1.5 - Bijlage 1 - Brief GS aan college
Tekst van het document
Provincie Noord-Brabant Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC 's-Hertogenboscli Telefoon [073)681 28 12 Fox 1073) 680 76 80
Adn de rdden van de gemeenten in dé provincie Noord-Brabant
www.brabant.nl IBAN NL8ÓINGB0674560043
Bereilibaarheid openboar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Onderwerp
Nieuw beleid onderuitputting in de gemeentelijke begroting
Datum
5 mei 2026 Ons kenmerk
C2373710/6315705 Uw kenmerk
Geachte raadsleden,
Contactpersoon
De Tweede Kamer heeft op 26 maart 2025 de motie De Vries, Van Eijk, Sneller
Telefoon
en Wingelaar aangenomen. Daarin wordt de regering verzocht om gemeenten de mogelijkheid te geven te werken met een stelpost onderuitputting in de begroting. Gemeenten worden daarmee is staat gesteld gemakkelijker realistisch
(073)681 28 12
te begroten, en daarover afspraken te maken met de provincie als financieel
Biįlageln)
toezichthouder op gemeentefinanciën. De Commissie BBV heeft vervolgens uitvoering aan de motie gegeven in de actualisering van de Notitie Structurele en incidentele boten en lasten voor het onderdeel onderuitputting in de gemeentelijke begrotingen. In deze brief berichten wij u, dat wij naar aanleiding hiervan, in samenspraak met de andere provincies, nieuw beleid hebben opgesteld. Gemeenschappelijk financieel toezichtkader gemeenten Bij het toezicht op de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 houden wij ons aan de geldende wet- en regelgeving en het gemeenschappelijk financieel toezichtkader gemeenten Noord-Brabant 2020 (GTK). Het bestaande GTK geeft op dit moment geen mogelijkheden om een post onderuitputting in uw begroting op te nemen. Er is sprake van onderuitputting wanneer er minder lasten worden gerealiseerd dan begroot. Naar aanleiding van de hierboven beschreven ontwikkelingen is het proces om te komen tot integrale herziening van het GTK in gang gezet. Nu gemeenten op dit moment starten met het proces voor het opstellen van begroting 2027 is, vooruitlopend op de herziening van het GTK door de gezamenlijke provincies, door ons college alvast het nieuwe beleid voor
IBT@brabant.nl
1
Provincie Noord-Brobont
toepassing van onderuitputting in de gemeentelijke begroting vastgesteld. Het
Datum
dpel hiervan is om in Nederland het financieel toezicht meer uniform toe te
5 mei 2026
passen.
Ons kenmerk
C2373710/6315705
Nieuw beķid onderuitputting in gemeentelijke begrotingen In de bijlage bij deze brief is het kader voor het toepassen van onderuitputting in uw gemeentelijke begroting opgenomen en van toepassing met ingang van begrotingsjaar 2027. Het opnemen van een algemene stelpost onderuitputting in uw begroting staan wij niet toe. Wel kunt u, onder voorwaarden, een stelpost onderuitputting in uw begroting opnemen voor bijvoorbeeld kapitaallasten en loonkosten. Nieuw gemeenschappelijk financieel toezichtkader gemeenten Het nieuwe kader voor onderuitputting in de gemeentelijke begroting wordt opgenomen in de integrale herziening van het GTK. Naar verwachting vindt door alle provincies vóór het zomerreces 2026 besluitvorming plaats over de herziening van het GTK en informeren wij u daarover. Een kopie van deze brief versturen wij aan uw college van burgemeester en wethouders. Aangezien het nieuwe beleid voor onderuitputting in de begroting financieel-technisch van aard is, wordt deze ook verzonden naar de financiële contactpersoon bij uw gemeente.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter,
de secretaris.
Bijlage: Tekst GTK onderuitputting
2/5
Provincie Noord-Brabanť
Bijlage; Tekst GTK onderuitputting
Datum
Héi niéuwe beleid over onderuitputting in de gemeentelijke begrotingen wordt
5 mei 2026
bij de intéģrqle herziening van het GTK als volgt opgenomen:
Ons kenmerk
C2373710/6315705
Aanpàsşìng ariikel7.8 Taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen, onderuitputting en daarmee gemoeide stelposten, beoordeelt de toezichthouder op hardheid eń haalbaarheid. Ook wordt beoordeeld of ze binnen de termijn van de raming gerealiseerd worden. Het is noodzakelijk dat de ramingen hiervan reëel zijn onderbouwd. Het proces dat bij het concretiseren gevolgd gaat worden moet ook vastliggen. Bezuinigingen en ombuigingen moeten concreet en ten minste op programmaniveau zijn ingevuld. Als naar het oordeel van de toezichthouder de taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen of onderuitputting en daarmee gemoeide stelposten onvoldoende reëel zijn ingevuld, worden de begrofingssaldi hierop negatief bijgesteld. Ook ervaringen met eerdere bezuinigingsmaatregelen worden in de beoordeling betrokken. Deze bijstelling kan tot gevolg hebben dat de begroting en meerjarenraming naar hel oordeel van GS niet structureel en reëel in evenwicht zijn. Voor een nadere toelichting op de begrippen taakstellingen, bezuinigingen, ombuigingen en onderuitputting en stelposten wordt verwezen naar de begrippenlijst in bijlage 4, Toevoeging arfike! onderuifputfing In deze aanpassing zijn de door de Commissie BBV in de Notitie Structurele en incidentele baten en lasten opqenomen specifieke stelposten voor loonkosten en kapitaallasten nader uitgewerkt.
Een algemene stelpost is naar ons oordeel niet Į-egg], Toestaan van een stelpost is altijd naar oordeel van de toezichthouder. Stelpost onderuitouttina loonkosten. Uitgangspunt is reële loonkosten, bij uitzondering kan onderuitputting loonkosten worden begroot. In het geval dat de gemeente de stelpost onderuitputting loonkosten wil ramen moet de gemeente deze goed onderbouwen (op basis van de bestaande formatie) en laten aansluiten bij reële verwachtingen. Hierbij moet ook het verband met de raming externe inhuur en historie worden meegenomen. In de laatste jaarschijf van de meerjarenraming moet de stelpost zijn afgebouwd. Om een stelpost onderuitputting loonkosten op te nemen in de begroting is afstemming vooraf met de toezichthouder noodzakelijk. Stelpost onderuifDuttina kapitaallasten: Uitgangspunt blijft realistisch begroten. De stelpost kan alleen betrekking hebben op nieuwe investeringen waarvan de kapitaallasten ten laste van de exploitatie komen. Voor de investeringen waarvan de kapitaallasten worden gedekt uit een dekkingsreserve kapitaallasten of via een kostendekkende exploitatie riool en afval is geen stelpost mogelijk.
3/5
Provincie Noord-Brabant
Nqar heKpordeel van de toezichthouder is een stelpost onderuitputting kgpitadllasten uitsluitend reëel op basis van historische realisatiegegevens van dę laatste twee vastgestelde jaarrekeningen en bedraagt maximaal 20% van de
5 mei 2026
geraamde ktìpitaallasten.
C2373710/63İ5705
Dariĩm
Ons kenmerk
Alś een^gemeente de stelpost onderuitputting wil ramen moet de gemeente deze goed onderbouwen en laten aansluiten bij reële verwachtingen. Hierbij moet ook hef verband met de investeringsplanning en historie worden meegenomen. In bijlage 2 is een rekenvoorbeeld opgenomen. Bij de beoordeling betrekt de toezichthouder een eventueel negatief structureel rekeningsaldo. Om een stelpost onderuitputting kapitaallasten op te nemen in de begroting is afstemming vooraf met de toezichthouder noodzakelijk. Opname begrip onderuitputting in begrippenlijst (bijlage 4): Er is sprake van onderuitputting wanneer er minder lasten worden gerealiseerd dan begroot. Dit wordt ook wel onderschrijding van de begroting genoemd. Artikel 189, lid 2, van de Gemeentewet bepaalt dat de begroting structureel en reëel sluitend hoort te zijn. Vanuit dit uitgangspunt wordt het opnemen van een algemene stelpost voor onderuitputting niet wenselijk geacht, omdat dit kan wijzen op een te weinig realistische raming. Specifieke stelposten onderuitputting kunnen daarentegen passend zijn, mits Zij goed zijn onderbouwd en aansluiten bij reële verwachtingen. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van historische patronen ter ondersteuning van de onderbouwing.
Rekenvoorbeeld onderuitputting kapitaallasten (bijlage 2): De norm van de maximale toegestane onderuitputting kapitaallasten van 20% is afgeleid van de macro IV3-rapportage voor de kostensoort afschrijvingen over de jaarrekening 2024 van de gemeenteri. Deze is aangevuld met de renţecomponent en de inschatting van de investeringen in rioleringswerken en investeringen gedekt door reserve kapitaallasten. Rekenvoorbeeld Voor de berekening von de onderuitputting kapitaallasten gaan we uit van nieuwe investeringen van het begrotingsjaar t-1. Aangenomen mag worden dat eerdere investeringen zijn gerealiseerd of opnieuw zijn gepland. Op de volledige kapitaallasten dient de bijdrage uit de reserve kapitaallasten en de afwijkingen op kapitaallasten van riool- en afvalinvesteringen welke indirect worden gedekt worden via egalisatievoorzieningen, gecorrigeerd te worden. Afhankelijk van de gekozen startmoment van afschrijving (de meeste gemeenten gebruiken de methodiek: afschrijving start in het eerstvolgende begrotingsjaar na de investering) zijn de nieuwe kapitaallasten van begrotingsjaar t gebaseerd op de investeringen van begrotingsjaar t-1. Door vertraging in de uitvoering van investeringen in begrotingsjaar t-1 treedt onderuitputting op in dė nieuwe kapitaallasten begrotingsjaar t. . Het is niet aannemelijk dat deze onderuitputting van begrotingsjaar í-l ook in
4/5
Provincie Noord-Brobant
latere begrotingsjaren optreedt en daarmee een structureel karakter krijgt. Dat geldt wel voor de investeringen uit begrotingsjaar t welke door vertraging in de
5 mei 2026
uifvoering kan leiden tot onderuitputting kapitaallasten in het begrotingsjaar fH-1.
Ons kenmerk
Idem pok vóór latere investeringsjaren.
02373710/6315705
Datum
Investeringspla n 2026-2030 Gemiddelde afschrijving20 Jaar Rente 396 Afschrijving start jaar volgend op Investering Rente in Investeringsjaar 50% * 396 2026
Investeringen waarvan ten laste van reserve kapitaallasten waarvan ten laste vangeslaten riool/afvaleKplaitatie resterende investeringen Programmabegrotine Afschrijving volgend uit vorig investeringsjaar Rente volgend uit vorig investeringsjaar Rente uit lopend investeringsjaar Totaal kapitaallasten Investeringen t-1 Maximale onderuitputting 20%
20.000.000
2027
2028
2ű2a
2032
18.000.000 30,000.000 25.000.000 42.000.000
-2.000.000
-3.000.000 -4.000.000 -4.500.000
-2.000.000
-2.000,000 -2.500.000 -3.000.000
-5.000.000
-3.500.000 ' 16.000.000’ 13.000.000'23.500.000'17.500.000' 33.500.000
2026.
240.000
2027
2028
2029
800000
650000
1175000
2030
2031.
875000 1675000
480000
390000
705000
525000 1005000
195.000
352.500
262.500
502.500________0
1475.000
1.392.500
2,142.500
1.902.500 2.680.000
295.000
278.500
428.500
380.500
536.000
Toelichting: De investeringen 2026 (netto i 16 miljoen) leiden tot kapitaallasten 2027 van ĥ 1.475.000. De investeringen 2027 (netto i 13 miljoen) leiden tot kapitaallasten 2028 van i. 1.392.500. De investeringen 2028 (netto C 23,5 miljoen) leiden tot kapitaallasten 2029 van í 2.142.500. De investeringen 2029 (netto ĥ 17,5 miljoen) leiden tot kapitaallasten 2030 van i 1,902.500. De toegestane onderuitputting bedraagt maximaal 20% van de nieuwe investeringen van hét vorige boekjaar en werkt niet cumulatief door en moet worden aangetoond met de historie van de laatste 2 jaarrekeningen.
5/5
u