CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

SB24.03.09D 02 Brief Bijlage 2 Advies GGD bij zienswijze NRD

Raadscommissie Samenleving en Bestuur 14 maart 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken van het college van b&w ter kennisneming3.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Venray / Gemeente Gemert-Bakel

datum uw kenmerk

29 januari 2024

behandeld door telefoonnummer

ons kenmerk

UIT056038

onderwerp

Advies inzake NRD Defensie

bijlage(n)

*Z00A0B5 AE82* +31881191200 GGD Limburg-Noord +31883687800 GGD Brabant

De gemeenten Venray en Gemert-Bakel hebben, mede namens andere omliggende gemeenten, hun GGD’en gevraagd hen te ondersteunen bij de inspraak op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) bij de Milieueffectrapportage Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (d.d. 15 december 2023). Ontwikkelingen binnen Defensie zorgen ervoor dat Defensie in de toekomst behoefte heeft aan extra ruimte en nadrukkelijker in de fysieke omgeving aanwezig zal zijn. Het gaat hierbij om zowel nieuwe als bestaande locaties. In de NRD wordt aangeven op welke activiteiten Defensie de komende jaren wil inzetten en wat in de planMER onderzocht moet worden om inzicht te krijgen in de gevolgen op de fysieke leefomgeving van deze ruimtevragende behoeften. Hierbij wordt door Defensie een brede benadering gehanteerd; naast de klassieke milieuthema’s worden ook thema’s als gezondheid, welzijn, economie en wonen meegenomen. In de MER ligt de nadruk op de thema’s die een ruimtelijke component hebben. De GGD onderstreept het belang van een brede aanpak. Door zo integraal en transparant mogelijk een afweging te maken, oog te hebben voor meekoppelkansen op gebied van andere opgaven in Nederland (waaronder landbouwontwikkeling, woningbouwplannen, natuur en werkgelegenheid, energietransitie, klimaat en waterberging), kan een weloverwogen keuze gemaakt worden.

Wij adviseren dat een gezonde en veilige leefomgeving hierin een leidend principe is. De GGD’en geven in deze brief aan op welke punten naar haar mening de NRD / planMER aangescherpt of uitgewerkt moet worden om goed inzicht te krijgen in effecten op de gezondheid van de inwoners. Ons advies is om gezondheid integraal onderdeel te laten zijn van de besluitvorming en zoveel mogelijk te streven naar een leefomgeving die een positief effect heeft op de gezondheid van inwoners; zij moeten in hun leefomgeving zo min mogelijk worden blootgesteld aan risicofactoren voor hun gezondheid. De uitdaging in de voorgenomen ruimtevragende activiteiten is om een gezonde leefomgeving te realiseren/behouden door de belasting van omgevingsfactoren zo laag mogelijk te houden. Daarnaast is het wenselijk om in de uitwerking van de ruimtevragende behoeften rekening te houden met

1

gezondheidsbevorderende aspecten. Denk hierbij aan meekoppelkansen voor bijvoorbeeld bewegen, ontmoeten en recreëren. Naar aanleiding van het verzoek van de gemeenten Venray en Gemert-Bakel hebben de GGD’en in Limburg Noord en Brabant het initiatief genomen om op landelijk niveau -via GGDGHOR Nederland- op de NRD van Defensie in te spreken. Deze lokale adviesbrief ligt hiervoor aan de basis. De GGD’en hopen hiermee op meer druk richting Defensie om gezondheid goed mee te nemen in het planMER. Gezondheid en omgeving De omgeving speelt een belangrijke rol in het beschermen en bevorderen van de gezondheid van inwoners. De Omgevingswet legt aandacht voor gezondheid expliciet vast (artikel 1.3). Aandachtspunt is het bereiken van een balans tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving1. De wet Publieke Gezondheid schrijft: “Voordat besluiten worden genomen die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheidszorg vraagt het college van burgemeester en wethouders advies aan de gemeentelijke gezondheidsdienst (artikel 16).” In het kader van bovenstaande geeft de GGD graag ondersteuning bij een reactie op de NRD. De GGD ziet gezondheid niet als de afwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van burgers zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven (Huber 2012).

Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig, nodigt uit tot gezond gedrag zoals meer bewegen en elkaar ontmoeten. Dit draagt bij aan de preventie van overgewicht, lichamelijke inactiviteit en daaraan gerelateerde ziekten zoals diabetes, depressie en hart- en vaatziekten (RIVM-NOA 2017). Daarnaast is het belangrijk dat milieufactoren in de leefomgeving zo min mogelijk bijdragen aan de ziektelast. De GGD gaat waar mogelijk uit van gezondheidskundige advieswaarden van de WHO, die veelal strikter zijn dan de wettelijke normen. Bekend is dat ook onder de wettelijke normen, zoals bijvoorbeeld die voor fijnstof, gezondheidseffecten optreden. GGD advies over opbouw en selectiecriteria in NRD In de NRD geeft Defensie aan dat zij bezig is met een transformatie die moet leiden tot drie centrale effecten: verhogen van gereedheid en inzetbaarheid, gerichte versterking van de gevechtskracht en verbetering van de wendbaarheid van de organisatie. Consequentie hiervan is dat Defensie nadrukkelijker aanwezig zal zijn in de fysieke leefomgeving onder andere door: 1. Behoefte aan nieuwe locaties en gebieden. Hiervoor is een bovenregionale afweging nodig. 2. Nieuwe activiteiten op bestaande locaties. 3. Ontwikkeling van meer van dezelfde activiteiten op bestaande locaties of gebieden. Hiervoor is met name extra milieuruimte nodig.

1

beschermen: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede

omgevingskwaliteit; benutten: het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen

2

In de NRD worden onderstaande locaties in provincie Limburg en Noord-Brabant benoemd: Limburg: - De Peel (gemeente Venray/Maashorst) (niet in gebruik) - Weert (Weerterheide); nieuwe locatie - Laagvlieggebied (ten zuiden van) de Peel voor helikopters - Nieuwe locatie laagvlieggebieden: ten westen van de Peel Noord-Brabant: - Oirschot - Gilze-Rijen - Volkel (gemeente Maashorst) - Eindhoven - Budel (gemeente Cranendonck) (nieuwe locatie) - Woensdrecht - Laagvlieggebied Maas-Waal voor helikopters - Nieuwe locatie laagvlieggebieden: ten zuiden Breda-Tilburg en ten oosten Eindhoven - Roosendaal nieuwe locatie helikopterlandingsplaats In de NRD wordt aangegeven dat voor 13 door Defensie gedefinieerde behoeften sprake is van een bovenregionale afweging omdat het hier gaat om nieuwe locaties/gebieden. Een aantal hiervan zijn in Brabant/Limburg gelegen. Alleen voor deze specifieke locaties wordt een alternatieven onderzoek uitgevoerd. Selectiekaders/-criteria zijn hiervoor gedefinieerd in de NRD om te bepalen of het een geschikte locatie is (tabel 5.2). Opmerking GGD: De GGD merkt op dat in de bijlage van de NRD voor een aantal ruimtebehoeften de afkappunten/selectiecriteria (bijvoorbeeld over de afstand tot woningen) veelal niet worden benoemd dan wel onderbouwd.

De GGD adviseert om afkappunten voor elke ruimtebehoefte te benoemen en te onderbouwen, zodat duidelijk wordt of, en zo ja op welke wijze gezondheid is meegenomen. In paragraaf 3.3 van de NRD staat dat voor zes bepalende thema’s in het planMER per locatie van Defensie inzichtelijk wordt gemaakt wat de impact is op de fysieke leefomgeving. Opmerking GGD: De GGD mist de onderbouwing voor de keuze van deze zes bepalende thema's en adviseert om het hoofdthema ‘gezonde en veilige leefomgeving’ volledig uit te werken voor elke activiteit. Indien Defensie het thema gezondheid niet relevant acht voor een bepaalde ruimtebehoefte, zien we graag een onderbouwing hiervan. In de NRD wordt aangegeven dat in de planMER de huidige situatie, de referentiesituatie en bij bovenregionale afwegingen de effecten van de diverse alternatieven onderzocht worden voor alle relevante thema’s van de fysieke leefomgeving. Hierbij wordt een onderverdeling naar hoofdthema’s, waaronder een ‘gezonde en veilige leefomgeving’, en vervolgens naar subthema’s gemaakt (zie tabel 5-1 uit de NRD). In de bijlage van de NRD is per ruimtebehoefte aangegeven welke thema’s uit het beoordelingskader (tabel 5.1) behandeld worden in de planMER. Opmerking GGD:

3

Tabel 5-1 geeft het beoordelingskader voor hoofdthema 'gezonde en veilige leefomgeving', waaronder de thema's geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid licht, trillingen, hittestress en ‘gezondheid’ zijn geplaatst. • De GGD beschouwt subthema’s zoals geluid en luchtkwaliteit als zeer relevant voor de gezondheid van omwonenden, en vindt het daarom enigszins ongelukkig gekozen om een apart subthema ‘gezondheid’ te benoemen met een heel beperkte formulering. Wellicht kunt u dat subthema herbenoemen naar ‘aantrekkelijke leefomgeving'. Onder dit subthema zou dan ook aandacht besteed kunnen worden aan gezondheidsbevorderende aspecten (bijvoorbeeld: een groene omgeving kan uitnodigen tot gezond gedrag wat gezondheidswinst kan opleveren). • De GGD adviseert om niet enkel de belasting in kaart te brengen, maar ook -indien hiervoor dosis-effectrelaties bestaan- de bijbehorende ervaren gezondheidseffecten (zoals hinder en slaapverstoring). Toets aan de gezondheidskundige advieswaarden (zie verderop in deze brief). • Licht in de omgeving, buiten de woning, heeft in de Nederlandse context een (zeer) beperkte invloed op de humane gezondheid2 maar kan wel relevant zijn voor verstoring van flora en fauna. Dit subthema is daarmee logischer onder het hoofdthema ‘Natuur’ dan onder het hoofdthema ‘Gezondheid’. • De impact van de ontwikkelingen op hittestress voor omwonenden zal minimaal zijn.

Wij adviseren om dit thema niet mee te nemen of in ieder geval niet in gelijke mate mee te nemen als de andere onderwerpen met een grote/grotere gezondheidsimpact. In de NRD wordt aangegeven dat voor het onderzoek naar de huidige situatie, referentiesituatie, alternatieven en voorkeursalternatief gebruik gemaakt wordt van kwalitatieve analyses op basis van bestaande data. De bestaande data betreft onder meer bestaande contouren rondom bepaalde Defensieactiviteiten, leefomgevingsdata die openbaar toegankelijk zijn (atlas leefomgeving, CBS, etc.) en openbare beleidstukken. Ten slotte worden data vanuit diverse planbureaus en informatie over de fysieke leefomgeving vanuit provincies, waterschappen en gemeenten betrokken bij de beoordeling. In de planMER zal de huidige en referentiesituatie voor alle locaties en specifieke activiteiten in beeld gebracht worden in een zogenaamde leefomgevingsfoto. In deze leefomgevingsfoto wordt voor alle relevante thema’s van de fysieke leefomgeving inzicht gegeven in de aanwezige contouren, waarden en de bijbehorende effecten op de omgeving en vice versa. Per locatie wordt daarbij voor de zes meest relevante thema’s (lees: thema’s die het meeste spelen op en rondom Defensielocaties) van de fysieke leefomgeving een beoordeling gegeven van zowel de huidige situatie als de referentiesituatie.

Hier is aangegeven of dit betreffende thema een groot aandachtspunt is of juist niet voor de huidige activiteiten. Opmerking GGD: De GGD adviseert nadrukkelijk om deze waarderingen ook kwantitatief te onderbouwen. De GGD merkt op dat zij soms ook van omliggende gemeenten signalen ontvangen dat –hoewel de activiteit niet in hun gemeente plaatsvindt– hun inwoners geconfronteerd

2 O.a.: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0269749123003238,

https://ehp.niehs.nih.gov/doi/full/10.1289/EHP3431, https://www.tandfonline.com/doi/full/10.3109/07420528.2011.602198, https://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/408485/1_s2.0_S0048969720344430_main.pdf?sequence=1

4

worden met bijvoorbeeld de geluidsbelasting afkomstig van vliegbewegingen. Het advies aan Defensie is om bij het in kaart brengen van de belasting ook rekening te houden met de mogelijke belasting in omliggende gemeenten. Kijk hierbij niet enkel naar de belasting maar ook naar het aantal belaste woningen (als maat voor het aantal belaste inwoners). Bij een locatie specifieke ontwikkeling (44 behoeften) vindt geen alternatieven onderzoek plaats en wordt enkel de impact op de fysieke leefomgeving op de betreffende locatie in kaart gebracht. Ook hieronder bevinden zich locaties in de provincies Noord-Brabant en Limburg. Opmerking GGD: De GGD adviseert dat de omwonenden zo min mogelijk worden blootgesteld aan risicofactoren voor hun gezondheid; tref zo nodig mitigerende maatregelen om de overlast te beperken. GGD advies uitwerking gezondheid Het uitgangspunt van de GGD is dat de bevolking in zijn leefomgeving zo min mogelijk wordt blootgesteld aan risicofactoren voor hun gezondheid. De GGD wil daarom naast de hierboven genoemde punten de volgende aandachtspunten meegeven voor het opstellen van de planMER. 1. Gebruik bij de beoordeling van de belasting (zowel in de huidige/referentie situatie als indien van toepassing alternatieven) de gezondheidskundige advieswaarden. Zie voor verdere toelichting de uitwerking hieronder. 2.

Houd rekening met cumulatie van milieufactoren (luchtkwaliteit, geluid, enzovoorts), maar ook de gelijktijdige blootstelling aan meerdere milieubronnen (wegverkeer, vliegverkeer, industrie, enzovoorts). 3. Houd rekening met (ervaren) hinder van inwoners (als onderdeel van gezondheid). Mensen kunnen indirecte gezondheidsklachten ervaren, welke van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van leven (o.a. hinder/stress door geluidsbelasting, slaapverstoring en/of ongerustheid over gezondheidsrisico’s). 4. Breng ook de effecten van geur op omwonenden in beeld voor diverse Defensie activiteiten. Uit de Brabantse omgevingsscan blijkt dat in gemeente(n) ernstige geurhinder naar voren komt en vliegverkeer hierbij als bron wordt aangegeven. Een voorbeeld hiervan is de gemeente Gemert-Bakel waar 4% aangeeft ernstig geurgehinderd te zijn ten gevolge van vliegverkeer. Voor de gemeente Maashorst is dit 7%. In heel Brabant is dit 2% (bron: Brabantse Omgevingsscan (BrOS) GEUR - Maashorst (brabantscan.nl)). 5. Voor F35’s zijn relatief weinig gezondheidsinzichten bekend. GGD Fryslân, GGD’en Brabant en GGD Limburg-Noord hebben een memo uitgebracht, te weten ‘advies gezondheidsonderzoek rondom militaire luchthavens waar de F35 vliegt/gaat vliegen’ (19 juni 2023). De GGD adviseert de resultaten uit dit onderzoek te betrekken bij de besluitvorming rondom de uitbreiding van F35 activiteiten. 6.

Heb extra oog voor de aanwezigheid van groepen mensen in het effectgebied met een kwetsbare gezondheid; denk hierbij bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van scholen, zorginstellingen, opvanglocaties vluchtelingen, enzovoorts. 7. Belangrijk is dat na realisatie van de plannen de belasting en de ervaren hinder afkomstig van de verschillende milieufactoren zoals geluid, trillingen, geur en luchtkwaliteit gemonitord worden, zodat desgewenst kan worden bijgestuurd. 8. Zorg tijdens de hele procedure voor:

5

a. Goede open communicatie en participatie met omwonenden, inclusief goed verwachtingsmanagement. b. Heldere klachtenprocedure en duidelijkheid wat er met klachten wordt gedaan. Onderstaand worden een aantal van de hierboven genoemde aandachtspunten nader uitgewerkt. Ad 1.Gezondheidkundige advieswaarden • In de NRD wordt aangegeven op welke thema’s en aspecten de leefomgeving wordt beoordeeld, maar het is niet duidelijk aan welke waarden getoetst wordt. De GGD adviseert om de belasting afkomstig van milieufactoren waarvoor gezondheidskundige advieswaarden (WHO waarden) zijn opgesteld, zoals geluid en luchtkwaliteit, hieraan te toetsen. Immers, ook beneden wettelijke normen kunnen gevolgen voor de gezondheid van de inwoners optreden. Worden de gezondheidskundige advieswaarden overschreden, dan wordt geadviseerd maatregelen te nemen om de belasting terug te dringen. Hierbij gaat de voorkeur uit naar maatregelen aan de bron. • Breng in kaart voor hoeveel gevoelige bestemmingen de gezondheidskundige advieswaarde wordt overschreven door de ontwikkeling. • Voor geluid afkomstig van wegverkeer en bedrijfsactiviteiten geldt: o Maximaal (cumulatief) geluidsniveau van 50dB Lden op de gevel. o Maximaal (cumulatief) geluidsniveau van 40dB Lnight op de gevel gedurende de nacht om slaapverstoring zoveel mogelijk te voorkomen. o Maximaal geluidniveau binnen: 33dB Lden.

• Voor geluid afkomstig van vliegverkeer geldt dat er nog geen gezondheidskundige richtwaarde is te geven. Vliegverkeer is bij een gelijk geluidsniveau hinderlijker en geeft meer slaapverstoring dan weg-, railverkeer en bedrijven. Bovendien verschilt hinder door vliegverkeer van vliegveld tot vliegveld, vanwege soort vliegtuigen/helikopters/vliegtijden. Voor wat betreft de geluidsbelasting en de hiermee samenhangende ervaren hinder wordt verwezen naar de resultaten van: o Rapport_belevingsonderzoek_geluidhinder_en_slaapverstoring_20201.pdf (ggdghor.nl). o Brief-GGD-GHOR-Nederland-bij-geluidsproblematiek-luchtvaart_DEF.pdf (ggdghor.nl). Neem de inzichten uit deze onderzoeken mee in de beoordeling van de geschiktheid van een locatie voor een bepaalde ontwikkeling. Gebruik daarbij zoveel mogelijk de actuele en locatiespecifieke blootstelling-effect-curves; voor geluid geproduceerd door F35-jachtvliegtuigen adviseren wij om gebruik te maken van de blootstelling-effect-curve die is opgesteld voor vliegbasis Leeuwarden3. • Op grond van hinder en slaapverstoring moet vliegverkeer zwaarder worden beoordeeld dan andere bronnen. Zolang er geen gezondheidskundige richtwaarde is te noemen, kan worden uitgegaan van de WHO-advieswaarden (45dB Lden en 40dB Lnight).

Hierbij moet wel het besef zijn dat bij deze waarden 3 https://www.gemert-bakel.nl/advies-gezondheidsonderzoek-rondom-militaire-luchthavens-waar-de-f35-

vliegtgaat-vliegen

6

•

•

•

•

•

nog steeds een hoog percentage ernstige hinder (10%) en ernstige slaapverstoring (11%) optreedt. Maximaal geluidniveau binnen: 33dB Lden. De GGD’en pleiten voor het verminderen en zo mogelijk afschaffen van nachtelijke vliegbewegingen/activiteiten (ook in de randen van de nacht). Nachtvluchten zijn een belangrijke bron van slaapverstoring en hinder (zie ook advies van GGD GHOR inzake ‘Geluidshinder, slaapverstoring en gezondheidsschade door luchtvaart’; kenmerk 23-070-TC; 20-06-2023). Houd rekening met de piekbelasting. Dit kan namelijk tot extra hinder en slaapverstoring leiden en bovendien zijn er bij sommige geluidbronnen (F-35s) zorgen bij omwonenden over gehoorschade. o Breng daartoe in beeld: de geluidniveaus ter hoogte van woningen, aantal woningen bij die geluidniveaus, frequentie van optreden en tijdstippen op de dag en nacht (inclusief randen van de nacht 22-23 uur en 7-8 uur). De GGD adviseert met betrekking tot geluid ook aandacht te besteden aan rattle noise daar waar het ruimtebehoeften betreft in relatie tot helikopter gebruik. Rattle noise ontstaat wanneer bouwdelen (wanden, daken, deuren, ramen) van gebouwen of voorwerpen in gebouwen in trilling komen. Rattle noise komt voor bij bepaalde helikopters, zoals Chinooks. Trillingen kunnen leiden tot hinder. De belangrijkste klachten die samenhangen met trillingen zijn: irritatie, boosheid en onbehagen.

Daarnaast kunnen trillingen (via omzettingen in funderingen, muren, etc.) leiden tot laagfrequent geluid. Blootstelling aan laagfrequent geluid kan leiden tot (ernstige) hinder, slaapverstoring en indirecte effecten zoals stress, hartkloppingen en een onbehaaglijk gevoel. Houd rekening met het totaal aantal gehinderden/woningen. Voor luchtkwaliteit geldt o Streef naar de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO voor PM10 (15 µg/m3), PM2,5 (5 µg/m3), NO2 (10 µg/m3). Neem in de uitwerking mee wat de bijdrage is van de verschillende bronnen voor de concentraties van de hierboven genoemde stoffen op leefniveau. Druk de blootstelling aan NO2 en fijnstof ook uit in gezondheidsmaten (bijvoorbeeld volgens de methode zoals het Rijk toepast in het Schone Lucht Akkoord). Daarnaast zou ook aandacht besteed kunnen worden aan zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zoals benzeen. Voor ZZS geldt het maximaal toelaatbaar risico (MTR, beschikbaar via het RIVM) als gezondheidskundig geschikt toetsingskader. o Voor ultra fijnstof zijn nog geen gezondheidskundige advieswaarden vastgesteld. Maar de GGD vindt het wel heel belangrijk dat dit aspect voor luchthavens in beeld wordt gebracht om zo de gevolgen van een voorgenomen ontwikkeling mee te kunnen wegen.

De GGD adviseert bij nieuwe of uit te breiden locaties, waarbij er bijvoorbeeld additionele (toegangs-)wegen aangelegd gaan worden of waarbij bestaande wegen veel drukker worden, rekening te houden met de afstand en verkeersintensiteit in relatie tot (bestaande) gevoelige bestemmingen. Gezondheidsrisico’s van omwonenden nemen namelijk toe naarmate de afstand tot de weg kleiner is, ook wanneer de luchtkwaliteit daar aan de Europese grenswaarden voldoet. Woningen en voorzieningen waar kinderen, ouderen of mensen met een zwakke gezondheid langdurig verblijven moeten daarom op ruime afstand van drukke wegen worden gerealiseerd. Hanteer dan ook de volgende afstandscriteria voor nabijgelegen gevoelige objecten: o Drukke weg buiten de bebouwde kom: ten minste 50 meter tot eerstelijns bebouwing.

7

o o

Drukke weg binnen de bebouwde kom: ten minste 25 meter (bij voorkeur ten minste 50 meter) tot eerstelijns bebouwing. Snelwegen: minimaal 150 meter, bij voorkeur 300 meter.

Ad 2/3 Cumulatie en ervaren hinder • De GGD benadrukt dat gezondheid méér is dan de uitkomst van formules over geluid, luchtkwaliteit, enzovoorts. Er zit óók een belevingsaspect aan, welke direct doorwerkt op de ervaren kwaliteit van leven en indirect (via stressmechanismen in het lichaam) ook op de fysieke gezondheid. Dit kan met berekeningen maar ten dele worden beschreven, zeker indien actuele en lokale blootstelling-effectcurves ontbreken en er dus (logischerwijs) teruggegrepen moet worden naar oudere of niet-lokale curves. Bovendien brengen veranderingen in de leefomgeving (zoals ontplooien van een milieubelastende activiteit die er eerst niet/nauwelijks was) vaak in eerste instantie ook een heftigere belevingsrespons tot stand (bijvoorbeeld geluidhinder), dan met blootstelling-effect-curves wordt voorspeld. • Bij reeds hoog belaste gebieden met veel hinder, bij voorkeur zorgdragen voor een afname van de belasting tot onder de gezondheidskundige advieswaarden. Houd bij de afweging rekening met de bestaande hinder/ongerustheid van de bewoners op dit moment. De GGD adviseert om bij de beoordeling gebruik te maken van de resultaten uit de gezondheidsmonitor om inzicht te krijgen in de wijze waarop de leefomgeving op dit moment door de omwonenden wordt ervaren.

Inzicht in reeds bestaande knelpunten/ervaren hinder of andere gezondheidsrisico’s kunnen gebruikt worden in de afweging voor een bepaalde locatie en/of uitbreiding op een bestaande locatie. De Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen brengt de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van Nederlanders van 18 jaar en ouder in kaart. Alle GGD'en, GGD GHOR Nederland, het RIVM en het CBS voeren dit onderzoek samen uit. Normaal vindt elke 4 jaar een meting plaats. Bij vragen zijn wij graag bereid toelichting te geven. Afstemming met de GGD’en verloopt bij voorkeur (zoals ook gebruikelijk was tijdens het voorproces) centraal via de coördinerende gemeenten Gemert-Bakel en Venray.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=000d22e9-7365-40c1-96e6-d7d263eab13d