CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

SB24.03.09D 02 Brief Zienswijze Notitie Reikwijdte en Detailniveau - Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Raadscommissie Samenleving en Bestuur 14 maart 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken van het college van b&w ter kennisneming2.860 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ministerie van Defensie Directie Materieel, Vastgoed, Leefomgeving en Duurzaamheid o.v.v. Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Postbus 20701 2500 ES Den Haag

Behandeld door:

D.P.J. van Roosmalen

Telefoonnummer:

(0493) 671 212

Uw brief:

24 januari 2024

Uw kenmerk:

-

Zaaknummer:

2024007976

Bijlage(n):

2

Verzenddatum:

Onderwerp: Zienswijze Notitie Reikwijdte en Detailniveau - Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Geachte heer, mevrouw, Op 18 december 2023 publiceerde uw ministerie de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de toekomstige ruimtevragen van Defensie in Nederland. Defensie geeft in deze notitie aan ook plannen te hebben voor regio De Peel, op de grens van NoordBrabant en Limburg. Uw ministerie wil in de toekomst vliegbasis De Peel, na ruim 30 jaar, weer heropenen om er F35 jachtvliegtuigen te laten opstijgen en landen. Ook zijn er plannen om een zandlandingsbaan op deze nu nog slapende vliegbasis aan te leggen voor het laten opstijgen en landen van transportvliegtuigen. En tot slot wil Defensie het laagvlieggebied voor helikopters in deze regio uitbreiden. De impact van deze plannen voor de kwetsbare Peelregio is enorm Dertien gemeenten in deze regio maken zich ernstige zorgen over onder meer de leefbaarheid en gezondheid voor hun inwoners als deze plannen van Defensie doorgaan. Daarom zien wij ons genoodzaakt om een uitgebreide zienswijze in te dienen op de gepubliceerde NRD. Wij hebben als regio ervoor gekozen om gezamenlijk onze zienswijzen af te stemmen. Elke gemeente afzonderlijk dient deze bij u in. Zo kan er per gemeente een juiste nuancering gemaakt worden. Bij de voorbereiding van deze zienswijzen is ook afstemming geweest met de provincies Limburg en Noord-Brabant, de betrokken GGD’s, NOVEX de Peel, en gemeenten Eindhoven, Weert, Peel en Maas en Maashorst.

De ruimteclaims die u vraagt, passen niet in onze regio Voor onze regio zijn de volgende ruimteclaims van Defensie relevant: • De heropening van vliegbasis De Peel voor jachtvliegtuigen; • De mogelijke uitbreiding van het aantal sorties van jachtvliegtuigen op de vliegbases Volkel en Eindhoven; • Het aanleggen en in gebruik nemen van een zogenaamde Dirtstrip voor transportvliegtuigen; • De uitbreiding van het bestaande laagvlieggebied in onze regio.

Koningsplein 3 | 5721 GJ Asten |

2024007990*

Postbus 290 | 5720 AG Asten

T (0493) 671 212 | www.asten.nl | gemeente@asten.nl | KVK 50210254 IBAN Rekeningnummer: NL16 BNGH 028.50.00.519 | BIC-code BNG: BNGHNL2G

Door bijvoorbeeld het heropenen van vliegbasis De Peel, is de realisatie van de opgaven van NOVEX de Peel onmogelijk. Heropenen van de vliegbasis is daarom al geen passende en wenselijke ontwikkeling. Hierna leest u onze uitgebreide zienswijze op de NRD. Algemeen Wij benadrukken dat we de behoefte en noodzaak om de krijgsmacht te versterken en paraat te hebben voor het bewaken van de nationale en internationale veiligheid begrijpen en steunen. Wel maken wij ons zorgen over de concentratie van ruimteclaims in onze regio. Zowel vanuit Defensie als ook vanuit andere ministeries. Wij willen u meegeven dat Zuid-Nederland -en daarmee expliciet ook het gebied nabij de Peel- door de activiteiten van Defensie nu al onevenredig zwaar wordt belast. Bij de invulling van uw ruimtebehoeften is het belangrijk om te zorgen voor een evenwichtigere verdeling van Defensieactiviteiten over geheel Nederland. Zorg voor voldoende diepgang van het MER Het planMER moet de diepgang hebben die past bij de zwaarte van het te nemen Kabinetsbesluit over allocatie van onder andere jachtvliegtuigcapaciteit. Het detailniveau dat het NRD voorstelt vinden wij daarvoor niet geschikt. De voorgestelde aanpak geeft onvoldoende inzicht om een gedegen integrale afweging te kunnen maken. De in de NRD voorgestelde beoordelingssystematiek vinden wij onvoldoende transparant.

Onduidelijk is hoe wegingen plaatsvinden, welke zwaarte wordt toegekend aan elk van de beoordelingscriteria en bovenal welke wegingsfactoren hieraan ten grondslag liggen. We verzoeken u om dit beter uit te denken en te beschrijven. De impact van de beoogde uitbreiding van jachtvliegtuigen op de leefomgeving is dermate groot dat wij niet kunnen voorstellen dat dit gaat passen op één alternatieve locatie, naast de vliegbases Leeuwarden en Volkel. Wij adviseren u daarom tenminste twee alternatieve locaties als voorkeursalternatief aan te wijzen. Wij adviseren u andermaal om bij het afwegingsproces voor de alternatieve locaties het instrument Kosteneffectiviteitsanalyse (KEA) te gebruiken. De gehanteerde onderzoeksstrategie en het detailniveau zijn te summier van opzet en een toelichting op de onderbouwing van keuzes ontbreekt. De criteria uit de Europese MER-richtlijn en de eerder uitgebrachte adviezen vanuit de Commissie m.e.r. moeten leidend zijn in de onderzoeksstrategie voor de planMER. Dat betekent dat de planMER alle relevante luchtemissies en alle vormen van overlast en hinder moet beschouwen, waarbij ook de impact op natuurwaarden en de impact op het gebied van externe veiligheid en gezondheid zijn meegenomen.

Een groot aantal gemeenten en provincies hebben het Schone Luchtakkoord onderschreven, waarin een doelstelling wordt neergelegd om op termijn te voldoen aan de WHO adviesnormen. Ook de Tweede Kamer heeft op 8 oktober 2021 een motie hierover aangenomen waarin is opgeroepen om inzichtelijk te maken wat ervoor nodig is om hieraan te gaan voldoen. Wij verzoeken u om in de PlanMER onderzoek uit te laten voeren naar hoe u als Defensie gaat voldoen aan deze WHO adviesnormen. Wij missen daarnaast de noodzakelijke diepgang in het onderzoek naar de gezondheidseffecten van de Defensieplannen. Wij verzoeken u om een nadere uitwerking te maken aan de hand van de door de GGD’s uitgebrachte adviezen die u aantreft in bijlage 2. In uw voorstel voor de beoordeling van de gezondheidseffecten missen wij de integrale focus op gezondheid en gezondheidsbeleving die ook de Commissie m.e.r. adviseert. Er is sprake van cumulatie van effecten van met name geluid, maar ook fijnstof, door het samenvallen van tal van activiteiten. De stapeling van activiteiten bestaat uit de heropening van de vliegbasis met een intensivering van de aanvliegroutes,

-2-

een uitbreiding van het bestaande laagvlieggebied in de regio, in combinatie met bestaande activiteiten zoals nabijgelegen nationale en buitenlandse vliegvelden, het racecircuit en de omliggende agrarische en industriële bedrijvigheid. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de specifieke geluidskarakteristieke kenmerken van de F-35 ten opzichte van de F-16. Een brede en integrale benadering, essentieel om een goede effectanalyse te kunnen maken, ontbreekt in de NRD. De beoordeling van gezondheidseffecten die u in de NRD voorstelt, is beperkt en gericht op afzonderlijke thema’s, terwijl hier ook cumulatieve aspecten een rol spelen. Een bredere / integrale beoordeling, waarbij een instrument als de Milieugezondheidsrisicoindicator ingezet wordt, is noodzakelijk. Wij missen ook diepgang in de voorgestelde onderzoeksaanpak naar de mogelijke gevolgen voor de zeer actieve agrarische sector, de recreatie- en toerismebranche, de natuur (waaronder Nationale Parken en Natura 2000-gebieden) en de regionaal sterk in ontwikkeling zijnde hippische branche. Wij verzoeken u om per sector in beeld te brengen wat het effect is op zowel de bedrijfsvoeringsaspecten als het effect op (dieren)welzijn. Beschouw alle alternatieven volwaardig Het is belangrijk om alle gepresenteerde alternatieven volwaardig te onderzoeken.

Dat houdt volgens ons in dat in het planMER proces geen selectie op grond van bedrijfsvoeringstechnische of politieke redenen mag plaatsvinden, of dat er tijdens het proces alternatieven afvallen vanwege praktische of politieke redenen. Zoekgebied / te beschouwing alternatieven De NRD hanteert als zoekgebied voor jachtvliegtuigen locaties die in eigendom zijn van Defensie. In Nederland zijn er echter potentiële gebieden met een lagere bevolkingsdichtheid dan de Peel-regio, een lagere belasting voor flora en fauna en goede logistieke toegankelijkheid. Dit maakt dat die locaties daardoor beter geschikt kunnen zijn voor de vestiging van vliegbases voor jachtvliegtuigen. Ook kan dit leiden tot een evenwichtigere verdeling van lasten en hinder over Nederland. Zoals bekend zijn de huidige vliegbases immers overwegend in het zuiden van Nederland gepositioneerd en het oefengebied voor jachtvliegtuigen ten noorden van Nederland. Door concentratie van de vliegbases in het zuiden, vliegen jachtvliegtuigen van zuid naar noord en terug om in het noorden te oefenen. Het gevolg daarvan is meer overlast voor de tussenliggende gebieden. Wij vragen u dit aspect mee te nemen in de planMER. Wij verzoeken u daarom om de scope van de planMER zodanig te verruimen dat nieuwe en bestaande locaties, waar Defensie geen eigendomsposities heeft, in de planMER onderzocht en beschouwd kunnen worden.

Voor nieuwe locaties adviseren wij u hierbij te werken met het principe van “zoekgebieden”. Voor bestaande locaties verzoeken wij u om in ieder geval de vliegvelden Eelde, Twente en Lelystad in de planMER te onderzoeken en te beschouwen. Als regio zijn wij goed verbonden met DGLC en de lopende en mogelijke toekomstige ontwikkelingen en ondersteunen deze van harte. De huidige Luitenant-Generaal Bestkazerne ondergaat een duidelijke groei. Dit brengt met zich mee dat op het kazerneterrein diverse fysieke ontwikkelingen plaatsvinden. Ook zien wij dat in de toekomst DGLC zich verder zal door ontwikkelen. Deze ontwikkelingen gaan mogelijk conflicteren met vliegactiviteiten zoals u die nu wilt onderzoeken. Ook zien wij op de kazerne mogelijkheden om de ruimte voor de landmacht verder uit te breiden. Hierbij denken wij aan het positioneren van het oefendorp zoals opgenomen in de NRD. Wij adviseren en verzoeken u om deze optie mee te nemen in de te beschouwen

-3-

alternatieven voor deze activiteit. Wij verzoeken u om de toekomstige ontwikkelingen op het kazerneterrein mee te nemen bij uw onderzoeken. Stikstofdepositie Wij zijn van mening dat locatie De Peel -gezien de feitelijke referentiesituatie van de nabijgelegen Natura 2000 gebieden- niet als een bestaande maar als een nieuwe locatie behoort te worden beschouwd. Op een afstand van minder dan één kilometer ligt natuurgebied “De Bult” en in de directe nabijheid ook natuurgebied Deurnsche Peel & Mariapeel. Deze gebieden zijn op basis van de Vogelrichtlijn op 10 juni 1994 aanwezen als Natura 2000 gebied. Omdat voor de locatie vliegbasis De Peel niet eerder een natuurtoestemming is verleend, geldt deze datum als de referentiesituatie. Uit de vaste jurisprudentielijn van de Raad van State volgt dat intern salderen alleen kan op basis van activiteiten als deze sinds de referentiesituatie ter plekke gebezigd zijn. Als na 10 juni 1994 vergunde activiteiten zijn ingetrokken, kan hiermee niet intern worden gesaldeerd. Vliegbasis De Peel is sinds 1994 niet meer in gebruik als militaire luchthaven en is in 2012 definitief als vliegbasis gedeactiveerd en omgedoopt naar Luitenant-generaal Bestkazerne. Het gebruiken van de stikstofemissie van activiteiten van na de referentiedatum als interne salderingsmaatregel is juridisch onzeker.

Deze twijfel over de referentiesituatie is ontstaan omdat Defensie zich baseert op een haalbaarheidsonderzoek van 20 september 2023 waarin naar onze mening de bestaande rechten vanaf de referentiesituatie juridisch onjuist zijn geïnterpreteerd. Omdat sprake is van onvoldoende rechten kan de Luitenant-generaal Bestkazerne niet meetellen als bestaand alternatief in de planMER-procedure. Daarom vragen wij u om, naast het uitvoeren van een gedegen stikstofdepositieonderzoek, ook een onafhankelijke juridische toetsing van de referentiesituatie uit te voeren. Daarbij dient rekening gehouden te worden met alle in de regio gelegen Natura 2000-gebieden, ongeacht de afstand tot aan de te beoordelen vliegbasis. Naast de impact van uw plannen op de stikstofdepositie, speelt natuurlijk ook de impact op de bredere thema’s een rol, namelijk in relatie tot het verbeteren van de natuurkwaliteit, woningbouw, infrastructuur en bedrijfsontwikkeling. Belangenafweging Tijdens het planMER proces zal het ministerie van Defensie op enig moment een voorkeursalternatief kiezen. Het gevaar is daarbij dat het ministerie de integrale belangenafweging, die wat ons betreft op Kabinetsniveau moet liggen, zelf doet tijdens het planMER proces. Wij hebben zorgen dat Defensie daarbij de militaire belangen anders weegt ten opzichte van bijvoorbeeld natuur en leefomgeving dan dat het Kabinet zou doen.

Belangenafweging moet naar onze mening plaatsvinden via een Kabinetsbesluit in het kader van de Nota Ruimte. Het kan zijn dat daarbij militaire belangen zwaarder wegen dan andere belangen -dat is een politieke keuze- maar het mag niet al ‘verkapt’ plaatsvinden in het planMER met betrekking tot de NPRD. De indruk bestaat dat in een voorstadium van deze NRD al locaties zijn beschouwd en zijn afgevallen. Deze indruk wordt versterkt door het feit dat de NRD alleen uitgaat van bestaande Defensielocaties. Wij verzoeken u om aan te geven welke selectie- en wegingscriteria hierbij zijn toegepast en wat de uiteindelijke resultaten en conclusies zijn geweest van deze beoordeling en beschouwing. We verwachten hierbij dat bij deze beschouwing ook maatschappelijke, economische en kosteneffecten zijn meegenomen en dat ook hiervan de resultaten nader worden onderbouwd.

-4-

De bredere ruimtebehoeften (landelijke en regionale ruimteclaims) zijn in het NRD niet gedefinieerd Defensie geeft in de NRD alleen de eigen ruimtebehoeften aan. Daarbij redeneert Defensie vanuit het eigen perspectief en zonder een integrale benadering tussen Defensieontwikkelingen en landelijke, regionale en lokale opgaven, plannen en projecten. Een goede onderbouwing van de ruimtebehoefte van Defensie per locatie en per activiteit ontbreekt. Hierdoor blijft het onduidelijk wat het toekomstperspectief is voor onze inwoners en ondernemers. Uw ruimteclaims kunnen en mogen nadrukkelijk niet los worden gezien van alle andere ruimteclaims die de rijksoverheid in deze regio in het vooruitzicht heeft; in ons geval gaat het dan vooral ook om de transitie van het landelijk gebied (waaronder NOVEX de Peel), woningbouwopgave en energietransitie. Wij noemen hierbij nog specifiek het Limburgs Programma Landelijk Gebied en het Brabants Programma Landelijk Gebied. In deze beide programma’s zijn vooral de Europese natuurherstelopgaven voor Natura 2000 opgenomen. U wendt de huidige geopolitieke situatie aan om nu al een NPRD vast te stellen als uitwerking van de vigerende NOVI. Dit vinden wij niet getuigen van een zorgvuldige, toekomstgerichte en integraal afgewogen visie voor een evenwichtige verdeling van de (nationale) ruimtevragen.

In de NRD wordt niet gekeken naar combinaties van verschillende locaties. Wij stellen voor dat er wel gekeken wordt naar een vorm van spreiding van het gebruik over verschillende locaties, zonder dat er wordt toegerekend naar de huidige maximale scenario’s. We begrijpen dat er een ondergrens is van activiteiten in het kader van de bedrijfsvoering, maar dit is niet helder gemotiveerd. We verzoeken daarom om dit in de planMER nader te motiveren en onderbouwen door: • Een heldere verkenning uit te voeren naar mogelijke nieuwe en bestaande locaties/zoekgebieden waarbij u transparante selectiecriteria gebruikt, waaronder een juridische onderbouwing. • De integraliteit tussen verschillende opgaven vanuit het Rijk en Regio en lokaal in de planMER mee te nemen. Denk hierbij onder andere aan NOVEX de Peel, het Ontwikkelperspectief en de autonome groeibehoeftes van gemeenten. Wij verzoeken u deze te inventariseren op de thema’s: o Woningbouwbehoefte o Recreatie en toerisme o Economie (bedrijfsterreinen & werkgelegenheid) o Land- en tuinbouw, onder andere (melk)veehouderijen en paardenhouderijen, in het bijzonder het hippisch centrum in Noord Limburg. o Energietransitie o Water o Natuur o Cultuurhistorie, zoals de oprichting van het GEOPARK Peelrandbreuk waar gewerkt wordt aan een UNESCO-status voor dit gebied.

• De (integrale) afwegingscriteria tussen de verschillende thema’s per locatie transparant en navolgbaar te maken. Laagvlieggebieden Ten aanzien van de ‘laagvlieggebieden helikopters’ wijst de NRD grote nieuwe gebieden aan en omschrijft dat voor een deel van de bestaande laagvlieggebieden het planologisch regime aangescherpt moet worden. Wij hebben hierboven al aangegeven dat de planMER inzicht moet geven in wat de impact van de uitbreiding van het laagvlieggebied is. Daar willen wij graag naar verwijzen.

-5-

Ten aanzien van de aanscherping van het planologische regime voor laagvlieggebieden is het niet duidelijk welke consequenties een aangescherpt planologisch regime heeft. In het uitbreidingsvoorstel voor de laagvlieggebieden in Zuidoost Brabant zijn namelijk zowel grote energieprojecten als woningbouwprojecten (ook met relatief grote bouwhoogtes) voorzien. Deze energie– en woningbouwprojecten zijn essentieel voor de ontwikkeling van de regio. Deze projecten maken deel uit van de afspraken met het Rijk (woondeal, Regionale Energie Strategie). Het is in dat kader zeer relevant om exact te duiden waar deze aanscherping van het planologische regime dan op ziet. Belang van participatie gedurende proces beter invullen In het Participatieplan beschrijft u de ruimte die u wilt bieden voor formele en informele participatie. Wij constateren dat de ruimte die u biedt voor informele participatie (met name bedoeld voor inwoners/omwonenden/ondernemers) zich beperkt tot één digitale informatiebijeenkomst per provincie. Wij wijzen u erop dat deze vorm van informele participatie slechts kan leiden tot een zeer beperkt aantal reacties vanuit deze groepen. Daarmee voldoet u niet aan het door u beschreven doel van informele participatie. Participatie door inwoners en omwonenden is belangrijk. Om die reden vragen wij u meer ruimte te bieden voor informele participatie.

Wij hebben u mondeling verzocht om een langere reactietijd aangezien wij de reacties van 13 gemeenten zoveel mogelijk willen verwerken tot een gezamenlijk reactie. Deze ruimte hebben we helaas niet gekregen. Vandaar dat we in bijlage één een groslijst met een groot aantal inhoudelijke en redactionele opmerkingen hebben opgenomen die een aanvulling vormen op het bovenstaande. Deze inhoudelijke en redactionele opmerkingen zijn integraal onderdeel van onze zienswijze. Ook hebben we een advies ontvangen van de twee betrokken GGD’s. Ook dit advies maakt integraal onderdeel uit van onze zienswijze. Wij verwachten op beide bijlagen een inhoudelijke reactie in uw Nota van Antwoord. Neem gerust contact op Als u naar aanleiding van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met D.P.J. van Roosmalen via telefoonnummer (0493) 671 212 of per e-mail d.vanroosmalen@asten.nl. Wij verzoeken u bij eventuele vervolgcorrespondentie of contact met de gemeente bovenstaand zaaknummer te vermelden. Met vriendelijke groet, college van burgemeester en wethouders van Asten

mr. M. Derks

A.A.H.C.M. van Extel-van Katwijk

Bijlagen: - Inhoudelijke zienswijze NRD - Advies GGD bij zienswijze NRD

-6-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=859c02b3-4bea-40b9-81cf-11518803d3f4