CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

1.9 - Bijlage 1- Praktische info

Gemeenteraad (openbaar) 24 juni 2026, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Categorie 1: Ter kennisgeving1.709 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

L

Raad

Afdeling bestuunrechtspraak

vanstate

Pagina 1van 2

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 Hill oil Hill 1 1 1 1 1 1 1 1 1 26ZS000954 09-06-2026 Raad van de gemeente Baarle-Nassau Postbus 105 5110 AC BAARLE NASSAU

Datum

Otis nummer

5 juni 2026

202505327/1 / R1

Uw kenmerk

Inlichtingen

Onderwerp

Mw. A.J. Raap 070-4264398

Baarle-Nassau TAM-0mgevingsplan Hoofdstuk 22a Grens 32 Baarle-Nassau

Procedure

Beroep

Geachte heer/mevrouw, Bovengenoemde zaak geeft aanleiding om de staatsraad advocaat-generaal to verzoeken om een conclusie to nemen, als bedoeld in artikel 8:12a van de Algemene wet bestuursrecht. En kopie van dit verzoek is bijgevoegd. De zaak zal door een meervoudige kamer worden behandeld op 15 oktober 2026 om 10.00 uur. U ontvangt voor de zitting nog een uitnodiging. De conclusie wordt uiterlijk zes weken na de zitting ter kennis van de Afdeling gebracht en in kopie aan partijen toegezonden. In bijzondere gevallen kan deze termijn verlengd worden. U kunt binnen twee weken na verzending van de kopie van de conclusie uw schriftelijk commentaar daarop aan de Afdeling zenden. Privacy De Afdeling stuurt de stukken die u stuurt, door aan de andere partijen. Houdt u daar rekening mee als u stukken met privacygevoelige informatie stuurt. Voor meer informatie gaat u naar www.raadvanstate.nI/privacyverklaring.

4480196(VT3)

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstateml Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden

Raad

202505327/l / R1

vanstate

Pagina 2van 2

Hoogachtend, de meervoudige kamer, voor deze,

mr. C. Sparreboom, griffier

4480196(VT3)

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - wwwraadvan state. nI Bij correspondentie de datum en het nummer van doze brief vermelden

M

Rqad vanstate

r,. voorzitter van deAfdeling besturrrsrechtspraak

's-Gravenhage, 3juni 2026

De heer mr. A.G.A. Nijmeijer

Ons kenmerk: 26-01708 Betreft: verzoek tot het nemen van een conclusie

a Hoogedelgestrenge heer, Bij de Afdeling bestuursrechtspraak zijn aanhangig: 1) de beroepen van Van Deelen auto's B.V., E.G.M. van Dijk en anderen, het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal en de gemeente Veenendaal ( zaak nr. 202504735/1 / R1); 2) het beroep van Gerla Vastgoed B.V. ( zaak nr. 202505327/1/R1); en 3) het hoger beroep van J.G. Pollaert ( zaak nr. 202600463/1 / R4). De beroepen geven aanleiding u to verzoeken een conclusie to nemen als bedoeld in artikel 8:12a van de Algemene wet bestuursrecht ( Awb). Ter toelichting op het verzoek dient het volgende. De procedures tot nu toe 202504735/1/R1 Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Rhenen het " Omgevingsplan Rhenen - ontwikkellocatie Tinneweide" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Rhenen vastgesteld. Met dit besluit wordt voorzien in de realisatie van zes woningen op het kadastrale perceel A 1193 ( gemeente Rhenen). Onder meer Van Deelen auto's B.V., E.G.M, van Dijk en anderen en het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal en de gemeente Veenendaal hebben tegen het besluit van 8 juli 2025 beroep bij de Afdeling ingesteld. 202505327/ 1/R 1 Bij besluit van 25 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Baarle-Nassau het "TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Baarle-Nassau vastgesteld.

Met dit besluit wordt voorzien in de realisatie van twaalf woningen op de kadastrale percelen 1571, 646 en 647 ( gemeente Baarle-Nassau). Gerla Vastgoed B.V. heeft tegen het besluit van 25 juni 2025 beroep bij de Afdeling ingesteld.

Kneuterdijk 22 - Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag

P

IZaad vanstate

.

•

•

.

.

•

9

.

•

C

•

♦

1•

.

•

.

f

.

t

♦

•

.

•

.

•

.

•

.

•

•

•

.

•

.

O

.

.

O

O

♦

•

.

•

♦

i

.

O

.

•

.

•

.

•

.

•

.

202600463/ 1 /R4 Bij besluit van 7 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist aan Stedin Netbeheer B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een verdeelstation op het parkeerterrein ter hoogte van Tulpstraat 14 in Zeist. Bij besluit van 22 mei 2025 heeft het college het door J.G. Pollaert ingediende bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 7 november 2024 in stand gelaten. Bij besluit van 29 september 2025 heeft het college op verzoek van Stedin Netbeheer B.V, de omgevingsvergunning gewijzigd en een ander type verdeelstation vergund. Bij uitspraak van 24 december 2025 in zaak nr. 25/4027 heeft de rechtbank Midden-Nederland het door J.G. Pollaert tegen deze besluiten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft J.G. Pollaert hoger beroep ingesteld. Bij uitspraak van 20 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1615, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het door J.G. Pollaert ingediende verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. De ( hoger) beroepen 202504735/1/R1 In paragraaf 8.1 van de motiverirg bij het besluit van 8 juli 2025 staat dat in het kader van participatie de direct belanghebbenden in de omgeving op de hoogte zijn gebracht van de plannen. Verwezen wordt naar het als bijlage 9 bij de motivering gevoegde "Participatieverslag.

Ontwikkeling kleinschalige woningbouw Tinneweide to Rhenen" van 15 mei 2023. Van Deelen auto's B.V., E.G.M. van Dijk en anderen en het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal en de gemeente Veenendaal voeren in beroep onder meer aan dat het participatieproces onvoldoende is geweest, omdat direct omwonenden slechts een keer in het voorjaar van 2023 — en dus ruim twee jaar voor het besluit tot wijziging van het omgevingsplan — met een informatieavond zijn geinformeerd over de plannen voor het perceel. 202 505 32 7/1/R 1 In paragraaf 11 . 2 van de motivering bij het besluit van 25 juni 2025 staat dat er in het kader van participatie een brief is verzonden aan omwonenden en belanghebbenden. In deze brief is het planvoornemen uitgelegd en hebben de omwonenden en belanghebbenden de kans gekregen om op de plannen to reageren. Er zijn twee omwonenden die op het plan hebben gereageerd. De reacties zijn beantwoord en hebben geleid tot een kleine tekstuele aanpassing van de motivering. Gerla Vastgoed B.V, voert in beroep onder meer aan dat volgens haar geen participatie heeft plaatsgevonden. Volgens haar blijkt nergens uit dat maatschappelijke organisaties of andere bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding.

Met haarzelf heeft voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbesluit slechts zeer beperkt overleg plaatsgevonden, terwijl zij eigenaar is van de desbetreffende gronden. Ook wijst zij erop dat niet duidelijk is op welke wijze de gestelde gesprekken met omwonenden zijn gevoerd en met wie die gesprekken hebben plaatsgevonden.

♦

O

O

•

•

.

•

.

Raad

•

s

o

a

,

•

o

r

•

o

.

•

.

•

o

o

vanstate

202600463/1/R4 De raad van de gemeente Zeist heeft bij besluit van 25 januari 2022 alle buitenplanse initiatieven aangemerkt als gevallen waarin participatie verplicht is. Het college van burgemeester en wethouders van Zeist heeft op 19 december 2023 de " Beleidsregel participatie ruimtelijke initiatieven Zeist 2024" ( de beleidsregel) vastgesteld waarin is vastgesegd aan welke minimale eisen een verplicht participatieverslag moet voldoen. Voldoet het verslag daar niet aan, dan wordt niet voldaan aan de indieningsvereisten en is de aanvraag niet compleet. De aanvraag moet dan volgens de beleidsregel niet-ontvankelijk worden verklaard. In de beleidsregel staat dat bij het bepalen of een participatietraject, dat uitgevoerd is door een initiatiefnemer, voldoet aan de indieningsvereisten onder meer wordt uitgegaan van het uitgangspunt dat het slechts informeren van anderen over de plannen ( van initiatiefnemer) niet wordt gezien als participatie. In de uitspraak van de rechtbank van 24 december 2025 wordt kortgezegd geoordeeld dat het gevolgde participatietraject niet voldoet aan de indieningsvereisten uit de beleidsregel. Volgens de rechtbank heeft college van burgemeester en wethouders van Zeist dan ook niet in lijn met eigen beleid gehandeld en heeft het onvoldoende gemotiveerd waarom de aanvraag niet buiten behandeling is gelaten.

De rechtbank oordeelt echter dat het bestrede• besluit ondanks de gebrekkige participatie met toepassinr; van artikel 6:22 van de Awb in stand kan worden gelaten, omdat niet aannemelijk is dat J.G. Pollaert dan wel andere belanghebbenden in hun belangen zijn geschaad. J.G. Pollaert voert in hoger beroep onder meer aan dat de rechtbank ten onrechte het gebrek in het participatietraject heeft gepasseerd met artikel 6:22 van de Awb. De vraagstelling Naar aanle"ding van deze beroepcn verzoek ik u in deze zaken ten behoeve van de rechtsontwikkeling een conclusie to nemen over het onderwerp participatie onder de Omgevingswet bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van het omgevingsplan en bij de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij participatie verplicht is gesteld. Ik verzoek u in to gaan op in ieder geval de volgende vragen: (1) Moet de participatie ook zien op voorafgaand aan de kennisgeving van het voornemen om het omgevingsplan to wijzigen gemaakte keuzes ( over bijvoorbeeld de locatiekeuze van een bepaald project)? (2) In artikel 10.2 van het Omgevingsbesluit noch in artikel 16.55, zevende lid, van de Omgevingswet is voorgeschreven hoe participatie moet plaatsvinden.

Zijn er ondanks deze vormvrijheid minimale eisen to formuleren waar het participatieproces aan moet voldoen? Kan participatie bijvoorbeeld beperkt blijven tot een of meerdere aspecten van een project of moet participatie over het gehele project gaan? (3) Kan het bestuursorgaan de participatie ( geheel of gedeeltelijk) overlaten of opdragen aan de ontwikkelaar? En op welke wijze dient het bestuursorgaan in dat geval na to gaan of de participatie op de voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden?

o

.

o

,

s

5

Rqad vanstate (4) Kan een gebrek in het participatieproces gepasseerd worden met artikel 6:22 van de Awb? En zo ja, onder welke voorwaarden en in welke fase van de procedure? Zijn er bij de mogelijkheden om een participatiegebrek to passeren nog verschillen aan to wijzen tussen een besluit tot wijziging van het omgevingsplan en een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit? Vanzelfsprekend kunt u ook andere aspecten die relevant zijn voor dit onderwerp in uw conclusie betrekken. De zitting De zaken zullen door een meervoudige kamer worden behandeld op 15 oktober 2026 om 10.00 uur. U ontvangt voor de zitting nog een uitnodiging. Ik verzoek u de conclusie uiterlijk zes weken na de zitting to nemen. Hoogachtend, de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17085307/1