1.25 - Bijlage 1 - Kaderbesluit
Tekst van het document
Het algemeen bestuur van Regio West-Brabant, gezien het voorstel van het strategisch beraad van 20 november 2025 Gelet op de Gemeenschappelijke Regeling Regio West-Brabant,
BESLUIT:
1. De volgende kaders voor de begroting RWB 2027 vast te stellen: 1. Begrotingsopzet De begroting dient structureel sluitend te zijn en gebaseerd op ongewijzigd beleid. Nieuwe taken of taakuitbreidingen mogen uitsluitend worden opgenomen indien hierover eerder door het algemeen bestuur is besloten. De begroting bevat een overzicht van de bijdrage per deelnemer voor de komende 4 jaar. 2. Indexering De jaarlijkse bijdrage van deelnemende gemeenten stijgt maximaal met de geldende CAOindexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling zoals opgenomen in de circulaire van september 2025: - Loonontwikkeling: 5,1% (2027), 4,2% (2028), 4,5% (2029), 4,5% (2030) - Prijsontwikkeling: 2,3% (2027), 2,2% (2028–2030) De huidige CAO loopt tot en met 31 maart 2027. Voor de periode ná 31 maart 2027, waarin geen lopende CAO van toepassing is, wordt de loonontwikkeling uit de circulaire gevolgd. 3. Reserves en resultaatbestemming De begroting bevat een overzicht van het verloop van alle reserves, inclusief doel, inzetmoment en jaarlijkse bedragen. Indien een reserve twee jaar of langer niet wordt ingezet, wordt bij de ontwerpbegroting een voorstel tot vrijval gedaan, tenzij gemotiveerd wordt waarom instandhouding noodzakelijk is. Indien geen vrijval plaatsvindt, wordt in de ontwerpbegroting opnieuw het doel en de planning van de uitgaven toegelicht.
Gemeenteraden worden via de zienswijzeprocedure in de gelegenheid gesteld te reageren. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers, tenzij het algemeen bestuur besluit tot een andere bestemming op basis van een gemotiveerd voorstel. 4. Algemene reserve Instelling en aanvulling van een algemene reserve vindt plaats op basis van een gemotiveerd en onderbouwd besluit van het algemeen bestuur. Gemeenten krijgen een zienswijzemogelijkheid bij de conceptbegroting of wijziging. De maximale omvang van de algemene reserve bedraagt 8% van de totale lasten. De weerstandscapaciteit wordt primair bij de deelnemers aangehouden. 5. Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting bevat een paragraaf waarin de risico’s met de meeste impact worden beschreven,
1
inclusief getroffen beheersmaatregelen. De benodigde weerstandscapaciteit wordt inzichtelijk gemaakt. 6. Beleidsmatige kaders In de begroting 2027 wordt in heldere taal aangegeven: – welke doelen uit de strategische agenda en het actieprogramma 2024–2028 in 2027 worden gerealiseerd; – wat de financiële en personele inzet van RWB hierbij is; – welke aanvullende middelen van gemeenten worden gevraagd; – of samenwerking nodig is met Stedelijke Regio’s, Rewin en/of Baroniesamenwerking, en hoe dit wordt vormgegeven. 7. Specifieke kaders Kleinschalig Collectief Vervoer - Het vervoersvolume wordt per organisatie begroot op basis van historische gegevens en verwachte ontwikkelingen. De vervoerslasten worden geïndexeerd met de NEA-index voor 2026; voor de daaropvolgende jaren wordt een vaste NEA-index van 3,5% gehanteerd. De klanttarieven worden gekoppeld aan het Brabantse bustarief op saldo. - De loonlasten op kleinschalig collectief vervoer worden verlaagd van 2,84 Fte naar 1,8 Fte; - het werkbudget wordt verlaagd met € 24.000, van € 124.000 naar € 100.000; - De organisatie van de regionale bundeling van het leerlingenvervoer wordt als activiteit toegevoegd, de kosten hiervoor worden gedragen door de gemeenten die hieraan deelnemen (€ 75.000). 2. In te stemmen met de concept reactie op de ontvangen begrotingsrichtlijnen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 3 december 2025.
Het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant,
dr. P.F.G. Depla voorzitter
O. Arandjelović secretaris
2