RU24.02.03C Bijlage 6 toelichting - Archeologiesch bureauonderzoek Floraplein
Tekst van het document
http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, september 2023. https://www.sikb.nl Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten; internetsite, september 2023. https://www.topotijdreis.nl VEO Bommenkaart; internetsite, september 2023. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
23110.001 versie 2
3/3
KAARTEN
Kaart 1.
Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000)
Kaart 2.
Het plangebied op de kadastrale kaart
Kaart 3.
Het plangebied op een luchtfoto uit 2022
Kaart 4.
Het plangebied op de gemeentelijke beleidskaart
Kaart 5.
Het plangebied op de Geomorfologische kaart 1: 50.000 van Nederland
Kaart 6.
Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3)
Kaart 7.
Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3)
Kaart 8.
Het plangebied op de bodemkaart
Kaart 9.
Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied
Kaart 10.
Het plangebied op de minuutkaart
Kaart 11.
Het plangebied op de militaire topografische kaart uit 1895
Kaart 12.
Het plangebied op de militaire topografische kaart uit 1936
Kaart 13.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1958
Kaart 14.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1967
Kaart 15.
Het plangebied op de topografische kaart uit 1987
BIJLAGEN
Bijlage 1.
Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente
Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Bijlage 2. AMK nr. 16807
AMK-terreinen
Locatie
Datering
Waarde en omschrijving
350 meter ten zuidwesten van het plangebied Asten te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180007/379387
Middeleeuwen laat Nieuwe tijd
Complex: Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Oude dorpskern van Asten. Op de AMK-Noord Brabant zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De selectie en begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 16eeeuwse (Van Deventer) en vroeg 20e-eeuwse kaarten (Bonnebladen). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van Vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege- en Volle-Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet per se hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.
Bijlage 3. Zaaknummer (OMnummer) 2345560100 (48926)
2073740100 (13298)
2143676100 (20799)
2244812100 (35205)
Onderzoeksmeldingen Locatie
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
200 meter ten noordoosten van het plangebied Lienderweg - Ceresstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180510/379831
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2011-10-19 Resultaat: Op basis van de diepteligging van de podzolbodem (in boring 3), het venige karakter hiervan en de samenstelling van de natuurlijke ondergrond is geconcludeerd dat het plangebied oorspronkelijke in de laaggelegen vlakte van ten deze verspoelde dekzanden heeft gelegen. In de Nieuwe tijd heeft men de locatie in verschillende fases (minimaal twee) met ruim 2,0 m zand opgehoogd. Op basis van de resultaten van het booronderzoek blijft de lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. Resultaten van het booronderzoek blijft de lage verwachting voor nederzettingsresten uit de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd gehandhaafd. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2005-08-04 Resultaat: Er wordt een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven geadviseerd.
250 meter ten westen van het plangebied Burgemeester Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180034/379552 250 meter ten westen van het plangebied Burgemeester Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180089/379520
250c meter ten westen van het plangebied Burg. Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180089/379519
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2007-02-02 Resultaat: Indien de parkeerplaats op de locatie Burgemeester Frenckenstraat verstoringen tot 0,5 m beneden maaiveld met zich meebrengt, dan hoeft er geen vervolgonderzoek plaats te vinden. Het archeologisch vooronderzoek heeft aangetoond dat de bodem in het plangebied diep verstoord is (minimaal 0,9 m onder maaiveld) dat er geen eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord zullen worden. Indien op de locatie een parkeerkelder aangelegd wordt, waarbij de verstoring van de bodem tot 3 m onder maaiveld zal reiken, wordt geadviseerd de lokale heemkundekring een archeologische begeleiding bij het uitgraven van de bouwput uit te laten voeren. Het plangebied ligt in de buurt van het historisch centrum van Asten en ondanks de diepe verstoringen die geconstateerd zijn kunnen er incidentele archeologische waarden (bvb waterputten) voorkomen. Een archeologische begeleiding kan deze waarden veiligstellen. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2009-06-02 Resultaat: Het plangebied aan de Burgemeester Frenckenstraat ligt binnen de historische kern van Asten (monumentnr. 16.807). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn.
Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege- en Volle-Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet perse hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning. Tijdens het onderzoek zijn sporen aangetroffen die op basis van de aardewerktypologie voornamelijk vanaf 1700 n. Chr. gedateerd kunnen worden. Door de grondverbetering die in het midden van de 18e eeuw heeft plaatsgevonden, is het noordwestelijk deel van het plangebied verstoord evenals een deel in het oosten van werkput 1 en twee locaties in werkput 2. Op historisch kaartmateriaal is te zien dat binnen het plangebied langs de Burgemeester Frenckenstraat al vanaf de 19e eeuw bebouwing voorkomt. Mogelijk dat er reeds eerder panden hebben gestaan. Het aangetroffen vondstmateriaal dateert voornamelijk vanaf de 18e tot en met de 20e eeuw. Er zijn slechts drie fragmenten middeleeuws aardewerk aangetroffen die te dateren zijn tussen 1300 en 1525 n. Chr. Dit aardewerk is echter aangetroffen in jongere sporen, dus vermoedelijk gaat het om opspit. Dat er slechts drie laatmiddeleeuwse fragmenten zijn aangetroffen geeft aan dat het plangebied in deze periode vermoedelijk niet bewoond is geweest, maar dat het terrein een andere functie had, mogelijk bouwland.
Sporen van voor de middeleeuwen zijn mogelijk verloren gegaan door de latere bebouwing van het gebied. Dat er echter geen enkele archeologische indicatoren uit het laat paleolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen zijn aangetroffen, geeft aan dat in deze periodes het plangebied waarschijnlijk niet bewoond is geweest. De greppels binnen het noordelijk deel van het plangebied, die ten behoeve van de grondverbetering zijn gegraven, geven mogelijk de zuidelijke begrenzing van een perceel weer. Het aardewerk uit deze greppels geeft een datering weer van 1750-1800 n. Chr. Op een kaart uit het begin van de 19e eeuw is te zien dat ten zuiden van de bebouwing een zandweg heeft gelegen, die later verhard is. De subrecente afrastering van de weg is tijdens het onderzoek teruggevonden. In de loop van de tijd zijn ook andere delen van werkput 1 bebouwd geraakt. In de zuidwesthoek is op een gegeven moment de oude bebouwing gesloopt en heeft er nieuwbouw plaatsgevonden, deze bebouwing is op de kaart van 1906 te zien. In deze periode is er tevens een schuur aan de zuidzijde van werkput 1 gebouwd. In de loop van de 20e eeuw is vervolgens voor het eerst de westhoek bebouwd, de voormalige apotheek, met aan de noordoostzijde een schuur. De vijf aangetroffen waterputten volgen elkaar in chronologische volgorde op. Waterput 4, in de zuidwesthoek werd in het begin van de 18e eeuw gebruikt.
Vervolgens is waterput 5 gegraven, welke vermoedelijk slechts korte tijd in gebruik is geweest en vervangen is door waterput 3. Het aardewerk dat uit waterput 3 afkomstig is dateert uit circa
4739151100
250 meter ten noordoosten van het plangebied te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180521/379881
2145571100 (21059)
300 meter ten westen van het plangebied Burgemeester Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180000/379526 300 meter ten noordwesten van het plangebied Prins Bernhardstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180051/379806
2167458100 (24154)
2192235100 (27758)
300 meter ten westen van het plangebied Burgemeester Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180010/379561
2240608100 (34579)
300 meter ten noordwesten van het plangebied Prins Bernhardstaat 56 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180064/379811
1750-1830 n. Chr. Het aardewerk komt uit vullagen in de put, dus de datering van het aardewerk geeft de demping van de put weer. Na het dempen van de putten is dit deel van het terrein in gebruik genomen als zandpad. De laatste twee waterputten zijn verplaatst naar het midden van werkput 1. Waterput 1 zal rond eind 18e eeuw in gebruik zijn geweest. Vervolgens is deze put vervangen door waterput 2 van baksteen. Deze heeft gefungeerd in het laatste helft van de 19e eeuw. Na het dempen van deze put is hij deels overbouwd. De diverse kuilen met onder anderen paardenbotten doen vermoeden dat voordat het gebied bebouwd werd men hier afval deponeerde, wat de diverse kuilen zou verklaren. Werkput 2 heeft geen gegevens opgeleverd met betrekking tot de bewoningsgeschiedenis van Asten. Dit noodoostelijke deel van het plangebied lijkt niet bebouwd te zijn geweest tot het onderzoek plaatsvond, maar in gebruik te zijn geweest als bouw- of grasland. De aangetroffen (paal)kuilen kunnen samenhangen met de boomgaard die hier rond 1958 aanwezig was.
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 2019-09-25 Resultaat: Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de ligging buiten een gradiëntzone en niet nabij voormalig open water, een lage verwachting geldt voor resten uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum zoals vuursteenvindplaatsen of kleine jachtkampementen. Gezien de ligging op grote afstand tot historische bebouwing en van oudsher midden op een akker, geldt eveneens een lage verwachting voor resten van bewoning uit de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Uit deze periode zullen hooguit ontginningssporen en sporen van grondbewerking aanwezig zijn. Indien het plangebied net als het pal ten zuiden daarvan onderzochte terrein op een laaggelegen en van nature slecht ontwaterd deel van het dekzandlandschap ligt, geldt ook een lage archeologische verwachting voor bewoningsresten uit het neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Ter plaatse van de huidige bebouwing is de bodem verstoord ten gevolge van de aanleg van een kelder. Hoewel de kans hierop klein lijkt, kan vooralsnog louter op basis van het bureauonderzoek niet worden uitgesloten of binnen het plangebied behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn.
Om na te gaan of de bodem (plaatselijk) nog intact is en in het (verre) verleden geschikt was voor bewoning, wordt voorgesteld binnen het plangebied een veldtoets uit te voeren van enkele verkennende boringen. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2007-01-30 Resultaat: Geen resultaten bekend in archis Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2007-08-31 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek en karterend inventariserend veldonderzoek wordt vervolgonderzoek door middel van proefsleuven noodzakelijk geacht voor het oostelijk deel van het plangebied. Het westelijke deel van het plangebied lijkt volledig verstoord te zijn door bebouwing en ontgravingen. Hier zijn waarschijnlijk geen archeologisch relevante lagen meer aanwezig. In het oostelijk deel van het plangebied is de oorspronkelijke bodem slechts ten dele verstoord (boringen 2 en 3). Vuursteenvindplaatsen worden niet meer verwacht binnen het plangebied, maar resten van nederzettingssporen vanaf het neolithicum tot en met de Nieuwe tijd kunnen niet uitgesloten worden. De hoge archeologische verwachting die voorkwam uit het bureauonderzoek kan gehandhaafd worden. Daarom wordt aanvullend inventariserend veldwerk aanbevolen in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek voor de oostelijke helft van het plangebied.
Wellicht kan dit vervolgonderzoek mogelijk ook informatie opleveren over het ontstaan van Asten, aangezien het in de historische dorpskern ligt, een archeologisch monument van hoge waarde. De resultaten en de aanbevelingen van het onderzoek zullen getoetst worden door het bevoegd gezag, de Gemeente Asten. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2007-03-31 Resultaat: Het proefsleuvenonderzoek heeft aangetoond dat zich weliswaar oudere nederzettingssporen binnen het onderzoeksgebied bevinden, maar deze zijn niet nader gedateerd en door vele verstoringen tot onder het antropogene dek slecht fragmentarisch bewaard gebleven. De verwachting is dat dit voor de bebouwde delen van het onderzoeksgebied niet anders zal zijn. Daardoor is de kans groot dat vervolgonderzoek weinig toegevoegde informatie zal leveren over de ontwikkeling van de huidige dorpskernen op de Zuid-Nederlandse zandgronden in de Middeleeuwen en vroeg moderne tijd (NOaA hoofdstuk 22, par. 3.5.3) en meer specifiek de ontwikkelingsgeschiedenis van Asten zelf. Een vervolgonderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Het definitieve selectiebesluit zal worden genomen door het bevoegd gezag, de Gemeente Asten.
Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: BILAN Datum: 2009-04-28 Resultaat: Aan de hand van de resultaten van het vooronderzoek had het plangebied een hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van het archeologische waarden uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Deze verwachting is bepaald door de ligging in een archeologisch monument, de historische dorpskern van Asten. De aanwezigheid van oudere waarden werd niet uitgesloten. Bij het booronderzoek werd een deels intact bodemprofiel aangetroffen met in één boring een restant van een BC-horizont. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd een archeologische vindplaats uit de periode
2268570100 (38471)
300 meter ten noordwesten van het plangebied Prins Bernhardstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180065/379822
2012196100 (3274)
350 meter ten zuiden van het plangebied te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180252/379220 350 meter ten zuiden van het plangebied Emmastraat 88 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180280/379220
3046023100
3046056100
350 meter ten zuiden van het plangebied Emmastraat 88 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180280/379220
van de ijzertijd tot en met de (vroeg) Romeinse Tijd aangetroffen. Daarnaast werd vondstmateriaal uit de Middeleeuwen (VMED-LMEB) gevonden en was een aantal (sub) recente sporen aanwezig. In het noordoostelijke deel van het plangebied was een kuil aanwezig. Dit 50 cm diepe spoor bevatte vondstmateriaal, bestaande uit tefriet, fragmentjes verbrand bot, samen met dakpan en aardewerk uit de periode tussen de IJzertijd en vroeg Romeinse Tijd. Bij de aanleg van de werkputten werd op verschillende plaatsen aardewerk uit deze periode aangetroffen. Dit wijst erop dat de nederzetting waar de kuil deel van uitmaakt waarschijnlijk ook in de rest van het plangebied aanwezig is. Mogelijk is een deel van de minder diep ingegraven sporen echter niet geconserveerd. Bij de aanleg van de werkputten werd vondstmateriaal aangetroffen uit de Middeleeuwen, sporen uit deze periode ontbreken echter. Het vondstmateriaal is een indicator voor archeologische vindplaatsen in het plangebied of in de directe omgeving. In de omgeving van het plangebied zijn uit eerder onderzoek enkele waarnemingen bekend die mogelijk in verband kunnen worden gebracht met het aangetroffen vondstmateriaal. De dichtstbijzijnde waarneming uit de Middeleeuwen bevindt zich op circa 100 m ten zuidwesten van het plangebied en bestaat uit een klein aantal grondsporen uit de Vroege- en Late-Middeleeuwen.
Mogelijk is materiaal van dit nederzettingsterrein in het plangebied terechtgekomen of liep de nederzetting door in het plangebied en zijn er in het westelijke deel van het plangebied bewoningssporen aanwezig geweest. Bij het vooronderzoek stuikten de boringen in het gebied direct ten westen van het plangebied, aan de Prins Bernhardstraat. Het stuiken werd veroorzaakt door een ondoordringbare laag bakstenen, waarschijnlijk funderingen. Dit deel van het plangebied is, gezien de ligging aan de straatkant, waarschijnlijk bewoond geweest. Op het minuutplan is langs de straat bebouwing te zien met bijbehorend erf en tuin. Mogelijk gaat de bewoning van dit gebied terug tot in de Middeleeuwen en strekt de middeleeuwse vindplaats die ten zuidwesten van het plangebied is aangetroffen, zich hierin uit. De aangetroffen vindplaats wordt gezien de inhoudelijke kwaliteit als behoudenswaardig gewaardeerd. Er zijn in Asten op enkele plaatsen waarnemingen bekend uit de periode van de IJzertijd-Romeinse Tijd. Zij bestaan echter uit aardewerkvondsten terwijl er tijdens het onderhavige onderzoek ook een spoor werd aangetroffen. De nederzettingssporen hebben daarom een grote inhoudelijke kwaliteit. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: BILAN Datum: 2009-12-15 Resultaat: De oudste resten die tijdens de opgraving zijn aangetroffen dateren uit de bronstijd en ijzertijd.
Het zijn slechts losse vondsten van aardewerk. Sporen van bewoning zijn niet aangetroffen. In de laat Romeinse tijd werd het gebied in gebruik genomen als nederzettingsterrein. Bewoning uit de Romeinse tijd is in Brabant vrij algemeen. Na de teruggang tussen 225 en 250 na Chr. lijkt er voor de Brabantse zandgronden minimale of zelfs helemaal geen bewoning te zijn. Tussen 260 en 300 zijn er geen sporen van bewoning gevonden in het zuiden van Nederland, maar er zijn wel munten uit deze periode. Volgens enkele Romeinse schrijvers vestigden zich tussen 340 en 350 Franken in het gebied, maar hier zijn nauwelijks aanwijzingen voor gevonden. Pas na 390 verschenen op de zandgronden weer nederzettingen. De gebouwen en het handgevormde aardewerk lijkt overeenkomsten te hebben met de nederzettingen ten noorden van de grote rivieren, met name in Overijssel en Drenthe. In Asten is een deel van een nederzetting opgegraven die bestond uit een spieker, enkele kuilen en twee greppels. Op grond van een kuil binnen een spieker is duidelijk dat de bewoning tenminste twee fasen kent. Het handgevormde aardewerk dateert op grond van grove organische magering in de vierde eeuw. Het gedraaide aardewerk is afkomstig van één pot. Het baksel is afkomstig uit de Eifel in Duitsland. De voor aardewerk uit Mayen typerende fragmentjes vulkanisch glas ontbreken.
Het baksel is waarschijnlijk afkomstig uit Speicher bij Trier. In Speicher is vanaf het midden van de tweede eeuw tot het einde van de vierde eeuw aardewerk geproduceerd. Helaas zijn geen randen gevonden, zodat de pot niet nauwkeuriger te dateren is, maar de combinatie met het handgevormde aardewerk maakt een datering in de vierde eeuw waarschijnlijk. De omvang van de nederzetting is niet vast te stellen omdat de vindplaats zich richting het noorden buiten het plangebied uitstrekt. Mogelijk liggen buiten het plangebied nog enkele huisplattegronden. Na de Romeinse tijd werd in het onderzoeksgebied niet meer gewoond. De aangetroffen sporen staan in relatie tot het landgebruik van het plangebied en zijn ontstaan bij de ontginning van het gebied en de daaropvolgende agrarische activiteiten in de Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 2001-03-01 Resultaat: resultaat niet bekend in Archis. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: Resultaat: In opdracht van Planoform Eindhoven b.v. heeft RAAP in maart 2001 een karterend booronderzoek en een archeologische begeleiding uitgevoerd in het plangebied Emmastraat te Asten, gemeente Asten.
De archeologische begeleiding is uitgevoerd in samenwerking met de Hendrik Brunsting Stichting van het Archeologisch Instituut van de Vrije Universiteit (AIVU, Amsterdam) Tijdens het karterend booronderzoek zijn aardewerk scherven uit de prehistorie en Late-Middeleeuwen gevonden. Deze scherven zijn aangetroffen in de oude akkerlaag onder het esdek. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: Resultaat: In opdracht van Planoform Eindhoven b.v. heeft RAAP in maart 2001 een karterend booronderzoek en een archeologische begeleiding uitgevoerd in het plangebied Emmastraat te Asten, gemeente Asten. De archeologische begeleiding is uitgevoerd in
2055483100 (2107)
400 meter ten westen van het plangebied Asten-Dorpskern te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179903/379625
2125589100 (18233)
400 meter ten zuidoosten van het plangebied Hemelberg te Onbekend Gemeente Asten Coördinaat: 180579/379249
2269137100 (38599)
400 meter ten westen van het plangebied Markt te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179927/379509
2376268100 (52914)
400 meter ten westen van het plangebied Markt te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179914/379528
3985017100
400 meter ten westen van het plangebied te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179905/379500
samenwerking met de Hendrik Brunsting Stichting van het Archeologisch Instituut van de Vrije Universiteit (AIVU, Amsterdam) Tijdens de archeologische begeleiding zijn diverse grondsporen aangetroffen. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 1999-10-18 Resultaat: Het archeologische proefonderzoek heeft uitgewezen dat slechts weinig sporen bewaard mijn gebleven uit de Vroege en Late-Middeleeuwen en dat het dan alleen de diepe grondsporen betreft, zoals waterputten. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2006-07-25 Resultaat: In opdracht van de Gemeente Asten zijn 9 boringen in het plangebied uitgevoerd. Na het booronderzoek is de archeologische verwachting naar beneden bijgesteld tot een lage verwachting, derhalve is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 2009-12-27 Resultaat: Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten daterend vanaf de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Het plangebied ligt bijzonder gunstig binnen de bebouwde kom van Asten en wordt in de onmiddellijke omgeving omringt door archeologische resten die dateren van na 1200.
Oudere resten worden gezien de lagere ligging en de afwezigheid van vergelijkbare vondsten en warnemingen in de nabijheid van het plangebied niet verwacht. De bouw- en sloopwerkzaamheden die de laatste 200 jaar binnen het plangebied hebben plaats gevonden kunnen eventueel (al dan niet plaatselijk) tot diepgaande verstoringen hebben geleid. Op basis van deze gegevens wordt dan ook een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek geadviseerd. Door middel van deze boringen kan worden bepaald op welke diepte eventuele sporenniveaus kunnen voorkomen en wat de impact is geweest van de sloop-, bouw- en verbouwingswerkzaamheden binnen het plangebied. Tevens kan op basis van dit verkennend booronderzoek worden bepaald welke de invloed is op de verdere planvorming of de uitvoering van de geplande werkzaamheden. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 2012-07-30 Resultaat: Het originele PvE betreft proefsleuven. Vanwege ernstige vervuiling is dit omgezet naar een begeleiding. Er is een aanvulling op het PvE gemaakt, goedgekeurd door de adviseur van de bevoegde overheid. Na een begeleiding wordt er geen selectieadvies gegeven. Wel wordt archeologisch onderzoek geadviseerd als er in de omgeving van het huidige plangebied grondverstorende werkzaamheden plaatsvinden.
Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2016-02-08 Resultaat: De aangetroffen sporen zijn onder te verdelen in drie ‘thema’s’ : sporen van bewoning, begravingen en infrastructuur. De bewoningssporen bestaan uit twee water/beerputten binnen het noordelijk deel van het tracé en een aantal funderingssporen en kuilen in het zuidelijk deel. De meest noordelijke waterput (S1001) was opgemetseld uit baksteen. Uit een donkerbruine humeuze vulling blijkt dat de put gebruikt is als beerput. Onduidelijk is echter of de put daarvoor ook is aangelegd of dat deze een oorspronkelijke functie als waterput had. Op grond van aardewerk aangetroffen in de humeuze vulling kan het gebruik als beerput gedateerd worden in de tweede helft van de 19e eeuw of later. Indien de put eerst in gebruik geweest is als waterput zal de aanleg van de put daarvóór gedateerd moeten worden. Gezien de gebruikte hardgebakken baksteen zal deze datering in de 19e eeuw gezocht moeten worden. De tweede waterput (S1002) bestond oorspronkelijk uit een ingegraven uitgeholde boomstam of houten vat. Helaas heeft de put geen dateerbaar vondstmateriaal opgeleverd. Waterputten van uitgeholde boomstammen komen al in de prehistorie voor maar zijn met name in de Vroege- en Late-Middeleeuwen in zwang.
Waterputten van ingegraven houten vaten komen met name voor in de Romeinse tijd, de Vroege-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. In het zuidelijk deel van het tracé werd een viertal in elkaars verlengde liggende, rechthoekige sporen aangetroffen. De kuilen waren gevuld met puin. De ligging van deze sporen in een rechte lijn en hun vulling doen vermoeden dat het hier gaat om hetzij uitbraaksleuven, dan wel de restanten van een puinfundering. Onder en om deze sporen heen lagen verschillende andere kuilen waarvan de oorspronkelijke functie onduidelijk is. Het geheel aan sporen kan vanaf de tweede helft van de 19e eeuw gedateerd worden. Vergelijking met historisch kaartmateriaal (bijlage 3) laat zien dat de kuilen met puinvulling min of meer samenvallen met de erfgrens van een pand dat zich daar bevond. Dit pand is aan het einde van de 19e eeuw gesloopt om plaats te maken voor de bouw van de huidige Heilige Maria Presentatie-kerk waarmee in 1896 begonnen werd. Mogelijk dienden de puinkuilen als fundering voor een muur die het erf begrensde. De begravingen bestaan uit twee inhumatiegraven en twee kuilen met niet in anatomisch verband liggend menselijk skeletmateriaal. De kuilen kunnen beschouwd worden als ‘knekelkuilen’: kuilen waar het bot uit verschillende geruimde of anderszins verstoorde graven verzameld werd.
De twee graven S1003 en S1006 bestaan in werkelijkheid uit respectievelijk twee en drie afzonderlijke en elkaar opeenvolgende begravingen. In graf S1003 bevonden zich twee skeletten die exact bovenop
2459325100 (63636)
450 meter ten zuidwesten van het plangebied Bartholomeus te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179905/379362
4674732100
450 meter ten noordwesten van het plangebied te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179949/379932
2424746100 (59242)
500 meter ten westen van het plangebied Koningsplein 12-14-16 te Asten
elkaar geplaatst waren, ogenschijnlijk binnen de zelfde kuil. Het eerst bijgezette individu (individunr. 1) betrof een vrouw van tussen 63 en 75 jaar oud, het tweede individu (individunr. 2) een man van 55 tot 57 jaar. Naar de aard van de relatie kan men alleen gissen, het zou kunnen gaan om echtgenoten of om een moeder en zoon. Bij graf S1006 gaat het om drie individuen. Ook hier ging het om, in dit geval, twee individuen die ogenschijnlijk in de zelfde kuil bijgezet waren. Het eerst bijgezette individu (nr. 5) betrof een vrouw van 53 tot 56 jaar oud, het tweede (nr. 4) een kind van 6 tot 8 jaar en het derde (nr. 3) een man van 50 tot 60 jaar oud. Ook hier kan alleen gegist worden naar een mogelijke familierelatie. Mogelijk gaat het hier om een echtpaar met kind. De datering van de graven moet gezien de mate van conservering en met in achtneming van de zandige ondergrond gezocht worden in de nieuwe tijd. Uit bestudering van historisch kaartmateriaal blijkt dat de graven zich bevonden binnen het kerkhof behorend bij de oude kerk van Asten die zich vroeger bevond op het Koningsplein. Deze kerk werd gebouwd in 1478-79 en was in gebruik tot 1899. Bij één begraving (individunr. 2) zijn 21 rode en witte glazen kralen aangetroffen. Deze zijn, samen met een Maria-medaillon, vermoedelijk afkomstig van een rozenkrans. De kralen en het medaillon moeten in de 19e eeuw gedateerd worden.
Aan de uiterst zuidelijke zijde van het tracé werden onder het huidige wegdek karrensporen aangetroffen. Deze sporen zullen dateren van vóór de bestrating van de Wilhelminastraat, vermoedelijk in de loop van de 19e eeuw. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2014-10-27 Resultaat: In het plangebied zijn vijf proefsleuven gegraven. De locatie van deze proefsleuven is aangepast ten opzichte van het originele puttenplan uit het Programma van Eisen, omdat de stort anders geen ruimte zou hebben. De aangelegde proefsleuven hebben samen een dekkingsgraad van 23% van het plangebied. Bij het onderzoek zijn muurresten aangetroffen van gebouwen die behoort hebben tot het gebouwencomplex van het klooster en Liefdehuis van de congregatie van de Zusters van Liefde. Het Liefdehuis was bedoeld voor de armen en ouderen in de parochie Asten en is opgericht in 1841. Tijdens het onderzoek zijn muurresten aangetroffen van het klooster, de kapel en een ‘oudemannenhuis’. De rest van de bodem is door deze gebouwen sterk verstoord, er zijn geen andere archeologische sporen aangetroffen. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 2019-02-27 Resultaat: De oudste resten van menselijke occupatie in het plangebied betreft een concentratie vuursteenmateriaal.
Het gaat om een klein kampement uit de steentijd, vermoedelijk het laat paleolithicum of vroeg mesolithicum. In het kampement zijn allerhande kleinschalige activiteiten uitgevoerd, waaronder het repareren van vuurstenen werktuigen. De aanwezigheid van een concentratie verbrand vuursteen wijst op een haard, wat een indicatie is voor een bewoningsduur van enkele dagen of weken. Enkele fragmenten bot wijzen in de richting van de consumptie van jachtwild (edelhert, oerrund, ree, wild zwijn, enz.), hoewel het materiaal te klein was om op soort te worden gedetermineerd. Verspreid in het plangebied zijn nederzettingsresten uit de late prehistorie aangetroffen. Er zijn 17 sporenclusters aangewezen. Daarbinnen konden slechts enkele structuren van hoofdgebouwen worden gereconstrueerd. Het gaat vooral om kleine bijgebouwen, en daarnaast om één schuur en twee boerderijen of huizen. Het aardewerk duidt op een datering in de vroege en de late ijzertijd. Het plangebied maakte in deze perioden deel uit van een groot nederzettingsterrein, dat in het plangebied is aangesneden. Grote delen van de dekzandkop zijn in het verleden gebruikt om op te wonen, akkeren en begraven. De hoeveelheid Romeinse vondsten is beperkt en bestaat uit gebruiksaardewerk en bouwkeramiek. De clustering van deze vondsten in het oosten van het plangebied wijzen op bewoning in deze omgeving.
Enkele vondsten uit de merovingische en karolingische periode en de volle/late middeleeuwen geven aan dat het plangebied ook in de 6-8 e , 9-10e en 11-14e eeuw werd gebruikt. Ook nu wijst de vondstspreiding op bewoning in de directe omgeving ten oosten van het plangebied. Het kan niet worden uitgesloten dat de Prins Bernhardstraat teruggaat tot een route die haar oorsprong vindt in de vroege middeleeuwen. In het begin van de 13e eeuw wordt Asten voor het eerst genoemd en is sprake van een kerk. In deze periode begint het dorp zijn eerste vorm te krijgen. Eventuele bewoning langs de Prins Bernhardstraat komt overeen met het bewoningspatroon vanaf de 13-14e eeuw, waarbij de bewoning was gelegen op de overgang van de lagere naar de hogere delen in het landschap. In de middeleeuwen kunnen dan ook grote delen van de dekzandkop zijn gebruikt als nederzettingsareaal. In de loop van de Nieuwe tijd krijgt Asten steeds meer vorm, waarbij de bewoning rondom de kerk ging clusteren. De ontwikkeling van een dik akkerdek geeft aan dat het plangebied toen vooral voor de landbouw werd gebruikt. De wegcunetten en een deel aan de Bernardstraat zijn onderzocht en daarmee is de wetenschappelijke informatie ex situ bewaard. Voor dit deel van de geplande planvorming wordt het selectieadvies gegeven: vrijgeven van dit deel van het plangebied.
Buiten de wegcunetten en het onderzochte deel aan de Bernhardstraat kunnen nog archeologische resten in de bodem aanwezig zijn en wordt aanbevolen om de archeologische resten in situ, d.w.z. in de bodem, te behouden. Tevens wordt een opmerking gemaakt ten aanzien van de niet-onderzochte delen van het plangebied. Gezien de hoge archeologische verwachting voor deze gebieden wordt het aangeraden om de dubbelbestemming archeologie over te nemen in het nieuwe bestemmingsplan. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2013-11-25 Resultaat:
Gemeente Asten Coördinaat: 179846/379453
4036208100
500 meter ten noordwesten van het plangebied te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179923/379955
4628157100
500 meter ten noordwesten van het plangebied te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179926/379945
4652870100
500 meter ten westen van het plangebied te Asten
In het plangebied zijn twee vindplaatsen aangetroffen, namelijk één uit de late middeleeuwen en één uit de periode (late middeleeuwen-)Nieuwe tijd. De oudste sporen bestaan uit bewoningssporen uit de late middeleeuwen in de vorm van paalsporen en aardewerk dat te dateren is in de periode 10e -13e eeuw. De tweede vindplaats bestaat uit paalsporen, restanten van muren en grondverbeteringssporen uit de periode (late middeleeuwen-) Nieuwe tijd. Met behulp van de onderzoeksgegevens is voor het plangebied een waardering en een aanbeveling opgesteld. Vindplaats 1 is gewaardeerd als behoudenswaardig. In het veld is reeds geconstateerd dat werkput 1, onder de recent gesloopte panden Koninigsplein 12 en 14 en ter hoogte van het aangetroffen muurwerk op de achterterreinen, diende te worden uitgebreid en opgegraven. Dit is uitgevoerd en de resultaten daarvan zijn opgenomen in dit rapport in hoofdstuk 3. Vindplaats 2 is op basis van de waardering, zoals opgesteld in paragraaf 5.2.2, niet behoudenswaardig. Dit is reeds in het veld geconstateerd door de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag. Daarop is door het bevoegd gezag en de archeologische adviseur namens het bevoegd gezag besloten deze vindplaats niet op te graven. In het plangebied kunnen resten (onderkanten) van waterputten worden verwacht.
Vindplaats 1 is opgegraven en, uitgezonderd onder pand Koningsplein 16, zullen alleen sporen dieper dan één meter (waterputten) nog bewaard zijn. Door de projectleider archeologie J. van der weerden is al tijdens het veldwerk aan het bevoegd gezag en diens adviseur geadviseerd om de rest van het plangebied, dus uitgezonderd pand Koningsplein 16, vrij te geven. Dit onder voorwaarde dat de plaatselijke heemkundekring actief aanwezig mag zijn bij het uitgraven van het plangebied. Het idee is dat op deze wijze de informatie die de aanwezigheid en inhoud van eventuele waterputten oplevert, blijft behouden. Ook de zone onder de reeds gesloopte aanbouw van Koningsplein 16 kan onder bovengenoemde voorwaarde worden vrijgegeven. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Archeopro Datum: 2017-02-24 Resultaat: Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied tien boringen gezet met een dichtheid van tien boringen per hectare. Tevens zijn twee boringen pal ten zuidoosten van het plangebied gezet. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem binnen vrijwel het gehele plangebied minimaal een halve meter tot in de C-horizont is verstoord. De bodemverstoring vanaf het maaiveld bedraagt in negen van de tien binnen het plangebied gezette boringen, een meter of meer.
Uit de aanwezigheid van relatief moderne insluitsels in het opgeboorde zand, blijkt dat de bodemverstoring in twintigste eeuw moet hebben plaatsgevonden. Dit stemt overeen met de periode waarin houtwallen zijn geruimd en het plangebied is bebouwd. De oorspronkelijke bodemopbouw resteert nog slechts in de uiterste zuidoosthoek van het plangebied. Hier is een dertig centimeter dikke bouwvoor aanwezig met daaronder een dertig centimeter dik restant van een akkerdek. Het naboren met een megaboor en het zeven van het hiermee opgeboorde zand, heeft echter ook op dit deel van het plangebied, geen relevante archeologische indicatoren opgeleverd. In verband met de diepe bodemverstoring en het ontbreken van relevante archeologische indicatoren, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden. Ondanks de diepe bodemverstoring, kan op basis van het onderhavige onderzoek nooit met zekerheid worden uitgesloten dat binnen het plangebied nog diepe delen van archeologische sporen bewaard gebleven zijn.
Om uit te sluiten dat dergelijke delen van grondsporen verloren gaan, zou ook hier bij (vlakdekkende) ingrepen die dieper reiken dan de huidige verstoringsdiepte, proefsleuvenonderzoek moeten worden uitgevoerd of een archeologische begeleiding moeten worden uitgevoerd. Het is echter aan het bevoegd gezag om te beoordelen of zij dit werkelijk noodzakelijk acht. Type onderzoek: kijkgaten Uitvoerder: Archeopro Datum: 2018-06-07 Resultaat: Binnen het plangebied zijn in aanvulling op het eerder verrichte booronderzoek, twaalf kijkgaten gegraven. Onder de toplagen van straatklinkers, bestratingszand en steenslag, is in vijf van de twaalf kijkgaten nog een restant van de bouwvoor aangetroffen die hier lag voorafgaande aan de inrichting tot bedrijventerrein. Kenmerkend voor de opbouw van het profiel in elf van de twaalf kijkgaten is de aanwezigheid van een pakket matig humeus zand met een brokkelige opbouw die het gevolg is van de aanwezigheid van talrijke brokjes zand van uiteenlopend humusgehalte. Dit pakket is veertig tot honderd centimeter dik in de kijkgaten 1 tot en met 6 en 8, maar slechts enkele decimeters dik in de kijkgaten 9 tot en met 12 die zijn gegraven op de locatie van een recent gesloopt gebouw.
Behalve door de brokkelige opbouw wordt dit pakket tevens gekenmerkt door het ontbreken van zonering, door de aanwezigheid van talrijke houtskoolspikkels en door de aanwezigheid tot onderin dit pakket van scherven geglazuurd aardewerk en brokken baksteen. Dit akkerdek wordt derhalve geïnterpreteerd als een akkerdek dat is ontstaan ten gevolge van een ingrijpende vorm van grondverbetering in de Nieuwe tijd. Mogelijk gaat het om een her-ontginning van het gebied in de Nieuwe tijd waarbij houtopslag is verbrand en het terrein vervolgens is geëgaliseerd en diep is geploegd. De top van het potentiele sporenniveau ligt binnen het plangebied onder dit akkerdek. De aanwezigheid van relevante archeologische resten vanaf dit niveau kan vooralsnog niet worden uitgesloten. Om te vermijden dat bij graafwerkzaamheden die dieper reiken dat de in het rapport aangegeven diepten archeologische waarden verloren gaan, is een proefsleuvenonderzoek de meest geëigende stap van vervolgonderzoek. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: BAAC BV Datum: 2019-01-07 Resultaat:
Gemeente Asten Coördinaat: 179845/379426
De oudste sporen van bewoning op het terrein stammen uit de laat Karolingische tijd. Deels onder de potstal en de voorgevel van het pand Koningsplein 16, grotendeels binnen de contouren van dit pand, was een waterput (boomstamput) aanwezig. 14Conderzoek en fragmenten aardewerk uit de insteek van de waterput dateren het spoor in de 9e eeuw na Chr. De houten putschacht was slecht geconserveerd, wat te wijten is aan de huidige lage grondwaterstand. De waterput heeft vermoedelijk deel uitgemaakt van een erf, waartoe wellicht ook de sporen van middeleeuwse houtbouw onder Koningsplein 12-14 gerekend kunnen worden. De vindplaats heeft waarschijnlijk doorgelopen tot onder de huidige straat (Koningsplein), maar zal daar vermoedelijk vergraven zijn. Het heeft er alle schijn van dat het plangebied niet bewoond is geweest in de Late-Middeleeuwen. Er zijn namelijk geen resten van houtbouw of andere bewoningssporen uit deze periode gevonden. Ook vondstmateriaal uit deze periode ontbreekt. Uit historische bronnen kan met zekerheid gesteld worden dat er rond 1600 een pand aanwezig was in het plangebied, waarvan Joost Aerts Roefs toen de eigenaar was. Het is niet uitgesloten dat er toen al sprake was van steenbouw. Er zijn tijdens het onderzoek in ieder geval geen duidelijke aanwijzingen gevonden voor een houtbouwfase.
De rechter zijgevel kan tot de oudste bouwfase van het huidige pand Koningsplein 16 gerekend worden: 18e eeuw of ouder. Zowel de voor- als achtergevel en de linker zijgevel van het pand stammen uit een jongere bouwfase. Vermoedelijk heeft namelijk rond 1750 een ingrijpende verbouwing plaats gevonden en werd toen het kleine huisje, genoemd in 1712, bij het pand getrokken. Van de gesloopte scheidingsmuur tussen dit kleine huisje en het grote huis resteerden tijdens het onderzoek slechts spitsporen en een palenrij. Er werd ook een geheel nieuwe voorgevel opgetrokken. Men trok de nieuwe gevel zover door, tot het snijpunt met de lijn van de voorgevel van Koningsplein 12-14. In deze periode kwam ook de huidige kelder tot stand. Dit is niet dezelfde kelder waarvan in een akte uit 1677 sprake is. Die kelder heeft wel gelegen op de plek waar de huidige kelder werd aangelegd. De achtergevel stamt uit dezelfde bouwfase als de huidige kelder. Uit dezelfde periode dateert ook de linker zijgevel. Binnen de contouren van het pand zijn ook de resten van twee potstallen aangetroffen. De kleinste potstal bevindt zich binnen de contouren van het kleine huisje, dat rond 1750 bij het grote huis werd getrokken. Deze potstal is dan ook ouder dan de huidige kelder, aangezien deze het spoor van de potstal oversnijdt.
Vermoedelijk was het kleine huisje in gebruik als stal, totdat het tijdens de verbouwing van rond 1750 bij het grote huis werd getrokken. Binnen de grootste potstal in het westelijke deel van het pand zijn de resten gevonden van een indeling in stalboxen. In deze stal werden graszoden en mogelijk ook zoden van de heide gebruikt. Er zijn geen duidelijke sporen gevonden van een muur of wand die de potstal van de rest van het gebouw afscheidde. De huidige binnenmuren waren gemetseld op de vulling van deze potstal. Dit betekent dat de potstal dateert van vóór de oprichting van de huidige binnenmuren. De potstal dateert vermoedelijk uit de 17e – 18e eeuw. Gezien deze datering kan ook hier sprake zijn van een verband tussen de grote verbouwing rond 1750 en het verdwijnen van de potstal. Uit een akte uit 1750 blijkt dat er op het terrein bier werd gebrouwen en er ook een herberg aanwezig was. Van deze brouwerij is een stenen waterput teruggevonden. In de put stak een pijp die gebruikt zal zijn om water op te pompen. Later in de 19 e eeuw vond aan de noordwestzijde van het pand een uitbouw plaats. Hiervan zijn tijdens de opgraving de muurresten teruggevonden. In de uitbouw bevond zich een secreet. De jongste vondst op het terrein heeft direct verband met oorlogshandelingen die hier in september 1944 plaatsvonden.
Het gaat hier om een ontsteker van een Britse mortiergranaat die is ingeslagen in de woning.
Bijlage 4. Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 2143676100
2244812100
Vondstmeldingen Locatie
Omschrijving
250 meter ten westen van het plangebied Burgemeester Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180087/379518
Late-Middeleeuwen- Nieuwe tijd : - 4 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk
250 meter ten westen van het plangebied Burgemeester Frenckenstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180083/379518
Nieuwe tijd : - fragment van steengoed - ijzeren afval Bronstijd - Nieuwe tijd : - 11 fragmenten van glazen objecten, - 3 fragmenten van metalen slakken IJzertijd - Nieuwe tijd : - fragment van een metalen schop/schep/spade Romeinse tijd - Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van leisteen objecten, - 28 fragmenten van keramische bouwmateriaal - steenkool Vroege Vroege-Middeleeuwen - 30 fragmenten van metalen objecten, Late-Middeleeuwen: - 2 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk - 14 fragmenten van steengoed - fragment van Elmpter aardewerk - fragment van een steengoed kan
2192235100
300 meter ten westen van het plangebied Winkelcentrum Midas te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180004/379564
Nieuwe tijd : - aardewerk - 7 fragmenten van steengoed - fragment van witbakkend geglazuurd aardewerk - 19 fragmenten van keramische kleipijpen - 48 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - fragment van een tegel - fragment van een witbakkend geglazuurd aardewerk kom/schaal - 3 fragmenten van faience borden/schotels - 31 fragmenten van industrieel wit (Maastrichts/Regout) - fragment van een porseleinen bord/schotel - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurde borden/schotels Bronstijd - Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van glazen objecten, Romeinse tijd - Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van glazen flessen - 3 fragmenten van tegels Vroege-Middeleeuwen - 7 paalgaten Late-Middeleeuwen- Nieuwe tijd : - fragment van steengoed - fragment van roodbakkend geglazuurd aardewerk - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurde borden/schotels - fragment van een roodbakkend geglazuurde deksel - 4 fragmenten van roodbakkend geglazuurde - 4 fragmenten van geglazuurde steengoed kannen
2240608100
300 meter ten noordwesten van het plangebied Prins Bernhardstaat 56 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180065/379811
Nieuwe tijd : - 7 kuilen, - 2 fragmenten van keramische kleipijpen - fragment van een faience bord/schotel - 6 greppels/sloten - 2 fragmenten van industrieel wit (Maastrichts/Regout) Bronstijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk - kuil, Romeinse tijd : - fragment van ruwwandig gedraaid aardewerk - fragment van een dakpan - fragment van een keramische wrijfschaal
Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen: - fragment van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk Late-Middeleeuwen: - fragment van steengoed - proto-steengoed - 3 fragmenten van Elmpter aardewerk - fragment van Paffrath aardewerk
2268570100
300 meter ten noordwesten van het plangebied Prins Bernhardstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180057/379831
Nieuwe tijd : - fragment van een dakpan Bronstijd : - handgevormd aardewerk Bronstijd - Late-Middeleeuwen: - 17 tefriet brokken IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 10 fragmenten van ruwwandig gedraaid aardewerk - 6 kuilen, - fragment van een handgevormd aardewerk object - 2 fragmenten van tegels - 2 greppels/sloten - 12 paalgaten - spieker/graanschuur Romeinse tijd - Vroege-Middeleeuwen : - handgevormd aardewerk Late-Middeleeuwen: - 2 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk
3157359100
3157367100
3046023100
3046056100
300 meter ten westen van het plangebied Lindestraat - Prins Bernhardstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180000/379660 300 meter ten westen van het plangebied Lindestraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180000/379700 350 meter ten zuiden van het plangebied Emmastraat 88 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180280/379220
350 meter ten zuiden van het plangebied Emmastraat 88 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 180280/379220
Late-Middeleeuwen- Nieuwe tijd : - 23 kuilen, - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk Nieuwe tijd : - waterput
Nieuwe tijd : - waterput
Neolithicum - IJzertijd : - handgevormd aardewerk Late-Middeleeuwen: - aardewerk - 2 fragmenten van gedraaid aardewerk Late-Middeleeuwen: - 7 fragmenten van gedraaid aardewerk - 4 fragmenten van Elmpter aardewerk - 4 fragmenten van Paffrath aardewerk Late-Middeleeuwen- Nieuwe tijd : - aardewerk - fragment van een stenen object, - fragment van roodbakkend geglazuurd aardewerk - 2 fragmenten van metalen slakken
2055483100
2376268100
400 meter ten westen van het plangebied Asten-Dorpskern te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179875/379680
400 meter ten westen van het plangebied Asten Markt te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179915/379525
Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van steengoed - 3 bakstenen Late-Middeleeuwen: - kuil, - fragment van een maalsteen - waterput Nieuwe tijd : - aardewerk - fragmenten van ijzeren objecten, - fragmenten van keramische kleipijpen Late-Middeleeuwen: - fragment van roodbakkend geglazuurd aardewerk - fragment van Elmpter aardewerk - 5 fragmenten van grijsbakkend gedraaide kommen/schalen - 3 waterputten Nieuwe tijd : - fragment van steengoed - 3 fragmenten van keramische borden/schotels - 2 kuilen, - muurrestanten
4674732100
400 meter ten noordwesten van het plangebied Prins Bernhardstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179988/379918
2459325100
450 meter ten zuidwesten van het plangebied Bartholomeus te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179900/379363
3985017100
450 meter ten westen van het plangebied Koningsplein te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179874/379446
2424746100
500 meter ten westen van het plangebied Koningsplein 12-14-16 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179845/379449
- 3 fragmenten van keramische kleipijpen - fragment van steengoed geglazuurd - glazen afval - 7 paalgaten - 3 fragmenten van roodbakkend geglazuurde borden/schotels - 4 waterputten - waterput IJzertijd : - handgevormd aardewerk - weg, karrespoor - 2 huisplattegronden - 15 kuilen, - 322 paalgaten Nieuwe tijd : - fragment van witbakkend geglazuurd aardewerk - muurrestanten - fragmenten van keramische vloeren - waterput Vroege-Middeleeuwen - botmateriaal - fragment van een tegel - 14 fragmenten van leisteen dakbedekking - waterput Nieuwe tijd : - weg, karrespoor - 2 fragmenten van glazen flessen - 7 graven, inhumatie - 10 kuilen, - 4 fragmenten van keramische kleipijpen - 21 fragmenten van glazen kralen - 2 fragmenten van tegels - fragment van een metalen hanger - 4 bakstenen - 10 fragmenten van industrieel wit (Maastrichts/Regout) - fragment van kleurloos/ontkleurd glas - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurde kommen/(voet)schalen - 11 fragmenten van ijzeren spijkers - fragment van een geglazuurde steengoed mineraalwaterfles - waterput Vroege-Middeleeuwen : - fragment van Badorf aardewerk - 2 fragmenten van keramische bolpotten Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen: - 9 fragmenten van keramische kogelpotten - fragment van Andenne aardewerk Late-Middeleeuwen: - 2 fragmenten van geelwitbakkend handgevormd aardewerk - 5 paalgaten
4652870100
500 meter ten westen van het plangebied Koningsplein 16 te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179847/379433
Nieuwe tijd : - muurrestanten - 8 paalgaten Vroege-Middeleeuwen - Late-Middeleeuwen: - fragment van een keramische kogelpot - kuil, - fragmenten van huttenleem/verbrande leem - fragment van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk Vroege Vroege-Middeleeuwen - fragment van een metalen slak Late-Middeleeuwen- Nieuwe tijd : - 14 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - fragment van een ijzeren schaar - 8 fragmenten van keramische bouwmateriaal Nieuwe tijd : - 6 fragmenten van put, - fragment van een MZN object, - 2 fragmenten van glazen flessen - 2 kuilen, - muurrestanten - 14 fragmenten van keramische kleipijpen - 11 fragmenten van steengoed geglazuurd - fragment van een ijzeren plaat/strip - 2 fragmenten van faience aardewerk - greppel/sloot - 23 fragmenten van industrieel wit (Maastrichts/Regout) - 94 paalgaten - 5 fragmenten van porselein - fragment van een ijzeren spijker - 25 spitsporen
4674732100
500 meter ten noordwesten van het plangebied Prins Bernhardstraat te Asten Gemeente Asten Coördinaat: 179917/379961
Paleolithicum - Mesolithicum : - 163 plantaardig, houtskool brokken - 109 fragmenten van vuursteen klingen - 3 fragmenten van vuursteen spitsen - vuursteen afslagen - 3 fragmenten van SVRL schrabbers IJzertijd : - 5 fragmenten van kookstenen - 4 fragmenten van maalstenen IJzertijd - Nieuwe tijd : - 30 fragmenten van benen objecten, Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Vroege-Middeleeuwen : - handgevormd aardewerk Late-Middeleeuwen: - 35 fragmenten van gedraaid aardewerk Nieuwe tijd : - 18 fragmenten van glazen flessen - fragment van een metalen slak - 2 fragmenten van metalen spijkers
Bijlage 5.
Bewoningsgeschiedenis van Nederland
Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het Laat-Paleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.
Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territorium gebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.
Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolithische bevolking die een half agrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit.
De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden.
Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het Laat-Neolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (raatakkers). Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven.