RU24.02.03C Bijlage 4 toelichting - Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
FLORAPLEIN EN JULIANASTRAAT Vormvrije m.e.r.-beoordeling 5 december 2023
DATUM KENMERK PROJECT PROJECTLEIDER PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER AUTEUR
5 december 2023 Floraplein en Julianastraat Asten R. Verkooijen ALDI Vastgoed B.V. 2023003 ing.Maas H.A.Q. Maas H.
Rho adviseurs voor leefruimte
20220362
Inhoud
1.
2.
3.
4.
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer
5 6 6
Plaats en kenmerken van het project
7
2.1 2.2
7 11
Plaats van het project Kenmerken van het project
milieueffecten
14
3.1
Parkeren en verkeer 3.1.1 Parkeren 3.1.2 Verkeer 3.1.3 Conclusie
14 14 14 14
3.2
Wegverkeerslawaai 3.2.1 Locatie Floraplein 3.2.2 Locatie Julianastraat
15 15 15
3.3
Industrielawaai 3.3.1 Locatie Floraplein 3.3.2 Locatie Julianastraat
15 15 16
3.4
Bodem 3.4.1 3.4.2
16 16 17
Locatie Floraplein Locatie Julianastraat
3.5 3.6 3.7 3.8
Water Archeologie Cultuurhistorie Natuur – gebiedsbescherming 3.8.1 Natura 2000 3.8.2 Natuurnetwerk Nederland 3.8.3 Houtopstanden
17 18 18 18 18 19 19
3.9
Natuur - soortenbescherming 3.9.1 Locatie Floraplein 3.9.2 Locatie Julianastraat
19 19 19
3.10 3.11 3.12 3.13
Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Aanlegwerkzaamheden Mitigerende maatregelen
20 20 21 21
Conclusie
Rho adviseurs voor leefruimte
22
20220362
Rho adviseurs voor leefruimte
20220362
1. INLEIDING
1.1 Aanleiding ALDI is al geruime tijd met de gemeente Asten in overleg om een toekomstbestendige locatie te vinden voor een nieuwe supermarkt. Het hedendaagse beleid van ALDI is erop gericht dat winkels moeten voldoen aan de eisen van de moderne consument: een toekomstgerichte winkel met een goed en groot winkeloppervlak voor een efficiënte winkel- en magazijnindeling, een goed georganiseerde logistiek, een centrale regionale ligging, een goede bereikbaarheid en een ruime parkeeroplossing met minder/geen overlast naar de omgeving. Daarbij wordt gestreefd wordt naar een winkeloppervlak van 1.150 m². In mei 2022 heeft ALDI een stedenbouwkundige en programmatische studie ingediend waarin plannen worden gepresenteerd met het oog op het verplaatsen van de huidige ALDI naar het Floraplein (huidige locatie Berkvens Wooncentrum) en het herontwikkelen van de huidige ALDI-locatie aan de Julianastraat naar woningbouw met de toevoeging van maximaal 42 appartementen. De gemeente heeft hier, onder bepaalde voorwaarden, principemedewerking aan gegeven. Het geheel geeft een impuls aan het Floraplein en creëert aantrekkelijke woningbouw op de achterblijvende locatie aan de Julianastraat. Ter plaatse van de locatie Floraplein gelden de bestemmingsplannen 'Asten Centrumgebied' en (voor een zeer beperkt gedeelte) 'Woongebieden Asten'.
Ter plaatse van de locatie Julianastraat gelden de bestemmingsplannen 'Asten, Julianastraat, Emmastraat 11' en 'Asten Centrumgebied'. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een opgesteld en zal een planologische procedure doorlopen moeten worden. Binnen dit bestemmingsplan maken beide locaties deel uit van het zogenoemde plangebied. Toetsingskader Het wettelijk kader bestaat uit de Wet natuurbescherming, Interim-omgevingsverordening Noord-Brabant, Wet milieubeheer en Besluit milieueffectrapportage. In het Besluit milieueffectrapportage wordt er getoetst of het plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. 1. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er de volgende mogelijkheden die zouden kunnen leiden tot een m.e.r.-plicht: a. Het plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig. b. Het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 'gevallen', van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.-beoordelingsplichtig. Voor een plan als bedoeld in kolom 3 ‘plannen' geldt geen m.e.r.-beoordelingsplicht, maar direct een (plan)m.e.r.-plicht. c.
Het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 'gevallen', van onderdeel D: er moet in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-
5/22
beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd. d. De activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit wordt niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht. 2. In het geval van een plan: toetsing of het uitvoeren van een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming voor dit plan verplicht is vanwege de hierin opgenomen activiteit(en). In dat geval is het plan mogelijk m.e.r.-plichtig. 3. Toetsing aan de provinciale milieuverordening. Door Provinciale Staten kunnen hierin aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. In het Besluit milieueffectrapportage wordt de beoogde ontwikkeling niet genoemd in onderdeel C activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage verplicht is. Ook is voor de ontwikkeling geen passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en wordt de activiteit niet genoemd in provinciale milieuverordening als aanvulling op het Besluit m.e.r. Er is derhalve geen sprake van een directe m.e.r.-plicht.
In onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling valt de ontwikkeling onder de categorie stedelijk ontwikkelingsproject, maar blijft ruim onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.
1.2 Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: de plaats van het project; de omvang van het project; de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
1.3 Leeswijzer Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen.
6/22
2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT
2.1 Plaats van het project Beide locaties die onderdeel uitmaken van het plangebied bevinden zich in het centrum van de kern Asten. De ligging van beide locaties is weergegeven in figuur 2.1. Het gedeelte van het plangebied aan Floraplein heeft een oppervlakte van circa 2.619 m2. Het gedeelte aan de Julianastraat kent een oppervlakte van circa 5.483 m2.
Figuur 2.1 Ligging beide locaties van het plangebied (Bron: Google Maps)
7/22
Bestaand en goedgekeurd landgebruik Locatie Floraplein Voor de locatie Floraplein zit er een verschil in omvang in het (bestemmings)plangebied en het exploitatiegebied. Het plangebied vormt het gebied waar een bestemmingsplan voor is opgesteld, waarmee onderliggende bestemming(en) kunnen worden gewijzigd. Het exploitatiegebied is voortgekomen uit het exploitatieplan met het oog op (anterieure) afspraken tussen gemeente en initiatiefnemer/eigenaar. Het exploitatiegebied kent in dit geval een groter oppervlak dan het plangebied en betreft het aangrenzend openbaar toegankelijk parkeerterrein. Ter plaatse van de locatie Floraplein gelden een tweetal bestemmingsplannen: 'Asten Centrumgebied' (onherroepelijk en vastgesteld op 2 juli 2014); 'Woongebied Asten' (onherroepelijk en vastgesteld op 15 december 2009). Van toepassing op het plangebied zijn de enkelbestemmingen 'Centrum - 2' en 'Verkeer' op basis van het bestemmingsplan 'Asten Centrumgebied' en 'Verkeer' op basis van het bestemmingsplan 'Woongebied Asten'. Het gedeelte dat binnen het bestemmingsplan 'Woongebied Asten' ligt is slechts zeer beperkt in omvang. Ook binnen het exploitatiegebied zijn deze bovengenoemde bestemmingen van toepassing. Binnen de bestemming ‘Centrum -2’ is momenteel Berkvens Wooncentrum gevestigd.
Locatie Julianastraat Voor de locatie Julianastraat zijn een tweetal bestemmingsplannen van toepassing:
'Asten Julianastraat, Emmastraat 11', onherroepelijk en vastgesteld op 25 juni 2012; 'Asten Centrumgebied', onherroepelijk en vastgesteld op 2 juli 2014.
Van toepassing op het plangebied zijn de enkelbestemmingen 'Gemengd', 'Verkeer' en 'Wonen'. Wetland, kustgebieden, berg- en bosgebieden Doordat in de directe omgeving van het plangebied geen wetlands, kustgebieden of bergen- en bosgebieden zijn, is geen sprake van invloed op het opnamevermogen. Natuurreservaten en – parken, vogel- en habitatrichtlijnen Vanwege de grote afstand vanaf de inrichtingsgrens tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied kan worden gesteld dat de activiteiten geen (negatief) effect zullen hebben op de natuurlijke kenmerken, instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende soorten en habitattypen in het bijzonder. Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Locatie Floraplein Locatie Floraplein ligt conform de archeologische beleidskaart in categorie 5. Dit zijn gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde (WR-Amh), waarbij een onderzoeksplicht geldt bij een bodemverstoring van meer dan 40 centimeter en/of een verstoringsoppervlak van meer dan 2.500 m2. Locatie Julianastraat
Locatie Julianastraat kent twee categorieën conform de archeologische beleidskaart, namelijk categorie 3 (noordelijk gedeelte) en categorie 5 (zuidelijk gedeelte). Voor gebieden in categorie 3, welke ook voor een groot gedeelte voor het centrum van toepassing is, geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen van meer dan 40 centimeter en/of een verstoringsoppervlak van meer dan 250 m2.
8/22
Voor gebieden in categorie 5 geldt, welke ook van toepassing is bij locatie Floraplein, een onderzoeksplicht bij een bodemverstoring van meer dan 40 centimeter en/of een verstoringsoppervlak van meer dan 2.500 m2. Het plangebied ligt niet binnen de landgoedbiotoop en molenbiotoop en er zijn geen monumentale panden of overige cultuurhistorische elementen aanwezig. Relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen Het plangebied ligt niet in het Natuurwerk Nederland (NNN) of de provinciale groene buffer. Voor zover natuurlijke hulpbronnen aanwezig zijn, worden deze niet aangesproken of beïnvloed door de voorgenomen activiteiten. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Groote Peel’ bevindt zich op circa 5,6 kilometer. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich ten zuidoosten op circa 950 meter van het plangebied (figuur 2.2). Het plangebied is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied of een waterwingebied (figuur 2.3). Ook is het plangebied niet in een stiltegebied gelegen (figuur 2.4).
Figuur 2.2 Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (Bron: Atlas Leefomgeving)
9/22
Figuur 2.3 Ligging plangebied ten opzichte van waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (Bron: Atlas Leefomgeving)
Figuur 2.4 Ligging plangebied ten opzichte van stiltegebieden (Bron: Atlas Leefomgeving)
10/22
2.2 Kenmerken van het project In mei 2022 heeft ALDI een stedenbouwkundige en programmatische studie ingediend waarin plannen worden gepresenteerd met het oog op het verplaatsen van de huidige ALDI naar het Floraplein (huidige locatie Berkvens Wooncentrum) en het herontwikkelen van de huidige ALDI-locatie aan de Julianastraat naar woningbouw. Het geheel geeft een impuls aan het Floraplein en creëert aantrekkelijke woningbouw op de achterblijvende locatie aan de Julianastraat. De gemeente heeft hier, onder bepaalde voorwaarden, principemedewerking aan gegeven. Locatie Floraplein De planopzet, gelegen aan de entree van Asten gaat uit van een nieuwe supermarkt op de huidige locatie van Berkvens Wooncentrum van maximaal 1.150 m² winkelvloeroppervlakte met 62 parkeervakken op maaiveld en 42 parkeervakken op een parkeerdek. Het bruto vloeroppervlak van de nieuwe winkel bedraagt (exclusief inpandige hellingbaan en laad- en loszone) 1.583 m². Figuur 2.1 toont de situatietekening van de beoogde situatie.
Figuur 2.1 Situatietekening beoogde situatie Floraplein (Bron: KAW)
11/22
Locatie Julianastraat De herontwikkeling van de ALDI locatie aan de Julianastraat biedt de kans om zowel programmatisch als ruimtelijk een kwalitatieve impuls aan het terrein te geven. Binnen de gemeente Asten is een grote vraag naar betaalbaar en gelijkvloers wonen. Op dit moment is het aanbod zeer beperkt.
Voor deze locatie wordt de mogelijkheid gezien om woningen voor kleine huishoudens en woningen die geschikt zijn voor meerdere generaties toe te voegen. De 42 appartementen zijn ingepast in verschillende varianten met een maximale hoogte van drie bouwlagen, waarbij rekening is gehouden met de stedenbouwkundige inpasbaarheid in de omgeving. In het totaal kunnen er voldoende parkeervakken binnen het plangebied worden gerealiseerd. De appartementen en patiowoningen, gelegen aan een pocketpark, liggen aan een beschut woonhof met een goede bereikbaarheid. De ontwikkeling bestaat uit de invulling van drie bouwblokken, weergegeven in figuur 2.2. Door het invoegen van een haakvormige bebouwing aan het binnenterrein wordt een besloten hofje gecreëerd. Dit hofje heeft een andere belevingswereld als de buitenrand van de bebouwing, het lint. Het besloten hofje kan worden bereikt via de bestaande onderdoorgang aan de Julianastraat en de nieuw te realiseren onderdoorgang aan de Emmastraat.
Figuur 2.2 Situatietekening beoogde situatie Floraplein (Bron: KAW)
12/22
Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstoffen zullen slechts ontstaan tijdens de aanlegfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er redelijkerwijs geen te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatie verwacht kan worden.
13/22
3. MILIEUEFFECTEN
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. In dit hoofdstuk worden de aspecten verkeer en parkeren, geluid, bodem en water, archeologie, natuur, luchtkwaliteit, risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid besproken. Deze aspecten worden behandeld omdat beoordeeld moet worden of de beoogde ontwikkeling tot significante negatieve effecten op de omgeving zal leiden.
3.1 Parkeren en verkeer 3.1.1
Parkeren
Op basis van de Nota Parkeernormen 2016 voldoen de parkeerbalansen van beide ontwikkelingen in beginsel niet. Voor beide ontwikkelingen is het nodig – en realistisch – om de te saneren huidige functies (die onderdeel zijn van het bestemmingsplan) te salderen. De Nota Parkeernormen 2016 geeft hier de ruimte voor middels de afwijkingsbepaling. Door de huidige functies te salderen voor de herontwikkeling Julianastraat, is er een sluitende parkeerbalans. De herontwikkeling heeft een parkeerbehoefte van 62 parkeerplaatsen en het plan voorziet in 62 openbaar toegankelijke parkeerplaatsen. Voor het Floraplein is het nodig om de huidige woonwinkel (48 parkeerplaatsen) te salderen evenals de aanwezige detailhandel en woningen (20 parkeerplaatsen). Hiermee ontstaat een overschot van 5 parkeerplaatsen op het Floraplein (104 – 127 + 48 – 20 = 5 parkeerplaatsen). De 42 parkeerplaatsen op het parkeerdek komen in eigendom en beheer van ALDI. Momenteel wordt onderzocht of het wenselijk is om deze parkeerplaatsen na sluitingstijd af te sluiten. De 62 parkeerplaatsen op maaiveld voor de supermarkt blijven in eigendom en beheer van de gemeente Asten. 3.1.2
Verkeer
De voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen aan het Floraplein en de Julianastraat/Emmastraat hebben een neutraal op de verkeerssituatie in Asten. Per saldo is er een lichte toename van verkeer (circa 210 mvt/werkdag). Op wegvakniveau zijn er in de autonome situatie en plansituatie geen doorstromingsproblemen. Ten aanzien van kruispunten is er één knelpunt: rotonde Floralaan – Lienderweg. Dit knelpunt voltrekt zich al in de autonome situatie (dus zonder ontwikkelingen aan het Floraplein en Julianastraat/Emmastraat). De voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen zorgen voor een verwaarloosbare toename van de omvang van het knelpunt op deze rotonde. In absolute zin, overschrijdt de wachtrij(lengte) de gestelde drempelwaarde op deze rotonde in de autonome situatie. 3.1.3 Conclusie Op basis van voorgaande conclusies worden de volgende aanbevelingen gedaan:
14/22
Om beide ontwikkelingen mogelijk te maken is het noodzakelijk dat het college van B&W afwijkt van de Nota Parkeernormen 2016 door gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht.
Geadviseerd wordt om bij het actualiseren van het Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan gemeente Asten te onderzoeken welke maatregelen mogelijk zijn ter verbetering van de doorstroming op en nabij de rotonde Floralaan Lienderweg.
Met inachtneming van bovenstaande aanbevelingen vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.
3.2 Wegverkeerslawaai 3.2.1
Locatie Floraplein
De ontwikkeling maakt geen nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk. Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai kan daardoor achterwege worden gelaten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is wel het uitstralingseffect van de verkeerstoename beoordeeld. Op basis van de berekende verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling en de verdeling daarvan over het wegennet en gegevens uit het verkeersmodel (gegevens 2030) is bepaald dat voor de relevante wegen geen sprake zal zijn van een verkeertoename van meer dan 25% ten opzichte van de autonome situatie. Bij een toename van >25% is er namelijk pas een significant effect op de geluidsbelasting. Zodoende zal als gevolg van de ontwikkeling ook geen sprake zijn van een significante geluidtoename langs deze wegen. Het aspect wegverkeerslawaai staat de ontwikkeling niet in de weg. 3.2.2
Locatie Julianastraat
Ten aanzien van de woningbouwontwikkeling aan de Julianastraat is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De bijbehorende rapportage is opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan. Hierna wordt volstaan met een beknopte samenvatting. Uit het onderzoek blijkt dat als gevolg van het wegverkeer vanwege de Emmastraat ten hoogste 60 dB wordt berekend ter plaatse van woonblok B. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt hiermee ruimschoots overschreden. Het aanvragen van hogere grenswaarden is derhalve noodzakelijk. Het treffen van geluidreducerende maatregelen is vanuit financieel-, stedenbouwkundig- en verkeerskundig oogpunt niet als reële maatregel te stellen. De gemeente Asten dient hiervoor hogere grenswaarden aan te vragen voor woonblok B. De hogere waarde betreft 60 dB.
3.3 Industrielawaai 3.3.1
Locatie Floraplein
In het kader van de ontwikkeling op de locatie Floraplein is een akoestisch onderzoek verricht om de geluidbelasting te bepalen die optreedt op de omgeving ten gevolge van de bedrijfsvoering. De bijbehorende rapportage is opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan.
15/22
Uit de rekenresultaten blijkt dat het berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus op enkele woningen/ appartementen niet voldoen aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De overschrijding wordt veroorzaakt door het pakken/wegzetten van metalen winkelwagens.
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau/ maximale geluidniveaus Uit de rekenresultaten blijkt dat ter hoogte van de woningen/appartementen van derden ten hoogste 51 dB(A) voor het LAr,LT in de dagperiode en 69 dB(A) voor de LAmax wordt berekend gedurende de avondperiode. Hiermee wordt gedurende de dagperiode niet voldaan aan de grenswaarde van 50 dB(A) voor het LAr,LT en de 65 dB(A) voor de LAmax gedurende de avondperiode uit het Activiteitenbesluit. Geluidreducerende maatregelen zijn derhalve noodzakelijk om de overschrijdingen te niet te doen. In onderhavige situatie is het plaatsen van een afschermende voorziening met een minimale hoogte van 2 meter noodzakelijk om de overschrijdingen te niet te doen. De afschermende voorziening heeft een lengte van circa 10 meter en een minimale hoogte van 2,0 meter.
Uit de rekenresultaten na doorvoeren van voornoemde maatregel blijkt dat ter hoogte van de woningen/appartementen van derden ten hoogste 50 dB(A) voor het LAr,LT in de dagperiode wordt berekend en 65 dB(A) voor de LAmax wordt berekend gedurende de avondperiode. Hiermee wordt gedurende de dagperiode voldaan aan de grenswaarde van 50 dB(A) voor het LAr,LT en 65 dB(A) voor de LAmax in de avondperiode uit het Activiteitenbesluit. Het aspect industrielawaai vormt daardoor geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 3.3.2 Locatie Julianastraat De locatie Julianastraat ligt buiten de richtafstanden van bedrijven in de omgeving en er ligt geen gezoneerd industrieterrein of windturbine in de buurt. De geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit zullen niet worden overschreden. Industrielawaai vormt geen belemmering voor het plan.
3.4 Bodem 3.4.1
Locatie Floraplein
Door middel van het uitgevoerde onderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. De grond en het grondwater zijn niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters. Uit de resultaten blijjkt dat de onderzochte grond, bij toetsing aan het Handelingskader PFAS (versie 13 december 2021, bij toepassing boven grondwaterniveau), gekwalificeerd kan worden als klasse 'Wonen / Industrie'. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese "verdachte locatie" strikt genomen niet juist is gezien er geen verhoogde concentraties (boven de achtergrondwaarde/streefwaarde) van de onderzochte parameters uit het standaard grond en grondwaterpakket zijn aangetroffen. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek hoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien geen beperkingen te worden gesteld aan de voorgenomen nieuwbouw op locatie. Indien grond afgevoerd dient te worden dient rekening
16/22
gehouden te worden gehouden met de kwaliteitsklasse voor PFAS in de grond (klasse 'Wonen / Industrie'). Hiermee vormt de milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering voor het voorgenomen gebruik en de bestemmingsplanwijziging. 3.4.2 Locatie Julianastraat Met het oog op de beoogde woningbouwontwikkeling aan de Julianastraat is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. De bijbehorende rapportage is opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er op de locatie sprake is van een (historisch) geval van ernstige bodemverontreiniging met zink, waarbij sprake is van 3 afzonderlijke kernen. Uit de risicobepaling middels sanscrit is geconcludeerd dat er geen sprake is van een spoedeisende saneringsnoodzaak. De grootste verontreinigingskern, rondom boring 108, is nog niet volledig afgeperkt. Nader onderzoek (3e fase) dient te worden uitgevoerd om deze verder (horizontaal) af te perken. Buiten de genoemde verontreinigingskernen is de grond op de locatie niet tot maximaal matig verontreinigd met diverse parameters. Het grondwater is eveneens niet relevant verontreinigd (maximaal licht verontreinigd). Hier zijn geen specifieke maatregelen noodzakelijk in het kader van de voorgenomen graafwerkzaamheden. Op basis van de bovenstaande conclusies zijn de volgende aanbevelingen gedaan in het kader van de voorgenomen herontwikkeling:
Ten behoeve van de ontwikkelingen op de onderzoekslocatie gelden er belemmeringen als gevolg van de aanwezigheid van de sterke verontreinigingen met zink. Ten behoeve van (graaf)werkzaamheden in / met de sterk verontreinigde grond dient vooraf een BUS melding te worden ingediend bij het bevoegd gezag. Hierin dient de omgang met de sterk verontreinigde grond te worden vastgelegd.
De (graaf)werkzaamheden binnen de verontreinigingscontouren dienen te worden uitgevoerd door een BRL7000, protocol 7001, gecertificeerde aannemer. De werkzaamheden dienen, afhankelijk van de aard van de werkzaamheden, begeleid te worden conform BRL6000, protocol 6001.
Aanbevolen wordt om, voorafgaand aan het opstellen van de BUS melding en het uitvoeren van de (graaf)werkzaamheden, de contour van de verontreinigingskern bij boring 108 nader vast te stellen middels een nader bodemonderzoek (3e fase).
3.5 Water Voor beide locaties is een waterparagraaf opgesteld. Belangrijk uitgangspunt is dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij de voorgenomen ontwikkelingen. Hemelwater Het hemelwater van de nieuw te realiseren bebouwing en verhardingen dient binnen het eigen plan- of exploitatiegebied te worden gebufferd, alwaar het kan infiltreren in de bodem of vertraagd wordt afgevoerd op het oppervlaktewater. Voor het dimensioneren van de hemelwatervoorzieningen wordt rekening gehouden met de toe te voegen bebouwing en verharding. De waterbergingsopgave conform beleid van de gemeente Asten wordt in de regels van het bestemmingsplan geborgd. Afvalwater De toekomstige bebouwing wordt met een herbruikbare bestaande aansluiting gekoppeld aan de bestaande infrastructuur in de omgeving. Afspraken over de riolering worden vastgelegd in de anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente Asten. Oppervlaktewater De voorgenomen planontwikkelingen hebben geen aanvullende gevolgen voor oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied.
17/22
Grondwater De bodem van de voorzieningen ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG).
3.6 Archeologie In het kader van de beoogde ontwikkelingen is archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd, waarbij per locatie een gerichte aanvullende onderzoeksstrategie is opgezet en is afgestemd met de gemeente Asten. Om de eventueel aanwezige archeologische waarden te beschermen zijn in dit bestemmingsplan de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - 2' (locatie Julianastraat) en 'Waarde - Archeologie - 3' (locatie Floraplein) opgenomen. Hiermee is de uitvoerbaarheid ten aanzien van het bestemmingsplan in voldoende mate aangetoond. In het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen dient per locatie het aanvullend archeologisch te zijn uitgevoerd.
3.7 Cultuurhistorie Cultuurhistorische Waardenkaart Conform de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord Brabant bevat de locatie Julianastraat de aanduiding 'archeologische monumenten', welke voor het gehele centrumgebied van Asten van toepassing is. De straten Margrietstraat / Logtenstraat (nabij locatie Floraplein) en de Julianastraat / Emmastraat (nabij locatie Julianastraat) kennen conform de waardenkaart daarnaast een redelijk hoge waarde wat betreft het thema historische geografie. Het gaat om oude lintstructuur die nog aanwezig en bepalend is voor de structuur van het dorp. Bij het ontwerp en de realisatie van de nieuwe ontwikkeling zullen historische (lijn)elementen behouden blijven en (zichtlijnen naar) de omliggende bebouwing niet worden aangetast. Beide bouwplannen zijn opgezet vanuit de reeds bestaande rooilijnen en bebouwingscontouren en met respect voor de cultuurhistorische structuur.
Gemeentelijke monumenten In de directe omgeving van de Julianastraat zijn een aantal panden aangeduid als gemeentelijk monument. Het gaat om de locaties Emmastraat 35, 37/39 en Hemel 2. Zoals beschreven in paragraaf 2.2.3 van het bestemmingsplan en het opgenomen beeldkwaliteitsplan wordt de beoogde ontwikkeling vanuit eenzelfde sfeer (aard/omvang, bouwhoogte, afstand en behoud van zichtlijnen) als de bebouwing in de directe omgeving opgezet. Bestaande historische elementen zullen hiermee niet worden aangetast. Er zal daarmee op een acceptabele manier rekening gehouden worden met omliggende cultuurhistorische waarden.
3.8 Natuur – gebiedsbescherming 3.8.1 Natura 2000 De afstand van beide locaties tot aan het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied bedraagt circa 5,6 kilometer. Dit betreft het Natura-2000 gebied Groote Peel. Voor beide ontwikkelingen is aan de hand van het programma AERIUS-calculator een stikstofonderzoek uitgevoerd, opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan. Uit de onderzoeken blijkt dat er in de aanleg- en de gebruiksfases geen stikstofdepositie plaatsvindt groter dan 0,00 mol/ha per jaar op een Natura 2000-gebied. Bovenstaande toont aan dat er geen nadelige invloed zal plaatsvinden op de beschermde flora en fauna en dat voldaan wordt aan de Wet natuurbescherming en dat de natuur en zijn habitat niet wordt geschaad.
18/22
3.8.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich ten zuidoosten op circa 950 meter van het plangebied. 3.8.3 Houtopstanden Ten aanzien van de ontwikkelingen op locatie Floraplein is een Boom Effect Analyse (hierna: BEA) opgesteld, opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan. Uit de BEA blijkt dat enkele bomen niet duurzaam te behouden zijn en dienen te wijken voor de nieuwe inrichting. Deze bomen hebben conditionele en structurele problemen waardoor kap en herplant op een andere locatie een duurzame oplossing is. Er wordt verder uitgegaan van diverse maatregelen ten aanzien van een duurzame oplossingsrichting. Ook tijdens de bouw zullen maatregelen getroffen worden. Wat betreft de locatie Julianastraat zijn geen bomen aanwezig. Hierdoor is geen beschermingsregime aan de orde en biedt dit aspect geen belemmering voor het initiatief.
3.9 Natuur - soortenbescherming 3.9.1
Locatie Floraplein
In het kader van de ontwikkeling van de locatie Floraplein is een quickscan soortenbescherming uitgevoerd, opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan. De belangrijkste resultaten uit deze quickscan zijn hierna beschreven. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Het voorkomen van en negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels (al dan niet met vaste rust- en verblijfplaatsen) wordt uitgesloten. Het voorkomen van beschermde planten, overige ontheffingsplichtige zoogdieren, reptielen, beschermde vissen en beschermde ongewervelden wordt tevens uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden negatieve effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de omvorming van Floraplein 2 te Asten tot supermarkt is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Voor- en gedurende de uitvoering dient hier rekening mee gehouden te worden. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten.
Het eventueel kappen van bomen en verwijderen van groen dient buiten het broedseizoen plaats te vinden. 3.9.2 Locatie Julianastraat Quickscan Ook in het kader van de ontwikkeling op de locatie Julianastraat is een quickscan soortenbescherming uitgevoerd. In verband met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels in en direct rond het plangebied is het noodzakelijk om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken, sloop buiten broedseizoen). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Het voorkomen van en negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels (al dan niet met vaste rust- en verblijfplaatsen) wordt uitgesloten in de winkels met bitumen. Het voorkomen van beschermde planten, overige ontheffingsplichtige zoogdieren, reptielen, beschermde vissen en beschermde ongewervelden wordt tevens uitgesloten.
19/22
Verder is er een kans op het voorkomen van vleermuizen (verblijfplaatsen, vliegroutes) en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluwen) in de woningen met dakpannen aan de Emmastraat (figuur 4.13). Effecten op vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen dan ook niet worden uitgesloten. Op grond hiervan wordt geadviseerd om een gerichte veldinventarisatie uit te voeren naar het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen in deze woningen. Pas na afronding van deze aanvullende inventarisatie kan worden bepaald of verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden en of ontheffing van de Wet natuurbescherming is vereist. Aanvullend onderzoek Op grond van de resultaten uit de quickscan is tevens een aanvullend onderzoek naar vleermuizen en vogels met vaste rusten verblijfplaatsen uitgevoerd. Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat in en direct rond het gebied gewone dwergvleermuizen vliegen en foerageren. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aangetroffen in en direct rond het plangebied. Huismus, gierzwaluwen of overige vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen / vermeldenswaardige vogels komen niet voor.
Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen aan de Julianastraat 50 te Asten zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hiermee rekening gehouden te worden.
3.10 Luchtkwaliteit De ontwikkelingen vallen onder de regeling ‘Niet In Betekenende Mate’ (NIBM). Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van de locaties gegeven. Dit is gedaan aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit. De Floralaan en de Emmastraat zijn de maatgevende wegen. Uit de tool blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) langs deze wegen ruimschoots onder de grenswaarden lagen. Hierdoor is ter plaatse van de locatie als gevolg van de ontwikkeling (met bijbehorende toename van het benoemde gehalte stikstof en fijnstof in de lucht) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
3.11 Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Conform de risicokaart liggen beide locaties niet binnen een plaatsgebonden risico contour (10-6) van een inrichting, (spoor)weg of buisleiding. Daarmee kan gesteld worden dat in de directe omgeving van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen over het water, de weg of door buisleidingen met een externe werking plaatsvindt. Beide locaties zijn wel gelegen binnen het 4 kilometer brede invloedsgebied van de snelweg A67. Omdat beide locaties verder dan 200 meter verwijderd liggen van de snelweg is rekenkundig onderzoek van het groepsrisico niet noodzakelijk.
20/22
Bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid vormen geen belemmering ten aanzien van het initiatief. VRBZO is in de gelegenheid gebracht voor vooroverleg. In de reactie is aangegeven is dat verwezen kan worden naar het standaardadvies versie 2.0 d.d. 1-1-2019.
3.12 Aanlegwerkzaamheden Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.
3.13 Mitigerende maatregelen Voor dit plan zijn voor zover bekend geen mitigerende maatregelen noodzakelijk.
21/22
4. CONCLUSIE
Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.
22/22