CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU24.06.07C Regels ‘Asten Verzamelplan 2023-1’

Raadscommissie Ruimte 4 juni 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Asten Verzamelplan 2023-1 (adviserend)31.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

j.

het surplus (alle aanwezige bebouwing boven de standaard maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 80 m2) moet in één keer worden gesloopt en deze sloop moet als voorwaarde aan de wijziging en omgevingsvergunning voor het bouwen worden verbonden;

k. er kan geen toepassing worden gegeven aan de sloopregeling als opgenomen onder f. tot en met j. indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden, 2. sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling, 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, 4. de sloop al op andere wijze is verzekerd; l.

de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen;

m. de nieuwe woning is niet gelegen binnen een geurhindercontour van één of meer agrarische bedrijven; n. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; o. voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; p. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; q. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 9.1 omschreven doeleinden; r.

het bestemmingsvlak met de bestemming 'Wonen' en/of het bouwvlak worden verkleind tot een omvang die passend is voor een burgerwoning in het

85

buitengebied. De overige gronden krijgen de bestemming 'Agrarisch' en/of 'Agrarisch met waarden'.

86

Artikel 10 10.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bewegend en stilstaand verkeer en de daarbij behorende voorzieningen; b. duurzaam bodem- en waterbeheer, waaronder begrepen watergangen, zaksloten en infiltratievoorzieningen; c. d. e. f.

voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut; standplaats voor markten en evenementen; horecaterrassen; groen, ter aankleding van niet direct voor bewegend en stilstaand verkeer noodzakelijke gronden, zoals bermen en/of middenbermen; g. bruggen en duikers. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 23.3. 10.2

Bouwregels

10.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in artikel 10.1 genoemde doeleinden; b. (ondergrondse) voorzieningen ten behoeve van de afvalinzameling en afvalverwijdering. 10.2.2 Overige regels met betrekking tot bebouwing Binnen het bestemmingsvlak mag de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3,25 meter bedragen, met uitzondering van: a. masten ten behoeve van telecommunicatie anders dan ten behoeve van het C2000 netwerk, waarvan de hoogte niet meer dan 20,00 meter mag bedragen; b. voorzieningen voor verlichting, waarvan de hoogte niet meer dan 8 meter mag bedragen. 10.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, nadere eisen stellen conform het bepaalde in artikel 19.3. 10.4

Afwijken van de bouwregels

10.4.1 Afwijking voor kunstwerken, kunstobjecten, speelvoorzieningen en vlaggenmasten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels met betrekking tot de bebouwing ten behoeve van de oprichting van kunstwerken, kunstobjecten, speelvoorzieningen en vlaggenmasten, mits:

87

a. deze qua aard en omvang in de omgeving passen met een maximum oppervlakte van 10 m² per object; b. in het geval van speelvoorzieningen: de bodem blijkens een vooraf ingesteld bodemonderzoek niet zodanig is verontreinigd dat wettelijke bezwaren bestaan tegen oprichting; c. de bouwhoogte van kunstwerken, kunstobjecten en vlaggenmasten maximaal 8,00 meter bedraagt; d. de bouwhoogte van speelvoorzieningen maximaal 4,00 meter bedraagt. 10.5 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval niet verstaan het gebruik van de grond voor standplaats voor de verkoop van goederen en diensten, promotie, markten, kermissen, horecaterrassen en evenementen, mits: a. het geen belemmering voor de verkeersafwikkeling vormt; b. het geen onomkeerbare verandering van de in artikel 10.1 genoemde doeleinden tot gevolg heeft.

88

Artikel 11 11.1

Wonen - 1

Bestemmingsomschrijving

11.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woondoeleinden al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroepen; b. hobbymatig agrarisch gebruik als ondergeschikte functie aan de woning; c. tevens de nevenactiviteiten naast de woonbestemming zoals opgenomen in de tabel onder 11.1.2; met de daarbij behorende: d. tuinen, erven en verhardingen; e. parkeervoorzieningen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen. 11.1.2 Tabel nevenactiviteiten Ter plaatse van de aanduiding

adres

Activiteiten

Max. oppervlakte

Max. oppervlakte nevenactiviteiten

behoeve van opslag in m2 ‘specifieke vorm van recreatie – logies’

Beekstraat 20

• •

Bed & breakfast Paardenboxen met wasplaats

n.v.t.

480, waarvan: - 300 t.b.v. bed & breakfast; - 180 t.b.v. paardenboxen met wasplaats

‘opslag’

Ospelerweg 4

Inpandige statische opslag

290

n.v.t.

‘opslag’

Tureluurweg 3

Inpandige statische opslag

250

n.v.t.

11.1.3 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 23.3. 11.2 Specifieke bouwregels 11.2.1 Voorwaardelijke verplichting geluidbelasting Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een of meerdere geluidgevoelige objecten, als bedoeld in Bijlage 20 Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting Voorste Heusden ong. bij dit bestemmingsplan wordt slechts verleend als wordt voldaan aan: a. het besluit hogere grenswaarden Wet geluidhinder vastgesteld op 15 mei 2024; en

89

b. een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, waarbij de geluidbelasting in geluidgevoelige ruimten niet meer dan 33 dB bedraagt. 11.3

Afwijken van de bouwregels

11.3.1 Bebouwde oppervlakte vrijstaande bijgebouwen Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.5 teneinde de toegestane bebouwde oppervlakte van de bijgebouwen te vergroten, mits voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, kan een bebouwde oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen worden toegestaan van 125 m² vermeerderd met maximaal 25% van het meerdere van de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfsgebouwen, tot een maximum van 200 m². Hierbij dient in ieder geval het meerdere dan wat ingevolge deze regeling is toegestaan te worden gesloopt op hetzelfde perceel en/of op een perceel op een andere locatie. Sloop van cultuurhistorisch waardevolle en monumentale panden is niet toegestaan; b. geen omgevingsvergunning voor afwijken kan worden verleend indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden, 2. sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling, 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, 4. de sloop al op andere wijze is verzekerd; c. de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen.

11.3.2 Vergroting inhoud woning Ten behoeve van het stimuleren van sloop van overtollige bebouwing kan bevoegd gezag met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.5 teneinde de maximale inhoud van een burgerwoning te vergroten tot een inhoud van ten hoogste 900 m³. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. per 50 m³ vergroting van de woning dient telkens minimaal 500 m² aan legaal opgerichte bebouwing te worden gesloopt op hetzelfde perceel en/of op een perceel op een andere locatie; b. het surplus (alle aanwezige bebouwing boven de standaard maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 125 m²) moet in één keer worden gesloopt en deze sloop moet als voorwaarde aan de omgevingsvergunning voor afwijken en de omgevingsvergunning voor het bouwen worden verbonden; c. geen omgevingsvergunning voor afwijken kan worden verleend indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden, 2. sloop kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voor-ruimteregeling, 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, 4. de sloop al op andere wijze is verzekerd; d. de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen.

90

11.3.3 Minimale afstand tot de weg/perceelsgrens/woning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.5 teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg en/of de voorgeschreven minimum afstand tot een perceelsgrens en/of de minimum afstand van bedrijfsgebouwen achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van de bedrijfswoning te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de noodzaak vanuit een doelmatige perceelsinrichting en/of de uitbreiding van of aansluiting op aanwezige bebouwing met een reeds op deze punten afwijkende maatvoering, moet aanwezig zijn; b. er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; c. er dient voldoende parkeerruimte op het eigen erf aanwezig te blijven; d. e. f. g.

de wegbeheerder dient te worden gehoord; de stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast; aangetoond dient te worden dat de externe veiligheid kan worden gewaarborgd; de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in artikel 20 omschreven aanduidingsregels; h. indien het een woning of ander geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder. 11.3.4 Maatvoering gebouwen en overkappingen Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.5 teneinde voor carports c.q. overkappingen een hogere bouwhoogte toe te kunnen staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de goot- en bouwhoogte van carports c.q. overkappingen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 5,5 m.; b. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in artikel 20 omschreven aanduidingsregels. 11.3.5 Herbouw woning Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.5 teneinde herbouw van de bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten en/of in afwijking van de (voormalige) voorgevelrooilijn toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; b.

er dient sprake te zijn van (zekerheidsstelling omtrent de) sloop van de bestaande woning; c. door de herbouw wordt het landelijk karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; d. de nieuwe situering van de woning leidt niet tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in 11.5 wordt in acht genomen. 11.4

Specifieke gebruiksregels

91

11.4.1 Strijdig gebruik Als met de bestemming strijdig gebruik geldt in ieder geval het gebruik en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor: a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten; b. buitenopslag, behalve ter plaatse van de functieaanduiding ‘opslag’; c. detailhandel; d. verblijfsrecreatie, behoudens voor zover toegestaan ingevolge het bepaalde in 11.1; e. seksinrichtingen; f. gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; g. kamerverhuur ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten. 11.4.2 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van een aan huis verbonden beroep als bedoeld in 11.1.1 is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woonbebouwing tot een maximum van 80 m²; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; d. detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden beroep; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; f.

de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 11.4.3 Voorwaardelijke verplichting waterberging Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’ is gebruik van het perceel conform de bestemmingsomschrijving pas toegestaan nadat de wateropvang van de weg op het eigen terrein wordt geborgd middels het aanleggen en in stand houden van een zaksloot of een daarvoor in de plaats tredende oplossing met eenzelfde doeltreffende werking. Dit wordt meegenomen bij de behandeling van de nog in te dienen aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning. 11.4.4 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. voor gronden en bouwwerken binnen het in Bijlage 2 bij deze planregels aangeduide plangebied is het gebruiken en doen laten gebruiken van deze gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 11.1 opgenomen bestemmingsomschrijving alleen toegestaan als binnen 12 maanden na het in werking treden van het onderhavige bestemmingsplan de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 2 (landschappelijke inpassing Beekstraat 20) van de planregels, is gerealiseerd; b.

voor gronden en bouwwerken binnen het in Bijlage 7 bij deze planregels aangeduide plangebied is het gebruiken en doen laten gebruiken van deze gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 11.1 opgenomen bestemmingsomschrijving alleen toegestaan als binnen 12 maanden na het in werking treden van het

92

onderhavige bestemmingsplan de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 7 (landschappelijke inpassing Ospelerweg 4) van de planregels, is gerealiseerd; c. voor gronden en bouwwerken binnen het in Bijlage 8 bij deze planregels aangeduide plangebied is het gebruiken en doen laten gebruiken van deze gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 11.1 opgenomen bestemmingsomschrijving alleen toegestaan als binnen 12 maanden na de gereed melding bouw de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 8 (landschappelijke inpassing Slobeendweg ongenummerd (naast 9)) van de planregels, is gerealiseerd; d. voor zover het de gronden betreft waarvoor in de bijlage 10 bij deze regels een beplantingsplan is opgenomen, mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de aan de gronden toegekende bestemming worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen een jaar na het voldoen aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 11.3.5 onder a uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in de bijlage opgenomen beplantingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; e.

voor zover het de gronden betreft waarvoor in bijlage 9 (landschappelijke inpassing Tureluurweg 3) bij deze regels een beplantingsplan is opgenomen, mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de aan de gronden toegekende bestemming worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen een jaar na het voldoen aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 11.3.5 onder b uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in de bijlage opgenomen beplantingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

11.4.5 Voorwaardelijke verplichting sloop a. voor gronden en bouwwerken binnen het in Bijlage 12 bij deze planregels aangeduide plangebied is het gebruiken en doen laten gebruiken van deze gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 11.1 opgenomen bestemmingsomschrijving alleen toegestaan als binnen 12 maanden na het in werking treden van het onderhavige bestemmingsplan de overtollige bebouwing, zoals opgenomen in bijlage 12 (overzicht te slopen bebouwing Voorste Heusden 21, 23 en ongenummerd) van de planregels, is gesloopt. b. Voor gronden en bouwwerken binnen het in bijlage 13 bij deze planregels aangeduide plangebied is het gebruiken en doen laten gebruiken van deze gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 11.1 opgenomen bestemmingsomschrijving alleen toegestaan als binnen 12 maanden na het in werking treden van het onderhavige bestemmingsplan de overtollige bebouwing, zoals opgenomen in bijlage 13 (overzicht te slopen bebouwing Tureluurweg 3) van de planregels, is gesloopt.

11.4.6 Voorwaardelijke verplichting bodemsanering Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 11.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is binnen het in Bijlage 13 bij deze planregels aangeduide plangebied niet toegestaan zonder de sanering van de bodem en/of maatregelen ter voorkoming van bodemvervuiling als bedoeld in het in Bijlage 15 opgenomen Bodemonderzoek.

93

11.5

Bouwregels

11.5.1 Toegestane bebouwing Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming zoals omschreven in 11.1 11.5.2 Bouwvlak Indien en voor zover binnen een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, mogen hoofdgebouwen uitsluitend worden opgericht binnen het betreffende bouwvlak. 11.5.3 Maatvoering De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken algemeen

minimaal

maximaal

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer - lokale weg' aangeduide

15 m

n.v.t.

woningen

minimaal

maximaal

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

7 m, tenzij anders

weg

aangeduid bouwhoogte

n.v.t.

10 m, tenzij anders

Dakhelling

20º

inhoud

maximaal 750 m³ (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: 1. de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer

aangeduid 60º

bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt; 2. het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam/ bouwmassa daarvan als maximum geldt; 3. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’ mag de inhoud van een hoofdgebouw inclusief aangebouwde bijgebouwen niet meer bedragen dan 1.000 m3.

94

met dien verstande dat indien de bestaande inhoud van een hoofdgebouw inclusief aangebouwde bijgebouwen, meer bedraagt dan 750 m3, de inhoud niet meer mag bedragen dan de bestaande inhoud. Indien de woning een bestaande woonboerderij betreft, geldt de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa als maximum.

vrijstaande bijgebouwen bij woningen

minimaal

maximaal

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

gezamenlijke oppervlakte per woning

n.v.t.

125 m², tenzij anders aangeduid

goothoogte

n.v.t.

3m

bouwhoogte

n.v.t.

5,5 m

dakhelling

20º

60º

afstand tot woning

1,5 m

25 m

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5m

n.v.t.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

maximaal

bouwhoogte voedersilo's en watersilo's

15 m

bouwhoogte erfafscheidingen

1 m voor de voorgevel, elders 2 m

bouwhoogte van carports c.q. overkappingen

3m

oppervlakte van een carport c.q. overkapping

20 m²

bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

6m

met dien verstande dat: a. indien de bestaande dakhelling meer of minder bedraagt, geldt de bestaande dakhelling als minimale/maximale dakhelling; b. de gebouwen ten alle tijden afgedekt dienen te worden met een kap; c. dakhelling geldt niet voor aan- en uitbouwen, dakkapellen; waarbij herbouw van bestaande woningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: a. herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’; b. de herbouw plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; c. de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; d. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen. 11.5.4 Voorwaardelijke verplichting geluid Een omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen wordt slechts verleend indien is aangetoond dat de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai in de verblijfsgebieden van de woningen in het bouwplan niet meer bedraagt dan 33dB.

95

11.6

Afwijken van de gebruiksregels

11.6.1 Minicamping Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1 teneinde kleinschalig kamperen en de daarvoor noodzakelijke voorzieningen, zoals sanitaire voorzieningen, toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de omgevingsvergunning voor afwijken kan uitsluitend worden verleend indien het gronden betreft, gelegen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatief ontwikkelingsgebied'; b. slechts kampeermiddelen zijn toegestaan met een niet-permanent karakter (tenten, tentwagens, kampeerauto's campers en toercaravans), alsmede maximaal 5 huuraccommodaties (chalets, blokhutten, stacaravans) per minicamping; c. er zijn maximaal 25 kampeerplaatsen per minicamping toegestaan; d. de reeds toegestane totale oppervlakte aan bijgebouwen van 125 m2 mag ten behoeve van voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen worden vergroot tot maximaal 125 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van bouwwerken ten behoeve van kleinschalig kamperen maximaal 50 m2 mag bedragen en de goot- en bouwhoogte respectievelijk maximaal 3 m en maximaal 5,5 m mogen bedragen; e. de bebouwde oppervlakte van de huuraccommodatie mag maximaal 50m2 bedragen, de goothoogte maximaal 2,20 m en de bouwhoogte maximaal 3,5 m; f.

de voorzieningen worden, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing, of anders aansluitend aan de bestaande bebouwing; g. er dient sprake te zijn van een passende bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap, die in ieder geval bestaat uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing conform een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan; h. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; j. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; k. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; l. de omgevingsvergunning voor afwijken mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in Artikel 20 omschreven aanduidingsregels. 11.6.2 Bed & breakfast Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1 teneinde als nevenactiviteit bij een woning, bed & breakfast-voorzieningen en dergelijke toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. bed & breakfast vindt plaats in de woning en de daarbij behorende bijgebouwen; b.

ten behoeve van bed & breakfast zijn maximaal 10 slaapplaatsen per woning toegestaan;

96

c. indien en voor zover er sprake is van cultuurhistorische waarden, mogen deze cultuurhistorische waarden door verlenen van de omgevingsvergunning voor afwijken niet onevenredig worden aangetast; d. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; e. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; f. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling; h. de met omgevingsvergunning verleende afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in artikel 20 omschreven aanduidingsregels. 11.6.3 Aan huis verbonden bedrijf Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1.1 ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden dan wel beperkingen: a. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 200 m² in bestaande bebouwing; b. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; c. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; d.

detailhandel mag alleen plaatsvinden ondergeschikt aan en in direct verband met het aan huis verbonden bedrijf; e. de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de omgeving; f. de activiteit mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; h. een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij de planontwikkeling. 11.6.4 Mantelzorg Bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor het gebruik van een bestaand bouwwerk ten behoeve van mantelzorg, zolang dit ten dienste staat van de functie wonen, onder de voorwaarden dat: a. als het gebruik betrekking heeft op een vrijstaand bijgebouw 1. dit een maximale oppervlakte van 125 m2 heeft of het gebruik t.b.v. mantelzorg een oppervlakte beslaat van maximaal 125 m2; en 2. het qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning; b. geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan; c. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; d. een verzoek om toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid wordt schriftelijk ingediend en uit de aanvraag blijkt de behoefte aan mantelzorg.

97

Voorts dient de vergunninghouder of een andere betrokkene, de gemeente binnen een redelijke termijn te informeren als het gebruik waarvoor de omgevingsvergunning is verleend is beëindigd. Het betreffende (gedeelte van het) gebouw moet binnen een redelijke termijn weer geschikt worden gemaakt voor de oorspronkelijke functie. Als het gebruik waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, eindigt, trekt het bevoegde gezag deze omgevingsvergunning in.

98

Artikel 12 12.1

Wonen - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Wonen - 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. ter plaatse van de aanduiding ‘tuin’: uitsluitend als tuin; c. daarbij behorende voorzieningen; d. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; e. parkeren. Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 23.3. 12.2

Bouwregels

12.2.1 Algemeen Op de voor ‘Wonen’, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding ‘tuin’, aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. Vrijstaande, geschakelde, halfvrijstaande en aaneengesloten woningen; b. bijgebouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Ter plaatse van de aanduiding ‘tuin’ is geen bebouwing toegestaan. 12.2.2 Regels ter plaatse van het bouwvlak a. Hoofdgebouwen dienen in het bouwvlak te worden gebouwd en bijgebouwen mogen in het bouwvlak worden gebouwd. b. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. c. Per bouwvlak mag maximaal één woning worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘maximaal aantal wooneenheden’ het aantal woningen/wooneenheden niet meer mag bedragen dan is aangegeven. d. De voorgevelbreedte van een woning dient ten minste 5,40 meter te bedragen. e. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,00 meter tenzij anders aangeduid. f. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10,00 meter tenzij anders aangeduid. 12.2.3 Regels ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ a. Ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ mogen uitsluitend bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. b. Ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ mag per woning 90 m2 aan bijgebouwen worden opgericht, tenzij anders aangegeven; c.

De goothoogte van een bijgebouw mag niet meer bedragen dan 3,25 meter tenzij anders aangeduid. d. Bijgebouwen mogen worden afgedekt met een kap mits de bouwhoogte van het bijgebouw niet meer bedraagt dan 5,50 meter tenzij anders aangeduid. 12.2.4 Overige regels met betrekking tot bebouwing a. Het bouwvlak c.q. de voorgevelrooilijn mag niet door bebouwing worden overschreden, met uitzondering van overschrijding ten behoeve van: 1. de bouw van erkers en balkons, mits:

99

b.

c.

- de breedte maximaal 40% van de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak bedraagt; - de diepte van de erker niet meer dan 1,00 meter bedraagt; - de hoogte van de erker maximaal de hoogte van de begane grondlaag bedraagt; - de afstand tot de bestemming ‘Verkeer’ of ‘Groen’ niet minder dan 3,00 meter bedraagt; 2. luifels boven de voordeur mits: - de breedte maximaal 150% van de breedte van de voordeur bedraagt; - de diepte niet meer bedraagt dan 1,00 m; - de afstand tot de bestemming Verkeer niet minder dan 3,00 meter bedraagt; 3. de bouw van één carport, met dien verstande dat: - de carport minimaal 1,00 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen; - de oppervlakte max. 25 m² buiten het bouwvlak en aanduiding ‘bijgebouwen’ bedraagt; - indien de carport is gelegen op de hoek van een hoekperceel de afstand tot de bestemming verkeersdoeleinden minimaal 2,00 meter bedraagt. Binnen het bestemmingsvlak mag de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 3,25 meter bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen waarvan de hoogte niet meer dan 1,00 meter mag bedragen of niet meer dan 2,00 meter indien: 1. gelegen minimaal 1,00 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw, uitgezonderd bij hoekpercelen, waarvoor geldt minimaal 3,00 meter achter de voorgevel en 45 graden uit de hoek van de achterliggende woning en; 2.

gelegen minimaal 1,00 meter uit de bestemming ‘Verkeer’ of ‘Groen’ Aan de van de weg afgekeerde zijde (achterzijde) van het bouwvlak mag een dakterras opgericht worden, mits: 1. het dakterras gerealiseerd wordt op een bijgebouw; 2. de breedte niet meer bedraagt dan de breedte van het hoofdgebouw; 3. de hoogte van de afscheiding maximaal 1,20 meter boven de goothoogte van het bijgebouw bedraagt; 4. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.

12.2.5 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, nadere eisen stellen conform het bepaalde in artikel 19.3. 12.3

Afwijken van de bouwregels

12.3.1 Afwijking voor het overschrijden van de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen Bevoegd gezag kan met omgevingsvergunning afwijken voor het realiseren van een groter dan het toegelaten oppervlak aan bijgebouwen, onder de voorwaarden dat: a. de oppervlakte aan bijgebouwen met niet meer dan 20% wordt overschreden; b. ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ mag het vlak voor niet meer dan 50% worden bebouwd; c. een door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur een advies heeft uitgebracht; d. de noodzaak vanuit een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing wordt aangetoond; e. geen onevenredige nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan; f. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=28632089-fa8c-4ea2-8200-44627def40ed