CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Overdrachtsdocument fysiek, sociaal en regionale samenwerking

Commissie Bestuur en Middelen 24 maart 2026, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Stukken algemeen5.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overdrachtsdocument fysiek, sociaal en regionale samenwerking

1 – ABG-organisatie |

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

1.1

Leeswijzer

3

2

Fysiek

4

2.1

Brede welvaart

4

2.2

Actuele relevante ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving

4

2.3

Trends & ontwikkelingen

6

2.4

Huidige speerpunten en aandachtsgebieden

7

2.5

Uitdagingen

8

2.6

Verbinding en integraliteit

8

3

Sociaal

9

3.1

Brede welvaart

9

3.2

Actuele relevante ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving

9

3.3

Trends & ontwikkelingen

10

3.4

Huidige speerpunten en aandachtsgebieden

10

3.5

Uitdagingen

12

3.6

Verbinding en integraliteit

13

4

Regionale samenwerking

14

4.1

Brede welvaart

14

4.2

Actuele relevante ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving

15

4.3

Trends & Ontwikkelingen

15

4.4

Huidige speerpunten en aandachtsgebieden

17

4.5

Uitdagingen

17

4.6

Verbinding en integraliteit

18

2 – ABG-organisatie |

1 Inleiding Als gemeenten hebben we grote maatschappelijke opgaven en ambities. Bijvoorbeeld om onze inwoners bestaanszekerheid te bieden, de schaarse ruimte goed te benutten en een duurzame en gezonde plek te zijn om te wonen, werken en recreëren. Deze maatschappelijke ambities hebben vaak een onderlinge afhankelijkheid en zijn complex van aard. In een realiteit waar nieuwe ontwikkelingen elkaar in een steeds hoger tempo opvolgen (of zelfs inhalen) en maatschappelijke opgaven zich steeds krachtiger verweven, biedt dit document mogelijk inzicht. Het doel van dit document is informatie op een neutrale en feitelijke wijze te presenteren, om een helder vooruitzicht te bieden op ontwikkelingen die in de bestuursperiode 2026 - 2030 op de drie gemeenten afkomen.

1.1 Leeswijzer De indeling van dit document is gestructureerd naar vier programma’s – vooruitlopend op een mogelijke nieuwe structuur van de programmabegroting: fysiek, sociaal, regionale samenwerking en bedrijfsvoering. In hoofdstuk 2, 3 en 4 krijgt u inzicht in de opgaven, ontwikkelingen en aandachtspunten van de programma’s fysiek, sociaal en regionale samenwerking. Over bedrijfsvoering leest u in het volgende deel (3) van dit overdrachtsdocument.

3 – ABG-organisatie |

2 Fysiek 2.1 Brede welvaart Brede welvaart gaat in essentie over het welzijn van mensen (kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de sociale cohesie nu en in de toekomst). Het gaat om gezondheid, leefomgeving, sociale samenhang, veiligheid, milieu en de effecten van ons handelen op toekomstige generaties. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving speelt hierin een grote rol. Een schone, groene en veilige leefomgeving draagt onder andere bij aan een betere mentale gezondheid. De fysieke leefomgeving is van invloed op het gevoel of mensen zich veilig voelen. De fysieke leefomgeving is direct verbonden met klimaatverandering, biodiversiteit, energievoorziening, bodem- en waterkwaliteit. De inrichting van wijken, dorpen en steden bepaalt mede of en waar mensen elkaar ontmoeten, of er ruimte is voor sport, spel en cultuur en of mensen zich thuis voelen. Het beïnvloedt bereikbaarheid van werk en voorzieningen, aantrekkelijkheid van gebieden voor bedrijven. Hoe we nu omgaan met ruimte, natuur en milieu bepaalt de brede welvaart van toekomstige generaties. Omdat het leven van mensen zich ook in belangrijke mate op regionaal niveau afspeelt (het daily urban system), zijn de omstandigheden binnen de regio van grote invloed op hun welzijn. Voor wonen gaat het om de juiste woning op de juiste plek, een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en toegankelijkheid en bereikbaarheid.

Door meer circulair te produceren en te consumeren wordt efficiënter omgegaan met grondstoffen en neemt de huidige en toekomstige milieudruk af. Hierdoor neemt de brede welvaart toe. De transitie naar een circulaire economie zal niet vanzelf gaan. Ze vraagt om gedragsaanpassingen van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Inzicht in gedrag en in de beweegredenen achter concrete gedragingen, helpt om effectief circulair-economisch beleid vorm te geven.

2.2 Actuele relevante ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving • Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 al in werking getreden, maar de implementatie is nog in volle gang. Het doel van de wet is om bescherming en benutting van de fysieke leefomgeving beter in balans te brengen en regelgeving zoveel mogelijk bij elkaar te brengen. • Wet versterking regie volkshuisvesting De Wet versterking regie volkshuisvesting geeft overheden meer sturingsmogelijkheden om de woningnood aan te pakken. Naar verwachting treedt deze 1 juli 2026 in werking.

4 – ABG-organisatie |

• Doorvertaling structurerende keuzes Water en Bodem Om ons zo goed mogelijk aan te passen aan het veranderende klimaat, zijn door het rijk 33 structurerende keuzes neergelegd op het gebied van Water en Bodem voor doorvertaling. • Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) Het GLB richt zich vanaf 2023 in toenemende mate op natuur, klimaat en milieu. Het GLB moet groenere landbouwpraktijken stimuleren in de vorm van zogenoemde eco-regelingen. Deels worden regelingen doorgelegd naar gemeentelijk niveau: ▪ ▪ ▪ ▪

Agrarisch natuurbeheer en biodiversiteit: middelen voor gemeenten om projecten te ondersteunen die de natuur in landelijke gebieden versterken. Waterkwaliteit: investeringen in het landelijk gebied om Europese waterdoelen (KRW) te halen. Innovatie en kennisoverdracht: subsidies voor projecten die landbouw verduurzamen. Leefbaarheid platteland: middelen voor infrastructuur, voorzieningen en sociale cohesie in kleine kernen.

• Nitraatrichtlijn Het doel van de Nitraatrichtlijn is grond- en oppervlaktewater te bescherming tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen. De Nitraatrichtlijn dwingt gemeenten tot een strenger ruimtelijk beleid gericht op het terugdringen van stikstofemissies, met name in agrarische gebieden, dat wordt samen met waterschappen en regio/provincie opgepakt. • Verordening dierlijke bijproducten De Verordening dierlijke bijproducten schrijft voor hoe dierlijke bijproducten moeten worden verzameld, vervoerd, opgeslagen, gehanteerd en verhandeld. De Verordening en de bijbehorende uitvoeringsverordening hebben aanzienlijke gevolgen voor gemeenten, voornamelijk op het gebied van afvalbeheer, handhaving en toezicht op volksgezondheid en diergezondheid. Deze regels gelden voor dierlijk materiaal dat niet voor menselijke consumptie is bestemd, zoals slachtafval, dode dieren, cateringafval en mest. • Kaderrichtlijn Water (KRW) De Kaderrichtlijn Water verplicht overheden om de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater te verbeteren en te voldoen aan strengere normen voor ecologie en chemie. Dit vraagt om maatregelen tegen vervuiling, het verminderen van piekafvoeren en het verbeteren van de afwatering in zowel stedelijk als landelijk gebied.

Klimaatadaptatie is hierbij essentieel: de veranderende neerslagpatronen, droogte en hittestress maken het nodig om water robuuster vast te houden, te bergen en af te voeren. Gemeenten, waterschappen en provincies werken hierin gezamenlijk aan een toekomstbestendig watersysteem. • Wet Veilige jaarwisseling De wet veilige jaarwisseling gaat naar verwachting in per 1 juli 2026. Dit gaat betekenen dat particulieren geen vuurwerk meer mogen afsteken. Het georganiseerd afsteken van vuurwerk in groepsverband is wel toegestaan. Dat vergt afstemming, omdat het organiseren een aanzuigende werking kan hebben op Openbare Orde en veiligheids- problematiek, maar raakt 5 – ABG-organisatie |

ook de afdelingen m.b.t. vaststellen regels (AJZ) en overlast van jeugdigen (SU). De gemeente Baarle- Nassau gaat hier, naar onze inschatting, de meeste hinder van ondervinden, met name het verschil in wetgeving in Nederland en in België.

2.3 Trends & ontwikkelingen Wonen en voorzieningen Voor wat betreft wonen zijn de (dubbele) vergrijzing en de toename van eenpersoonshuishoudens actuele trends. Eén van de gevolgen van dubbele vergrijzing is de terugloop in voorzieningen. Dit betekent aandacht voor het organiseren van nabijheid van voorzieningen, zoal natuur, sport, recreatie, ov, snelle fietsroutes, kleinschalige maakeconomie en voldoende bereikbare woningen. Het Rijk zal in de toekomst qua te realiseren aantallen meer regie nemen. De Woningbouwmonitor biedt een overzicht van de stand van zaken van woningbouwprojecten binnen het ABGgebied. Vanaf eind maart is de woningbouwmonitor per gemeente online: http://woningbouwkaart.alphenchaam.nl http://woningbouwkaart.baarlenassau.nl http://woningbouwkaart.gilzerijen.nl Daarnaast worden verhuurders verplicht energielabels E, F en G per 2029 uit te faseren. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden voor actief grondbeleid en het voorkeursrecht wordt versterkt. Ook defensie groeit i.v.m. mondiale ontwikkelingen. Dit kan van invloed zijn op een groot deel van het grondgebied van Gilze en Rijen, Alphen-Chaam en Baarle-Nassau. Landbouw, natuur & recreatie In het Landelijk Gebied speelt de transitie van de landbouw en de reductie van emissies waaronder stikstof en spuit- en meststoffen.

Dat hangt in sterke mate samen met EU en landelijke doelen voor natuur maar heeft een evenredige invloed op gezondheid. De trend dat het aantal agrarische bedrijven afneemt zet zich door. Eén van de gevolgen is dat we een toename van intensiever grondgebruik zien en dit kan op gespannen voet staan met het wateren bodemsysteem, de natuurlijke en landschappelijke waarde van het landelijk gebied en het woon- en leefklimaat. Nieuwe economie: plantaardig, biobased en circulair In West- en Midden-Brabant wordt ingezet op thema's die passen bij de nieuwe economie. In midden-Brabant is dit met name circulariteit, en in West-Brabant daarnaast ook biobased en plantaardig. Dit zijn thema's die goed aansluiten bij het ABG-gebied.

6 – ABG-organisatie |

2.4 Huidige speerpunten en aandachtsgebieden Goed wonen Er zijn programma’s Wonen vastgesteld voor de gemeenten. Deze worden mede naar aanleiding van de komende Wet versterking regie volkshuisvesting herzien. Maatschappelijke weerbaarheidsopgave Eind 2024 heeft de landelijke coördinator Terrorismebestrijding en de toenmalig minister van Defensie een beroep gedaan op de lokale overheden om, als gevolg van de toenemende geopolitieke spanningen, de maatschappij samen weerbaarder te maken. Dit heeft zich uiteindelijk vertaald in een opgave aan de lokale overheden. In 2025 is de gemeente hiermee aan de slag gegaan en voor de komende jaren zal gezamenlijk met de veiligheidsregio en de maatschappelijke partners hier meer invulling aan gegeven worden. De rijksoverheid gaat de komende jaren hier ook financiële middelen voor beschikbaar stellen. Deze opgave raakt alle beleidsdomeinen en portefeuilles in het college. Omdat het kabinet onlangs is gewisseld zijn de bedragen nog niet helder. Strategie Duurzaamheid In het programma ‘Strategie Duurzaamheid’ worden de ambities en doelstellingen op het gebied van duurzaamheid uitgewerkt en uitvoeringsgereed gemaakt. In het programma Warmte wordt aan de wettelijke plicht voldaan om per gemeente de transitie naar duurzame warmtebronnen vorm te geven.

Voor zowel de vorm, het gelijkheidsprincipe als ruimtelijke inpassing en financiering moet hierop een uitvoeringsprogramma volgen. Water en bodem In de regio werken we aan de aanpak voor het landelijk gebied. Met daarbij als aandachtspunten het behoud en versterking van landschap, Kader Richtlijn Water en transitie van de landbouw met economisch perspectief. Op gemeentelijk niveau maken we daarvoor een programma Buitengebied. Hierbij werken we samen met het Waterschap Brabantse Delta als het over ‘water en bodem’ gaat. Daarnaast zullen deze programma’s beleidskaders voor bouwen en gebruik in het buitengebied gaan bevatten, die tevens gebruikt kunnen worden voor de in ontwikkeling zijnde omgevingsplannen per gemeente. Omgevingsplan In 2032 dient iedere gemeente één definitief omgevingsplan te hebben. De ABG-organisatie werkt aan een pakket aan regels voor dit definitieve omgevingsplan en tegelijk aan het herzien van alle bestaande bestemmingsplannen in de gemeenten. Deze maken nu tezamen het tijdelijk deel van het omgevingsplan uit. Tot die tijd zullen we te maken krijgen met tussentijdse wijzigingen van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan, omdat ontwikkelingen door (moeten) gaan.

Groen, Mobiliteit en Stedelijk water In de programma’s Groen, Mobiliteit en Stedelijk water (sommigen nog in ontwikkeling) zijn de ambities en doelstellingen uit de omgevingsvisies nader uitgewerkt. Deze programma’s maken deel uit van de beleidscyclus en dienen daarom te worden gemonitord en geëvalueerd. Op basis

7 – ABG-organisatie |

daarvan kunnen bijstellingen plaatsvinden en financiële gevolgen worden opgenomen in de P&C cyclus. Vitale vakantieparken De vitaliteit van vakantieparken heeft aandacht. Voor de gemeenten Alphen-Chaam en BaarleNassau zijn vitaliteitsscans uitgevoerd. In Baarle-Nassau is onlangs het algemeen stappenplan vastgesteld om te komen tot besluiten over transformatie van recreatieparken naar de functie wonen. Momenteel wordt er voor de gemeente Baarle-Nassau gewerkt aan een afwegingskader transformatie recreatieparken. Voor de gemeente Alphen-Chaam moeten de vervolgstappen na de vitaliteitsscan nog vorm krijgen. Stationsgebied Rijen Voor Gilze en Rijen wordt een gebiedsvisie Spoorzone voorbereid. Hiermee worden kaders vastgesteld voor gebiedsontwikkelingen in de spoorzone om te voldoen aan de regionale opgave om een meer hoogstedelijk woon-, werk- en leefmilieu met een hoge dichtheid te realiseren nabij NS stations.

2.5 Uitdagingen • •

•

•

•

De krapte op de woningmarkt van betaalbare woningen voor de juiste woningen is niet zomaar weggewerkt in het huidige speelveld van wettelijke kaders, richtlijnen en eisen. Water en bodem is als basis een verbinder tussen natuur, landschap, landgebruik (voedselproductie), gezondheid, milieudoelen en KRW. In het verlengde daarvan staan mobiliteit als onderlegger voor bedrijvigheid, wonen, een aantrekkelijke openbare ruimte en welzijn (sociaal en economisch). Voor landelijk gebied is er een transitie gaande die de kwaliteit van het landelijk gebied kan versterken, verbrede landbouw, ontwikkeling van vrijetijdseconomie en de energieopgave zijn zaken om rekening mee te houden. Brabant houdt rekening met een verdrievoudiging van de energieopgave waarbij 60% in Brabant zelf wordt opgewekt. De ruimtevraag en draagvlak is een opgave. Er ligt in het kader van de RES een onderliggende afspraak tussen gemeenten dat zij elkaar gaan helpen dit voor elkaar te krijgen (solidariteitsprincipe). Klimaatverandering vraagt om maatregelen in de ABG gemeenten met name n.a.v. weersextremen, dit vraagt om klimaatadaptatie.

2.6 Verbinding en integraliteit Ruimtelijke ingrepen als de bouw van woningen, het aanleggen van infrastructuur, nieuwe bedrijvigheid, natuur, veranderingen in de landbouw hebben impact op de leefomgeving en leefbaarheid en gezondheid. Denk hierbij ook aan sociale aspecten als inkomenszekerheid in het landelijk gebied en kernen, (draagvlak voor) voorzieningen, verkeer(soverlast) en de aanwezigheid van voorzieningen. De kansen voor vrijetijdseconomie en kenniseconomie zijn groot in combinatie met een aantrekkelijk landschap.

8 – ABG-organisatie |

3 Sociaal 3.1 Brede welvaart De gemeenten partners leveren een bijdrage aan de brede welvaart van onze inwoners. Door in te zetten op welzijn, zorg, werk, inkomen, schulden, ontmoeten, sport, gezondheid, cultuur, opvoeding en onderwijs. Brede welvaart gaat over hoe goed mensen kunnen leven, nu en in de toekomst. Daarbij kijken we niet alleen naar geld, maar ook naar sociale verbondenheid, gezondheid, veiligheid, kansen en leefomgeving. Een sterk sociaal domein vergroot die brede welvaart, omdat het mensen helpt om mee te doen, problemen te voorkomen en hun toekomst op te bouwen.

3.2 Actuele relevante ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving • Wet reikwijdte jeugdzorg (in consultatie) Op basis van de hervormingsagenda jeugd worden in de wet kaders gesteld voor reikwijdte van de jeugdwet, de toegang tot jeugdzorg en de vorming van sterke lokale teams. • Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg Deze wet heeft focus op minder administratieve lasten voor jeugdhulpaanbieders, meer passende zorg dichtbij huis en een betere samenwerking tussen gemeenten. • Wet versterking regie op de volkshuisvesting Heeft ook voor het sociaal domein gevolgen, met name waar het gaat over de opgave van sociale woningbouw en dat kwetsbare mensen met urgentie een woning krijgen. • Participatiewet in Balans Deze wordt gefaseerd ingevoerd. Met deze wet wordt onder andere meer nadruk gelegd op maatschappelijke participatie, naast op betaald werk. En geeft meer ruimte voor bijverdienen en het ontvangen van giften voor uitkeringsgerechtigden • Aanpassing Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (nog niet vastgesteld) Gemeenten moeten ervoor zorgen dat inwoners gebruik kunnen maken van een stelselbibliotheek. • Zorgakkoorden: IZA/AZWA /HLO Om zorg en ondersteuning in de toekomst beschikbaar en betaalbaar te houden hebben Zorgverzekeraars , Gemeenten en de Rijksoverheid zorgakkoorden gesloten.

Hierin werken zij samen aan de beweging ‘van zorg en ziekte naar gezondheid, preventie en welzijn’. Dit vraagt van gemeenten dat zij de samenwerking met het medisch domein intensiveren en dat zij investeren in preventie en een sterke sociale basis met voldoende informele hulp. 9 – ABG-organisatie |

3.3 Trends & ontwikkelingen Betaalbaarheid en beschikbaarheid van zorg en ondersteuning staat onder druk Meer inwoners doen een beroep op hulp en ondersteuning. De complexiteit van hun vragen en omstandigheden neemt toe. Dit is het gevolg van onder andere demografische ontwikkelingen (dubbele vergrijzing), de complexiteit van de samenleving en de toename van kwetsbare inwoners (w.o. ouderen) die zelfstandig wonen. Ook zien we dat meer inwoners worstelen met hun mentale gezondheid. Hierdoor stijgen de kosten. In combinatie met het arbeidsmarkt tekort (in zorg en welzijnssector) staat de betaalbaarheid en beschikbaarheid van zorg en ondersteuning onder druk. Meer aandacht voor preventie Steeds vaker laat onderzoek zien dat de inzet op preventie een positieve maatschappelijke en financiële businesscase oplevert. Dit zien we terug in de aanpak van uitdagingen binnen het sociaal en medisch domein. Vanuit een brede blik op (positieve) gezondheid waarbij niet de klacht centraal staat, maar de manier waarop men uitdagingen het hoofd kan bieden kan meer gezondheidswinst en welbevinden behaald worden. Meer individualisering van de samenleving Inwoners zijn meer op zichzelf gericht en hebben minder (fysieke) sociale contacten. Dit leidt tot minder sociale cohesie, betrokkenheid en begrip tussen inwoners onderling.

3.4 Huidige speerpunten en aandachtsgebieden Een toekomstbestendig sociaal domein In 2025 is in aanvulling op de visies sociaal domein een strategie voor het versterken van de sociale basis vastgesteld. De sociale basis is het netwerk van inwoners die met elkaar oplossingen zoeken in het gewone leven, aangevuld met professionals in de buurt die zonder indicatie hieraan bijdragen als dat nodig is. Als de inwoners en netwerken in dorpen en buurten sterker en veerkrachtiger zijn, is er minder dure, individuele specialistische zorg nodig. Hier werken we aan op de volgende manieren: 1. Versterken van de sociale basis: gemeenschapsversterking, sociale cohesie en sterke netwerken ▪ Bevorderen van onderlinge betrokkenheid in buurten en dorpen ▪ Versterken van informele inzet (vrijwilligers, verenigingen, burenhulp, mantelzorgers) ▪ Realiseren van ontmoetingsplaatsen binnen en buiten ▪ Informatie en communicatie tussen en met inwoners verbeteren

10 – ABG-organisatie |

▪

Professionals zijn actief op plekken waar inwoners komen en richten zich meer op gemeenschapsversterking

2. Transformatie van ondersteuningsaanbod ▪ Ontwikkelen en investeren in preventie en in collectieve vormen van ondersteuning. 3. Verbeteren van de inrichting en toegang tot passende integrale en tijdige hulp ▪ Centraal schakelpunt en wegwijzer: we onderzoeken de mogelijkheden voor een centraal schakelpunt waar inwoners terecht kunnen met alle vragen over ondersteuning. ▪ De toegang tot specialistische zorg vanuit de gemeente maken integraal in plaats van per zorgsoort (jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning, uitkeringen, reintegratietrajecten etc.) ▪ Herijken van de regionale inkoop voor specialistische en geïndiceerde hulp en zorg. 4. Gebiedsgerichte netwerksamenwerking ▪ Op logische plekken gaan we met inwoners en partners aan de slag om samen met hen te leren hoe het anders kan, en hoe we inwoners in een kwetsbare situatie beter en tijdiger bereiken. ▪ Professionals (zoals het dorpsteam, onderwijs, de GGD, huisartsen, thuiszorg, woningbouwcorporatie én de gemeente) werken nauwer samen in de wijk, de school of het dorp om in de sociale basis sneller en preventief hulp te bieden. Meedoen mogelijk maken Een veerkrachtige samenleving heeft veerkrachtige inwoners. Dat is niet vanzelfsprekend.

Hier werken we aan op de volgende manieren: Bieden van passende ondersteuning (sociaal uitvoering) ▪ Uitvoering Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), participatiewet (P–wet) ▪ Bieden van maatwerk als de menselijke maat daar om vraagt ▪ (proces)Regie bij complexe en of veiligheids-casuïstiek

jeugdwet

(Jw),

Bieden van bestaanszekerheid (financieel, veiligheid, huisvesting) ▪ Armoedebeleid ▪ Uitvoeren toekomstscenario Kind en Gezin (voorkomen huiselijk geweld en kinderopvang) ▪ Aanpak wonen met zorg lokaal en regionaal ▪ Aanpak dak en thuisloosheid ▪ Huisvesting en begeleiding van statushouders, asielzoekers en ontheemden Bevorderen gezond samenleven ▪ Stimuleren van de gezonde leefstijl en (mentale) gezondheid van onze inwoners ▪ Vitaal ouder worden ▪ Gezond opgroeien ▪ Terugdringen gezondheidsachterstanden 11 – ABG-organisatie |

Kansengelijkheid vergroten ▪ Aanpak basisvaardigheden (rekenen, lezen, schrijven en digitale vaardigheden) ▪ Uitvoeren inclusieagenda (organisatie breed) ▪ Stimuleren inclusieve kinderopvang, onderwijs en arbeidsmarkt ▪ Ongelijk investeren voor gelijke kansen Spreidingswet Binnen de regio spelen landelijke en regionale ontwikkelingen die invloed hebben op de uitvoering van gemeentelijke taken. Eén daarvan is de uitvoering van de Spreidingswet, die gericht is op een evenwichtiger verdeling van de opvang van asielzoekers over gemeenten. In dit kader wordt landelijk een dringend beroep gedaan op gemeenten om de druk op het aanmeldcentrum in Ter Apel te verlichten. Daarbij wordt gekeken naar gemeenten die nog niet aan hun opgave hebben voldaan, maar ook andere gemeenten worden gevraagd mee te denken over mogelijke bijdragen. Regiodeal Daarnaast wordt binnen de regio samengewerkt aan de Regiodeal, een samenwerking tussen Rijk, regio en lokale partners gericht op het versterken van brede welvaart en het aanpakken van regionale maatschappelijke opgaven.

3.5 Uitdagingen Financiële druk • Gemeenten krijgen nieuwe taken waar onvoldoende nieuwe (structurele) rijksmiddelen tegenover staan. Daardoor zit tijdelijk personeel op structurele taken. • We kunnen uitgaven op wettelijke taken van Wmo, Jeugdwet en P-wet niet begrenzen, omdat inwoners hier recht op hebben (open eindregelingen). De rijksbijdragen liggen echter wel vast. Vooral bij ‘jeugd’ zien we stijging van de kosten. De Regionale inkoop is een van de manieren waarmee we sturen op kosten van geïndiceerde / beschikte zorg. • Voor verdiepende analyses op de kostenstijging is meer en met elkaar te verbinden data nodig. • Veranderingen (ontwikkel- en frictiekosten) brengen tijdelijk extra kosten met zich mee. Transformatie heeft ruimte nodig • Tijd: systeem- en cultuurveranderingen (en de meetbare resultaten ervan) hebben een lange doorlooptijd. Ook financiële investeringen op preventie betalen zich niet meteen terug. • Ontwikkelruimte: we werken samen met partners en inwoners aan doelen. Dat betekent dat het resultaat niet vooraf vaststaat en niet projectmatig gerealiseerd kan worden. Het is een beweging op gang brengen.

12 – ABG-organisatie |

•

Samenwerking: We werken samen met inwoners en partners. Als gemeente geven we hiervoor ruimte om zoveel mogelijk impact te maken. Dit impliceert dat we invloed en zeggenschap delen.

Verwachtingen van inwoners Voor inwoners zijn de veranderingen waar we aan werken niet vanzelfsprekend. De omslag van ‘recht hebben op’ naar ‘doen wat nodig is’ en ‘normalisering’ (oplossingen in het gewone leven: niet elk probleem vraagt meteen een professionele interventie) is nog geen gemeengoed. Nog geen visie op maatschappelijk vastgoed Maatschappelijk vastgoed heeft een belangrijke functie waar het gaat om o.a. ontmoeting, onderwijs, sport en bewegen. De gemeentelijke rol ten aanzien van maatschappelijk vastgoed is nog niet bepaald. Per locatie zijn er nu nog verschillende afspraken en verwachtingen.

Regionale samenwerking Gemeenten krijgen steeds meer taken en verantwoordelijkheden in het sociaal domein. Om hier op een goede manier uitvoering aan te kunnen geven is samenwerking met andere gemeenten nodig. Voor het sociaal domein en (deels de daaraan verbonden onderdelen van het veiligheidsdomein en volkshuisvesting) werken de drie gemeenten op vrijwel alle dossiers samen in de regio Hart van Brabant.

3.6 Verbinding en integraliteit Sociale cohesie is belangrijk voor doelstellingen op de verschillende domeinen. We zien verbindingen met het veiligheidsdomein voor een weerbare samenleving en veilige buurten. Waar meer sociale cohesie is, zorgen inwoners beter voor hun leefomgeving. Ook voor andere partijen (zoals het medisch domein/ ouderenzorg, wonen) heeft sociale cohesie een preventieve werking. Het bereiken van de kwetsbare inwoners is voor alle domeinen een uitdaging. Bijvoorbeeld bij het verduurzamen van woningen van inwoners die minder financiële of fysieke mogelijkheden hebben. Er is winst te behalen door hier meer gezamenlijk in op te trekken. De uitdagingen in het sociaal domein kunnen niet anders dan samen met verschillende andere domeinen opgepakt worden. Bijvoorbeeld: • Om ontmoeting, spelen en bewegen te stimuleren zijn een gezonde openbare ruimte en geschikte maatschappelijke (sport)accommodaties noodzakelijk. • Voor de opgaven binnen wonen met zorg, dak- en thuisloosheid en opvang van vluchtelingen zijn voldoende en geschikte woningen nodig. • Een veilig thuis en een veilige buurt heeft op onderdelen een aanpak vanuit veiligheid nodig, en op onderdelen een aanpak vanuit zorg.

13 – ABG-organisatie |

4 Regionale samenwerking 4.1 Brede welvaart Regionale samenwerking is een uitgangspunt wanneer het (1) wettelijk verplicht is, zoals de omgevingsdiensten, GGD's, en bepaalde vormen van Jeugdzorg. (2) als het taken betreft die gemeenten niet of nauwelijks zelfstandig uit kunnen voeren, zoals transities en grote ruimtelijke opgaven en (3) onderwerpen waar regionale en bovenlokale partners (zoals zorgverzekeraars) betrokken zijn, zoals de IZA-samenwerking, en (4) taken die efficiënter kunnen op een regionale schaal, zoals bijvoorbeeld kleinschalig collectief vervoer. Daarnaast biedt regionaal samenwerken de mogelijkheid om aanvullende en alternatieve (provinciale, landelijke en/of Europese) financiering(sbronnen) te vinden en biedt het mogelijke schaal- en efficiencyvoordelen. In met name Baarle-Nassau/Baarle-Hertog speelt daarnaast dat veel opgaven niet gemakkelijk door één gemeente opgepakt kunnen worden (zoals afval en het cultuurcentrum) en dat de inwoners van Baarle-Nassau ook sterk op België gericht zijn. Het idee achter de uitgangspunten van regionale samenwerking is dat de regio een natuurlijk verlengstuk is van lokaal beleid en lokale wensen, en daarnaast een schaalniveau waarop bepaalde uitdagingen optimaal kunnen worden aangepakt of opgelost. Het is daarmee een logische voortzetting van de gemeentelijke en beleidsmatige inzet op Brede Welvaart.

Daarbij geldt wel dat bepaalde thema's en onderwerpen in de regionale samenwerking spelen, die niet (zo snel) op gemeentelijk niveau te vinden zijn, zoals brede economische ontwikkeling (zoals circulariteit als uitgangspunt), grote woondeals en de uitvoering van verschillende transities. De SRBT werkt als één samenhangend gebied aan een toekomstbestendige leefomgeving en zet in op brede welvaart in de hele regio. ABG draagt hieraan bij vanuit een gezamenlijk vastgestelde Ontwikkelstrategie en Uitvoeringsagenda waar er bij alle ontwikkelingen 5 principes worden gehanteerd: 1. 2. 3. 4. 5.

Bodem- en watersystemen zijn sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen; Realiseren, faciliteren en stimuleren interactiemilieus en innovatie; De juiste woning op de juiste plek; Versnellen mobiliteitstransitie en vergroten nabijheid; Groen en voorzieningen groeien mee met verstedelijking.

Vanuit die principes zijn er op zes inhoudelijke thema’s (Energie & Klimaat, Wonen, Mobiliteit, Water & Bodem, Economie, en Landschap, Voorzieningen & Leisure) ambities en opgaven geïdentificeerd.

14 – ABG-organisatie |

4.2 Actuele relevante ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving Veel geformaliseerde regionale samenwerkingen vallen onder de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), welke de eisen voor een publieksrechtelijk openbaar lichaam duidelijk stelt. Daarnaast zijn er een aantal bv's en stichtingen waarin regionale samenwerking vorm krijgt. Tenslotte vinden een aantal samenwerkingen van Baarle-Nassau plaats in een zogenaamde ‘Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking' (BGTS), een rechtspersoonlijkheid bedoeld voor concrete en vergaande samenwerking. Aan deze wettelijke samenwerkingsvormen worden weinig veranderingen verwacht. Wel zullen de gemeenschappelijke regelingen Regio Hart van Brabant en Regio West-Brabant vermoedelijk gedurende de volgende bestuursperiode hun Gemeenschappelijke Regeling-teksten wijzigen, waarvoor een zienswijzeprocedure nodig is. Hoewel er op het gebied van onderliggende wetgeving voor regionale samenwerking dus weinig veranderingen verwacht worden, kan veranderende wet- en regelgeving in andere domeinen wel degelijk impact hebben op regionale samenwerking. Op regionale schaal vindt afstemming plaats en wordt landelijk en provinciaal beleid doorvertaald. Ook kunnen belemmeringen of barrières worden weggenomen die er vanuit wet -en regelgeving spelen.

Het gaat om: • ‘Het Ruimtelijk Arrangement 2025, Provincie Noord-Brabant, opgenomen in de Nota Ruimte. Vanuit het Rijk zijn alle bepalingen voor ruimtelijke ordeningsvraagstukken samengevat in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening waarbij de Rijksdoelen zijn veiliggesteld. • Brede Welvaart: Uitvoeringsagenda Brede Welvaart. • Vrijetijdseconomie: Beleidskader Levendig Brabant 2030 • Stikstofreductie: Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof • Energie: Energieagenda 2024-2027 • Economie: Beleidskader economie 2030 • Landbouw en voedsel: Beleidskader landbouw en voedsel 2030 • Natuur en landschap: Beleidskader natuur 2030 • Omgevingsbeleid: Beleidskader leefomgeving 2030 • Verkeer en vervoer: beleidskader mobiliteit koers 2030 • Water en bodem: regionaal water en bodem programma 2022-2027.

4.3 Trends & Ontwikkelingen Op een aantal dossiers wordt steeds meer en nadrukkelijker regionaal samengewerkt in verschillende gremia, waaronder SRBT, Baronie, Hart van Brabant en de Regionale Energie Strategieën (RES). Het gaat hier onder meer over de onderstaande dossiers: -

Mobiliteit Wonen

15 – ABG-organisatie |

-

Energie Economie Landelijk gebied Kaderrichtlijn water Stikstof Jeugdzorg Gezondheid Arbeidsmarkt Transformatie in het sociaal domein Regionale inkoop in het sociaal domein. Leerplicht Wonen met zorg - Verdeling van kwetsbare bewoners Samenwerking sociaal domein en zorgdomein (IZA/Gala/AZWA) Zorg en veiligheid

In West-Brabant is een aantal ontwikkelingen die het landschap van regionale samenwerkingen doen verschuiven. De Regio West Brabant gaat hervormen. Dit doen zij door een knip te maken tussen hun dienstverlenende taken (regioarcheologie, kleinschalig collectief vervoer en het mobiliteitscentrum), welke in een lichte Gemeenschappelijke Regeling verder gaan, en hun taken op het economisch gebied en sturende en subsidiërende rol richting REWIN. Deze taken zouden deels moeten landen bij de nieuwe Regio De Baronie (en de counterpart in West-Brabant West, de Stedelijke Regio West Brabant) en deels bij economische ontwikkelorganisatie REWIN, welke aangestuurd wordt door de triple-helix organisatie Economic Board West Brabant. Dit zal een meerjarig traject zijn. Zowel in Regio Hart van Brabant als in de Regio De Baronie wordt het proces opgestart om een nieuwe kernagenda op te stellen. Deze is voor de gehele bestuursperiode de leidraad en het inhoudelijke document wat koers geeft aan het werk van de betreffende regio. Bij het opstellen van de kernagenda wordt de input van de gemeenten opgehaald. SRBT Omdat het SRBT-gebied een zgn. ‘Daily Urban System’ is waarbij mensen wonen, werken en recreëren binnen één gebied vraagt dit samenhang tussen leefomgeving, economie en de ruimtelijke vertaling daarvan en de juiste woning op de juiste plek.

Vanwege het landelijk karakter van de drie gemeenten is de transitie van de landbouw met nieuwe economische modellen en oplossingen voor remissies een belangrijk thema voor de gemeenten. In het PON & Telos-rapport worden de risico’s als netcongestie, achteruitgang natuur, verzuring, verdroging en emissies benoemd. Positief is het hoge aandeel van geïsoleerde (label B of hoger) woningen. Specifiek wordt benoemd de sterke vrijetijdseconomie als groeisector, de industrie en distributie neemt af.

16 – ABG-organisatie |

4.4 Huidige speerpunten en aandachtsgebieden In het veld van regionale samenwerking is zichtbaar dat een aantal ingrijpende governancegerelateerde ontwikkelingen plaatsvinden. Zoals eerder genoemd bevindt de RWB zich in een transitie, welke ook effecten heeft op Regio De Baronie en REWIN, wat vooral voor AlphenChaam en Baarle-Nassau relevant is. Daarnaast is de SRBT steeds sterker gepositioneerd. Actieve sturing vanuit de deelnemende gemeenten is daarbij cruciaal. Daarnaast is de ABG-organisatie bezig met het weer meer intern ambtelijk inzetten op bepaalde thema's. Deze thema's zijn vaak voor lange tijd bijna exclusief in regionaal verband behandeld. Als organisatie is het belangrijk om meer controle en slagkracht hebben op deze thema's. Dit biedt de mogelijkheid om inhoudelijk sterker te sturen en te agenderen in de regio's. Thema's die hier onder vallen zijn bijvoorbeeld energie, landelijk gebied en economie. We intensiveren de samenwerking op basis van de regionale kernagenda waar transformatiesturing een belangrijk onderdeel is.

4.5 Uitdagingen Er bestaan een groot aantal regio's en samenwerkingsverbanden, met uiteenlopende scopes, taken, structuren en doelen. We moeten alert blijven op dubbelingen en (bestuurlijke) last. Daarnaast zijn de gemeenten gericht op Tilburg (centrumstad van Hart van Brabant) en Breda (centrumstad van de Baronie). Waar Gilze en Rijen vooral op Tilburg is gericht als het om regionale samenwerking gaat, kiezen Alphen-Chaam en Baarle-Nassau om het sociaal domein op Tilburg te oriënteren, maar veel andere samenwerking op Breda (en daarmee ook WestBrabant). De dubbele oriëntatie richting zowel Breda als Tilburg is intensief, maar biedt veel kansen. Door daarnaast met een strategisch kader te werken op de gebieden waar AlphenChaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen gelijkaardige opvattingen hebben, kan de impact in, en het voordeel van, regionale samenwerking nog verder vergroot worden. In de komende bestuursperiode zal de RWB hervormen, de SRBT uitbreiden en intensiveren, de Baronie verder ingericht worden en Hart van Brabant evalueren en bijsturen. Ook de samenwerking met België zal niet stilstaan. Dit brengt complexe processen met zich mee. De gemeenten hebben de kans om daarbij dossiers en thema's te agenderen die zij graag regionaal willen aanpakken. Dat vereist wel voorbereiding en verbinding zoeken, om zo gezamenlijk in te zetten op het vormgeven van de thema's.

De gemeenten zijn op sociaal domein vooral onderdeel van Hart van Brabant, maar bij sommige andere onderdelen van West-Brabant/Baronie. Daarbij gaat het ook over de zorgkantoorregio's, waarin we samenwerken aan IZA en AZWA, en over de GGDs, waarbij Gilze en Rijen in Midden-Brabant samenwerkt en Alphen-Chaam en Baarle-Nassau in West-Brabant.

17 – ABG-organisatie |

4.6 Verbinding en integraliteit Regionale samenwerking dient ter voorbereiding voor, overleg over en implementatie van thema's die relevant zijn voor de fysieke, sociale en bedrijfsvoeringsdomeinen. Zoals eerder aangegeven is daarbij het uitgangspunt dat regionale samenwerkingen alleen worden aangegaan als dit (1) wettelijk verplicht is, (2) taken betreft die gemeenten niet of nauwelijks zelfstandig kunnen uitvoeren, (3) onderwerpen betreft waar regionale en bovenlokale partners betrokken zijn en (4) taken die efficiënter kunnen op regionale schaal.

18 – ABG-organisatie |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16724929/1