1.12 - Bijlage 5 - Schriftelijke vragen BBB illegale dumping Provincie Noord-Brabant
Tekst van het document
09-06-2026, 20:11
Illegale dumping van miljoenen kilo’s afvalzout in Brabantse bodem en gebrekkige handhaving NoordBrabant - iBabs Publieksportaal
Menu
Zoeken ? Probeer: 'bestemmingsplan', 'besluit B&W', ...
Schriftelijke Vragen Illegale dumping van miljoenen kilo’s afvalzout in Brabantse bodem en gebrekkige handhaving ID
1165
Vraagnummer
103-2026
Onderwerp
Illegale dumping van miljoenen kilo’s afvalzout in Brabantse bodem en gebrekkige handhaving
DatumIngekomen
09-06-2026
Fracties
BBB
Indieners
Berkvens, Marcel
DatumBeantwoording Bijlage
iBabs Vergadermanagement
Schriftelijke vragen BBB over illegale dumping van miljoenen kilo’s afvalzout in Brabantse bodem en gebrekkige handhaving 56 KB
Inloggen
https://noordbrabant.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/cdb8727a-6787-40ed-b622-0ce3becaf613
1/1
College van Gedeputeerde Staten Brabantlaan 1 5216 TV ‘s-Hertogenbosch ‘s-Hertogenbosch, 8 juni 2026 Betreft: ex art 31 vragen. Onderwerp: Illegale dumping van miljoenen kilo’s afvalzout in Brabantse bodem en gebrekkige handhaving. Geacht College, Uit onderzoek van het Brabants Dagblad en Follow the Money blijkt dat gedurende meerdere jaren miljoenen kilo's afvalzout afkomstig van een chemisch bedrijf uit Groningen in de BelgischNederlandse grensstreek zouden zijn gedumpt, begraven, opgeslagen en mogelijk uitgereden over landbouwgronden. Daarbij worden diverse locaties in Noord-Brabant genoemd, waaronder BaarleNassau, Ulicoten, Oosteind en Esbeek. Tevens blijkt uit het onderzoek dat Belgische autoriteiten al sinds 2023 onderzoek deden en herhaaldelijk contact hebben gezocht met Nederlandse instanties. Volgens het artikel zou een kant-en-klaar onderzoeksrapport vanuit België pas na lange tijd tot concrete acties in Nederland hebben geleid. BBB maakt zich ernstige zorgen over deze berichtgeving. Indien de geschetste feiten juist zijn, is sprake van een grootschalig milieudelict dat niet alleen schadelijk is voor bodem, grondwater en natuur, maar ook het vertrouwen van ondernemers en inwoners in toezicht en handhaving ernstig ondermijnt.
Bovendien lijken ondernemers die zich wel aan de regels houden hierdoor opnieuw de dupe te worden van partijen die de grenzen van wet- en regelgeving opzoeken of overschrijden. Daarom stelt de BBB-fractie de volgende vragen aan Gedeputeerde Staten: 1. Zijn Gedeputeerde Staten bekend met de berichtgeving over de grootschalige dumping van afvalzout en andere afvalstromen in Noord-Brabant? Zo ja, wat is de eerste reactie van GS op deze bevindingen? 2. Kan GS aangeven sinds wanneer de provincie, de Brabantse omgevingsdiensten en/of andere Brabantse toezichthoudende instanties bekend waren met signalen over deze mogelijke illegale afvalstromen? 3. Klopt het dat Belgische toezichthouders reeds vanaf 2023 onderzoek deden naar deze praktijken en daarbij meermaals contact hebben gezocht met Nederlandse autoriteiten? 4. Wanneer zijn GS, de betrokken omgevingsdiensten en/of Brabantse gemeenten voor het eerst geïnformeerd over deze signalen? 5. Welke concrete acties zijn vervolgens ondernomen door Brabantse overheden en toezichthouders? 6. GS stelt regelmatig dat de samenwerking met Vlaanderen en België op het gebied van toezicht en handhaving goed verloopt. Hoe rijmt GS deze stelling met het feit dat deze praktijken volgens de berichtgeving jarenlang konden voortduren voordat er daadwerkelijk handhavend werd opgetreden?
7. Is GS van mening dat de informatie-uitwisseling tussen Belgische en Nederlandse autoriteiten in deze zaak adequaat heeft gefunctioneerd? Zo ja, waaruit blijkt dat? Zo nee, welke verbeteringen zijn noodzakelijk? 8. Op welke Brabantse locaties is inmiddels vastgesteld of wordt vermoed dat afvalzout of andere afvalstromen illegaal zijn opgeslagen, begraven of uitgereden? 9. Welke onderzoeken naar bodem-, grondwater- en oppervlaktewaterverontreiniging zijn inmiddels uitgevoerd of worden nog uitgevoerd op deze locaties? 10. Kan GS aangeven welke risico’s bestaan voor landbouwgrond, natuurgebieden, drinkwaterwinning en oppervlaktewater als gevolg van deze dumpingpraktijken? 11. Is GS bekend met constateringen dat op sommige locaties grondwaterwaarden zijn aangetroffen die vergelijkbaar zijn met zeewater en wat betekenen deze voor de betrokken gebieden? 12. Zijn er Brabantse agrariërs of andere ondernemers die mogelijk onbewust slachtoffer zijn geworden van deze praktijken? Zo ja, welke ondersteuning wordt hun geboden? 13. Is GS bereid om in kaart te brengen welke financiële schade, productieverliezen en eventuele saneringskosten voor grondeigenaren en ondernemers kunnen ontstaan als gevolg van deze vervuiling? 14. Welke bestuurlijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke trajecten lopen momenteel binnen Brabant naar aanleiding van deze zaak? 15.
Deelt GS de opvatting van BBB dat het maatschappelijk onacceptabel is wanneer criminelen jarenlang milieuregels kunnen overtreden terwijl integere ondernemers steeds vaker worden geconfronteerd met vergunningseisen, controles en beperkingen? 16. Welke lessen trekt GS uit deze zaak voor het functioneren van toezicht, handhaving en grensoverschrijdende samenwerking? 17. Welke aanvullende maatregelen gaat GS nemen om te voorkomen dat vergelijkbare milieudelicten in de toekomst opnieuw jarenlang onder de radar blijven?
Namens de BBB-Brabant fractie,
Marcel Berkvens