CConstaterende datBaarle Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7-OMWB - Kaderbrief 2022

Gemeenteraad (openbaar) 24 februari 2021, gemeente Baarle NassauBij agendapunt: Ter afhandeling van het college van B&W9.542 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

1

1. Inleiding

3

3. Financiële uitgangspunten

22

Algemene uitgangspunten

22

2.Beleidsmatige ontwikkelingen

6

Baten

22

Omgevingswet van kracht voor VTH-taken

8

Lasten

22

Transitie Zorgvuldige Veehouderij

10

Kostenbesparingen

23

Bodem

11

Indexering

24

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

12

Investeringen

24

Stikstof

14

Weerstandsvermogen

24

Luchtkwaliteit: Schone Lucht Akkoord

14

Vennootschapsbelasting

24

Geluid

15

Energie

16

Bijlage A - Ter kennisneming:

25

Regeling ‘CO2 normering werkgebonden personenmobiliteit’

17

Richtlijnen van diverse gemeenten

Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB)

18

uit Nota verbonden partijen

Klachtenregeling

19

Verbetering toezicht

19

Informatiegestuurd werken

21

De gebruikte foto’s in dit document zijn gemaakt vóór de coronamaatregelen.

OMWB Kaderbrief 2022

1. Inleiding Het jaar 2022 is een spannend jaar voor zowel de deelnemers als de OMWB. Dan treedt -zoals het zich thans, januari 2021, laat aanziende Omgevingswet in werking. Omgevingswet inclusief nieuwe taken voor gemeenten en dienst Tegelijkertijd met het invoeren van de Omgevingswet krijgen de gemeenten ook voor een aantal taken met betrekking tot ‘bodem en ondergrond’ de verantwoordelijkheid. Het bevoegde gezag gaat dan van de provincie over op gemeenten. Voor het onderwerp omgevingsveiligheid, ook wel externe veiligheid genoemd, zijn gemeenten sinds 2021 verantwoordelijk. Vanaf 2022 in het bijzonder voor het opnemen in casu implementeren van de zogenoemde aandachtsgebieden in relatie tot risicovolle bedrijven in de omgevingsplannen. Een andere nieuwe ontwikkeling met ingang van 2022 is dat de gemeenten verantwoordelijk worden voor de normerende regeling werkgebonden personenmobiliteit. In het klimaatakkoord is een normerende regeling afgesproken met als doel de voor het klimaat negatieve effecten van werkgebonden mobiliteit (zakelijk verkeer en woon-werkverkeer) terug te dringen. Hierbij krijgen de omgevingsdiensten een toezichthoudende taak. De VNG is in overleg met de Rijksoverheid over de toekenning van geldmiddelen van het Rijk aan gemeenten voor deze nieuwe taak. Er komt in 2022 veel op de gemeenten af, waaronder ook veel nieuwe taken.

De Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) zal een nadrukkelijk beroep doen op gemeenten. Met name waar het gaat om de thema’s natuur, landbouw, industrie, woningbouw en mobiliteit. Vergroenen en verduurzamen is het parool; meer zuurstof, minder stikstof.

De regionale energiestrategie (RES) stelt gemeenten eveneens voor nieuwe op-

Het Team Metingen en Onderzoek (TMO) kan een belangrijke bijdrage aan de

gaven. Er zullen adequate maatregelen moeten worden getroffen om het gebruik

gemeentelijke deelnemers leveren bij het vaststellen van omgevingswaarden

van gas te verminderen. Nieuwe voorzieningen, zoals open en gesloten bodem­

die in de omgevingsplannen moeten worden opgenomen. Op dit punt beschikt

energiesystemen zullen moeten worden gerealiseerd.

de OMWB over een groot deskundig potentieel dat tot nu toe door de gemeen­ ten overwegend incidenteel wordt ingezet. Zo zijn gemeenten verplicht om

In aanloop naar 2024 zullen de inspanningen van gemeenten en omgevingsdienst

uiterlijk 1 juli 2023 de basisgeluidemissie voor gemeentelijke wegen met meer

in het kader van de noodzakelijke transitie veehouderij moeten worden geïntensi-

dan 4500 motorvoertuigen per etmaal vast te stellen. Ook zijn gemeenten

veerd. Dat zal vanaf 2022 merkbaar zijn met 2023 als hoogtepunt voor de taken

vanaf 2022 verplicht om voor zogenoemde gezoneerde industrieterreinen

en (toename van) werkzaamheden voor de Brabantse omgevingsdiensten.

geluidproductieplafonds en geluidaandachtsgebieden in de omgevingsplannen vast te leggen.

Al met al komen in 2022 veel, voor een belangrijk deel zelfs nieuwe, taken op de gemeenten en OMWB af. Voor het efficiënt en effectief oppakken van de nieuwe

De OMWB beschikt over deskundige medewerkers op een breed front. In 2020

taken is samenwerking tussen deelnemers en dienst niet alleen een belangrijke

is de dienst door een extern bureau getoetst op het voldoen aan de wettelijk

randvoorwaarde, maar ook de sleutel tot succes. Juist nu, omdat gemeenten met

verplichte kwaliteitscriteria 2.2 voor het uitoefenen van de taken voor vergun-

de nieuwe taken nog weinig of geen ervaring hebben. De vele thema’s onder de

ningverlening, toezicht en handhaving (VTH) met betrekking tot milieu. De

paraplu van milieu en duurzaamheid zullen de komende tientallen jaren de agen-

uitkomst van deze externe toets is: zeer deskundig en robuust.

da van het openbaar bestuur bepalen. Kader voor financiële besparingen door de OMWB Benutten van deskundigheid en potentieel OMWB

In de vergadering van het Algemeen Bestuur van juli 2020 heeft een aantal

Voor een gezonde, veilige en duurzame samenleving is en zal de kwaliteit van

deelnemers gevraagd of het mogelijk is de kosten van de dienst omlaag te

bodem, water en lucht doorslaggevend zijn. De OMWB heeft in de afgelopen jaren

brengen met behoud van kwaliteit van producten en dienstverlening.

veel geïnvesteerd in het opbouwen van expertises om ook de nieuwe taken adequaat te kunnen uitvoeren.

4

Op verzoek van het Dagelijks Bestuur heeft de directeur een onderzoek inge-

In deze Kaderbrief 2022 geven wij de hoofdlijnen van de beleidsmatige ont­

steld naar de mogelijkheden voor kosteneffectiviteit. Het Dagelijks Bestuur ziet

wikkelingen aan, evenals de financiële uitgangspunten. Tevens geven wij in

op basis daarvan mogelijkheden om het huidige kostenniveau in de loop van de

de bijlage een reactie op de door -een aantal- gemeenten gegeven richtlijnen

komende 2 a 3 jaren neerwaarts bij te stellen.

voor de begroting van 2022.

In de orde van grootte of anders gezegd in een bandbreedte van 4 tot 7%. Dit is een substantiële inspanning voor de dienst, waarvan het succes mede

De OMWB ziet het jaar 2022 met vertrouwen tegemoet. Omdat wij ons gesteund

afhankelijk is van de bereidheid van de deelnemers ook zelf daaraan positief bij

weten door onze deelnemers. Maar vooral ook omdat wij ons gezamenlijk reali-

te dragen. Niettemin zijn Dagelijks Bestuur en directie bereid deze inspanning te

seren dat duurzaamheid de basis is voor een leefbare, gezonde en veilige wereld

doen, mede ook gezien de financiële situatie bij de deelnemers. Dit jaar zullen

voor ons, onze kinderen en kleinkinderen.

voorstellen worden uitgewerkt, die dan in de jaarbegrotingen 2022 en 2023 worden opgenomen.

Of met de wijze woorden van Herman Tjeenk Willink:

De disclaimer voor het besparingspotentieel is dat het op dit moment onzeker is wat de financiële gevolgen zijn van de Omgevingswet. Dit geldt overigens

‘Problemen los je niet op met het denken dat ze heeft veroorzaakt.’

voor zowel de deelnemers als de dienst. Er moet hoe dan ook rekening worden gehouden met een kostenstijging.

Ook voor 2022 staan wij als OMWB(‘ers) onverminderd voor de kwaliteit van

De disclaimer Omgevingswet maakt de inspanning voor kosteneffectiviteit in

milieu en duurzaamheid in onze regio MWB.

casu besparingspotentieel extra noodzakelijk en urgent. Teneinde de totale kostenontwikkeling van de dienst voor de deelnemers beheersbaar te houden.

Nico van Mourik Directeur OMWB

De ambitie van de OMWB om nog beter te worden De OMWB heeft als ambitie om steeds beter te worden: in kwaliteit, stabiliteit en met behulp van innovaties. Kosteneffectiviteit is onderdeel daarvan. De dienst wil dingen beter doen door ze slimmer aan te pakken, handiger en innovatiever. Dat zal succesvoller zijn naarmate de deelnemers daaraan actief en positief bijdragen. Zonder dat zal het effect beperkt zijn, het gaat om het samenspel. Wat dit betekent zal concreet worden uitgewerkt in de jaarlijkse begrotingen en ook in de jaarlijkse werkplannen van de dienst. De deelnemers en de dienst, ieder en gezamenlijk, staan vanaf 2022 voor behoorlijke uitdagingen. Zowel inhoudelijk als financieel. De deelnemers en de dienst verhouden zich als communicerende vaten tot elkaar.

2. Beleidsmatige ontwikkelingen In dit hoofdstuk schetsen we de belangrijkste ontwikkelingen voor de OMWB. In de ontwerpbegroting 2022 vertalen we deze beleidsmatige ontwikkelingen naar financiële consequenties voor de OMWB en de deelnemers. De ontwerpbegroting 2022 bieden we voor 1 april 2021 aan de deelnemers aan. Ook in 2022 ligt onze focus op de uitvoering van de taken rondom vergunningverlening, toezicht, handhaving, klachtenafhandeling, advisering en onze specialistische taken rondom externe veiligheid, bodem, licht, geluid, lucht, geur en juridische advisering. De inzet van het VTH-instrumentarium beweegt mee met de veranderende leefomgeving. We willen het effect van onze inzet zo groot mogelijk maken, terwijl we dat zo efficiënt mogelijk uitvoeren voor onze deelnemers. Alle genoemde (door)ontwikkelingen in deze kaderbrief hebben effect op onze taakuitvoering. In 2022 staan we aan de vooravond van grote veranderingen in hoe we onze taakuitvoering vormgeven. De Omgevingswet is hierin de belangrijkste factor. Hoewel per 1 januari 2022 de Omgevingswet van kracht is en we daarop voorbereid zijn, begint het feitelijke veranderingsproces pas met de uitvoering. Samenwerking is essentieel in 2022 en de daaropvolgende jaren.

Thema’s als energie, klimaat en stikstof, de Omgevingswet en risicogericht en informatie­ gestuurd werken vereisen namelijk inzet bij verschillende overheidsorganisaties.

Samengevat verwachten we: Vervolg t.a.v. de VTH-taakuitvoering: T.a.v. de VTH-taakuitvoering: •

moeten we telkens meer data ontsluiten om te bepalen waar het risico het •

•

Steeds meer risico- en resultaatgerichte toezicht en handhaving. Daarvoor

Meer focus op monitoring van data van omgevingskwaliteit om de kwaliteit in de leefomgeving te kunnen volgen en maatregelen te kunnen beoordelen.

•

Een rol in het definiëren van gewenste omgevingswaarden (gebiedsafhan-

grootst is voor de leefomgeving en het effect van onze inzet maximaal is.

kelijk) in gemeentelijke visies en plannen. Aangevuld met een uitvoerbare

Onze inzet gaan we meer en meer organiseren rondom maatschappelijke

monitoringsstrategie die omgevingswaarden kunnen controleren en monito-

thema’s en risico’s in de leefomgeving, zoals Zeer Zorgwekkende Stoffen

ren (in tijd).

en energie, ketens van asbest-, grond-, en afvalstromen, vanuit omgevingswaarden van een gebied. We verwachten een verschuiving van regu•

•

lier toezicht naar deze vormen van toezicht.

T.a.v. de specialistische taakuitvoering:

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschuift het bevoegd ge-

•

zag voor bodem en ondergrond en daarmee de VTH-(basis)taken voor een

emissie voor de gemeentelijke wegen met meer dan 4500 motorvoertuigen

groot deel van provincie naar de gemeenten.

per etmaal vast te stellen (voor 1 juli 2028 zijn dit de wegen met meer dan

Door de Omgevingswet verwachten we na 2022 een verschuiving van

1000 motorvoertuigen). Deze basisgeluidemissie moet daarnaast elke vijf

minder vergunningverlening naar meer toezicht en handhaving met meer

jaar gemonitord worden. De OMWB kan dit samen met gemeenten uitvoeren

sturing op basis van monitoringswaarden en bevindingen in de leefomgeving. • •

•

Geluid: gemeenten zijn verplicht om uiterlijk 1 juli 2023 de basisgeluid­

als verzoektaak. •

Geluid: de rekensystematiek voor gezoneerde industrieterreinen verandert.

Het maken van een kwalitatief goede en juridisch houdbare afweging

De bestaande 50 dB(A) contouren verdwijnen en worden vervangen door

in plaats van het toetsen aan normen.

Geluidproductieplafonds en een geluidaandachtsgebied. Deze moeten in de

Een rol in het vooroverleg samen met het bevoegd gezag en andere stake-

omgevingsplannen worden vastgelegd. De invoeringsdatum wordt met een

holders. En daarmee het leveren van (VTH-)expertise aan de voorkant van

Koninklijk besluit kenbaar gemaakt. Gemeenten die

een aanvraag.

gezoneerde industrieterreinen hebben, wordt geadviseerd middelen vrij

Een adviserende rol in de (regionale) beleidsvorming van omgevingsvisies

te maken voor deze aanpassing. De OMWB kan dit voor gemeenten uitvoe-

en -plannen. Onze inzet richt zich op de uitvoerbaarheid van onze VTH-taken en inbreng van onze VTH-expertise. Maar ook het belang van regiona-

ren als verzoektaak. •

Externe veiligheid: het wegvallen van de IOV (Impuls Omgevingsveiligheid)

le afstemming van omgevingsplannen (mede om een wildgroei en versnip-

per 2021 wordt door het Rijk gecompenseerd door een extra uitkering in het

pering van verschillende regels (bijvoorbeeld op geluid/geur/lucht/etc.) en

gemeentefonds. Deze is niet specifiek geoormerkt voor externe veiligheid.

daarmee complexere en duurdere uitvoering van VTH te voorkomen).

Voor een goede continuering van de dienstverlening is het verstandig dat de middelen die gemeenten ontvangen voor externe veiligheid worden gereserveerd en in de werkprogramma’s zo nodig extra uren worden opgenomen. 7

Vervolg t.a.v. de specialistische taakuitvoering:

Enkele veranderingen zijn bijvoorbeeld een beslistermijn die wordt teruggebracht

•

Lucht: schone en gezonde lucht is een actueel thema. Steeds meer ge-

naar acht weken en van het begrip ‘inrichting’ naar ‘milieubelastende activiteit’.

meenten sluiten aan bij het Schone Lucht Akkoord waar advieswaarden

Maar ook de wijze waarop we in houding en gedrag initiatiefnemers benaderen.

worden ‘gezien’ als ‘toetsingskaders’ en ambities zijn beschreven om deze

In de samenwerking met gemeenten, provincie en ketenpartners vraagt dit een

strengere luchtkwaliteitswaarden te behalen. Geur in de leefomgeving

goede afstemming. Onderdelen daarvan zijn eenduidige afspraken en een helder

speelt daarbij een grote rol, maar omdat hiervoor referentiekaders voor

beeld over het samenspel tussen OMWB en deelnemer en daarmee de inrichting

aanvaardbare hinderniveaus ontbreken (denk hierbij aan industriële geur,

van bijvoorbeeld het vooroverleg en de omgevingsdialoog. Om de digitale sa-

particuliere houtstook, horeca, agrarisch/dierverblijven, etc.),

menwerking te bevorderen wordt het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) door

dient dit lokaal te worden geregeld/vastgelegd in het omgevingsplan.

het Rijk ontwikkeld. Het DSO bundelt en ontsluit informatie die bij de diverse

Het vergroten van de kennis binnen de (lokale en regionale) overheden

(keten)partners aanwezig is. Zowel omgevingsdiensten als haar deelnemers

over gezondheid en risico’s qua verspreiding via de lucht is een belangrijk

moeten tijdig zorgen dat hun systemen aansluiten bij het landelijke DSO.

thema. Hiervoor zoeken we samenwerking met de GGD-en. Gezondheid

•

wordt voor onze taakuitvoering in het kader van de Omgevingswet een

In 2019, 2020 en 2021 is de OMWB - samen met onze deelnemers en ketenpart-

thema voor de OMWB.

ners - bezig (geweest) met de invoering van de Omgevingswet. Dit doen we via

Voor alle specialismen geldt dat de bruidsschat moet worden verwerkt in

twee sporen: we zorgen dat de organisatie klaar is voor de Omgevingswet. Dit

omgevingsplannen. Dit wordt in de paragraaf ‘Omgevingswet van kracht

betekent onder andere het inregelen van werkprocessen, de inrichting van het

voor VTH-taken’ bij de effecten kort toegelicht.

Digitaal Stelsel Omgevingswet en de samenwerkingsafspraken met u als deelnemer. Het tweede spoor is dat onze medewerkers klaar zijn voor de Omgevingswet. Dat betekent het opleiden (kennis en competenties) van onze medewerkers

Als OMWB bereiden we ons hier samen met u zo goed mogelijk op voor in de

en het oefenen aan de hand van casussen. Dat doen we zo dicht mogelijk op de

komende jaren en blijven we hierover in gesprek. Hieronder volgen de inhou-

invoering, zodat de geleerde kennis direct toegepast kan worden.

delijke onderwerpen en welke impact zij hebben op de VTH-uitvoering en de specialistische taken.

De Omgevingswet is bedoeld om tot een integrale manier van (samen)werken en afwegen te komen. Samen met ketenpartners (waterschappen, GGD en Vei-

Omgevingswet van kracht voor VTH-taken

ligheidsregio) beschikt de OMWB over veel informatie. Die informatie zetten we

Na het uitstel van de invoering van de Omgevingswet in 2020 is de nieuwe

in bij de uitvoering van het VTH-takenpakket. Deze informatie kan ook relevant

datum van inwerkingtreding 1 januari 2022. De Omgevingswet bundelt 26

zijn bij de ontwikkeling van omgevingsvisies, omgevingsprogramma en omge-

wetten die regels bevatten die de fysieke leefomgeving raken, zoals milieu-,

vingsplannen door gemeenten en provincie. Denk hierbij aan data als milieu- en

bouw- en waterwetgeving. De Omgevingswet omvat ook nieuwe thema’s, zoals

bedrijfsinformatie waarop themakaarten en ‘nulfoto’s’ kunnen worden gemaakt.

gezondheid en veiligheid. Belangrijke doelstelling van de wet is het omgevingsbeleid en de ambities van de gemeenten af te stemmen op de behoeften en doelstellingen van inwoners en bedrijven.

Het omzetten van het huidige inrichtingenbestand naar een activiteitenbestand

Effecten in 2022 en verder:

is een grote klus. Van de 35.787 inrichtingen die onze regio kent (peildatum

•

1 december 2020), moeten alle milieubelastende activiteiten opgenomen worden in het activiteitenbestand. Dat is niet alleen een technische klus, maar ook

Onze inzet is om de Omgevingswet binnen de huidige financiële kaders uit te voeren. De voorbereiding stuurt hierop.

•

We zijn afhankelijk van het Rijk voor de ontwikkeling van het Digitaal Stel-

één waarbij de juridische kwaliteit van de omzetting gewaarborgd moet wor-

sel Omgevingswet. Het is op dit moment nog niet duidelijk of het systeem

den. Hoe dit precies moet en welke impact deze omzetting ook landelijk heeft,

(volledig) operationeel is per 2022.

is nog onvoldoende bekend. Feit is dat alle overheden met deze onduidelijkheid

•

zitten, waarbij het erop lijkt dat landelijk de benodigde werkzaamheden voor deze omzetting zijn onderschat.

Daarnaast zijn we als OMWB ook afhankelijk in hoeverre de deelnemers voorbereid zijn op de Omgevingswet.

•

We sluiten niet uit dat in de eerste periode van de uitvoering van de Omgevingswet er mogelijk nog uitvoeringsproblemen naar boven kunnen komen die effect hebben op de kosten.

•

We verwachten door de Omgevingswet een geleidelijke verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. Dit omdat er minder vergunningplichtige activiteiten zullen zijn en meer meldingplichtige activiteiten waarop toezicht wordt uitgeoefend.

•

Op 1 januari 2022 worden de deelnemers bevoegd gezag voor een set Rijksregels, de zogeheten bruidsschat. Daarbij krijgen de deelnemers de bevoegdheid om die regels aan te passen aan de lokale situatie waarmee er verschillen in de regio gaan ontstaan. We adviseren deelnemers hierbij oog te houden voor de uitvoerbaarheid en hier de OMWB en regio zo nodig bij te betrekken.

•

De inhoudelijke en financiële impact van het Inrichtingenbestand naar een Activiteitenbestand is nog onbekend. We volgen landelijke ontwikkelingen op de voet. Dit kan ertoe leiden dat we vanaf 2022 een werkprogramma opstellen samen met de eigenaren dat nog niet volledig Omgevingswetproof is.

•

We houden deelnemers via individuele en regionale bijeenkomsten, ambtelijk overleg (AO) en bestuurlijk via het Dagelijks en Algemeen Bestuur, op de hoogte over de uitvoeringsconsequenties van de Omgevingswet.

Transitie Zorgvuldige Veehouderij De transitie naar een Zorgvuldige Veehouderij is in Brabant in volle gang en het onderwerp is veelvuldig onderwerp van gesprek in onze maatschappij en binnen de politiek. De OMWB focust zich voornamelijk op de uitvoeringsconsequenties van het veranderende beleid zodat de VTH-taken kwalitatief goed en efficiënt uitgevoerd kunnen worden. De drie Brabantse omgevingsdiensten zijn sinds 2019 bezig om de ontwikkelingen in de agrarische sector te vertalen naar de uitvoeringsorganisaties. De notitie ‘Meer dan de som der delen’ vormde voor de diensten het uitgangspunt voor de andere manieren van werken. De daarin geschetste belangrijkste ontwikke­lingen en hun gevolgen voor onze organisaties betreffen de volgende thema’s: •

het voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting (Behv);

•

Actieplan Ammoniak met de stoppersmaatregelen (Stoppersregeling);

•

het uitvoeren van de Saneringsregeling varkenshouderij (SRV);

•

het voldoen aan de Interim Omgevingsverordening (IOV) en haar resul-

•

taatverplichtingen;

van de kwaliteit. Door dit binnen de drie diensten op eenzelfde wijze te doen,

de vervolgactiviteiten voor vergunningverlening uit het project Intensive-

zorgen we voor een gelijk speelveld en leren we van elkaar in de ontwikkeling

ring Toezicht veehouderijen (ITv).

van onze diensten. De ervaringen binnen de agrarische taakuitvoering willen we ook toepassen op de overige taakuitvoering binnen de OMWB, zodat we over de

Het Bestuursakkoord 2020-2023 van de Provincie Noord-Brabant zorgt voor

gehele linie een slag slaan in het nog efficiënter maken van onze taakuitvoering.

een belangrijke wijziging die invloed heeft op geldende data waaraan bedrijven moeten voldoen. Door de richtinggevende uitspraak in het Bestuursakkoord

In 2021 en 2022 spelen ook de nasleep van de Stoppersregeling, de uitwerking

en de vertaling daarvan in de IOV, dat de resultaatverplichting om gemiddeld

van de Saneringsregeling Varkenshouderij en de beëindigingsregelingen Stikstof

op bedrijfsniveau te voldoen aan de emissie-eisen doorschuift naar 1 januari

van het Rijk. De verwachting is dat er meer bedrijven doorgaan dan waar wij

2024, verwacht de Taskforce 2.0 dat de ingediende aanvragen en de vergun-

aanvankelijk rekening mee hadden gehouden. Dat betekent een toename van ons

ningverlening vooral in 2023 plaatsvindt. Naast de huidige werkvoorraad op

reguliere werk.

het taakveld van de groene wetten zien we nu een (grote) opbouw aan werkzaamheden vanaf 2021 richting 2024 met een sterke(re) piek in werkzaam­

Voor de agrarische sector zijn niet alleen de ontwikkelingen in het stikstofdossier

heden (dan in het rapport van de Taskforce 1.0) in het peiljaar 2023. Dit sterkt

van groot belang, maar kan jurisprudentie ook tot grote veranderingen leiden.

onze koers om de implementatie van de efficiencymaatregelen voort te zetten.

De effecten daarvan op de taakuitvoering zijn vooralsnog onbekend

Zo focussen we op een efficiëntere taakuitvoering met behoud en verbetering

en we volgen daarom die ontwikkelingen op de voet.

Naast de uitvoeringsconsequenties van beleid zien we ook het belang van het

voor de bodem(sanering) bij de gemeenten te liggen. Daarentegen gaan er van-

onderwerp gezondheidsrisico’s rond veehouderijen toenemen. Een concreet

uit de huidige bevoegd gezag gemeenten, in de OMWB-regio de gemeenten Til-

voorbeeld is de actuele aandacht rondom nertsenhouderijen en covid-19. Maar

burg en Breda, ook taken over van gemeente naar de provincie. Het betreft de

in het algemeen is er meer en meer aandacht voor dierziekten. Met de invoering

verantwoordelijkheid voor de grondwaterkwaliteit. Hierbij blijven de provincie en

van de Omgevingswet wordt gezondheid een in de wet opgenomen thema. Naast

de gemeenten Tilburg en Breda verantwoordelijk voor de locaties die onder het

een schone en veilige leefomgeving zal de OMWB zich ook moeten bezighouden

overgangsrecht vallen. Dit zijn onder meer spoedlocaties en lopende saneringen.

met een gezonde leefomgeving vanuit de uitvoering van onze VTH-taak. Hierbij werken we nauw samen met de GGD als kennisdrager.

Het landelijke beleid voor bodembeheer blijft op hoofdlijnen hetzelfde. Het Rijk stelt afhankelijk van het bodemgebruik omgevingswaarden vast. Binnen deze waarden krijgen gemeenten wel bestuurlijke afwegingsruimte om na te gaan

Effecten in 2022 en verder:

of er bijvoorbeeld nog sanering nodig is afhankelijk van het bodemgebruik,

•

De maatregelen uit het rapport ’Meer dan de som der delen’ worden geïm-

of wanneer een bodemonderzoek vereist is bij bouwen en bestemmen. De

plementeerd. Dit zorgt ervoor dat we effectiever werken en zo de piek aan

vertaling van deze afwegingsruimte moet in het omgevingsplan plaatsvinden.

werkzaamheden in de komende jaren verlagen. Hierdoor vermindert de wervingsopgave om de taken uit te voeren. Deze afname wordt in het rapport

Samen met de provincie, de ODZOB en de ODBN komt de OMWB begin 2021

geraamd en in de praktijk getoetst.

met een transitiedocument over de overdracht van de bodemtaken. In dit

Toepassing (wanneer mogelijk) op andere taakgebieden binnen de OMWB

document worden de procesmatige, personele en financiële gevolgen onderver-

zorgt eveneens voor een efficiëntere werkwijze. Dit kan op dit moment nog

deeld naar basis- en verzoektaken die per regio en gemeente inzichtelijk worden

niet gekwantificeerd worden.

gemaakt. Implementatie van het transitiedocument vindt in 2021 plaats, zodat

•

Uit de herijking blijkt dat de hoeveelheid werk groot blijft.

elke dienst (en gemeente) gereed is voor de nieuwe taakuitvoering per 1 januari

•

Gezondheid en veehouderij gaan door de invoering van de Omgevingswet

2022. Er komt een Rijksbijdrage voor gemeenten, maar de hoogte hiervan is

en actuele gebeurtenissen een grotere rol spelen in de VTH-taken.

nog niet bekend.

•

Gesloten bodemenergiesystemen Bodem

De OMWB voert momenteel voor de meeste gemeenten de VTH-taken uit bij de gesloten bodemenergiesystemen (gBES). Het gaat om het beoordelen van

Overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten

meldingen voor gesloten bodemenergiesystemen, het registeren in het Lande-

Met de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2022

lijke Grondwater Register en het houden van toezicht bij de aanleg en beheer.

verschuift het bevoegd gezag voor bodem en ondergrond voor een groot deel van

In 2022 worden met de inwerkingtreding van de Omgevingswet alle VTH-taken

provincie naar gemeenten. Gemeenten zijn dan primair beheerder van de bodem-

voor de gesloten bodemenergiesystemen basistaken en vallen daarmee binnen

kwaliteit voor hun grondgebied. Door deze overdracht komen alle basis­taken

het GUK. 11

Verzoektaken Bodem Maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, de energietransitie, maar ook de achteruitgang in kwaliteit (organische stofgehalten, verdroging, vernatting, bodemleven) van de landbouwgronden in onze regio, kunnen voor inhoudelijke verschuivingen in de aanpak van bodembeheer door gemeenten zorgen. Daarbij gaat het om een evenwicht zoeken tussen beschermen enerzijds en benutten van bodem en ondergrond anderzijds. Dit vraagt om specifieke kennis van de bodem en ondergrond, uitgaande van het natuurlijke bodem- en watersysteem, inclusief haar potenties en kwetsbaarheden. De OMWB voert in 2021 een impactanalyse uit om te bepalen in hoeverre naast de traditionele, aan de chemische kwaliteit van de bodem gerelateerde VTH- en verzoektaken, ook aanvullende verzoektaken kunnen worden aangeboden die gemeenten ondersteunen om te komen tot integrale en duurzame keuzes.

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) De laatste jaren is de aanwezigheid van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

We constateren dat er bij een afnemend aantal deelnemers voldoende bodem-

een urgent thema, bijvoorbeeld vanwege PFAS in grond en emissies van Gen-X

kennis is. Voor de basistaken zorgt de OMWB dat die goed geborgd worden

bij Chemours/DuPont in Dordrecht. De aanwezigheid van ZZS en potentiële

binnen onze organisatie. De deelnemers moeten zelf afwegen of ze de bodem-

ZZS speelt breed: in afvalstromen, lucht, water en bodem. Deze stoffen zijn

taken, die vallen onder de zogenaamde verzoektaken, zelf gaan uitvoeren of

geclassificeerd als de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu vanwege car-

bij de OMWB willen beleggen.

cinogene, mutagene en reprotoxische eigenschappen. Het beleid rondom zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en potentiële ZZS is er dan ook op gericht om een voortschrijdende vermindering van de belasting voor de leefomgeving te reali-

Effecten in 2022 en verder:

seren en een aantal van deze stoffen uiteindelijk volledig uit te bannen. Bedrij-

•

Regiobreed verwachten we op basis van de laatste ramingen een toename

ven zijn eraan gehouden te blijven streven naar vermindering van toepassing

van 4800 uren (ordegrootte) voor de uitvoering van de basistaken vanuit

en emissies van deze stoffen, op basis van de minimalisatieverplichting uit het

de overdracht van taken van provincie naar de huidige niet-bevoegd

Activiteitenbesluit milieubeheer. Zij moeten vijfjaarlijks rapporteren over hun

gezag gemeenten. De toename van uren in het werkprogramma wordt met

voortgang daarbij.

de individuele gemeenten besproken. •

Gemeenten bepalen of zij de bodemtaken voor wat betreft de niet–

De aanpak van zeer zorgwekkende stoffen richt zich op voorkomen van

basistaken zelf uitvoeren of dat zij deze verzoektaak bij de OMWB beleg-

gezondheids- en omgevingseffecten op de lange termijn. De drie Brabantse

gen in hun werkprogramma’s. In welke mate gemeenten door het Rijk

omgevingsdiensten zijn in opdracht van de provincie momenteel bezig met

gecompenseerd worden, is nog niet bekend.

het vormen van een beeld over emissies van ZZS in Brabant, door middel van een inventarisatie bij de bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag. Vanwege de aanwezigheid van grote in-

dustrie in Midden-West Brabant is de OMWB hiervan trekker. Dit project wordt

met een project van zeker 1000 uur. Er moet hiervoor ook nog een specifiek

in het eerste kwartaal van 2021 afgerond en kan effect hebben voor 2022

plan van aanpak worden ontwikkeld. De bedoeling is om dit samen met de an-

wanneer vergunningen op basis van de ingewonnen informatie geactualiseerd

dere Brabantse omgevingsdiensten te doen of in ODNL-verband.

moeten worden. De informatie wordt bovendien toegevoegd aan het bedrijvenbestand Squit 2020 ten behoeve van onze dataopbouw.

Daarnaast is ZZS binnen VTH niet eerder een specifiek thema geweest. Het vergroten van de kennis van ZZS bij onze VTH-medewerkers (ook voor gemeen-

Bij de uitvraag van ZZS wordt nauw samengewerkt met andere overheden:

telijke taken) is een belangrijke stap om ZZS te borgen in onze taakuitvoering.

omgevingsdiensten, waterbeheerders, provincies en het Rijk. Dit is met name

Maar ook in de risicoanalyse bij de herijking van het Regionaal Kader moet ZZS

nodig op het thema van ZZS in afvalstoffen. Hier is enerzijds te weinig zicht

een plaats krijgen. Zo kunnen we bijvoorbeeld inzoomen op branches die een

op en anderzijds zijn er ZZS die slecht afbreekbaar zijn en die afvalverwerkers

hoog risico hebben door middel van projectmatig/themagericht toezicht.

niet uit het afval krijgen of weer emitteren. Er wordt actief meegewerkt aan het ontwikkelen van (landelijk) beleid op dit vlak, mede ook door onze specifie-

De OMWB werkt in 2021 samen met het Rijk en enkele OD’s verder aan een lan-

ke ervaringen met afvalverwerker ATM.

delijk Draaiboek incidentmanagement, met te nemen stappen en best practices voor bronopsporing en ketenonderzoek naar verspreiding van ZZS via lucht- en

Begin 2021 worden de gemeenten in het werkgebied van de OMWB geïnfor-

wateremissies, afvalstoffen en grond/baggerverzet. Op deze manier is de OMWB

meerd over hun verantwoordelijkheden om invulling te geven aan de minima-

in 2022 beter voorbereid op incidenten met nieuwe ZZS, zoals bij PFAS, die zich

lisatieverplichting voor ZZS bij vergunningplichtige bedrijven, net zoals bij de

ongetwijfeld in de toekomst zullen voordoen.

provinciale bedrijven. In de loop van 2021 en voor 2022 moet daarom rekening worden gehouden met ZZS-inventarisaties voor gemeenten, zoals deze ook werden uitgevoerd voor de provincie. Wanneer de animo bij de gemeenten

Effecten in 2022 en verder:

groot is om de OMWB dit te laten doen, dan moet rekening worden gehouden

•

De effecten van het project ZZS zijn pas in beeld als het provinciale project is afgerond in 2021. Er kan sprake zijn van toename in uren als vergunningen geactualiseerd moeten worden.

•

In 2021 gaan we ZZS bij VTH beter opnemen en daarmee vergroten we de kennis van ZZS bij onze VTH-medewerkers (gedekt uit opleidingsbudget).

•

In 2022 zal een inventarisatie van ZZS bij vergunningplichtige bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag worden uitgevoerd. Daarna zal actualisatie van vergunningen wellicht nodig zijn.

•

Op basis van de beschikbare informatie lijkt het ons raadzaam om toezicht op ZZS op een projectmatige wijze te organiseren en niet op te nemen in het reguliere toezicht. Het projectmatige toezicht kan leiden tot herprioritering/verschuiving van taken of een toename van taken in het werkprogramma of de provinciale opdracht. Hierover gaat de OMWB met de deelnemers in gesprek.

Stikstof

Luchtkwaliteit: Schone Lucht Akkoord

Het stikstofdossier is sinds de uitspraak op 29 mei 2019 een dossier dat ons

Het Schone Lucht Akkoord (SLA) is in onze regio ondertekend door gemeenten

dagelijkse werk blijft bepalen. De toegenomen aandacht voor de natuurtoets

Breda, Tilburg, Waalwijk en de Provincie. In het SLA hebben Rijk, provincie en

ten bate van stikstof en soorten in vergunningprocedures is van belang voor

gemeenten vastgelegd wat zij gaan doen om onze lucht schoner te maken. Het

gemeenten. Ook beleidsinhoudelijk gebeurt er veel in dit dossier, zoals de

SLA maakt de omslag van alleen sturen op het voldoen aan Europese grenswaarden,

onlangs gepresenteerde mogelijkheid voor extern salderen en verleasen van

naar het realiseren van gezondheidswinst voor iedereen.

stikstofruimte. De verwachting is dat dit een dossier is dat ook in 2022 veel inspanning blijft vergen.

Doel van het akkoord is om gezamenlijk de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Met de aanpak van binnenlandse bronnen wordt gestreefd naar een

Landelijk wordt nieuwe wetgeving verwacht (Wet Stikstofreductie en natuur-

gezondheidswinst van minimaal vijftig procent in 2030 ten opzichte van 2016. Dat

verbetering). De OMWB houdt deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten

betekent dat mensen langer, gezonder en met meer kwaliteit leven. Het SLA haakt

en vertaalt deze zo snel als mogelijk naar de uitvoering. De juridische discussie

aan op veelal bestaand beleid en door de verbinding te maken met alle belanghebben-

zal aanblijven en er zullen nieuwe uitspraken komen. Hierdoor blijft de inzet

den wordt innovatie, kennisontwikkeling en versnelling nagestreefd.

van onze juristen en specialisten op dit dossier van belang. Ook op dit dossier verwachten we, doordat meer activiteiten meldingplichtig worden, een ver-

Vanuit de kerntaak van de OMWB van vergunningverlening en handhaving kan

schuiving te gaan zien van vergunningverlening naar toezicht.

de OMWB het SLA versterken door:

Bij de OMWB neemt de vraag naar advisering bij de beoordeling van natuur-

•

het prioriteren van toezicht en handhaving in lijn met het SLA (stikstof en fijnstof);

•

versterkte aandacht voor emissie-eisen en emissiereductie en daarmee het

toetsen en quickscans natuur toe. Er is een notitie hiertoe in voorbereiding om

concreet behalen van resultaat via de VTH-uitvoering, bijvoorbeeld door een

deze advisering vanaf 2022 structureel in te bedden.

programmatisch meetprogramma en bij controles focus op o.a. kwaliteitsborging en juistheid van AMS (meetsystemen van de inrichting zelf), diffuse emissies van oplosmiddelen en stikstofemissies van stookinstallaties;

Effecten in 2022 en verder: • •

•

•

het leveren van een inhoudelijke bijdrage aan de wijze waarop de (niet-inrichting-

De OMWB houdt haar deelnemers op de hoogte van nieuwe ontwikkelin-

gebonden) doelen van het SLA verankerd kunnen worden in lokaal beleid

gen.

(verkeers- en vervoersplannen, schoon evenementenbeleid, enz.).

Er wordt een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving verwacht. Dit is echter nog niet kwantificeerbaar vanwege de

Effecten in 2022 en verder:

actuele beleidsmatige ontwikkelingen.

•

De inschatting is dat vanaf 2022 per jaar minstens 1 fte benodigd zal zijn voor advisering bij natuurtoetsen en quickscans natuur.

Aanvullende werkzaamheden die bijdragen aan het SLA zijn verzoektaken; het is aan de deelnemer of de regio om hierin samen met de OMWB op te trekken.

•

De OMWB denkt graag (op verzoek) mee met de vertaling van het SLA naar concreet resultaat.

Geluid Met de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2022) komt er een aantal taken op het gebied van geluid naar de gemeenten toe die nieuw zijn of die veranderen ten opzichte van de bestaande taken. Geluidproductieplafonds voor industrieterreinen Voor gezoneerde industrieterreinen wordt de GPP-systematiek ingevoerd. GPP staat voor geluidproductieplafonds. Deze systematiek geldt al voor Rijksinfrastructuur (wegen, spoorwegen en luchthavens). Onder de Omgevingswet moeten gemeenten voor alle gezoneerde industrieterreinen1 de huidige geluidzones omzetten naar de GPP-systematiek. Dit betekent dat de geluidruimte van een industrieterrein straks niet langer

Basisgeluidemissie

getoetst wordt aan de geluidzone (50 dB(A)-contour) en bij woningen binnen

Gemeenten zijn binnen de Omgevingswet verplicht om uiterlijk 1 juli 2023

de zone, maar dat er rond een industrieterrein referentiepunten worden gelegd

de geluidemissie van de wegen onder haar beheer in beeld te brengen. Deze

(GPP-punten) waar de geluidbelasting zal worden bewaakt. Daarnaast zal de

geluidemissie wordt per wegvak bepaald op basis van de werkelijke geluid­

geluidbelasting van een industrieterrein niet meer worden bepaald op basis van

emissie in het referentiejaar 2021. Deze geluidemissie in het basisjaar 2021

de maximale productiecapaciteit op een dag (de zogenoemde representatieve

is de basisgeluidemissie (BGE). In juli 2023 start het vaststellen van de BGE

bedrijfssituatie), maar op basis van de jaargemiddelde geluidbelasting.

voor de wegen met 4500 of meer motorvoertuigen per etmaal. Voor de minder drukke wegen (vanaf 1000 motorvoertuigen per etmaal) moeten de gegevens

In het omgevingsplan moeten straks de GPP-punten en een geluidaandachts-

in 2028 beschikbaar zijn.

gebied rond het industrieterrein worden opgenomen. Goed om rekening mee te houden is dat er diverse industrieterreinen zijn gelegen aan de rand van

Daarnaast gaat er een verplichte vijfjaarlijkse monitoring voor de basisgeluid­

gemeenten, waarbij het dus kan voorkomen dat er aandachtsgebieden van

emissie gelden. In geval van een toename van de BGE van 1,5 dB of meer

industrieterreinen uit een buurgemeente (of zelfs buurprovincie) in de eigen

moet de gemeente onderzoeken en bepalen of dat er geluidbeperkende (en

omgevingsplannen moeten worden opgenomen en andersom. Tijdig overleg is

eventueel geluidwerende) maatregelen geboden zijn. Indien deze niet doelma-

dan gewenst.

tig zijn, is, onder voorwaarden, verhoging van de BGE mogelijk.

Het moment waarop de industrieterreinen moeten zijn omgezet is nu nog niet

Het vaststellen van de BGE zal mogelijk andere eisen stellen (ander kwali-

bekend. Hier komt nog een Koninklijk besluit over. De industrieterreinen moeten

teitsniveau) aan de verkeersmodellen die gemeenten nu al gebruiken. Het is

in ieder geval zijn omgezet wanneer voor een industrieterrein een omgevings-

daarnaast een taak waaraan de gemeente op redelijke korte termijn moet

plan wordt opgesteld.

voldoen en waarbij er samengewerkt moet worden tussen veel

1D  it geldt ook voor de industrieterreinen waar tot op heden het Ministerie van I&W het bevoegd gezag is. Dit zijn de vliegbases Gilze en Rijen en Woensdrecht.

verschillende afdelingen en/of verschillende organisaties.

Geluid in omgevingsvisie en omgevingsplan

Energie

Voor wat de gemeente verstaat onder een gezonde en veilige fysieke leefom-

Het klimaatbeleid van het Rijk (klimaatakkoord), de regio (Regionale Energie

geving wordt de basis gelegd in de omgevingsvisie. De uitgangspunten van

Strategie) en de gemeenten zetten stevig in op energiebesparing in de gebouw-

de visie worden concreet gemaakt in het omgevingsplan. Doordat er in de

de omgeving, aardgasloze wijken, duurzame opwek uit wind- en zonneparken,

Omgevingswet minder direct werkende landelijke regels gelden voor geluid,

biomassa en geothermie. De OMWB ziet namens gemeenten en provincie toe op

moeten geluidnormen opgenomen worden in het omgevingsplan. In het Besluit

naleving van wettelijke energiebesparingsverplichtingen in het Activiteitenbesluit

kwaliteit leefomgeving zijn hiervoor instructieregels opgenomen. Deze instruc-

en de bepalingen in vergunningvoorschriften. De realisatie van duurzame opwek­

tieregels geven gemeenten een behoorlijke bandbreedte. Hoe stel je nu goede

capaciteit heeft bijna altijd een impact op de omgeving, daarover adviseert de

geluidnormen vast voor een gebied?

OMWB gemeenten in het kader van de vergunningverlening.

Om te kunnen bepalen wat voor het onderdeel geluid wordt verstaan onder

De OMWB verwacht dat door al deze ontwikkelingen de vraag naar inzet op ener-

een gezonde en veilige fysieke leefomgeving is het goed om eerst een beeld te

gietaken gaat toenemen. Naast het uitvoeren van informatiegestuurd energietoe-

hebben van het bestaande geluidklimaat binnen de gemeente. De OMWB kan

zicht en daarmee een concrete bijdrage leveren aan energiebesparing, kunnen

helpen bij het, letterlijk, in kaart brengen van het huidige geluidklimaat, zodat

de data van de OMWB en haar partners een bijdrage leveren aan de energie- en

daarop beleid kan worden gemaakt.

warmtetransitie. De komende jaren zijn er ook tal van inhoudelijke onderwerpen die van invloed zijn op het thema energie. Deze ontwikkelingen brengen we in 2021 samen in een notitie over alle relevante energieontwikkelingen.

Effecten in 2022 en verder: •

Uiterlijk 1 juli 2023 zal de gemeente voor de wegen in haar beheer de basisgeluidemissie moeten vaststellen. Uitgangspunten zijn de verkeers­ intensiteiten in het jaar 2021. Geadviseerd wordt om al in 2021 of uiterlijk 2022 te beginnen met het verzamelen van gegevens en zo nodig extra verkeerstellingen uit te laten voeren. Geadviseerd wordt daarnaast deze nieuwe taak projectmatig op te pakken waarbij de OMWB kan adviseren en rekenen. Het monitoren van de basisgeluidemissie is een taak die elke vijf jaar terugkomt. Deze taken vragen vanaf 2022 naar alle waarschijnlijkheid om extra capaciteit.

•

Bij het vaststellen van een omgevingsplan voor een gezoneerd industrie­ terrein zal de bestaande geluidzone uit de Wet Geluidhinder moeten worden omgezet naar GPP’s en een aandachtsgebied. Dit is een eenmalige taak waarbij de OMWB kan ondersteunen. Het beheer van de nieuwe GPP’s zal naar verwachting niet meer kosten met zich meebrengen dan het beheer van de huidige geluidzone.

De laatste jaren zijn er verschillende provinciale en Rijksregelingen geweest

Regeling ‘CO2 normering werkgebonden personenmobiliteit’

voor de financiering of subsidiering van energietoezicht. De laatste regeling

In het klimaatakkoord is afgesproken dat de Rijksoverheid werkt aan de invoering

Versterkte Uitvoering Energietoezicht (VUE) en subsidieregeling Toezicht kan-

per 2022 van een normerende regeling met als doel de voor het klimaat negatieve

toren (provincie) lopen vooralsnog tot en met 2021, terwijl de noodzaak van

effecten van werkgebonden personenmobiliteit (zakelijk verkeer en woon-werk-

energietoezicht ook na 2021 blijft bestaan. De energietaken zijn veelal wette-

verkeer) terug te dringen. Doel van de regeling is werkgevers te

lijke taken, die de deelnemer bij de OMWB belegt. Het structureel continueren

stimuleren om bewust na te denken over de impact van werkgebonden verkeer.

van energietoezicht en het daarmee voldoen aan de Kwaliteitscriteria 2.2 voor

Begin november 2020 is de concept-regeling ‘CO2 normering werkgebonden per-

dit onderwerp, vraagt om een uitbreiding van de opdracht na het wegvallen

sonenmobiliteit’ in consultatie gebracht. De regeling is gericht op werkgevers met

van de subsidieregelingen. Om de uitvoering van energietoezicht te continue-

meer dan honderd medewerkers en is vanaf 2022 van kracht. De regeling bestaat

ren op het niveau van 2020 en 2021 is regiobreed jaarlijks 8500 uur benodigd.

uit de volgende drie elementen:

Daarnaast zullen nieuwe ontwikkelingen van invloed zijn op het takenpakket en

•

de benodigde inzet. Bijvoorbeeld het toezicht op de EPBD-richtlijn, de Label C verplichting voor kantoren en de werkgebonden persoonsmobiliteit zijn nieuwe

lijkse CO2-uitstoot van zowel het woon-werkverkeer als het zakelijk verkeer; •

gemeentelijke taken die door de OMWB kunnen worden uitgevoerd en om extra capaciteit vragen.

een jaarlijkse rapportage-/informatieplicht voor het vaststellen van de jaareen norm voor het zakelijk verkeer, een maximum aantal gram CO2-uitstoot per zakelijk gereisde kilometer;

•

een norm voor het woon-werkverkeer vanaf 2026 (tenzij uit evaluatie blijkt dat deze niet nodig is omdat de klimaatdoelen voor 2030 al eenvoudig zijn te behalen).

Effecten in 2022 en verder: •

Door het vervallen van de Rijkssubsidie in 2022 voor energietoezicht zijn

Na publicatie van de regeling brengen we de gevolgen van deze regeling voor de

er in 2022 8500 uren van deelnemers nodig om deze verzoektaak uit te

OMWB in kaart en wordt een voorstel voor de implementatie opgesteld. Hierover

voeren in minimale omvang. Dit heeft effect op de werkprogramma’s. Een

gaan we samen met onze deelnemers in gesprek.

nadere duiding en onderbouwing volgt in 2021. •

Het totaal aan ontwikkelingen in het dossier wordt in 2021 in samenhang beschreven en voorgelegd aan onze deelnemers. Deze vragen vanaf 2022

Effect in 2022 en verder:

naar verwachting extra capaciteit.

•

Na publicatie van de regeling brengen we de gevolgen van deze regeling voor de OMWB in kaart. Hierover gaan we samen met onze deelnemers in gesprek.

Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB)

De veranderingen uit de Wkb gelden naar verwachting tot en met 2024 alleen

Ook de invoering van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is uit-

voor ‘eenvoudige bouwwerken’. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en

gesteld samen met de Omgevingswet. In 2022 wordt de Wkb van kracht. Deze

kleinere bedrijfspanden. Vanaf 2025 volgen de andere bouwwerken. Hierdoor

wet heeft drie doelen: een verbeterde (borging van de) bouwkwaliteit, een

kunnen bouwbedrijven en gemeenten stap voor stap ervaring opdoen met het

verbeterde positie van de consument en het stimuleren van de kwaliteitsverbe-

nieuwe toezicht in de bouw. Onze regio heeft een divers beeld met gemeenten

tering en faalkostenvermindering. Een effect van deze wet is dat de bouwtaken

waarin relatief veel ‘eenvoudige bouwwerken’ staan en gemeenten die meer

rondom vergunningverlening en toezicht bij gemeenten afnemen, doordat deze

geïndustrialiseerd en verstedelijkt zijn. Voor gemeenten met relatief veel ‘een-

taken bij private bedrijven komen te liggen. De rol van de gemeente verschuift

voudige bouwwerken’ zal het effect direct merkbaar zijn. Dat betekent dat de

van technisch toetser naar regisseur van planprocessen. De OMWB verzorgt

taakomvang voor die gemeenten in onze regio afneemt. Het is vervolgens de

voor provinciale inrichtingen (waaronder de Brzo-en RIE4-bedrijven voor heel

vraag of het achtergebleven deel nog voldoende robuust is voor een kwalitatief

Noord-Brabant) de vergunningverlening, het toezicht en handhaving op de

goede uitvoering.

BRIKS-taken. Het overgrote deel hiervan zijn bouwtaken. Ook voert de OMWB al enige jaren voor enkele gemeenten het bouwtoezicht (verzoektaak) uit, evenals

Voor de OMWB is het aantal bouwtaken dat we voor gemeenten uitvoeren nog

sinds kort voor enkele gemeenten de meervoudige vergunningaanvragen.

gering, maar wij verwachten zeker een groei met name bij de meervoudige vergunningaanvragen. Hier is immers ook efficiëntiewinst te behalen. Voor zo ver na te gaan zal de Wkb dus een verwaarloosbaar effect hebben op onze huidige bouwtaken aangezien de provinciale bedrijven hier voor het overgrote deel niet onder vallen. Het zou juist tot een toename van werk kunnen leiden, omdat de resterende bouwtaken voor een gemeente te klein kunnen worden om daar gekwalificeerd personeel voor in dienst te houden. Een belangrijk effect voor gemeenten is dat inkomsten uit bouwleges naar verwachting fors zullen verminderen. Voor de gemeenten staat daar tegenover wel de mogelijkheid tot het heffen van milieuleges.

Effect in 2022 en verder: •

De OMWB verwacht een groei in de bouwtaken van de gemeenten die bij haar zijn aangesloten door het volledig (milieu én bouw) afhandelen van de meervoudige vergunningaanvragen én bouwaanvragen afkomstig van inrichtingen/bedrijven.

Verbetering toezicht Het toezicht is erop gericht om via het bevorderen van de naleving van regels de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving te bewaken en te bevorderen. Het instrument toezicht is een steeds belangrijker instrument van de overheid. Het uitgangspunt is dat we zo bijdragen aan een VTH-stelsel dat toekomstbestendig is om een schone, veilige en gezonde leefomgeving te borgen in relatie tot de grote maatschappelijke opgaven. Met de invoering van de Omgevingswet gaan we uit van een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. We hebben een start gemaakt met de omslag van regelgericht toezicht naar risico- en doelgericht toezicht. Daarbij wordt ook het klassieke programmatisch toezicht grotendeels verlaten. Doordat het toezicht zich meer richt op risico’s en doelen kan er ook Klachtenregeling

steeds meer analyse plaats vinden op de outcome van ons werk. Zo brengen

De Brabantse omgevingsdiensten OMWB, ODBN en ODZOB en de RUD Zeeland

we onze bijdrage aan de maatschappelijke opgaven van onze deelnemers

werken al enkele jaren samen voor de uitvoering van de klachtenregeling. De

steeds beter in kaart en doen we voorstellen voor beleidsontwikkeling.

gezamenlijke Milieu Klachten Centrale (MKC) is gepositioneerd bij de OMWB. In de tweede helft van 2020 is een project gestart om de intake van klachten

We zien vergunningverlening als belangrijke eerste stap in onze toezichtrol en

gezamenlijk te professionaliseren, de samenwerking tussen intake en klachten-

zorgen er voor dat vergunningverlening en toezicht nog beter op elkaar aan-

specialist te verbeteren en meer te sturen op kwaliteit en efficiency.

sluiten. We zetten analysegegevens ook in om de inzet van de meest passende instrumenten te bepalen. Voorlichting en bewustwording creëren zien we in dat kader ook als een vorm van toezicht. Door hier meer op in te zetten wordt de

Effecten in 2022 en verder:

druk in het vervolgproces weggehaald. We laten het instrument toezicht beter

•

aansluiten bij de (Europese, Nederlandse en lokale) milieudoelstellingen.

We starten in 2021 een pilot, gericht op een Brabantbreed uniform klachtenproces, een gerichter intakeproces en meer samenwerking tussen

•

intaker en klachtenspecialist. Focus is het professioneler behandelen en

Het toezichtinstrumentarium breidt zich steeds verder uit. Omgevingsdiensten

afhandelen van het toenemend aantal klachten, met een minimale stijging

leggen tegenwoordig al lang niet meer alleen bedrijfsbezoeken af voor een

van de kosten (bij voorkeur budgetneutraal). Voor de afhandeling van de

toezichtcontrole. Administratief toezicht, ketentoezicht, risicogericht toezicht,

klachten wordt toegewerkt naar een meer risicogerichte werkwijze, met

projectmatig/themagericht toezicht, toezicht op risicorelevante bedrijven en de

een bij het klachtenpatroon en het onderhavige bedrijf passende instru-

brancheaanpak zijn allemaal verschillende vormen die een plek hebben gekre-

mentenmix.

gen in onze organisatie. We betrekken steeds meer de zachtere kanten van het

In 2021 worden de deelnemers geïnformeerd over de resultaten van de

toezicht. Daarbij gaat het in essentie om cultuur, houding

pilot, met zo nodig een voorstel voor de vervolgstappen voor 2022.

en gedrag, lerend vermogen, maatschappelijke verantwoordelijkheid en beleving.

In het eigentijdse toezicht verschuiven we van toezicht gebaseerd op wantrou-

Effecten in 2022 en verder:

wen en/of geen vertrouwen naar toezicht op basis van gerechtvaardigd ver-

•

De doorontwikkeling maakt het toezicht efficiënter en effectiever. We kun-

trouwen. Binnen het toezicht zijn de uitgangspunten voor de OMWB als volgt:

nen door ons te richten op (maatschappelijke) opgaven slagvaardiger en

•

gerichter handelen en onze bijdrage aan het verbeteren van een schone,

we willen met ons toezicht nauwer aansluiten bij de maatschappelijke opgaven van onze deelnemers;

veilige en gezonde leefomgeving continueren.

•

we willen toezicht houden daar waar het risico het hoogst is;

•

we willen de risico’s met het juiste toezichtinstrument verminderen;

mogen verstevigen we onze positie als toekomstbestendige en betrouwba-

•

we willen het toezicht ook richten op het beoordelen en stimuleren van de

re omgevingsdienst.

risicobeheersing door het bedrijf zelf; •

we willen bewustwording vergroten en daarmee het naleefgedrag van weten regelgeving zo veel mogelijk verhogen, daartoe zijn we voortdurend bezig om onze bredere instrumentenmix te benutten en waar mogelijk uit te breiden;

•

we werken aan bewustwording en wijzen op het oppakken van de eigen verantwoordelijkheid.

Toezicht vraagt, aan de hand van actuele thema’s, vaak om een flexibele en directe inzet. Met een branche- en ketengerichte aanpak en het gericht verzamelen van data, willen we naar een voorspellende waarde en proberen we de ad-hoc inzet voor te zijn. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor informatiegestuurd werken. De dynamische omgeving dwingt ons ook om vooruit te blijven kijken. We zullen binnen het toezicht meer dan voorheen de samenwerking met diverse actoren blijven zoeken en waar mogelijk verstevigen. We zullen ontwikkelingen en moderne toepassingen blijven volgen en waar mogelijk ons voordeel mee doen in onze toezichtvormen.

•

Door efficiëntere invulling van ons toezicht en het benutten van lerend ver-

Informatiegestuurd werken Informatiegestuurd werken (IGW) betekent dat informatie de basis vormt voor ons handelen in de breedste zin van het woord. Hierbij gaat het om het gerichte proces van dataontwikkeling tot informatie en het ontsluiten van deze informatie zodat deze kan worden toegepast in besluitvormingsprocessen. Dit doen we vanuit de overtuiging dat we hiermee de impact van ons werk inzichtelijker kunnen maken en de effectiviteit van ons handelen kunnen vergroten. Zodoende komen IGW-vraagstukken terug op alle niveaus van onze organisatie: zowel op strategisch als tactisch en operationeel niveau. IGW levert op deze wijze haar bijdrage aan de strategische pijler, die enerzijds gericht is op

•

het in kaart brengen van de wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet

het versterken van het adaptieve vermogen van de OMWB en anderzijds op de

gedurende de transitiefase. Het betreft hier met name het bepalen van de

doorontwikkeling van een excellente omgevingsdienst.

impact als gevolg van de omslag in de wetgeving van het begrip inrichtingen naar MBA’s, het mogelijk maken van gebiedsgericht werken en het

Gelet op de belangrijkste ontwikkelopgaven van de OMWB betekent dit dat we

inrichten van monitoringsfunctie t.a.v. leefomgevingswaarden.

afgeleide IGW-vraagstukken oppakken die toezien op: •

•

het sluiten van de BIG-8-beleidscyclus door van ‘output’ naar ‘outcome’ te

Om bovenstaande opgaven mogelijk te maken voorzien we een intensivering

komen en daarmee onze impact op de maatschappelijke opgaven van het

rondom IGW-vraagstukken met onze deelnemers en andere partners, zoals de

bevoegd gezag t.a.v. een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving in

(Brabantse) omgevingsdiensten, Veiligheidsregio, GGD, ILT, kennisinstellingen

kaart te brengen als startpunt van de beleidscyclus;

en waterschappen. Het Brabants Omgevings Datalab (BOD) samen met de

de doorontwikkeling van een risicomodel, zodat ons VTH-instrumentarium

ODZOB, ODBN en Provincie is een goed voorbeeld daarvan.

zo effectief mogelijk wordt aangewend om een maximaal milieurendement te behalen. Hierbij zal het risicomodel rekening moeten houden met de

•

directe milieueffecten, die voortvloeien vanuit de verschillende MBA’s, het

Effecten in 2022 en verder:

naleefgedrag van de betreffende inrichting, de bestuurlijke speerpunten

•

We zullen de komende jaren steeds meer in staat zijn om de effecten

vanuit het GUK en de opgaven van het bevoegd gezag die gespecifieerd

te laten zien van onze inzet op de maatschappelijke opgaven van onze

zijn in het omgevingsplan;

deelnemers. Op basis van deze informatie verstevigen we de samenhang

het verdiepen van de branche- en ketenaanpak door een sterke focus op doelgroepanalyses en effectmetingen om zo de meest effectieve inzet van

tussen beleid en uitvoering binnen de BIG-8-beleidscyclus. •

We continueren de ontsluiting van onze output door middel van dash-

vergunningverlening en toezichtinstrumenten te kunnen bepalen. Ook valt

boards en rapportages. De volgende stap is om deze output te verbinden

hieronder de ontwikkeling van nieuwe toezichtmethodieken, zoals expe-

met outcome en geo data. Dit maakt het mogelijk om onze informatieposi-

rimenteren met het gebruik van satellietbeelden om veranderingen in de

tie inzichtelijk te maken op kaarten in geo-applicaties. Hiermee sluit onze

fysieke leefomgeving te kunnen monitoren;

informatiepositie beter aan op de gebiedsgerichte oriëntatie en de uitdagingen van de Omgevingswet.

21

3. Financiële uitgangspunten In voorgaande tekst is op thema’s een kwalitatieve doorkijk geschetst van verwachte en beoogde ontwikkelingen en trends voor de aanstaande planperiode. In deze paragraaf worden de financiële uitgangspunten benoemd voor de Begroting 2022 en de Meerjarenraming 2023-2025. Algemene uitgangspunten De OMWB hanteert de volgende algemene financiële uitgangspunten bij het opstellen van de begrotingsdocumenten: •

de Begroting 2022 gaat uit van het bestaande beleid, rekening houdend met de financiële effecten die betrekking hebben op de in deze Kaderbrief genoemde beleidsontwikkelingen;

•

de begroting 2022, inclusief de meerjarenraming 2023–2025, is structureel financieel sluitend;

•

basis voor het financieringsmodel voor de deelnemende gemeenten is de MWB-norm;

•

om mogelijke tegenvallers adequaat te kunnen opvangen, wordt rekening gehouden met een post onvoorzien van € 150.000;

•

de begroting 2022 wordt opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV).

Baten De benodigde urencapaciteit voortvloeiend uit de werkprogramma’s kent de laatste jaren een gestage groei. Daar waar de begroting 2019 nog een grondslag kende van 308.000 declarabele uren, zijn de werkprogramma’s voor 2019 en 2020 opgeschaald naar ruim 340.000 uur. Voor 2021 en 2022 wordt een werkpakket verwacht vergelijkbaar aan deze werkprogramma’s. Qua tariefstelling geldt dat deze kostendekkend en gelijk voor deelnemers en niet-deelnemers is. Het begrote gemiddelde tarief bedraagt voor 2022 € 96,15. Lasten Voornaamste onderdeel van de kostenstructuur betreffen de personeelskosten. Dit is circa 80% van de totale

begroting en bestaat uit personeel in loondienst en inhuur derden. Dit laatste is

Het Dagelijks Bestuur ziet op basis daarvan mogelijkheden om het huidige

wenselijk in termen van flexibiliteit en noodzakelijk vanwege de ‘krapte’ van de

kostenniveau in de loop van de komende 2 a 3 jaren neerwaarts bij te stellen.

arbeidsmarkt.

In de orde van grootte of anders gezegd in een bandbreedte van 4 tot 7%. Dit is een substantiële inspanning voor de dienst, waarvan het succes mede

Personeel in loondienst

afhankelijk is van de bereidheid van de deelnemers ook zelf daaraan positief

Het personeelsbestand valt uiteen in medewerkers inzetbaar voor uitvoering van

bij te dragen. Niettemin zijn Dagelijks Bestuur en directie bereid deze inspan-

het primaire proces (Begroting 2021: 228 fte) en medewerkers ondersteunend

ning te doen, mede ook gezien de financiële situatie bij de deelnemers. Dit jaar

daaraan in de bedrijfsvoering (Begroting 2021: 61 fte). Gezien de stabilisering

zullen voorstellen worden uitgewerkt, die dan in de jaarbegrotingen 2022 en

in de werkprogramma’s 2022 is de benodigde omvang voor het primaire proces

2023 worden opgenomen. De disclaimer voor het besparingspotentieel is dat

conform 2021, uitgaande van de 1.350-norm. Overigens zal in het kader van de

het op dit moment onzeker is wat de financiële gevolgen zijn van de Omge-

evaluatie van de MWB-norm ook gekeken worden naar de gewenste balans tussen

vingswet. Dit geldt overigens voor zowel de deelnemers als de dienst. Er moet

enerzijds de structurele ontwikkeling van de werkvoorraad en

hoe dan ook rekening worden gehouden met een kostenstijging. De disclaimer

anderzijds de personele capaciteit in vaste dienst voor het primair proces.

Omgevingswet maakt de inspanning voor kosteneffectiviteit in casu besparingspotentieel extra noodzakelijk en urgent.

Personeel niet in loondienst

Teneinde de totale kostenontwikkeling van de dienst voor de deelnemers be-

De OMWB streeft in beginsel naar een beperkte flexibele schil. Door de omvang

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9759599/1