CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

1.16 - Commissie voor de milieueffectrapportage - Voorlopig toetsingsadvies MER Varkenshouderij Hoogeind

Gemeenteraad (openbaar) 20 december 2023, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Categorie 1 'Voor kennisgeving aannemen’'3.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Varkenshouderij Hoogeind 1-4-6 te Baarle-Nassau

Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport 12 december 2023 / projectnummer: 3773

Advies over het MER in het kort Bervoets BV heeft in het buitengebied van Baarle-Nassau een fokzeugenbedrijf. Het bedrijf biedt plaats aan 25.384 varkens1. Bervoets wil haar bedrijf wijzigen, onder andere door het plaatsen van luchtwassers, en door een nieuwe stal te bouwen. Met de toevoeging van de nieuwe stal biedt het bedrijf plaats aan 30.952 varkens. Voor de bedrijfsverandering en uitbreiding zijn meerdere vergunningen nodig. Voor de besluiten over de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De gemeente Baarle-Nassau heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ’de Commissie’) gevraagd te adviseren over het MER2. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.

Wat staat er in het MER? In het MER zijn de milieueffecten van de voorgenomen activiteit en één alternatief onderzocht. Deze zijn vergeleken met de bestaande situatie en autonome ontwikkeling daarvan. Volgens het MER wil het bedrijf de activiteiten op de huidige locatie voortzetten om financiële redenen. Door de uitbreiding en verandering ontstaat “geen bezwaarlijke toename van emissies” voor de milieuaspecten ‘geur’, ‘ammoniak’, ‘fijnstof’ en ‘geluid’, aldus het MER. Onder meer door de stallen te voorzien van gecombineerde luchtwassers3 is er geen sprake van significante effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Ook in de aanlegfase is er geen sprake van een toename van de stikstofdepositie. Dit geldt ook voor de Belgische Natura 2000-gebieden. Voor woningen in de omgeving daalt de geurbelasting enigszins, maar blijft erg hoog. De bijdrage aan de fijnstofconcentratie bij omwonenden is zeer beperkt. De geluidsemissie neemt toe, maar in de reguliere bedrijfssituatie wordt de wettelijke geluidsnorm niet overschreden. Incidenteel gebeurt dit wel.

Wat is het advies van de Commissie? Het MER is uitgebreid en gaat in op alle relevante milieuthema’s. De aanvullende informatie is opgenomen in bijlagen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de onderzoeken naar fijnstof, geur, stikstof en soortbescherming. De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER dat belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de uitbreiding van de varkenshouderij. Het gaat om de volgend punten: 

Samenvatting niet volledig: de samenvatting biedt geen helder overzicht van de referentiesituatie en de milieueffecten.

1

Het bedrijf biedt plaats aan 4.888 fokzeugen (1.452 kraamzeugen en 3.436 guste en dragende zeugen), 40 dekberen, 100

2

Milieueffectrapport. Hoogeind 1,4-6 Baarle-Nassau. Juli 2023. Agrifirm.

opfokzeugen, 16.634 gespeende biggen en 3.722 vleesvarkens.

3

Gecombineerd luchtwassersysteem BWL2007.02. https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/emissiearmestalsystemen/stalbeschrijvingen/.

-1-

Vergelijking met feitelijke situatie: de feitelijke bestaande en planologisch legale situatie is niet in beeld gebracht. Daarmee is het niet mogelijk om een vergelijking te maken voor het bestemmingsplan (of omgevingsplan).

Inzicht in de gevolgen voor Natura 2000-gebieden (in een Passende beoordeling) ontbreekt: de stikstofemissie is berekend, maar een Passende beoordeling ontbreekt. Daardoor is niet aangegeven of de bedrijfsverandering en -uitbreiding leidt tot een aantasting van de beschermde natuur. Het emissiearme stalsysteem dient als mitigerende maatregel te worden meegenomen. Omdat dit niet gebeurd is, is niet aangetoond dat het project uitvoerbaar is binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. Ook voor de bestemmingsplanwijziging is het noodzakelijk om een Passende beoordeling op te stellen (waarbij de feitelijke situatie als referentie gehanteerd wordt).

Consequenties overschrijding geurnorm: De nabijgelegen woning voldoet ondanks de te treffen maatregelen niet aan de geurnorm. In het MER ontbreekt een uitleg welke extra aanpassingen er nodig zijn op de voorgenomen wijziging, zodat een omgevingsvergunning verleend kan worden.

De Commissie adviseert deze informatie eerst aan te vullen in het MER. Neem pas daarna een besluit over de uitbreiding van de varkenshouderij. Op het moment van deze toetsing was er nog geen ontwerpbestemmingsplan beschikbaar. Daarom heeft de Commissie niet kunnen beoordelen of het MER past bij de bestemmingsplanwijziging. Voordat wordt besloten over het bestemmingsplan moet de gemeente Baarle-Nassau vaststellen of het MER ten grondslag kan liggen aan dit besluit, of dat hiervoor aanvullende informatie nodig is. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.

Figuur 1: Huidige situatie fokzeugenbedrijf Bervoets in Baarle-Nassau, op de mestbassinlocatie is de nieuw te bouwen stal voorzien (ligging mestbassin toegevoegd aan het figuur uit het MER en aangegeven met rode lijn). (Bron MER bladzijde 3-1).

-2-

Aanleiding MER Fokzeugenbedrijf Bervoets BV wil haar varkenshouderij wijzigen (onder andere door luchtwassers te plaatsen) en uitbreiden. De varkenshouderij telt nu 25.384 varkens, met de uitbreiding telt het bedrijf 30.952 varkens. Het bedrijf vraagt bij de gemeente Baarle-Nassau een omgevingsvergunning aan. Daarnaast is een verzoek tot een bestemmingsplanwijziging ingediend. Er moet een MER worden opgesteld omdat dit verplicht is bij het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een installatie voor het fokken, mesten of houden van meer dan 900 zeugen (categorie C14 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage). Omdat er sprake is van een omgevingsvergunningaanvraag en een bestemmingsplanwijziging dient er een gecombineerde plan- m.e.r. en project-m.e.r.-procedure te worden doorlopen. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau - besluit over de omgevingsvergunning voor de varkenshouderij. De gemeenteraad is bevoegd gezag voor de vaststelling van een bestemmingsplan of omgevingsplan.

De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3773 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeente Baarle-Nassau. In de tekst wordt ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.

Samenvatting De samenvatting is een belangrijk onderdeel van het MER. Besluitvormers en insprekers lezen namelijk vooral dit onderdeel. De samenvatting moet zelfstandig leesbaar en helder zijn, en een goede afspiegeling van het MER vormen. De Commissie vindt dat de samenvatting niet volledig aan deze voorwaarden voldoet. De samenvatting is zeer kort. Er wordt alleen gesteld dat bij de uitvoering van de voorgenomen activiteit geen bezwaarlijke toename van emissies ontstaat voor de milieuaspecten ‘geur’, ‘ammoniak’, ‘fijnstof’ en ‘geluid’. De milieueffecten van de bestaande situatie, en de mate van toename van emissies wordt niet toegelicht. Er wordt ook gesteld dat er geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden verwacht. Voor het onderzochte alternatief wordt alleen ingegaan op de effecten voor ‘geur’. Daarmee geeft de samenvatting geen volledig beeld, is niet zelfstandig leesbaar en geen goede afspiegeling van het MER.

-3-

De Commissie adviseert om het MER aan te vullen met een heldere samenvatting. Geef daarin in ieder geval een overzicht van alle milieueffecten in de bestaande situatie, de referentiesituatie, het voornemen en het alternatief. Gebruik daarbij bij voorkeur één tabel. Maak duidelijk wat de betekenis is van de gehanteerde scores in deze tabel.

Referentiesituatie en alternatieven Vergelijking met feitelijk bestaande situatie ontbreekt Volgens het MER is de referentiesituatie de nu geldende omgevingsvergunning met als autonome ontwikkeling dat alle stallen worden aangesloten op een combi-luchtwasser BWL 2007.02 4. De referentiesituatie komt daarmee overeen met de afspraken die daarover zijn vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant (hierna IOV)5. De IOV gaat er namelijk vanuit dat stallen op korte termijn emissiearm moeten zijn. In het MER ontbreekt echter een overzicht van de bestaande situatie overeenkomstig de geldende omgevingsvergunning. Daarmee is de referentiesituatie voor de Passende beoordeling bij het besluit over het bestemmings- of omgevingsplan niet in beeld gebracht. De Commissie adviseert om niet alleen de referentiesituatie volgens de IOV in beeld te brengen, maar in een aanvulling op het MER ook de feitelijke bestaande en planologisch legale situatie, op te nemen, zodat een vergelijking mogelijk is.

Uitvoerbaarheid alternatief beperken geurhinder niet uitgewerkt In hoofdstuk 7 beschrijft het MER mogelijke alternatieven. Er wordt één alternatief genoemd om geurhinder verder te beperken: een substantiële verhoging van de uittreedsnelheid6 bij alle luchtwassers7. Daarvoor zijn extra sterke ventilatoren nodig. Deze hebben grote nadelige gevolgen voor het energieverbruik en het geluidniveau. Ook past dit niveau van de uittreedsnelheid niet bij het type luchtwasser8. In het MER wordt dit alternatief slechts benoemd, maar de technische haalbaarheid en de handhaafbaarheid is niet uitgewerkt. Daardoor is nog onduidelijk of dit een uitvoerbaar alternatief is. Volgens de Commissie volgt uit het MER dat er geen realistische alternatieven zijn waarmee de geurbelasting substantieel kan worden verminderd. Dit geldt als in het voornemen wordt uitgegaan van de bestaande stallen en een nieuwe stal. Zoals hierna in hoofdstuk 2.4 wordt beschreven is het voornemen niet uitvoerbaar als de geurbelasting niet verder daalt.

4

Voor een beschrijving van de luchtwasser, zie: Gecombineerd luchtwassersysteem BWL2007.02.

5

Voor meer informatie over de IOV zie link. https://www.brabant.nl/onderwerpen/omgevingsbeleid/interim-

6

De uittreedsnelheid is de snelheid waarmee de ventilatielucht verticaal vanuit de stal naar buiten wordt verplaatst

7

Het alternatief dat in het MER wordt benoemd om geurhinder te beperken is door 1) de ventilatie van alle luchtwassers te

8

De doorvoersnelheid van stallucht door het filterpakket van de biowasser BWL 2007.02 mag maximaal 0,56 m/s zijn. Het

https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/emissiearme-stalsystemen/stalbeschrijvingen/.

omgevingsverordening. De IOV schrijft voor dat stallen op korte termijn emissiearm moeten zijn. (uitgedrukt in meter per seconde).

verhogen naar 7 meter/seconde, en 2) door alle emissiepunten te verhogen naar 7 meter boven maaiveld.

MER gaat ervan uit dat de luchtsnelheid door het filterpakket 1 m/s is. Een uittreedsnelheid van 7 m/s betekent dat de luchtsnelheid na de wasser met een factor 12,5 moet worden verhoogd.

-4-

Natuur Onvoldoende inzicht in de gevolgen voor Natura 2000-gebieden Het bedrijf wil de plaatsing van de nieuwe stal mogelijk maken door intern te salderen. Volgens het MER is de ammoniakemissie in de vergunde situatie 12.508,9 kg per jaar9. Door de plaatsing van luchtwassers op de bestaande stallen zou de ammoniakemissie naar 7.319 kg per jaar dalen, aldus het MER. De toevoeging van de nieuwe stal is in deze berekening meegenomen. De voorgenomen wijziging zou dan voor een aanzienlijke afname zorgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden 10 en gebieden die onderdeel zijn van Natuurnetwerk Brabant. Dit komt ook naar voren uit de AERIUS-berekeningen in het MER. De Commissie constateert dat de input voor deze berekeningen voor de meest relevante bronnen navolgbaar is. Tegelijkertijd constateert ze dat er op dit moment geen zekerheid is over de effectiviteit van emissiearme stalsystemen11 (en de toepasbaarheid van de emissiefactoren uit de Regeling ammoniak en veehouderij). Daarom kan niet zonder meer worden uitgegaan van die factoren om de gevolgen voor Natura 2000-gebieden te bepalen. De natuurtoets gaat wel zonder meer uit van deze factoren, en beschrijft niet de onzekerheid die daarmee samenhangt. Daardoor is aannemelijk dat de gevolgen voor Natura 2000gebieden in werkelijkheid minder positief zijn dan nu berekend.

Zodanig zelfs, dat de stikstofdepositie in werkelijkheid mogelijk zou kunnen toenemen ten opzichte van de vergunde situatie. Alleen een Voortoets is daardoor onvoldoende12. Het is noodzakelijk om ook een Passende beoordeling uit te voeren. Het emissiearme stalsysteem moet daarin als mitigerende maatregel worden meegenomen. Omdat dit niet gebeurd is, is niet aangetoond dat het project uitvoerbaar is binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. De Commissie wijst er verder op dat ook voor de bestemmingsplanprocedure een (eigen) Passende beoordeling nodig is, tenzij het project één-op-één wordt ingepast en een nieuwe Passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten zou opleveren. De Commissie adviseert om het MER aan te vullen met een Passende beoordeling. Geef daarbij aan onder welke voorwaarden de werking van de emissiearme stalsystemen en luchtwassers is geborgd. Toon daarmee aan dat geen aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden plaatsvindt.

9

Dit is de vergunde situatie volgens de Wet natuurbescherming die verleend is in 2015 (bladzijde 8-1 MER). Dit conflicteert overigens met de informatie die opgenomen is in de tabel op bladzijde 10-1 waar wordt uitgegaan van een emissie van 11.138 kg per jaar.

10

Voor Nederland gaat het bijvoorbeeld om Natura 2000-gebieden ’Regte Heide & Riels Laag’ en ‘Kempenland-West’. Voor

België gaat het bijvoorbeeld om Natura 2000-gebieden ’Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout’, ’Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop’, en ’Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout’. 11

https://www.wur.nl/nl/onderzoek-resultaten/onderzoeksinstituten/livestock-research/show-wlr/emissiearme-stallenwerken-niet-of-minder-goed-dan-verwacht.htm.

12

https://open.overheid.nl/documenten/13667e56-5a01-443a-b489-160f48a4a52c/file.

-5-

Kwaliteit leefomgeving en gezondheid De aanwezigheid van intensieve veehouderij kan negatieve effecten hebben op de leefomgevingskwaliteit en de gezondheid13. Vooral de emissie van fijnstof, geur en (mogelijk) vrijkomende endotoxinen14 dragen daar aan bij. Voor deze locatie geldt dat er vooral voor geur, en in mindere mate voor fijnstof, sprake is van een situatie met een matige tot slechte leefkwaliteit. Het MER laat zien dat de voorgenomen wijziging maar in beperkte mate bijdraagt aan een lokale verbetering van de situatie.

Geur boven de norm Het MER brengt in beeld dat momenteel bij één woning de voorgrondbelasting1516 meer dan 20 OU/m3 is, terwijl de toegestane voorgrondbelasting 10,0 OU/m3 is17. Bij deze woning is dan ook sprake van een overbelaste situatie. In de nieuwe situatie neemt de geurbelasting af vergeleken met de vergunde situatie. Voor tenminste één woning blijft de geurbelasting echter boven de norm. Daarmee blijft deze woning nog steeds (zwaar) overbelast. Dit is niet op te lossen door maatregelen te treffen die geurhinder beperken, zoals een hogere uittreedsnelheid (zie paragraaf 2.2 van dit advies). In het MER is getoetst aan de 50/50-regeling uit de Wet geurhinder en veehouderij. Echter, deze regeling mag volgens een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant niet meer worden toegepast. Als alternatief kan een afwijkende regeling uit het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (afgekort BuChw) worden toegepast. In dat geval moet de geurhinder substantieel worden verminderd. In het MER is niet aan de regeling uit het BuChw getoetst18 . De Commissie constateert dat het voornemen daarom op dit moment niet vergunbaar is. De Commissie adviseert om het MER aan te vullen met een overzicht van de aanpassingen die nodig zijn (binnen het kader van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet) om te voldoen aan de geurnorm. Toon daarmee aan dat de uitbreiding/wijziging vergunbaar is.

Fijnstofemissie niet gerelateerd aan gezondheidsadvieswaarde De fijnstofemissie wordt door de toepassing van gecombineerde luchtwassers verlaagd. In het MER staat dat de fijnstofuitstoot van het bedrijf niet significant bijdraagt aan de

13 14 15

https://www.rivm.nl/publicaties/ggd-richtlijn-medische-milieukunde-veehouderij-en-gezondheid. https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/stof/handreiking-fijn-1/sitemap/endotoxinen/.

De voorgrondbelasting is de geurbelasting veroorzaakt door de veehouderij die voor dat geurgevoelig object dominant is.

Dus de geurbelasting van die veehouderij die de meeste geur bij het geurgevoelige object veroorzaakt. Omdat het een grote veehouderij is of omdat veehouderij dichtbij het geurgevoelig object ligt. 16 17

https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/geur/handreiking-wgv/bijlagen/bepalen-hinder/. Voor geur toetst het MER aan de norm die de gemeente in haar geurverordening heeft opgenomen, namelijk 10 OU/m3 in

het buitengebied. 18

In voor geur overbelaste situaties geldt voor de uitbreiding van het aantal varkens de zogenaamde 50/50-regeling volgens

artikel 3 lid 4 van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Dit artikel maakt het mogelijk dat onder bepaalde voorwaarden het aantal dieren kan toenemen in een overbelaste geursituatie. De voorwaarde houdt in dat de toename van de

geurbelasting ten gevolge van de uitbreiding niet meer bedraagt dan de helft van de vermindering van de geurbelasting die het gevolg is van het toepassen van de geurbelastingreducerende maatregel bij het eerder vergunde veebestand. Volgens een recente uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant mag die regel niet meer worden toegepast omdat voor deze regel

geen strategische milieubeoordeling (plan-MER) is uitgevoerd. Er kan onder voorwaarden worden teruggevallen op artikel 7af, veertiende lid uit het Besluit uitvoering crisis- en herstelwet. Het MER maakt niet inzichtelijk of en hoe aan deze voorwaarden kan worden voldaan. De uitspraak van de rechtbank Oost Brabant is terug te vinden via ECLI:NL:RBOBR:2023:2931.

-6-

fijnstofconcentratie van de omgeving. Ook voldoet de luchtkwaliteit aan de wettelijke norm. De Commissie wijst erop dat (aanzienlijke) gezondheidsschade ook op kan treden onder de wettelijke norm. Het MER besteedt geen aandacht aan wat de totale concentratie fijnstof (PM10 en PM2.5) ter plaatse van de woningen betekent voor de gezondheid van de bewoners. De Commissie beveelt aan om voor omwonenden in beeld te brengen hoe de fijnstofconcentratie zich verhoudt tot de gezondheidsadvieswaarde19. De jaargemiddelde gezondheidsadvieswaarde20 voor fijnstof (PM10 en PM2,5) is een stuk lager (respectievelijk 15 en 5 µg/m3) dan de grenswaarde uit de Wet milieubeheer (respectievelijk 40 en 25 µg/m3).

Evaluatie en monitoring Vanwege de omvang van het varkensbedrijf (een IPPC-installatie) worden strenge eisen aan de emissies gesteld21. Bij vergunningverlening moet worden getoetst aan de BBTconclusies22. Monitoring van de emissies is een belangrijk onderdeel van de BBT-conclusies. Het MER gaat zeer kort in op het evalueren en monitoren van de emissie. De Commissie beveelt aan om in de voorschriften van de omgevingsvergunning een geurbeheersplan voor te schrijven en zonodig meetverplichtingen op te nemen om de emissies te kunnen controleren.

Brandveiligheid en calamiteiten Er zijn een groot aantal stallen op de bedrijfslocatie. In elke stal worden veel dieren gehouden. De (milieu)gevolgen bij een eventuele brand kunnen daarom groot zijn. Brandveiligheid verdient om deze reden veel aandacht. In het MER staat dat er een rapportage “beheersbaarheid bij brand” is opgesteld. Ook is er een rapport gelijkwaardigheid23 opgesteld waarmee volgens initiatiefnemer aan de eisen uit het Bouwbesluit kan worden voldaan. Deze rapporten ontbreken in het MER. De Commissie adviseert om de rapportages mee te nemen in het brandveiligheidsplan en hierover af te stemmen met de brandweer.

19

Waarden waarboven effecten op de gezondheid niet kunnen worden uitgesloten. Zie ook https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-

mmk-veehouderij/beoordeling-gezondheidsrisico-veehouderij-ggd/gezondheidskundige-advieswaarden. 20 21

https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/thema'/fijn-stof/normen-regels/.

Bedrijven met relevante omvangrijke emissies zijn een IPPC bedrijf en vallen onder de Europese Richtlijn industriële

emissies. Zie ook https://www.infomil.nl/onderwerpen/duurzaamheid-energie/ippc-installaties/. 22

Zie artikel 5.5, vierde lid onder a van het Besluit omgevingsrecht. BBT staat voor 'best beschikbare technieken'. BBT-

conclusies is een document met de conclusies over beste beschikbare technieken, vastgesteld door de Europese Commissie op grond van de Richtlijn industriële emissies (Rie). 23

De Commissie heeft het rapport Gelijkwaardigheid NEN 6060 op 28 november jl. toegestuurd gekregen. Helaas was het niet

meer mogelijk om dit rapport in het advies mee te nemen.

-7-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het

gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Annemie Burger (voorzitter) drs. Sjef Jansen drs. Leontine van der Meer (secretaris) drs. Rob van Woerden drs. Rik Zegers Besluit(en) waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld 

Omgevingsvergunning.

Bestemmingsplan of omgevingsplan.

Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. Onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet, de opvolger van onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, geeft aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit C14, “Het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een installatie voor het fokken, mesten of houden van meer dan 900 zeugen”. Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Er is een gecombineerd plan-/project-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit(en) Omgevingsvergunning: College van burgemeester en wethouders gemeente Baarle-Nassau. Bestemmingsplan/omgevingsplan: gemeenteraad gemeente Baarle-Nassau. Initiatiefnemer besluit(en) Fokzeugenbedrijf Bervoets B.V. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?

Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3773 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13610335/1