RU24.06.13D 01 Bijlage 2 - Eindrapportage voorverkenning OER
Tekst van het document
Afbeelding A67
Eindrapportage voorverkenning OER Klimaatcorridor A67 Project: OER – Klimaatcorridor A67 Datum: 26-01-2024 1
Samenvatting
Voor u ligt de eindrapportage van de voorverkenning voor het OER-project Klimaatcorridor A67. De voorverkenning is een eerste stap in de ontwikkeling van het project waarin een inschatting is gemaakt van de beschikbare ruimte voor het opwekken van duurzame energie. Door het beschikbaar stellen van gronden voor het plaatsen van zonnepanelen in de bermen van de rijksweg A67 kan een bijdrage worden geleverd aan de energiedoelstellingen zoals gepubliceerd in de regionale energie strategie. In de voorverkenning van dit project zijn de gronden in eigendom van de staat beoordeeld op fysiek beschikbare ruimte. Daarnaast is een eerste analyse gemaakt van de financiële haalbaarheid van het project en zijn risico's en (meekoppel-)kansen geïnventariseerd.
i. Opwekpotentie Binnen het projectgebied ligt op basis van de beschikbare informatie in de voorverkenning 17,9 hectare aan gronden die als kansrijk worden beoordeeld voor de ontwikkeling en exploitatie van opweklocaties voor zonne-energie. Deze oppervlakte is verdeeld over 7 gemeenten. Op deze locaties zou bij een standaard zuid-opstelling zonder aanvullende eisen ruimte zijn voor 23,4 MWp opgesteld vermogen binnen het projectgebied.
iii. Netcongestie Het projectgebied valt volledig binnen congestiegebied voor invoeding. Dat betekent dat er op dit moment geen ruimte is op het elektriciteitsnet om de opwek van energie te voorzien van een aansluiting. Onderzoek door netbeheerder Enexis heeft geconcludeerd dat op korte termijn ook geen ruimte vrij komt. Het is hierom aan te raden om in de verkenningsfase alternatieve aansluitvormen te onderzoeken. Hierbij vormen lokale grootschalige afnemers een potentiele oplossing.
ii. Risico’s en (meekoppel-)kansen In de voorverkenning zijn de risico’s en kansen in kaart gebracht die worden voorzien bij voortgang van het project. Gedurende de projectfasen worden risico’s en kansen geactualiseerd. Door beheersmaatregelen in te zetten worden risico’s beperkt. Meekoppelkansen worden verder onderzocht om te kijken hoe deze een bijdrage kunnen leveren aan de projectdoelstellingen.
Wanneer in de toekomst een uitbreiding van het elektriciteitsnet wordt gerealiseerd zal Enexis een wachtlijst af gaan om de beschikbaar gekomen capaciteit te verdelen. Daarom kan het nuttig zijn om op korte termijn een netaansluiting en transportcapaciteit aan te vragen bij Enexis. Hiermee komt het project op de wachtlijst. Op dit moment wordt vanuit het OER-programma onderzocht of het vroegtijdig aanvragen van een netaansluiting mogelijk én wenselijk is.
De top 3 van geïdentificeerde risico’s in de voorverkenning is als volgt: 1. Netcongestie (zie punt iii voor nadere toelichting). 2. OER kan niet verenigd worden met Klimaatcorridor 3. Marktpartijen schatten het project niet in als haalbaar vanwege de complexiteit.
Tijdens de verkenningsfase zal de Enexis door het projectteam betrokken worden om op basis van het potentieel opwekvermogen de clustering van zoeklocaties en de afstand tot het dichtstbijzijnde (beschikbare) onderstation te bepalen. Hierdoor kan Enexis rekening houden met het project in investeringsplannen.
De belangrijkste geïdentificeerde meekoppelkansen zijn als volgt: o Het delen van de netaansluiting met andere (energie-)initiatieven in de buurt van de A67. o Het koppelen van opwek aan lokale afname
iv. Financiële haalbaarheid Op basis van een rekenmodel ontwikkeld voor het OER-programma is een eerste doorrekening gemaakt om de financiële haalbaarheid van het project in kaart te brengen. De resultaten laten een financieel haalbaar project zien. Dat is uitgaande van de lange termijn elektriciteitsprijs zoals gepubliceerd door het Plan Bureau voor de Leefomgeving in de meest recente Klimaat en Energieverkenning. Deze prijs wordt bijvoorbeeld ook gebruikt voor het berekenen van SDE++ subsidies door de Rijksdienst van Ondernemend Nederland. De huidige inschatting is dat het project voldoende interessant is voor ontwikkelaars om op in te schrijven.
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding (blz. 4)
2.
Potentiescan (blz. 6)
3.
Risico’s en meekoppelkansen (blz. 8)
4.
Netinpassing (blz. 9)
5.
Financiële haalbaarheid (blz. 10)
6.
Conclusies (blz. 12)
Bijlagen (blz. 13)
3
1. Inleiding Voor u ligt de eindrapportage van de voorverkenning voor het OER-project Klimaatcorridor A67. In de voorverkenning is een eerste onderzoek gedaan naar de fysiek vrije voor zonnepanelen. Dit onderzoek gaat uit van de huidige situatie wat betreft de aanwezigheid van bomen of andere belemmeringen. Deze rapportage dient als informatie voor de stuurgroep van het project om een besluit te nemen over de start van de verkenningsfase. Deze inhoudelijke rapportage biedt een eerste inschatting van de haalbaarheid van het project, door inzicht te geven in 1) de fysiek vrije oppervlakte voor de opwek van duurzame energie, 2) inschatting over de situatie en kosten met betrekking tot aansluiten op het elektriciteitsnet, 3) risico’s en (meekoppel)kansen voor het project, en 4) een inschatting van de financiële haalbaarheid vanuit het perspectief van een exploitant.
1.1 Aanleiding en OER In 2019 publiceerde het Nederlandse kabinet het Klimaatakkoord; de Nederlandse uitwerking van de klimaatafspraken uit het Verdrag van Parijs. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat 30 energieregio’s onderzoeken op welke wijze zij kunnen bijdragen aan de klimaatafspraken en de duurzaamheidsopgave die daarin beschreven staat. Hiertoe is door iedere energieregio een Regionale Energiestrategie (RES) opgesteld. Onderdeel van de RES’en is het bod om in 2023 in totaal 55 TWh hernieuwbare energie op te wekken. Rijkswaterstaat werkt binnen het programma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER) samen met andere overheden om RES regio’s te ondersteunen in deze energieopgave. Vanuit dit programma wordt onderzocht of en onder welke randvoorwaarden Rijksgrond ter beschikking gesteld kan worden om daarmee een bijdrage te leveren aan de doelstellingen uit de RES. Het OER-programma is een samenwerking tussen Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Het programma wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). De deelnemende gemeenten hebben op 22 december 2022 een verzoek ingediend om de potentie voor de opwekking van duurzame energie van de rijksgronden langs de rijksweg A67 te onderzoeken binnen het OER Programma.
Dit verzoek is gehonoreerd waarna in 2023 het onderzoek naar de potentie is gestart.
1.2 Beschrijving projectgebied Het OER-project ‘Klimaatcorridor A67’ onderzoekt mogelijkheden voor de opwek van zonne-energie op Rijksgronden langs de A67 vanaf de Belgische grens tot de grens tussen de provincie Noord-Brabant en Limburg. Het projectgebied omvat de rijksgronden langs de A67 binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten. Het gaat om 53km snelweg met 7 aansluitingen en 2 knooppunten. Naast de Rijksgronden grenzend aan de A67 worden meekoppelkansen in kaart gebracht binnen 500m van de rijksweg A67. Op de volgende pagina vindt u een kaart van het projectgebied en het zoekgebied voor meekoppelkansen. Het projectgebied kenmerkt zich door natuur met langs de weg smalle bermen veelal ingepast met bomen met een deel van het traject in stedelijk gebied in de vorm van de ringweg van de stad Eindhoven.
4
#Overzichtskaart project
5
2. Potentiescan De potentiescan bestaat in de voorverkenning uit een inventarisatie van de fysiek vrije ruimte voor zonnepanelen op rijksgronden langs de A67. In elke fase van het project wordt deze aangepast op basis van de meest actuele informatie die beschikbaar is binnen het project. Op die manier wordt steeds scherper in beeld gebracht welke gronden wel en niet geschikt zijn om ter beschikking te stellen voor de opwekking van duurzame energie.
2.1 Totstandkoming i. Harde belemmeringen potentiescan In de voorverkenning is een eerste potentiescan gemaakt van de vrije ruimte voor zonnepanelen op rijksgronden langs de A67. Daarbij was het startpunt de totale oppervlakte rijksvastgoed in beheer van Rijkswaterstaat, waaruit vervolgens al een eerste set harde belemmeringen uit is gesneden om in kaart te brengen welke (delen van) percelen in de volgende fase van het project verder kunnen worden onderzocht op geschiktheid. De belemmeringen die uit de totale gronden zijn gesneden om tot de te onderzoeken percelen te komen zijn: • Wegverharding – Op de weg kunnen geen zonnepanelen geplaatst worden. Pilots met panelen in het asfalt hebben tot dusver nog onvoldoende resultaten opgeleverd. • Geleiderail – Waar geleiderail (ook wel vangrail) in de bermen staat is geen ruimte voor zonnepanelen. Daarbij is rekening gehouden met 1,5m uitbuigzone achter de geleiderail in het geval van het raken van de geleiderail door een voertuig. • Obstakelvrijezone – Op plekken waar geen geleiderail langs de weg staat wordt een zone aangehouden van 13 meter vanuit de kantstreep. In deze ‘obstakelvrijezone’ kunnen geen panelen komen. Dit gebeurt in het kader van veiligheid door ruimte te bieden om terug de weg op te komen in het geval dat een voertuig in de berm geraakt. • Waterwegen incl.
oevers – Waterlichamen en hun oevers zijn ook uit de beschikbare oppervlakte gesneden. Deze dienen veelal voor waterberging en zullen die functie moeten kunnen blijven vervullen wanneer zonnepanelen ingepast worden in de bermen. • Ondergrondse kabels en leidingen – Om beschadiging en beïnvloeding van de werking van ondergrondse kabels en leidingen te voorkomen zijn ook deze uit de gronden verwijderd. • Verzorgingsplaatsen – De ruimte op bestaande verzorgingsplaatsen is nodig voor andere toekomstige ontwikkelingen (bv. Laadinfrastructuur) en wordt daarom niet meegenomen in de scope van het OER-project. • MIRT A67 Leenderheide-Zaarderheiken – delen van de A67 vanaf knooppunt leenderheide tot het viaduct bij de Heezerweg vallen binnen de scope van het MIRT project A67 Leenderheide-Zaarderheiken. Gronden binnen 30 meter van de huidige weg of het meest recente voorkeursalternatief van het MIRT-project zijn niet meegenomen in de potentiescan voor het OER-project ii. Beoordeling van de overgebleven gronden Na het verwijderen van bovenstaande belemmeringen uit de totale oppervlakte rijksgrond heeft een eerste analyse plaatsgevonden. Daarbij is onder andere bekeken of de overgebleven oppervlakte van voldoende formaat is om een (financieel) haalbaar project over te houden. De uitgangspunten voor de beoordeling van de percelen zijn te zien in onderstaande tabel.
Oppervlakte
Breedte
Percentage bedekt door bomen
Voldoende vrije ruimte
Groter dan 0,25 hectare
Breder dan 10 meter
Minder dan 25% beïnvloed door (schaduw van) bomen
Beperkt vrije ruimte
Tussen de 0,1 en 0,25 hectare
Tussen de 5 en 10 meter
Tussen de 25 en 75% beïnvloed door (schaduw van) bomen
Onvoldoende vrije ruimte
Kleiner dan 0,1 hectare
Smaller dan 5 meter
Meer dan 75% beïnvloed door (schaduw van) bomen
6
2.2 Resultaten & Conclusie i. Resultaten Na het verwijderen van de harde belemmeringen blijft binnen het project 122,2 hectare grond in eigendom van de staat over. Voor deze gronden is de fysiek vrije ruimte beoordeeld op basis van eerder genoemde criteria. In “Bijlage 1 – Potentiescan A67” zijn op kaartbladen de individuele locaties te zien. In onderstaande tabel zijn voor de verschillende categorieën (Vrije ruimte/Beperkt vrije ruimte/Geen vrije ruimte) de oppervlaktes per gemeente en in het gehele projectgebied te zien. Gemeente
Opp [ha]
Vrije ruimte
Beperkt Vrije ruimte
Geen vrije ruimte
MIRT
VZP
Gemeente Bladel Gemeente Eersel Gemeente Veldhoven Gemeente Waalre Gemeente Eindhoven Gemeente Heeze-Leende Gemeente Geldrop-Mierlo Gemeente Someren Gemeente Asten Gemeente Deurne Totale projectgebied
15,4 19,8 6,9 7,2 32,4 1,6 12,8 7,8 11,6 6,2 121,7
4,2 ( + ) 0,3 3,0 ( - ) 0,6 7,4 (+/-) 0,5 (+/-) 2,0 (?) 17,9
3,0 2,5 1,0 1,5 5,9 1,3 1,7 0,7 19,6
5,0 17,0 2,4 5,2 16,4 1,6 0,7 5,9 6,4 5,3 64,6
2,7 9,7 12,4
3,1 0,6 2,3 0,1 1,5 0,1 7,8
De A67 is ten oosten van knooppunt leenderheide groen ingepast en zijn er veel bomen aanwezig in het projectgebied. Deze inrichting van de bermen maakt dat er weinig ruimte overblijft die niet beïnvloed wordt door (schaduwwerking van) bomen. Voor het grootste deel van de gronden waar geen vrije ruimte ligt is dat vanwege de aanwezigheid van bomen op of naast het perceel. Dit maakt dat van de totaal 122,2 hectare aan gronden in eigendom van de staat 17,9 hectare overblijft aan vrije ruimte. Daarnaast is er nog 19,6 hectare aan locaties met beperkt vrije ruimte. Voor deze locaties geldt in de meeste gevallen dat het realiseren van een zonnepark binnen het perceel op zichzelf niet realistisch is, maar mogelijk wel combinaties gemaakt kunnen worden met andere percelen. Voor een deel zal eerst ruimte vrijgemaakt moeten worden om het perceel geschikt te maken. ii. Conclusie Binnen het projectgebied ligt op basis van de beschikbare informatie in de voorverkenning 17,9 hectare aan gronden die als vrije ruimte worden beoordeeld voor de ontwikkeling en exploitatie van opweklocaties voor zonne-energie. Deze oppervlakte is verdeeld over 7 van de 10 deelnemende gemeentes. Op deze locaties zou bij een standaard zuid-opstelling zonder aanvullende eisen ruimte zijn voor ±23,4 MWp opgesteld vermogen.
In deze uitkomsten is de opwekpotentie van mogelijke meekoppelkansen en de beperkte ruimte niet meegenomen.
7
3. Risico’s en meekoppelkansen
Risicomanagement is als onderdeel van integrale projectbeheersing een standaard activiteit bij OER-projecten en vindt als proces continu plaats tijdens alle projectfasen. Tijdens de voorverkenningsfase zijn de onderstaande top-risico’s en (meekoppel)kansen geïdentificeerd die relevant zijn voor de verkenningsfase – of het verdere project.
i.
Top-3 risico’s*
#
Risico
Oorzaak
Gevolg
Beheersing
1*
Het is niet mogelijk OER A67 (tijdig) traditioneel aan te sluiten op het regionale elektriciteitsnet.
-
Het projectgebied ligt in netcongestiegebied. Wachtrij Enexis heeft langere doorlooptijd dan OER A67.
-
-
2
OER kan niet verenigd worden met Klimaatcorridor
Koppeling OER en Klimaatcorridor zorgt voor te hoge complexiteit
-
Delen van OER vallen af omdat partijen ze niet zonder andere initiatieven willen meenemen voor energie-opwek
-
n.v.t.
3
Totale project niet financieel haalbaar.
-
- Geen inschrijvers op de gronduitgifteprocedure.
-
Periodieke modelering financiële haalbaarheid door businesscasemodel.
-
Beperkte oppervlakte kansrijke percelen. Kostbare aanvullende randvoorwaarden (bijvoorbeeld als gevolg van verouderd – niet realistisch – beleid omtrent lokaal eigendom en financiële participatie. ) Hoge kosten netinpassing (door geografische versnippering percelen).
OER A67 stopt (tijdelijk).
-
In verkenningsfase alternatieve aansluitvormen onderzoeken. In verkenningsfase mogelijkheden netinpassing bespreken met Enexis.
*Het risico met betrekking tot netcongestie is ook nader uitgewerkt in hoofdstuk 4.
ii. Geïnventariseerde (meekoppel)kansen #
Top-3 (Meekoppel)kansen
1
Het inzetten van aanvullende gronden langs de A67 in eigendom van lokale overheden of derden;
2
Het ontwikkelen van nieuwe natuur en daarmee vrijmaken van ruimte voor de opwek van zonne-energie;
3
Het delen van de netaansluiting met andere energie-initiatieven of koppeling met afnemers in de buurt van de A67.
8
4. Netinpassing Zonnepanelen wekken elektriciteit op. Om deze elektriciteit vervolgens te transporteren is het zonnepark met een elektriciteitskabel verbonden met afnemers. Traditioneel maakt een zonnepark hierbij gebruik van het regionale elektriciteitsnet. Hiervoor vraagt de energieexploitant een aansluiting én transportcapaciteit aan bij de regionale netbeheerder. In het gebied van de A67 is Enexis de regionale netbeheerder. Op dit moment is het verkrijgen van een aansluiting en transportcapaciteit bij de lokale netbeheerder – voor zowel invoeding als afname – echter niet vanzelfsprekend door overbelasting van het elektriciteitsnet (zogeheten ‘netcongestie’). Indien niet tijdig een aansluiting, (voldoende) transportcapaciteit of een alternatieve aansluitvorm gerealiseerd kan worden, is het niet mogelijk de elektriciteit te transporten en te verkopen. Het duurzame energieproject gaat dan niet door. Daarnaast is netinpassing ook een significante kostenpost voor een duurzaam energieproject. Om deze redenen staat hieronder de huidige congestiesituatie rondom de A67 en een eerste toelichting op de mogelijke kosten voor netinpassing beschreven. i. Projectgebied A67 ligt volledig in congestiegebied voor invoeding In het projectgebied A67 gelden volgens de capaciteitskaart van Netbeheer Nederland op 26 januari 2024 (16:02) de kleurcode ‘rood gearceerd’.
‘Rood gearceerd’ betekent dat momenteel géén transportcapaciteit beschikbaar is én de grenzen voor de toepassing van congestiemanagement zijn bereikt. De verwachting is dat op korte termijn géén ruimte beschikbaar is voor invoeding op het regionale elektriciteitsnet en het is onzeker of het OER-project A67 tijdig een aansluiting en transportcapaciteit kan verkrijgen. Daarbij heeft het project nog geen aansluiting en transportcapaciteit aangevraagd en staat het daarmee nog niet op de wachtlijst van Enexis. Op het moment van aanvragen sluit het OER-project achteraan in de wachtrij. De wachtrij van Enexis bevat op 1 september 2023 in het gebied verspreid over 7 stations 510 aanvragen met een gewenst vermogen van 1096,6 MW (invoeding). Verder geeft de capaciteitskaart van het hoogspanningsnet (110kV<) van TenneT ook aan dat het projectgebied valt binnen congestiemanagementgebied (zie kaart 2). Momenteel is dus ook geen capaciteit beschikbaar op het hoogspanningsnet. ii. Kosten netaansluiting nog onbekend: modelberekening in voorverkenningsfase OER A67 bestaat uit meerdere geografisch verspreide zoeklocaties. Bij een traditionele netaansluiting is een mogelijk gevolg van verspreide zoeklocaties dat verschillende zoeklocaties op verschillende aansluitpunten worden aangesloten.
Hiermee wordt het benodigde vermogen en bijbehorende kosten per aansluiting lager, maar wordt het aantal aansluitingen groter. Op dit moment is nog niet duidelijk welke zoekgebieden met welk vermogen op welk onderstation worden aangesloten én wat de bijbehorende kosten zijn. Hierom gebruikt OER in de voorverkenningsfase een modelschatting voor de kosten van netinpassing in het businesscasemodel. Verder is op dit moment nog géén zicht op de mogelijke kosten van alternatieve aansluitvormen. Deze aansluitvormen worden in de verkenningsfase onderzocht inclusief de bijbehorende kosten. iii. Conclusies en aanbevelingen • Aangezien OER A67 volledig binnen congestiegebied voor invoeding valt en voor een groot deel reeds congestiemanagementonderzoek heeft plaatsgevonden is het denkbaar dat het OER-project op korte termijn niet kan aansluiten op het regionale elektriciteitsnet. Het is hierom aan te raden om in de verkenningsfase alternatieve aansluitvormen te onderzoeken. Hierbij vormen lokale grootschalige afnemers een potentiele oplossing. • Overwegende dat wachtrijen bestaan bij Enexis voor aansluitingen voor invoeding in het projectgebied kan het nuttig zijn om op korte termijn een netaansluiting en transportcapaciteit aan te vragen bij Enexis. Hiermee komt het project op de wachtrij.
Op dit moment wordt vanuit het OER-programma onderzocht of het vroegtijdig aanvragen van een netaansluiting mogelijk én wenselijk is. • Om de financiële haalbaarheid van het project te modeleren is een nauwkeurige inschatting van de kosten voor netinpassing noodzakelijk. Hierom is het relevant om tijdens de verkenningsfase samen met de netbeheerder op basis van het potentieel opwekvermogen de clustering van zoeklocaties en de afstand tot het dichtstbijzijnde (beschikbare) onderstation te bepalen.
Kaart 1: Capaciteitskaart Invoeding Netbeheer Nederland (laatst gewijzigd op 26-01-2024 16:02). Bron: https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/.
Kaart 2: Netcapaciteitskaart TenneT (laatst gewijzigd op 20 december 2023). Bron: https://www.tennet.eu/nl/deelektriciteitsmarkt/congestiemanagement/netcapaciteit skaart.
9
5. Financiële haalbaarheid Het doel van het OER-project is om te onderzoeken onder welke voorwaarden zonne-energie langs de A67 mogelijk is. Het eindresultaat van het OER-project is een biedboek voor een gronduitgifte. Marktpartijen kunnen via een openbare inschrijving hun interesse kenbaar maken voor het ontwikkelen, realiseren en exploiteren van het energieproject binnen de gestelde randvoorwaarden. Een van de risico’s voor de samenwerkende overheden is dat bij de openbare inschrijving niemand inschrijft. De ingezette capaciteit in de voorbereiding van het project leidt dan niet tot de opwekking van duurzame energie en een bijdrage aan de RES-doelstellingen. Om dit risico te beheersen is voor het programma OER een model ontwikkeld om de financiële haalbaarheid van de projecten in te schatten. In dit model wordt gerekend vanuit het perspectief van een exploitant om te simuleren of het interessant zou zijn om in te schrijven op een gronduitgifte. In elke fase van het project wordt het model bijgewerkt op basis van de meest actuele kennis en nieuwe randvoorwaarden. Zo kan periodiek worden ingeschat of het project financieel haalbaar is en wat de impact is van (ontwerp-)keuzes op de financiële haalbaarheid van het project. i.
Toelichting modellen financiële haalbaarheid Om de financiële haalbaarheid van een OER-project in te schatten heeft het kernteam gebruik gemaakt van twee opeenvolgende modellen: eerst een productiemodel om de opbrengst en kosten voor het energieproject in te schatten en daarna een financieel model om de financierbaarheid van het project te toetsen. Beide modellen zijn gezamenlijk opgesteld door twee verschillende adviesbureaus in opdracht van Rijkswaterstaat om specifiek de financiële haalbaarheid van zonne-energieprojecten langs Rijkswegen in te schatten. Daarbij worden de onderliggende cijfers periodiek geactualiseerd. ii. Toelichting eindresultaten modellen financiële haalbaarheid Uiteindelijk geven het productiemodel en het financiële model met het ‘IRR’ (Internal Rate of Return) een inschatting over of het project financieel haalbaar is voor een marktpartij. Op basis van marktgegevens hanteert het financiële model voor een financieel haalbaar zonne-energie project langs Rijkswegen een minimale IRR van 10%. IRR is een internationaal erkende ratio om de rendementsverwachting te berekenen van een bepaalde belegging of investering. In andere woorden zegt IRR iets over of en zo ja hoe ‘rendabel’ een bepaalde financiering is voor een investeerder. iii.
Kostenaannames productiemodel voorverkenningsfase A67 Binnen het OER-traject is in de voorverkenningsfase slechts beperkt informatie bekend die invloed kan hebben op de opbrengst of kosten van het energieproject. Om desondanks een inschatting te kunnen maken over de financiële haalbaarheid van het project heeft het kernteam een aantal aannames gedaan in het productiemodel: - De kosten voor de netaansluiting zijn ingeschat op basis van de afstand tot het dichtstbijzijnde passende onderstation. Om het passende onderstation te kiezen (laagspanning, middenspanning of hoogspanning) schat het model op basis van de oppervlakte van een perceel de opwekpotentie (MWp) in.
-
In het model is nu gekozen voor een opstelling met oriëntatie op het zuiden onder een hellingshoek 15 graden en een bedekkingsgraad van 70%. Wat betreft het type panelen zijn bifaciale zonnepanelen de huidige ‘best-case’ standaard. In het model zijn alleen percelen meegenomen beoordeeld als vrije ruimte. De oppervlakten van percelen wordt volledig meegenomen. Exploitatieduur project: 25 jaar. Overige randvoorwaarden (ecologie, ruimtelijke inpassing, etc.) die invloed kunnen hebben op opbrengsten en kosten zijn in de voorverkenning nog niet meegenomen.
iv. Aannames financiële model voorverkenningsfase - De elektriciteitsprijs in de toekomst is onzeker. Op dit moment is het onmogelijk om te voorspellen wat de elektriciteitsprijs zal zijn gedurende exploitatie. Voor de elektriciteitsprijs is in de doorrekening uitgegaan van de lange termijn elektriciteitsprijs zoals gepubliceerd door het Plan Bureau voor de Leefomgeving in de meest recente Klimaat en Energieverkenning. Deze prijs wordt bijvoorbeeld ook gebruikt voor het berekenen van SDE++ subsidies door de Rijksdienst van Ondernemend Nederland. Die bedraagt 90,7 €/MWh. -
In de modellering is op dit moment géén gebruik gemaakt van een PPA (Power Purchase Agreement). Op dit moment gaat het kernteam uit van een reguliere netaansluiting en teruglevering van elektriciteit aan het traditionele net.
-
Het model hanteert voor lokaal eigendom standaard een voorinvestering van 50% eigen vermogen door de omgeving.
risicodragende
10
5.1 Resultaten financiële haalbaarheid project OER A67 Hieronder zijn de uitkomsten van het productiemodel (links) en het financiële model (rechts) weergegeven. In onderstaande resultaten zijn alle percelen die aan het einde van de voorverkenningsfase als vrije ruimte zijn beoordeeld meegenomen zonder aanvullende randvoorwaarden en/of belemmeringen. Dit betekent dat de onderstaande resultaten een ‘best-case’ scenario weergeven. De verwachting op basis van andere OER-projecten is dat aanvullende randvoorwaarden in de verkenningsfase de kosten verhogen en/of opbrengst verlagen van individuele percelen. Hierdoor is het te verwachten dat de IRR in de verkenningsfase mogelijk zal dalen. Daarentegen onderzoekt het kernteam in de verkenningsfase ook of, en zo ja onder welke randvoorwaarden, ‘beperkt kansrijke’ of andere aanvullende percelen ingezet kunnen worden voor duurzame energie. Hiermee kan de opwekpotentie worden verhoogd en de financiële haalbaarheid verbeterd. Kortom, bij het interpreteren van de onderstaande resultaten in de voorverkenningsfase is het aan te raden om nog een onzekerheidsmarge in acht te nemen. i. Financiële haalbaarheid van kansrijke percelen voorverkenningsfase In het geval dat alle percelen zonder aanvullende randvoorwaarden worden ingezet is de uitkomst van het model een IRR van 16,2% Dit is 6,2% meer dan de minimaal vereiste 10% IRR.
Dit betekent dat het OER-project A67 als geheel op dit moment financieel haalbaar wordt geacht. Hierbij is 6,2% tevens een gedegen marge voor aanvullende randvoorwaarden in de verkenningsfase. Al met al verwacht het kernteam op basis van de huidige kennis dat OER A67 als geheel op dit moment voldoende interessant is voor een exploitant om in te schrijven bij een mogelijke gronduitgifteprocedure. ii. Aandachtspunten • Het zwaartepunt van het project als het gaat om de beschikbare ruimte en daarmee ook de financiële haalbaarheid ligt binnen de gemeente Bladel en knooppunt de Hogt binnen de gemeente Eindhoven. Deze locaties zijn ook als apart scenario doorgerekend. De resultaten hiervan zijn in een vergelijking met het project als geheel te zien in de uitkomsten van het financiële model rechtsonder. • Aanvullende randvoorwaarden in de verkenningsfase kunnen de kosten verhogen en/of opbrengst verlagen van individuele percelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kosten voor aanvullende eisen of benodigde werkzaamheden in het kader van landschappelijke inpassing, grondverzet, participatie, ecologie, bomenkap/-herplant, waterberging, een omgevingsfonds etc. Algemene gegevens Projectnaam Provincie
OER A67
Financieel model - projecten OER Eenheid
Vrije ruimte A67
Vrije ruimte Bladel en de Hogt
Delta
Hectare MWh/jaar MWp -
17,9 22.462 23,4 45.897
10,5 13.245 13,8 27.064
(7,4) 9.217 9,6 18.833
% % Tekst
16,2% 10,0%
15,6% 10,0%
-0,6% 0,0%
6,2%
5,6%
Noord-Brabant
Moment van realisatie Exploitatieduur Opgesteld DC vermogen
2026 25 jaren 23.407 kWp
Totale kosten
Totale investeringskosten Totale investeringskosten per kWp Totale ontwikkelingskosten Totale ontwikkelingskosten per kWp Totale onderhoudskosten per jaar Totale onderhoudskosten per jaar per kWp
Algemeen
Kerngegevens
Algemene modelgegevens
Financiële haalbaarheid
Naam project Naam organisatie
OER A67 Rijkswaterstaat
Potentie Oppervlakte Opwekpotentie Opgesteld vermogen Aantal zonnepanelen
10.544.018 EUR 450 EUR/kWp
Basisscenario
778.590 EUR 33 EUR/kWp 292.593 EUR
Scenarionummer Scenarionaam
Nummer Vrije ruimte A67
1
13 EUR/kWp/jaar
Scenariovergelijking Totale ontmantelingskosten einde exploitatie Elektrisch materiaal
154.369 EUR
Mechanisch materiaal
154.369 EUR
Overige
82.330 EUR
Resultaten productiemodel A67 voorverkenningsfase op basis van percelen beoordeeld als ‘vrije ruimte’
Scenarionummer Scenarionaam
Nummer Vrije ruimte Bladel en de Hogt
2
Check: Rentabiliteit casus IRR - EV Benodigde IRR - EV (P50) Verschil met behaalde IRR
Resultaten financieel model A67 voorverkenningsfase op basis van percelen beoordeeld als ‘vrije ruimte’
11
6. Conclusies In deze voorverkenning is een inschatting gemaakt van de beschikbare ruimte voor het opwekken van duurzame energie langs de A67. De resultaten en conclusies van de voorverkenning zijn hieronder uitgesplitst voor de thema’s zoals behandeld in de rapportage.
i. Opwekpotentie Binnen het projectgebied ligt op basis van de beschikbare informatie in de voorverkenning 17,9 hectare aan gronden met fysiek vrije ruimte voor de ontwikkeling en exploitatie van opweklocaties voor zonne-energie. Deze oppervlakte is verdeeld over 7 gemeentes. Op deze locaties zou bij een standaard zuid-opstelling zonder aanvullende eisen ruimte zijn voor ±23,4 MWp opgesteld vermogen binnen het projectgebied.
iii. Netinpassing Het projectgebied valt volledig binnen congestiegebied voor invoeding. Dat betekent dat er op dit moment geen ruimte is op het elektriciteitsnet om de opwek van energie te voorzien van een aansluiting. Onderzoek door netbeheerder Enexis heeft geconcludeerd dat op korte termijn ook geen ruimte komt. Het is hierom aan te raden om in de verkenningsfase alternatieve aansluitvormen te onderzoeken. Hierbij vormen lokale grootschalige afnemers een potentiele oplossing.
ii. Risico’s en (meekoppel-)kansen In de voorverkenning zijn de risico’s en kansen in kaart gebracht die worden voorzien bij voortgang van het project. Gedurende de projectfasen worden risico’s en kansen geactualiseerd. Door beheersmaatregelen in te zetten worden risico’s beperkt. Meekoppelkansen worden verder onderzocht om te kijken hoe deze een bijdrage kunnen leveren aan de projectdoelstellingen.
Wanneer in de toekomst een uitbreiding van het elektriciteitsnet wordt gerealiseerd zal Enexis een wachtlijst af gaan om de beschikbaar gekomen capaciteit te verdelen. Daarom kan het nuttig zijn om op korte termijn een netaansluiting en transportcapaciteit aan te vragen bij Enexis. Hiermee komt het project op de wachtlijst. Op dit moment wordt vanuit het OER-programma onderzocht of het vroegtijdig aanvragen van een netaansluiting mogelijk én wenselijk is.
De top 3 van geïdentificeerde risico’s in de voorverkenning is als volgt: 1. Netcongestie (zie punt iii voor nadere toelichting).
Tijdens de verkenningsfase zal de Enexis door het projectteam betrokken worden om op basis van het potentieel opwekvermogen de clustering van zoeklocaties en de afstand tot het dichtstbijzijnde (beschikbare) onderstation te bepalen. Hierdoor kan Enexis rekening houden met het project in investeringsplannen.
2.
3.
OER kan niet verenigd worden met Klimaatcorridor
Marktpartijen schatten het project niet in als haalbaar vanwege de complexiteit.
De belangrijkste geïdentificeerde meekoppelkansen zijn als volgt: o Het inzetten van aanvullende gronden langs de A67 in eigendom van lokale overheden of derden; o Het ontwikkelen van nieuwe natuur en daarmee vrijmaken van ruimte voor de opwek van zonne-energie; o Het delen van de netaansluiting met andere energie-initiatieven of bestaande afnemers in de buurt van de A67.
iv. Financiële haalbaarheid Op basis van een rekenmodel ontwikkeld voor het OER-programma is een eerste doorrekening gemaakt om de financiële haalbaarheid van het project in kaart te brengen. De resultaten laten een financieel haalbaar project zien. Dat is uitgaande van de lange termijn elektriciteitsprijs zoals gepubliceerd door het Plan Bureau voor de Leefomgeving in de meest recente Klimaat en Energieverkenning. Deze prijs wordt bijvoorbeeld ook gebruikt voor het berekenen van SDE++ subsidies door de Rijksdienst van Ondernemend Nederland. De huidige inschatting is dat het project voldoende interessant is voor ontwikkelaars om op in te schrijven.
12
Bijlagen: Bijlage 1 – Potentiescan Voorverkenning OER A67 Bijlage 2 – Doorrekening Financiële haalbaarheid OER A67 Bijlage 3 – Overzicht Meekoppelkansen OER A67
13 13
Zie voor meer informatie ook: https://www.energieoprijksgrond.nl
Contactgegevens kernteam: Projectmanager: Linda Lesterhuis Organisatie: Rijkswaterstaat Email: linda.lesterhuis01@rws.nl Tel.: +31 6 50 41 92 24 Omgevingsmanager: Astrid van Schaijk Organisatie: Rijkswaterstaat Email: astrid.van.schaijk@rws.nl Tel.: +31 6 50 02 62 04 Omgevingsmanager financiële participatie: n.t.b. (verkenningsfase) Organisatie: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) Email: Tel.: -
Technisch manager & manager projectbeheersing (1): Jan Overbeek Organisatie: Rijkswaterstaat Email: jan.overbeek@rws.nl Tel.: +31 6 50 19 73
Technisch manager & manager projectbeheersing (2): Philip Pohle Organisatie: Rijkswaterstaat Email: philip.pohle@rws.nl Tel.: +31 6 55 39 33 90 Contractmanager: n.t.b. (verkenningsfase) Organisatie: Rijksvastgoedbedrijf (RVB) Email: Tel.: -