1.16 - Bijlage 5A - Geredigeerd
Tekst van het document
AANGETEKEND Aan: Gemeente Baarle-Nassau t.a.v. college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad Singel 1 Baarle-Nassau
Baarle-Nassau, 6 februari 2025
Betreft: bezwaar
Geacht college, Geachte raad,
Op 10 januari 2025 werden er twee brieven van de gemeentesecretaris afgegeven door de gemeente. In de brief met als onderwerp: "Reactie op uw brief d.d. 6 september 2023" geeft de gemeentesecretaris aan dat onze aanvraag van 6 september 2023 een verzoek aan de raad om herziening van het raadsbesluit d.d. 10 mei 2017 (besluit om ons verzoek om ons oorspronkelijke bouwplan in bestemmingsplan 2e correctieve herziening mogelijk te maken, af te wijzen, het besluit om een amendement toe te voegen aan de motie d.d. 24/2/2016 en een ruimtelijk kader bij ons perceel op te leggen) betreft. In de brief van 14 oktober 2024 is onze aanvraag van 6 september 2023 volgens de gemeentesecretaris echter een verzoek om herziening van het bestemmingsplan en wordt daarvoor maar liefst bijna 10.000,- euro aan leges in rekening gebracht, terwijl wij de leges voor het oorspronkelijke bouwplan eerder al hebben betaald en er eerder afspraken met de gemeente werden gemaakt dat de gemeente zou afzien van legesheffing en zou afzien van de kosten voor de bestemmingsplanwijziging indien ons oorspronkelijke bouwplan kansrijk zou zijn. De gemeentesecretaris verzoekt ons om binnen zes weken de gegevens aan te leveren om aan te tonen dat ons plan ruimtelijk aanvaardbaar is. Dat betekent dat wij wederom onnodig en onterecht op hoge kosten worden gejaagd. Daar zijn wij het niet mee eens.
De gegevens die nu moeten worden aangeleverd, behoren immers tot de kosten voor de bestemmingsplanwijziging. Die kosten zijn dus voor rekening van de gemeente. Dat de gemeente in 2019 eenzijdig heeft besloten om ons dossier te sluiten en zich niet aan de gemaakte afspraken te houden maakt dat niet anders. Er zijn ons in 2007 vrijstellingen en een reguliere bouwvergunning RB 2006-0133 verleend. Dat plan is dus concreet en tijdig ingediend. Wij voldoen aan de voorwaarden.
Op 15 oktober 2015 heeft de Rechtbank ons beroep gegrond verklaard. Naar aanleiding hiervan moest de avondlevering komen te vervallen. De aan ons verleende vrijstellingen en bouwvergunning waren toen echter al ingetrokken en alsnog geweigerd. In de context van die hele voorgeschiedenis heeft het college aan de raad voorgesteld om maximale medewerking te verlenen om te komen tot een succesvolle realisatie van ons bouwplan en af te zien van legesheffing en af te zien van de kosten voor de bestemmingsplanwijziging. Ons oorspronkelijke bouwplan werd tijdens de motie ten onrechte als niet kansrijk betiteld en ten onrechte niet mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. De gemeente heeft niet voor niets excuses gemaakt en de motie aangenomen. Bovendien heeft de Raad van State op 23 januari 2023 geoordeeld dat het vervallen van de avondlevering wel degelijk een nieuw feit en omstandigheid is. Tijdens de behandeling van het beroep bij de Raad van State betreffende handhaving (n.a.v. rapport Agel 2017) heeft de gemeente aangegeven dat zij normaal gesproken ingaan op een verzoek om mediation, maar in onze handhavingszaak niet. In oktober 2020 heeft de Raad van State ons als belanghebbende op de vergunningen van Albert Heijn aangemerkt. Na de uitspraak van de Raad van State van oktober 2020 (afwijzen
lavingsverzoek d.d. 9 maart 2017!) heeft het college op 5 november 2020 excuses aakt. Tijdens de behandeling van het beroep betreffende de afwijzing van het verzoek om / ziening van het besluit d.d. 20 februari 2013 (besluit om de verleende vrijstellingen en /rleende reguliere bouwvergunning RB 2006 - 0133 in te trekken en alsnog te weigeren) eeft de gemeente zelf mediation voorgesteld met als doel om te komen tot een succesvolle realisatie van ons bouwplan en schadevergoeding te betalen. Er was geen sprake van mediation. De fouten in het bestemmingsplan Dorpen werden niet hersteld. Bij de ruimtelijke ontwikkeling/bestemmingsplanwijziging van het perceel van de nieuwe supermarkt Albert Heijn werd in 2012 ten onrechte geen rekening gehouden met ons in 2007 reguliere bouwvergunning. Er had een ruimtelijk kader bij het perceel van Albert Heijn moeten worden opgelegd. De gemeente heeft dit echter niet gedaan, maar heeft de mediation zelf beëindigd. Het ruimtelijk kader d.d. 10 mei 2017 en het amendement zijn dus ten onrecht bij ons perceel opgelegd. Wij zijn het er niet mee eens dat wij nu, wederom, worden opgezadeld met alle kosten. Wij zijn de dupe van de fouten van de gemeente en de dupe van het feit dat de gemeente ons zo lang aan het lijntje houdt. Als de gemeente niet wil dat wij ons bouwplan realiseren, dan hadden ze eerlijk moeten zijn.
Ze hadden dat dan moeten zeggen en niet een motie aannemen en afspraken maken om mee te werken. Zelfs tijdens de mediation is de gemeente niet eerlijk geweest. De (plan)schade had moeten worden vergoed. Er is totaal geen sprake van mediation geweest.
De gemeentesecretaris gaat ook volledig voorbij aan het feit dat wij onze vrijstellingen en bouwvergunning op 14 april 2024 hebben teruggevorderd, dat wij de gemeente in gebreke hebben gesteld, dat wij ons verzoek om herziening van het besluit van 10 mei 2017 hebben herhaald, dat wij hebben verzocht om alle fouten te herstellen, dat er geen besluit volgde, dat wij vervolgens een aantal keren hebben verzocht om te reageren (dus een besluit te nemen), maar dat er geen besluit volgde. Pas op 16 oktober 2024 ontvingen wij de twee brieven d.d. 14 oktober 2024 van de gemeentesecretaris. Daar hebben wij bezwaar tegen aangetekend. In ons bezwaar van 22 november 2024 aan het college hebben wij het college erop gewezen dat de vrijstellingen en bouwvergunning op 14 april 2024 hebben teruggevorderd en hen verzocht om de vergunning die van rechtswege is gegeven binnen twee weken bekend te maken. Tot nu toe is dat nog niet gebeurd. Door het vervallen van de avondlevering is het rapport van Agel onjuist, voldeed de supermarkt aan het Activiteitenbesluit, was op dat moment de standaard isolatie voldoende, was onze ruimtelijke onderbouwing op dat moment goed en was ons oorspronkelijke bouwplan ruimtelijk aanvaardbaar. Het bouwplan werd ingediend bij de gemeente en de vrijstellingen en de reguliere bouwvergunning RB 2006-0133 werden in 2007 verleend.
Het bouwplan is concreet en had al bij de 1ste correctieve herziening meegenomen moeten worden. De Raad van State hanteert als vaste lijn immers dat de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening rekening dient te houden met een particulier initiatief, voor zover dat voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakten ten tijde van het bestemmingsplan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld. Met andere woorden het moet voor de gemeente voldoende duidelijk zijn dat er een initiatief is, de gemeente moet dit ook op tijd weten en het moet ook zodanig concreet zijn dat het beoordeeld kan worden. De bouwvergunning RB 2006-0133 was al verleend, dus het was duidelijk dat deze vergunde rechten meegenomen hadden moeten worden (en nu moeten worden) in de planvorming. In juridische zin was er immers sprake van een concreet plan. De gemeente heeft ons ten onrechte jarenlang aan het lijntje gehouden en structureel de termijnen overschreden. De planologische wijziging bij het perceel van de nieuwe supermarkt in 2012 is is ten koste gegaan van onze planologische rechten (2007).
Zij hebben bij de bestemmingsplanwijziging ten onrechte geen rekening gehouden met onze woningen van onze reguliere bouwvergunning RB 2006-0133, niet met de bestaande woningen in de omgeving en niet met onze huidige situatie (want wij behoren ook tot de omgeving!). Volgens de regels van het bestemmingsplan kan een bedrijf in beginsel niet uitbreiden, indien er woningen in de omgeving zijn. Er is hier sprake van een groot project dat veel impact op de omgeving heeft. Men moet dan aantonen (d.m.v. een ruimtelijke onderbouwing!) dat het plan inpasbaar is en maatregelen nemen, zodat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De omgeving (waar wij ook toe behoren!) moet actief worden betrokken. Dat is allemaal niet gebeurd. Normaal gesproken zou de initiatiefnemer (net zoals wij in het verleden!) een planschadeovereenkomst moeten tekenen en zou hij nu onze planschade moeten betalen. Maar ook de planschade werd afgewezen! Dit is
mgekeerde wereld. Er wordt structureel gemeten met twee maten. Er wordt nu, als gevolg ia de bestemmingsplanwijziging van het perceel van de supermarkt (2012) van ons verlangd
at wij, ondanks de gemaakte afspraken, kosten maken en maatregelen nemen voor de in ’ 2007 verleende bestemmingsplanwijziging. Er wordt van ons verlangd dat wij ons plan passend maken (en kosten maken), zodat de omgeving wordt uitgeschakeld doordat wij dan de dichtst bijzijnde gevel zijn. Dat is allemaal zéér ernstig. Daar kunnen wij, na alles wat ons 18 jaar lang is aangedaan, nu ook nog niet eens op afgerekend worden. Ook worden wij nu gedwongen om een planschadeovereenkomst te tekenen. Dat is volstrekt onacceptabel! Ook al zouden wij de gegevens (op onze kosten) wel moeten aanleveren, dan is de termijn van zes weken waarbinnen wij alle gegevens moeten aanleveren, niet haalbaar. Wij zijn het hier dan ook allemaal niet mee eens en tekenen daar bezwaar tegen aan. In de andere brief d.d. 10 januari 2025 met als onderwerp: "Reactie op uw zienswijze ontwerpbestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023" geeft de gemeentesecretaris aan dat wij op 4 januari 2024 zienswijze hebben ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023". De gemeentesecretaris vergeet echter dat wij op 18 december 2024 ook onze zienswijze tegen de Omgevingsvisie Baarle-Nassau hebben ingediend. Bij de bestemmingsplanwijziging/uitbreiding in april 2012 heeft de nieuwe supermarkt niet aan de regels van het bestemmingsplan voldaan.
In onze zienswijze tegen het ontwerp Paraplubestemmingsplan geven wij ook nog eens duidelijk aan dat wij ons oorspronkelijke bouwplan (dat bij u bekend is) willen realiseren. Uit een recente uitspraak van de Raad van State volgt dat de gemeente in dat geval niet zomaar aan die plannen voorbij kan gaan (uitspraak 201801850/2/R2). Er is, in de juridische zin, dus sprake van een concreet plan en de gemeente had en dient daar rekening mee te houden. Bovendien is er niet tijdig gereageerd, waardoor de vergunning van rechtswege is gegeven. De gemeentesecretaris is hier allemaal aan voorbij gegaan. Er werd toen ten onrechte geen rekening gehouden met de bestaande woningen in de omgeving en niet met de woningen van de in 2007 vergunde reguliere bouwvergunning RB 2006-0133. Wij werden ten onrechte uitgesloten en niet betrokken, terwijl wij belanghebbende zijn en op dat moment al vijfjaar lang vergunninghouder waren! De supermarkt voldoet o.a. niet aan de richtafstanden. Bij de planologische wijziging in 2012 hebben zij geen maatregelen genomen om het plan passend in de omgeving te maken, enz. De gemeentesecretaris is van mening dat wij binnen zes weken gegevens moeten aanleveren om aan te tonen dat ons plan ruimtelijk aanvaardbaar is. Daar zijn wij het niet mee eens.
Niet wij, maar de supermarkt dient alle benodigde gegevens binnen zes weken aan te leveren om de ruimtelijke aanvaardbaarheid aan te tonen. De nieuwe supermarkt lapt structureel de wettelijke regels en voorschriften aan de laars. Als het plan al ruimtelijk aanvaardbaar is (de omgeving, waar wij ook toe behoren, dient immers te worden betrokken), dan dient er een ruimtelijk kader te worden opgelegd en planologisch te worden verankerd in het paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023). Uiteraard zijn wij het er niet mee eens dat wij nu een planschadeovereenkomst moeten tekenen. De supermarkt dient maatregelen te nemen om toekomstbestendig te zijn. Ons oorspronkelijke bouwplan is vergund in 2007 en is op onjuiste gronden ingetrokken en alsnog geweigerd. Na de uitspraak van de Rechtbank van 15 oktober 2015 moest de avondlevering immers komen te vervallen en mag dus nooit meer plaatsvinden.Daaruit volgt dat er geen sprake is van een erfdienstbaarheid voor onbeperkte laad- en los tijden. Op dat moment waren er dus geen belemmeringen. Ons oorspronkelijke bouwplan is ten onrechte als niet-kansrijk betiteld. De Raad van State heeft op 23 januari 2023 geoordeeld dat het vervallen van de avondlevering wel degelijk een nieuw gebleken feit/omstandigheid is en dat deze nooit meer mag plaatsvinden. Tevens heeft de Raad van State geoordeeld dat ons bouwplan mogelijk is als er wordt geïsoleerd.
De erfdienstbaarheid staat realisatie van ons bouwplan dus niet in de weg. Ook heeft de Raad van State geoordeeld dat het kader goed is en aan een besluit ten grondslag mag worden gelegd. Het kader dient, zeker ook vanuit het oogpunt van het algemeen belang, bij het perceel van Albert Heijn te worden opgelegd. Albert Heijn moet isoleren/maatregelen nemen. Het besluit van 10 mei 2017 was verkeerd. Daarom verzoeken wij om herziening van dat besluit. Wij zijn ten onrechte beperkt. De planologische wijziging bij het perceel van de nieuwe supermarkt Albert Heijn in 2012 is ten koste gegaan van onze planologische rechten (2007). Hierdoor lijden wij (plan)schade. De initiatiefnemer dient de planschade en de kosten die hiermee verband houden te betalen, zodat de vergoeding van planschade anderszins is verzekerd. Wij nemen aan dat de gemeente iedereen gelijk
indeld en dat de initiatiefnemer de planschadeovereenkomst dan ook heeft moeten énen.
e gemeente heeft excuses gemaakt voor de uitsluiting en discriminatie, maar heeft helemaal liets gedaan om alles recht te zetten. Keer op keer werd overal de stekker uitgetrokken om niet te hoeven betalen. Ook de mediation, die de gemeente heeft voorgesteld n.a.v. de jarenlange discriminatie, werd door de gemeente na een jaar beëindigd. Er is ons (plan)schade toegebracht, maar er is niets gedaan om dit recht te zetten. Onze verzoeken om schadevergoeding en planschadevergoeding werden afgewezen, terwijl de gemeente wel een motie aannam, excuses maakte en mediation heeft voorgesteld. Op 1 november 2024 heeft de supermarkt een verzoek om planschade ingediend. Tijdens de raadsvergadering van 18 december 2024 heeft de raad al besloten om een budget van 90.000,- euro beschikbaar te stellen voor het wijzigen van het omgevingsplan. Die wijziging zou noodzakelijk zijn omdat de realisatie van een supermarkt op die locatie als onwenselijk wordt gezien. Op 10 mei 2017 heeft de gemeente (ten onrechte) een amendement toegevoegd om te voorkomen dat ons oorspronkelijke bouwplan kon worden gerealiseerd omdat dat plan door de gemeente toen ten onrechte als onwenselijk werd gezien. De gemeente heeft beloofd om ons voortaan gelijk te behandelen en eerlijk te zijn. Daarom vragen wij de gemeente om voor ons ook een budget beschikbaar te stellen voor het wijzigen van het bestemmingsplan.
In de context van de hele voorgeschiedenis is dat wel het minste dat de gemeente kan doen.
Tijdens de raadsvergadering van 5 februari 2025 hebben wij ingesproken op de participatie visie. De gemeente geeft in die visie aan dat het participatiebeleid anders moet. Iedereen moet actief worden betrokken en iedereen mag meedoen. Hoe groter het project, hoe meer impact dat heeft op de omgeving en hoe intensiever de participatie. De gemeente belooft zich aan de gemaakte afspraken te houden en beseft zich dat dit om een andere denk- en werkwijze vraagt. De gemeente geeft toe dat dingen beter kunnen. Onze planologische rechten (2007, klein project dat passend is en weinig impact heeft op de omgeving) gingen ten koste van het grote project op het perceel van Albert Heijn (2012) dat grote impact en consequenties heeft op de omgeving. Wij zouden graag willen dat al deze fouten worden rechtgezet, dat wij actief worden betrokken en ook een keer mee mogen doen. De twee brieven van 14 oktober 2024, de twee brieven van 10 januari 2025, onze zienswijze tegen het ontwerp Paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023, onze zienswijze tegen het ontwerp Omgevingsvisie Baarle-Nassau 2024, ons bezwaar tegen de leges en ons bezwaar aan het college d.d. 22 november 2024, de Participatie visie, deze brief, enz. gaan over dezelfde onderwerpen en dienen in samenhang te worden bekeken en behandeld. Op 13 januari j.l.
heeft de hoorzitting betreffende de afwijzing van ons verzoek om herziening van het besluit d.d. 10 mei 2017 plaatsgevonden. Wij hebben toen de twee brieven van de gemeente d.d. 10 januari 2025 overhandigd en verzocht om alles in samenhang te bekijken en te betrekken bij het advies.
Uiteraard willen wij graag z.s.m. ons bouwplan succesvol realiseren. Wij verzoeken de gemeente om hiervoor het nodige te doen en daarbij, zoals afgesproken, af te zien van legesheffing en alle kosten voor de bestemmingsplanwijziging voor rekening te nemen. 5.1.2.e
i 5.1.2.e
correspondentieadres: 5.1.2.e 5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
ge e 4? I
©
fF. " n"
Baarle-Nassau
/
y
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
Ce
Behandelend afdeling: Dienstverlening
Uw kenmerk:
Telefoonnummer: 14 013
Ons kenmerk:
Mail: info@baarle-nassau.nl
Zaaknummer:
Verzonden op: 10 februari 2025 Onderwerp: aangetekende brief
Geachte 5.1.2.e
Hierbij bevestig ik dat u op maandag 10 februari een brief t.a.v. Gemeente Baarle-Nassau, gericht aan het college van B&W en de gemeenteraad heeft afgegeven bij de receptie van het gemeentehuis te Baarle-Nassau.
Met vriendelijke groet, namens de afdeling dienstverlening
He
IS
Postbus 105 5110 AC Baarle-Nassau Telefoon 14 013 E-mail: info@baarle-nassau.nl
30 enclaves,
2 gemeenten, 2 landen