SB24.01.XXA 12 Bijlage - reactie op rapportage
Tekst van het document
Reactie op rapportage
Stikstofdepositie reactivering Vliegbasis De Peel Fase 1. Haalbaarheid
Klant: Ministerie van Defensie
Referentie: BI5671-103-105-RHD-XX-XX-RP-X-0001 Status: Definitief Datum: 20 september 2023
Werkgroep De Peel Zuidelijk Land van Cuijk
1. Inleiding
Basisredenering in de HaskoningDHV rapportage In de rapportage ‘Stikstofdepositie reactivering Vliegbasis De Peel’ wordt door HaskoningDHV de
volgende redenering opgezet. Gesteld wordt dat het militaire vliegterrein De Peel een aanwijzing heeft voor de stationering van een
squadron F-16 vliegtuigen (par 2.2, p. 2; zie hieronder). Betoogd wordt dat De Peel kan teruggrijpen op een ‘indicatieve’ geluidsruimte (Ke 35 geluidscontour), zodat deze geluidsruimte op jaarbasis
gevuld kan worden voor een squadron F-16 jachtvliegtuigen. Luchtgebonden gebruik Het luchtgebonden gebruik is gebaseerd op het Aanwijzingsbesluit 1960 waarin een belegging met één squadron jachtvliegtuigen was opgenomen. Deze belegging is naderhand gehandhaafd in het Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) uit 1984 en het tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2) uit 2001. In de berekeningen is voor de referentiesituatie uitgegaan van een belegging met één squadron F16 jachtvliegtuigen en de destijds voorziene routes.
Op grond van een jaarstationering met F-16 jachtvliegtuigen wordt een ‘bestaande’ referentiesituatie berekend. Aan de gevulde geluidsruimte wordt impliciet een stikstofruimte (ruimte voor
stikstofemissie) gekoppeld. In de rapportage van HaskoningDHV wordt vervolgens berekend wat de stikstofemissie en -depositie
zal zijn bij stationering van F-35 jachtvliegtuigen op De Peel die jaarlijks 1800 sorties uitvoeren. Na het nemen van een reeks maatregelen wordt de berekende emissie zover teruggebracht in de
doelsituatie, dat deze onder het niveau van de bestaande referentiesituatie komt te liggen.
Bijgevolg is er niet langer sprake van een stikstofprobleem voor re-activering van De Peel.
Tegenargumentatie In deze notitie laten we zien dat: e
de aanwijzing voor een jaarstationering van een squadron F-16 jachtvliegtuigen niet bestaat. De Peel heeft in het SMT-2 een aanwijzing als reservebasis gekregen, die in bijzondere
gevallen kan worden gebruikt. e
de basis is sinds maart 1993 gedeactiveerd. Teneinde de aanwijzing als reservebasis (SMT-2) te kunnen gebruiken is een luchthavenbesluit nodig, waarin de aanwijzing, de bijpassende
geluidszonering worden geregeld. Het doorlopen van een MER-procedure waarbij aan de wettelijke normen wordt voldaan is randvoorwaardelijk. Het succesvol doorlopen van de MER is nodig voor het verkrijgen van een natuurvergunning. Dit Luchthavenbesluit is er niet.
Bijgevolg is er ook geen sprake van een bestaande referentiesituatie. Voor de beoogde doelsituatie (1800 sorties met de F-35) is uiteraard een ander Luchthavenbesluit nodig. e
Defensie betoogt (Notitie Reikwijdte en Detailniveau, 2019) dat voor De Peel nog altijd sprake is van een indicatieve geluidsruimte uit 1985. We laten zien dat deze geluidsruimte weliswaar is berekend (1978), maar sinds een uitspraak van de Raad van State
(1998 en 2009) geen formele status meer heeft. De geluidsruimte kon
sindsdien dus ook niet meer gebruikt worden als aanwijzing voor ruimtelijke ontwikkeling,
waaronder bestemmingsplannen (Gemeenten en Provincies).
2. De aanwijzing van militair vliegterrein De Peel In 1960 heeft De Peel een aanwijzing tot militair vliegterrein gekregen. In de Stikstofrapportage (HaskoningDHV) wordt gesteld dat de belegging uit de oorspronkelijke
aanwijzing is gehandhaafd in het eerste Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-1, 1984) en het tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2, 2001).
Luchtgebonden gebruik Het luchtgebonden gebruik is gebaseerd op het Aanwijzingsbesluit 1960 waarin een belegging met één squadron jachtvliegtuigen was opgenomen. In de berekeningen is voor de referentiesituatie uitgegaan van een belegging met één
squadron F16 jachtvliegtuigen en de destijds voorziene routes.
Dat is niet juist. In 1969 had De Peel al geen aanwijzing meer als operationele basis. Er was dus geen sprake meer van een operationele
belegging (jaarstationering) met een squadron gevechtsvliegtuigen.
Per 3 september 1969 verhuisde 306 squadron van de vliegbasis Twenthe naar Volkel; het
fotoverkenningssquadron kreeg als oefen- en oorlogsbestemming De Peel toegewezen. Tot 1985 heeft de Luchtmachtbasis De Peel gediend als uitwijkhaven voor het 306 Squadron. In het SMT-1 (1984) werd de actuele status bevestigd met aanwijzing als Dispersion Operating Base
(DOB)! voor gevechtsvliegtuigen en een Collacated Operating Base (COB)? voor bondgenootschappelijke (gevechts-) vliegtuigen. De Prioriteitennota 19933 wijst 3 MOB’s (Main Operating Bases) aan. Dat waren Leeuwarden, Volkel en Twenthe.
De Peel, Gilze-Rijen en Eindhoven kregen de aanwijzing als DOB.
De uitwerking van de herstructurering leidt echter tot aanpassing van de aanwijzing.
Eindhoven krijgt in plaats van de Peel de aanwijzing van DOB.* In maart 1993 wordt De Peel
gedeactiveerd.
!
DOB: Een Dispersion Operating Base is een militair luchtvaartterrein dat in vredestijd niet permanent is belegd
met een gevechtseenheid, maar waarvan de plannen voorzien in een belegging
metjachtvliegtuigen tijdens bijzondere omstandigheden en oorlogstijd. In vredestijd zullen de betreffende eenheden voor oefeningsdoeleinden gedurende beperkte perioden vanaf deze luchtvaartterreinen opereren, onder meer om het personeel met de omgeving en vliegbasisfaciliteiten vertrouwd te maken. Voorzieningen voor het alsdan opereren zijn getroffen. 2 COB: een Collocated Operating Base is een vliegbasis die in tijd van oorlog één of meer squadrons gevechtsvliegtuigen kan herbergen. Aldus vastgelegd via bilaterale verdragen tussen Nederland en de VS alsmede Engeland. 3 Prioriteitenota Tweede Kamer, vergaderjaar 1992-1993, 22 975, nr. 2, p. 48 4 Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het ministerie van Defensie (X) voor het jaar 1995. Kamerstuk 23 900 X, p. 27
Het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2, deel 1: ontwerp PKB) geeft aan dat de
vliegbasisfunctie is gedeactiveerd, maar dat het onder bijzondere omstandigheden als reservebasis geactiveerd kan worden. Die functie als reservebasis neemt het over van Soesterberg (SMT-2, deel 2, pag. 55) dat wordt
gesloten. De officiéle beschrijving van de aanwijzing voor De Peel luidt als volgt:
De Peel is de thuislocatie van het Defensie Grondgebonden LuchtverdedigingsCommando
(DGLC). Het start- en rolbanenstelsel van de luchthaven De Peel is gedeactiveerd voor vastvleugelige vliegtuigen. De luchthaven wordt gebruikt als oefenveld en als uitwijkhaven. Het luchtruim boven deze luchthaven biedt de mogelijkheid tot gezamenlijke oefeningen van F16’s,
helikopters en niet-vliegende eenheden waaronder luchtverdedigingseenheden en de School voor Grond-Lucht Samenwerking. Er vindt bondgenootschappelijk medegebruik met
helikopters en recreatief burgermedegebruik plaats. Daarnaast kan de luchthaven worden gebruikt voor vluchten met helikopters in het kader van algemeen maatschappelijk belang.
De
2.1 Conclusie Belangrijk om vast te houden is dat de actuele aanwijzing (op basis van het SMT-2) die als overloop squadron jachtvliegtuigen is.
en reserveveld voor een
Een reservebasis in vredestijd vervult een dergelijke functie in de regel kortstondig (enkele weken tot
3 maanden). Het komt dus niet overeen met de stationering van een squadron op jaarbasis, zoals op een Main
Operating base) MOB aan de orde is.
De berekening, zoals in de Stikstofrapportage van HaskoningDHV gehanteerd, om de geluidsruimte
gedurende een jaar te vullen, is dus niet toegestaan.
°
Een reserve basis is een militair luchtvaartterrein dat niet belegd is met een gevechtseenheid, maar waarvan
binnen korte tijd jachtvliegtuigen moeten kunnen opereren. Daartoe is een aantal basisvoorzieningen getroffen. Indien nodig kunnen reeds in vredestijd jachtvliegtuigen op een dergelijke basis tijdelijk worden gestationeerd. Een reservebasis kan in vredestijd worden bestemd voor het stationeren van eenheden die in oorlogstijd in
hoofdzaak elders opereren en slechts voor een doelmatige exploitatie in vredestijd aan een reservebasis
gebonden zijn. Ook kan een reservebasis dienen als uitwijkbasis voorjachtvliegtuigen die -bij voorbeeld wegens periodiek baanonderhoud of in het kader van een oefening- tijdelijk niet vanuit de thuisbasis opereren.
3. De geluidszonering voor De Peel In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (2019)° wordt aangegeven (p. 5) dat in het verleden een
‘indicatieve’ geluidszone is vastgesteld in het Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-1)’.
Volgens de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (p. 8), is de vastlegging van de ‘indicatieve’ geluidszone in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2, 2001) opnieuw bevestigd. Dat is niet juist. De ‘indicatieve’ geluidscontour is in 1978 berekend naar aanleiding van een wijziging in de
Luchtvaartwet. Bij Wet van 7 juni 1978 (Stb. 354) is in de Luchtvaartwet de verplichting opgenomen rondom luchtvaartterreinen geluidszones vast te stellen, teneinde het gebruik daarvan nader te
kunnen reguleren. In 1978 zijn voor alle militaire vliegterreinen indicatieve geluidscontouren berekend. Voor
luchtvaartterrein Eindhoven is deze in Stcrt. 1978, no. 122) gepubliceerd. In 1978 was de luchtmacht bezig met de vervanging van de F-104 door de F-16. Derhalve is
-
uitgaande van de aanwijzing uit 1960°%- een ‘indicatieve’ geluidscontour berekend die uitging van een operationele jaarstationering van een squadron F-16. Een dergelijke geluidscontour voor een operationeel squadron is opvallend, aangezien De Peel al in
de jaren ‘60 een functie had als reserveveld en redeployment basis voor toestellen vanaf Laarbruch.
Vanaf 1969 kreeg De Peel de functie als reservebasis voor het 306 squadron fotoverkenners, dat van Twenthe naar Volkel verhuisde. In de jaren ‘70 was dat niet anders; de maximale duur was een
verblijf van 5 maanden in 1978 voor squadron 306 vanwege baanwerkzaamheden vanwege baanwerkzaamheden op Main Operation Base Eindhoven.
We kunnen dus concluderen dat de berekende geluidscontour in 1978 niet in overeenstemming was met het feitelijk gebruik.
Desondanks wordt de ‘indicatieve’ geluidscontour opgenomen in het Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-1) uit 1985. Dit terwijl de aanwijzing in het SMT-1 (aanwijzing als DOB en COB; zie pag. 2 van deze notitie) geen wijziging bevat ten opzichte van de bestemming in de jaren 70.
In het Tweede Structuurschema militaire Terreinen (SMT-2, 2001) wordt de aanwijzing als DOB en
COB geschrapt, maar krijgt De Peel de aanwijzing als overloop- en reserveveld.
®
Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Milieueffectrapportage Luitenant-generaal Bestkazerne / Militaire
luchthaven De Peel, 25 juni 2019 7”
Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-1), 1985.
8
Aanwijzing militaire luchthaven De Peel (besluit van de minister van Defensie van
25 maart 1960 nr. 219386/H)
rechtvaardigt niet een geluidscontour die uitgaat van een operationele belegging (jaarstationering) met een squadron F-16 jachtvliegtuigen. Dat
De Raad van State zal in 2009° concluderen -in het kader van een procedure inzake de vliegbasis
Eindhoven- dat een geluidszone deugdelijk gemotiveerd dient te worden en dat deze overeen dient te komen met de feitelijke geluidsbelasting en dus afgestemd dient te zijn op de aanwijzing (de
functies die aan het vliegterrein worden toegewezen) (zie bijlage 1 voor een uitgebreide
samenvatting van de uitspraak van de Raad van State). De Raad van State concludeerde verder dat de ‘indicatieve’ geluidscontour welke is toegevoegd aan SMT-1 en (ongewijzigd) in SMT-2, niet de status heeft van een Planologische Kernbeslissing (PKB) maar uitsluitend informatieve waarde heeft.
In het geval van Eindhoven betekende dit dat zowel de aanwijzing als de geluidszonering werden
vernietigd, zodat Defensie een nieuwe aanwijzing en geluidszonering diende te maken. Het besluit over de planologische doorwerking dient, vanwege de onlosmakelijke samenhang met het aanwijzingsbesluit, geheel te worden vernietigd. Dat betekent dat ook de aanwijzingen aan Gemeenten en Provincies met het oog op ruimtelijke ontwikkeling (ondermeer Bestemmingsplannen), nietig is. Voorafgaand aan de hierboven aangehaalde uitspraak van de Raad van State uit 2009, heeft het ministerie van Defensie getracht om op basis van de aanwijzing uit de Luchtvaartwet (oud) een geluidszone vast te stellen voor de vliegbasis Volkel (1997). De Raad van State heeft echter geoordeeld dat het nemen van een dergelijk (geluids-) zoneringsbesluit niet geoorloofd is, zonder dat de zoneringsprocedure (lees doorlopen van een MERprocedure, ontwikkelen van een geluidszonering in het kader van een op te stellen Luchthavenbesluit) is doorlopen. Deze uitspraak van de Raad van State is onherroepelijk geworden in januari 2000. De Tweede Kamer is daarover in kennis gesteld!! (zie hieronder).
324
Welke militaire vliegvelden hebben
nog geen vastgestelde geluidzones en
wat is hier de oorzaak van? Wanneer zal het vaststellen van deze geluidzones
zijn voltooid? (blz. 183)
Voor de vliegbases Eindhoven, Woensdrecht en De in 1997 genomen
zoneringsbesluiten voor de vliegbasis Volkel zijn geschorst bij uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Hierdoor is de werking van deze besluiten totdat over de opgeschort ingestelde beroepen zal zijn beslist. Op de van deze uitspraak voor de geluidszonering van mogelijke consequenties de vliegbases Volkel, Eindhoven, Woensdrecht en De Peel is de Kamer ingelicht bij brief van 8 november 1999 (Kamerstuk 22 548, nr. 4). een en
van de snelheid waarmee de verschillende stappen
ander athankelijk
in de procedures
doorlopen kunnen worden. 9
Raad van State, 200800689/1/R1, 5 aug. 2009. Uitspraak in het geding inzake aanwijzing en geluidszonering rond het luchtvaartterrein Eindhoven.
10
ABRVS, 25-01-2000, nr. E01980230, nr. E01980231
1
Vergaderjaar 1999-2000, kamerstuk 26 900, nr. 5, p. 93
Zoals in het bovenstaande citaat uit kamerstuk 26 900, nr. 5 wordt aangegeven, zijn
zoneringsprocedures (lees MER-procedures) in gang gezet voor de betreffende militaire vliegterreinen. Voor De Peel is een Startnotitie Milieueffectrapportage in 2002 opgesteld.’? Er is ook een Advies met Richtlijnen voor een uit te voeren MER opgesteld’®, maar de MER en de
zoneringsprocedure zijn kennelijk niet doorlopen en het komt niet tot een aanwijzing. Voor Eindhoven is na het doorlopen van een MER wel een Aanwijzingsbesluit genomen in december
2007.1 Maar zoals op de vorige pagina uiteengezet, is dit Aanwijzingsbesluit met de uitspraak van de Raad van State uit 2009"
vernietigd.
In 2008 zijn een reeks artikelen uit de Luchtvaartwet (oud) buiten werking gesteld.
In hetzelfde jaar heeft de Raad van State advies uitgebracht met betrekking tot de regels met
betrekking tot militaire luchthavens?®. In februari 2009 wordt het Besluit militaire luchthavens uitgevaardigd.'’
Belangrijkste onderdeel van het besluit is artikel 2, lid 2: voor de luchthaven is een luchthavenbesluit vereist conform de Wet Luchtvaart uit 1994. Artikel 2 1. Titel 10.3 van de wet is van toepassing op de volgende militaire
luchthavens:
Deelen, Eindhoven, Gilze-Rijen, De Kooy, Leeuwarden, De Peel, Volkel Woensdrecht;
a.
en
b. andere, bij ministeriéle regeling aangewezen, luchthavens dan in onderdeel a bedoeld, waarvan meer dan 12 maal per jaar gebruik wordt
gemaakt.
Het zou nog enkele jaren duren voordat het tot ontwerp Luchthavenbesluiten kwam. De Main
Operating Bases (MOB’s) zijn het eerst aan bod: Leeuwarden (2012), Eindhoven (2013), Volkel (2014). Daarna volgen ook de andere vliegterreinen.
Zoals bekend is ten aanzien van De Peel in 2019 wel een aanzet genomen om tot een Ontwerp Luchthavenbesluit te komen.
12 13 14
Startnotitie milieueffectrapportage luchtvaartterein De Peel, 3 april 2002. Advies voor richtlijnen voor het milieueffectrapport Luchtvaartterrein De Peel, 19 juli 2002.
Aanwijzingsbesluit 18 december 2007, kenmerk DRMV/2007030234. Aanwijzing militair luchtvaartterrein
Eindhoven en een geluidszone rond het vliegterrein. 15
Raad van State, 200800689/1/R1, 5 aug. 2009. Uitspraak in het geding inzake aanwijzing en geluidszonering
rond het luchtvaartterrein Eindhoven. 16
Ontwerpbesluit houdende de vaststelling van regels met betrekking tot militaire luchthavens (Besluit militaire luchthavens), 29 mei 2008. 17 Besluit van 6 februari 2009, houdende de vaststelling van regels met betrekking tot militaire luchthavens (Besluit militaire luchthavens). Staatsblad jaargang 2009, no. 72
Conclusies ten aanzien van aanwijzing, geluidszonering en
4
stikstofruimte voor de Peel
Aanwijzing van het vliegterrein Op grond van paragraaf 2 kan geconcludeerd dat De Peel vanaf eind jaren ‘60 geen aanwijzing heeft
gehad voor een operationele belegging (jaarstationering) voor een squadron jachtvliegtuigen. Al die tijd, en ook via de Structuurschema’s Militaire Terreinen, had De Peel een aanwijzing (DOB / COB, overloop- en reserveveld) die leidde tot kortstondige stationering van squadron 306, doorgaans 2 tot 4 maanden, met een enkele uitschieter naar 5 maanden, op basis De Peel. Het bondgenootschappelijk gebruik had daarop -door de incidentele- vliegbewegingen, nauwelijks
invlioed. In 1993 is de basis gedeactiveerd. Voor reactivering en dus de mogelijkheid om te vliegen met vastvleugelige militaire vliegtuigen vanaf
De Peel, is conform de uitspraak van de Raad van State (1998) een Aanwijzingshesluit met een
aanwijzings- en zoneringsprocedure volgens de Luchtvaartwet nodig. In 2008 is de uitspraak herzien met de uitspraak dat een Luchthavenbesluit nodig is volgens de Wet Luchtvaart. In 2009 heeft dit zijn beslag gekregen in het Besluit Militaire Luchthavens. Dat is de feitelijke situatie.
Vanaf 1993 is er dus geen sprake van een referentiesituatie omdat er niet is en mocht worden
gevlogen. Geluids- en (stikstofruimte ?) De ‘indicatieve’ geluidscontour dateert uit 1978. Deze gaat uit van een operationele belegging
(jaarstationering) van een squadron F-16 jachtvliegtuigen. Op dat moment, alsmede de voorafgaande jaren ‘70 en daarna, heeft De Peel geen aanwijzing voor een
operationele belegging met een squadron jachtvliegtuigen gehad.
De geluidsruimte is dus niet in overeenstemming met de aanwijzing, noch met het feitelijk gebruik tot
1993. De Raad van State stelde in 20098 vast dat een geluidszonering overeen dient te komen met de
aanwijzing, maar ook dient te corresponderen met het feitelijk gebruik. Dat is bij de geluidszonering voor De Peel niet het geval.
Bovendien stelde de Raad van State in 1998 en 2009 vast dat de ‘indicatieve’ geluidscontour geen
rechtsgeldige status heeft. De ‘indicatieve’ geluidscontour heeft slechts een informatieve waarde, maar is met de opeenvolgende PKB’s (SMT-1 en SMT-2) niet vastgesteld. Van planologische doorwerking zou dan ook geen sprake hebben hoeven te zijn. Er is geen referentiesituatie en er is geen geluidszonering die gebruikt kan
worden voor een hypothetische stikstofruimte in een referentiesituatie.
18
Raad van State, 200800689/1/R1, 5 aug. 2009. Uitspraak in het geding inzake aanwijzing en geluidszonering
rond het luchtvaartterrein Eindhoven.
Bijlage 1
Relevante passages uit de uitspraak van de Raad van State
(200800689/1/R1, 5 aug. 2009) inzake het geding met betrekking tot het Aanwijzingsbesluit voor het militaire luchtvaartterrein
Eindhoven (18 december 2007) De aanleiding voor het Aanwijzingsbesluit van 2007 “is gelegen in de omstandigheid dat in het
aanwijzingsbesluit van 5 mei 1978 (Stcrt. 1978, no. 122), welke onherroepelijk is geworden bij Koninklijk Besluit van 6 september 1979 (Stcrt., no. 179), slechts een indicatieve geluidszone voor het militaire luchtvaartterrein was opgenomen en nog niet was voldaan aan de wettelijke verplichting om rond dit terrein een
geluidzone als bedoeld in art. 25a van de Luchtvaartwet vast te stellen” (op cit. Raad van State, 2009, p. 6). De Raad van State geeft in haar uitspraak verder aan (p. 9):
“Aangezien de omvang van de geluidszone in belangrijke mate bepalend is voor het gebruik dat van het militaire luchtvaartterrein kan worden gemaakt, dient deze deugdelijk te worden gemotiveerd”. “Het SMT2 betreft een planologische kernbeslissing als bedoeld in artikel 2a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en bevat de hoofdlijnen van het rijksbeleid voor militaire terreinen en
complexen. In hoofdstuk 2 van deel 4 het SMT2 is een aantal kaarten opgenomen waaronder een kaart met een
geluidszone voor het militaire luchtvaartterrein Eindhoven. Deze geluidszone komt blijkens de stukken overeen met de indicatieve geluidszone zoals opgenomen in het KB van 6 september 1979. Voormelde kaarten hebben blijkens hoofdstuk 2 van deel 4 van het SMT2 evenwel niet de status van planologische kernbeslissing, maar
zijn uitsluitend van informatieve waarde. Mede gelet hierop kan de verwijzing van verweerders naar de in het SMT2 opgenomen geluidszone niet worden aanvaard als een toereikende motivering voor de omvang van de vastgestelde geluidszone” (p. 10).
“Uit deze gegevens blijkt namelijk dat de omvang van de geluidszone die hoort
bij de feitelijke geluidsbelasting vanwege civiele en militaire luchtvaartuigen in 2007 aanzienlijk kleiner is dan de omvang van de geluidszone van het SMT2 en de omvang van de bij het aanwijzingsbesluit vastgestelde geluidszone” (p. 10). De Raad van State stelt dan ook vast dat: “De bij het aanwijzingsbesluit vastgestelde geluidszone
dient te worden vernietigd. Het besluit over de planologische doorwerking dient, vanwege de
onlosmakelijke samenhang met het aanwijzingsbesluit, geheel te worden vernietigd.” De indieners van het Aanwijzingsbesluit “dienen met inachtneming van deze uitspraak een nieuw
besluit te nemen” (p. 10). “Als gevolg van voormelde gedeeltelijke vernietiging van het aanwijzingsbesluit geldt voor het militaire luchtvaartterrein geen
geluidszone meer” P. 10).