1.9-Bijlage Provincie Noord-Brabant - Gedicht 'er zijn nog steeds mensen die je naam fluisteren'
Tekst van het document
Provincie Noord-Brabant er zijn nog steeds mensen die je naam fluisteren het werd het eerste jaar dat we niet naar de kermis gingen en ons dorp een vacuüm leek we verbraken zeven keer onze highscore van tetris op internet en op mijn verjaardag kreeg ik brownies door de brievenbus we maken de balans op van alle keren waarvan we niet wisten dat het de laatste zou zijn: de kringverjaardagen, de polonaise, de avond tussen zwetende mensen toen je je fiets niet terug kon vinden, de gesprekken bij de koffieautomaat, de donshaartjes van een vreemde aaien we houden dagelijks de cijfers in de gaten van wat onmeetbaar is: mijn zusje weet zichzelf geen houding te geven, de enige keer dat ze eerder een dood lichaam had gezien was toen ze de hamster begroef in onze achtertuin, we leren afscheid nemen via video voor sommige dingen bestaan geen protocollen en we proberen verschillende vormen van troosten uit ik weet niet hoeveel lichamen er nog passen in verdriet en ik ken lang niet al je namen maar er zijn zoveel manieren om je te missen: een schaduw die op de jouwe lijkt in de glijbaan van de Kempervennen, die middag toen je zei dat we ons wiskundehuiswerk niet af hoefden te maken omdat er in de wei naast ons huis een schaap beviel, de geur van de container waar je spullen nu in opgeslagen staan, de ongebruikte placemat in het keukenkastje, het recept voor paprikasoep dat nooit is
opgeschreven, de laagvliegende vogels waarvan je hoopte dat ze ooit op je hand zouden landen, de gelijkenis tussen jullie gezichten die niet meer wordt benoemd we zoeken je nog wel eens in de struiken achter het elektriciteitshuisje die je elke keer weer als verstopplek koos er zijn nog steeds mensen die je naam fluisteren en ik schrijf je nog elke maand in voor cursussen: bloemschikken, tekenen, judo, excel voor beginners, en wanneer ze me mailen dat je niet aanwezig was weet ik dat ik niet de enige ben die af en toe nog stiekem op je wacht we wachten voortdurend op iemand die het einde aan zal kondigen, de winkelwagentjes weer aan elkaar zal maken, tot we de uitnodigingen de deur uit kunnen doen, wanneer we binnenkort onze schoenen weer kunnen verliezen in de zweefmolens boven de stad, onze knieën weer openhalen tijdens wedstrijden op kunstgras ondanks de lege plek op de tribune, maar kijk omhoog, er zijn vormen achtergelaten die niet opgevuld hoeven worden wat ik je probeer te zeggen is: we komen bijna thuis Elianne van Elderen