SB24.02.08A CV Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL (via commissie) BIJ ZAAKNUMMER: 2024000337 AGENDANUMMER: 08 Commissie Samenleving en Bestuur op 8 februari 2024 Onderwerp: Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030
Bijlage(n): Vergadering van: 4
27 februari 2024
Agendanummer:
p.h.:
24.02.xx
de raad van de gemeente Asten Samenvatting Binnen MRE Mobiliteit is afgesproken om te komen tot een efficiënte en doelmatige samenwerking voor de realisatie van de koers, visie en ambities, door programmatisch werken. Er zijn (inhoudelijke) kaders en werkafspraken nodig om programmatisch te kunnen werken. Dit is opgenomen in de voorliggende concept Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030. Daarmee vormt de concept samenwerkingsovereenkomst het fundament onder de regionale samenwerking. In bijgevoegde brief van de MRE worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen op de concept Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030. Aan de raad wordt voorgesteld om van deze gelegenheid gebruik te maken en bijgevoegde zienswijze in te dienen. Beslispunten 1. Bijgevoegde zienswijze in te dienen op de concept Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030. 2. Het college toestemming te verlenen voor het aangaan van de Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030 zodra de definitieve versie wordt vrijgegeven. Dit onder voorbehoud dat de definitieve versie niet in strijd is met het recht of algemeen belang (artikel 1, lid 4, Wet gemeenschappelijke regelingen). 3. Bijgevoegde brief gericht aan het Poho Mobiliteit en Innovatie MRE te ondertekenen en te versturen.
Inleiding In de concept samenwerkingsovereenkomst worden afspraken vastgelegd voor het nieuwe samenwerkingsmodel, waarover is gesproken in het Portefeuillehouderoverleg Mobiliteit van 30 november 2022 en 10 mei 2023. Aanleiding voor het maken van deze afspraken is het MRE-samenwerkingsakkoord 2023-2026 (“in goede banen”), waarmee de raad eerder dit jaar heeft ingestemd. Daarin is onder meer afgesproken om regionaal programmamanagement op de vijf hoofdopgaven (ruimte en wonen, mobiliteit, energiesysteem, economie en landelijk gebied) in te richten.
LM
De concept samenwerkingsovereenkomst beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen in een programmabureau MRE als onderdeel van de MRE en legt de afspraken vast. Deze afspraken richten zich op het uitvoeren van programma’s en projecten onder één centrale aansturing en coördinatie, op zowel bestuurlijk, als ambtelijk niveau. Wij zijn van mening dat de concept samenwerkingsovereenkomst op onderdelen moet worden aangescherpt. Hierbij doen wij als voorstel om onderstaande punten op te nemen in een zienswijze gericht aan het POHO Mobiliteit en Innovatie: - Artikel 10; In artikel 10 lid 2 wordt aangegeven dat de samenwerking bestuurlijke overleggen en ambtelijke overleggen kent. De ambtelijke samenwerking kent ook structurele ambtelijke overleggen, die al jaren bestaan. Vanwege het belang hiervan in de totale samenwerking is het verzoek om bij artikel 10 lid 2, in plaats van te volstaan met de wijze waarop de ambtelijke uitvoering is belegd, de ambtelijke overlegstructuur te benoemen, zoals dat bij de bestuurlijke overlegstructuur is gedaan. - Artikel 17; Er wordt vanuit dit artikel een verkeerde doorverwijzing gemaakt naar artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b. Dit heeft verstrekkende gevolgen.
Het bestuurlijk overleg Oost bestaat dan niet uit de Portefeuillehouders Mobiliteit van deelregio Oost, maar uit de Portefeuillehouders Mobiliteit van deelregio De Kempen. Het spreekt voor zich dat dit niet de bedoeling kan zijn. Hier dient de juiste doorverwijzing te worden gemaakt (in huidige overeenkomst artikel 15, eerste lid onder f), waarbij extra attentie moet zijn voor artikel 15 lid d (hier staat niets). Als dit wordt aangepast moet de doorverwijzing naar de gemeenten in deelregio Oost uiteraard nog steeds kloppen. - Artikel 25; Voor de transparantie (beeld financiële consequenties) wordt het wenselijk geacht dat de jaarlijkse inbreng van de organisatiekosten (€ 575.000,-), naar rato van het aantal inwoners wordt verduidelijkt door een bijlage bij de samenwerkingsovereenkomst te voegen, waarin de vertaalslag is gemaakt naar wat deze jaarlijkse inbreng betekent per gemeente. Daarbij kan tevens worden aangegeven dat het niet om een extra budget gaat, maar in plaats komt van het budget dat is gereserveerd voor de programmakosten in het kader van de Bereikbaarheidsagenda. Wat willen we bereiken Het doel van de samenwerkingsovereenkomst is het bereiken van een efficiënte en doelmatige regionale samenwerking voor de realisatie van de koers, visie en ambities op het domein mobiliteit door hierover met elkaar afspraken vast te leggen.
Dit leidt tot een grotere slagkracht ten gunste van de regionale mobiliteit. Wat gaan we daarvoor doen 1. Taken en verantwoordelijkheden De samenwerkingsovereenkomst beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen in een programmabureau MRE als onderdeel van de MRE en legt de afspraken vast. Deze afspraken richten zich op het uitvoeren van programma’s en projecten onder één centrale aansturing en coördinatie, op zowel bestuurlijk, als ambtelijk niveau. De samenwerkingsovereenkomst leidt voor de totale regio tot een efficiëntere ambtelijke inzet voor mobiliteit. 2. Robuustere samenwerking Als gevolg van de samenwerkingsovereenkomst verschuift de strategische en tactische uitvoering van de mobiliteitsstrategie naar de MRE. De regionale samenwerking in deze samenwerkingsovereenkomst biedt een meer robuuste samenwerkingsvorm en een gebundelde informatiestroom van en naar hogere
overheden. Hierdoor ontstaat meer slagkracht ter bevordering van de regionale mobiliteit. 3. De huidige overeenkomst Bereikbaarheidsagenda Zuidoost-Brabant 2017-2030 vormt het fundament van de nieuwe integrale samenwerking op het gebied van mobiliteit De nieuwe samenwerkingsovereenkomst vervangt de huidige overeenkomst Bereikbaarheidsagenda Zuidoost-Brabant 2017-2030. Lopende afspraken over de bereikbaarheidsmiddelen uit het Bereikbaarheidsakkoord (Subsidieregeling Bereikbaarheidsakkoord Zuidoost-Brabant 2017-2030) worden zo veel mogelijk 1op-1 overgenomen. 4. De raad behoudt haar bevoegdheden en rollen Er worden geen bevoegdheden van de raad gemandateerd of gedelegeerd. De overeenkomst geeft ook geen invulling aan de inhoud van projecten, programma’s en visie. De gemeenteraad behoudt haar reguliere bevoegdheden en kaderstellende-, controlerende en besluitvormende rol. 5. De overeenkomst vloeit voort uit de afstemming binnen het Poho Mobiliteit MRE, dus met de deelnemende gemeenten In de overeenkomst worden afspraken vastgelegd voor een nieuw samenwerkingsmodel, waarover is gesproken in het Poho Mobiliteit en Innovatie MRE van 30 november 2022 en 10 mei 2023. Het Poho ziet de overeenkomst als een handleiding over hoe gemeenten in MRE-verband willen samenwerken.
Aanleiding voor het maken van deze afspraken is het Samenwerkingsakkoord 2023-2026, waarmee de raad eerder dit jaar heeft ingestemd. Daarin is onder meer afgesproken om regionaal programmamanagement op de vijf hoofdopgaven (ruimte en wonen, mobiliteit, energiesysteem, economie en landelijk gebied) in te richten. 6. Efficiënte besluitvorming In het kader van efficiënte en doelmatige besluitvorming kan de raad besluiten om de overeenkomst éénmaal te behandelen. Dit kan door bij behandeling van de conceptversie van de overeenkomst al toestemming aan het college te verlenen voor het aangaan van de definitieve overeenkomst, mits de definitieve overeenkomst niet in strijd is met het recht of algemeen belang. 7. In de samenwerkingsovereenkomst zijn procesmatige kaders en werkafspraken opgenomen om programmatisch te kunnen werken binnen de MRE-samenwerking De overeenkomst is een lichte gemeenschappelijke regeling, omdat het een publiekrechtelijke samenwerking tussen overheden betreft. Daarom is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) van toepassing. Dit betekent dat de gemeenteraad een formele rol heeft bij het tot stand komen van deze overeenkomst, namelijk: - De raad mag een zienswijze over de concept regeling (de overeenkomst) indienen bij het college. Het college koppelt de zienswijze terug richting MRE en Poho Mobiliteit MRE.
Naar aanleiding van eventuele zienswijzen kan het Poho Mobiliteit MRE wijzigingen doorvoeren in de definitieve regeling. - De raad moet toestemming geven aan het college voordat het college met de definitieve regeling kan instemmen. De regeling kan pas gepubliceerd worden en in werking treden nadat alle raden toestemming hebben gegeven en alle colleges hebben ingestemd met de regeling. Toestemming kan door de raad alleen onthouden worden als de regeling in strijd is met het recht of het algemeen belang.
3/7
Mogelijke alternatieven N.v.t. Toekomstagenda Asten 2030 / Vitale democratie Mobiliteit is een belangrijk aspect in onze Toekomstagenda Asten 2030. Met het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst worden afspraken bekrachtigd die leiden tot een verbetering van regionale samenwerking en het vergroten van regionale slagkracht op het thema Mobiliteit. Risico’s 1.1
De taakverdeling tussen het nieuwe programmabureau en de gemeente moet nader worden uitgewerkt De taakverdeling tussen het nieuwe programmabureau en de gemeenten is nog niet uitgewerkt. Het kan zo zijn dat de gemeentelijke taken in omvang stijgen ten opzichte van nu om tot het gewenste serviceniveau van ambtelijke en bestuurlijke advisering te komen. In overleg met de MRE gemeenten zullen wij te allen tijde pleiten voor zo min mogelijk toevoeging van extra taakbelasting van het ambtelijk apparaat.
1.2
Ook de doorontwikkeling moet nader worden uitgewerkt De doorontwikkeling, genoemd in de bijlage I van de concept samenwerkingsovereenkomst, is nog niet uitgewerkt. Daarbij ontstaat het risico dat de invulling straks minder goed aansluit bij de gemeentelijke belangen. Het gezamenlijke belang weegt echter voor nu zwaarder. Dit betreft daarom ook een te overzien risico.
1.3
Overdracht van kennis vormt een aandachtspunt In de overgangsperiode, tussen nu en 1 januari 2025, vindt overdracht van kennis over de bereikbaarheidsagenda, de gemeentelijke beleidsplannen voor mobiliteit plaats. Ondanks de overdracht beschikt het nieuwe programmabureau naar verwachting over minder lokale kennis en bestuurlijke sensitiviteit. Dit vormt een aandachtspunt dat zal worden opgepakt in regionale- en subregionale overleggen.
Communicatie Na besluitvorming in de gemeenteraad, wordt het POHO Mobiliteit en Innovatie op de hoogte gesteld van onze zienswijze op de concept samenwerkingsovereenkomst. Wat mag het kosten Het voorgestelde besluit kan binnen de begroting worden uitgevoerd. Er is geen sprake van aanvullende kosten, maar van een herschikking van kosten. Momenteel betalen wij jaarlijks € 51.834,34 incl. BTW waarvan € 14.721,34 incl. BTW voor de kosten van het programmabureau Bereikbaarheidsagenda. Deze kosten worden reeds gedekt uit de middelen die in de begroting zijn opgenomen in het budget ‘Bereikbaarheidsagenda regio’. Met het vervallen van de huidige overeenkomst Bereikbaarheidsagenda ZuidoostBrabant 2017-2030, worden deze middelen ingezet voor de nieuwe samenwerkingsovereenkomst. Onze bijdrage wijzigt dus niet, anders dan de jaarlijkse indexering conform de methodiek van de gemeenschappelijke regeling.
Bijlage(n)/ter inzage (incl. Document-nr) 2024000560 2024000328 2024000329 2024000330 2024000571
Raadsbesluit Verzoek om zienswijze op te halen op concept Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit Concept Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030 Begeleidende brief MRE aan gemeente Asten inzake concept Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit 2024-2030 Reactie op concept Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030
5/7
RAADSBESLUIT Onderwerp: Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030
Dagtekening:
Agendanummer:
27 februari 2024
24.02.xx
De raad van de gemeente Asten; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 januari 2024 met zaaknummer 2024000337; gehoord het advies van de commissie Samenleving en Bestuur van 8 februari 2024; besluit: 1. bijgevoegde zienswijze in te dienen op de concept Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030. 2. het college toestemming te verlenen voor het aangaan van de Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 2024-2030 zodra de definitieve versie wordt vrijgegeven. Dit onder voorbehoud dat de definitieve versie niet in strijd is met het recht of algemeen belang (artikel 1, lid 4, Wet gemeenschappelijke regelingen). 3. bijgevoegde brief gericht aan het Poho Mobiliteit en Innovatie MRE te ondertekenen en te versturen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Asten van 27 februari 2024. De raad voornoemd, griffier, mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans
voorzitter, A.A.H.C.M. van Extel-van Katwijk
7/7