja
Reusel-De Mierden Roosendaal Rucphen 's-Hertogenbosch Sint-Michielsgestel Someren Son en Breugel Steenbergen
nee nee nee ja ja nee ja nee
Tilburg
ja
Valkenswaard Veldhoven Vught Waalre Waalwijk Woensdrecht Zundert Boxtel
nee nee ja nee ja nee nee ja
ja nee nvt ja, als SLA deelnemer ja ja nee nvt nvt ja nvt Wenst niet betrokken te worden ja, als SLA deelnemer ja ja nvt ja nvt ja ja nvt
ja ja nee nee nee ja nee nee
ja
ja
ja
ja ja ja nee ja nee nee ja nee
ja ja ja uitkomst besproken ja
De gemeenten die ondanks herhaaldelijke contactpogingen via mail en telefoon niet hebben gereageerd zijn hierin niet meegenomen. In het kaartbeeld zijn hun scores op 1 gezet.
20
Bijlage 2: Kaartenbeeld overige regio’s
21
22
WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG Nederland is continu in ontwikkeling. Maatschappelijk, economisch en organisatorisch verandert er veel. Al 85 jaar volgen wij als adviesbureau deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. De behoefte om iets fundamenteels te betekenen voor mens en maatschappij zit in onze genen. Met onze adviezen en oplossingen hebben we dan ook actief meegebouwd aan het Nederland van vandaag. Altijd op zoek naar duurzame vooruitgang. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. Zo komen we tot gefundeerde adviezen en slimme oplossingen. Die zijn op het eerste gezicht misschien niet altijd de meest voor de hand liggende. Juist deze eigenzinnigheid maakt ons uniek. Daarbij zijn we niet van symptoombestrijding. En gaan pas naar huis als het is opgelost.
Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl