1.12-Bijlage OMWB - Jaarrekening 2021
Tekst van het document
richt van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft
320.000 uur als gevolg van de harmonisatie van verlofrechten), zijn we afhankelijk
ernaar risico’s zoveel als mogelijk te vermijden, verzekeringen ervoor af te
van de inhuur van derden voor de uitoefening van de taken. Deze externe inzet is
sluiten of ze te ondervangen door beheersmaatregelen te treffen. In het kader
duurder dan de uitvoering met eigen personeel, vandaar dat we dit opnemen in de
van dit laatste stelt de OMWB een Intern Controleplan op, waaraan in het
risicotabel.
begrotingsjaar uitvoering wordt gegeven. Maatregelen: Dit risico is te ondervangen door aanname van eigen personeel. Sinds 2019 worden samen met de twee andere Brabantse omgevingsdiensten initiatieven ont<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
>
plooid om de positie van de OMWB op de arbeidsmarkt te verbeteren. Sinds-
derde jaar volledig declarabel, dat is 1.350 declarabele uren (m.i.v. 2023
dien heeft dit al tot het aannemen van een aantal nieuwe medewerkers geleid.
1.328 uur als gevolg van de harmonisatie van verlofrechten). De begeleiding
De druk op het werven van eigen personeel blijft echter onverminderd groot.
verloopt via eigen collega’s van de dienst. In verband met deze noodzakelijke aanpak heeft de OMWB een tijdelijk productietekort in termen van declarabili-
5. Transitie mens en systeem
teit. Het maximale risico in verband hiermee is ongeveer € 700.000.
De aan onze organisatie en medewerkers gestelde eisen blijven snel veranderen. Dit is enerzijds gericht op de inhoud van het werk, anderzijds zien we dat
9. COVID-19
ook andere (digitale) vaardigheden worden gevraagd. In de opleidingen wordt
In februari 2020 vond de uitbraak van COVID-19 plaats, die ook in 2021 nog
hier volop aandacht aan besteed, waardoor de werknemers hun rol binnen de
een enorme impact had op ons allemaal. Gedurende het jaar 2020 heeft de
organisatie beter kunnen vervullen. De verwachting is dat dit niet in alle indi-
OMWB reeds geleerd dat productieverlies kan worden beperkt of voorkomen
viduele gevallen gaat lukken. Daarnaast wordt verwacht dat de impact van de
door werkzaamheden anders aan te pakken of anders in te vullen. Mede hier-
update van Squit 20/20 naar RX Mission of een vergelijkbaar systeem groter is
door is verlies in productieve uren ook in 2021 voorkomen. Aangezien de crisis
dan aanvankelijk is ingeschat. Het totale risico dat met bovenstaande samen-
nog niet voorbij is, blijft het lastig te bepalen hoe groot de financiële impact
hangt, wordt ingeschat op € 700.000 met een kans van maximaal 50%. Dit
voor komend jaar zal zijn. Daarnaast kan het eventuele inlopen van uitgestelde
risico is € 200.000 hoger dan vorig jaar.
opleidingen als gevolg van COVID-19 een drukkend effect op de productiviteit in 2022 hebben. Daarom handhaven wij een maximaal risico van € 500.000
Maatregelen:
waarbij de kans op optreden op 50% wordt ingeschat.
Het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid, waaronder een adequaat opleidingsprogramma. Daarnaast steeds verdere doorontwikkeling
Onze organisatie loopt geen risico qua continuïteit, conform artikel 35 lid I
van organisatie en onderliggende systemen.
van de GR zullen de deelnemers er steeds zorg voor dragen dat de omgevingsdienst over voldoende middelen beschikt om al zijn verplichtingen jegens
6. Problematiek arbeidsmarkt
derden te kunnen voldoen.
In aanvulling op punt 4 wordt het volgende opgemerkt: omdat de vaste forma-
<<
<
tie nog niet op het juiste peil is, werkt de OMWB naast inhuur in toenemende
Risico’s en beheersmaatregelen
mate ook met trainees en net afgestudeerden die de omgevingsdienst in dienst
De werkplannen 2022 zijn goed gevuld, taken worden (deels) ook administra-
neemt. De OMWB moet de jonge nieuwe collega’s opleiden ‘on the job’ – in een
tief of op afstand (digitaal) uitgevoerd. De uitvoering van taken in de situaties
periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega’s nog
van ongewone voorvallen, calamiteiten en aantasting veiligheid/milieu vinden
niet volledig declarabel (eerste jaar 950 uren, tweede jaar 1.150 uur, vanaf het
op een normale manier doorgang. De OMWB borgt enerzijds de inhoud en kwa-
OMWB Jaarrekening 2021
>
liteit van het milieu (zo goed mogelijk) en anderzijds zet de dienst in op het zo
afzonderlijke maatregelen onzeker. In 2021 is reeds € 500.000 gerealiseerd
veel mogelijk beperken van financiële schade voor dienst en deelnemers.
als gevolg van de ICT-transitie, welke onderdeel was van dit programma. Er resteert derhalve een maximaal schadebedrag van € 1,2 miljoen (€ 1,7 miljoen
Financiële positie
-/- € 500.000). Om tegemoet te komen aan het geraamde potentieel is 15%
De liquiditeitspositie is goed, de deelnemers hebben hun bijdrage voor het
van de totale waarde als risico aangemerkt, per saldo € 180.000.
eerste halfjaar met behulp van bevoorschotting betaald. Gezien de onzekerheid over de ontwikkeling van het COVID-19 virus, is het helaas nog niet uit te sluiten dat in 2022 het volledig uitvoeren van de werkprogramma’s onder druk komt te staan. Wanneer nodig, kan externe inhuur op- of afgeschaald worden, waardoor baten en lasten op gelijk niveau blijven. Eventuele financiële gevolgen worden via de Bestuursrapportages gemeld. 10. Harmonisatie verlofrechten In de cao Gemeenten/SGO 2021-2022 (zoals vastgesteld op 27 januari 2022), is de hervorming van verlofrechten vastgelegd, geldend met ingang van 1 januari 2023. De impact van deze hervorming is in de begroting 2023 in het tarief verwerkt en vormt derhalve geen risico meer. 11. Invoering Omgevingswet Per 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. De invoering van de wet betekent een majeure verandering voor de taakuitvoering. Ondanks gedegen voorbereidingen is de exacte impact van de invoering, ook financieel, nog onvoldoende duidelijk. Door adviesbureaus afgegeven voorzichtige ramingen tonen een kostenverhogend effect van circa 10% voor de basistaken milieu. Gezien de grote onduidelijkheid die er nog heerst rondom de invoering en uitwerking van de wet, is een risico-inschatting van circa 3% van de omzet gemaakt met een kans van optreden van 40%. 12.
Kosteneffectiviteit Volgend uit het kosteneffectiviteitsonderzoek is een intern besparingspotentieel van € 1,2 miljoen opgehaald. In de jaren 2022 tot en met 2024 zijn de verschillende maatregelen doorgevoerd in de begroting respectievelijk meerjarenraming. De afhankelijkheid van derden maakt een volledige realisatie van
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
>
Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s
lificeerd als ‘voldoende’. In de jaarrekening 2020 bedroeg de weerstandsratio
is het eindbeeld voor de jaarrekening 2021 als volgt:
1,05 (‘voldoende’). Voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers
Maximaal
Kans op
Gewogen
bedrag schade
optreden risico
risico
4. Inhuur versus vast personeel
400.000
50%
200.000
5. Transitie mens en systeem
700.000
50%
350.000
6. Problematiek arbeidsmarkt
700.000
75%
525.000
Financiële kengetallen
9. COVID-19
500.000
50%
250.000
11. Invoering Omgevingswet
1.000.000
40%
400.000
Het BBV schrijft voor dat een aantal verplichte financiële kengetallen moet
12. Kosteneffectiviteit
1.200.000
15%
180.000
Totaal
4.500.000
Risico’s
1.905.000
komt het weerstandsvermogen op 5,5% van het totaal van de baten uit. Daarbij ligt het vermogen ruim binnen de bandbreedte van 4% tot 6%.
worden opgenomen. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie van de organisatie. De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen wordt in onderstaande tabel weergegeven. Financiële
In aanvulling op bovenstaande tabel spelen nog de volgende twee actuele
kengetallen
Jaarrekening 2021
Begroting 2021
Jaarrekening 2020
zaken. Allereerst verschuift bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet het
Netto schuldquote
-5,5%
-8,1%
-3,8%
bevoegd gezag voor bodem en ondergrond en de daaraan verbonden VTH-
Solvabiliteitsratio
47,0%
31,3%
40,1%
(basis)taken voor een groot deel van de provincie naar de gemeenten. De
Structurele exploitatieruimte
1,7%
0,0%
0,2%
impact hiervan op het werkprogramma van de OMWB is op dit moment nog
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
niet duidelijk en kan derhalve (nog) niet worden gekwantificeerd. Bij de 1
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
e
Bestuursrapportage wordt hierop verder in gegaan. Netto schuldquote Daarnaast zijn als gevolg van de Russische invasie van Oekraïne de prijzen van
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten
olie en gas en bepaalde grondstoffen aanzienlijk gestegen. Dit kan impact heb-
opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe
ben op het toekomstige kostenniveau van de OMWB. Ook hier geldt dat kwanti-
beter het is. De netto schuldquote is toegenomen ten opzichte van de jaar
ficatie op dit moment (nog) niet mogelijk is en dat bij de 1e Bestuursrapportage
rekening 2020.
hier verder op in wordt gegaan. Solvabiliteit
<<
<
Beschikbaar weerstandsvermogen
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan de finan-
De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reser-
ciële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van het
ve bedraagt ultimo 2021 € 1.928.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel
eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de
van € 1.905.000 is de weerstandsratio 1,01. Dit wordt volgens de waarde-
weerbaarheid van de organisatie. De solvabiliteit is toegenomen ten opzichte
ringstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwa-
van de jaarrekening 2020.
OMWB Jaarrekening 2021
>
Structurele exploitatieruimte
Onder risico’s worden verstaan zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende
Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties in re-
schuld), als kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Met betrekking
serves, ontstaat er beeld in hoeverre sprake is van een structureel sluitende
tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: “Bij het uitzetten
begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt
of aantrekken van middelen worden de bepalingen zoals neergelegd in de Wet
als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het
fido en de Ruddo in acht genomen.”
betreffende jaar. Een positief percentage is wenselijk, aangezien dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
Renterisicobeheer 1. D e kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido;
Onderlinge verhouding kengetallen
2. D e renterisico norm wordt niet overschreden conform de Wet fido;
Zowel de netto schuldquote, de solvabiliteit als de structurele exploitatieruim-
3. N ieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële
te zijn verbeterd ten opzichte van 2020. Vorig jaar is de balanspositie van de OMWB reeds als solide aangemerkt. Deze positie is per jaareinde 2021 nog meer versterkt.
positie en de liquiditeitenplanning; 4. D e rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/ uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;
2.5.2 Financiering In aansluiting op de Wet Financiering decentrale overheden (fido) is in het
5. B innen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de OMWB naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen.
Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille
Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisico-norm’ geïntro-
uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasuryfunctie
duceerd. De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopen-
is vastgelegd in het Treasurystatuut. Het beheer van de OMWB is risicomijdend
de schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.
en mede gericht op het voldoen aan de renterisico-norm en de kasgeldlimiet. De OMWB kent momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee Treasurybeleid
automatisch aan de norm. De huidige financieringspositie en dito -behoeften
De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn:
vanuit de investeringsbegroting, geven thans geen verdere aanleiding tot aan-
1. H et verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen accep-
wending van een dergelijke lening.
tabele condities; 2. H et beschermen van vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewens-
Kredietrisicobeheer
te financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en
Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige
kredietrisico’s;
middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist.
3. H et minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. H et optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
Intern liquiditeitsbeheer De OMWB beperkt zijn interne liquiditeitsrisico’s door zijn treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning.
>
Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden door de OMWB uitgesloten. Leningen worden uitsluitend aangegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (de euro). Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2% van het begrotingstotaal. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is de modelstaat op de volgende pagina voorgeschreven. De opgenomen bedragen betreffen de realisatiecijfers 2021. De kasgeldlimiet is voor de OMWB voor 2021 berekend op € 2.862.000. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op € 10 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de kasgeldlimiet.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
>
Stappen
2.5.3 Bedrijfsvoering - plannen en resultaten
(1) Vlottende schuld
(2) Vlottende middelen
(3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (–)
Eerste kwartaal
0
13.512
-13.512
voering vanuit het primaire proces een aantal majeure ontwikkelingen relevant.
Tweede kwartaal
0
7.794
-7.794
In onderstaand kader de tekst zoals deze hierover in de begroting 2021 was
Derde kwartaal
0
10.364
-10.364
opgenomen. Daarna wordt het resultaat in 2021 toegelicht.
Vierde kwartaal
0
8.527
-8.527
(1-4) (1) – (2) = (3)
Deze paragraaf geeft inzicht in de uitvoering van de beleidsvoornemens voor de bedrijfsvoering in 2021. Naast de reguliere activiteiten waren voor bedrijfs-
(4) gemiddelde van (3) Stappen (5–9)
Variabelen
Bedragen
(5)
Kasgeldlimiet
2.862
(6a) = (5>4)
Ruimte onder de kasgeldlimiet
2.862
(6b) = (4>5)
Overschrijding van de kasgeldlimiet
Begroting 2021: • De organisatieontwikkeling van de OMWB M et als basis een excellente uitvoering streeft de OMWB naar het vergroten van het adaptief vermogen in relatie tot ontwikkelingen in de leefomgeving
0
Berekening kasgeldlimiet (5)
en de ontwikkeling van datagericht werken; • De Omgevingswet
(7)
Begrotingstotaal
34.901
(8)
D eze ingrijpende aanstaande wetswijziging had binnen de bedrijfsvoering op
Percentage regeling
8,2%
(5) = (7) x (8) / 100
meerdere plaatsen effect op de werkzaamheden, onder andere het Digitaal
Kasgeldlimiet
2.862
Stelsel Omgevingswet; • De vernieuwing informatievoorziening
Schatkistbankieren
N a de vervanging van de diverse systemen in 2019 en het aanpassen van
Overheden mogen sinds 2014 tegoeden uitsluitend bij het Rijk of andere de-
werkwijzen is in 2020 de informatievoorziening doorontwikkeld. Denk aan
centrale overheden wegzetten. Dit is primair bedoeld om de staatsschuld terug
ontwikkelingen als Business Intelligence (BI), informatie gestuurd werken
te dringen. De OMWB heeft gedurende het gehele boekjaar 2021 te maken
en datawarehousing. Aan deze vernieuwing wordt in 2021 vervolg gegeven.
gehad met overschotten aan liquide middelen. Deze overschotten zijn dagelijks afgeroomd naar de schatkist. Op de lopende rekening blijft na afroming maximaal € 1.000.000 beschikbaar (tot 1 juli € 250.000).
N aast deze majeure ontwikkelingen dient de basis van bedrijfsvoering op orde te zijn en te blijven. Deze basis blijft op orde indien de OMWB: • investeert in medewerkers van de afdeling met opleidingen;
Leningen en kredietfaciliteiten
• de (interne) klantvraag als een sturingsmechanisme hanteert;
Bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) heeft de OMWB een kredietfaciliteit
• streeft naar leverancierstevredenheid.
van afgerond € 1,0 miljoen.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
>
De afdeling heeft in haar uitgewerkte plannen voor 2021 deze elementen verder
Informatietechnologie
uitgewerkt. De organisatie is zoals altijd gebaat bij een afdeling Bedrijfsvoering
In de volgende kaders de beleidsvoornemens zoals opgenomen in de begroting
die de basis administratieve processen in de grip heeft, de organisatie (mede)
2021. Daarna wordt per kader het resultaat in 2021 toegelicht.
in control houdt en adviseert op PIOFACH-terrein (Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratieve organisatie, Communicatie en Huisvesting).
Begroting 2021: In 2019 en 2020 was met de implementatie van Squit 20/20 en het afscheid
Resultaat 2021
nemen van oude applicaties een belangrijke transformatie en vernieuwing
In het COVID-19-jaar 2021 heeft de afdeling niet veel last gehad van de corona-
gerealiseerd in het ICT-landschap van de OMWB. Zodat de dienst volledig
perikelen. Naast een aantal majeure projecten zijn er verbeteringen doorge-
digitaal, rechtmatig en archiefwaardig kon werken en klaar is voor toekom-
voerd op het gebied van AFAS (digitalisering werkprocessen van HRM en Finan-
stige ontwikkelingen. Het jaar 2021 stond in het teken van:
ciën) en is de organisatie actief (succesvol) aan de slag met herkenbaarheid en bekendheid (inhousedag voor werkzoekenden, contentstrategie, arbeidsmarkt-
1) De aanbesteding van de IT-architectuur
communicatie). Het reguliere werk heeft doorgang kunnen vinden op een wijze
In 2019 was duidelijk geworden dat de koers van ICT-leverancier Equalit niet
die tot tevredenheid stemt.
meer past bij de koers van de OMWB. Het contract is op 1 januari 2020 opgezegd, de expiratiedatum van het contract is 1 januari 2022. De aanbeste-
Naast de reguliere werkzaamheden stonden in 2021 op onderstaande terreinen
ding om te komen tot een nieuwe IT-leverancier zou in het eerste kwartaal
majeure inhoudelijke projecten op het programma.
van 2021 afgerond zijn. De transitie naar een nieuwe IT-leverancier is een ingrijpend traject dat een projectmatige aanpak vereist. Op dit moment is de hoogte van de transitiekosten nog niet duidelijk, er wordt in de exploitatie een extra begrotingspost van € 200.000 opgenomen. In 2022 zal hier naar verwachting nazorg op plaatsvinden. Verder zal in 2022 (en later) verder ingezet worden op data-ontwikkeling voortvloeiend uit de Omgevingswet. De nieuwe IT-architectuur moet leiden tot een (betere) basis voor de data-ontwikkeling, waarbij veiligheid van data een belangrijke voorwaarde is.
Resultaat 2021 Als onderdeel van de cloud-strategie heeft de OMWB het aanbestedingsproces doorlopen vanaf eind 2020 tot voorjaar 2021. Sogeti heeft de opdracht gegund gekregen. Begin december vond de overgang van de werkplekomgeving van
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
>
Equalit naar Sogeti plaats. Dit betekent dat 350 medewerkers nieuwe hardware
Begroting 2021:
ontvingen en dat alle applicaties op de nieuwe omgeving werkend moesten zijn.
3) Informatievoorziening
De ontvlechting is goed verlopen mede dankzij de goede samenwerking tussen
In 2021 was het datawarehouse volledig operationeel. Naast de basisinfor-
Equalit, de OMWB en Sogeti. In de eerste maanden was er nog wel een aantal
matievoorziening stond 2021 in het teken van het opbouwen, verrijken en
issues die verholpen moesten worden.
verstrekken van data in het kader van informatie gestuurd werken.
In de loop van het proces van aanbesteden is gekozen voor een totale ontzorging van ICT-diensten en lease van alle apparatuur. Daardoor is een aantal (inrichtings)kosten naar voren gehaald. Dit heeft geleid tot een begrotings
Resultaat 2021
wijziging. Hier wordt bij de financiële paragraaf nader op ingegaan.
Er is in 2021 gestaag verder gebouwd. In 2021 heeft de OMWB geïnvesteerd in een BI engineer om de robuustheid verder te vergroten. Aan de ‘Tafel van rapportages’ worden organisatie breed prioriteiten bepaald. Dit heeft geleid
Begroting 2021:
tot producten die sturing en verantwoording beter mogelijk maken. Een inte-
2) Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)
ressante ontwikkeling is het digitaal ontsluiten van data in het kader van de
In 2021 zal doorgebouwd moeten worden op de basis die in 2020 in Squit
zogenaamde T-rapportages.
20/20 is gelegd, en dat met name op het Omgevingsdossier. Deze ontwikkeling zal een belangrijke impact hebben op de informatievoorziening voor
Human Resource Management
samenwerking met de deelnemers en de ketenpartners. De belangrijkste
In onderstaande kaders de beleidsvoornemens zoals opgenomen in de
onderwerpen zijn:
begroting 2021. Daarna wordt per kader het resultaat in 2021 toegelicht.
• Doorontwikkeling tot een integrale objecten- en activiteitenregistratie; • Nieuwe digitale opbouw van documenten en dossiers, mede gebaseerd op thema’s binnen de Omgevingswet en verdere specificering daarvan; • (Gestandaardiseerde) gegevensuitwisseling met ketenpartners.
Begroting 2021: De Omgevingswet is in 2021 gedeeltelijk voorbereid. Deze wet vraagt van onze medewerkers een actievere opstelling als adviseur. Dit betekent het ontwikkelen van het zittend personeel (vaardigheden en competenties),
Resultaat 2021
ook het werven van nieuw personeel. Op grond van het voorgaande richtte
Het uitstel van de Omgevingswet heeft ook geleid tot een uitstel op aansluiting
HRM zich in 2021 op:
op het DSO. Om toch zoveel mogelijk gereed te zijn is er doorgebouwd op de basis zoals die in Squit 20/20 is gelegd. Dataverzameling vindt in het zogehe-
1) Opleiden en ontwikkelen
ten omgevingsdossier plaats. De ontwikkeling van Squit 20/20 is echter in een
De OMWB meent medewerkers mee in de Omgevingswet en de daarmee
ander daglicht komen te staan. Door aanhoudende (technische) problemen
samenhangende veranderingen. De dienst investeert veel in talentontwik-
heeft de OMWB (nog) niet voldoende profijt gehad van deze applicatie én heeft
keling om te blijven voldoen aan de Kwaliteitscriteria 2.2 - deze criteria
de leverancier Visma Roxit besloten om zijn VTH-oplossing door te ontwikkelen.
zijn verankerd in de uitvoeringsregeling Omgevingswet.
De nieuwe applicatie heet RX Mission. De OMWB is bezig met een impactanalyse met betrekking tot deze overgang. <<
<
OMWB Jaarrekening 2021
>
Resultaat 2021
Begroting 2021:
Iedere medewerker heeft de (digitale) basisopleiding Omgevingswet doorlopen.
De rode draad voor het team Financiën en Control (F&C) is het onder-
Interne trainers zijn actief om verdiepingstraining te geven aan medewerkers die
steunen van de organisatie en externe partners met een goede financiële
inhoudelijk (nauw) betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet. Een aantal vaar-
informatievoorziening en risicomanagement. Projecten die er in 2021 uit
digheidstrainingen wordt later verzorgd vanwege het uitstel van de intredingsdatum
springen zijn:
van de wet. 1) Herijking MWB-norm In het kader van de Kwaliteitscriteria 2.2 hebben medewerkers een EVC- of EVP-
De MWB-norm is nu enige jaren de basis voor de bekostiging vanuit de
traject doorlopen. Het structureel borgen stond in 2021 centraal. De resultaten van
deelnemers. De bestuurlijke afspraak is dat de MWB-norm herijkt wordt.
de toetsing over 2021 staan vermeld in bijlage I: Kwaliteitscriteria 2.2. De OMWB is
Deze herijking zal in 2021 plaatsvinden.
zeer robuust. Resultaat 2021 Begroting 2021:
De evaluatie van de MWB-norm is afgerond. In de begroting voor 2023 worden
2) Employer branding/ employee journey
de in het Algemeen Bestuur vastgestelde uitgangspunten vertaald in een gewij-
In 2019/2020 heeft de OMWB de instrumentenmix aangepast voor het aantrek-
zigde norm.
ken en behouden van personeel. In 2021 kwamen de eerste resultaten van deze aanpassingen beschikbaar en bouwt de dienst hierop verder. Begroting 2021: 2) Financieel beleid Resultaat 2021
Een actueel beleid is een randvoorwaarde voor een goede bedrijfsvoering,
De OMWB maakt meer gebruik van recruitment marketing en zet zo de juiste mid-
advisering en P&C-producten. De OMWB houdt dit beleid actueel, en waar
delen in voor vacatures. Daarnaast is in 2021 het strategisch HRM-beleid vastgesteld
het Algemeen Bestuur de regels moet vaststellen, zal de omgevingsdienst
dat de OMWB een richtlijn geeft om het aantrekken en behouden van medewerkers
dit vroegtijdig aan het AB ter besluitvorming voorleggen.
te verbeteren. Financiën en Control
Resultaat 2021
In onderstaande kaders de beleidsvoornemens zoals opgenomen in de begroting
In 2021 is een fiscale scan uitgevoerd op de BTW en de loonheffing. Naar aan-
2021. Daarna wordt per kader het resultaat in 2021 toegelicht.
leiding van deze scan is een aantal beleidsvraagstukken gedefinieerd en is op onderdelen fiscaal beleid opgesteld en/of aangescherpt. In 2022 zal de OMWB hier verder vervolg aan geven.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
>
Na aanbevelingen vanuit de accountant heeft de OMWB afgelopen jaar het ‘P2P-proces’ (van inkoopaanvraag tot en met betaling) onder de loep genomen. Onderdeel hiervan is het inkoopbeleid en aanpalende regelingen. Eind 2021 is een voorstel aan het management gedaan; in de loop van 2022 wordt hier verder vervolg gegeven. Tenslotte investeert de OMWB voortdurend in de verbetering van de Planning & Control-producten. Afgelopen jaar heeft die omgevingsdienst zich gefocust op toegankelijkheid van deze producten.
Begroting 2021:
Facilitair
3) Interne controle
In onderstaande kader het beleidsvoornemen zoals opgenomen in de begroting
Binnen de OMWB is een Intern Controleplan vastgesteld. Hierin zijn de be-
2021. Daarna wordt het resultaat in 2021 toegelicht.
langrijkste financiële processen uitgewerkt op basis van een risicoanalyse. Inmiddels is de interne controle een vast onderdeel van het team Financiën en Control. Vanuit de interne controle zijn de meest risicovolle processen
Begroting 2021:
gecontroleerd. Met de hieruit voortkomende bevindingen kan de OMWB
Het contract met de verhuurder Unifore van het pand aan de Spoorlaan
tijdig bijsturen.
loopt per 1-1-2023 af. Eind 2020 worden een aantal scenario’s uitgewerkt, die in 2021 moeten leiden tot een definitieve invulling van de toekomstige huisvesting en de daarbij behorende uitvoeringsconsequenties.
Resultaat 2021 De kwaliteit van de interne controle moet als stevige basis gelden voor de rechtmatigheidsverklaring die het Dagelijks Bestuur vanaf - naar verwachting -
Resultaat 2021
2022 moet afgeven. Een plan van aanpak is reeds gemaakt; de accountant en
Het is een bestuurlijke keuze om Tilburg als standplaats te behouden. Er zijn,
externe adviseurs toetsen het Interne Controleplan blijvend.
na onder andere overleg met de gemeente Tilburg, huisvestingsalternatieven bekeken. Gezien de voorwaarden waaraan de huisvesting van de OMWB moet
Medio 2021 is de verbijzonderde interne controlefunctie binnen de afdeling F&C
voldoen (onder meer een goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer en
belegd. Voorheen werd hiertoe externe kennis ingehuurd.
voldoende parkeergelegenheid) is het huidige pand aan de Spoorlaan verreweg de meest gunstige optie. Om te voldoen aan de toekomstige behoefte om meer een ‘hybride’ vorm van werken te ondersteunen wordt een goede invulling van de toekomstige plek in het pand onderzocht.
<<
<
OMWB Jaarrekening 2021
>
3.
<<
<
Jaarrekening Hierna volgt de jaarrekening over 2021 met financiële toelichting.
>
3.1 Balans ultimo boekjaar Activa (bedragen x € 1.000) Activa (bedragen x € 1.000) Vaste activa Vaste activa Materiële vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Investeringen met een economisch nut Totaal vaste activa Totaal vaste activa Vlottende activa Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
515 515 924 924
Liquide middelen Liquide middelen Banksaldi Banksaldi
992 992
Overlopende activa Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende komen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste Overige nog tebegrotingsjaren ontvangen bedragen, van volgende begrotingsjaren komen • Vooruitontvangen facturen • Vooruitontvangen facturen • Nog te ontvangen BTW • Nog te ontvangen BTW • Nog te ontvangen posten • Nog te ontvangen posten • Afrekeningen werkprogramma’s • Afrekeningen werkprogramma’s • Afdr. loonheffing en netto salarissen • Afdr. loonheffing en netto salarissen Totaal vlottende activa Totaal vlottende activa Totaal generaal Totaal generaal
<<
<
1.089 1.089
31 december 2021 31 december 2021
31 december 2020 31 december 2020
1.089 1.089 833 833 1.089 1.089
905 905 833 833 905 905
1.439 1.439 833 833
992 992 833 833
905 905
658 658 1.532 1.532
245 245
2.683 2.683
406 406 315 315 1.503 1.503 459 459 0 0
5.114 5.114 6.203 6.203
2.190 2.190 833 833
245 245 833 833
2.465 2.465
328 328 259 259 1.724 1.724 141 141 13 13
4.900 4.900 5.805 5.805
34
>
Passiva (bedragen x € 1.000)
31 december 2021
31 december 2020
2.918
2.325
Vaste passiva Eigen vermogen 1.928
1.546
Bestemmingsreserve meetstations
Algemene reserve
826
297
Gerealiseerd resultaat
164
Totaal vaste passiva
482 2.918
2.325
Vlottende passiva Kortlopende schulden Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
579 579
Overlopende passiva
488 488
2.706
2.992
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren • Van overige Nederlandse overheidslichamen
0
0
• Nog te betalen posten
1.553
1.048
• Afrekeningen werkprogramma’s
1.057
1.944
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume:
• Afdr. loonheffing en netto salarissen
<<
<
96
0
Totaal vlottende passiva
3.285
3.480
Totaal generaal
6.203
5.805
>
3.2 Het overzicht van baten en lasten Lasten (bedragen x € 1.000)
2021 begroting voor wijziging
2021 begroting na wijziging
2021 realisatie
verschil
Salarissen
18.630
17.654
18.005
-351
Reiskosten
354
217
152
65
Overige personele kosten
248
48
219
-171
2.268
3.622
2.991
631
0
0
-31
31
21.500
21.541
21.336
205
Primair proces
Personeelslasten
Inhuurbudgetten Detacheringsinkomsten Subtotaal
Afschrijvingen Afschrijvingen
254
155
143
12
Subtotaal
254
155
143
12
Huisvesting en facilitaire kosten
202
202
64
138
Tractie
82
82
49
33
Automatisering
0
0
17
-17
284
284
130
154
1.480
1.080
1.462
-382
Huisvesting en organisatie
Subtotaal
Overige kosten Laboratoriumkosten Milieumetingen Subtotaal
Totaal lasten Primair proces
<<
<
523
610
463
147
2.002
1.690
1.925
-235
24.040
23.670
23.534
136
>
Lasten (bedragen x € 1.000)
2021 begroting voor wijziging
2021 begroting na wijziging
2021 realisatie
verschil
Salarissen
5.331
5.036
4.670
366
Reiskosten
242
54
59
-5
Overige personeelskosten
949
1.024
725
299
Inhuurbudgetten
0
385
1.141
-756
Detacheringsinkomsten
0
0
-50
50
6.522
6.499
6.544
-45
Bedrijfsvoering
Personeelslasten
Subtotaal
Afschrijvingen Afschrijvingen
0
99
84
15
Subtotaal
0
99
84
15
Huisvesting en organisatie Huisvesting en facilitaire kosten
1.053
903
789
114
Algemeen beheer
498
498
570
-72
Automatisering
2.633
3.123
3.055
68
Subtotaal
4.184
4.524
4.414
110
Totaal lasten Bedrijfsvoering
9.573
11.073
10.534
539
10.706
11.122
11.042
80
Totaal lasten Bedrijfsvoering
Overig Diverse baten en lasten
0
0
3
-3
150
150
0
150
Vennootschapsbelasting
5
5
-3
8
Overige kosten
0
0
0
0
155
155
0
155
0
294
182
112
155
155
0
155
Onvoorzien
Subtotaal Totaal lasten Overig Totaal lasten Overig Totaal lasten Overig Totaal lasten
<<
<
0
294
182
112
34.901
34.946
34.576
370
>
Baten (bedragen x € 1.000)
2021 begroting voor wijziging
2021 begroting na wijziging
2021 realisatie
Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving
20.488
19.767
20.275
508
Programmadeel 2: Advies en Projecten
9.687
9.486
9.312
-174
Programmadeel 3: Collectieve taken structureel
1.510
1.619
1.619
0
Programmadeel 4: Buiten werkprogramma
2.693
2.974
3.454
480
523
610
510
-100
34.901
34.456
35.170
714
Gerealiseerd saldo baten en lasten
0
-490
594
1.084
Stortingen reserves
0
0
-430
-430
Onttrekkingen reserves
0
0
0
0
Totaal reserves
0
0
-430
-430
160
294
182
112
0
-490
164
654
Programmadeel 4: Overige exploitatie Totaal baten
Totaal lasten Overig Gerealiseerd resultaat
<<
<
verschil
>
3.3 Toelichtingen
Afschrijving vindt lineair plaats vanaf het jaar volgend op het moment van ingebruikname op basis van de verwachte economische gebruiksduur. Er wordt
3.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
geen rekening gehouden met een eventuele restwaarde. De afschrijvingstermijnen worden jaarlijks bij de begroting vastgesteld en zijn in de tabel verderop in
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
deze toelichting opgenomen.
De jaarrekening is opgesteld op basis van het Besluit Begroting en Verantwoor-
Bij de waardering is in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bij-
ding provincies en gemeenten (BBV).
zondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In die gevallen is als waardering de directe opbrengstwaarde aangehouden.
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten.
Gehanteerde afschrijvingstermijnen
Bedragen in de tabellen zijn opgenomen in duizendtallen; in de toelichtingen
Conform de vastgestelde begroting 2021 worden de volgende afschrijvingster-
staan absolute bedragen vermeld.
mijnen gehanteerd:
Waardering van activa en passiva Tenzij bij het betreffende balansonderdeel anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Vaste activa De OMWB kent alleen materiële vaste activa. Investeringen met een economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en eventuele duurzame bijzondere waardeverminderingen. Ook specifieke investeringsbijdragen van derden zijn op betreffende investeringen in mindering gebracht. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en bijkomende kosten. De vervaardingprijs bestaat uit de aanschafkosten van het product of de dienst en de overige kosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de vervaardiging van het actief.
<<
<
>
Vlottende activa
Vlottende passiva
De vlottende activa zijn onder te verdelen in uitzettingen met een rentetypi-
Onder de vlottende passiva zijn schulden met een rentetypische looptijd korter dan
sche looptijd korter dan één jaar, liquide middelen en overlopende activa. De
een jaar en overlopende passiva opgenomen.
vlottende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Schulden met een rentetypische looptijd korter dan een jaar Vorderingen of Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Hieronder worden overige schulden verantwoord, gewaardeerd tegen nominale
De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte on-
waarde.
inbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening is bepaald op basis van de geschatte inningskansen.
Overlopende passiva De posten opgenomen onder overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de
Liquide middelen en overlopende activa
nominale waarde.
Deze activa zijn tegen nominale waarde opgenomen. Baten en lasten Vaste passiva
De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
De vaste passiva betreffen het eigen vermogen van de OMWB. Er is geen spra-
Baten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd.
ke van voorzieningen of langlopende leningen.
Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen.
Eigen vermogen
Het BBV schrijft voor dat kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term
Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand
‘overhead’) afzonderlijk worden begroot en verantwoord. De totale kosten van
jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerde saldo van baten en las-
de bedrijfsvoering voor de hele organisatie worden aan de lastenkant in één
ten voor mutaties in reserves. Voor zover het Algemeen Bestuur gedurende het
overzicht gepresenteerd. Volgens de definitie van het BBV worden tot de bedrijfs-
jaar besluiten over reserves heeft genomen, zijn de effecten van deze beslui-
voering gerekend “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning
ten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerde
van de medewerkers in het primaire proces”.
resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de effecten van de besluiten van het Algemeen Bestuur volgt een resultaat na
Personeelslasten
bestemming. Dit wordt als een separate post van het eigen vermogen gepre-
Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking
senteerd.
hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en schulden (als gevolg van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume), worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Bijvoorbeeld componenten als overlopende verlofaanspraken.
<<
<
>
3.3.2 Toelichting op de balans per 31 december 2021
De boekwaarde per 31-12-2020 en per 01-01-2021 in de tabellen hiervoor wijken op onderdelen af van de eindstand per 31-12-2020 zoals opgenomen in
Vaste activa
de jaarrekening 2020. Reden hiervan is dat in de rubricering van de cijfers 2020 abusievelijk een desinvestering in de activa onder de rubriek ‘Machines, apparaten
Materiële vaste activa
en installaties/technische apparatuur’ is verwerkt terwijl dit betrekking had op een actief onder ‘Tractie/wagenpark (Vervoersmiddelen)’. De beginstand is in
Investeringen met een economisch nut
eerdere tabel daarom gecorrigeerd. Het betreft activa met een aanschafwaarde
De materiële vaste activa met een economisch nut bestaan uit de volgende
van € 27.000 en een (cumulatieve) afschrijving van € 18.000.
onderdelen: Van bijdrage derden is in 2021 geen sprake geweest. De investeringen 2021 zijn als volgt te specificeren:
Van het verloop van de boekwaarde van deze investeringen kan het volgende overzicht worden gegeven: *aangezien het omgebouwde meetwagens betreft, worden deze (conform voorgaande jaren) in de activastaat verantwoord onder de technische apparatuur.
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden:
<<
<
>
Vorderingen op openbare lichamen
Liquide middelen
Een groot deel van de openstaande posten per 31-12-2021 is per medio mei
Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten:
2022 afgewikkeld. Door de aanscherping van het debiteurenbeheer is voor oninbaarheid geen voorziening gevormd (2020: € 0). Uitzettingen in ’s Rijks schatkist (schatkistbankieren) Dit betreft het per 31 december 2021 uitstaand saldo in de schatkist. Sinds medio 2015 worden overtollige middelen in het kader van schatkistbankieren in de vorm van een rekening-courantverhouding bij het Rijk afgestort.
Ultimo 2021 had de dienst een tegoed bij de Rabobank en de BNG van totaal afgerond € 992.000.
Voor het boekjaar 2021 bedraagt het drempelbedrag voor schatkistbankieren tot 1 juli € 250.000. Dit bedrag bedraagt 0,75% van het begrotingstotaal (met
Overlopende activa
een maximum van € 250.000), zijnde € 34,9 miljoen. Vanaf 1 juli 2021 is de
De post overlopende activa kan als volgt gespecificeerd worden:
regelgeving rond schatkistbankieren gewijzigd en daarmee het drempelbedrag verhoogd naar € 1.000.000. Op basis van de kwartaalcijfers hebben geen overschrijdingen op het drempelbedrag plaatsgevonden. Onderstaande gegevens betreffen het gemiddeld bedrag aan middelen per kwartaal die voor het drempelbedrag door de OMWB buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden en de gemiddelde ruimte per kwartaal tot het drempelbedrag is bereikt.
<<
<
Nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen
>
Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen van de dienst bestaat uit het totaal van alle reserves per 31 december, aangevuld met het resultaat over het boekjaar. Zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves worden tot het eigen vermogen gerekend. Eindafrekeningen gemeenten Dit betreft de eindafrekeningen over 2021 die in januari 2022 naar de deel-
Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende compo-
nemers zijn gestuurd. Ter bevestiging van deze saldi is bij de deelnemers een
nenten:
confirmatie opgevraagd en ontvangen. Een voorziening voor oninbaarheid wordt niet noodzakelijke geacht. BTW Het bedrag aan BTW betreft voor € 315.000 de aangifte over het laatste kwartaal 2021 tezamen met de suppleties over de jaren 2018 tot en met 2021 (totaal ongeveer € 13.000). De suppleties over de jaren 2018 tot en met 2020 zijn gedaan naar aanleiding van de uitgevoerde fiscale scan (zie ook paragraaf 2.3.3 Bedrijfsvoering - plannen en resultaten) en betreffen correcties van teruggevorderde BTW op horecaconsumpties. Voor het jaar 2018 is vooralsnog een
Het boekjaar 2020 sloot met een te bestemmen voordelig resultaat van
stelpost opgenomen; de definitieve bepaling van dit bedrag vindt in 2022 plaats.
€ 482.000. Van dit bedrag is conform het besluit van het Algemeen Bestuur in 2021 € 99.000 toegevoegd aan de Bestemmingsreserve meetstations.
Vooruit ontvangen facturen
Het restant van € 383.000 is toegevoegd aan de Algemene Reserve voor het
Dit betreffen facturen die in 2021 zijn ontvangen en betaald, maar waarvan een
op peil krijgen van het benodigde weerstandsvermogen.
deel van de kosten betrekking heeft op het boekjaar 2022. Het boekjaar 2021 sluit met een te bestemmen positief resultaat van Nog te ontvangen bedragen
€ 164.000 (2020 voordelig resultaat van € 482.000). Overeenkomstig het BBV
Hier zijn verantwoord diverse opbrengsten over 2021 die per einde van het
is dit saldo afzonderlijk op de balans opgenomen. Bij de vaststelling van de
boekjaar nog niet (volledig) waren gefactureerd. Daarnaast is onder deze post
jaarrekening zal een voorstel tot bestemming van dit resultaat worden gedaan.
een bedrag van € 23.000 opgenomen die betrekking heeft op door personeel over te nemen (en nog door de OMWB uit te leveren) iPads en laptops.
<<
<
>
Het verloop van de reserves over het boekjaar was als volgt:
Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn opgenomen:
Algemene reserve De algemene reserve is een buffer voor exploitatietekorten en het opvangen van risico’s. Gedurende het boekjaar 2021 hebben - naast de toevoeging van-
Ultimo 2021 was er (evenals voorgaande jaren), door de goede liquiditeitsposi-
uit de resultaatbestemming 2020 - geen toevoegingen of onttrekkingen aan de
tie geen noodzaak om kasgeldleningen op te nemen.
reserve plaatsgevonden. Overlopende passiva Reserve meetstations Vanuit de overgebleven middelen van de Provincie Noord-Brabant is vanuit de
De specificatie van de overlopende passiva is als volgt:
resultaatbestemming 2017 de reserve meetstations gevormd. Deze bestemmingsreserve is ter continuering van de meetstations (het betreft investeringsintensieve locaties). Waar het Algemeen Bestuur bij de resultaatbestemming 2017 heeft bepaald dat eventuele tekorten mogen worden onttrokken uit deze reserve, is destijds over overschotten geen formeel besluit genomen. Derhalve is bij de resultaatbestemming 2020 voorgesteld om het overschot wat in het resultaat 2020 is ontstaan van € 99.000, via de resultaatbestemming aan de bestemmingsreserve toe te voegen. Deze toevoeging heeft in 2021 plaatsgevonden. Het saldo van opbrengsten en kosten van de meetstations over 2021 bedraagt € 430.000 en is per jaareinde 2021 toegevoegd aan de reserve.
<<
<
>
Onder de nog te betalen posten is een bedrag van € 415.900 opgenomen voor
leasekosten bedragen circa € 25.000. Van vier dienstauto’s lopen de con-
de éénmalige uitkering aan personeel ter compensatie van extra kosten en
tracten eind augustus 2025 af; van de andere dienstauto loopt het contract
inzet vanwege COVID-19 in 2021. Tevens is een bedrag van € 23.400 opgenomen voor uitbetaling van de cao-verhoging per 1 december 2021. Boven-
medio juli 2024 af. • koffieautomaten: hiervoor is in 2019 een overeenkomst aangegaan voor
staande is in overeenstemming met de cao Gemeenten/SGO 2021-2022 zoals
zes automaten; de jaarlijkse kosten hiervan bedragen circa € 5.000. De
vastgesteld op 27 januari 2022.
overeenkomst is op 1 augustus 2019 ingegaan en kent een looptijd van vijf jaar. Het contract eindigt derhalve op 31 juli 2024.
Onder de nog te betalen posten zijn geen verplichtingen opgenomen die een looptijd hebben langer dan één jaar.
• multifunctionals: voor vier multifunctionals (printers) is in 2021 een overeenkomst aangegaan. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen circa € 6.350. De overeenkomst is ingegaan per 1 januari 2022 en kent een looptijd van
Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen
vijf jaar. Het contract eindigt derhalve op 1 januari 2027.
Personele verplichtingen
In 2018 zijn contracten gesloten voor de IT-systemen met AFAS en Roxit,
Op grond van het BBV mogen geen voorzieningen worden gevormd voor jaar-
de jaarlijkse kosten hiervan bedragen afgerond respectievelijk € 50.000 en
lijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar
€ 100.000.
volume. Om die reden wordt geen post voor personele verplichtingen opgenomen op de balans. Het tegoed aan vakantiedagen bedraagt per 31 december 2021 afgerond 2.525 dagen (2020: 2.685 dagen). Dit betekent in geld uitgedrukt een verplichting van circa € 691.000 (2020: € 726.000). (Lease)verplichtingen Een deel van de activa is aangeschaft via een leasecontract. Dit betreffen: • IT-infrastructuur en omgeving: in 2012 is een overeenkomst afgesloten met Equalit; de jaarlijkse kosten hiervan bedroegen afgerond € 1,5 miljoen. In 2019 is het contract opgezegd en loopt hierdoor per 01-01-2022 af. Met ingang van 1 januari 2022 is een overeenkomst aangegaan met leverancier Sogeti. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen ongeveer € 1 miljoen. De overeenkomst is aangegaan voor een periode van vier jaar en loopt derhalve af per 01-01-2026. In de overeenkomst is een verlengingsoptie van drie maal twee jaar vastgelegd. • dienstauto’s: voor vijf auto’s is een leasecontract afgesloten. De jaarlijkse
<<
<
>
Huurovereenkomsten
3.3.3 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2021
De jaarlijkse huurverplichting voor het pand (inclusief parkeerplaatsen) in Tilburg bedraagt circa € 650.000. De huurovereenkomst is aangegaan voor een
De begroting 2021 sloot voor wijziging met een saldo van € 0. Op basis van
periode van tien jaar met als einddatum 31 december 2022. De opzegtermijn
de derde wijziging is de begroting bijgesteld naar een resultaat van € 490.000
voor het huurcontract is reeds verlopen en de OMWB is met de verhuurder in
negatief. Het jaarrekeningresultaat volgens balans bedraagt € 164.000 positief.
gesprek over de randvoorwaarden van de verlengingsoptie. De totale huurverplichting bedraagt inclusief verlenging € 3,9 miljoen.
Nadere toelichting op de lasten Primair proces
Bij de BNG Bank is een bankgarantie afgegeven van € 155.000 met als begun-
De bijstelling van de lasten en baten is conform de besluitvorming van het
stigde HSA Spoorlaan BV inzake de huurverplichting.
Algemeen Bestuur.
De jaarlijkse huurverplichting voor kantoorruimte (inclusief parkeerplaatsen) en laboratorium aan de Brabantlaan 1 te ’s-Hertogenbosch bedraagt circa
In beginsel worden de belangrijkste verschillen op totaalniveau toegelicht.
€ 125.000. Vanaf 1 juli 2017 wordt de overeenkomst telkenmale met vijf jaar
Doordat in de begroting op onderdelen abusievelijk afwijkende toerekening van
verlengd met een opzegtermijn van zes maanden.
kosten heeft plaatsgevonden, ontstaan er op het niveau van bedrijfsonderdeel ten opzichte van de begroting namelijk verschillen. Waar nodig wordt specifie-
Inkoopverplichtingen
ke toelichting gegeven op de onderdelen primair proces en bedrijfsvoering.
In de kadernota rechtmatigheid heeft de commissie BBV de stellige uitspraak gedaan dat meerjarige contracten – in het kader van Europese regels – in de toelichting op de jaarrekening opgenomen moeten worden voor het volle bedrag waarover het contract is afgesloten. De OMWB verleent opdrachten aan milieukundige adviesbureaus op basis van het actuele werkaanbod vanuit de opdrachtgevers en specifieke casuïstiek. Hiervoor zijn geen meerjarige contracten afgesloten met bedoelde bureaus, enkel jaarcontracten.
<<
<
>
De totale kosten van salarissen van het primaire proces en bedrijfsvoering
Een deel van de afschrijvingslast is verantwoord onder de lasten bedrijfsvoe-
samen bedragen € 22.674.000 en liggen in lijn met de begroting (na wijziging)
ring (€ 84.000 tegenover € 99.000 begroot). Samen met de afschrijvingslast
van € 22.690.000. In de kosten van personeel in loondienst is een bedrag
voor bedrijfsvoering vallen de totale afschrijvingen over 2021 € 28.000 lager
van € 415.900 opgenomen voor de éénmalige uitkering ter compensatie van
uit dan begroot. Dit is het gevolg van achterblijvende investeringen in voor-
extra kosten en inzet vanwege COVID-19 in 2021. Tevens is een bedrag van
gaande jaren.
€ 23.400 opgenomen voor uitbetaling van de cao-verhoging per 1 december 2021. De reiskosten bedragen op totaal voor het primaire proces en bedrijfsvoering samen € 211.000 en zijn hiermee € 60.000 lager dan begroot na wijziging (€ 271.000). De lagere realisatie is het directe gevolg van het minder aantal reisbewegingen door het vele thuiswerken als gevolg van COVID-19. De overige personele kosten bedragen in totaal voor het primaire proces en
In totaal zijn de kosten op dit onderdeel ruimschoots binnen de ramingen
bedrijfsvoering samen € 944.000 en zijn hiermee € 128.000 lager dan begroot
gebleven. Aangezien de kosten van huisvesting (en facilitaire kosten) en
(na wijzigingen). Voornaamste oorzaak hiervan is dat de kosten voor opleiding
automatisering in de realisatie en begroting voornamelijk onder de kosten
en vorming als gevolg van COVID-19 aanzienlijk lager zijn uitgevallen. Daar-
van bedrijfsvoering zijn verantwoord, wordt voor de toelichting op deze posten
naast is er sprake van onderbesteding op het mobiliteitsbudget.
verwezen naar ‘Nadere toelichting op de lasten Bedrijfsvoering’.
De inhuurkosten van personeel is op totaalniveau van het primaire proces en bedrijfsvoering € 125.000 hoger dan begroot (na wijzigingen). De overschrijding is ontstaan bij de bedrijfsvoering en is het gevolg van data-ontwikkeling en het niet kunnen invullen van vacatures vanwege krapte op de arbeidsmarkt. Detacheringsinkomsten worden evenals voorgaande jaren niet begroot.
<<
<
>
Toelichting: •
De laboratoriumkosten vormen een variabele post, wat wil zeggen dat meer vraag een hoger kostenniveau tot gevolg heeft. De laboratoriumkosten worden doorbelast. De corresponderende baten zijn opgenomen onder deelprogramma 4.
•
De kosten milieumetingen zijn lager dan begroot en worden volledig (dus inclusief de huisvesting en personele kosten), doorbelast aan de Provincie Noord-Brabant
Een deel van de afschrijvingslast is verantwoord onder de lasten primair proces
als onderdeel van deelprogramma 4.
(€ 143.000 tegenover begroot € 155.000). Samen met de afschrijvingslast voor het primair proces vallen de totale afschrijvingen over 2021 € 28.000
Nadere toelichting op de lasten Bedrijfsvoering
lager uit dan begroot. De oorzaak hiervan ligt in de achterblijvende investerin-
In beginsel worden de belangrijkste verschillen op totaalniveau toegelicht; zie hier-
gen in voorgaande jaren.
voor de ‘Nadere toelichting op de lasten Primair Proces’. Waar nodig wordt specifieke toelichting gegeven op de onderdelen primair proces en bedrijfsvoering.
Toelichting: • De totale kosten van huisvesting en facilitaire kosten voor het primaire Voor de toelichting op de posten in bovenstaande tabel wordt verwezen naar
proces en bedrijfsvoering samen bedragen € 853.000 en zijn hiermee
‘Nadere toelichting op de lasten Primair Proces’.
€ 252.000 lager dan begroot na wijziging (€ 1.105.000). De lagere realisatie is met name het gevolg van de verminderde aanwezigheid van personeel op kantoor (als gevolg van COVID-19) waardoor de facilitaire kosten lager uitvallen dan begroot. Tevens is er sprake van lagere gebouwgebonden kosten dan begoot. • De kosten voor Algemeen beheer zijn € 72.000 hoger dan begroot. Dit betreft het saldo van een aantal minder omvangrijke over- en onderbestedingen onder deze post. Voor de accountant is een bedrag verantwoord van € 71.000. Hiervan heeft € 2.000 betrekking op de afwikkeling controlekosten 2020 en € 69.000 voor de accountantscontrole 2021.
<<
<
>
• In de 2e Begrotingswijziging heeft ophoging van het ICT-budget met
Onvoorzien
€ 550.000 plaatsgevonden omdat de éénmalige transitiekosten van de
Het bedrag dat is gereserveerd voor onvoorziene kosten is in 2021 niet aange-
ICT-vernieuwing in 2021 aanzienlijk hoger zijn uitvallen. Bij de 3 Begrotings-
sproken.
e
wijziging is een verlaging van automatiseringskosten doorgevoerd als gevolg van activering van een deel van de éénmalige transitiekosten. Per decem-
Vennootschapsbelasting
ber 2021 heeft de OMWB de vernieuwde omgeving in gebruik genomen. De
De kosten voor de vennootschapsbelasting over 2021 is geschat op € 2.500.
uiteindelijke kosten van automatisering bedragen over 2021 voor het primaire
De aangifte over het boekjaar 2020 is reeds ingediend; een aanslag is nog
proces en bedrijfsvoering samen € 3.072.000 en vallen hiermee circa
niet opgelegd. De aanslag over het boekjaar 2019 is lager uitgevallen dan
€ 50.000 lager uit dan begroot na wijziging (€ 3.123.000).
ingeschat, wat tot een voordeel in 2021 heeft geleid. Overzicht incidentele baten en lasten
Nadere toelichting op de lasten Overig
Onder de incidentele baten en lasten zijn de éénmalige kosten van de vernieuwing van de IT-infrastructuur en -omgeving opgenomen. Deze kosten bedroegen ongeveer € 630.000 (begroot € 590.000). Daartegenover staat dat onder de overeenkomst met Sogeti komende jaren een kostenbesparing van ongeveer € 500.000 per jaar wordt gerealiseerd. Deze overeenkomst is met ingang van 1 januari 2022 aangegaan voor een periode van vier jaar. In de kosten van personeel in loondienst is een incidentele kostenpost van € 415.900 (begroot € 425.000) opgenomen voor de éénmalige uitkering ter
Diverse baten en lasten
compensatie van extra kosten en inzet vanwege COVID-19 in 2021. Deze last
Het saldo op de diverse baten en lasten betreft enerzijds voornamelijk een
is in overeenstemming met de cao Gemeenten/SGO 2021-2022 zoals vastge-
opbrengst als gevolg van restitutie fee van Flex-West-Brabant voor een bedrag
steld op 27 januari 2022.
van € 66.000. Anderzijds staan de opbrengsten en kosten (boekverlies) van de overname van activa (iPhones) door personeel van de OMWB verantwoord. Ten-
Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves
slotte is ook de afwaardering van de niet overgenomen iPhones en de afwaar-
In 2021 hebben geen structurele toevoegingen of onttrekkingen aan de reserves
dering van de ‘voorraad’ niet overgenomen laptops en tablets hier geboekt. De
plaatsgevonden.
daadwerkelijke overname van de laptops en tablets door het personeel vindt in 2022 plaats en is als zodanig in de jaarrekening verwerkt.
<<
<
>
3.3.4 Kengetallen
3.3.5 Toelichting op de baten
Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving De baten zijn € 508.000 hoger dan begroot (3%). Een hoge productiviteit in het laatste kwartaal van 2021 heeft ertoe geleid dat de vastgestelde werk programma’s ruimschoots zijn uitgevoerd. Programmadeel 2: Advies en Projecten De baten zijn € 174.000 lager dan begroot (-2%). Gezien de hoogte van de afwijking zijn hier geen bijzonderheden te vermelden; incidentele verzoektaken Ten opzichte van het begrote aantal productieve uren van 1.350 zien we over
kunnen van jaar tot jaar verschillen.
2021 een hogere realisatie (1.365 uur). De reden hiervan is dat personeel minder (niet declarabele) uren hebben besteed aan met name opleiding en
Programmadeel 3: Collectieve taken structureel
trainingen als gevolg van COVID-19.
De collectieve taken zijn overeenkomstig de begroting in rekening gebracht bij de deelnemers. Programmadeel 4: Buiten werkprogramma De in totaal € 480.000 hogere baten zijn voornamelijk veroorzaakt door de opbrengsten van de meetstations. Deze opbrengsten worden gesaldeerd met de kosten 2021 van de meetstations en per saldo toegevoegd aan de reserve meetstations op de balans.
<<
<
>
Uitsplitsing baten In 2021 bedroegen de gerealiseerde baten provincie op P1 € 7.997.000, op P2 € 4.108.000 en op P3 € 501.000. De gerealiseerde baten gemeenten bedroegen voor P1, P2 en P3 respectievelijk € 12.279.000, € 5.204.000 en € 1.117.000. 3.4 Overzicht baten en lasten per taakveld 2021 De lasten op taakveld 0.4 Overhead bedragen de personeelslasten en huisvestingslasten voor het bedrijfsvoeringsproces – niet zijnde het primaire proces – en corresponderen met de specificatie van de lasten in paragraaf 3.2.
<<
<
>
3.5 Publicatieverplichting op grond van de WNT WNT-verantwoording 2021 De WNT is van toepassing op OMWB. Het voor de OMWB toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2021 € 209.000. Dit betreft het algemene bezoldigingsmaximum. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking In 2021 zijn twee topfunctionarissen in het kader van de WNT actief geweest binnen de OMWB. De heer Van Mourik heeft per 28 februari 2021 vrijwillig ontslag genomen. Voorafgaand is op 1 februari diens opvolger, de heer Arbouw, in dienst getreden. De heer Arbouw is voor onbepaalde tijd aangesteld als algemeen directeur van de OMWB. Beide directeuren kenden geen dienstbetrekking bij meerdere WNT-plichtige instelling(en) als leidinggevende topfunctionaris (die zijn aangegaan met ingang van 1 januari 2018).
Er zijn geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2021 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
<<
<
>
Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder
Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder:
In de tabel hiernaast zijn de leden van het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur weergegeven. Voor allen geldt dat zij deze bestuursfunctie onbezoldigd verrichten. Noch ontvangen zij een onkostenvergoeding van de OMWB.
Publicatieverplichting uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking Er is sprake van een maximum norm voor ontslagvergoedingen voor topfunctionarissen, die niet mag worden overschreden. In 2021 hebben ter zake geen uitkeringen plaatsgevonden.
<<
<
>
B.
Bijlage Bijlage 1: Kwaliteitscriteria 2.2 Inleiding De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) richt zich op een hoge kwaliteit van haar diensten. Een belangrijk doel van de oprichting van omgevingsdiensten is de kwaliteit van de uitvoering van de taken en de efficiency structureel te verhogen. En middels kennisdeling betere diensten te kunnen verlenen. Middels deze rapportage wil de OMWB aan haar opdrachtgevers laten zien dat (blijvend) aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. Kwaliteit is wettelijk verankerd in de op 14 april 2016 in werking getreden Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Uit de wet vloeit voort dat elke gemeente en provincie in Nederland ook een zogenaamde kwaliteitsverordening vaststelt. Ook alle opdrachtgevers van de OMWB hebben een dergelijke verordening vastgesteld. Hierbij is het uitgangspunt dat de OMWB voor Brzo-taken altijd moet voldoen aan de kwaliteitscriteria, en voor de andere taken eventueel gemotiveerd kan worden afgeweken (comply or explain). Momenteel wordt uitgegaan van de set Kwaliteitscriteria 2.2 zoals per 1 juli 2019 vastgesteld. Deze set geeft aan wat de minimale meetlat van kwaliteit (proces én deskundigheid) is waaraan een organisatie moet voldoen.