RU24.02.03C Bijlage 21 toelichting - Aanvullend onderzoek sooortenbescherming Julianastraat
Tekst van het document
VELDINVENTARISATIE VLEERMUIZEN EN VOGELS JULIANASTRAAT 50 TE ASTEN
Concept rapport
VELDINVENTARISATIE VLEERMUIZEN EN VOGELS JULIANASTRAAT 50 TE ASTEN
rapportnummer 2023.4270 september 2023 In opdracht van: Aldi Roermond B.V De Maas 14 5684 PL te Best
Adviesbureau Mertens B.V.
Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 info@adviesbureau-mertens.nl www.adviesbureau-mertens.nl
© Adviesbureau Mertens BV, Renkum, 2023. Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 2 1.2 HET PLANGEBIED ...................................................................................................................................... 3 1.3 DE PLANNEN ............................................................................................................................................. 3 1.4 VRAAGSTELLINGEN VAN HET ONDERZOEK .................................................................................................. 3 1.5 OPBOUW VAN DIT RAPPORT ....................................................................................................................... 3
2. ECOLOGIE.......................................................................................................................................................... 4 2.1 VLEERMUIZEN ........................................................................................................................................... 4 2.2 BROEDVOGELS ......................................................................................................................................... 5
3. METHODE........................................................................................................................................................... 6 3.1 OMVANG ONDERZOEK ............................................................................................................................... 6 3.2 VELDONDERZOEK VLEERMUIZEN................................................................................................................ 7 3.3 VELDONDERZOEK BROEDVOGELS MET VASTE RUST- EN VERBLIJFPLAATSEN ................................................ 9 3.4 OVIRIGE ................................................................................................................................................... 9
4. RESULTATEN .................................................................................................................................................. 10 4.1 VLEERMUIZEN ......................................................................................................................................... 10 4.2 BROEDVOGELS ....................................................................................................................................... 12
5. CONCLUSIES ................................................................................................................................................... 13
GERAADPLEEGDE LITERATUUR ...................................................................................................................... 14
BIJLAGEN ............................................................................................................................................................ 15 1 BEGRIPPEN ............................................................................................................................................ 16 2 VOORWAARDEN .................................................................................................................................... 18 3 ONDERZOEKS OMSTANDIGHEDEN .................................................................................................... 19
Adviesbureau Mertens
1
Renkum
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023
1. INLEIDING 1.1 Inleiding Er is het voornemen voor de sloop van opstallen aan de Julianastraat 50 te Asten om aldaar woningbouw te realiseren. Deze plannen zouden van negatieve invloeden kunnen zijn op vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (Adviesbureau Mertens, 2023). De reden is dat er geschikte potentiële verblijfmogelijkheden voor vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen zijn in de woonbebouwing aan de Julianastraat (Adviesbureau Mertens, 2023). Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens BV te Renkum gevraagd om een veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen in dit deelgebied (zie figuur 1) en om bij het eventueel voorkomen hiervan, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In dit rapport worden de resultaten van dit onderzoek gepresenteerd.
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied van de Julianastraat 50 te Asten en het nader te onderzoeken deelgebied op vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluw).
Adviesbureau Mertens
2
Renkum
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023
1.2 Het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Julianastraat 50 te Asten en is sinds het verkennend onderzoek niet wezenlijk gewijzigd. Voor een omschrijving van dit gebied wordt verwezen naar het verkennend onderzoek (Adviesbureau Mertens, 2023).
1.3 De plannen De plannen zijn sinds het verkennend onderzoek niet gewijzigd. Voor een omschrijving van de plannen wordt dan ook verwezen naar het verkennend onderzoek (Adviesbureau Mertens, 2023).
1.4 Vraagstellingen van het onderzoek Vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluw) kunnen in potentie kunnen voorkomen (Adviesbureau Mertens, 2023). Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding van dit hoofdstuk worden de volgende vraagstellingen onderzocht: 1. Welke soorten vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluw) komen voor in of in de nabijheid van het onderzoeksgebied aan de Julianastraat 50 te Asten? 2. Wat is de verspreiding en het terreingebruik van de vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluw) in of nabij het onderzoeksgebied aan deJulianastraat 50 te Asten?
1.5 Opbouw van dit rapport Na een korte uitleg over vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt in hoofdstuk 3 de werkwijze van het onderzoek weergegeven. In hoofdstuk 4 wordt de aanwezigheid en de verspreiding weergegeven. In hoofdstuk 5 worden conclusies gegeven en worden aanbevelingen gedaan. In bijlage 1 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen. In bijlage 2 worden de voorwaarden van het onderzoek weergegeven. Aangezien onderhavig rapport een voortzetting is van het verkennend onderzoek (Adviesbureau Mertens, 2023), kunnen de rapporten niet los van elkaar worden gelezen.
Adviesbureau Mertens
3
Renkum
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023
2. ECOLOGIE
2.1 Vleermuizen Vleermuizen zijn vliegende zoogdieren die zich voeden met insecten. Per nacht wordt een grote hoeveelheid voedsel gegeten. Vleermuizen zijn aangewezen op een grote diversiteit aan ecotypen, die een groot en constant voedselaanbod opleveren. Daarnaast zijn vleermuizen afhankelijk van landschapselementen. Aan de hand van landschapselementen (bomenlanen, huizenrijen, houtwallen e.d.) kunnen vleermuizen zich oriënteren door middel van het uitzenden van geluiden. Open landbouwgebieden zijn daarom bijvoorbeeld onaantrekkelijk voor vleermuizen. Vleermuizen verblijven overdag, gedurende het zomerseizoen, in kleine ruimten als spouwmuren of gaten in bomen. Afhankelijk van de soort, bewonen vleermuizen bomen of gebouwen. Alleen de grootoorvleermuis maakt gebruik van zowel bomen als gebouwen. Vooral vrouwtjes zitten veel bij elkaar, in een kolonie. Hier worden de jongen in groot gebracht. Als de schemering valt vliegen de vleermuizen uit en gaan via vaste routen, de vliegrouten, naar de foerageerplaatsen. Soms liggen foerageerplaatsen en kolonies wel meer dan 10 km uit elkaar. Op de foerageerplaatsen wordt gedurende de gehele nacht gefoerageerd. Bij het aanbreken van de dag vliegen de vleermuizen via de vliegrouten weer terug naar de kolonie. Tegen de herfst breekt het paarseizoen aan. De jongen worden in het daarop volgende voorjaar geboren.
De vleermuizen leven in de herfst nagenoeg niet meer in kolonies, maar solitair. Voor de paring worden paarplaatsen gebruikt die vaak afwijken van de kolonieplaatsen. Vaak worden in de herfst ook andere soorten en aantallen vleermuizen aangetroffen. Een voorbeeld hiervan is de ruige dwergvleermuis. Daarnaast worden in de herfst vaak andere foerageerplaatsen gebruikt, de vleermuizen zijn immers niet meer gebonden aan de kolonieplaats. Kort na het paarseizoen tot enkele maanden later, als de winter aanbreekt, trekken de vleermuizen naar ruimten met een stabiel microklimaat als (ijs)kelders, grotten, bunkers of dikke bomen om daar door middel van de winterslaap de winter door te brengen. Vleermuizen gebruiken in de winter dus eveneens verblijfplaatsen, wanneer zij hun winterslaap houden. Slechts zeer sporadisch komen de winterverblijfplaatsen overeen met de zomerverblijfplaatsen. Doordat vleermuizen voor hun oriëntatie gebruik maken van echolocatie zijn vleermuizen gevoelig voor ingrepen in het landschap. Oriëntatie vindt plaats aan de hand van opgaande elementen als bijvoorbeeld bomenlanen en houtwallen. Verlies daarvan resulteert in verminderde oriëntatiemogelijkheden. Oriëntatie is noodzakelijk om van kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en om voedsel te vinden.
Bij de afweging van de effecten van ruimtelijke ingrepen in natuur en landschap spelen derhalve opgaande elementen een belangrijke rol. Vleermuizen worden meer en meer betrokken bij de besluitvorming rond ingrepen in het landelijk en stedelijk gebied. Dit is ook verplicht: alle soorten zijn nationaal en internationaal wettelijk beschermd via de Wet natuurbescherming en de Habitatrichtlijn.
Adviesbureau Mertens
4
Renkum
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023
2.2 Broedvogels Vogels komen doorgaans overal in Nederland voor waar enige beschutting is en waar mogelijkheden zijn om te nestelen. Er zijn vogels die ieder jaar een nest bouwen om daarin te broeden. Er zijn daarnaast vogels die jaarrond een zelfde nest gebruiken om in te slapen en te broeden (bijvoorbeeld huismussen) en er zijn vogels die jaarlijks terugkeren naar hun nestplaats om het nest opnieuw te gebruiken om daarin te broeden (bijvoorbeeld gierzwaluwen). De huismus is een standvogel die jaarrond in een gebied verblijft. Mussen zijn sociale vogels en leven dan ook in groepen. De hele dag onderhouden ze sociale contacten door voortdurend te tjilpen. In de directe nabijheid van de nestplaats zoeken huismussen hun voedsel, dat voornamelijk uit bessen en zaden bestaat, op de grond. Daarbij hippen ze op een karakteristieke manier, als een stuiterende pingpongbal, in het rond. Huismussen stellen prijs op een rommelige menselijke omgeving, met struikgewas, schuren, weilanden met vee, gemorst graan en zo verder. Het nest wordt gemaakt in holten van bomen, in nestkasten, onder dakpannen en in gaten en kieren van gebouwen. Het slordige nest bestaat uit takjes, stro, veertjes en (honden- en katten)haren. De stand van de huismus is in de afgelopen twintig jaar meer dan gehalveerd. Ook in omliggende landen gaat het aantal huismussen achteruit.
Op grond hiervan is de soort geplaatst op de Rode lijst van bedreigde diersoorten (LNV, 2009, 2017). De oorzaken zijn waarschijnlijk divers. Vermoedelijk speelt de afname van met kruiden begroeide overhoekjes en braaklandjes een rol. Daarin komen insecten voor die de mussen voor hun jongen nodig hebben. Vooral in binnensteden is er nog weinig braakland over en de afstand van de binnensteden tot zulke terreinen aan de rand van steden wordt steeds groter door groeiende steden. Misschien speelt ook de renovatie van oude steden een rol doordat het moeilijker wordt om nesten te maken in de nieuwe daken. Daarnaast worden de predatie door huiskatten en sperwers als oorzaken van de achteruitgang genoemd. De gierzwaluw is van ca. mei tot september in Nederland. Vaak trekken gierzwaluwen in juli / begin augustus weg naar het zuiden. De gierzwaluw broedt dan in mei en juni, heeft dan één legsel met 2-3 eieren. Eerstejaarsvogels broeden niet, maar houden zich wel in en om de kolonie op. Zo kunnen zij de bezette en/of geschikte nestholtes inspecteren die zij zullen overnemen zodra (een van de) broedvogels in de lente niet meer komen opdagen. Zij kunnen zo soms 3 tot 4 jaar ongepaard door het leven gaan. Ze hebben hun nest in gebouwen, onder dakgoot, achter regenpijp, dakkapel, dakpan, of in een gat in de muur en ook wel in neststenen. Broeddduur 18-22 dagen.
De jongen trekken na het uitvliegen meestal snel weg. Het vermoeden bestaat dat de stand van de gierzwaluw de laatste decennia is afgenomen, door sloop en renovatie van oude stadswijken, en door betere isolatie. Speciaal voor gierzwaluwen ontworpen nestkasten, dakpannen en gevelstenen kunnen hier wellicht soelaas bieden. Het aantal broedparen in Nederland werd in 1979 geschat op 50.000 – 85.000.
Adviesbureau Mertens
5
Renkum
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023
3. METHODE
3.1 Omvang onderzoek Conform het verkennend onderzoek (Adviesbureau Mertens, 2023) is onderzoek uitgevoerd naar verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluw). Het vleermuisinventarisatie-protocol van het Netwerk Groene Bureaus (2017, 2021) stelt dat: Vleermuizen Voor (kraam)verblijven en vliegroutes van vleermuizen dient onderzoek te worden uitgevoerd: in de periode 15 mei – 15 juli, 2 x 2 uur (i.v.m. laatvlieger 2 x ’s avonds en i.v.m. dwergvleermuis 1 x ‘s ochtends), periode tussen veldbezoeken tenminste (10) 20 dagen, bij geschikte omstandigheden, als meer dan een kwart van het onderzoeksgebied niet valt te (over)zien of te beluisteren, moet een extra waarnemer ingeschakeld worden. Voor zwermplaatsen in het kader van winterverblijfplaatsen van vleermuizen dient onderzoek te worden uitgevoerd: in de periode 1 aug - 10 sep., 2 x 2 uur, tussen 0:00 - 2:00, periode tussen veldbezoeken tenminste (5) 10 dagen, bij geschikte omstandigheden, als meer dan een kwart van het onderzoeksgebied niet valt te (over)zien of te beluisteren, moet een extra waarnemer ingeschakeld worden. Voor paarverblijf- & zwermplaatsen van vleermuizen dient onderzoek te worden uitgevoerd: in de periode (15 jul) 15 aug - 1 okt (1 nov), 2 x 2 uur (i.v.m.
laatvlieger minimaal 1x ’s avonds), (0 min) 60 min na (zo mogelijk later, rond middernacht), periode tussen veldbezoeken tenminste (10) 20 dagen, bij geschikte omstandigheden, als meer dan een kwart van het onderzoeksgebied niet valt te (over)zien of te beluisteren, moet een extra waarnemer ingeschakeld worden. Het Vleermuisprotocol 2017 en 2021 zijn nagenoeg eender. De meest belangrijke uitzondering hierop is dat het Vleermuisprotocol 2021 de ‘75%-regel’ niet meer voorschrijft voor ochtendbezoeken en paarverblijfonderzoeken. De reden hiervan is dat zwermgedrag in de achtend bij verblijfplaatsen en sociaal gedrag bij paarverblijven langdurig aanhouden. Een andere verandering is dat de periode tussen de veldbezoeken t.b.v. inventarisatie is verkleind naar 20 dagen en dat één onderzoeksronde in juni uitgevoerd dient te worden t.b.v. kraamverblijven. Huismus Het Kennisdocument huismus (Bij 12, 2023) stelt dat voor de aanwezigheid of afwezigheid van de huismus:
Adviesbureau Mertens
6
Renkum
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023
twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei te worden uitgevoerd of, drie gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni.
Daarbij moet het onderzoek worden uitgevoerd bij: goede omstandigheden (b.v. geen regen, harde wind en/of kou), op geluidsluwe momenten (bijvoorbeeld de zondagmorgen in stedelijk gebied), op geschikte momenten op de dag (tussen 1 à 2 uur na zonsopkomst en 1 à 2 uur voor zonsondergang is de meeste activiteit waar te nemen, met een piek in de ochtend), met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Het Kennisdocument huismus van 2017 is bijna gelijk aan die van 2023, gelet op de methode van inventarisatie. De meest belangrijke uitzondering hierop is dat geen vier maar drie gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni afgelegd dienen te worden om de aan- of afwezigheid van de huismus vast te stellen.
Gierzwaluw Het Kennisdocument gierzwaluw (Bij 12, 2017b) stelt dat voor de aanwezigheid of afwezigheid van de gierzwaluw: drie gerichte veldbezoeken in de periode 15 mei in de periode tot 15 juli te worden uitgevoerd of, waarvan minimaal 1 inventarisatie tussen 20 juni en 7 juli (jongen aanwezig). Daarbij moet het onderzoek worden uitgevoerd bij: goede omstandigheden (b.v. geen regen, harde wind en/of kou), tussen 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Gelet op de aard en omvang van het gebied zijn zestien onderzoeksronden uitgevoerd op 22 mei, 6, 11, 12, 18, 23 juni, 4, 5, 13, 14 juli, 4, 5, 25, 27 augustus, 18 en 19 september 2023 met een totale onderzoeksomvang van ongeveer 38 uur. In onderstaande paragrafen wordt per soortgroep de inventarisatiemethode weergegeven. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de methode per soortgroep en de bezoekdata. In bijlage 3 worden de omstandigheden en de inventarisatieduur weergegeven. Tabel 1. Overzicht inventarisatieronden naar de aanwezigheid van vleermuizen, huismus en gierzwaluwen ter plaatse van en direct rond het plangebied van de Julianastraat 50 te Asten (A en B; deelgebieden vleermuisonderzoek). Datum
Vleermuizen
Huismus / gierzwaluw
Voorjaar/voorzomer (foerageer-, kolonieplaatsen en vliegroutes) - 22 mei 2023 - 06 juni 2023 - 11 juni 2023A Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen - 18 juni 2023 B - 23 juni 2023 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen A - 04 juli 2023 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen B - 05 juli 2023 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen A - 13 juli 2023 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen B - 14 juli 2023 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen
Adviesbureau Mertens
7
Nestl. huismus (gierzwaluw) Nestl. huismus (gierzwaluw) Nestl. gierzwaluw (huismus) Nestl. huismus (gierzwaluw) Nestl. gierzwaluw (huismus) Nestl. gierzwaluw (huismus) -
Renkum
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023
Voorherfst (foerageerplaatsen, balts- en paarplaatsen) - 04 augustus 2023A Overwinteringsplaatsen B - 05 augustus 2023 Overwinteringsplaatsen - 25 augustus 2023A Balts-, paar-, foerageer- en overwinteringsplaatsen - 27 augustus 2023B Balts-, paar-, foerageer- en overwinteringsplaatsen - 18 september 2023A Balts-, paar-, foerageerplaatsen B - 19 september 2023 Balts-, paar-, foerageerplaatsen
-
3.2 Veldonderzoek vleermuizen Vleermuizen zijn geïnventariseerd door middel van batdetector-onderzoek (Petterson D-240). Met de batdetector worden de, voor mensen onhoorbare, ultrasone geluiden van vleermuizen omgezet naar de voor het menselijk oor hoorbare geluiden. Soorten kunnen door de geluiden (frequentie, ritme en klank) en zichtbeelden worden onderscheiden. Door interpretatie hiervan kan tevens het gedrag afgeleid worden en kunnen onder andere verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen worden opgespoord. Op 11, 23 juni, 4, 5, 13, 14 juli 2023 werd geïnventariseerd naar de aanwezigheid van kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen van vleermuizen. De onderzoeksronden op 4, 5, 25, 27 augustus 2023 vonden plaats rond middernacht en derhalve was het mogelijk om ook onderzoek te doen naar gedrag dat wijst op eventuele overwinterende vleermuizen (zwermen). De onderzoeksronden op 25, 27 augustus, 18, 19 september en 9 oktober 2023 waren gericht op de inventarisatie van balts-, paar- en foerageerplaatsen. Het plangebied van de Julianastraat 50 te Asten is te groot om in één keer volledig te overzien. Conform figuur 2 zijn twee deelgebieden (A,B onderscheden ten behoeve van het vleermuisonderzoek.
Figuur 2. Deelgebieden onderzoek (A en B). De methode voor het inventariseren van vleermuizen voldoet aan het Inventarisatie Protocol van het Netwerk Groene Bureaus (Netwerk Groene Bureaus, 2017, 2021) en de kennisdocumenten van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis (Bij 12, 2017a,b). Van laatvlieger is geen kennisdocument beschikbaar. De onderzoeken vonden plaats bij geschikte omstandigheden. Omdat het onderzoek is uitgevoerd bij geschikte omstandigheden in een geschikte periode is het onderzoek goed uitgevoerd en geeft een goed beeld.
Adviesbureau Mertens
8
Renkum
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023
3.3 Veldonderzoek broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen zijn gedurende zes inventarisatiemomenten in het voorjaar / de voorzomer geïnventariseerd (22 mei, 6, 11, 12, 18, 23 juni, 4 juli 2023). Alle bezoeken werden uitgevoerd in de avond- of ochtendschemering. Het is van belang om rond de schemering waarnemingen te doen, omdat vogels dan het meest actief zijn. Het gebied geïnventariseerd op nesten, sporen en territoriaal gedrag van vogels met vaste nestplaatsen (huismus, gierzwaluw). Het vogelonderzoek is uitgevoerd conform de kennisdocumenten van huismus (Bij 12, 2017c, 2023) en gierzwaluw (Bij 12, 2017e).
3.4 Overige Naast huismus en gierzwaluw zijn er vogels waarvan het wenselijk is om deze te inventariseren. In het stedelijk gebied betreft dit bijvoorbeeld de huiszwaluw, spreeuw en zwarte roodstaart. Dergelijke soorten staan op de lijst 5 van de van de “Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep” (Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009a. Conform de uitleg van lijst 5 waarop de dergelijke vogels staan wordt gesteld dat “nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het hele jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen” (Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009b). Deze lijst is onder de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zeer beperkt aangepast (https://www.rvo.nl/sites/default/files/2022/04/Lijst-jaarrond-beschermdevogelnesten.pdf). In de uitleg wordt aangegeven dat categorie 5-soorten extra onderzoek vragen, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd. In de uitleg wordt daarnaast aangegeven dat categorie 5-soorten wel jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
Gedurende de verschillende onderzoeksronden is derhalve direct geïnventariseerd op dergelijke vogelsoorten.
Adviesbureau Mertens
9
Renkum
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023
4. RESULTATEN
4.1 Vleermuizen
Voorjaar/voorzomer (foerageerplaatsen, kolonieplaatsen en vliegroutes) In het voorjaar / de voorzomer van 2023 is alleen de gewone dwergvleermuis waargenomen. De gewone dwergvleermuis is alleen foeragerend aangetroffen in en rond het plangebied. Er zijn geen vliegroutes vastgesteld van gewone dwergvleermuis. Er waren gedurende onderhavig onderzoek ook geen aanwijzingen van de aanwezigheid van verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Omdat de gewone dwergvleermuis relatief laat in het plangebied arriveerde en er geen gedrag is aangetroffen dat wijst op de aanwezigheid van verblijfplaatsen (zoals zwermen), is een verblijfplaats buiten het plangebied gelegen. In figuur 3 zijn de waarnemingen weergegeven.
Legenda Foeragerend = Gewone dwergvleermuis Figuur 3. Waarnemingen van gewone dwergvleermuizen in het voorjaar / de voorzomer van 2023 in en direct rond het gebied van de Julianastraat 50 te Asten.
Adviesbureau Mertens
10
Renkum
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023 Overwinteringsplaats Doordat de opstallen in het plangebied van de Julianastraat 50 te Asten relatief droog zijn (ondanks de hogere ouderdom), in hoge mate worden beïnvloed door weersinvloeden (slechte isolatie) en er zowel in de het voorjaar/ de voorzomers als in de voorherfst relatief weinig vleermuizen werden vastgesteld, gelet op de gebiedskenmerken (ook niet zwermend in de zwermperiode voorafgaand aan overwintering), kan het voorkomen van overwinterende vleermuizen in en direct rond het plangebied worden uitgesloten.
Voorherfst (foerageer-, balts- en paarplaatsen) Er zijn in de voorherfst eveneens alleen gewone dwergvleermuizen foeragerend aangetroffen. Er zijn geen balts- of paarplaatsen vastgesteld in het plangebied. Omdat geen baltsplaatsen werden aangetroffen in het plangebied is het niet aannemelijk dat er paarplaatsen voorkomen. Bij een baltsplaats vliegt een vleermuis immers rond met sociale geluiden die wijzen op een paarplaats. Een paarplaats van gewone dwergvleermuizen is wel vastgesteld buiten het plangebied, maar omdat deze ook buiten het invloed gebied is gelegen, worden negatieve effecten uitgesloten. In figuur 4 worden de waarnemingen weergegeven.
Legenda Foera- Paargerend plaats = Gewone dwergvleermuis Figuur 4. Waarnemingen van gewone dwergvleermuizen in de voorherfst van 2023 in en direct rond het gebied van de Julianastraat 50 te Asten.
Adviesbureau Mertens
11
Renkum
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023 Belang foerageergebied Gelet op de aantallen en dichtheid van de foeragerende vleermuizen dient het plangebied en directe omgeving niet gezien te worden als belangrijk (primair) foerageergebied. Daarbij komt de gedurende de plannen het plangebied en omgeving foerageergebied voor vleermuizen kan blijven, waardoor negatieve effecten op foeragerende vleermuizen kunnen worden uitgesloten.
4.2 Broedvogels
Vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen Er zijn geen territoria of nesten aangetroffen van gierzwaluw of huismus. Gierzwaluw is alleen hoog overvliegend aangetroffen en is derhalve niet direct gerelateerd aan het plangebied. Gedurende het veldonderzoek zijn ook geen gierende zwaluwen aangetroffen die wijzen op een nestplaats van gierzwaluw. Huismus is niet vastgesteld in en direct rond het plangebied. Het voorkomen van nestplaatsen van huismus en/of gierzwaluw is derhalve uitgesloten.
Overige vermeldenswaardige vogels Overige vermeldenswaardige vogels zoals huiszwaluw, spreeuw en zwarte roodstaart zijn niet vastgesteld gedurende onderhavig
Adviesbureau Mertens
12
Renkum
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023
5. CONCLUSIES
Er is het voornemen voor de sloop van opstallen aan de Julianastraat 50 te Asten. Deze plannen zouden van negatieve invloeden kunnen zijn op vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (Adviesbureau Mertens, 2023). De reden is dat er geschikte potentiële verblijfmogelijkheden voor vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen zijn in de woonbebouwing aan de Julianastraat (Adviesbureau Mertens, 2023). Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens BV te Renkum gevraagd om een veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen en om bij het eventueel voorkomen hiervan, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat in en direct rond het gebied gewone dwergvleermuizen vliegen en foerageren. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aangetroffen in en direct rond het plangebied. Huismus, gierzwaluwen of overige vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen / vermeldenswaardige vogels komen niet voor. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen aan de Julianastraat 50 te Asten zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming.
De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hiermee rekening gehouden te worden.
Adviesbureau Mertens
13
Renkum
Veldinventarisatie vleermuizen en vogels Julianastraat 50 te Asten Concept rapport september 2023
GERAADPLEEGDE LITERATUUR
Adviesbureau Mertens, 2023. Quick scan beschermde planten- en diersoorten Julianastraat 50 te Asten. Renkum, 1-16. Bij 12, 2017. Kennisdocument gewone dwergvleermuis, Utrecht. Bij 12, 2017. Kennisdocument ruige dwergvleermuis, Utrecht. Bij 12, 2017. Kennisdocument huismus, Utrecht. Bij 12, 2023. Kennisdocument huismus, Utrecht. Bij 12, 2017. Kennisdocument gierzwaluw, Utrecht. EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad Europese Gemeenschap, nummer L. 103. EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, 2017. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie Economische zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 2016, 1-34. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van LNV (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, Dienst Regelingen, 2009b.
Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van LNV (Dienst Regelingen), Den Haag. Netwerk Groene Bureaus, 2017. Vleermuisinventarisatie-protocol; Introductie, toelichting en tabel. Odijk. Netwerk Groene Bureaus, 2021. Vleermuisinventarisatie-protocol; Introductie, toelichting en tabel. Odijk. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 2019. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten. Den Haag, 1-3.
Adviesbureau Mertens
14
Renkum
BIJLAGEN
1 BEGRIPPEN
Baltsplaats
Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes.
Foerageergebied
Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt.
Foerageerplaats
Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen. De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop.
Kolonie
Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt.
Migratieroute
Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen.
Paarplaats
Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als “herfst situatie”.
Verblijfplaats
Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent).
Vliegroute
Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.
Voorbijvliegend
Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.
Zwermen
Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.
Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en
temperatuurwisselingen zijn nihil. Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.
2 VOORWAARDEN
Adviesbureau Mertens BV (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 09110429) richt zich op de inventarisatie van natuur- en landschapswaarden en de eventuele effecten van plannen of projecten op deze waarden. Vaak wordt daarom door Adviesbureau Mertens BV getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Dieren en planten kunnen zich vestigen na onderzoek en ook is er een mogelijkheid, dat ondanks onderzoek dieren zich verborgen houden of dat planten niet zijn opgekomen in een bepaald jaar doordat het bijvoorbeeld een droog of koud voorjaar is. Ook komt het zeer soms voor dat wilde dieren zich anders gedragen in bepaalde situaties zoals op plaatsen waar veel mensen komen, waar veel geluid is of veel lichtverstrooiing. Daarom heeft Adviesbureau Mertens BV een inspanningsverlichting en geen resultaatverplichting bij inventarisaties. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor het zich verborgen houden, nadien vestigen of verplaatsen van soorten. Zoals bovenstaand weergegeven wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Een plan of project wordt met de grootste zorg getoetst door Adviesbureau Mertens BV. De geldende interpretatie van de wet- en regelgeving is aan verandering onderheving en sinds de decentralisatie van bevoegde gezagen treden er ook regionale verschillen op.
Adviesbureau Mertens BV is niet verantwoordelijk voor veranderde interpretatie van de wet- en regelgeving. Na verrichtte werkzaamheden worden projecten soms overgedragen of wordt er op een andere manier invulling gegeven aan de uitvoering. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor gevolgschade, of schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens afkomstig van Adviesbureau Mertens BV. De opdrachtgever vrijwaart Adviesbureau Mertens BV voor aansprakelijkheid van derden als gevolg van deze toepassingen. Omdat dieren en planten zich verplaatsen, zich kunnen vestigen na onderzoek en de geldende interpretatie van wet- en regelgeving aan verandering onderhevig is, is een onderzoek twee jaar geldig. Na twee jaar dient een onderzoek en/of advies geactualiseerd te worden. De opdrachtgever is hiervoor zelf verantwoordelijk. De interpretatie van wet- en regelging kan zijn gewijzigd na advies, de situatie kan veranderd zijn en daarnaast dient voldaan te worden aan de Zorgplicht van bijvoorbeeld de Wet natuurbescherming. Tijdig maar in ieder geval voorafgaand van start van eventueel fysieke werkzaamheden dient de initiatiefnemer / uitvoerder zich daarom opnieuw op de hoogte te stellen van eventueel aanwezige natuur- en landschapswaarden in en rond een plangebied en hoe hiermee moet worden omgegaan.
Voor uitvoer dienen natuur- en landschapswaarden en eventueel gewijzigde situaties in kaart gebracht te worden en dient nagegaan te worden hoe hiermee moet worden omgegaan. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor indirecte en/of gevolgschade, waaronder mede wordt verstaan gederfde winst en schade als gevolg van bedrijfstagnatie. Inzake schadevergoeding geldt bij een toerekenbare tekortkoming van Adviesbureau Mertens BV een aansprakelijkheidsbedrag van maximaal drie maal de opdrachtwaarde.
3 ONDERZOEKS OMSTANDIGHEDEN
Datum (2023)
Tijd (uur)
Duur (uur)
Temperatuur (OC) Neerslag (mm)
Wind (bft)
- 22 mei 2023 - 06 juni 2023 - 11 juni 2023A - 18 juni 2023 - 23 juni 2023B - 04 juli 2023A - 05 juli 2023B - 13 juli 2023A - 14 juli 2023B - 04 augustus 2023A
07.00-09.00 06.30-08.30 20.30-00.30 06.00-08.00 20.30-00.30 20.30-00.30 22.30-00.30 02.30-04.30 02.30-04.30 24.00-02.00
2 2 4 2 4 4 2 2 2 2
11 10 12 17 12 14 15 14 13 12
Geen Geen Geen Geen Geen Geen* Geen Geen Geen Geen
4 2 3 2 2 2 3 2 2 2
- 05 augustus 2023B
24.00-02.00
2
14
Geen
2
- 25 augustus 2023A
22.00-02.00
4
17
Geen*
3
- 27 augustus 2023B
22.00-02.00
4
19
Geen*
3
- 18 september 2023A
21.30-23.30
2
16
Geen*
3
- 19 september 2023B
21.30-23.30
2
19
Geen
2
* = niet gedurende onderzoek A = noordzijde B = zuidzijde