RU23.11.08A RV Wijziging gemeentelijk beleid als gevolg inwerkingtreding Omgevingswet en aanpalende AMVB's enof regelgeving
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL (via commissie) BIJ ZAAKNUMMER: 2022079593 AGENDANUMMER: 08 Commissie Ruimte op 28 november 2023 Onderwerp: Wijziging gemeentelijk beleid als gevolg van inwerkingtreding Omgevingswet en aanpalende AMVB's en/of regelgeving.
Bijlage(n): Vergadering van:
-6-
12 december 2023
Agendanummer:
p.h.:
23.12.xx
de raad van de gemeente Asten Samenvatting Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking, inclusief de daarbij horende AMvB’s en/of andere regelgeving – in het vervolg samen te noemen: ‘de Omgevingswet’. Op grond hiervan moet een deel van ons gemeentelijke beleid worden herzien. Dit voorstel gaat over het vaststellen van het gemeentelijk beleid dat is aangepast aan de Omgevingswet en – indien van toepassing – het intrekken van het huidige beleid dat hetzelfde onderwerp regelt. Bovendien wordt uw raad gevraagd om een (tijdelijk) vangnet te creëren ten aanzien van het gemeentelijk beleid dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet is aangepast aan de Omgevingswet. Dit is één van de acties uit het "Spoorboekje besluitvorming Omgevingswet" (Verseon documentnummer 2022053198, laatst geactualiseerd per memo aan uw gemeenteraad, februari 2023, Verseon zaaknummer 2023011056). N.B. in de ‘Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2017’ (beslispunt 3) worden ook een 4-tal inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd, zie hieronder onder het kopje ‘Inleiding’. Beslispunten 1. vast te stellen de 'Verordening Uitvoering en Handhaving omgevingsrecht gemeente Asten 2024' (Verseon documentnummer 2022081675); 2.
in te trekken de 'Verordening Kwaliteit Vergunningen, Toezicht en Handhaving omgevingsrecht gemeente Asten 2018' op het moment dat de 'Verordening Uitvoering en Handhaving omgevingsrecht gemeente Asten 2024' in werking treedt; 3. gewijzigd vast te stellen de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2017 (Verseon documentnummer 2022087009); 4. vast te stellen de ‘Verordening Nadeelcompensatie gemeente Asten 2024’ (Verseon documentnummer 2022103823); 5. in te trekken de ‘Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008’, op het moment dat de ‘Verordening Nadeelcompensatie gemeente Asten 2024’ in werking treedt; 6. vast te stellen de ‘Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Asten 2024’ (Verseon documentnummer 2023073444);
JB
7. 8.
vast te stellen het ‘Beleidskader participatie gemeente Asten 2024’ (Verseon documentnummer 2023059679; te bepalen dat voor gemeentelijk beleid dat voor inwerkingtreding van de Omgevingswet en aanpalende AMvB's en/of regelgeving niet is aangepast aan de terminologie en grondslagen die gaan gelden bij inwerkingtreding van de Omgevingswet en aanpalende AMvB's en/of regelgeving, de gebruikte terminologie en grondslagen moeten worden gelezen als zijnde de terminologie en grondslagen die gelden op grond van de Omgevingswet en aanpalende AMvB's en/of regelgeving.
Inleiding Als gevolg van de Omgevingswet: ➢ moeten gemeentelijke beleidsstukken op het gebied van de fysieke leefomgeving technisch worden aangepast aan de nieuwe wettelijke grondslag en gewijzigde terminologie onder de Omgevingswet en ➢ moeten we bepaalde beleidsstukken ook nieuw vaststellen. Hieronder volgt een nadere uitleg per beleidsstuk. Beslispunt 1: vaststellen Verordening Uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente asten 2024 Beslispunt 2: intrekken Verordening Kwaliteit Vergunningen, Toezicht en Handhaving omgevingsrecht gemeente Asten 2018 De huidige Verordening Kwaliteit Vergunningen, Toezicht en Handhaving omgevingsrecht gemeente Asten 2018 (hierna: ‘Verordening VTH’) is door uw raad in 2018 vastgesteld. Deze Verordening VTH regelt de kwaliteit van de vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken (hierna: ‘VTH-taken’) onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: ‘Wabo’). Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking, waardoor de Wabo – en daardoor ook de grondslag voor de huidige Verordening VTH – vervalt. Een nieuwe verordening, de Verordening Uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Asten 2024 (hierna: ‘Verordening U&H’) vervangt vanaf dat moment de Verordening VTH. Ook deze nieuwe Verordening U&H regelt de kwaliteit van de VTH-taken, maar dan onder de Omgevingswet.
Het vaststellen van deze nieuwe Verordening U&H is een wettelijke verplichting waar alle gemeenten aan dienen te voldoen (één van de zogenoemde ‘minimale acties’ waaraan voldaan moet worden onder de Omgevingswet). Deze Verordening U&H is opgesteld overeenkomstig het VNG-model en treedt pas in werking als de Omgevingswet in werking treedt. Tegelijk met inwerkingtreding van de Verordening U&H wordt de Verordening VTH ingetrokken. Dit betreft inhoudelijk een beleidsneutrale omzetting. De nieuwe Verordening leidt namelijk niet tot beleidsmatig nieuwe keuzes. De oude (huidige) verordening is gebaseerd op de Brabantbrede verordening VTH inclusief kwaliteitscriteria. De provincie heeft aangegeven dat de Brabantbrede verordening VTH vooralsnog wordt losgelaten en de landelijke lijn moet worden gevolgd, oftewel dat gemeenten gebruik moeten maken van het VNG model voor de verordening U&H. In het gebruikte VNG-model zit overigens wel een dynamische verwijzing naar de kwaliteitscriteria ‘die in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkeld en beschikbaar gesteld zijn’, reden waarom – als de kwaliteitscriteria verder worden ontwikkeld en/of aangepast – de verordening niet hoeft te worden aangepast. Ook houden we zo in bepaalde mate de koppeling met c.q. een haakje naar de kwaliteitscriteria, die mede ten grondslag lagen aan de Brabantbrede verordening.
Beslispunt 3: gewijzigde vaststelling Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2017 Dit betreft het wijzigen van (met name) terminologie in de Algemene Plaatselijke Verordening (in het vervolg: APV), om aan te sluiten bij de Omgevingswet, en een aantal ambtshalve wijzigingen. De gewijzigde APV treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt c.q. een dag voordat de Omgevingswet in werking treedt ten aanzien van een aantal onderdelen (zie artikel 2 van het wijzigingsbesluit en de toelichting daarop, documentnummer 2022087009). Het grootste deel van de wijzigingen betreft de technische wijzigingen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze zijn in de geconsolideerde versie met geel gemarkeerd. Voor de technische wijzigingen in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben we gebruik gemaakt van de modellen van de VNG. Voor de lokale artikelen in onze APV, die dus niet in de modellen van de VNG voorkomen, hebben we de wijzigingen zoveel mogelijk zelf doorgevoerd. Daarnaast zijn er ambtshalve enkele inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Uit praktische overwegingen combineren we deze (relatief kleine) inhoudelijke wijzigingen met dit overkoepelende raadsbesluit over technisch aanpassen van beleid en verordeningen.
Deze inhoudelijke wijzigingen zijn in het bijgevoegde wijzigingsbesluit en de toelichting daarop en in de was-wordt-tabel met blauw gemarkeerd. In de toelichting is nadere informatie over deze wijzigingen opgenomen. Het betreft de volgende onderdelen: - artikel 2:48 en 2:74a (openbaar drugsgebruik); aangepast in lijn met de modelverordening om niet in de knel te komen met de feitcodes van het OM en het eventueel op termijn vervallen van het lachgasartikel; - artikel 4:5 lid 2 (onversterkte muziek); aangepast om ervoor te zorgen dat bespelingen van het carillon van de kerk voor maximaal 20 uur per week mogen plaatsvinden, zonder dat daarvoor de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit milieubeheer in combinatie met de APV gelden; - artikel 4:11d (illegale kap van bomen); om de illegale kap van particuliere bomen – met name grote, waardevolle bomen – beter tegen te kunnen gaan, kan na deze wijziging naast een herplantplicht ook de boomwaarde in rekening worden gebracht wanneer een particuliere boom zonder benodigde vergunning wordt gekapt; - artikel 5:34 lid 3 (stoken van vuur in openlucht); het toegevoegde lid 3 geeft een nadere invulling aan het begrip ‘gevaar’, om onduidelijkheid en discussie hierover te voorkomen. Voor een uitgebreidere toelichting op deze onderdelen wordt verwezen naar het wijzigingsbesluit en de toelichting daarop, documentnummer 2022087009.
Beslispunt 4: vaststellen Verordening nadeelcompensatie gemeente Asten 2024 Beslispunt 5: intrekken Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008 Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de grondslag van de huidige procedureverordening planschade (Wro). Als we geen verordening nadeelcompensatie met als grondslag de Omgevingswet vaststellen, betekent dit dat we kwetsbaar zijn voor aansprakelijkheid als gevolg van Omgevingswet-besluiten. Met het vaststellen van een verordening nadeelcompensatie ondervangen we dit. We hebben hiervoor aansluiting gezocht bij de modelverordening van de VNG. N.B. ‘nadeelcompensatie’ onder de Omgevingswet omvat tevens ‘planschade’. Beslispunt 6: vaststellen Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Asten 2024
3/6
Onder de Omgevingswet komt de huidige welstandscommissie te vervallen. Bij de minimale acties die een gemeente moet doen voor inwerkingtreding van de Omgevingswet is opgenomen dat er een adviescommissie moet worden ingesteld en dat de inrichting van deze commissie is geregeld. Deze adviescommissie – de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit – moet minimaal betrokken worden bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een Rijksmonument. Op grond van artikel 5 van deze verordening worden de leden (her)benoemd door het college. Totdat de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit officieel worden aangewezen, hebben we in artikel 16 van de verordening een overgangsbepaling opgenomen. Deze houdt kort gezegd in dat de leden die nu zijn benoemd ook worden geacht te zijn benoemd in de nieuwe commissie. Op grond van artikel 12 van de verordening stelt de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een reglement van orde vast. Voor de periode totdat een nieuw reglement van orde is vastgesteld, hebben we in artikel 17 van de verordening een overgangsbepaling opgenomen. Risico Het welstandsbeleid moet nog worden aangepast en minimaal worden omgezet qua terminologie naar de Omgevingswet. Hiervoor geldt tijdelijk de vangnetbepaling (zie het kopje hieronder).
Dit betekent dat in het beleid tijdelijk in plaats van ‘welstandscommissie’ moet worden gelezen ‘Commissie Ruimtelijke Kwaliteit’ en in plaats van ‘in de Woningwet’ moet worden gelezen ‘in of op grond van de Omgevingswet’. De huidige planning is om in 2024 te starten met een totale herziening van de welstandsnota (inhoudelijk en qua terminologie). Beslispunt 7: vaststellen Beleidskader participatie gemeente Asten 2024 Het onderwerp participatie vormt mede de grondslag van de gedachte achter de Omgevingswet-systematiek. Op grond van de nieuwe wet- en regelgeving is het voeren van een zorgvuldige dialoog echter niet hard handhaafbaar (zachte regel). Wij vinden het in Asten belangrijk om partijen vroeg te betrekken in de planvorming. Om die reden is participatie c.q. het voeren van een zorgvuldige dialoog al enige tijd verplicht gesteld voor bepaalde planologische ontwikkelingen (in het bestemmingsplan) en in onze toekomstvisie binnen het programma Vitale Democratie. Bovendien heeft het college in 2021 de ‘Handreiking Omgevingsdialoog’ vastgesteld (Verseon zaaknummers 2021023856 en 20221071478). Inmiddels is gebleken dat enkel deze handreiking onvoldoende is. Zowel in de landelijke ‘Motie Nooren’ als in de ‘klaar voor de start test’ van de VNG wordt vermeld dat de gemeenteraad participatiebeleid moet vaststellen. Participatiebeleid is onder de Omgevingswet dus verplicht.
Dit betekent dat het nodig is om beleid vast te stellen waarin staat op welke wijze wij uitvoering geven aan participatie bij het opstellen van omgevingswetdocumenten, zoals een omgevingsvisie, een programma of het omgevingsplan. Belangrijkste doel dat de motie hiermee voorziet is dat het voor toekomstige participanten vooraf duidelijk is wat zij op het gebied van participatie omtrent deze instrumenten mogen verwachten. Zo specifiek is ons programma Vitale Democratie niet en de handreiking Omgevingsdialoog ziet vooral toe op de voorfase (omgevingsvergunningen, principeverzoeken, ruimtelijke initiatieven). Om op een juridisch volledige manier invulling aan de ‘Motie Nooren’ te geven is het ‘Beleidskader participatie gemeente Asten 2024’ opgesteld. In dit beleidskader staan zowel de wettelijk vereiste uitgangspunten op het gebied van participatie bij omgevingsvisie, programma en omgevingsplan (zoals motiveringsplicht, kennisgeving), als de eerder vastgestelde uitgangspunten bij participatie in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning (de eerder opgestelde handreiking Omgevingsdialoog, die als
bijlage aan het beleid wordt toegevoegd). Op deze manier staan alle uitgangspunten overzichtelijk bij elkaar in 1 beleidskader. Hiermee voldoet het beleidskader aan het belangrijkste doel van de Motie Nooren: de toekomstige participant kan vóóraf lezen wat hij mag verwachten op het gebied van het te organiseren proces van participatie. Zowel waar het de omgevingswetdocumenten omgevingsvisie, omgevingsplan en programma betreft, als waar het participatie in het kader van omgevingsvergunningen betreft. Aandachtspunten Het vaststellen van het participatiebeleid is een actie die eerder niet is opgenomen in het Spoorboekje besluitvorming Omgevingswet. Omdat het participatiebeleid enerzijds gaat om het overnemen van een wettelijke verplichting (kennisgeving- en motiveringsplichten bij omgevingswetdocumenten vastleggen) en anderzijds om het in beleid vastleggen van al eerder genomen besluiten die wel onderdeel van het Spoorboekje uitmaken (handreiking omgevingsdialoog) achten wij het niet nodig deze actie alsnog in het Spoorboekje op te nemen. We hebben er ambtelijk bewust voor gekozen om geen inspraak of participatie te verrichten bij het opstellen van dit beleidskader. De reden is dat met het beleidskader enerzijds uitvoering wordt gegeven aan de wettelijke vereisten op het gebied van participatie (welke zich niet lenen voor inspraak of voor aanpassing vatbaar zijn).
Anderzijds is in het beleidskader staand beleid opgenomen (Handreiking Omgevingsdialoog). Hier is in 2021 reeds een zorgvuldig (participatie)traject voor georganiseerd (o.a. raadplegen van adviesbureaus die veel met de omgevingsdialoog moeten werken en betrekken van de commissie Ruimte in de vorm van wensen en bedenkingen). In de nu voorliggende handreiking zijn enkele kleine aanpassingen doorgevoerd. Omdat dit enkel aanpassing betreft die zorgen voor een betere aansluiting van de handreiking op de terminologie en het geschetste proces uit het beleidskader vraagt dit niet om nieuwe participatie. Beslispunt 8: vangnetbepaling Het is mogelijk dat we op dit moment niet alle gemeentelijke beleidstukken in beeld hebben die een wijziging op grond van de Omgevingswet behoeven. In de komende tijd kunnen we ontdekken dat er toch nog beleid is wat we (geheel of gedeeltelijk) willen behouden, maar wat wel zal moeten worden gewijzigd als gevolg van de komst van de Omgevingswet. Om het risico zo klein mogelijk te maken c.q. proberen te ondervangen dat we dit beleid dan niet meer toe kunnen passen, vragen we uw raad om deze vangnetbepaling vast te stellen. Risico Dit is juridisch gezien niet 100% waterdicht. Het is altijd de vraag hoe een rechter hiermee om zal gaan. Maar het is in ieder geval beter dan niets hiervoor te regelen.
Wat willen we bereiken Voldoen aan de wettelijke verplichting van de Omgevingswet. Wat gaan we daarvoor doen Met de voorliggende besluitvorming zetten we stappen om te voldoen aan de opgave die de Omgevingswet ons stelt ten aanzien van het technisch aanpassen en vaststellen van gemeentelijke beleidsstukken. Onderdelen van het beleid/verordeningen waar dit bestuurlijk behandelvoorstel op ziet (evenals het beleid/verordeningen die onder de vangnetbepaling vallen) worden in de komende jaren naar het omgevingsplan overgeheveld, vanuit de overweging om zoveel mogelijk regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving op 1 plek te regelen. Dat betekent dat er in de komende jaren dus meer besluitvorming op het gebied van ons beleid en de verordeningen te verwachten is.
5/6
Mogelijke alternatieven Het alternatief is het niet nemen van de voorgestelde besluiten. Het risico daarvan is dat ons beleid juridisch niet op orde is, door verouderde grondslagen en niet dekkende terminologie. In het ergste geval kan dit ertoe leiden dat we het beleid niet mogen toepassen. Toekomstagenda Asten 2030 / Vitale democratie Dit voorstel is onderdeel van het programma Transitie Omgevingswet, één van de 6 programma's die volgen uit onze Toekomstagenda Asten 2030. Het technisch omzetten van beleid en verordeningen is één van de stappen uit het Spoorboekje besluitvorming Omgevingswet, waarin is vastgelegd welke besluiten college en raad moeten nemen voordat de Omgevingswet in werking treedt. Risico’s Eventuele risico’s staan benoemd onder het kopje ‘Inleiding’. Communicatie De vaststelling en intrekking van de in dit voorstel opgenomen beleidsstukken worden op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt en gepubliceerd en vervolgens verspreid in de organisatie. Wat mag het kosten N.v.t. Bijlage(n)/ter inzage (incl.
Document-nr) 2022081675 Verordening Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht gemeente Asten 2024 2022087009 Wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2017 aan Omgevingswet (technische wijzigingen) 2022087015 Was-wordt-tabel Wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Asten 2017 aan Omgevingswet (technische wijzigingen) 2022103823 Verordening nadeelcompensatie gemeente Asten 2024 2023073444 Verordening commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Asten 2024 2023059679 Beleidskader participatie gemeente Asten 2024 inclusief bijlage Handreiking Omgevingsdialoog