CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU24.01.04B Regels 'Asten Verzamelplan 2023-1

Raadscommissie Ruimte 9 januari 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan 'Asten Verzamelplan 2023-1' (opiniërend)31.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Asten Verzamelplan 2023-1 Regels Ontwerp NL.IMRO.0743BP02023002-OW01

1

HOOFDSTUK 1 INHOUD HOOFDSTUK 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3

Toepassingsbereik ............................................................................ 3 Begrippen ......................................................................................21 Wijze van meten .............................................................................32

HOOFDSTUK 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

INLEIDENDE REGELS ............................................................... 3

BESTEMMINGSREGELS .......................................................... 34

Agrarisch .......................................................................................34 Agrarisch – Agrarisch bedrijf .............................................................37 Agrarisch met waarden ....................................................................52 Bedrijf ...........................................................................................60 Bedrijf - Agrarisch verwant ...............................................................68 Recreatie .......................................................................................76 Wonen - 1 ......................................................................................87 Wonen - 2 ......................................................................................96 Leiding - Water ............................................................................. 100 Waarde - Archeologie 2 .................................................................. 102 Waarde – Archeologie 3 ................................................................. 105 Waterstaat - Waterlopen ................................................................ 109

ALGEMENE REGELS ......................................................................................... 110 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22

Anti-dubbeltelregel ........................................................................ 110 Algemene bouwregels .................................................................... 111 Algemene gebruiksregels ............................................................... 113 Algemene aanduidingsregels .......................................................... 114 Algemene afwijkingsregels ............................................................. 116 Algemene wijzigingsregels .............................................................. 119 Overige regels .............................................................................. 120

HOOFDSTUK 3 Artikel 23 Artikel 24 BIJLAGEN

OVERGANGS- EN SLOTREGELS ............................................ 121

Overgangsrecht ............................................................................ 121 Slotregel ...................................................................................... 121 122

2

HOOFDSTUK 1

INLEIDENDE REGELS

Artikel 1 Toepassingsbereik 1.1 Reikwijdte Dit bestemmingsplan herziet de regels van alle bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en beheersverordeningen gelegen binnen het plangebied van dit bestemmingsplan op de manier zoals omschreven in hoofdstuk 1, 2 en 3 van dit bestemmingsplan. 1.2

Hogere grenswaarde geluidsregels

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – reparatie geluidsregels’ geldt de volgende regel: Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een of meerdere geluidgevoelige objecten, als bedoeld in Bijlage 14 Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting bij dit bestemmingsplan ‘Verzamelplan 2023-1’ (NL.IMRO.0743BP02023002-OW01), wordt slechts verleend als wordt voldaan aan: a. het besluit hogere grenswaarden Wet geluidhinder vastgesteld op d.d. (PM); en b. een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, waarbij de geluidbelasting in geluidgevoelige ruimten niet meer dan 33 dB bedraagt. 1.3 Regels verplichte dakhelling/kap Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – verplichte dakhelling/kap’ wordt: Artikel 4.2.2 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) gewijzigd in: De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken algemeen

min.

max.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 100 m tot de rijksweg n.v.t. - stroomweg' aangeduide weg A67; 50 m tot overige stroomwegen afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 30 m - gebiedsontsluitingsweg' aangeduide weg

n.v.t.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 15 m - lokale weg' aangeduide weg

n.v.t.

bedrijfsgebouwen algemeen

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

5,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

dakhelling

12°

45°

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5m

n.v.t.

3

afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning

5m

kassen

min.

max.

goothoogte

n.v.t.

7m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

afstand tot woningen (anders dan eigen bedrijfswoning)

25 m

n.v.t.

n.v.t.

bedrijfswoning

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

5,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

dakhelling

20°

60°

inhoud

maximaal 750 m3 (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: - de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt; - het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa daarvan als maximum geldt.

vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

gezamenlijke oppervlakte per woning

n.v.t.

80 m2, tenzij anders opgenomen ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak'

goothoogte

n.v.t.

3m

bouwhoogte

n.v.t.

5,5 m

dakhelling

20°

60°

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5m

n.v.t.

afstand bijgebouwen tot bedrijfswoning

1,5 m

25 m

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

max.

bouwhoogte mestbassins

8,5 m

bouwhoogte voedersilo's en watersilo's

15 m

bouwhoogte erfafscheidingen

1 m voor de voorgevel, elders 2 m

bouwhoogte van bij de bedrijfswoning behorende carports c.q. overkappingen

3m

oppervlakte van een bij de bedrijfswoning behorende carport c.q. overkapping

20 m2

4

bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

6m

met dien verstande dat: a. indien een bouwvlak is opgenomen in de bouwgrenzen mag worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - hobbyruimte' een hobbyruimte is toegestaan met een goothoogte van maximaal 3 m en een bouwhoogte van maximaal 4,5 m; c. indien de bestaande dakhelling meer of minder bedraagt, de bestaande dakhelling als minimale/maximale dakhelling geldt; d. de gebouwen ten alle tijden afgedekt dienen te worden met een kap; e. de dakhelling niet geldt voor aan- en uitbouwen en dakkapellen; en waarbij geldt dat herbouw van bestaande bedrijfswoningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: c. herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; d. de herbouw grotendeels plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; e. de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; f. de bouwwijze (dat wil zeggen vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen bedrijfswoning(en) niet afwijkt van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); g. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen. -

Artikel 5.2.2 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) gewijzigd in:

De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken algemeen

min.

max.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer - stroomweg' aangeduide weg

50 m

n.v.t.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer gebiedsontsluitingsweg' aangeduide weg

30 m

n.v.t.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer - lokale weg' aangeduide weg

15 m

n.v.t.

bedrijfsgebouwen algemeen

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

5,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

Dakhelling

12°

45°

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5m

n.v.t.

afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning

5m

n.v.t.

5

kassen of hoge tunnels

min.

max.

afstand tot perceelsgrens

1m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

7m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

afstand tot woningen (anders dan eigen bedrijfswoning)

25 m

n.v.t.

bedrijfswoning

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

5,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

dakhelling

20°

60°

inhoud

maximaal 750 m3 (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: - de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt; - het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa daarvan als maximum geldt.

vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

gezamenlijke oppervlakte per woning

n.v.t.

80 m2

goothoogte

n.v.t.

3m

bouwhoogte

n.v.t.

5,5 m

dakhelling

20°

60°

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5m

n.v.t.

afstand bijgebouwen tot bedrijfswoning

1,5 m

25 m

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

max.

bouwhoogte erfafscheidingen

1 m voor de voorgevel, elders 2 m

bouwhoogte van bij de bedrijfswoning behorende carports c.q. overkappingen

3m

oppervlakte van een bij de bedrijfswoning behorende carport c.q. overkapping

20 m2

bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

12,5 m

met dien verstande dat: f. indien de bestaande dakhelling meer of minder bedraagt, de bestaande dakhelling als minimale/maximale dakhelling geldt; g. de gebouwen ten alle tijden afgedekt dienen te worden met een kap; h. de dakhelling niet geldt voor aan- en uitbouwen en dakkapellen. 6

en waarbij geldt dat herbouw van bestaande bedrijfswoningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: a. herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; b. de herbouw grotendeels plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; c. de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; d. de bouwwijze (dat wil zeggen vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen bedrijfswoning(en) niet afwijkt van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); e. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen, en; -

Artikel 6.2.2 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) gewijzigd in:

De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken algemeen

min.

max.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer gebiedsontsluitingsweg' aangeduide weg

30 m

n.v.t.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer - lokale weg' aangeduide weg

15 m

n.v.t.

bedrijfsgebouwen algemeen

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

5,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

dakhelling

12°

45°

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5m

n.v.t.

afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning

5m

n.v.t.

kassen of hoge tunnels

min.

max.

afstand tot perceelsgrens

1m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

7m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

afstand tot woningen (anders dan eigen bedrijfswoning)

25 m

n.v.t.

bedrijfswoning

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

5,5 m

7

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

dakhelling

20°

60°

inhoud

maximaal 750 m3 (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: - de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt; - het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa daarvan als maximum geldt.

vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

gezamenlijke oppervlakte per woning

n.v.t.

80 m2

goothoogte

n.v.t.

3m

bouwhoogte

n.v.t.

5,5 m

dakhelling

20°

60°

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5m

n.v.t.

afstand bijgebouwen tot bedrijfswoning

1,5 m

25 m

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

max.

bouwhoogte erfafscheidingen

1 m voor de voorgevel, elders 2 m

bouwhoogte van bij de bedrijfswoning behorende carports c.q. overkappingen

3m

oppervlakte van een bij de bedrijfswoning behorende carport c.q. overkapping

20 m2

bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

12,5 m

met dien verstande dat: i. indien de bestaande dakhelling meer of minder bedraagt, de bestaande dakhelling als minimale/maximale dakhelling geldt; j. de gebouwen ten alle tijden afgedekt dienen te worden met een kap; k. de dakhelling niet geldt voor aan- en uitbouwen en dakkapellen. en waarbij geldt dat herbouw van bestaande bedrijfswoningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: a. herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; b. de herbouw grotendeels plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; c. de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn;

8

d. de bouwwijze (dat wil zeggen vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen bedrijfswoning(en) niet afwijkt van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); e. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen, en; waarbij ten behoeve van de van landschappelijke kwaliteitsverbetering en landschappelijke inpassing aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende voorwaardelijke verplichting wordt gesteld: f.

-

bij het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - nieuwvestiging glastuinbouw' respectievelijk 'specifieke vorm van agrarisch - landschappelijk ingepaste glastuinbouw', dient binnen 1 jaar na verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen landschappelijke beplanting te worden aangebracht en in stand gehouden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - 1' respectievelijk 'specifieke vorm van groen - 2' en overeenkomstig Bijlage 2 bij de regels.

Artikel 8.2.3 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) gewijzigd in:

De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken algemeen

min.

max.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer stroomweg' aangeduide weg

100 m tot de rijksweg A67, met uitzondering van de bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'; 50 m tot overige stroomwegen

n.v.t.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer gebiedsontsluitingsweg' aangeduide weg

30 m

n.v.t.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer - lokale weg' aangeduide weg

15 m

n.v.t.

bedrijfsgebouwen algemeen

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

5,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

dakhelling

12°

45°

goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van n.v.t. bedrijf – gasdrukmeet- en regelstation'

4m

goothoogte ter plaatse van de aanduiding 'groothandel'

n.v.t.

8

bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'groothandel'

n.v.t.

11

9

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5m

n.v.t.

afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning

5m

n.v.t.

bedrijfswoning

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

5,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

dakhelling

20°

inhoud

maximaal 750 m (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: - de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt; - het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa daarvan als maximum geldt. - ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen ruimte voor ruimte', waarbij de inhoud niet meer mag bedragen dan 1.000 m3.

60° 3

vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

gezamenlijke oppervlakte per woning

n.v.t.

80 m2

goothoogte

n.v.t.

3m

bouwhoogte

n.v.t.

5,5 m

dakhelling

20°

60°

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5m

n.v.t.

afstand bijgebouwen tot bedrijfswoning

1,5 m

25 m

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

max.

bouwhoogte erfafscheidingen

1 m voor de voorgevel, elders 2 m

bouwhoogte erfafscheidingen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – gasdrukmeet- en regelstation'

3,5 m

bouwhoogte van bij de bedrijfswoning behorende carports c.q. overkappingen

3m

oppervlakte van een bij de bedrijfswoning behorende carport c.q. 20 m2 overkapping bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

6m

10

bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding 'groothandel '

8m

met dien verstande dat: l. indien de bestaande dakhelling meer of minder bedraagt, de bestaande dakhelling als minimale/maximale dakhelling geldt; m. de gebouwen ten alle tijden afgedekt dienen te worden met een kap; n. de dakhelling niet geldt voor aan- en uitbouwen en dakkapellen. en waarbij de maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing niet meer mag bedragen dan zoals aangegeven in de Tabel bedrijven onder 8.1.2; en waarbij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf rioolwaterzuivering' (Waardjesweg ong.) in afwijking van het bepaalde ten aanzien van de oppervlakte van bedrijfsbebouwing en de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de volgende bepalingen gelden: a. het gehele bestemmingsvlak mag worden aangewend voor het oprichten van bebouwing ten behoeve van de rioolwaterzuivering; b. de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de rioolwaterzuivering mag niet meer bedragen dan 12 m; c. ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut is 51 m² aan bebouwing toegestaan. en waarbij geldt dat herbouw van bestaande bedrijfswoningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: d. herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; e. de herbouw grotendeels plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; f.

de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; g. de bouwwijze (dat wil zeggen vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen bedrijfswoning(en) niet afwijkt van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); h. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen. -

Artikel 9.2.3 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) gewijzigd in:

De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken algemeen

min.

max.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 100 m tot de rijksweg n.v.t. - stroomweg' aangeduide weg A67; 50 m tot overige stroomwegen

11

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 30 m - gebiedsontsluitingsweg' aangeduide weg

n.v.t.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 15 m - lokale weg' aangeduide weg

n.v.t.

bedrijfsgebouwen algemeen

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

5,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

dakhelling

12°

45°

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5m

n.v.t.

afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning

5m

n.v.t.

bedrijfswoning

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

5,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

dakhelling

20°

60°

inhoud

maximaal 750 m3 (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: - de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt; - het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa daarvan als maximum geldt.

vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

gezamenlijke oppervlakte per woning

n.v.t.

80 m2

goothoogte

n.v.t.

3m

bouwhoogte

n.v.t.

5,5 m

dakhelling

20°

60°

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5m

n.v.t.

afstand bijgebouwen tot bedrijfswoning

1,5 m

25 m

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

max.

bouwhoogte erfafscheidingen

1 m voor de voorgevel, elders 2 m

12

bouwhoogte van bij de bedrijfswoning behorende carports c.q. overkappingen

3m

oppervlakte van een bij de bedrijfswoning behorende carport c.q. overkapping

20 m2

bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

6m

met dien verstande dat: o. indien de bestaande dakhelling meer of minder bedraagt, de bestaande dakhelling als minimale/maximale dakhelling geldt; p. de gebouwen ten alle tijden afgedekt dienen te worden met een kap; q. de dakhelling niet geldt voor aan- en uitbouwen en dakkapellen. en waarbij de maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing niet meer mag bedragen dan zoals aangegeven in de Tabel bedrijven - agrarisch verwant onder 9.1.2; en waarbij ter plaatse van de aanduiding 'sierteelt' in afwijking van het bepaalde ten aanzien van de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 m. en waarbij geldt dat herbouw van bestaande bedrijfswoningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: a. herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; b. de herbouw grotendeels plaatsvindt op de (voor zover aanwezige) bestaande fundamenten; c. de voorgevel van de te herbouwen bedrijfswoning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; d. de bouwwijze (dat wil zeggen vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen bedrijfswoning(en) niet afwijkt van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); e. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in bovenstaande tabel in acht wordt genomen. -

Artikel 11.2.3 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) gewijzigd in:

De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken algemeen

min.

max.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 100 m tot de rijksweg n.v.t. - stroomweg' aangeduide weg A67; 50 m tot overige stroomwegen afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 30 m - gebiedsontsluitingsweg' aangeduide weg

n.v.t.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 15 m - lokale weg' aangeduide weg

n.v.t.

hoofdgebouwen

13

afstand tot de perceelsgrens

min. 3 m

totale oppervlakte gebouwen

max. 600 m2

inhoud bedrijfswoning

max. 750 m3

goothoogte

max. 5,5 m

bouwhoogte

max. 10 m

dakhelling

min 20°, max 60°

bijgebouwen

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

gezamenlijke oppervlakte

n.v.t.

80 m2

oppervlakte per bijgebouw

n.v.t.

17 m2

goothoogte

n.v.t.

3m

bouwhoogte

n.v.t.

5,5 m

dakhelling

20°

60°

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

max.

hoogte erfafscheidingen

1 m voor de voorgevel, elders 2 m

hoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

6m

hoogte overkappingen

3m

oppervlakte overkappingen

20 m2

met dien verstande dat: r. indien de bestaande dakhelling meer of minder bedraagt, de bestaande dakhelling als minimale/maximale dakhelling geldt; s. de gebouwen ten alle tijden afgedekt dienen te worden met een kap; t. de dakhelling niet geldt voor aan- en uitbouwen en dakkapellen. Artikel 13.2.3 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) gewijzigd in: 13.2.3 Maatvoering De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: -

bouwwerken algemeen

min.

max.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 100 m tot de rijksweg n.v.t. - stroomweg' aangeduide weg A67; 50 m tot overige stroomwegen afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 30 m - gebiedsontsluitingsweg' aangeduide weg

n.v.t.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 15 m - lokale weg' aangeduide weg

n.v.t.

hoofdgebouwen

14

afstand tot de perceelsgrens

min. 3 m

totale oppervlakte gebouwen

max. 1.100 m2

goothoogte

max. 5,5 m

bouwhoogte

max. 10 m

dakhelling

Min 20°, max 60°

afstand tot de perceelsgrens

min. 3 m

bijgebouwen

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

gezamenlijke oppervlakte

n.v.t.

80 m2

oppervlakte per bijgebouw

n.v.t.

17 m2

goothoogte

n.v.t.

3m

bouwhoogte

n.v.t.

5,5 m

dakhelling

20°

60°

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

max.

hoogte erfafscheidingen

1 m voor de voorgevel, elders 2 m

hoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

6m

hoogte overkappingen

3m

oppervlakte overkappingen

20 m2

met dien verstande dat: u. indien de bestaande dakhelling meer of minder bedraagt, de bestaande dakhelling als minimale/maximale dakhelling geldt; v. de gebouwen ten alle tijden afgedekt dienen te worden met een kap; w. de dakhelling niet geldt voor aan- en uitbouwen en dakkapellen. -

Artikel 15.2.3 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) gewijzigd in:

De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken algemeen

min.

max.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 100 m tot de rijksweg n.v.t. - stroomweg' aangeduide weg A67; 50 m tot overige stroomwegen afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 30 m - gebiedsontsluitingsweg' aangeduide weg

n.v.t.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 15 m - lokale weg' aangeduide weg

n.v.t.

bedrijfsgebouwen algemeen

min.

max.

15

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

5,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

dakhelling

20°

60°

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5m

n.v.t.

afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoning

5m

n.v.t.

afstand tot de as van de weg

15 m

n.v.t.

bedrijfswoning

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

5,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

dakhelling

20°

inhoud

maximaal 750 m (inclusief aangebouwde bijgebouwen), tenzij: - de bestaande inhoud van de bestaande woning reeds meer bedraagt, welke inhoud dan als maximum geldt; - het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa daarvan als maximum geldt.

afstand voorgevel bedrijfswoning tot de as van de weg ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie kampeerterrein 2' (Behelp 13)

n.v.t.

60° 3

30 m

vrijstaande bijgebouwen bij bedrijfswoning

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

gezamenlijke oppervlakte per woning

n.v.t.

80 m2

goothoogte

n.v.t.

3m

bouwhoogte

n.v.t.

5,5 m

dakhelling

20°

60°

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van bedrijfswoning

5m

n.v.t.

afstand bijgebouwen tot bedrijfswoning

1,5 m

25 m

waarbij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - saneringslocatie' in afwijking van het in het vorengaande bepaalde, de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen bij de woning niet meer dan 200 m 2 mag bedragen.

16

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

max.

bouwhoogte erfafscheidingen

1 m voor de voorgevel, elders 2 m

bouwhoogte van bij de bedrijfswoning behorende carports c.q. overkappingen

3m

oppervlakte van een bij de bedrijfswoning behorende carport c.q. overkapping

20 m2

bouwhoogte lichtmasten

9m

bouwhoogte ballenvanghekken

7,5 m

bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

6m

met dien verstande dat: x. indien de bestaande dakhelling meer of minder bedraagt, de bestaande dakhelling als minimale/maximale dakhelling geldt; y. de gebouwen ten alle tijden afgedekt dienen te worden met een kap; z. de dakhelling niet geldt voor aan- en uitbouwen en dakkapellen. en waarbij de maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing niet meer mag bedragen dan aangegeven in de Tabel recreatie onder 15.1.2, en; en waarbij ter plaatse van de aanduiding 'verenigingsleven' (Dennendijk 2) in afwijking van het bepaalde ten aanzien van de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen geldt dat de bouwhoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan 3 m, en; waarbij voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie kampeerterrein 1' (Kranenvenweg 10) aanvullend de volgende bouwregels gelden: stacaravans

max.

toegestane aantal

150

oppervlakte per stacaravan

35 m2

bouwhoogte

3,5 m

en; waarbij voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie kampeerterrein 2' (Behelp 13) aanvullend de volgende bouwregels gelden: huuraccommodaties

max.

toegestane aantal

20

oppervlakte per huuraccommodatie

60 m2

bouwhoogte

6m

en; waarbij voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'visvijver' (Gezandebaan ong.) aanvullend en in afwijking van het bepaalde ten aanzien van de goothoogte en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, de volgende bouwregels gelden: schuilgelegenheden

max.

toegestane aantal

2

oppervlakte per schuilgelegenheid

30 m2

17

goothoogte

2,5 m

bouwhoogte

5m

en; waarbij voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' aanvullend en in afwijking van het bepaalde ten aanzien van de bouwhoogte en goothoogte van bedrijfsgebouwen, de volgende bouwregels gelden: gebouwen

min.

max.

goothoogte gereedschapshok

n.v.t.

3,5 m

dakhelling gereedschapshok

20o

40o

bouwhoogte teeltondersteunende voorzieningen

n.v.t.

2,5 m

en; waarbij voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' aanvullend en in afwijking van het bepaalde ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de volgende bouwregels gelden: bouwwerken, geen gebouwen zijnde

max.

erfafscheidingen tussen de volkstuinen onderling

1m

erfafscheidingen rondom het volkstuinencomplex

2,5 m

overige op de bestemming gerichte voorzieningen, zoals bonenstaken, netten en druivenranken

2,5 m

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

2m

en; waarbij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - hertenkamp' (Reeweg 3) voor een dierenverblijf de volgende bouwregels gelden: gebouwen

max.

oppervlakte

110 m2, bestaande uit één gebouw van 80 m2 en één gebouw van 30 m2

goothoogte

3m

bouwhoogte

5,5 m

en; waarbij ter plaatse van de aanduiding 'manege' (Reeweg 3) de bouwhoogte van lichtmasten niet meer dan 15 m mag bedragen; waarbij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - jurytoren' (Reeweg 3) de oppervlakte van de jurytoren niet meer dan 30 m2 mag bedragen, en; waarbij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - veldschuur' (Reeweg 3) de oppervlakte van de veldschuur niet meer dan 120 m2 mag bedragen, en; waarbij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - logiesruimten' (Reeweg 3) maximaal 10 verblijfseenheden zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 240 m2, en; waarbij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - landschappelijke inpassing' (Reeweg 3) uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van

18

erfafscheidingen zijn toegestaan, waarvoor uitsluitend een open constructie is toegestaan en waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1 m mag bedragen. -

Artikel 18.2.3 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ (NL.IMRO.0743.BP02016002-VS02) gewijzigd in:

De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen: bouwwerken algemeen

min.

max.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 100 m tot de rijksweg n.v.t. - stroomweg' aangeduide weg A67; 50 m tot overige stroomwegen afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 30 m - gebiedsontsluitingsweg' aangeduide weg

n.v.t.

afstand tot de as van de als 'specifieke vorm van verkeer 15 m - lokale weg' aangeduide weg

n.v.t.

woning

min.

max.

afstand tot de perceelsgrens

3m

n.v.t.

goothoogte

n.v.t.

7m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

dakhelling

20°

60°

inhoud hoofdgebouw, inclusief aangebouwde bijgebouwen

n.v.t.

750 m3

met dien verstande dat indien de bestaande inhoud van een hoofdgebouw inclusief aangebouwde bijgebouwen, meer bedraagt dan 750 m3, de inhoud niet meer mag bedragen dan de bestaande inhoud. Indien de woning een bestaande woonboerderij betreft, geldt de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam / bouwmassa als maximum. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' mag de inhoud van een hoofdgebouw inclusief aangebouwde bijgebouwen niet meer bedragen dan 1.000 m3. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte aangepast' mag de inhoud van een hoofdgebouw inclusief aangebouwde bijgebouwen niet meer bedragen dan 900 m3. vrijstaande bijgebouwen bij woning

min.

max.

gezamenlijke oppervlakte per woning

n.v.t.

125 m2

gezamenlijke oppervlakte bij woning Oostappensedijk 40

n.v.t.

240 m2

gezamenlijke oppervlakte bij woning Pannenhoef 6

n.v.t.

144 m2

goothoogte

n.v.t.

3m

bouwhoogte

n.v.t.

5,5 m

dakhelling

20°

60°

19

afstand achter de voorgevel (en het verlengde daarvan) van de woning

5m

n.v.t.

afstand bijgebouwen tot de woning

1,5 m

25 m

vrijstaande bijgebouwen bij woning Waardjesweg 68

min.

max.

gezamenlijke oppervlakte

n.v.t.

300 m2

goothoogte

n.v.t.

3,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

8,0 m

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

max.

hoogte erfafscheidingen

voor voorgevelrooilijn: 1 m overige: 2 m

hoogte van carports c.q. overkappingen

3m

oppervlakte van een carport c.q. overkapping

20 m2

hoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

6m

met dien verstande dat: aa. indien de bestaande dakhelling meer of minder bedraagt, de bestaande dakhelling als minimale/maximale dakhelling geldt; bb. de gebouwen ten alle tijden afgedekt dienen te worden met een kap; cc. de dakhelling niet geldt voor aan- en uitbouwen en dakkapellen. en waarbij herbouw van bestaande woningen uitsluitend is toegestaan indien en voor zover: a. herbouw niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; b. de herbouw grotendeels plaatsvindt op de (voor zover aanwezig) bestaande fundamenten; c. de voorgevel van de te herbouwen woning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn; d. de bouwwijze (dat wil zeggen vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) niet afwijkt van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); e. het bepaalde ten aanzien van de maatvoering in dit lid in acht wordt genomen, en; waarbij afwijkende maatvoeringen niet meer mogen bedragen dan zoals aangegeven in de Tabel nevenactiviteiten onder 18.1.2, en; waarbij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - saneringslocatie' in afwijking van het in het vorengaande bepaalde, de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen bij de woning niet meer dan 200 m 2 mag bedragen.

20

Artikel 2 Begrippen 2.1 Plan Het bestemmingsplan Asten Verzamelplan 2023-1 met identificatienummer NL.IMRO.0743BP02023001-OW01 van de gemeente Asten. 2.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 2.3 Verbeelding De kaart met bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen en aanduidingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen. 2.4 Aanduiding: Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 2.5 Aangebouwd bijgebouw Een uitbreiding van het hoofdgebouw, die wat afmetingen betreft ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in functioneel opzicht geen deel uitmaakt van het hoofdgebouw zoals garages, hobbyruimten, schuurtjes, huishoudelijke berg- en werkruimten en tuinhuisjes. 2.6 Aan huis verbonden bedrijf Het bedrijfsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit ter plaatse, in de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend en de desbetreffende bedrijvigheid een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Onder een aan huis gebonden bedrijf worden hier eveneens begrepen consument verzorgende activiteiten.

2.7 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van een beroep aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein, waarbij er geen sprake is van een verkeersaantrekkende werking en de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt; kappers, schoonheidsspecialisten vallen vanwege de verkeersaantrekkende werking niet onder het begrip aan huis verbonden beroep. 2.8 Aardkundige waarden Gebieden met waardevolle aardkundige elementen met betrekking tot reliëf en bodem die een bepaalde (beperkte) mate van bescherming genieten. 2.9 Afhankelijke woonruimte Een bijgebouw bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht.

21

2.10 Agrarisch bedrijf Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van landbouwdieren. Onder agrarische bedrijven worden tevens begrepen boomteeltbedrijven, sierteeltbedrijven, paardenhouderijen en insectenkwekerijen. 2.11 Agrarisch grondgebruik Gebruik van grond dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren. 2.12 Agrarisch verwant bedrijf Bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking. 2.13

Agrarisch-technisch hulpbedrijf

bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking. 2.14 Archeologisch deskundige Professioneel archeoloog die voldoet aan de kwalificaties van de geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 2.15 Archeologisch onderzoek Diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 2.16 Archeologische waarden Oudheidkundige waarden, in de vorm van archeologische relicten in hun oorspronkelijke context. Zowel grote complexen / structuren zoals nederzettingsterreinen, als afzonderlijke vondsten kunnen met deze term worden aangeduid. 2.17 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of één of meer bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 2.18 Bebouwingsconcentratie Een lijnvormige verzameling van gebouwen langs een weg, doorgaans dubbelzijdig aanwezig, dan wel een vlakvormige verzameling van gebouwen bij een kruispunt van wegen in het buitengebied, veelal met een historisch gegroeide menging van kleinschalige buitengebied- en niet-buitengebied functies.

2.19 Bed & breakfast Een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van logies en ontbijt, door het beschikbaar stellen van slaap- en sanitaire ruimten, aan steeds wisselend publiek dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse verblijft. Onder bed

22

& breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 2.20 Bedrijfsactiviteiten Handelingen en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf. 2.21 Bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. 2.22 Bedrijfswoning Een woning, in of bij een gebouw of op een terrein, bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk moet worden geacht. 2.23 Bestaande bebouwing Bebouwing, zoals die bestaat, en rechtens mag bestaan, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan. 2.24 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 2.25 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 2.26 Bevoegd gezag Bestuursorgaan dat ingevolge de Wabo bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 2.27 Bijeenkomst van persoonlijke aard Bijeenkomst met een veelal feestelijk karakter, waarbij alcoholhoudende drank pleegt te worden genuttigd, die geen verband houden met de activiteiten van de rechtspersoon of de hoofddoelstelling en die qua aard thuishoren binnen de reguliere horeca, zoals bruiloften, verjaardagsfeesten, recepties, jubilea en dergelijke.

2.28 Bijgebouw Een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zich daarvan door zijn constructie of geringere afmetingen visueel onderscheidt. 2.29 Bodemingreep Alle grondwerkzaamheden / activiteiten die een bodemverstorende werking kunnen hebben op het aanwezige archeologisch bodemarchief. 2.30 Bos Elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (een of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding) en recreatie.

23

2.31 Bouwbesluit Besluit 2012 van 29 augustus 2011, met inbegrip van de wijzigingen van 11 november 2015, houdende vaststelling van voorschriften met betrekking tot het bouwen van bouwwerken uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu.

2.32 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 2.33 Bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. 2.34 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 2.35 Bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel. 2.36 Bouwvlak Geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge het planologisch regiem gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 2.37 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 2.38 Cultuurhistorische waarde De aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur.

2.39 Dagrecreatie Activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan. Huifkarren worden hier mede onder begrepen. 2.40 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop/huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop/verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen/huren voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 2.41

Ecologische hoofdstructuur

24

Samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden.

2.42 Ecologische verbindingszone Zone die dienst doet als verspreidingsgebied respectievelijk migratieroute voor planten en dieren tussen verschillende natuurgebieden. Aanleg van verbindingszones heeft als doel barrières tussen deze gebieden op te heffen. 2.43 Evenement Een activiteit in de openlucht, dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden. 2.44 Extensief recreatief medegebruik Die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuuren landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen. 2.45

Equipment engineering

Het ontwikkelen van machines, hulpmiddelen en kweeksystemen ten behoeve van insectenkwekerijen inclusief een ontvangstruimte voor kennisdelingsdoeleinden. 2.46 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 2.47 Gebruiksoppervlakte De gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit. 2.48 Geomorfologisch De vorm van het landschap, ontstaan door geologische processen en beïnvloed door menselijk handelen. 2.49 Glastuinbouwbedrijf Een bedrijf, dat is gericht op het telen van gewassen door in hoofdzaak gebruik te maken van permanente kassen of tunnels. 2.50 Groenblauwe mantel In de Interim omgevingsverordening als zodanig aangewezen gebieden die grenzen aan de ecologische hoofdstructuur, de ecologische verbindingszone of het zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen, en deze verbinden, zijnde gebieden met overwegend grondgebonden agrarisch gebruik en belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. 2.51

Groepsaccommodatie

25

een gebouw bestemd voor verblijfsrecreatie door meerdere personen in groepsverband. 2.52 Hobbymatig agrarisch gebruik Het gebruik door de bewoner(s) van een (bedrijfs)woning van de (bedrijfs)woning met bijgebouw(en) tot maximaal 200 m2 en bijhorende gronden ten behoeve van agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd.

2.53 Hobbyruimte Een gebouw voor hobbymatig gebruik, niet zijnde recreatief dag- en nachtverblijf. 2.54 Hoofdgebouw Gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 2.55 Horeca Het bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse, het bedrijfsmatig bieden van hotel- of groepsaccommodatie of het bedrijfsmatig bieden van feest-, congres- of vergaderfaciliteiten, één en ander al dan niet in combinatie met elkaar. 2.56 Houtproductie Het voortbrengen van hout op bedrijfsmatige wijze door een mede daarop afgestemd duurzaam beheer van bos.

2.57 Huisvesting van arbeidsmigranten Het huisvesten in tijdelijke dan wel (semi-)permanente voorzieningen van buitenlandse arbeidskrachten die in verband met een grote (tijdelijke dan wel structurele) arbeidsbehoefte gedurende een periode werkzaam zijn op een agrarisch bedrijf, voor zover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; 2.58 Huuraccommodatie Een bouwwerk dat dient als recreatieverblijf, waarvan gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben, waaronder begrepen: lodges en stacaravans; 2.59 Inpandige statische opslag Het in een gebouw bergen van goederen, die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals (antieke) auto’s, boten en caravans. De opslag mag niet bestemd zijn voor de handel en/of worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf. 2.60 Intensieve veehouderij Agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver- of pelsdierhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen. Een geiten- en schapenhouderij, pluimveehouderij en vleeskuikenhouderij vallen niet onder de definitie van een intensieve veehouderij.

26

2.61

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd augustus 2023). 2.62

Kap

Het schuine dak gedeelte dat het bovenste deel van het gebouw bedekt.

2.63 Kampeermiddel Tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geen omgevingsvergunning vereist is. Een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 2.64 Kampeerplaats Standplaats voor één of een aantal bij elkaar horende kampeermiddelen. 2.65 Kampeerterrein Terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief verblijf. 2.66 Kas Agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter. 2.67 Kwaliteitsverbetering van het landschap Een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving.

2.68 Landbouwdieren Rundvee, pluimvee (kippen, eenden, ganzen, kalkoenen, parelhoenders, struisvogels e.d.), varkens, schapen, geiten, pelsdieren, konijnen, paarden, wormen e.d., consumptievissen (meerval, forel, paling, zeebaars, zeebrasem, tilapia e.d.). 2.69 Landschapselementen De verzameling van landschappelijke beplantingen en natuurelementen. 2.70 Landschappelijke waarde De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur. 2.71

Lawaaisporten

27

Een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingslawaai wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport. De jachtsport wordt hier niet onder begrepen. 2.72 Logies Het bedrijfsmatig verschaffen van tijdelijk onderdak aan personen, waarbij er sprake is van een pensionhouder dan wel een aanspreekpunt bij calamiteiten. 2.73 Manege Een recreatief bedrijf dat hoofdzakelijk op eigen terrein binnen of buiten een gebouw gelegenheid biedt tot het beoefenen van de paardensport en al dan niet mogelijkheden biedt voor het verblijf en de verzorging van paarden. 2.74 Mantelzorg Het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan een of meer leden van een huishouding, die hulpbehoevend is of zijn op fysiek, psychisch en-of sociaal vlak. 2.75 Melkrundveehouderij Een veehouderij in de vorm van een melkrundveebedrijf en/of vrouwelijk jongveebedrijf ten behoeve van de melkproductie. 2.76 Mestbewerking De toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest. 2.77 Minicamping Een kleinschalig kampeerterrein als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of een burgerwoning.

2.78 Natuurwaarde De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 2.79 Nevenactiviteit Een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwblok of bestemmingsvlak. 2.80 Omschakeling Geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar de andere agrarische bedrijfsvorm. 2.81 Ondersteunende horeca Een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren.

28

2.82

Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte

Entiteit gericht op de ontwikkeling van ruimte-voor-ruimtekavels vanwege in het verleden op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken behaalde milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst. 2.83 Openbaar nut Een activiteit, goed of dienst die van collectief voordeel of belang is. 2.84 Overkapping / Carport Een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie wanden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als gebouw. 2.85 Paardenhouderij Een uit bedrijfseconomisch oogmerk opgezette houderij voor paarden die uitsluitend of in hoofdzaak is gericht op het fokken, trainen, africhten en verhandelen van paarden, waarbij tevens als ondergeschikte nevenactiviteit is toegestaan het geven van instructie aan ruiter en paard. Hierbij zijn publieks- en/of verkeersaantrekkende activiteiten niet toegestaan. 2.86 Peil Voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 2.87 Pension Een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan logerende gasten (niet aan passanten).

2.88 Pluimveehouderij Een agrarisch bedrijf waar vogels worden gehouden voor vlees of eieren, zoals bijvoorbeeld kippen, kalkoenen, eenden, ganzen en/of parelhoenders. 2.89 Recreatiewoning Een woning of enig ander verblijf, een bouwwerk zijnde, dat blijkens de inrichting geschikt is voor tijdelijk recreatief nachtverblijf. 2.90 Routegebonden horeca Een vorm van kleinschalige horeca, die wordt aangeboden als nevenfunctie bij een recreatieve hoofdfunctie, waar aan passanten vanuit de bestaande bebouwing dranken en versnaperingen worden verstrekt. 2.91 Seksinrichting De voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar in bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam)prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

29

2.92 (sta)Caravan Een caravan, of soortgelijk onderkomen al dan niet op wielen, die dient of kan dienen tot woon-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen, die het hoofdverblijf elders hebben. 2.93 Stedenbouwkundige structuur Het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaald beeld inclusief het ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormd beeld.

2.94 Streekgebonden producten Producten, gemaakt met grondstoffen die als streekeigen worden beschouwd en/of volgens streektraditie geteelde producten, en/of producten die volgens een specifieke bereidingswijze of receptuur van een bepaalde regio worden geproduceerd. 2.95 Teeltondersteunende voorziening (TOV) Voorzieningen in, op of boven de grond, die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten alsmede in volkstuinen worden gebruikt om de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden te laten plaatsvinden. Te onderscheiden zijn de volgende categorieën: laag/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van maximaal 1,5 m, uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden, bijvoorbeeld insectengaas, afdekfolies, lage tunnels; hoog/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van minimaal 1,5 m, uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden, bijvoorbeeld menstoegankelijke wandelkappen, schaduwhallen en hagelnetten; permanent: teeltondersteunende voorzieningen met een permanent karakter, bijvoorbeeld containervelden, stellingenteelt (bakken in stellingen, regenkappen) en teeltondersteunende kassen (met inbegrip van tunnel of boogkassen).

2.96 Trekkershut Een klein vrijstaand gebouw, zonder eigen sanitaire voorzieningen, bestemd voor verhuur voor recreatieve doeleinden in de vorm van verblijfsrecreatie aan steeds wisselende wandelaars, fietsers, ruiters, kanoërs of autogebruikers, waarbij verhuur aan dezelfde personen maximaal 3 dagen/nachten mag zijn. 2.97 Tunnel Een werk of bouwwerk voorzien van een bedekking van lichtdoorlatend materiaal en dienend tot het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen. 2.98

Veehouderij

30

Agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. Een paardenhouderij wordt niet aangemerkt als veehouderij. 2.99 Verblijfsrecreatie Recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie, pension, bed & breakfast, kampeermiddel of trekkershut door personen die hun hoofdwoonverblijf elders hebben. 2.100 Verkoopvloeroppervlak De voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte ten behoeve van de detailhandel. 2.101 Vleeskuikenhouderij Een pluimveehouderij die gericht is op het houden van vleeskuikens. 2.102 Vloeroppervlak(te) De totale oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt. 2.103 Volkstuinen Grond waarop, anders dan ten dienste van een agrarisch bedrijf, op kleine schaal voedings- en/of siergewassen worden geteeld en voornamelijk ten eigen behoeve. 2.104 Voorgevelrooilijn De denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as van de weg op het betreffende bouwperceel; gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand.

2.105 Wabo De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 2.106 Waterhuishoudkundige voorzieningen Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals sluizen, duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 2.107 Watergang een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde watergang. 2.108 Woning Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, dan wel voor de huisvesting van maximaal 10 personen, die geen gezamenlijk huishouden vormen maar wel gezamenlijk gebruik maken van de

31

voorzieningen als ware het één huishouden. In het laatste geval dient sprake te zijn van een gebruiksoppervlakte van minimaal 12 m2 per persoon mits rookmelders zijn geplaatst conform woonfunctie nieuwbouw Bouwbesluit 2012 en in de keuken een goedgekeurde brandblusser is geplaatst. Binnen een woning is sprake van één zelfstandige wooneenheid. 2.109 (woon)Boerderij een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met in de bouwmassa opgenomen (voormalige) agrarische bedrijfsruimten, die samen een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon- en bedrijfsgedeelte van oudsher aan elkaar verbonden zijn) vormen.

2.110 Zelfstandige wooneenheid Een (deel) van een gebouw geschikt ten behoeve van wonen, waarin een zelfstandig huishouden kan worden gevoerd doordat elke eenheid beschikt over de daartoe strekkende voorzieningen (sanitair, kookgelegenheid en dergelijke). 2.111 Zorgvuldige veehouderij Veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.

Artikel 3 Wijze van meten 3.1 Afstand tot de zijdelingse perceelsgrens/bestemmingsgrens De kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens/bestemmingsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 3.2 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3.3 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3.4 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.5 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 3.6

De oppervlakte van een bouwwerk

32

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.7 De lengte, breedte en diepte van een bouwwerk Horizontaal tussen de buitenzijde van de gevels, draagconstructies of het hart van de scheidsmuren. 3.8 De hoogte van een windturbine Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=b4a6f48e-ad76-4d70-9ccf-361e9756fda9