CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU24.06.07R Ruimtelijke onderbouwing + onderzoeken Bleekerweg 2a

Raadscommissie Ruimte 4 juni 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Asten Verzamelplan 2023-1 (adviserend)21.514 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente

Asten-Heusden

Plaats

Heusden

Toponiem

Bleekerweg 2a

Kaartblad

52B

Centrumcoördinaat

181.896 / 376.660

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied ligt aan de Bleekerweg 2a in Heusden (gemeente Asten-Heusden). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal gezien ligt het plangebied binnen het perceel ATN01 Sectie A nummer 320. De Bleekerweg vormt de noordwestelijke begrenzing. De rest van de begrenzing wordt gevormd door het vlak waarbinnen de toekomstige plannen zullen worden gerealiseerd. Het plangebied is circa 5670 m2 groot.

3

Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl).

4

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Wijzigen bestemmingsplan

Oppervlakte plangebied

5670 m2

Planvorming

Nieuwbouw bedrijfsloods

Omvang verstoringen

Sloop bestaande loods (circa 780 m2) Realisatie bedrijfsloods (circa 886 m2)

Bodemverstorende werkzaamheden

Graafwerkzaamheden

Diepte verstoring

Onbekend

Het voornemen bestaat om in het plangebied een nieuwe loods te realiseren. Deze loods zal een oppervlakte hebben van maximaal 886 m2. De bestaande loods in het plangebied zal ten behoeve van de nieuwe loods worden gesloopt (circa 780 m2). Volgens het bestaande bestemmingsplan geldt een enkelbestemming agrarisch. De toekomstige plannen zullen onder de bestemming agrarisch technisch vallen. Daarom zal een wijziging van het bestemmingsplan nodig zijn ten behoeve van de realisatie van de plannen. Een inrichtingstekening van de toekomstige situatie is weergegeven in bijlage 1. Hoe diep de ingrepen zullen reiken is echter nog niet bekend, aangezien de technische tekeningen voor de bebouwing nog worden opgesteld. Er zijn geen effecten op het grondwaterpeil voorzien.

5

5. Beleidskader Onderzoekskader

Wijzigen bestemmingsplan

Beleidskader

Beleidskaart gemeente Asten

Onderzoeksgrens

250 m2 en dieper dan 40 cm –Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2024 in werking zal treden. Volgens de beleidskaart van de gemeente Asten heeft het plangebied Waarde – Archeologie categorie 4 (bron: Kortlang, 2010). Dit betekent dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft. Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 250 m2 én dieper reiken dan 40 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk.

Gezien het grotere verstoringsoppervlakte (5670 m2) betekent dat in het kader van een wijziging van het bestemmingsplan, een archeologische (voor)onderzoek noodzakelijk is (zie hoofdstuk 4). In het kader van een wijziging van het bestemmingsplan dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNA-waarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.

6

6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio

Brabants zandgebied

Geomorfologie

Dekzandwelvingen

Maaiveld

25,9-26,2 m NAP

Bodem

Laarpodzolgronden

Grondwater

GWT-VI

Landschapsgenese Het plangebied ligt in het zuidelijk zandgebied, in de Roerdalslenk. De vorming van dit landschap gaat terug tot in de laatste ijstijd, het Weichselien (115000- 9700 v. Chr.). In de koudste en droogste periode van het Weichselien, het Laat-Pleniglaciaal (26000-13000 v. Chr.), heerst in Nederland een poolklimaat. De bodem is permanent bevroren (permafrost) en vegetatie is vrijwel verdwenen. Onder deze periglaciale omstandigheden hebben wind en water vrij spel. Oudere sedimenten worden door verstuiving en sneeuwsmeltwater continu omgewerkt en opnieuw afgezet. Deze zogenaamde fluvioeolische, fluvioperiglaciale of nat-eolische zanden kenmerken zich door het voorkomen van grindsnoertjes en leemlaagjes en worden ingedeeld bij de Formatie van Boxtel. Voorheen werden deze zanden ook wel Oud Dekzand genoemd. In de Roerdalslenk is het dekzandpakket vaak meer dan 15 m dik. De oudere afzettingen zijn als gevolg van tektonische bodemdaling tot grote diepte weggezakt (Stouthamer et al., 2015). In het Bølling-Allerød-interstadiaal (13000-11000 v. Chr.) wordt het klimaat warmer en kan de vegetatie zich herstellen, waardoor een einde komt aan de grootschalige erosie- en sedimentatiecyclus en bodemvorming kan optreden (de zogenaamde Allerød-bodem). Tussen 11000 en 9700 v. Chr. (het Jonge Dryas-stadiaal) kent Nederland een toendraklimaat.

Er is sprake van discontinue permafrost en het vegetatiedek breekt open. Hierdoor kan lokaal zand gaan verstuiven dat vervolgens wordt afgezet in langgerekte en paraboolvormige ruggen. In de Roerdalslenk hebben deze zeer grote dekzandruggen overwegend een zuidoost-noordwest oriëntatie en worden ze ook wel dekzandgordels genoemd. Dit puur eolisch afgezette zand wordt dekzand genoemd en vormt het Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel. Voorheen werd dit zand Jong Dekzand genoemd (de Mulder et al. 2003). In de huidige warme periode, het Holoceen (vanaf 9700 v. Chr.), raakt het landschap bedekt door vegetatie en vindt er nauwelijks actieve sedimentatie plaats. In het dekzand kunnen zich nu bodems ontwikkelen. Door het mineraalarme moedermateriaal ontwikkelen zich op de hoge en droge gronden voornamelijk podzolgronden. In de lagere en nattere delen van het landschap kan geen podzolering plaatsvinden en ontwikkelen zich beekeerdgronden en gooreerdgronden. Deze gronden worden gekenmerkt door oxidatie-reductie processen. Door de toenemende vernatting van het landschap raakte grote delen van het landschap geleidelijk onder veen begraven. Alleen de hoge dekzandruggen en - koppen staken daarbij nog als relatief hoger en droog gelegen plekken boven het veenlandschap uit. Volgens de paleogeografische kaarten van Vos en De Vries (2015) is het plangebied tussen 3850 en 2750 v.

Chr. bedekt geraakt met veen (Midden-Neolithicum). De hogere denkzand heuvels en ruggen staken echter boven het veen uit. Op basis van het AHN lag het plangebied op de hoger gelegen dekzandheuvel van Heusden (bron: www.ahn.nl; versie 4). Het is mogelijk dat het plangebied niet bedekt was met veen.

7

Geologie Circa 50 m ten westen van het plangebied is een geologische boring uitgevoerd (B52C0737; 182000 , 376666 (RD)). Hier zijn vanaf het maaiveld (27,4 m +NAP) afzettingen van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden aangetroffen (dekzand, www.dinoloket.nl). Geomorfologie Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een dekzandwelving (code 3L51, bijlage 3, www.pdok.nl). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Op basis van het AHN valt af te leiden dat het maaiveld in het plangebied tussen 25,9 en 26,2 m NAP ligt (bron: www.ahn.nl; versie 4; bijlage 4). De inrit en kerlder onder de woning is in het noorden van het plangebied is zichtbaar als lager gelegen sleuf op het AHN (25,9 m +NAP). De rest van het plangebied is relatief vlak en ligt op 26,2 m +NAP. In vergelijking met de omgeving ligt het plangebied op een hoger gelegen dekzandheuvel. Bodem en grondwatertrap Volgens de bodemkaart zijn in het plangebied laarpodzolgronden te verwachten (kaartcode cHn21, bijlage 5, www.pdok.nl). Deze gronden hebben een opgebracht bouwlanddek van 30-50 cm dik. Hierbij heeft zich mogelijk een bodem ontwikkeld in de top van het dekzand, waarbij oorspronkelijk een opeenvolging van een A-, E-, B- en C-horizont aanwezig is geweest (Bakker, 1966). De grondwatertrap in het plangebied is VI (op de bodemkaart).

Dit houdt in dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) tussen 40-80 cm -Mv voor kan komen. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) kan daarentegen beneden 120 cm -Mv liggen. De wisselingen in grondwaterstanden leiden ertoe dat organische resten, zoals bot- of plantenmateriaal, binnen 120 cm -Mv worden aangetast als gevolg van oxidatie. Binnen 120 cm -Mv kunnen wel anorganische resten, zoals vuursteen en aardewerk, of verbrande organische resten worden aangetroffen. Beneden 120 cm -Mv kunnen daarnaast theoretisch gezien ook onverbrande organische resten worden aangetroffen.

8

7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Nee

Verwachting gemeentelijke kaart

Hoog

Archeologische waarden en/of informatie

Nee

Wettelijk beschermde status Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Archeologische Monumentenkaart (AMK) Het plangebied is niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Archeologische verwachting Op de gemeentelijke beleidskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de verwachte ligging van het plangebied op een dekzandwelving met grondwatertrap VI (Kortlang, 2010). Bekende archeologische waarden In het plangebied zijn voor zover bekend in het verleden geen archeologische waarnemingen gedaan en heeft in het verleden niet eerder onderzoek plaatsgevonden. In de omgeving van het plangebied is wel informatie bekend (bijlage 7). In tabel 1 is een overzicht gegeven van de verschillende onderzoeken in de omgeving van het plangebied, in tabel 2 zijn de verschillende vondstmeldingen weergegeven. Informatie uit overige bronnen Door de Heemkundekring De Vonder is geen aanvullende informatie aangeleverd. In de omgeving van het plangebied zijn uitsluitend booronderzoeken uitgevoerd. Er zijn ook weinig vindplaatsen bekend maar dit wordt mogelijk verklaard door het lage aantal onderzoeken in de buurt.

Bij twee onderzoeken zijn losse vondsten gedaan, bestaande uit vuursteenafslagen (Blom en Van Lil, 2007; Vansweevelt en Peeters, 2013). Op basis van een onderzoek dat 50 m ten noorden van het plangebied is uitgevoerd ligt in de omgeving van het plangebied een bouwlanddek van 20-45 cm. Hieronder is het archeologische niveau aangetroffen (Blom en Van Lil, 2007).

9

Tabel 1: Overzicht van de archeologische onderzoeken rondom het plangebied (<500 m).

Zaak-ID

Toponiem

Afstand-windrichting

Type onderzoek

Bevindingen

Bron

2163342100

Meijelseweg

50 m ten noordwesten

Booronderzoek

In het plangebied is een bouwlanddek aangetroffen. Dit humeuze donker grijsbruine dek is 20 tot 45 cm dik. De gevlekte laag onder het esdek is het verploegde oude oppervlak. De grijze en bruine vlekken zijn de verploegde E- en Bhorizonten.

Blom & Van Lil, 2007

Een vuurstenen afslag en houtskoolfragment, beide afkomstig uit het middelste deel van het perceel, geven een indicatie, dat dit terrein in het verleden mogelijk door mensen gebruikt is. 4620194100

Gezandebaan 45

312 m ten zuiden

Booronderzoek

Op basis van dit onderzoek is de archeologische verwachting voornamelijk gekoppeld aan de ligging van het plangebied in een gradiëntzone, nabij een ven. Door deze ligging geldt vooral een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Mesolithicum. Hier is een bouwvoor van circa 30-40 cm dik aangetroffen.

Exaltus, 2020

3294338100

Slobeendweg 5

490 m ten zuidwesten

Booronderzoek

Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied landschappelijk gezien een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten toegekend gekregen. Echter, gezien de verwachting dat het plangebied tot grote diepte is verstoord, is deze verwachting naar beneden toe bijgesteld tot een lage verwachting. Uit het booronderzoek is gebleken dat de bodemkundige

Van Putten, 2018

10

situatie ter plaatse deze lage verwachting onderbouwt. 2353409100

Gevlochtse baan

1050 m ten oosten

Booronderzoek

Bij dit onderzoek is een vuursteenafslag aangetroffen.

Vansweevelt & Peeters, 2013

Tabel 2: Overzicht van de vondstmeldingen rondom het plangebied (<500 m).

Zaak-ID

Toponiem

Afstandwindrichting

Datering

Type onderzoek

Omschrijving vondstmelding

2163342100

Meijelseweg

98 m ten noordwesten

Paleolithicum – Nieuwe tijd

Booronderzoek

Een vuurstenen afslag en houtskoolfragment.

11

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Landschapstype2 Cultuurhistorische elementen

Zandgebied (Brabant van het Zand) 3

Nee

Aard historisch landgebruik

Heide

Historische bebouwing aanwezig

Nee

Bebouwing van cultuurhistorische waarde

Nee

Het grondgebruik, dat over de jaren heen in het plangebied heeft plaatsgevonden, kan zijn sporen in de ondergrond hebben achtergelaten. Enerzijds herbergen oude kaarten informatie omtrent voormalig landgebruik die inzicht kan geven in de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen (bijvoorbeeld historische boerenplaatsen en wegen), maar anderzijds ook in de negatieve effecten, die landgebruik op de oorspronkelijke bodem heeft gehad (en daarmee op eventueel aanwezige archeologische resten). Met dit laatste wordt niet alleen gedoeld op omwerking van de bodem door omwoeling, egalisatie, ontgraving en sanering, maar ook ophoging en ontwatering die kunnen hebben geleid tot verkleuring, verdroging en verstikking van de bodem. Historische achtergronden van het cultuurlandschap en -situatie In de 18e eeuw lagen vier gehuchten dichtbij elkaar. Dit waren de Voorste Heusden, de Middelste Heusden, de Achterste Heusden en de Behelp. Deze gehuchten zijn ontstaan in de Middeleeuwen. Het plangebied ligt op basis van historische kaarten ten zuiden van de Achterste Heusden. Het lag zodoende tussen de bebouwing van Heusden en het veenlandschap van het Gevlocht (nu de Peel; bron: landvandepeel.nl). De ligging van het plangebied ten noorden van het Gevlocht is zichtbaar op de oudst geraadpleegde kaart, de Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832.

Hier ligt het plangebied binnen het perceel 105 wat volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafelen heide was (figuur 2). Op de topografische kaarten uit 1880 en 1925 zijn verschillende vennetjes ingetekend, wat duidt op de aanwezigheid van open water. Op de topografische kaart uit 1925 is zichtbaar dat de omgeving rondom het plangebied is ontgonnen: de Bleekerweg waaraan het plangebied ligt is aangelegd en een duidelijke perceeldeling is aangebracht (figuur 4). Het zuiden van het plangebied was in gebruik als boomgaard. Op de topografische kaart uit 1970 is in het plangebied gebouwd. Het is de bestaande woning (figuur 6; bron: kadastralekaart.com). De loods in het plangebied is gebouwd voor 1980 (figuur 7). Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is het plangebied niet aangeduid als aandachtsgebied. Ook zijn er geen verwachtingen op militaire objecten, raketinslagen of aan de Wereldoorlogen gerelateerde verschijnselen (bronnen: www.ikme.nl; www.vergeltungswaffen.nl, www.bunkerinfo.nl; www.tracesofwar.com, www.explosievenopsporing.nl, www.bhic.nl). Luchtfoto’s van het plangebied uit de Tweede Wereldoorlog die inzicht kunnen geven over de aanwezigheid van oorlog-gerelateerde resten zijn niet beschikbaar (library.wur.nl).

2 3

Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant (CHW, 2010; herziening 2016) Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant (CHW, 2010; herziening 2016)

12

Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied is ten tijde van het onderzoek bebouwd. De bebouwing omvat een woning (circa 160 m2) in het noorden van het perceel en de opstallen (780 m2) ten zuiden van de woning. Van de Mortel techniek b.v. heeft bouwtekeningen aangeleverd van de bestaande bebouwing. Ten noorden van de woning is een verlaagde oprit gerealiseerd die is ingegraven tot circa 150 cm -Mv. Dit geldt ook voor de garage die als kelder onder het huis ligt (oprit en kelder zijn samen circa 50 m2). Voor de rest van het huis is het maaiveld opgehoogd. Hier reiken de funderingen tot het originele maaiveld en hebben zodoende naar verwachting het archeologische niveau niet verstoord. De fundering van de opstallen reikt tot 80 cm -Mv. Waarschijnlijk is de ondergrond hier verstoord tot 80-90 cm -Mv. Het zuiden van het plangebied is in gebruik als weiland. De rest van het plangebied is in gebruik als oprit en tuin. Binnen het plangebied liggen kabels en leidingen in de ondergrond (circa 280 m2; bron: mijn.kadaster.nl). Binnen het plangebied heeft milieukundig onderzoek plaatsgevonden waarbij is vastgesteld dat binnen het plangebied mogelijk ondergrondse tanks aanwezig zijn geweest (circa 65 m2; bron: noord-brabant.omgevingsrapportage.nl). Het plangebied staat niet op de provinciale ontgrondingenkaart aangeduid (Noord-Brabant, 2005).

Andere aanwijzingen voor bodemverstoringen in het terrein zijn er niet. De verstoringen zijn weergegeven in figuur 10.

13

Figuur 2: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

Figuur 3: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

14

Figuur 4: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 5: Uitsnede van een topografische kaart uit 1955 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

15

Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1970 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1980 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

16

Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

Figuur 9: Uitsnede van een luchtfoto uit 2019. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: www.pdok.nl).

17

Figuur 10: Uitsnede van een luchtfoto uit 2019. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. De verstoringen zijn weergegeven in kleur (bron: www.pdok.nl).

18

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op een dekzandwelving ligt. Op basis van de ouderdom van de afzettingen kunnen vindplaatsen voorkomen uit de periode vanaf het Laat-Paleolithicum. Vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum – Mesolithicum zijn vooral te vinden in gradiëntzones en dichtbij open water. De dichtstbijzijnde beekdalen liggen op circa 1000 m van het plangebied, maar dichterbij het plangebied liggen wel vennen op historische kaarten. In de omgeving van het plangebied zijn ook vuursteenafslagen aangetroffen wat erop wijst dat in de omgeving van het plangebied mogelijk wel bewoning heeft plaatsgevonden in deze periode. De verwachting op archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Mesolithicum is hoog. Vanaf het Neolithicum vestigen mensen zich vooral op hoge, droge gronden. Het plangebied ligt in vergelijking met de omgeving relatief hoog op een dekzandwelving. De verwachting op archeologische resten uit de periode Neolithicum – Late-Middeleeuwen is zodoende hoog. Het plangebied ligt historisch gezien in een heidegebied. De verwachting op archeologische resten uit de Nieuwe Tijd is daarom laag. Het dekzand vormt het archeologische niveau en wordt verwacht tussen 20-40 cm -Mv. Binnen het plangebied ligt een oprit met garage die zijn ingegraven tot circa 150 cm -Mv. Daar worden geen archeologische resten meer verwacht.

De bestaande loods is gefundeerd tot 80 cm -Mv waardoor mogelijk de ondergrond tot 80-90 cm -Mv is verstoord. Stratigrafische positie Archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen bevinden zich in de top van het dekzand. Naar verwachting bevindt het dekzand zich op een diepte van 20-40 cm -Mv (op basis van een onderzoek 50 m ten noorden van het plangebied; Blom & Van Lil, 2007). Complextypen In het plangebied worden zowel jachtkampementen, nederzettingsterreinen als sporen van landgebruik verwacht. Jachtkampementen kenmerken zich door een concentratie van bewerkte stukken vuursteen en (eventueel) haardkuilen. Dergelijke vindplaatsen kunnen uiteenlopen in omvang van enkele tientallen tot honderden vierkante meters. Uit de latere perioden bestaat de kans op het voorkomen van erven, bestaande uit een boerderij, bijgebouwen en waterputten. Deze terreinen kenmerken zich door grondsporen en eventueel door de aanwezigheid van vondstmateriaal zoals keramiek. Kortstondige bewoning en sporen van landgebruik (waaronder ook een grafveld) zullen zich vooral kenmerken door grondsporen en verkleuringen in de bodem en in veel mindere mate door de aanwezigheid van vondstmateriaal. De gespecificeerde archeologische verwachting is nader weergegeven in onderstaande tabel 3.

Prospectiekenmerken, zoekstrategie en advies Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verworven resultaten is het in eerste instantie de vraag in hoeverre in het plangebied nog archeologisch relevante niveaus aanwezig zijn. Het niveau, de top van het dekzand is mogelijk verstoord tijdens de ontginning van het gebied. Naar verwachting hebben de aanleg van kabels en leidingen, de oprit en garage, de opstallen en de mogelijk aanwezige tank verstoringen veroorzaakt in de bodem. Dit is bepalend voor het vaststellen van de archeologische verwachting. Om dit te kunnen toetsen, dient de lithologische opbouw van de ondergrond en de mate van intactheid van de bodem te worden vastgelegd. Dit kan plaatsvinden door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van dit onderzoek kan dan een uitspraak worden gedaan of en in hoeverre archeologische resten te verwachten zijn. Een toelichting op de methodiek is te vinden in hoofdstuk 10. 19

Tabel 2: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel

1

Archeologische verwachting Datering

2 3 4 5

Complextype Omvang Diepteligging Gaafheid en conservering

6 7

Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) Mogelijke verstoringen

8

Reden Hoog Laat-Paleolithicum-Mesolithicum Resten bevinden zich in de top van het dekzand. Het is onbekend of dekzand in het plangebied nog intact aanwezig gaat zijn. Het plangebied lag niet in de buurt van open water maar in de buurt van het plangebied zijn wel vuursteenvondsten gedaan. Hoog Neolithicum – Late Resten bevinden zich in de top van het dekzand. Middeleeuwen Het plangebied lag relatief hoog in het landschap wat waarschijnlijk een gunstige vestigingslocatie was vanaf het Neolithicum. Laag Nieuwe tijd Het plangebied lag in een heidegebied in de 19e eeuw. Het is niet waarschijnlijk dat hiervoor (vanaf 1500) het plangebied bewoond was. Jachtkampementen, huisplaatsen (boerderijen), sporen van landgebruik. 100-1000 m2 (omvang jachtkamp); 500-2000 m2 (omvang huisplaats, algemeen) Top van het dekzand (20-40 cm -Mv) -/+ Binnen het plangebied liggen kabels en leidingen en bebouwing. Ook ligt er een tank en is de oprit met garage ingegraven tot 150 cm -Mv. Buitenom deze verstoringen zijn er geen duidelijke aanwijzingen op diepe verstoringen in het plangebied. Onbekend, op dit moment het hele plangebied. Vindplaatsen kenmerken zich naar verwachting door vondsten of grondsporen. Zie 5.

20

10. Resultaten veldonderzoek Onderzoeksmethodiek In opdracht van Van de Mortel Techniek b.v. heeft Transect b.v. in oktober 2023 een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, door middel van boringen uitgevoerd in een plangebied aan de Bleekerweg 2a in Heusden (gemeente Asten). De aanleiding voor het onderzoek vormt een wijziging van het bestemmingsplan ten behoeve van de sloop van de bestaande opstallen en de realisatie van een nieuwe loods in het gebied en is uitgevoerd conform het Plan van Aanpak (Van der Kroon, 2023). Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. De boringen zijn daarbij gebruikt om zowel de mate van intactheid van de bodem als de bodemopbouw zelf te bepalen. In totaal zijn in het plangebied vijf boringen gezet (boring 1-5). De boringen hebben een diepte tot minstens 30 cm in de C-horizont van het dekzand en zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 10. De boringen zijn gelijkmatig in het plangebied uitgezet, op de onverharde terreindelen binnen het gebied. Een deel van het terrein was verhard met beton.

Daar was het niet mogelijk handmatig een boring uit te voeren. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 7. De coördinaten van de boorpunten zijn bepaald met een meetlint aan de hand van de bestaande topografie en de hoogte is aan de hand van het AHN bepaald (bron: www.ahn.nl). Er zijn geenkijkgaten gegraven voor de bodemopbouw. De resultaten waren duidelijk genoeg en het was niet overal mogelijk om te graven. Veldwaarnemingen Ten tijde van het veldonderzoek was het plangebied bebouwd. De verlaagde oprit naar de garage onder de woning is zichtbaar in figuur 11 (rechts). Het maaiveld rondom het woonhuis was opgehoogd (circa 70 cm). Ten zuiden van het plangebied loopt het maaiveld af. In het plangebied zijn meerdere putten langs de opstallen waargenomen die niet bekend waren bij het kadaster (figuur 11, links).

Figuur 11: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (09-10-2023).

21

Bodemopbouw en lithologie Onderin de boringen is vanaf 30-40 cm -Mv (27,3 m +NAP) zwak siltig, zwak tot niet humeus, bruin tot geel, matig fijn, kalkloos, goed gesorteerd zand aangetroffen. Door de mate van sortering, kalkloosheid en de kleur is het zand geïnterpreteerd als dekzand. In het dekzand zijn sporen van bodemvorming aangetroffen in de vorm van E-, B- en BC- horizonten (boring 2, 4 en 5). Dit is een aanwijzing op een hoge mate van intactheid van de ondergrond. In boring 2 is boven het dekzand, vanaf 40 cm -Mv (27,43 m +NAP) zwak siltig, bruingeel, matig fijn zand aangetroffen. Hierin zijn sporen van bodemvorming aangetroffen in de vorm van een E- en B-horizont. Deze laag is zodoende geïnterpreteerd als stuifzand. Hierboven is vanaf het maaiveld zwak siltig, zwak humeus, bruin, matig fijn zand aangetroffen wat is geïnterpreteerd als de bouwvoor. In boring 3 is vanaf 90 cm -Mv (26,68 m +NAP) zwak siltig, geel, matig fijn, kalkloos, goed gesorteerd zand aangetroffen wat ook is geïnterpreteerd als dekzand. Hierboven is vanaf 20 cm -Mv (27,38 m +NAP) zwak siltig, geelbruin, matig fijn zand met zandbrokken aangetroffen. Door de aanwezigheid van zandbrokken is het zand geïnterpreteerd als een verstoorde laag. Hierboven is vanaf het maaiveld zwak siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn zand met zandbrokken aangetroffen. Het zand is geïnterpreteerd als de bouwvoor.

In boring 1 is het dekzand vanaf 70 cm -Mv (26,96 m +NAP) aangetroffen. Hierin is een BC-horizont waargenomen. Boven het dekzand is vanaf het maaiveld zwak siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn zand aangetroffen. Het zand is geïnterpreteerd als een recente ophoging ten behoeve van de bouw van de woning. Archeologische indicatoren Tijdens het doorzoeken van de boorkernen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Interpretatie Op basis van het veldonderzoek ligt in het plangebied dekzand. Dit zand is aangetroffen vanaf 30-40 cm -Mv (circa 27,3 m +NAP). In boring 2 is boven het dekzand een laag stuifzand aangetroffen en in boring 1 is een ophoging aangetroffen boven het dekzand. In het dekzand zijn sporen van bodemvorming aangetroffen, in de vorm van E-, B- en BC-horizonten. Het dekzand is op basis van deze resultaten in het zuiden en westen van het plangebied als intact te beschouwen. Hier is de middelhoge verwachting op archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum en de hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Neolithicum – Late-Middeleeuwen bevestigd. Ter plaatse van boring 3 is de ondergrond tot 90 cm -Mv verstoord. Boring 3 is naast de bestaande opstallen uitgevoerd. Dit bevestigd het vermoeden dat de bouw van de bestaande loods de ondergrond tot minstens 80-90 cm heeft verstoord.

Ter plaatse van de bestaande loods worden daarom geen intacte archeologische resten meer verwacht. Ter plaatse van boring 4 bleek de top van het dekzand niet meer volledig intact. Hier zal de hoge archeologische verwachting op resten uit het Mesolithicum moeten worden bijgesteld naar laag. Aangezien diepe grondsporen nog intact kunnen zijn, blijft de hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Neolithicum – LateMiddeleeuwen gehandhaafd. Resten uit het Laat-Paleolithicum liggen dieper in het dekzand en daarom zal de hoge verwachting voor deze periode ook gehandhaafd blijven. De archeologische verwachting is weergegeven in bijlage 8.

22

11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied ligt op dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel. Hierin is een laarpodzolbodem gevormd. Deze bodem is intact aangetroffen in het gehele plangebied, afgezien van boring 3 waar de ondergrond verstoord bleek tot 90 cm -Mv. Ter hoogte van boring 1 mist alleen de top van het dekzand.

2.

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? De top van het dekzand is het archeologische niveau. Het dekzand is aangetroffen vanaf 30-40 cm -Mv (27,3 m +NAP) in het gehele plangebied. In het noorden van het plangebied is het dekzand onder een ophooglaag aangetroffen vanaf 70 cm -Mv (26,96 m +NAP).

3.

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Zie antwoord vraag 1.

4.

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? In het gehele plangebied, afgezien van het gebied ter plaatse van de bestaande loods geldt een hoge verwachting op archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en de periode Neolithicum – Late-Middeleeuwen en een lage verwachting op archeologische resten uit de Nieuwe Tijd. In het westen en zuiden van het plangebied geldt een hoge archeologische verwachting op resten uit de periode Mesolithicum. In de rest van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting voor resten uit het Mesolithicum. De archeologische verwachting is weergegeven in bijlage 8.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=3e6045ac-6b0d-426a-991b-fb68fbd8f6f4