1.20 - Bijlage 2 - Overzicht ingediende zienswijzen begroting 2026
Tekst van het document
Overzicht ingediende zienswijzen op de conceptbegroting 2026 Regio Hart van Brabant en reactie algemeen bestuur Op 13 maart 2025 is de conceptbegroting 2026 Regio Hart van Brabant aan de deelnemende gemeenten toegestuurd voor eventuele zienswijzen (voor 10 juni 2025). Door de gemeenten Dongen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk zijn zienswijzen ingebracht. De zienswijzen zijn in deze tabel opgenomen en betreffen -samengevat- voorstellen tot: 1) niet indexeren van de begroting (Goirle) 2) niet indexeren van delen van de begroting (Dongen, Hilvarenbeek, Waalwijk) 2) schrappen post “tussentijdse bijsturing” (Heusden); 3) onderzoeken systematiek van indexering (Hilvarenbeek, Tilburg) 4) notie nemen dat gemeentelijke begrotingen geen ruimte kennen voor verzoeken tot tussentijdse aanvullende financiële middelen (Hilvarenbeek, Oisterwijk) 5) begrotingssystematiek jeugdhulptaken aanpassen (Waalwijk) 6) aandachtspunten bij financiering van transformatiesturing (Waalwijk) 7) aandachtspunten bij opstellen van de nieuwe kernagenda voor de bestuursperiode ’27-‘31 (Waalwijk) Besluiten en zienswijzen
Weging en reactie AB t.b.v. begroting '26
Zienswijze
Voorstel reactie algemeen bestuur
Alphen-Chaam
Baarle Nassau Dongen het naderende ravijnjaar 2026 maakt dat gemeenten voor een grote financiële opgave staan. De gemeenteraad van Dongen verwacht dan ook dat de gemeenschappelijke regeling Regio Hart van Brabant een bijdrage levert aan de taakstelling die vanaf het
-
Het algemeen bestuur is zich bewust van de financiële uitdagingen van de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur besluit, n.a.v. de ingediende, zienswijzen de conceptbegroting 2026 als volgt aan te passen: pagina 1 van 11
ravijnjaar op ons af komt en roept het bestuur op om kritisch te kijken naar mogelijke kostenbesparingen op direct beïnvloedbare kostenposten die niet tot de kernagendataken behoren, zoals de werkbudgetten en de post ‘tussentijdse bijsturing’.
-
geen prijscompensatie toe te passen op de werkbudgetten voor de programma’s sociaal, fysiek en economie; Dit levert een besparing op van € 43.800. de post tussentijdse bijsturing te schrappen. Dit levert een besparing op van € 50.000 neerwaartse afronding specifieke budgetten binnen bedrijfsvoering voor totaal € 5.000
Deze drie aanpassingen leiden tezamen ten opzichte van de conceptbegroting tot een verlaging van de gemeentelijke bijdrage per inwoner van € 0,20. Dit leidt tot een gelijkblijvende bijdrage per inwoner ten opzichte van de begroting 2025. De bijdragen van Alphen-Chaam en Baarle-Nassau blijven € 2,26; die van de overige gemeenten blijft €4,68. Gilze en Rijen
Goirle Wij moeten als gemeente in 2026 fors bezuinigen. Het is redelijk dat de gemeenschappelijke regelingen een bijdrage leveren in de taakstelling. Omdat het lastig is om specifieke taken aan te geven waar de regio Hart van Brabant op kan bezuinigen, wordt voorgesteld het indexpercentage dat de regio hanteert voor 2026 van 4,2% niet door te voeren.
Het algemeen bestuur is zich bewust van de financiële uitdagingen van de deelnemende gemeenten. Het niet indexeren van de looncomponenten zou leiden tot een generieke bezuiniging op de begroting omdat wettelijke en contractuele verplichtingen moeten worden nagekomen. Het financiële effect van het niet indexeren van de looncomponent is dermate groot dat dit niet opgevangen kan worden binnen de werkbudgetten. Daarbij leidt het schrappen van activiteiten binnen de domeinen bovendien niet per definitie tot verlaging van de werkzaamheden bij het Regiobureau, waar de grootste looncomponent aanwezig is. Afstemming en coördinatie zullen immers moeten blijven plaatsvinden. Binnen het programma bedrijfsvoering zijn noodzakelijke en contractuele verplichtingen vervat (o.a. huisvesting, ict), waarop niet indexeren voor prijscompensatie zou leiden tot een generieke bezuiniging. Het is niet mogelijk zo’n generieke bezuiniging door te voeren zonder scherpe keuzes te maken in te realiseren ambities. Het algemeen bestuur heeft bij de behandeling van de ontwerpbegroting op 12
pagina 2 van 11
maart jl. uitgesproken een dergelijke generieke bezuiniging zonder inhoudelijke richtlijnen niet te verkiezen. Het algemeen bestuur besluit, n.a.v. de ingediende, zienswijzen de conceptbegroting 2026 als volgt aan te passen: - geen prijscompensatie toe te passen op de werkbudgetten voor de programma’s sociaal, fysiek en economie; Dit levert een besparing op van € 43.800. - de post tussentijdse bijsturing te schrappen. Dit levert een besparing op van € 50.000 - neerwaartse afronding specifieke budgetten binnen bedrijfsvoering voor totaal € 5.000 Deze drie aanpassingen leiden tezamen ten opzichte van de conceptbegroting tot een verlaging van de gemeentelijke bijdrage per inwoner van € 0,20. Dit leidt tot een gelijkblijvende bijdrage per inwoner ten opzichte van de begroting 2025. De bijdragen van Alphen-Chaam en Baarle-Nassau blijven € 2,26; die van de overige gemeenten blijft €4,68. Heusden - in te stemmen met de conceptbegroting Regio Hart van Brabant 2026 met inachtneming van de volgende financiële maatregelen: - voor te stellen om de post ‘tussentijdse bijsturing’ (ad. 50.000,=) uit de begroting te schrappen en -
dat na 2026, wordt uitgegaan van een gelijkblijvende inwonerbijdrage‚ zonder indexatie, voor zowel Regio Hart van Brabant als Midpoint Brabant;
Het algemeen bestuur neemt het voorstel tot het schrappen van de post tussentijdse bijsturing over. Dit levert een besparing van € 50.000,- op.
Het algemeen bestuur stelt vast dat deze zienswijze betrekking heeft op de begroting 2027 en bij de voorbereiding daarvan zal worden betrokken. Hierbij merkt het algemeen bestuur wel op dat het in zijn geheel niet-indexeren voor loon- en prijscompensatie de facto een generieke bezuiniging betekent die doorwerkt in inhoudelijke keuzes.
Hilvarenbeek 1. Gezien de bezuinigingsopgave die voor gemeenten voorligt de komende jaren (…)
pagina 3 van 11
a. Gemeente Hilvarenbeek roept op de manier van indexering aan te sluiten op de compensatie daarvoor vanuit het rijk naar de individuele gemeenten (zie brief aandacht voor indexatie 13 maart 2025*); * Hilvarenbeek heeft op 17 maart 2025 een brief van 13 maart 2025 aan de directeur van RHvB gezonden waarbij aandacht wordt gevraagd voor het ravijnjaar en daarbij de vraag: - de manier van indexering aan te sluiten op de compensatie daarvoor vanuit het rijk naar de individuele gemeenten; - te sturen op een verhoging van de gemeentelijke bijdrage met maximaal de inflatiecorrectie. Verder doen wij u de volgende suggestie: Agendeer voor DB/AB/Deelnemers de methodiek voor de wijze indexering van de deelnemersbijdrage door gewijzigde omstandigheden (denk aan ‘ravijnjaar’ en andere wijze van compensatie door het rijk). - Breng in beeld wat de huidige methodiek is en waar deze op gebaseerd is; - Breng in beeld wanneer en waarom voor die betreffende methodiek is gekozen; - Leg alternatieven aan de deelnemers voor om te komen tot een gewijzigde systematiek die aansluit op de compensatie die gemeenten ontvangen voor loon- en prijsontwikkelingen; - Geef daarvan de voordelen, nadelen en consequenties per alternatief aan b. Gemeente Hilvarenbeek geeft in overweging de geplande indexatie niet door te voeren maar te bezuinigen binnen inhoudelijke (werk-) budgetten.
a. Ten aanzien van de wijze van indexering van de begroting van RHvB en daarmee de gemeentelijke bijdrage per inwoner, merkt het AB op dat de huidige indexeringssystematiek in 2023 in de Financiële Verordening 2023 van RHvB is vastgelegd, op basis van afstemming met de GGD, de Veiligheidsregio, de Regio WestBrabant en de Omgevingsdienst. In deze afstemming baseerden wij ons op de vigerende compensatiesystematiek vanuit de Rijksoverheid. De indexeringssystematiek uit de verordening is vervolgens op de conceptbegroting 2026, zoals die aan gemeenten is toegestuurd, toegepast. T.a.v. de wijze van indexeren neemt het algemeen bestuur kennis van het voorstel tot wijziging in de loon- en prijsindexering. Het algemeen bestuur constateert dat het Rijk vanaf 2026 een wijziging van de loon- en prijsindexering voorstaat en dat haar doorwerking kan hebben naar afspraken met verbonden partijen. Het algemeen bestuur gaat graag met de deelnemende gemeenten hierover in gesprek op het moment dat het Rijk haar normeringssystematiek t.b.v. loon- en prijscompensatie bekend heeft gemaakt.
b. Het algemeen bestuur is zich bewust van de financiële uitdagingen van de deelnemende gemeenten. Het niet indexeren van de looncomponenten zou leiden tot een generieke bezuiniging op de begroting omdat wettelijke en contractuele verplichtingen moeten worden nagekomen. Het financiële effect van het niet indexeren van de looncomponent is dermate groot dat dit niet opgevangen kan worden binnen de werkbudgetten. Daarbij leidt het schrappen van activiteiten binnen de domeinen bovendien niet per definitie tot verlaging van de werkzaamheden bij het Regiobureau, waar de grootste looncomponent aanwezig is. Afstemming en coördinatie zullen immers moeten blijven plaatsvinden.
pagina 4 van 11
Binnen het programma bedrijfsvoering zijn noodzakelijke en contractuele verplichtingen vervat (o.a. huisvesting, ict), waarop niet indexeren voor prijscompensatie zou leiden tot een generieke bezuiniging. Het is niet mogelijk zo’n generieke bezuiniging door te voeren zonder scherpe keuzes te maken in te realiseren ambities. Het algemeen bestuur heeft bij de behandeling van de ontwerpbegroting op 12 maart jl. uitgesproken een dergelijke generieke bezuiniging zonder inhoudelijke richtlijnen niet te verkiezen. Het algemeen bestuur besluit, n.a.v. de ingediende, zienswijzen de conceptbegroting 2026 als volgt aan te passen: - geen prijscompensatie toe te passen op de werkbudgetten voor de programma’s sociaal, fysiek en economie; Dit levert een besparing op van € 43.800. - de post tussentijdse bijsturing te schrappen. Dit levert een besparing op van € 50.000 - neerwaartse afronding specifieke budgetten binnen bedrijfsvoering voor totaal € 5.000 Deze drie aanpassingen leiden tezamen ten opzichte van de conceptbegroting tot een verlaging van de gemeentelijke bijdrage per inwoner van € 0,20. Dit leidt tot een gelijkblijvende bijdrage per inwoner ten opzichte van de begroting 2025. De bijdragen van Alphen-Chaam en Baarle-Nassau blijven € 2,26; die van de overige gemeenten blijft €4,68. c.
Gemeente Hilvarenbeek geeft aan buiten de begroting om geen extra financiële middelen beschikbaar te kunnen stellen.
c. Het algemeen bestuur zal deze notie meegeven aan de portefeuillehoudersoverleggen ten behoeve van sturing op de realisatie binnen de beschikbare middelen in de begroting 2026 en wijst er daarbij op dat de – eerder ingestelde en nu te schrappen – post tussentijdse bijsturing niet meer beschikbaar zal zijn om eventuele tussentijdse verzoeken tot aanvullende financiële bijdragen op te vangen.
Loon op Zand De gemeenteraad van de gemeente Loon op Zand heeft kennisgenomen van de conceptbegroting 2026 Regio Hart van Brabant en Midpoint. De gemeentelijke begroting staat vanaf het jaar 2026 vanwege o.a. de lagere bijdrage vanuit het gemeentefonds
Het algemeen bestuur is zich bewust van de financiële uitdagingen van de deelnemende gemeenten.
pagina 5 van 11
onder druk. Vanuit solidariteit vragen wij onze gemeenschappelijke regelingen dan ook ertoe bij te dragen om de gemeentelijke begroting sluitend te houden. Daarvoor vragen wij u om de loon- en prijsindexaties voor 2026 geheel op te vangen binnen uw eigen begroting.
Het niet indexeren van de looncomponenten zou leiden tot een generieke bezuiniging op de begroting omdat wettelijke en contractuele verplichtingen moeten worden nagekomen. Het financiële effect van het niet indexeren van de looncomponent is dermate groot dat dit niet opgevangen kan worden binnen de werkbudgetten. Daarbij leidt het schrappen van activiteiten binnen de domeinen bovendien niet per definitie tot verlaging van de werkzaamheden bij het Regiobureau, waar de grootste looncomponent aanwezig is. Afstemming en coördinatie zullen immers moeten blijven plaatsvinden. Binnen het programma bedrijfsvoering zijn noodzakelijke en contractuele verplichtingen vervat (o.a. huisvesting, ict), waarop niet indexeren voor prijscompensatie zou leiden tot een generieke bezuiniging. Het is niet mogelijk zo’n generieke bezuiniging door te voeren zonder scherpe keuzes te maken in te realiseren ambities. Het algemeen bestuur heeft bij de behandeling van de ontwerpbegroting op 12 maart jl. uitgesproken een dergelijke generieke bezuiniging zonder inhoudelijke richtlijnen niet te verkiezen. Het algemeen bestuur besluit, n.a.v. de ingediende, zienswijzen de conceptbegroting 2026 als volgt aan te passen: - geen prijscompensatie toe te passen op de werkbudgetten voor de programma’s sociaal, fysiek en economie; Dit levert een besparing op van € 43.800.
- de post tussentijdse bijsturing te schrappen. Dit levert een besparing op van € 50.000 - neerwaartse afronding specifieke budgetten binnen bedrijfsvoering voor totaal € 5.000 Deze drie aanpassingen leiden tezamen ten opzichte van de conceptbegroting tot een verlaging van de gemeentelijke bijdrage per inwoner van € 0,20. Dit leidt tot een gelijkblijvende bijdrage per inwoner ten opzichte van de begroting 2025. De bijdragen van Alphen-Chaam en Baarle-Nassau blijven € 2,26; die van de overige gemeenten blijft €4,68.
pagina 6 van 11
Oisterwijk Het is positief dat, behalve toegepaste indexatie, geen verhoging van de inwonersbijdrage plaatsvindt. We blijven het gezien de financiële situatie van de gemeente Oisterwijk belangrijk vinden dat er buiten de begroting om geen aanvullende financiële middelen worden gevraagd. Tilburg 1. met betrekking tot de conceptbegroting Regio Hart van Brabant 2026 de volgende zienswijze in te dienen en het bestuur te verzoeken hiermee rekening te houden: Wij constateren een discrepantie tussen de nieuwe brede normeringssystematiek ten behoeve van loon- en prijsindexering die het Rijk vanaf 2026 invoert en de wijze van indexeren die wij op dit moment breed in onze gemeentelijke begroting hanteren en die daarmee ook is doorgevoerd in onze afspraken met verbonden partijen. Hierdoor gaat een gat ontstaan tussen de middelen die wij van het Rijk ontvangen en de middelen die wij volgens de huidige wijze van indexeren zouden moeten opnemen in onze begroting. Dit is een gat in het nadeel van de gemeente. Hoe wij hiermee omgaan, is een onderwerp van gesprek dat nog gevoerd zal worden in ons proces bij het opstellen van de gemeentelijke perspectiefnota en begroting. Wat de uitkomst van dit gesprek zal zijn en of, en welke gevolgen dit voor u heeft, kunnen wij op dit moment nog niet zeggen.
Wij willen echter met u delen dat dit in de toekomst kan leiden tot wijzigingen in onze afspraken met verbonden partijen. In het geval van Hart van Brabant is het nog niet duidelijk of een eventuele wijziging van de afspraken betrekking heeft op uw gehele begroting. De commissie Van Ark bepleit namelijk, in haar advies ‘Groeipijn’, een specifieke normeringssystematiek ten behoeve van indexering voor de jeugdzorg. Wanneer het kabinet het advies van Van Ark overneemt, dan zijn aangepaste afspraken naar aanleiding van de nieuwe brede normeringssystematiek enkel van invloed op uw begroting exclusief jeugdzorg. Waalwijk 1. Niet indexeren werkbudgetten Vanwege de grote financiële opgave waar alle gemeenten voor staan, roepen we het bestuur op om de werkbudgetten in de regiobegroting niet te indexeren. Dit gaat niet om
Het algemeen bestuur zal deze notie meegeven aan de portefeuillehoudersoverleggen ter behoeve van sturing op de realisatie binnen de beschikbare middelen in de begroting 2026 en wijst er daarbij op dat de – eerder ingestelde en nu te schrappen – post tussentijdse bijsturing niet meer beschikbaar zal zijn om eventuele tussentijdse verzoeken tot aanvullende financiële bijdragen op te vangen.
1. Het algemeen bestuur neemt kennis van de constatering van Tilburg dat een wijziging in de loon- en prijsindexering door het Rijk vanaf 2026 haar doorwerking kan hebben naar afspraken met verbonden partijen. Het algemeen bestuur zal dit onderwerp bespreken op het moment dat het Rijk haar normeringssystematiek t.b.v. loon- en prijscompensatie bekend heeft gemaakt.
1.
Het algemeen bestuur is zich bewust van de financiële uitdagingen van de deelnemende gemeenten. Het niet indexeren van de looncomponenten zou leiden tot een generieke bezuiniging op de begroting omdat wettelijke en contractuele verplichtingen moeten worden pagina 7 van 11
een groot bedrag, maar is wel een belangrijk signaal naar de gemeenten. We hebben er begrip voor dat de indexatie op de looncomponenten en jeugdhulp gehandhaafd blijft.
nagekomen. Het financiële effect van het niet indexeren van de looncomponent is dermate groot dat dit niet opgevangen kan worden binnen de werkbudgetten. Daarbij leidt het schrappen van activiteiten binnen de domeinen bovendien niet per definitie tot verlaging van de werkzaamheden bij het Regiobureau, waar de grootste looncomponent aanwezig is. Afstemming en coördinatie zullen immers moeten blijven plaatsvinden. Binnen het programma bedrijfsvoering zijn noodzakelijke en contractuele verplichtingen vervat (o.a. huisvesting, ict), waarop niet indexeren voor prijscompensatie zou leiden tot een generieke bezuiniging. Het is niet mogelijk zo’n generieke bezuiniging door te voeren zonder scherpe keuzes te maken in te realiseren ambities. Het algemeen bestuur heeft bij de behandeling van de ontwerpbegroting op 12 maart jl. uitgesproken een dergelijke generieke bezuiniging zonder inhoudelijke richtlijnen niet te verkiezen. Het algemeen bestuur besluit, n.a.v. de ingediende, zienswijzen de conceptbegroting 2026 als volgt aan te passen: - geen prijscompensatie toe te passen op de werkbudgetten voor de programma’s sociaal, fysiek en economie; Dit levert een besparing op van € 43.800. - de post tussentijdse bijsturing te schrappen.
Dit levert een besparing op van € 50.000 - neerwaartse afronding specifieke budgetten binnen bedrijfsvoering voor totaal € 5.000 Deze drie aanpassingen leiden tezamen ten opzichte van de conceptbegroting tot een verlaging van de gemeentelijke bijdrage per inwoner van € 0,20. Dit leidt tot een gelijkblijvende bijdrage per inwoner ten opzichte van de begroting 2025. De bijdragen van Alphen-Chaam en Baarle-Nassau blijven € 2,26; die van de overige gemeenten blijft €4,68.
2. Voorstel tot wijziging begrotingssystematiek zorgbudgetten jeugd (Segment 4)
2.
De deelbegroting Jeugd wordt ca. 2 jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar opgesteld. De conceptbegroting voor het boekjaar 2026 is dus eind 2024 opgesteld.
pagina 8 van 11
Samenvatting De transformatie binnen de jeugdhulp vraagt om een andere wijze van begroten en financieren. Door het budget voor Segment 4 geleidelijk af te bouwen en vrijgekomen middelen te herinvesteren in preventieve en collectieve voorzieningen, kan de beweging naar normalisering en zelfredzaamheid daadwerkelijk worden gerealiseerd. Dit draagt niet alleen bij aan een effectiever en efficiënter jeugdstelsel, maar voorkomt ook dat de financiële druk zich blijft verplaatsen binnen de jeugdzorgketen. Met de door ons voorgestelde wijziging maken we dus financiële ruimte voor de benodigde transformatie. Achtergrond Met de aanstaande wijzigingen vanuit de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en het Integraal Zorgakkoord (IZA), worden gemeenten gevraagd zich voor te bereiden op een fundamentele transformatie in de organisatie en financiering van jeugdhulp. Een belangrijk aspect hiervan betreft de begroting van jeugdbudgetten, in het bijzonder de middelen binnen Segment 4. Dit segment omvat hulpverlening die momenteel grotendeels met een indicatie wordt verstrekt, maar waar in de toekomst een verschuiving plaatsvindt naar vroegtijdige ondersteuning zonder indicatie, georganiseerd door Sterke Lokale Teams. Regionaal is inmiddels een opdracht verstrekt aan een bureau (Key Groep) om samen te komen tot een regionale visie op de Sterke Lokale Teams.
Huidige werkwijze De begroting voor jeugdhulp wordt momenteel voor een periode van twee jaar vooruit vastgelegd. Dit heeft als voordeel dat er financiële zekerheid is voor zorgaanbieders en gemeenten, maar het belemmert tevens de noodzakelijke transformatie in het jeugddomein. Concreet betekent dit: . Gemeenten kunnen pas na afloop van een begrotingsjaar financiële voordelen realiseren als gevolg van een lagere inzet op Segment 4. . Zorgaanbieders in Segment 4 blijven financieel gebonden aan het bestaande systeem, terwijl zij eveneens onderdeel moeten zijn van de transformatie.
De conceptbegroting komt tot stand op basis van de, op dat moment best mogelijke, inschatting van de ontwikkeling van de jeugdhulpkosten. De (landelijke) ontwikkelingen vragen inhoudelijk en financieel veel van gemeenten, met name de ontwikkeling van de Sterke Lokale Teams. Tegelijkertijd constateren wij dat het tempo van de realisatie van de Stevige Lokale Team (SLT’s) per gemeente in onze regio verschilt, waardoor extra inkoop van jeugdhulp alsnog nodig kan zijn. Deze verschillen maken het onmogelijk de begroting Regio Hart van Brabant hierop aan te passen. Het algemeen bestuur roept alle gemeenten op om lokaal voortvarend en daadkrachtig te werken aan de vorming en implementatie van een Stevig Lokaal Team. Daarmee ontstaat voor iedere gemeente de gewenste financiële sturing op haar jeugdhulpkosten. Het staat de deelnemende gemeenten echter vrij om in de lokale begroting ambitieuzer zijn dan de regionale begroting. Dit kan op basis van eigen inzichten, ambities en ontwikkelingen. Wél vraagt de GR Hart van Brabant voorschotten op basis van het vastgestelde aandeel per gemeente in de deelbegroting Jeugd. Bovendien worden gemeenten driemaal per jaar geïnformeerd over de financiële stand van zaken middels de regionale prognose.
Op het moment dat de uitkomsten van de prognose inzicht geven in de noodzaak voor financiële neerwaartse (of opwaartse) bijstelling noopt dit gemeenten tijdens het boekjaar lokaal keuzes te maken over de inzet van middelen en dat te verwerken in de lokale P&C-cyclus. Het transformatieteam sociaal domein stuurt op een aanpak voor de Stevige Lokale Teams, die gericht is op het doen van de juiste dingen – effectief, efficiënt en zonder onnodige uitbreiding van extra werkzaamheden.
pagina 9 van 11
. .
De budgettaire rigiditeit belemmert de verschuiving van zorg naar lichtere, normaliserende ondersteuning binnen sterke lokale teams. Het vasthouden aan meerjarige budgetten binnen Segment 4 houdt de status quo in stand, terwijl het afschalen van hoogspecialistische zorg (Segment 1) juist leidt tot een toenemende vraag naar ambulante jeugdhulp binnen Segment 4. Dit leidt tot oplopende budgetten in de hoogspecialistische zorg.
Voorstel wijziging begrotingssystematiek Om gemeenten de noodzakelijke flexibiliteit te bieden bij de implementatie van de hervormingsagenda en het realiseren van de transformatiedoelstellingen, stellen wij voor om de begroting vanaf 2026 en verder structureel aan te passen. Dit houdt in: . Geleidelijke afname van het budget voor Segment 4, waardoor middelen worden vrijgespeeld voor de versterking van lokale teams en collectieve voorzieningen. . Flexibilisering van middelen, zodat gemeenten beter kunnen sturen op preventie en vroegtijdige ondersteuning zonder indicatie. . Duidelijke afspraken met zorgaanbieders, zodat zij actief worden meegenomen in de transformatie en niet langer afhankelijk zijn van indicatiegebonden financiering in Segment 4. . Strategische inzet van besparingen uit Segment 4, om zowel de opbouw van sterke lokale teams te ondersteunen als om een duurzame budgettaire verschuiving te realiseren naar normalisering en zelfredzaamheid binnen de jeugdhulp. We realiseren ons dat het tempo van de ontwikkeling van de Sterke Lokale Teams per gemeente verschilt, maar dit hoeft geen reden te zijn om de gewenste ontwikkeling in het meerjarig perspectief niet op te nemen. Het kan juist een stimulans zijn om die verschuiving te faciliteren.
Daarom stellen we tot slot voor om de afname van het budget voor Segment 4 te laten beginnen op het niveau dat regionaal geaccepteerd kan worden om dit vervolgens in stappen te verhogen. 3. Financiering van het transformatieteam Onze gemeente steunt de vorming van het transformatieteam voor het sociaal domein. Wel hebben we twee aandachtspunten:
3. Op 12 maart 2025 hebben het algemeen bestuur en het poho sociaal ingestemd met de gevraagde bijdragen aan de kosten transformatiesturing en deze in de begroting van RHvB op te nemen maar niet in de gemeentelijke bijdrage per inwoner. Verder is
pagina 10 van 11
. We realiseren ons dat de transformatieopgave omvangrijk en complex is, maar een tijdelijk team inrichten voor vier jaar is een erg lange periode. We hechten daarom aan een gedegen evaluatie na twee jaar. Daaruit moet blijken waar we staan met de transformatie, wat er nog nodig is en hoe we dit met elkaar willen organiseren. We vinden het ook wenselijk om bestuurlijk en ambtelijk middels een regelmatige voortgangsrapportage op de hoogte te worden gehouden van de voortgang van de transformatiedoelen. Indien uit de evaluatie blijkt dat structurele financiering nodig is, zijn wij van mening dat deze middelen moeten worden verwerkt in de inwonersbijdrage.
afgesproken halverwege de volgende bestuursperiode op basis van een evaluatie te besluiten of deze middelen al dan niet structureel moeten worden ingezet.
4. Nieuwe kernagenda van 2026 - Volgend jaar stellen we gezamenlijk een nieuwe kernagenda op. Vanuit Waalwijk geven we alvast twee aandachtspunten mee: Hoewel wij het belang van regionale samenwerking onderschrijven en samenwerking volgt uit gemeenschappelijke opgaven en belangen, is de realiteit ook dat de financiële situatie van gemeenten meerjarig nijpend is. Ook de ambtelijke capaciteit staat onder druk. Daarom pleiten wij ervoor om bij het opstellen van de nieuwe kernagenda met elkaar nog scherper te zijn op het maken van keuzes.
4. Nieuwe kernagenda van 2026 Het algemeen bestuur is zich bewust van de opgaven en context waarbinnen in de nieuwe bestuursperiode een nieuwe kernagenda wordt opgesteld. Het algemeen bestuur heeft er vertrouwen in dat de werkwijze met een kernagenda, waarmee in deze bestuursperiode ervaring is opgedaan, het instrument biedt om scherpe keuzes te maken. Daarbij merkt het algemeen bestuur ook op dat er, ook door andere partijen zoals Rijk en provincie, nog altijd veel van ‘de regio’ wordt gevraagd in de opgaven van deze tijd (bijvoorbeeld energietransitie, jeugdhulp, wonen). In dat licht herhaalt het algemeen bestuur dat we regionaal samenwerken om lokale ambities te realiseren.
- In het verlengde daarvan constateren wij dat de strategische samenwerking met elkaar en met de provincie rondom grote ruimtelijke opgaven in toenemende plaatsvindt op de schaal van de SRBT. Het is goed dat er de komende tijd stappen gezet worden door het POHO Fysiek om kritisch en constructief te kijken naar de rol en agenda van het POHO in relatie tot de ambities en agenda van de SRBT. We kunnen ons voorstellen dat het Algemeen Bestuur het POHO Fysiek verzoekt om hierbij ook de inzet van capaciteit en middelen te betrekken met als doel om de komende jaren de schaarse middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten.
Het algemeen bestuur (h)erkent dat bepaalde ruimtelijk-economische opgaven het beste besproken kunnen worden op het schaalniveau van SRBT. Via het poho Fysiek wordt zoveel als mogelijk (financieel) bijgedragen aan de ontwikkelingen op het schaalniveau van SRBT. Het poho Fysiek onderzoekt welke doorwerking deze ontwikkeling heeft op de rol en agenda van het poho Fysiek.
pagina 11 van 11