3.1 - Bijlage 1 - Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2026-30
Tekst van het document
UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE GEMEENTE BAARLE NASSAU 2026 - 2030
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030
Inhoud 1 Inleiding
2
2 Implementatie verbeteringen
3
3 Wettelijke kader 3.1 VTH-beleidscyclus 3.2 Beleidsevaluatie 3.3 Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb)
4 4 5 6
4 Probleem- en risicoanalyse 4.1 Risicoanalyse als basis voor VTH-strategieën 4.1.1 Methodiek van risicoanalyse 4.1.2 Toepassing van de risicomatrix
7 7 7 8
5 Prioriteiten en doelen 5.1 Initiatief en eigen verantwoordelijkheid 5.2 Van handhaving naar preventie 5.3 Communicatie 5.4 Prioriteiten 5.5 Doelen 5.6 Kwaliteitsdoelstellingen uit de vordering VTH
9 9 9 10 10 10 16
6 Uitvoeringsstrategieën 6.1 Strategieën van U&HS 6.2 Uitvoeringsstrategie Omgevingsvergunningen 5.3 Nalevingsstrategie Handhaving 6.4 Toezichtstrategie 6.5 Sanctiestrategie 6.6 Geen Gedoogstrategie 6.7 Samenhang in Preventie, Toezicht en Sancties
19 19 20 20 20 20 21 21
7 Organisatie en middelen 7.1 Borging van organisatie en middelen 7.2 Borging personele en financiële middelen 7.3 Technische, juridische en administratieve voorzieningen 7.4 Bereikbaarheid buiten kantooruren 7.5 Samenwerking met externen
21 21 22 22 22 22
Bijlagen: Bijlage 1 Risicomatrix vergunningen Bijlage 1.1 Risicomatrix toezicht Bijlage 2 LHSO
1 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030
1. Inleiding Dit document bevat de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025-2029 (U&HS) van de gemeente Baarle-Nassau, die de voorgaande strategie uit 2024 vervangt. Met deze strategie wordt een samenhangende vertaling gemaakt van de doelstellingen, indicatoren, monitoringactiviteiten en prioriteiten uit het strategisch beleidskader. Deze vertaling vormt het inhoudelijke vertrekpunt voor het uitvoeringsprogramma en het evaluatieverslag. Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn voor de gemeente Baarle-Nassau belangrijke instrumenten om bij te dragen aan een veilige, gezonde en leefbare fysieke leefomgeving. Inwoners, ondernemers en initiatiefnemers willen ruimte om plannen en ontwikkelingen mogelijk te maken, terwijl tegelijkertijd belangen van omwonenden en andere betrokkenen zorgvuldig moeten worden beschermd. Dit vraagt om een evenwichtige en transparante aanpak, waarin initiatieven worden gestimuleerd binnen duidelijke en uitlegbare kaders. De gemeente had eerder een U&HS vastgesteld voor de periode 2025–2029. Naar aanleiding van het toezichtsoordeel vanuit het interbestuurlijk toezicht, het opgestelde verbeterplan en de doorgevoerde procesmatige en inhoudelijke verbeteringen is ervoor gekozen de strategie opnieuw vast te stellen.
Hiermee wordt geborgd dat de U&HS volledig aansluit bij de actuele werkwijze, de gemaakte verbeterafspraken en de geldende eisen vanuit toezicht en wetgeving. De U&HS vormt het kader voor de uitvoering van de VTH-taken binnen het omgevingsrecht en geeft richting aan de wijze waarop vergunningverlening, toezicht en handhaving worden ingericht. De strategie maakt inzichtelijk welke keuzes de gemeente maakt, welke prioriteiten worden gesteld en hoe beschikbare capaciteit en middelen worden ingezet. Daarnaast vormt de U&HS de basis voor het jaarlijks opstellen van het uitvoeringsprogramma en de evaluatierapportage. Omdat de eerdere U&HS relatief recent bestuurlijk was vastgesteld en, behoudens twee inhoudelijke aandachtspunten, voldeed aan de beoordeling, is de inhoud van de strategie grotendeels ongewijzigd gebleven. De aangebrachte verbeteringen hebben met name betrekking op het proces, waaronder het tijdig bestuurlijk vaststellen van de beleidsdocumenten en het structureel betrekken van het bestuur. Daarmee is invulling gegeven aan de verbeterafspraken en is de basis gelegd voor een zorgvuldig en voorspelbaar proces. In het kader van deze U&HS is een risicoanalyse uitgevoerd voor de taken binnen het domein Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Op basis hiervan zijn prioriteiten vastgesteld, omdat niet alle taken met dezelfde intensiteit en urgentie kunnen worden uitgevoerd.
De strategie biedt daarmee duidelijkheid over de wijze waarop vergunningaanvragen worden beoordeeld, hoe toezicht wordt ingericht en hoe handhaving wordt ingezet.
2 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 Met deze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie beschikt de gemeente Baarle-Nassau over een samenhangend, transparant en uitvoerbaar kader voor de uitvoering van de VTH-taken in de periode 2026–2030.
2. Implementatie verbeteringen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verbeteringen die zijn doorgevoerd naar aanleiding van het toezichtsoordeel en het opgestelde verbeterplan. De aanbevelingen die betrekking hadden op de U&HS zijn in deze strategie verwerkt. Het toezicht richtte zich daarbij onder meer op de mate waarin de U&HS voldoende concreet ingaat op specifieke onderdelen van de fysieke leefomgeving, waaronder cultureel erfgoed en de regels uit het omgevingsplan, en op de samenhang tussen beleidsdoelen, uitvoering en evaluatie. De hieronder beschreven verbeteringen laten zien hoe deze aandachtspunten zijn vertaald naar concrete aanpassingen in beleid en werkwijze. Naar aanleiding van het toezicht is de uitvoerings- en handhavingsstrategie aangevuld met een expliciete uitwerking van de uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed. Waar dit onderdeel eerder alleen was meegenomen in de risicoanalyse en de daaruit afgeleide prioritering, is nu in de U&HS zelf beschreven hoe toezicht en handhaving op cultureel erfgoed worden vormgegeven. Daarbij is aandacht besteed aan de specifieke risico’s, de wijze van toezicht en de inzet van handhaving, zodat dit onderdeel volwaardig is opgenomen binnen de VTH-systematiek en de reikwijdte van de strategie is verduidelijkt.
Daarnaast is de uitvoerings- en handhavingsstrategie aangescherpt ten aanzien van de uitvoering en handhaving van de regels uit het omgevingsplan. In de eerdere strategie werd hier slechts in algemene zin naar verwezen. In de huidige U&HS is dit nader uitgewerkt door expliciet te beschrijven hoe toezicht en handhaving plaatsvinden op de regels uit het omgevingsplan en hoe dit onderdeel is ingebed binnen de bredere VTH-aanpak. Hiermee is invulling gegeven aan de wettelijke procescriteria en is de samenhang tussen beleid, regels en uitvoering versterkt. Naast deze inhoudelijke aanvullingen is ook gewerkt aan het versterken van de kwaliteit en borging binnen de uitvoering. De kwaliteitscriteria voor uitvoering en handhaving zijn geactualiseerd en aangevuld met een kritieke-massatool. Op basis hiervan is een opleidingsplan opgesteld. Evaluaties en eventuele wijzigingen worden structureel betrokken in de jaarlijkse VTH-cyclus en gedeeld met de gemeenteraad en het interbestuurlijk toezicht. Verder is de samenhang tussen beleidsdoelen, uitvoering en evaluatie aangescherpt. In de evaluatierapportage wordt voortaan systematisch inzicht gegeven in de mate waarin het uitvoeringsprogramma is uitgevoerd en in hoeverre deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de beleidsdoelen uit de U&HS.
Om dit structureel te borgen, zijn vaste evaluatieen reflectiemomenten in de jaarlijkse cyclus opgenomen, zodat tijdig kan worden bijgestuurd waar nodig. Met deze aanpassingen is invulling gegeven aan het verbeterplan en zijn de eerder benoemde tekortkomingen opgepakt en verwerkt in de huidige Uitvoerings- en Handhavingsstrategie. 3 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030
3. Wettelijk kader In artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit staat dat bestuursorganen die verantwoordelijk zijn voor uitvoering en handhaving, een strategie moeten vaststellen. Deze strategie verduidelijkt welke doelen worden gesteld en welke acties nodig zijn om deze doelen te bereiken. Deze strategie verduidelijkt welke doelen worden gesteld en welke acties nodig zijn om deze doelen te bereiken. Het vormt de basis voor het naleven van wettelijke vereisten. De strategie voor uitvoering en handhaving (U&H-strategie) toont hoe we consistent willen werken en hoe we de inzet van middelen op een samenhangende manier beoordelen. Het vormt de kern van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). 3.1 VTH-beleidscyclus Door de Invoeringswet Omgevingswet is de regelgeving met betrekking tot de VTHbeleidscyclus, zoals deze was vastgelegd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), nu opgenomen in paragraaf 18.3.2 (strategische en programmatische uitvoering en handhaving) van de Omgevingswet. Dit is lijn met de artikelen 13.5 tot en met 13.11 van het Omgevingsbesluit.
Door de Invoeringswet Omgevingswet is de regelgeving met betrekking tot de VTHbeleidscyclus, zoals deze was vastgelegd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), nu opgenomen in paragraaf 18.3.2 (strategische en programmatische uitvoering en handhaving) van de Omgevingswet. Dit staat in samenhang met de artikelen 13.5 tot en met 13.11 van het Omgevingsbesluit.
4 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 Het opstellen van VTH-beleid is een voortdurend en cyclisch proces. De gestelde criteria voor dit proces beschrijven de minimale vereisten. Artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit vormt de grondslag voor het beleidskader met betrekking tot vergunningverlening, toezicht en handhaving. De U&HS biedt inzicht in onder meer de prioriteiten en de manier waarop uitvoerings- en handhavingsstrategieën worden toegepast. Op basis van artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit moet de U&HS jaarlijks worden uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma, waarin staat welke activiteiten het komende jaar zullen worden uitgevoerd. Daarnaast moet jaarlijks verantwoording worden afgelegd over de uitvoering van het programma en de mate waarin het heeft bijgedragen aan het behalen van de doelstellingen (zoals gesteld artikel 13.11 van het Omgevingsbesluit). De procescriteria vormen zo twee cycli: een meerjarige, beleidsvormende (strategische) cyclus en een jaarlijkse, uitvoerende (operationele) cyclus. Het uitvoeringsprogramma bevindt zich op het kruispunt van deze twee cycli. In de beleidsvormende cyclus worden de kaders voor het uitvoeringsprogramma vastgesteld. Dit geheel van cycli staat ook bekend als de ‘Big-8’, zie bovenstaande afbeelding.
3.2 Beleidsevaluatie Voordat er nieuw beleid wordt ontwikkeld, is het essentieel om eerst grondig te reflecteren op het oude beleid. Dit biedt waardevolle inzichten in wat goed werkte en waar verbeteringen nodig zijn. In het vorige beleid lag de focus voornamelijk op het creëren van een schone, veilige en leefbare fysieke leefomgeving. Hoewel deze doelstelling als algemeen uitgangspunt waardevol was, ontbrak het aan een SMART-formulering (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden). Dit maakte het lastig om de voortgang te monitoren en het succes van de implementatie te evalueren. Voor de nieuwe strategie is een andere aanpak gekozen. De doelstellingen zijn niet alleen concreet en meetbaar geformuleerd, maar er is ook rekening gehouden met de uitvoerbaarheid. Hierdoor kan er gerichter worden gestuurd op het bereiken van de gewenste resultaten. Bovendien zijn de kwaliteitsdoelstellingen SMART gemaakt, wat zorgt voor meer transparantie en verantwoordingsmogelijkheden tijdens de uitvoeringsfase. Dit maakt het mogelijk om tijdig bij te sturen en de effecten van het beleid beter inzichtelijk te maken. Zo sluit het nieuwe beleid beter aan op de huidige behoeften en wordt de kans op succes vergroot. De Omgevingswet en het Omgevingsbesluit bevatten eisen voor handhaving en vergunningverlening.
Deze eisen zorgen voor een strategische en gecoördineerde uitvoering van de VTH-taken, waarbij transparantie en prioritering centraal staan. Afdeling 13.2 van het Omgevingsbesluit beschrijft de belangrijkste eisen voor de U&Hstrategie, het uitvoeringsprogramma en de evaluatierapportage. Voor een adequate uitvoering moeten voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn. Artikel 18.20 van de Omgevingswet stelt dat bestuursorganen verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van uitvoering en handhaving.
5 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 3.3 Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb) De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) trad gelijktijdig met de Omgevingswet in werking en heeft als doel de bouwkwaliteit te verbeteren en de positie van de bouwconsument te versterken. Private kwaliteitsborgers worden verantwoordelijk voor de bouwkwaliteit en moeten ervoor zorgen dat bouwwerken voldoen aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit betekent dat private partijen de bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw uitvoeren. De gemeente blijft echter verantwoordelijk voor de bouw- en sloopveiligheid en de risico’s van bouwactiviteiten voor de omgeving. De Wkb is van toepassing op gevolgklasse 1, waaronder eenvoudige bouwwerken vallen zoals grondgebonden woningen, vakantiehuisjes, kleine bedrijfshallen, bruggen voor fietsers en voetgangers, en andere niet-gebouwde bouwwerken (met uitzondering van monumenten). De gevolgklassen zijn bepaald op basis van de mogelijke gevolgen voor gebruikers, bijvoorbeeld door brand of het instorten van een gebouw. Hoe groter de gevolgen bij problemen, hoe hoger de gevolgklasse. De tabel hierna geeft per gevolgklasse aan wat de gevolgen zijn als niet is voldaan aan de bouwtechnische regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).1 3 gevolgklassen met voorbeelden
1
Bron: informatiepunt leefomgeving
6 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030
4. Probleem- en risicoanalyse De probleem- en risicoanalyse vormt de basis voor de VTH-strategie. Met een gestructureerde risicoanalyse worden prioriteiten gesteld en middelen gericht ingezet waar deze het meest nodig zijn. De verdere uitwerking van deze analyse en de daaruit voortvloeiende acties zijn opgenomen in de volgende hoofdstukken en bijlagen. De doelen worden bepaald op basis van de probleem- en risicoanalyse, die nader is uitgewerkt in hoofdstuk 4. De U&H-strategie is ontwikkeld langs drie belangrijke sporen: 1.
Risicoanalyse en prioriteitenbepaling: Hierbij is een risicomatrix gebruikt, samen met deskundige input van vakspecialisten, om prioriteiten vast te stellen.
2.
Reactie portefeuillehouders: De portefeuillehouders vergunningen, toezicht en handhaving hebben eveneens gereageerd op de conceptstrategie.
3.
Reactie van het college van Burgemeester en Wethouders: Het college heeft zijn oordeel geveld over de conceptstrategie en de prioriteiten en doelen in de ‘Uitvoerings- en Handhavingsstrategie’.
4.1 Risicoanalyse als basis voor VTH-strategieën Een belangrijk onderdeel van de strategie is het in kaart brengen van risico’s en effecten binnen de taakvelden vergunningverlening, toezicht en handhaving door middel van een risicoanalyse. Deze analyse vormt de basis voor het opstellen en verder uitwerken van de VTH-strategieën. Om een gedegen risicoanalyse uit te voeren en een afweging te maken tussen alle gemeentelijke VTH-taken, is gebruikgemaakt van een risicomatrix. 4.1.1 Methodiek van risicoanalyse De probleem- en risicoanalyse is essentieel voor het bepalen van de VTH-strategieën. Wij voeren taken en activiteiten uit om onze doelstellingen te behalen, die zowel wettelijke als lokale aard kunnen hebben. Het is niet mogelijk om alle taken en activiteiten gelijktijdig uit te voeren, waardoor prioriteiten moeten worden gesteld op basis van de risicoanalyse. In dit proces wegen veiligheids- en gezondheidsrisico’s zwaar. Vorig jaar hebben interne vakspecialisten zoals een toezichthouder en beleidsmedewerker een risicomatrix opgesteld, met de bijbehorende uitleg. Deze risicomatrix is een nuttig hulpmiddel voor prioriteitsstelling en besluitvorming. Voor de milieutaken heeft de Omgevingsdienst Midden-West-Brabant (OMWB) een aparte probleem- en risicoanalyse ontwikkeld, die niet is geïntegreerd in deze analyse. 7 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 4.1.2 Toepassing van de risicomatrix De risicomatrix is gebaseerd op zes landelijke criteria waarmee de impact van mogelijke negatieve effecten wordt beoordeeld. De volledige risicomatrix is opgenomen in bijlage 1. De specifieke inzet van personele capaciteit, gebaseerd op deze analyse, wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Het is belangrijk te benadrukken dat een lagere prioriteit van een activiteit niet betekent dat deze geen aandacht krijgt of dat er geen capaciteit aan wordt toegewezen. De zes landelijke criteria zijn: • Fysieke veiligheid • Sociale kwaliteit • Financiële schade • Natuur en stadsschoon • Volksgezondheid • Bestuurlijk imago Voor de risicoanalyse is gebruikgemaakt van een risicomodel van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit model definieert risico als: Risico = (Negatief effect) x (Kans dat dit effect optreedt) Het model bepaalt de kans op een gebeurtenis (zoals overtredingen) en vergelijkt dit met de ernst van de gevolgen. De risicoanalyse resulteert in een overzicht van de omvang van de risico’s voor de verschillende activiteiten. Per taak of activiteit wordt het effect van slecht naleefgedrag en de kans op overtredingen ingeschat (groot, gemiddeld of klein).
Deze inschattingen leiden tot een score die de prioriteit aangeeft: zeer hoog, hoog, gemiddeld, laag of zeer laag.
De score voor elk criterium geeft een indicatie van het effect van slecht naleefgedrag. Het gemiddelde van deze scores bepaalt het totale effect van slecht naleefgedrag. Activiteiten met een hogere kans op overtredingen worden extra meegenomen in de risicoanalyse. De uiteindelijke score wordt aangeduid als het gemiddelde risico van slecht naleefgedrag.
8 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 Deze risicoscores worden gekoppeld aan de prioriteit, van laag tot hoog, en sturen de inzet. De risicomatrix is te vinden in bijlage 1 van de bijlagenbundel, waar ook een gedetailleerde uitleg van de risicoanalyse en de prioritering is opgenomen. Momenteel wordt gewerkt aan het ontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie Baarle-Nassau. Na afronding hiervan wordt bij de probleemanalyse ook een omgevingsanalyse betrokken, in samenhang met de nieuwe Omgevingsvisie. Daarnaast wordt gewerkt aan het opstellen van een nieuw casco met regels. Zodra dit is vastgesteld, kunnen de probleemanalyse en de omgevingsanalyse, in combinatie met de programma-analyse, worden geactualiseerd.
5. Prioriteiten en doelen Het gemeentelijk beleid blijft de komende jaren gericht op het beheersen en verminderen van grote omgevingsrisico’s. Net als in voorgaande jaren focussen wij ons op situaties die een grote impact op de gemeenschap kunnen hebben. De gemeentelijke aanpak is erop gericht om deze risico’s effectief aan te pakken en zo de veiligheid en het welzijn van onze inwoners te waarborgen. 5.1 Initiatief en eigen verantwoordelijkheid Onze rol wordt meer faciliterend, bijvoorbeeld door de samenleving te ondersteunen bij ruimtelijke initiatieven. Wanneer eigen verantwoordelijkheid niet het gewenste effect bereikt, nemen we onze regulerende en corrigerende rol op ons. Hierbij streven we naar een aanpak die is gebaseerd op gezond verstand en minimale bureaucratie, in lijn met het principe van ‘high trust, high penalty’ uit de Omgevingswet. We vertrouwen op de goede intenties van onze inwoners en ondernemers, zonder dat iedereen aan uitgebreide controles wordt onderworpen. Binnen VTH blijven we streven naar een balans tussen eigen verantwoordelijkheid en ruimte voor initiatief. De grootste uitdaging ligt in de verschuiving van onze instrumenten op basis van het omgevingsrecht. Tot nu toe lag de focus op het reguleren van naleefgedrag via regelgeving, terwijl we tegelijkertijd inwoners en ondernemers aanmoedigden om zelf met oplossingen te komen.
De gemeente hecht waarde aan het ondersteunen van economische initiatieven zonder onnodige obstakels. Dit betekent dat de VTH-taken deels vanuit het perspectief van betrokkenen worden bekeken. Wanneer eigen verantwoordelijkheid niet het gewenste resultaat oplevert, zullen wij ondersteuning bieden. We verwachten dat velen deze verantwoordelijkheid kunnen dragen, maar indien nodig zullen we streng optreden om onaanvaardbare risico’s te vermijden. De Omgevingswet stimuleert een verschuiving bij de gemeente van een ‘nee, tenzij’- naar een ‘ja, mits’-cultuur. 5.2 Van handhaving naar preventie Een andere uitdaging is het voorkomen van problemen bij ontwikkelingen. Door alert te zijn op onderliggende conflicten bij klachten en belangen, kunnen we de noodzaak van handhaving minimaliseren. Dit doen we door meer aandacht te besteden aan participatie van
9 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 belanghebbenden, het voeren van een omgevingsdialoog bij ontwikkelingen, en het geven van voorlichting. Waar nodig faciliteren we bemiddeling tussen belanghebbenden. Daarnaast kunnen we onnodige overtredingen of klachten van inwoners en bedrijven voorkomen door hen meer inzicht te geven in de geldende regels en risico’s. Tijdige voorlichting, bijvoorbeeld bij de start van bouwprojecten via het loket, de website en gemeentelijke publicaties, kan herstelkosten en schade voorkomen. Het landelijk digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) zal ons helpen om de regels duidelijker te maken. 5.3 Communicatie De communicatie van de gemeente ABG zal worden ingericht om de doelstellingen van de U&H-strategie, het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag te ondersteunen. Het is belangrijk dat de communicatie inspeelt op de ervaringen van inwoners en hun vertrouwen in de overheidsaanpak. De communicatiedoelen zijn: • • • •
Het informeren over actuele wet- en regelgeving. Het vergroten van het bewustzijn van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een veilige en aangename leefomgeving. Het bevorderen van naleving van wetten en regels. Het versterken van het vertrouwen in de overheid.
Met communicatie streven wij naar een preventieve werking, waarbij naleving van regels en wetten wordt bevorderd. Voor effectieve handhaving en vergunningverlening is inzicht in regels, risico’s en sancties van groot belang. Wij zullen het gesprek aangaan met inwoners en bedrijven over zowel succesvolle initiatieven als verbeterpunten. 5.4 Prioriteiten Zoals uiteengezet in hoofdstuk X, vormen de prioriteitenlijst en de risicoschatting de basis voor onze beleidsprioriteiten. Verzoeken om handhaving en klachten worden niet opgenomen in de prioriteitenlijst omdat deze doorgaans altijd prioriteit hebben, zowel vanuit wettelijke verplichtingen als klantgerichtheid. Calamiteiten, ongebruikelijke incidenten en nationale aandachtspunten vallen ook buiten de prioriteitenlijst. De prioritering op basis van risicoanalyse wordt verder uitgewerkt in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. 5.5 Doelen De beoogde maatschappelijke effecten bepalen de (sub)doelen en uitgangspunten, die verder zijn uitgewerkt in indicatoren voor vergunningen, toezicht en handhaving. De indicatoren zijn geconcretiseerd met behulp van percentages. Ze dienen als richtinggevend, waarbij ervan kan worden afgeweken als daar gegronde redenen voor zijn. Deze doelen en uitgangspunten worden verder uitgewerkt in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en de voortgang wordt gemonitord in het jaarverslag.
10 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 De doelen zullen jaarlijks worden geëvalueerd middels een quick check, waarbij wordt nagegaan of de gestelde doelen zijn behaald. Indien er afwijkingen worden geconstateerd, zullen deze worden geanalyseerd en waar nodig bijgesteld. Dit biedt de ruimte om flexibel op veranderingen in te spelen en de doelstellingen zo nodig aan te passen voor een optimale voortgang. Ons aanbod moet dichtbij de inwoners georganiseerd worden en passend zijn bij de behoefte en de schaal van de kern, terwijl we streven naar een veilige woon-, leef-, werken recreatieomgeving voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers, met een vooruitstrevende en innovatieve benadering. • Het beschermen en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. • Het waarborgen van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving waar inwoners, ondernemers en bezoekers zich prettig voelen. 1. De veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en kwaliteit van de fysieke leefomgeving worden beschermd en, waar mogelijk, verbeterd. 2. Risico’s die voortvloeien uit bepaalde activiteiten worden tot een minimum beperkt. 3. We stimuleren de (eigen) verantwoordelijkheid van onze inwoners, ondernemers en organisaties. 4.
We werken samen met inwoners, ondernemers, organisaties en ketenpartners op een dienstbare en faciliterende wijze, met respect voor ieders verantwoordelijkheden. De bovenstaande pijlers richten zich onder andere op drie onderwerpen die structureel aandacht vragen binnen de gemeente en prioriteit is gesteld. Deze onderwerpen kennen een relatief hoog risico binnen het handhavingsdomein. 1. Strijdig gebruik en bouwen; 2. Sloopactiviteiten (Melding slopen met asbest) 3. Rijksmonumentactiviteiten Vergunningen: Toezicht: Handhaving: ➔ In ten minste 60% van ➔ Bij minimaal 50% van ➔ 50% van de de gevallen waarbij de gecontroleerde handhavingsbeslissingen conceptverzoek wordt vergunningen wordt leidt tot beëindiging van ingediend, resulteert geen overtreding de overtredingen. dit in een volledige en aangetroffen. ➔ 50% van de correcte aanvraag. ➔ Bij minimaal 50% van handhavingsverzoeken ➔ 100% van de de controles (op worden binnen de vergunningaanvragen basis van meldingen wettelijk vastgestelde worden binnen de en/of direct termijn afgehandeld. termijn van orde toepasselijke regels) ➔ Minimaal 50% van de beoordeeld. wordt geen beschikkingen blijft ➔ Minimaal 95% van de overtreding standhouden na beschikkingen blijft aangetroffen. bezwaar en/of (hoger) standhouden na beroep.
11 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 bezwaar en/of (hoger) beroep.
-
➔ 100% van de ingekomen klachten wordt binnen 10 werkdagen in behandeling genomen.
We vervullen een faciliterende rol en denken in mogelijkheden, gericht op het bevorderen van initiatieven en ontwikkelingen. We hanteren een integrale benadering van vraagstukken. We stimuleren en bevorderen eigen verantwoordelijkheid en naleefgedrag van onze inwoners, ondernemers en organisaties. We onderhouden contact met onze inwoners, ondernemers en organisaties. We beoordelen adequaat waar, wanneer en welke risico’s zich kunnen voordoen. We handelen effectief en efficiënt om administratieve en toezichtslasten te minimaliseren. We waarborgen rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.
Vergunningen: Toezicht: Handhaving: ➔ Iedere aanvraag heeft ➔ Toezicht wordt, waar ➔ De landelijke één vast mogelijk, integraal handhavingsstrategie aanspreekpunt. uitgevoerd. wordt nageleefd. ➔ We verwerken iedere ➔ De diepgang van het ➔ Directe actie wordt aanvraag zo snel toezicht wordt ondernomen bij mogelijk binnen de bepaald door het overtredingen die wettelijke risico van de direct gevaar beslistermijnen. activiteit. opleveren. ➔ De diepgang van de ➔ Het toezicht wordt op ➔ Alle verzoeken tot toetsing van een een effectieve en handhaving worden aanvraag hangt af efficiënte manier behandeld. van het risico van de uitgevoerd. activiteit.
In de bovenstaande doelstellingen is aangegeven dat drie pijlers structureel aandacht vragen en prioriteit hebben. In het handhavings- en uitvoeringsprogramma wordt hier nader op ingegaan. In deze strategie worden de pijlers op hoofdlijnen benoemd en aangesloten op de handhavings- en uitvoeringsprogramma waarin de uitwerking en doelen concreter worden uitgewerkt. Bouwen in strijd met het bestemmingsplan /omgevinsplan en gebruik van bestemmingsplannen De aanpak van strijdig bouwen en gebruik is gericht op een risicogestuurde inzet van toezicht 12 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 en handhaving. Meldingen en signalen worden afgewogen op basis van vastgestelde risico’s, waarbij wordt gestuurd op een doelmatige inzet van capaciteit en het beperken van ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Dit is een overtreding waartegen het college van burgemeester en wethouders in beginsel moet optreden (de zogenaamde beginselplicht tot handhaving). Voordat wij kunnen overgaan tot handhaven, moeten wij kunnen bewijzen dat er sprake is van een overtreding. Er wordt in totaliteit gekeken naar strijdigheid met het omgevingsplan. Dat kan gaan over gebruik, maar ook over landschappelijke inpassing, sloop ect. In een aantal gevallen verbindt het gemeentebestuur aan vergunningen eisen die tot doel hebben zorg te dragen voor een goede landschappelijke inpassing. Naleving van die voorwaarden vraagt aandacht. Door middel van gebiedsgericht toezicht worden hierop actief controles uitgevoerd. Momenteel zijn we een extra jurist aan het werven die zich onder andere hierop kan richten. Permanente bewoning van recreatiewoningen De gemeente zet in op een gerichte aanpak van permanente bewoning van recreatiewoningen, met aandacht voor het voorkomen van woon- en adresfraude.
Door projectmatig te werken en scherp te sturen op risicovolle situaties wordt handhaving effectief ingezet en wordt oneigenlijk gebruik tegengegaan. Momenteel zijn we een extra jurist aan het werven die zich onder andere hierop kan richten. Illegale bebouwing in het buitengebied en de wijken De inzet op illegale bebouwing is afhankelijk van de beschikbare capaciteit en richt zich op situaties met de grootste ruimtelijke en maatschappelijke impact. Bij voldoende personele ruimte wordt de inzet op dit onderdeel verder versterkt. Bescherming van monumenten en cultuurhistorische waarden Het behoud van monumenten en cultuurhistorische waarden vraagt blijvende aandacht binnen toezicht en handhaving. De gemeente richt zich op het voorkomen van schade en zet, wanneer dat nodig is, in op herstel en behoud, waarbij gebruik wordt gemaakt van de beschikbare kennis binnen en buiten de organisatie. Binnen de gemeente zijn monumenten en andere cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig die beschermd moeten blijven voor toekomstige generaties. Voor aanpassingen geldt daarom een vergunningplicht. Rijksmonumenten kennen daarbij het hoogste beschermingsniveau, wat vraagt om een zorgvuldige naleving van de geldende regels. Vergunningaanvragen worden zorgvuldig beoordeeld.
Wanneer werkzaamheden plaatsvinden zonder vergunning of niet volgens de verleende vergunning, wordt handhavend opgetreden. De prioriteit ligt bij overtredingen die leiden tot blijvende schade, het niet naleven van de instandhoudingsplicht en het bouwen of wijzigen van monumenten in strijd met de geldende voorschriften. Omdat de beschikbare capaciteit binnen VTH en het erfgoedbeleid beperkt is, worden gerichte keuzes gemaakt. Daarbij wordt gebruikgemaakt van externe deskundigheid. Binnen de organisatie zijn twee medewerkers betrokken bij het thema cultureel erfgoed.
13 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 Toetsingskaders Van de volgende vergunning- en meldingsplichtige activiteiten lichten wij de toetsingskaders (criteria die door ons gebruikt worden voor de beoordeling) en de werkwijze (diepgang van toetsing/toetsniveaus) toe: • Omgevingsplanactiviteit (omgevingsvergunning planologisch) • Rijksmonumentenactiviteit (omgevingsvergunning activiteit monument)
Omgevingsplanactiviteit De omgevingsplanactiviteit is volgens de Omgevingswet een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat: -
Toetsing
het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan; of een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.
Het omgevingsplan kan bepalen dat voor het uitvoeren van een bepaalde activiteit een vergunning is vereist. Uitgangspunt daarbij is dat omgevingsplanactiviteiten die in overeenstemming zijn met het omgevingsplan vergunningvrij kunnen worden uitgevoerd, tenzij in het omgevingsplan expliciet is vastgelegd dat sprake is van een verbod behoudens omgevingsvergunning. Een dergelijk verbod kan gelden voor specifieke objecten en/of gebieden en wordt aangemerkt als een binnenplanse vergunningplicht. Voor activiteiten die niet in overeenstemming zijn met het omgevingsplan geldt dat een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit moet worden aangevraagd. In dat geval is sprake van een buitenplanse vergunningsplicht.
Werkwijze
Binnen- en buitenplanse procedures voor de omgevingsplanactiviteit zijn formeel niet van elkaar gescheiden. Het bevoegd gezag beoordeelt iedere activiteit steeds op de vraag of medewerking kan worden verleend. Het enkele feit dat een activiteit in strijd is met het omgevingsplan vormt daarbij geen zelfstandige weigeringsgrond. Er moet altijd worden beoordeeld of vergunningverlening mogelijk is, met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Wanneer vergunningverlening niet kan plaatsvinden op basis van de binnenplanse beoordelingsregels, volgt een buitenplanse
14 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030
beoordeling. Daarbij geldt een breder toetsingskader, waarin onder meer de omgevingsvisie en beleidsregels worden betrokken. Daarnaast wordt getoetst aan de toepasselijke beoordelingsregels van Rijk en Provincie en wordt beoordeeld of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het hanteren van beleidsregels draagt eraan bij dat willekeur in de (buitenplanse) belangenafweging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Bij een binnenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de aanvraag getoetst aan alle regels van het omgevingsplan. Indien de aanvraag hiermee in overeenstemming is, wordt de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit verleend. Wanneer een aanvraag niet past binnen de regels van het omgevingsplan, is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In dat geval wordt getoetst aan de toepasselijke instructieregels van het Bkl en de provinciale verordening. Daarnaast wordt beoordeeld of de Bopa in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Rijksmonumentactiviteit Onder een rijksmonumentenactiviteit wordt verstaan het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument. Ook het herstellen of gebruiken van een monument valt hieronder, voor zover dit leidt tot ontsiering of het in gevaar brengen ervan. Voor het uitvoeren van een rijksmonumentenactiviteit is een vergunning vereist op grond van artikel 5.1, lid 1, onder b, van de Omgevingswet. Rijksmonumenten zijn (archeologische) monumenten die op grond van de Erfgoedwet zijn opgenomen in het rijksmonumentenregister. Voorbeschermde rijksmonumenten betreffen monumenten of archeologische monumenten die nog niet zijn ingeschreven in dit register, maar waarvoor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument reeds aan de eigenaar heeft toegezonden. Voor rijksmonumentenactiviteiten en de bescherming van cultureel erfgoed geldt een samenhangend wettelijk kader. Dit kader is vastgelegd in de Omgevingswet en de daarop gebaseerde besluiten en regelingen, waaronder het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de Omgevingsregeling en het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet.
15 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030
Werkwijze
De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) bekijkt of een bouwplan voldoet aan ‘redelijke eisen van welstand’ en bij objecten met een monumentale bescherming, aan de monumentenwet of de erfgoedverordening, of het ontwerp qua vormgeving wel past op de plaats waar het bedoeld is. Binnen de gemeente is er een constructieve samenwerking tussen de (CRK) en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de Provincie en het Monumentenhuis.
5.6 Kwaliteitsdoelstellingen uit de vordering VTH Cruciaal voor het leveren van kwaliteitsproducten is de beschikbaarheid van vakmanschap en expertise en de borging van de kwaliteit. Als kwaliteitsafspraken niet worden vastgelegd, gemonitord en gerapporteerd, ontstaat er een sterke afhankelijkheid van de individuele medewerker. Kwaliteit betekent (1) het realiseren van de afgesproken doelstellingen en (2) het voldoen aan de wettelijke eisen. In de verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht gemeente Baarle-Nassau is een verplichting opgenomen om doelen uit te werken op de volgende onderwerpen. Zie de tabel hieronder: Dienstverlening heeft betrekking op het waarborgen en bevorderen van de manier waarop (in communicatie, snelheid, service) de organisatie met belanghebbenden (aanvragers, omwonenden, klagers, etc.) omgaat.
Doelstelling
Actie
Instrument
Indicator
We bieden de mogelijkheid om in vroegtijdig stadium met de gemeente te overleggen. Om zo volledig mogelijke aanvragen te kunnen ontvangen en tijdig te kunnen behandelen.
We stimuleren het conceptverzoek (ook bij niet complexe initiatieven)
Informatieverzoek
Aantal behandelde verzoeken
Initiatieven worden beoordeeld vanuit de mogelijkheden en oplossingen. ‘Ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’. Bij complexe initiatieven stimuleren wij het gezamenlijk overleg in de vorm
16 – Gemeente Baarle-Nassau |
Conceptverzoek Intaketafel Omgevingstafel
Aantal verleende vergunningen
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030
van een omgevingstafel. We werken conform de serviceformules .
Terugbelnotities worden administratief vastgelegd ten behoeve van een snel en duidelijk klantcontact.
Dienstverleningsconc ept
Monitoring en onderzoeken van terugbelnotiti es.
Stappenplan LHSO
Aantal keren dat het stappenplan is toegepast
We stellen een heldere en concrete klachten- en meldingen procedure (handhaving) op, met duidelijke afhandelwijze, termijnen en communicatiemoment en. We beëindigen overtredingen oplossingsgeric ht.
We handelen conform het stappenplan van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO). Als een overtreding is vastgesteld die we niet kunnen of willen legaliseren treden we daartegen efficiënt op. De LHSO vormt bij de prioritering het uitgangspunt. Deze beproefde strategie waarborgt dat er passend en uniform wordt ingegrepen.
Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijn en Leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijn en versie mei 2023
Uitvoeringskwaliteit van diensten en producten heeft betrekking op het waarborgen en bevorderen van de mate waarin een product voldoet aan juridische doelen (zoals
17 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. Dit wordt ook wel de inhoudelijke kwaliteit genoemd.
Doelstelling
Actie/werkwijze
Instrument
Indicator
Aantal controles op adviezen
Hoe bereiken we het doel? We werken integraal.
Bij de behandeling van zaken vindt afstemming plaats tussen diverse disciplines om integrale advisering tot stand te brengen conform werk processen.
Processen
We zetten in op tijdige en volledige aanvragen.
Initiatiefnemers krijgen in beginsel een keer de mogelijkheid om een onvolledige aanvraag aan te vullen.
Digitale checklists
Monitoren doorlooptijden, monitoring aantal onvolledige aanvragen die buiten behandeling zijn gesteld en de aantal volledige aanvragen
Voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de U&H-taken
In het Uitvoeringsprogramma wordt aangegeven op welke onderdelen van de Kwaliteitscriteria wordt voldaan of waar gemotiveerd wordt afgeweken. Dit monitoren en verantwoorden we in het jaarverslag.
(Landelijke) kwaliteitscriteria
Uitkomsten van de jaarlijkse kwaliteitsmeting
Intake- en Omgevingstafel
Verantwoording in het jaarverslag
Het thema financiën heeft betrekking op de inzet van middelen in relatie tot de kwaliteit van de geleverde diensten en/of producten.
18 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030
Doelstelling
Actie
Instrument
Indicator
We zorgen ervoor dat de inzet en financiën met elkaar in overeenstemmi ng zijn.
Doelstellingen monitoren en tijdig hierover rapporteren/afstemm en.
Begroting managementrapporta ge
Begrotingspo st
6.Uitvoeringsstrategieën Om onze doelen en het risicogericht werken te bereiken, hebben we een aantal uitvoeringsstrategieën opgesteld. Deze zijn gebaseerd op regionale, landelijke én gemeentelijke beleidslijnen. In dit hoofdstuk geven we een overzicht van deze strategieën en de manier waarop ze samenhangen. In figuur 4 hieronder is de samenhang tussen de strategieën weergegeven.
6.1 Strategieën van U&HS In dit hoofdstuk worden de strategieën van de U&HS uitgelegd. We vertalen prioriteiten en doelstellingen naar concrete strategieën die bijdragen aan het behalen van onze doelen. Deze strategieën vinden hun basis in artikelen 13.6 en 13.7 van het Omgevingsbesluit.
19 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 De uitvoeringsstrategieën zijn gebaseerd op regionale en landelijke kaders, aangevuld met gemeentelijke beleidslijnen. Hieronder presenteren we een overzicht van de belangrijkste strategieën en de manier waarop ze op elkaar aansluiten. 6.2 Uitvoeringsstrategie Omgevingsvergunningen “Wat we buiten belangrijk vinden, geldt ook binnen” Bij het beoordelen en controleren van omgevingsvergunningen hanteren we het principe: "Wat we buiten (toezicht) belangrijk vinden, geldt ook binnen (toetsing)". Onze strategie bestaat uit drie pijlers: preventie, toetsing en toezicht. Succesvolle initiatieven zoals de conceptaanvraag en de (regionale) omgevingstafel worden versterkt en uitgebreid. Door de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) staan we voor veranderingen. In eerste instantie hanteren we de landelijke standaarden en passen deze zo nodig aan de nieuwe praktijk aan. 6.3 Nalevingsstrategie Handhaving “Oplossingsgericht beëindigen van overtredingen” Onze nalevingsstrategie is gericht op het voorkomen van overtredingen en het effectief beëindigen van overtredingen. Wanneer we een overtreding constateren die niet gelegaliseerd kan worden, treden we handhavend op. De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) vormt daarbij de basis, waardoor uniformiteit en efficiëntie worden gewaarborgd.
De nalevingsstrategie omvat drie onderdelen: communicatie, toezicht en sancties. 6.4 Toezichtstrategie Risicogericht toezicht In onze toezichtstrategie bepalen we hoe en met welke frequentie toezicht wordt gehouden. Risicogericht toezicht helpt naleving van wettelijke voorschriften te bevorderen. De aard en frequentie van het toezicht hangen af van de risico's die verbonden zijn aan specifieke situaties. Onze toezichthouders registreren hun bevindingen via tablets en werken met digitale protocollen die automatisch worden bijgewerkt volgens nieuwe wet- en regelgeving. De diepgang van het toezicht hangt af van de type activiteit en de bevindingen tijdens het controleproces. 6.5 Sanctiestrategie Wanneer uit toezicht blijkt dat er sprake is van een overtreding, grijpen we in volgens de richtlijnen van de LHSO. De sanctie is altijd afgestemd op de feiten, aard en omstandigheden van de overtreding en het naleefgedrag van de betrokken partij. Hiermee zorgen we ervoor dat overtredingen zo snel en efficiënt mogelijk worden beëindigd. In bijlage 2 wordt de LHSO verder toegelicht.
20 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 6.6 Geen Gedoogstrategie De gemeente handhaaft de beginselplicht tot handhaving strikt. Er is geen gedoogstrategie, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden waarin het bijzonder belang het algemeen belang overstijgt. In dat geval kan gedogen onder strikte voorwaarden plaatsvinden, zoals bepaald door vaste jurisprudentie. Wanneer het bijzonder belang zwaarder weegt dan het algemene belang, kan worden besloten om af te zien van handhaving. Dit gebeurt middels een gedoogbeslissing, waarbij handhaving tijdelijk wordt uitgesteld. 5.7 Samenhang in Preventie, Toezicht en Sancties Preventie, toezicht en sanctie kunnen zowel afzonderlijk als in combinatie worden ingezet om naleefgedrag te stimuleren. Bij welwillend gedrag domineren preventieve maatregelen, terwijl bij bewuste overtredingen toezicht en sancties een grotere rol spelen. Wanneer overtredingen onaanvaardbare omgevingsrisico’s veroorzaken en andere maatregelen geen effect hebben, is handhaving noodzakelijk. Inwoners en bedrijven zijn primair verantwoordelijk voor hun naleefgedrag, maar overtredingen komen vaak voort uit een gebrek aan kennis. Aangezien het omgevingsrecht vaak verandert, investeert de gemeente in het vergroten van bewustzijn, kennis en informatie, onder andere via (digitale) brochures en sociale media.
Ook zorgen we voor zichtbaarheid en toegankelijkheid van toezichthouders en heldere communicatie bij handhavingsverzoeken.
7. Organisatie en middelen Op basis van het Omgevingsbesluit dient de organisatie van vergunningverlening, toezicht en handhaving zodanig te zijn ingericht dat een adequate en behoorlijke uitvoering van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie, evenals het uitvoeringsprogramma, gewaarborgd zijn. In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de organisatorische invulling hiervan. 7.1 Borging van organisatie en middelen De uitvoering van dit beleid, inclusief de te ondernemen activiteiten, wordt jaarlijks vastgelegd in een uitvoeringsprogramma. Hierin beschrijven we de benodigde en beschikbare capaciteit voor zowel de uitvoering als de handhaving, uitgedrukt in fte’s. Om de objectiviteit van de werkzaamheden te waarborgen en belangenverstrengeling te voorkomen, hanteren wij een strikte scheiding van functies tussen vergunningverlening en toezicht & handhaving. De taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor uitvoering en handhaving zijn vastgelegd in functieomschrijvingen, waarbij rekening is gehouden met de vereiste deskundigheid van het personeel. Een opleidingsbudget wordt beschikbaar gesteld om ervoor te zorgen dat we het gewenste deskundigheidsniveau kunnen behouden en waar nodig verbeteren.
21 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 7.2 Borging personele en financiële middelen Binnen de gemeente zijn de benodigde personele en financiële middelen vastgelegd om een adequate uitvoering van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie te waarborgen. Financiële middelen worden geborgd in de begroting, terwijl de personele capaciteit bestaat uit een team van vaste medewerkers en, indien nodig, een flexibele schil. Jaarlijks geven we in het uitvoeringsprogramma aan hoe deze middelen worden ingezet. Daarnaast zijn er structurele middelen beschikbaar voor uitvoeringsorganisaties zoals de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) en de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB). 7.3 Technische, juridische en administratieve voorzieningen Voor de uitvoering van wettelijke taken stellen wij technische, juridische en administratieve middelen beschikbaar. Dit omvat onder andere bedrijfsauto’s, fototoestellen, mobiele telefoons, laptops, tablets, software, informatiebeheersystemen zoals Centric Leefomgeving, vakliteratuur en toegang tot juridische databanken. Wij zorgen ervoor dat deze middelen in goede staat verkeren, voldoen aan de wettelijke eisen en zo nodig worden gekalibreerd. 7.4 Bereikbaarheid buiten kantooruren Op basis van de wettelijke regeling moet de gemeentelijke organisatie ook buiten kantooruren bereikbaar zijn.
Deze 24-uurs bereikbaarheid wordt geregeld via de consignatiedienst van de OMWB en de centrale meldkamer van de hulpdiensten. Dringende zaken worden onmiddellijk opgepakt, terwijl niet-urgente meldingen via de reguliere kanalen worden afgehandeld 7.5 Samenwerking met externen Binnen het omgevingsrecht werken wij op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving nauw samen met diverse organisaties volgens vastgelegde afspraken. Hieronder worden de belangrijkste partners beschreven. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant De OMWB voert taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de regio Midden- en West-Brabant. Deze taken zijn onderverdeeld in basistaken, verzoektaken en collectieve taken: • • •
Basistaken: verplichte taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving van milieuwetten. Verzoektaken: facultatieve taken, zoals sloopactiviteiten en milieu-gerelateerde onderzoeken, die niet onder de basistaken vallen. Collectieve taken: taken die in samenspraak met deelnemende gemeenten worden uitgevoerd voor collectief voordeel, zoals schaalvoordelen en regionale ketenhandhaving (bijv. Samen Sterk in Brabant).
Jaarlijks stemmen wij het werkprogramma af met de OMWB, waarbij de voortgang maandelijks wordt geëvalueerd. Ad hoc overleg vindt plaats tussen OMWB-medewerkers en gemeentelijke medewerkers om individuele aanvragen en werkzaamheden af te stemmen. De
22 – Gemeente Baarle-Nassau |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie gemeente Baarle-Nassau 2026-2030 OMWB is gemandateerd om namens ons taken uit te voeren en informatie uit te wisselen met andere handhavingsinstanties. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant De Veiligheidsregio Midden- en West Brabant werkt, in opdracht van en in samenwerking met de ABG-gemeenten, aan het voorkomen en beperken van risico’s. Daarnaast is er 24/7 paraatheid voor de bestrijding van incidenten, rampen en crises. Deze werkzaamheden zijn gebaseerd op de wettelijke taken zoals vastgelegd in de Wet Veiligheidsregio’s. De sector Risico- en Crisisbeheersing (RBCB) richt zich specifiek op het adviseren en ondersteunen van gemeenten, die met hun beleid zorgen voor een veilige leefomgeving. De focus ligt op het beïnvloeden van (brand)veiligheidsrisico’s met mogelijke impact op: - De samenleving, met speciale aandacht voor kwetsbare personen en grote groepen; - De fysieke omgeving; - Een veilig en effectief repressief optreden. Binnen de verschillende werkvelden van RBCB, zoals bouwen, gebruik, evenementen en brandveilig leven, wordt gewerkt volgens een model dat is gebaseerd op zes pijlers: • • • • • •
Beïnvloeding van wet- en regelgeving; Het inrichten van een veilige omgeving; Vergunningverlening, toezicht en handhaving; Kennisoverdracht en gedragsverandering bij initiatiefnemers; Kennisoverdracht en handelingsperspectief voor incidentbestrijding; Communicatie over restrisico’s en handelingsperspectief.
Door deze pijlers evenwichtig in te zetten en flexibel te opereren, wordt vroegtijdig in het proces ingegrepen en worden veiligheidsvraagstukken risicogericht aangepakt. Deze benadering is van toepassing op doelgroepen, objecten, thema’s en gebieden. Om de kwaliteit van het advies te waarborgen, wordt continu geïnvesteerd in kennis over incidenten en nieuwe risico’s en ontwikkelingen, zoals energieopslagsystemen, windmolens en waterstofvoertuigen. Waterschappen Samenwerking met de waterschappen vindt plaats op het gebied van klachten, meldingen en waterbeheer. Hoewel gezamenlijke controles zeldzaam zijn, werken de waterschappen en de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) regelmatig samen, bijvoorbeeld op het gebied van waterkwaliteit en afvalwaterbeheer. In het buitengebied wordt deze samenwerking versterkt door initiatieven zoals Samen Sterk in Brabant. Daarnaast is er aandacht voor risicobeheersing, met een specifieke focus op klimaatadaptatie en het voorkomen van wateroverlast. Deze gezamenlijke inspanningen dragen bij aan een integrale aanpak van waterveiligheid, vergunningverlening en toezicht, om zo een gezonde en veilige leefomgeving te waarborgen.
23 – Gemeente Baarle-Nassau |