RU24.03.06D 04 5 Reactie Asten op 90% versie NOVEX Ontwikkelperspectief 2050, concept aug 2023
Tekst van het document
Opmerkingen vanuit Asten op 90% versie NOVEX ONTWIKKELPERSPECTIEF 2050, versie augustus 2023 P.
Verwijzing
Opmerking
12
“Keuzes maken en soms
Dit zou beide kanten op moeten werken. Door te stellen dat
schuren die keuzes: niet
de intensieve veehouderij in zijn geheel moet verwijderen uit
alles kan overal en niets
het blauwe hart van de Peel doet daar geen recht aan en
doen is geen optie”
staat haaks op onder andere de Toekomstagenda Asten 2030, de Omgevingsvisie Asten en koersdocumenten die in
En:
de voorbije twee jaar zijn opgesteld in het kader van de gebiedsgerichte aanpak (GGA) Vitale Peel.
13
“Een toekomstvisie die we komende jaren in de praktijk willen brengen en die gelukkig nu al op veel plekken in praktijk gebracht wordt.”
13
“Conform het NOVEX-
Binnen bijvoorbeeld de GGA, maar ook andere lokale
startpakket is de kern van de
beleidskaders, zijn de doelen breder geformuleerd omdat het
beleidslijn: weerbaarheid
in de kern gaat over de leefbaarheid in een gebied. Aspecten
(…) herstel van de natuur.”
als nieuwe economieën, veiligheid, et cetera dienen een plaats te krijgen in en in perspectief gezet te worden tegen enkel water- en natuurdoeleinden.
13
“Rondom de natuurgebieden
Dit staat gedeeltelijk haaks op wat elders in het document
is de agrarische productie
wordt verstaan onder het groenblauwe hart of verdient op zijn
straks in balans met natuur
minst verduidelijking over welke agrarische activiteiten straks
en landschap en wordt
nog (wel) mogelijk zijn.
onder meer verdiend aan agrarisch natuurbeheer. En ook daar hoort de koe in de wei.” 13
“Verschuiven naar nieuwe
Niet opgenomen is het belang van de N279 als robuuste rand
economie”.
voor de Brainportregio en de Peelregio van Limburg tot aan Den Bosch.
13
“Ruimte voor energie”.
Asten en Someren beschikken over een relatief groot en hoogwaardig glastuinbouwgebied. Nieuwe vormen van
energie, zoals waterstof, zijn essentieel om de levensbestendigheid voor deze economie te behouden. 13
14
“Introduceren van gesloten
Vreemd voorstel. Los van de vraag waar mensen op een
systemen en clusteren van
dergelijk gebied zitten te wachten, komen wij juist terug van
bedrijven op veilige
de grote landbouwontwikkelingsgebieden en de negatieve
agroindustrieterreinen kan
gevolgen die dat voor de omgeving kan hebben. Het
een optie zijn.”
industriële dient juist voorkomen te worden.
“Bestuurlijke
De bestuurlijke aandachtspunten zijn volledig en goed
aandachtspunten”
geformuleerd. Maar met beperkte participatie vooraf en geen betrokkenheid van bijvoorbeeld de gemeenteraden in het traject, dien je een dergelijk document niet te presenteren als 90%-versie. Dat suggereert dat al veel is bepaald. Noem het een eerste consultatieversie. Een einddocument zou te aller tijden moeten worden voorgelegd aan de gemeenteraad, omdat het verstrekkende gevolgen heeft, koersbepalend is, voor de ontwikkeling van een gebied. Zie ook de teksten op pagina 22 over dat dit document ‘slechts’ een perspectief heeft en geen juridische status. Deze teksten gaan er bij de raadsleden niet meer in. In teveel majeure projecten worden zij tegenwoordig niet of nauwelijks betrokken, hooguit als klapvee tijdens informatiebijeenkomsten, terwijl wat we als overheden opschrijven keer op keer terugkeert en wel degelijk bepalend is voor een gebied (zie bijvoorbeeld waar geld voor beschikbaar wordt gesteld).
21
“Dit ontwikkelperspectief
Indien dit het geval is, dan zou dit ontwikkelperspectief ook
voor de Peel vormt een
moeten aansluiten op koersbepalende documenten zoals die
bouwsteen voor de
ook in GGA’s zijn opgesteld. Zijn die met elkaar vergeleken
ruimtelijke voorstellen van
en in hoeverre sluiten die (naadloos) op elkaar aan?
Limburg en Noord-Brabant”. 22
“Totstandkoming van dit
Onvoldoende rekening gehouden met een aantal essentiële
ontwikkelperspectief”.
stakeholders, ondanks eerdere opmerkingen. Dat valt, zeker in de specificatie op gebiedsniveau te zien. Participatie moet
in het vervolg beter worden vormgegeven om daadwerkelijk succesvol te zijn. 39
“Levendig landschap”.
Tot dusver staat nergens in het document Nationaal Park de Groote Peel genoemd. Het feit dat dit natuurgebied de status van NP heeft, maakt dat veel recreanten de weg naar dit gebied weten te vinden. Aanvullend op deze opmerking: het is ook enigszins opmerkelijk dat juist de naamgever van het gebied, een belangrijk N2000-deel waardoor (mede) ook de NOVEX in deze regio landt, in het bijbehorende kaartmateriaal niet is opgenomen in de backbone van het gebied. In algemene zin zou er in deze versie dus meer positionering moeten komen van de kansen van dit gebied. Nu voelt het alsof enkel de bedreigingen (lees stikstof, geen plek voor intensieve landbouw aan het gebied worden gekoppeld). Benoem bijvoorbeeld expliciet de sterke recreatieve kansen en koppel hier ook de doelstellingen aan.
48
“Van een
Dat het anders moet met de waterhuishouding is een feit.
grondwatersysteem gericht
Bodem en water sturend wordt nu nog door sommige partijen
op de traditionele
als een gevaar gezien, terwijl in dit principe, mits juist
gewassenteelt…”
toegepast, de sleutel zit voor de oplossing. Alleen is het schetsen van een beeld waarin enkel natte teelten mogelijk zijn, geen perspectief waarnaar je gezamenlijk optrekt. Nog los van het feit, dat het eentonige maislandschap (zo wordt het eerder in dit document genoemd) niet vervangen moet worden door het andere eentonige landschap (lisdodden zo ver als het zicht reikt). Ook kunnen deze natte teelten concurrerend zijn voor met de gras en grazers die Asten graag wil behouden in het gebied tegen de Groote Peel.
54
“Zoekgebieden voor wind-
“Het gebruikte kaartmateriaal is hopeloos verouderd. In de
en zonne-energie”.
bronvermelding staat dan weliswaar vermeld, dat de RES 2021 is gebruikt voor het deelgebied MRE, maar de kaarten zijn hooguit een eerste verkenning geweest. Nadien zijn milieueffectrapportages opgesteld, is er een inspraakperiode geweest en hebben gemeenteraden de RES vastgesteld. De gevolgen daarvan zijn verwerkt in de definitieve kaarten. Hier
staat nog een kaart afgebeeld, waarop voor de gemeente Asten alleen al geldt, dat 2 van de 3 zoekgebieden zijn verwijderd (MER) en dat er geen windmolens komen in het enig overgebleven zoekgebied (besluit raad). 57
“Aandacht voor minder
Wie komt op het idee om zo maar uit het niets een verbod op
zichtbare waarden.”
de glastuinbouw voor te stellen? Of om het vlieg en autoverkeer te verminderen om hier een rustgebied van te maken? Elders in het document wordt juist opgemerkt, dat de Peel is gelegen in een gebied met rondom tal van economische actoren en nu wordt het autoverkeer afgewaardeerd? Juist de manier om te verplaatsen voor vrijwel alle inwoners van de Peel, omdat slechts op een enkele plaats een treinstation is? En wie gaat het verwijderen van alleen al 200 hectares glastuinbouwgebied in Asten en Someren voor zijn of haar rekening nemen? Wie betaalt dit? Wie gaat dit herontwikkelen en wanneer? Waarom is dit geen voorbeeld van lokaal gezond geproduceerd voedsel? Iedere duiding voor een dergelijk idee ontbreekt. Volledig schrappen.
75
“Ontwikkelperspectief
De stelligheid waarmee het ‘blauwe hart van de Peel’ staat
toekomst in een
omschreven past niet bij het voorgaande dat is gezegd. Een
meerkleurige Peel 2050.”
andere vorm van landbouw in deze gebieden is gewenst. Het categorisch verwijderen van de sector, en dat staat hier, niet. Andere belijningen of categorien roepen ook vragen op. Als het gaat om de warmtevoorziening voor het glastuinbouwgebied (of moet die ook helemaal weg net als de intensieve veehouderij in ons dorp) is er geen rekening gehouden. Fietsroutes of toeristische bestemmingen ontbreken volledig (enkel op de Peelbreuklijn): gedacht aan NP Groote Peel? Of het Klok- en Peelmuseum en andere musea op dit vlak in de Peel? Is er iets gedaan met het recreatieve plan dat eerder vanuit de IGC Peelvenen is opgesteld? Is dit betrokken?
Op geen enkele wijze is bij dit kaartmateriaal rekening gehouden met de vastgestelde Omgevingsvisie Asten. In hoeverre zijn de Omgevingsvisies van (andere) gemeenten (wel) meegenomen? En/of wordt daar nog iets mee gedaan? Per slot van rekening wel door de raad vastgesteld beleid. En daarmee het kader waarbinnen wij ambtelijk en bestuurlijk dienen te opereren. Dit type kaartmateriaal is funest als je het gesprek van onderop wilt voeren. Van onderop kom je gezamenlijk tot oplossingen, waarbij best kaders mogen worden gesteld. Maar dit soort categorisering, zeker met de woorden die worden gebruikt, heeft niets met een proces van onderop te maken, maar alles met het dwingende karakter van de overheid. Dat laatste kan ook goed het geval zijn, maar benoem het dan zo en handel daar ook naar met de overheden die zich daartoe geroepen voelen. 80
“Laag 3, verbindende
Het herstellen van het hoogveen kan een natuuropgave zijn,
natuur”.
maar van belang is ook om te kijken of doelstellingen reëel zijn en ten koste van wat die doelstellingen behaald kunnen worden. Natuur is, net als andere onderwerpen, onderdeel van de totale puzzel. Het verplichtende karakter van deze laag keert nadrukkelijk terug in de diverse tegels. Ook voor deze tegel zou moeten gelden, dat je kijkt in hoeverre dit matcht met andere opgaven en dan tot een oplossing komen.
82
“Laag 4, samenkomst van
Nogmaals de N279 is vergeten. De N277 als noord-
stromen”
zuidverbinding noemen en de toeristische meerwaarde benadrukken en de provinciale weg aan de linkerzijde van de Peel niet eens benoemen. Aspecten als stikstof vanuit mobiliteit beperken rond de A67 is ook een vreemde. Als dit het perspectief is tot 2050 en de technologische en wettelijke ontwikkelingen rondom duurzame mobiliteit verlopen in het voorgestelde tempo, dan is tegen die tijd het hele wegvervoer elektrisch en niet schadelijk voor de omliggende natuur.
95
“Groen / natuur”.
Voor ongeveer de helft van het Astens grondgebied wordt hiermee bepaald, dat de invulling radicaal (zeg maar volledig) moet veranderen in de komende dertig jaar. Het gebied ten zuiden van Heusden is enkel nog geschikt voor ‘Blauwe hart van de Peel’, lees: lisdodde, veenmos, kroosvaren, cranberries, riet, wilgen en wilde rijst. Iets meenemen van bestaande economieen hoort er niet bij. Er wordt volledig voorbijgegaan aan het feit, dat wij een dergelijk landschap allesbehalve leefbaar vinden. Het kan (nog) niet op draagvlak rekenen in het gebied. Inspanning op andere overlegtafels is er juist op gebaseerd om extensievere vormen van landbouw toe te staan, de rundveehouderij hier te behouden ook voor het maatschappelijk draagvlak en recreatieve karakter. Wat wij nu juist niet willen is het ene eentonige landschap inruilen voor het volgende. Dit onderdeel moet meer genuanceerd worden omschreven om toekomst te bieden aan het gebied en om samen tot oplossingen te komen. Met dit kaartje en deze teksten staan de hakken definitief in het zand en ben je klaar in het gebied (behalve dan met het verplichtende instrumentarium).
107
“Rood / leefbaar”.
Herhaling van zetten. Bij de ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant is het een jaar lang gegaan om erkenning van de positie van alle dorpen als onderdeel van de oplossing voor de verstedelijkingsvraag. Opnieuw ligt de focus op slechts enkele gemeenten. De ambitie en wensen van andere gemeenten keren niet terug. Deze regio, nog meer dan het hoogstedelijke karakter van de Eindhovens en Helmonds van deze wereld, blijft naar de toekomst auto-afhankelijk. Voor de leefbaarheid van de vele Peeldorpen zou hier juist moeten staan, dat wat wij elders hebben afgesproken, wat dit concreet betekent: huizen in Asten, Someren, Gemert-Bakel en niet alleen opnieuw in Deurne.
108
“Brainport cluster en
Wij beginnen ons langzaam toch af te vragen of wij in Asten
of
verstedelijkte kernen”
nog bestaan of in dit perspectief ook zijn heringedeeld bij een
109
andere gemeente? Datzelfde zou dan overigens voor Someren gelden.
121
“Aandachtspunten voor het
Vooropgesteld is dit een redelijke pagina, waaruit blijkt dat
overleg tussen rijk en regio”
niet alles zwart-wit is in tegenstelling tot belangrijke onderdelen van dit document. Onder punt 4 komen de andere landbouw en nieuwe economische dragers aan bod. Uit deze passage blijkt hoezeer de opstellers van dit document afstaan van de werkelijkheid. Als je wilt dat de Peel als voorbeeld gaat fungeren voor de rest van Nederland, dan moet je de inwoners in het gebied meekrijgen. Daar is nu nog geen sprake van. Agrariërs of andere ondernemers verleiden om anders te handelen, dan dien je hen serieus te nemen, met duidelijke kaders, wet- en regelgeving te komen en hen te faciliteren in die transitie. In dit document staat weliswaar mooi omschreven hoe de Peel zich in honderden jaren heeft ontwikkeld, maar hoe om te gaan met de aanwezige cultuur in het gebied wordt over het hoofd gezien en is bepalend voor de slagingskansen.