RU23.11.05B Beheer- en beleidsplan wegen 2024-2028
Tekst van het document
Onderhouds strategie • Prestatie • Functie • Gebruik • Budget • Risico's Functioneel beheer
• Wegtype • Onderhouds maatregel • Jaar van aanleg
Uitvoering Onderhoud • Weginspectie • Maatregeltoets • Aanvullend onderzoek
• Planjaar • Maatregel • Kosten
Planning onderhoud
De gemeente Asten heeft de door het CROW gehanteerde onderhoudscycli afgestemd op de lokale onderhoudstrategieën en de lokale kennis.
27/54
6.3 Planmatig onderhoud Met functioneel beheer wordt ingezet op het creëren van veilige en beschikbare verbindingen. De onderhoudsstrategie is gericht op het zo lang mogelijk in stand houden van de verhardingen met tijdig en levensduur verlengend onderhoud. Voor efficiënt wegbeheer is het noodzakelijk om de juiste onderhoudsmaatregel op het juiste moment uit te voeren. Deze maatregelen en de daarmee gemoeide kosten zijn afhankelijk van het gewenste kwaliteitsniveau, de ouderdom van de verhardingen, het gebruik en de onderhoudshistorie. Wanneer welk onderhoud wordt uitgevoerd is per weg verschillend. Gemiddeld kan voor een weg de in onderstaande figuur weergegeven levenscyclus worden aangehouden.
De cijfers in bovenstaande onderhoudsmomenten:
figuur
staan
voor
Het tijdig uitvoeren van (planmatig) onderhoud voorkomt achteruitgang van de kwaliteit. Het uitstellen van onderhoud kan leiden tot het moeten nemen van zwaardere en duurdere maatregelen. Bijvoorbeeld: uitstel van het herstel van scheuren kan tot gevolg hebben dat er een gat ontstaat en er een grotere en duurdere reparatie uitgevoerd moet worden. Op wegen waar sprake is van uitgesteld onderhoud kunnen weersomstandigheden, in combinatie met hoge verkeersintensiteiten, van grote invloed zijn op de ontwikkeling van schades met als gevolg een groter risico op onveilige situaties en hogere herstelkosten. Tijdens het planproces wordt de planning meerdere malen geoptimaliseerd. Op basis van aanvullende (onderzoeks)gegevens en inbreng van andere disciplines wordt een integraal afgewogen meerjarenplanning samengesteld. Naast het combineren van werkzaamheden wordt gekeken naar de financiële onderhoudsopgave en de mogelijkheid of door slim plannen en het tijdig uitvoeren van onderhoud, de verwachte piek in de vervangingen afgezwakt kan worden.
onderstaande
1. Aanleg van de wegconstructie; 2. Plaatselijk onderhoud (onderhoud op maximaal 50% van het oppervlak); 3. Groot onderhoud (onderhoud op 100% van het oppervlak); 4. Rehabilitatie aan het einde van de levensduur’; 5. Minimum van kwaliteitsniveau B; 6. Minimum van kwaliteitsniveau C.
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
28/54
7. Financiën Om de wegen te beheren zijn budgetten nodig voor dagelijks, regulier en groot onderhoud en voor het vervangen van de verhardingen. Op basis van de CROW-onderhoudsstrategie zijn de hiervoor benodigde bedragen berekend. De budgetopbouw en de verantwoording dienen te voldoen aan de eisen van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten). De vraag is hoe de ambities kunnen worden waargemaakt met het beschikbaar budget. Hierbij kan gedacht worden aan meer inzetten op investeringen en meer integraal onderhoud, onder andere in combinatie met rioolonderhoud. Integrale afstemming van het beheerplan wegen en het maatregelenprogramma riolering kan leiden tot een geïntegreerde uitvoeringsplanning.
Het BBV is de basis voor de financiële kaders en uitvoering van het financiële beleid en beheer bij provincies en gemeenten. Voor de opzet en inhoud van de begroting en jaarrekening gelden wettelijke eisen die zijn vastgelegd in het BBV. BBV eist:
De ambitie en het beschikbaar onderhoudsbudget moeten in verhouding zijn.
De besteding van de voorziening dient meerjarig onderbouwd te worden met een beheerplan.
De voorziening mag niet negatief worden. Het inlopen van de onderhoudsachterstand moet met een meerjarenplanning inzichtelijk worden gemaakt.
7.1 Onderhoudsachterstand De onderhoudsachterstand is bepaald aan de hand van de huidige kwaliteit. De onderhoudsachterstand bedraagt € 720.000,-. Dit is onderhoud dat al eerder uitgevoerd had moeten worden. Technisch gezien is het verder uitstellen van dit onderhoud niet acceptabel. Vooral voor asfaltwegen is het belangrijk de achterstand weg te werken, om kapitaalvernietiging te voorkomen: Uitstel onderhoud zwaardere maatregel hogere kosten.
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
29/54
Voor het wegwerken van de onderhoudsachterstand moet conform de eisen van het BBV een voorziening worden gevormd. Hiervoor kan de huidige voorziening worden gebruikt.
7.2 Regulier groot onderhoud Regulier groot onderhoud omvat het planmatig onderhoud, zoals bepaald is met behulp van het geautomatiseerde wegenbeheerprogramma Obsurv in combinatie met de onderhoudsstrategie. Dit type onderhoud is nodig om het wegennet op een bepaald kwaliteitsniveau te brengen en/of te houden. Op basis van de door de gemeente gestelde ambitie, zijn drie scenario’s doorgerekend om de jaarlijkse kosten te bepalen van het groot onderhoud. Hierbij is gebruik gemaakt van de in hoofdstuk 4 genoemde structuurgebieden. Scenario 1:
Scenario 2: Scenario 3:
Kernen Asten, Heusden en Ommel op kwaliteitsniveau B, buitengebied op C Gehele areaal op kwaliteitsniveau B Gehele areaal op kwaliteitsniveau C
In tegenstelling tot de berekening van de onderhoudsachterstand, die is bepaald op basis van kwaliteit, zijn de berekeningen van het groot onderhoud gebaseerd op de onderhoudsstrategie, oftewel op basis van een vooraf vastgestelde onderhoudscyclus. Dit is conform de in 2019 gewijzigde beheersystematiek. De gemeente Asten hanteert een op de lokale situatie afgestemde onderhoudsstrategie.
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
7.2.1
Scenario 1
Kernen op kwaliteitsniveau B, rest op C Differentiatie in kwaliteitsniveaus op basis van de Beschrijving: onderhoudsstrategie. Risicogestuurd onderhoud door te prioriteren op basis van ligging en gebruik. In de kernen wordt groot onderhoud uitgevoerd op een hoger kwaliteitsniveau. In het buitengebied wordt onderhoud uitgevoerd op een lager kwaliteitsniveau. Dit geldt ook voor het klein onderhoud. Beheren op niveau C betekent de onderkant van Gevolgen: verantwoord wegbeheer. Er moet een inhaalslag worden gemaakt om de onderhoudsachterstand weg te werken en om de verhardingen op het gewenste kwaliteitsniveau te krijgen. Het moment dat niveau C wordt overschreden, oftewel Risico’s: kwaliteit D wordt bereikt, wordt de grens van verantwoord wegbeheer overschreden. Minimale kans op kapitaalvernietiging door tijdig ingrijpen bij schade en wanneer een reëel veiligheidsrisico ontstaat in de kernen, maar grote kans op kapitaalvernietiging en aansprakelijkheid bij ongevallen door slechtere staat van de verhardingen in het buitengebied. Jaarlijkse kosten: Asfalt: € 814.000 Elementen: € 404.000 Beton: € 26.000 + Totaal: € 1.244.000
30/54
7.2.2
Scenario 2
Gehele areaal op kwaliteitsniveau B Beschrijving: Geen onderscheid in kwaliteitsniveau, alles op B. Risicogestuurd onderhoud door te prioriteren op basis van gebruik. Er wordt groot onderhoud uitgevoerd op een hoger kwaliteitsniveau. Dit geldt ook voor het klein onderhoud. Gevolgen: Er moet een grotere inhaalslag worden gemaakt om de onderhoudsachterstand weg te werken en om de verhardingen op het gewenste kwaliteitsniveau te krijgen. Minimale kans op kapitaalvernietiging door tijdig Risico’s: ingrijpen bij schade en wanneer een reëel veiligheidsrisico ontstaat. Minimale kans op aansprakelijkheid bij ongevallen. Jaarlijkse kosten: Asfalt: € 936.000 Elementen: € 424.000 Beton: € 27.000 + Totaal: € 1.387.000
7.2.3
Scenario 3
Gehele areaal op kwaliteitsniveau C Beschrijving: Geen onderscheid in kwaliteitsniveau, alles op C. Er wordt onderhoud uitgevoerd op een laag kwaliteitsniveau. Dit geldt ook voor het klein onderhoud. Beheren op niveau C betekent de onderkant van Gevolgen: verantwoord wegbeheer. Er hoeft een minder grotere inhaalslag te worden gemaakt om de onderhoudsachterstand weg te werken en om de verhardingen op het gewenste kwaliteitsniveau te krijgen. Het moment dat niveau C wordt overschreden, oftewel Risico’s: kwaliteit D wordt bereikt, wordt de grens van verantwoord wegbeheer overschreden. Grote kans op kapitaalvernietiging en aansprakelijkheid bij ongevallen door slechtere staat van de verhardingen. Jaarlijkse kosten: Asfalt: € 772.000 Elementen: € 327.000 Beton: € 23.000 + Totaal: € 1.122.000 In bijlage 6 zijn de gebruikte onderhoudscycli voor kwaliteitsniveau C toegevoegd. Bij kwaliteitsniveau B wordt de levenscyclus verkort.
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
31/54
7.3 Dagelijks onderhoud
7.5 Overige kosten
7.3.1
Het benodigd budget voor het beheer en onderhoud van de wegen bestaat uit meer soorten kosten dan alleen die van regulier groot en dagelijks onderhoud en rehabilitaties. Hierna volgen de verschillende overige kostenposten.
Direct onderhoud en schadeherstel
Een deel van deze werkzaamheden wordt uitgevoerd door het team uitvoeringsdienst Asten-Someren en de rest door een civieltechnische aannemer. Voor deze werkzaamheden wordt jaarlijks een budget beschikbaar gesteld. In 2024 bedraagt dit budget € 65.000,-.
7.3.2
Klein onderhoud
De kosten voor het klein onderhoud zijn ook berekend met behulp van de onderhoudscycli, als percentage van het groot onderhoud. Dit percentage is afhankelijk van de samenstelling van het wegennet (type wegen en verhardingen). Omdat de kosten voor groot onderhoud per scenario verschillen, zijn de kosten voor klein onderhoud ook afhankelijk van het scenario. Hieronder staat een overzicht van de jaarlijkse kosten voor het klein onderhoud, minus het bedrag dat voor direct onderhoud beschikbaar is gesteld. (Bedragen in €)
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
68.000
83.000
55.000
Jaarlijks klein onderhoud
7.5.1
Om een indicatie te geven voor het benodigde budget is uitgegaan van door de gemeente opgegeven kentallen. De gemeente Asten heeft ongeveer 303.000 m2 onverharde en halfverharde wegen en paden in beheer. Het budget voor onderhoud van deze wegen en paden is bepaald op basis van ervaringen van de afgelopen jaren. Voor het onderhoud van de halfverharding wordt jaarlijks € 10.000,- gereserveerd.
7.5.2
Vervangingen worden gezien als investering en worden dus niet bekostigd uit het exploitatiebudget voor het groot onderhoud. Vervangingen oftewel rehabilitaties zijn vaak gekoppeld aan rioleringsprojecten of maken deel uit van herinrichtingsprojecten. Deze vallen buiten dit beheer- en beleidsplan, dus er wordt hierin geen apart budget opgenomen voor toekomstige vervangingsinvesteringen. Als zich een vervanging voordoet, wordt hiervoor apart budget aangevraagd. Het jaarlijks bedrag dat voor vervangingen moet worden gereserveerd bij een kwaliteitsniveau C, is ongeveer € 1,87 miljoen.
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
Wegmarkeringen
Om de kwaliteit van de wegmarkeringen op peil te houden, wordt hierop ook jaarlijks onderhoud uitgevoerd. Het budget voor het onderhoud van de markeringen is ingeschat op basis van een inventarisatie en bedraagt € 20.000,- per jaar.
7.5.3
7.4 Vervangingen
Half- en onverharde wegen
Bermonderhoud
De kosten voor het verlagen en aanvullen van bermen ten behoeve van een goede afwatering van de rijbaan zijn meegenomen in het budget voor regulier groot onderhoud. Daarnaast zijn er jaarlijks enkele gevaarlijke bermen waar geen wegonderhoud wordt uitgevoerd. Op basis van ervaringen van de gemeente Asten moet hiervoor jaarlijks € 30.000,- worden gereserveerd.
7.5.4
Onderzoek, advies en weginspecties
De basis van goed wegbeheer is een goed werkend en actueel wegbeheersysteem. Hierin staan alle voor het wegbeheer relevante gegevens
32/54
zoals soort arealen, kentallen, de actuele kwaliteit, etcetera. Dit wordt bijgehouden in het wegbeheerprogramma Obsurv.
onderhoud uitgevoerd te worden. Echter dient er in de budgetbepaling voor de lange termijn al wel rekening mee worden gehouden.
Om de actuele kwaliteit van de verhardingen inzichtelijk te maken en te houden, wordt conform de CROW-norm één maal per twee jaar het gehele areaal verhardingen geïnspecteerd.
Een manier om dit te berekenen is door voor de toename van het oppervlak (indien bekend) te berekenen wat de extra onderhoudskosten zullen worden. Hiervoor gebruiken we de eenheidsprijzen per vierkante meter, gebaseerd op de onderhoudsstrategie. Per verhardingstype staan de gemiddelde eenheidsprijzen weergegeven in de hieronder staande tabel. Uitgangspunt hierbij is kwaliteitsniveau C.
De kosten voor onderzoeken, advisering en weginspecties bedragen op basis van ervaring jaarlijks € 40.000,-.
7.5.5
Geluidreducerend asfalt
In de gemeente Asten zijn geluidreducerende deklagen aanwezig op onder andere de Voordeldonk, Lienderweg en Heesakkerweg. De onderhoudskosten van deze stille wegdekken zijn hoger dan die van een standaard deklaag. Hiervoor moet dus een hoger bedrag worden gereserveerd. Het onderhoud van geluidreducerende deklagen valt op de begroting onder de post ‘regulier groot onderhoud wegen’. Hiervoor is dus geen extra onderhoudsbudget gereserveerd. Indien er in de toekomst voor wordt gekozen om op nieuwe locaties een geluidsreducerende deklaag aan te brengen, moet het onderhoudsbudget hierop worden aangepast.
7.5.6
Areaaluitbreiding
Het areaal verhardingen in beheer bij de gemeente neemt door uitbreidings- en inbreidingsplannen jaarlijks toe. Enkele plannen die momenteel spelen binnen de gemeente zijn: • • •
Loverbosch fase 2 & 3; Heusden-Oost fase 3; Diverse inbreidingslocaties.
De te verwachten toename van de oppervlakte is nog niet in het beheersysteem opgenomen. Deze wordt dus ook niet meegenomen in de budgetberekeningen. Omdat het hier nieuwe verhardingen betreft, hoeft er op korte termijn nog geen
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
(Bedragen in €)
Asfalt
Elementen
Beton
Groot onderhoud
0,95
0,49
0,78
Vervanging
1,06
1,37
0,88
Totaal
2,01
1,86
1,65
7.5.7
Afvoer teerhoudend asfalt
Bij de berekening van het benodigd budget, wordt gerekend met eenheidsprijzen per vierkante meter. Voor deze prijzen is uitgegaan van teervrije constructies. Door onzekerheid over de teerhoudendheid van de wegen die voor onderhoud in aanmerking komen, zijn de eventuele extra kosten hiervoor niet meegenomen bij de budgetbepaling. Buiten de bebouwde kom wordt veelal een alternatieve maatregel toegepast waarbij de teer in de bestaande constructie blijft zitten. De kosten van teerhoudend asfalt bedragen circa € 70,00 per ton.
7.6 Financieel overzicht Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle structurele jaarlijkse kosten in de periode 2024 – 2028. De kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht (VAT) zijn hier buiten beschouwing gelaten.
33/54
(Bedragen in €)
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
(Bedragen in €)
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Groot onderhoud
1.244.000
1.387.000
1.122.000
Storting in voorziening
836.845
836.845
836.845
Direct onderhoud
65.000
65.000
65.000
Beschikbaar jaarlijks budget
65.000
65.000
65.000
Klein onderhoud
68.000
83.000
55.000
Totaal benodigd
1.477.000
1.635.000
1.342.000
Half- en onverharde wegen
10.000
10.000
10.000
Beschikbaar -/- benodigd
-575.155
-733.155
-440.155
Wegmarkeringen
20.000
20.000
20.000
Bermonderhoud
30.000
30.000
30.000
Onderzoek, advies en weginspecties
40.000
40.000
40.000
Geluidreducerend asfalt
0
0
0
Areaaluitbreiding
0
0
0
Afvoer teerhoudend asfalt
0
0
0
1.477.000
1.635.000
1.342.000
Totalen per jaar
Alle in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn inclusief de toeslagpercentages voor: verkeersmaatregelen, uitvoeringskosten, algemene bedrijfskosten, winst & risico, maar exclusief VAT en 21% btw. De prijzen waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd zijn gebaseerd op GWW-kosten.nl van IGG Bouweconomie met prijspeil maart 2023.
7.7 Huidig beschikbaar budget In onderstaande tabel worden de benodigde jaarlijkse budgetten uit de in dit beheer- en beleidsplan uitgewerkte drie scenario’s vergeleken met de beschikbare budgetten uit de huidige begroting. Hierbij worden het totaal van het jaarlijks beschikbaar budget en de voorziening wegen vergeleken met het totale benodigde budget.
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
34/54
8. Conclusie en advies De basis voor goed wegbeheer is het op orde brengen en houden van de vaste gegevens van het wegennet, zoals locatie, constructie, gebruik en omvang. De gemeente Asten maakt gebruik van Obsurv als beheersysteem. Dit geeft een accuraat en betrouwbaar beeld van de werkelijkheid, en wordt voortdurend geactualiseerd en aangevuld. Alle in dit beheer- en beleidsplan genoemde hoeveelheden en bedragen zijn gebaseerd op de huidige stand van het beheersysteem. De kwaliteit van de wegverhardingen is afgeleid van de visuele weginspectie conform de CROW-richtlijnen. Gemiddeld ligt deze op niveau B. Dit wil zeggen dat 90% van het areaal verhardingen minimaal kwaliteit B of hoger heeft.
Conclusie: De gemiddelde kwaliteit van het gehele wegennet ligt op niveau B (Basis). Uit de inspectieresultaten blijkt dat in totaal 4% (55.000 m2) van de verhardingen een kwaliteit D (zeer laag) heeft. Dit betreft de onderhoudsachterstand. Technisch gezien is het verder uitstellen van dit onderhoud niet acceptabel. Het wegwerken van deze onderhoudsachterstand kost in totaal € 720.000.
Advies: Om de onderhoudsachterstand weg te werken, moet conform de eisen van het BBV een voorziening worden gevormd. De financiering van het onderhoud gebeurt in de gemeente Asten al door het gebruik van een voorziening. Voor het wegwerken van de onderhoudsachterstand kan de huidige voorziening worden gebruikt. Ten opzichte van 2014 is de kwaliteit van de asfaltverhardingen iets toegenomen. De kwaliteit van de elementenverhardingen is echter afgenomen. Het is uiteraard niet wenselijk dat deze trend doorzet en de kwaliteit nog verder afneemt. Gemiddeld genomen is over het gehele areaal de kwaliteit gelijk gebleven. Wel is het percentage A+ toegenomen.
Conclusie: De gemiddelde kwaliteit van het gehele wegennet is sinds 2014 gelijk gebleven. Om de wegen te beheren zijn budgetten nodig voor dagelijks onderhoud, regulier groot onderhoud en voor het vervangen van de verhardingen. Op basis
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
35/54
van de onderhoudsstrategie zijn hiervoor de benodigde bedragen berekend, uitgaande van 3 scenario’s: Scenario 1:
Scenario 2: Scenario 3:
Kernen Asten, Heusden en Ommel op kwaliteitsniveau B, buitengebied op C Gehele areaal op kwaliteitsniveau B Gehele areaal op kwaliteitsniveau C
Om aan bovenstaande en aan de ambitie te kunnen voldoen om het wegennet te onderhouden op kwaliteitsniveau C (scenario 3), moet het beschikbaar budget worden verhoogd. Om te voorkomen dat het kwaliteitsniveau van het wegennet daalt van het huidig niveau B naar C, adviseren wij te kiezen voor scenario 2.
In onderstaande tabel zijn de totale benodigde jaarlijkse budgetten voor groot onderhoud, klein onderhoud en de overige kosten voor wegbeheer voor deze drie scenario’s vergeleken met de beschikbare budgetten uit de huidige begroting. (Bedragen in €)
In de gebieden waar niveau C wordt toegelaten bestaat een grotere kans op kapitaalvernietiging en aansprakelijkheid bij ongevallen door een slechtere staat van de verhardingen.
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Storting in voorziening
836.845
836.845
836.845
Beschikbaar jaarlijks budget
65.000
65.000
65.000
Totaal benodigd
1.477.000
1.635.000
1.342.000
Beschikbaar -/- benodigd
-575.155
-733.155
-440.155
Advies: Vanuit het oogpunt van verantwoord wegbeheer is het advies om voldoende budget beschikbaar te stellen voor scenario 3. Om het huidige kwaliteitsniveau op peil te houden, wordt geadviseerd om te kiezen voor scenario 2.
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het beschikbaar budget bij alle drie de scenario’s lager ligt dan het benodigd budget.
Conclusie: Het beschikbaar budget is onvoldoende.
Beheren op niveau C betekent de onderkant van verantwoord wegbeheer. Het moment dat niveau C wordt overschreden, oftewel kwaliteit D wordt bereikt, wordt de grens van verantwoord wegbeheer overschreden.
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
36/54
Bijlage 1: De beheercirkel
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
37/54
Bijlage 2: Organisatie gemeente Asten
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
38/54
Bijlage 3: Wegbeheer A. Algemeen Het hoofddoel van wegbeheer als managementsysteem is informatie te verstrekken op netwerk- en projectniveau over het wegennet. In deze rapportage wordt de nadruk gelegd op het netwerkniveau. Bij het nemen van beslissingen op projectniveau is het wegbeheersysteem slechts één van de bronnen waarop de beslissingen worden gebaseerd. In deze bijlage worden de theoretische achtergronden van de systematiek Wegbeheer beschreven. Deze systematiek is in 2011 door Stichting CROW geactualiseerd. Tevens wordt beschreven welke informatie (berekeningsresultaten) het systeem biedt en op welke wijze deze informatie dient te worden gebruikt.
CROW aanleiding om de bestaande methodiek te evalueren en een nieuwe methodiek te introduceren. Het SHRP-NL onderzoeksprogramma (Strategic Highway Research Program Nederland) heeft CROW voorzien van nieuwe gedragsmodellen voor de systematiek. Verder hebben gemeenten, provincies, waterschappen e.a. inbreng gehad in de systematiek. In 2001 is de nieuwe systematiek van wegbeheer gepresenteerd in de CROW-publicaties 146 a, b, c en 147. Deze systematiek is in 2005 aangepast. In 2011 zijn de publicaties 146 a, b en 147 opnieuw geactualiseerd, publicatie 146 b en c zijn samengevoegd tot publicatie 146b. Hierbij zijn fouten gecorrigeerd en onduidelijke zaken verder toegelicht. Tevens is voegwijdte als extra schadebeeld toegevoegd bij elementenverharding.
C. Hoofdlijnen van de systematiek B. Historie De belangstelling voor een meer rationele aanpak van het wegonderhoud dateert van het begin van de jaren zeventig. In die tijd ging de belangstelling vooral uit naar de technisch inhoudelijke aspecten van het wegbeheer. De op dat moment beschikbare hulpmiddelen voor het plannen van onderhoud, vooral meetmethoden en evaluatietechnieken, waren niet geschikt of waren te duur om op grote schaal te worden toegepast. De werkgroep R1 ‘Rationeel Wegbeheer’ van het S.C.W. (Studie Centrum Wegenbouw, nu CROW) heeft in 1987 een handleiding ‘Rationeel Wegbeheer’ gepubliceerd. Deze systematiek is gedurende 15 jaar op grote schaal door wegbeheerders in Nederland toegepast (provincies, gemeenten en waterschappen).
Binnen de systematiek voor wegbeheer kunnen de volgende hoofdactiviteiten worden onderscheiden: 1. Het verzamelen en actueel houden van gegevens van het wegennet (locatie, constructie, gebruik, omvang en kwaliteit van de verhardingen). 2. Het interpreteren en verwerken van deze gegevens tot een indicatieve financiële meerjarenplanning van het verhardingsonderhoud. 3. Het samenstellen van een rapportage voor het bestuur op grond waarvan het bestuur beslissingen kan nemen. 4. Het nemen van beslissingen door het bestuur, in het algemeen over beschikbare budgetten en prioriteiten. 5. Het uitvoeren van het vastgestelde plan binnen de gestelde randvoorwaarden door de technische dienst.
Technische wijzigingen, zoals de introductie van nieuwe deklagen en veranderingen in bestuurlijke processen, waren in de jaren negentig voor
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
39/54
Deze rapportage is vooral gericht op hoofdactiviteit 2 en 3. Als hulpmiddel bij de hoofdactiviteiten 1 en 2 heeft Sweco het softwarepakket Obsurv ontwikkeld. Dit systeem bestaat uit drie hoofdgroepen: het beheren van gegevens van het wegennet; het opstellen van planningen en begrotingen; het presenteren van resultaten.
Bij de globale visuele inspectie worden de verhardingskenmerken textuur, vlakheid, samenhang en waterdichtheid van de verharding beoordeeld aan de hand van zogenoemde schades (Tabel 1). De schadecatalogus van CROW geeft definities en inspectie-voorschriften voor schades op asfaltbeton-, elementen- en cementbetonverhardingen.
Tabel 1
Verhardingskenmerken en schade
D. Het beheren van gegevens van het wegennet
Schades
In onderstaande paragrafen wordt kort ingegaan op het beheer van gegevens conform de CROW-systematiek en Obsurv.
Verhardings-kenmerk
Asfaltbeton
Elementen
Cementbeton
Textuur
Rafeling
-
-
Vaste gegevens
Vlakheid
Dwarsonvlakheid
Dwarsonvlakheid
Oneffenheden
Oneffenheden
Oneffenheden
Samenhang
Scheurvorming
-
Scheurvorming
Waterdichtheid
-
-
Voegvulling\
De vaste gegevens van het wegennet staan geregistreerd in het beheersysteem. Vaste gegevens zijn de (fysieke) zaken die niet of nauwelijks veranderen in de tijd. Voorbeeld van de vaste gegevens zijn: verhardingssoorten, oppervlakten en constructietypen. Ook gegevens over de locatie, zoals lengte, begin- en eindpunt, het wegtype en de geografische ligging, behoren tot de vaste gegevens.
Variabele gegevens De resultaten van de inspectieronde zijn in het systeem in te lezen. Deze resultaten zijn te bestempelen als de variabele gegevens in het gegevensbestand: de kwaliteit van de verhardingen zal, zonder onderhoud, in de tijd verslechteren. Bij de ene weg zal dit sneller gaan dan bij de andere. Door het jaarlijks uitvoeren van een inspectie blijven de kwaliteitsgegevens steeds actueel en kan snel op gewijzigde omstandigheden worden gereageerd.
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
Facultatieve schades Randschade
Voegwijdte
Zetting
Zetting
Zetting
Iedere schade dient naar ernst en omvang te worden gewaardeerd.
Bij de globale visuele inspectie worden drie ernstklassen (licht (L), matig (M) of ernstig (E)) en drie omvangklassen (gering (1), enig (2) of groot (3)) onderscheiden. Een combinatie van een ernstklasse én een omvangklasse geeft dus de kwaliteit van een schade aan, bijvoorbeeld E1 of M2. Wanneer
40/54
een bepaalde schade matig is en in enige mate voorkomt, wordt als waardering een M2 gegeven.
In Tabel 2 zijn de mogelijke ernst-omvangklasses per schade weergegeven. Van links naar rechts is de ernstklasse (L, M of E) aangegeven en van boven naar beneden de omvang-klasse. Hoe de ernst- en omvangklasse wordt bepaald, is nader toegelicht in publicatie 146 van CROW.
Tabel 2
Schadecijfers visuele inspectie Licht (L) Matig (M) Ernstig (E)
Geringe omvang (1)
L1
M1
E1
Enige omvang (2)
L2
M2
E2
Grote omvang (3)
L3
M3
E3
Naast de hierboven genoemde schadecijfers is ook het cijfer 0 toe te kennen aan wegvak-onderdelen waar geen schade aanwezig is (goed).
Nadat de inspectie is uitgevoerd, worden de resultaten hiervan ingevoerd in het beheer-systeem. Uit de inspectie volgt de actuele kwaliteit per wegvakonderdeel. De actuele kwaliteit per wegvakonderdeel wordt daarna getoetst aan de richtlijn. Voor elke schade is een richtlijn opgesteld. De richtlijn is door CROW vastgesteld als een grens tussen twee schadecijfers, bijvoorbeeld tussen M2 en M3. Deze richtlijnen geven een minimum aan: zij zijn de onderkant van verantwoord wegbeheer. Ze zijn zo opgesteld dat het technisch noodzakelijke onderhoud in de juiste periode wordt gepland: niet te vroeg en niet te laat. Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
Veiligheid, duurzaamheid, comfort en aanzien hebben bij het opstellen van de richtlijnen een rol gespeeld. Als de richtlijn wordt overschreden, dan plant het systeem dit onderdeel automatisch in de korte termijn (planjaar 1-2). Indien de richtlijn niet wordt overschreden, dan bepaalt het systeem aan de hand van gedrags-modellen of waarschuwingsgrenzen het planjaar van onderhoud. Op deze manier kunnen wegvakonderdelen in de middellange termijn gepland worden (3-5 jaar) of de lange termijn (> 5 jaar). De richtlijnen en waarschuwingsgrenzen zijn gespecificeerd in tabel A8 tot en met A14 in hoofdstuk A4 van publicatie 147 van CROW.
Voor de schade ‘oneffenheden’ bij elementenverhardingen van het wegtype 3 (gemiddeld belaste weg, bijvoorbeeld een stadsontsluitingsweg) ligt de richtlijn tussen de schadecijfers M2 en M3. De klasse boven de richtlijn is daarom M3. Indien voor het wegvakonderdeel het schadecijfer ‘6’ wordt gegeven, dan is de aanwezige schade groter dan de richtlijn en wordt dit onderdeel gepland in planperiode 1-2. Wanneer een geïnspecteerde schade méér dan één klasse boven de richtlijn is (in het voorbeeld E1, E2 of E3), dan is er sprake van achterstallig onderhoud. Wegvakonderdelen waar sprake is van achterstallig onderhoud, worden automatisch gepland in planperiode 1-1. Op deze manier worden alle geïnspecteerde wegvakonderdelen in een bepaalde planperiode gepland. In de CROW-systematiek worden alleen de wegvakonderdelen gepresenteerd die in de korte (1-2 jaar) of middellange termijn (3-5 jaar) vallen. Onderdelen die in de planperiode > 5 jaar vallen, zijn voor de planning niet meer van belang en worden niet meer gepresenteerd. Sweco heeft een eigen methode ontwikkeld voor het opstellen van een planning voor de planperiode 6-10 jaar als aanvulling op de CROW-systematiek. Die is weergegeven in figuur 1.
41/54
Elementen Dwarsonvlakheid
Ernstig
< 5 m1 per 100 m1
Oneffenheden
Ernstig
< 3 st per 100 m1
In Figuur 2 is een voorbeeld te zien van de schades dwarsonvlakheid en rafeling.
Figuur 1
Visuele weergave koppeling richtlijn en planperiode
Klein onderhoud Klein onderhoud komt voor bij wegvakonderdelen als de schadebeelden ernstig zijn, maar op zeer geringe oppervlakten van die betreffende onderdelen voorkomen. Een overzicht hiervan is te vinden in onderstaande tabel.
Figuur 2
Schades dwarsonvlakheid en rafeling
E. Opstellen van planningen en begrotingen De wegbeheersystematiek maakt onderscheid in drie planningstermijnen:
Tabel 3 Asfalt
Klein onderhoud omvangstabel Klasse
Omvang
Rafeling
Ernstig
< 5% totale oppervlak
Dwarsonvlakheid
Ernstig
< 5 m1 per 100 m1
Oneffenheden
Ernstig
< 3 st per 100 m1
Scheurvorming
Ernstig
< 5 m1 per 100 m1
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
korte termijn (planjaren 1-2); middellange termijn (planjaren 3-5); lange termijn (planjaren > 5). Korte en middellange termijn (Basisplanning) De kosten die nodig zijn voor het onderhoud aan de verhardingen in de planjaren 1-5 jaar, zijn op basis van de actuele onderhoudstoestand te bepalen. Door het uitvoeren van een globale visuele inspectie is inzicht te
42/54
krijgen in deze actuele onderhoudstoestand van de verhardingen. Bij het maken van de basisplanning en -begroting wordt gebruik gemaakt van deze actuele onderhoudstoestand. Met behulp van Obsurv worden de cijfers van de globale visuele inspectie in het databestand geïmporteerd en verwerkt. In Obsurv kan men nu verschillende planningen maken waarvan de basisplanning en -begroting de meest toegepaste is. Naast deze planning zijn er nog alternatieve planningen (afgevlakte planning en de budgetplanning) mogelijk in Obsurv.
Het verschil tussen deze planningen is hierin gelegen dat de basisplanning en -begroting inzicht geeft in hetgeen technisch noodzakelijk is. Hiertoe vergelijkt het systeem de aangetroffen schade met de richtlijnen die daarvoor gelden en prognosticeert het onderhoud dat moet worden gepleegd. Mits de inspectie goed is uitgevoerd, geeft het systeem de meest efficiënte combinatie van tijdstip en soort maatregel. Alternatieve planningen en begrotingen zijn gebaseerd op beperking van de beschikbare budgetten. De maatregelen en planjaren kunnen dan veranderen, omdat binnen de opgelegde criteria verschuivingen plaatsvinden.
Obsurv kent de volgende berekeningsmodellen: Basisplanning De basisplanning brengt in beeld wat het minimaal technisch benodigde budget is om het wegennet op verantwoorde wijze in stand te houden. De basisplanning is een gemiddelde planning: voor elk wegvakonderdeel wordt, op basis van de schade, een restlevensduurperiode berekend. In de basisplanning wordt een wegvakonderdeel gepland in het gemiddelde van die planperiode. Afgevlakte basisplanning
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
De afgevlakte basisplanning maakt gebruik van dezelfde criteria voor het bepalen van de onderhoudsbehoefte als de standaard basisplanning. Het verschil hierin is het feit dat er rekening wordt gehouden met het spreiden van het budget voor de onderhoudskosten. Zo ontstaat een evenredig benodigd budget over de gekozen planjaren. Budgetplanning Bij dit scenario wordt het systeem gevraagd de consequenties te berekenen van een opgegeven budget. Indien niet voldoende financiële middelen ter beschikking staan, zal het systeem wegvakonderdelen gaan verschuiven in de tijd op basis van door de wegbeheerder ingestelde prioriteiten, met als mogelijke consequenties het ontstaan van achterstallig onderhoud en kapitaalvernietiging. In paragraaf G wordt nader ingegaan op de prioriteitsstelling. Cyclusbudget (lange termijn) Naast het budget dat noodzakelijk is in de planjaren 1-5, is het voor een beheerder echter ook interessant om te weten wat het budget voor de lange termijn dient te zijn. Dit budget op lange termijn wordt het cyclusbudget genoemd. In afwijking van de basisbegroting voor de eerste 5 jaar, waar de kosten worden gerelateerd aan de actuele technische kwaliteit, wordt het cyclusbudget bepaald aan de hand van het daadwerkelijk aanwezige areaal verhardingen, ongeacht de onderhoudstoestand daarvan.
De cycluskosten zijn de gemiddelde jaarlijkse kosten om een vierkante meter verharding ‘eeuwigdurend’ in goede staat te houden. Deze cycluskosten worden gebaseerd op onderhoudscycli die een verharding in de loop van tijd vermoedelijk nodig zal hebben. De onderhoudscycli worden weer gebaseerd op de volgende drie factoren: het wegtype;
43/54
het verhardingstype; de ondergrond.
onderhoudsmaatregelen en een reconstructie nodig heeft om technisch in een goede conditie te blijven. Uitgangspunt in dit voorbeeld is dat er geen achterstand in het onderhoud aanwezig is. De kosten voor aanleg worden niet meegerekend daar deze in principe eenmalig zijn. Opgemerkt dient te worden dat aan het eind van elke cyclus is uitgegaan van een rehabilitatie (vervanging van de gehele wegconstructie). De cycluskosten zijn daarom maximale bedragen, daar een rehabilitatie financieel flink doorweegt in het cyclusbudget.
In Tabel 4 is een voorbeeld weergegeven van wat de onderhoudscyclus kan zijn voor een bepaalde wegtype met het verhardingstype asfalt op een specifieke ondergrond. (Let op: het betreft hier een fictief voorbeeld met fictieve bedragen).
Tabel 4 Jaar
Voorbeeld van een onderhoudscyclus afhankelijk van wegtype, verhardingstype en ondergrond Onderhoudsmaatregel Prijs/m²
0
Aanleg
--
7
Aanbrengen slijtlaag
€ 3,24
18
Aanbrengen deklaag
€ 15,03
25
Aanbrengen slijtlaag
€ 3,24
36
Aanbrengen deklaag
€ 15,03
45
Rehabilitatie (einde levensduur)
€ 39,16
In Obsurv wordt een selectie gemaakt op wegtype, verhardingstype en ondergrond en het oppervlak hiervan wordt vermenigvuldigd met de cycluskosten. Door de som van alle cyclusbedragen te nemen, kan men komen tot het cyclusbudget. In Obsurv is tevens de mogelijkheid om het cyclusbudget vast te stellen zonder rehabilitatiekosten. Bij het cyclusbudget, exclusief rehabilitatiekosten, wordt op het einde van de levensduur een constructieve maatregel toegepast in plaats van een rehabilitatie.
F. Het presenteren van de resultaten
€ 75,70 per 45 jaar = € 1,68 per jaar per m2.
Het einddoel van het wegbeheersysteem is het presenteren van de resultaten. Hiermee levert het systeem een wezenlijke bijdrage aan de communicatie tussen het bestuur, financiën en technici. Alle gegevens van kwantiteit, kwaliteit, onderhoud en kosten zijn te presenteren. Trends kunnen inzichtelijk worden gemaakt aan de hand van verschillende onderhoudsscenario’s. Als het beleid een keuze voor een bepaald budget maakt, kan het systeem de consequenties hiervan op het kwaliteitsniveau van een beleidsthema inzichtelijk maken.
In bovenstaand voorbeeld wordt ervan uitgegaan dat in een periode van 45 jaar de asfaltverharding, vanaf aanleg tot rehabilitatie, vier
De scores van de globale visuele inspectie geven per wegvakonderdeel een beeld van de kwaliteit. De technische kwaliteit van een bepaalde
Totale kosten over een periode van 45 jaar
€ 75,70
De cycluskosten per jaar voor bovengenoemd voorbeeld bedraagt dan:
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
44/54
verhardingssoort (asfalt, elementen of beton) wordt weergegeven in waarderingen ‘voldoende’, ‘matig’ en ‘onvoldoende’ per schade. Om beleidsmakers echter te kunnen informeren over de kwaliteit van het wegennet op netwerkniveau, zijn vier beleidsthema’s voor de verharding geformuleerd:
B
Waarschuwingsgrens is bereikt, binnen 5 jaar is onderhoud benodigd of er moet klein onderhoud worden uitgevoerd
C
Richtlijn is met 1 klasse overschreden, binnen 2 jaar is onderhoud benodigd
D
Achterstallig onderhoud, er is direct onderhoud noodzakelijk
aanzien; comfort; duurzaamheid; veiligheid.
G. Prioriteitstelling
Sinds 2007 wordt de kwaliteit van de openbare ruimte gedefinieerd door deze te beschrijven met behulp van kwaliteitsbeelden. Daarbij worden 5 onderhoudsniveaus gedefinieerd die variëren van zeer goed (A+) tot slecht (D). In de ‘Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2010’ (CROW-publicatie 288) zijn deze onderhoudsniveaus beschreven voor alle objecten in de openbare ruimte. In de kwaliteitscatalogus zijn schaalbalken opgenomen, waarmee met foto’s, beschrijvingen en prestatie-eisen het onderhoudsniveau meetbaar is gemaakt. Deze onderhoudsniveaus zijn eveneens gekoppeld aan de systematiek voor wegbeheer. Hierdoor kunnen de resultaten van de globale inspectie worden gepresenteerd in de beeldkwaliteitsniveaus A+, A, B, C en D.
Tabel 5 Omschrijving kwaliteitsniveaus Kwaliteitsniveau Omschrijving A+
Helemaal geen schade
A
Enige schade, maar de waarschuwingsgrenzen zijn nog niet bereikt
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
Bij een budgetplanning dient de beleidsmaker bepaalde prioriteiten te stellen. Dit is noodzakelijk wanneer er onvoldoende budget aanwezig is om alle wegen te onderhouden conform de opgestelde normen. Zo kan bij een budgettekort de voorkeur worden gegeven aan fietspaden en voetpaden. Is er dan nog voldoende geld beschikbaar, dan kunnen ook andere zaken onderhouden worden.
Prioriteiten worden gesteld op de onderstaande criteria: wegtype; beleidsthema; geografische ligging. Door in Obsurv een rangorde te geven (1, 2 en 3) aan de criteria, kan er gekozen worden om bijvoorbeeld het criterium Wegtype voorrang te geven op de andere criteria. Het hoogste cijfer betreft de hoogste prioriteit. Bij een budgettekort worden eerst die onderdelen gepland die een hoge prioriteit hebben. De gewenste onderdelen worden hieronder toegelicht.
45/54
Wegtype Binnen het criterium wegtype zijn standaard zeven onderdelen waaraan het cijfer 1 tot en met 7 kan worden toegekend. Deze onderdelen zijn:
hoofdweg; zwaar belaste weg; gemiddeld belaste weg; licht belaste weg; weg in woongebied; weg in verblijfsgebied; fietspad.
Het beleid kan dus stellen om bij budgettekort eerst de fietspaden te onderhouden en deze dus het hoogste prioriteitscijfer toe te kennen.
Beleidsthema Binnen het criterium beleidsthema zijn vier onderdelen waaraan het cijfer 1 tot en met 4 is toe te kennen. Deze onderdelen zijn:
aanzien; comfort; duurzaamheid; veiligheid.
Op deze manier kan bijvoorbeeld de voorkeur worden gegeven aan onderhoud van wegen waar de verkeersveiligheid in het geding is.
Geografische voorkeur
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
Binnen het criterium geografische voorkeur worden vijf onderdelen onderscheiden waarvan er één kan worden uitgekozen.
Uit de volgende onderdelen binnen het criterium geografische voorkeur kan een keuze worden gemaakt:
gemeente; woonplaats; wijk; buurt; locatietype.
Wanneer gekozen wordt voor een prioriteit op wijkniveau, kunnen bepaalde wijken voorrang krijgen op andere wijken.
Wanneer er budgettekort ontstaat, dient het beleid dus een prioriteitstelling toe te passen. Het criterium ‘wegtype’ kan voorrang krijgen op de criteria ‘beleidsthema’ en ‘geografische voorkeur’. Binnen het criterium ‘wegtype’ kan het wegtype ‘fietspad’ voorrang krijgen op de andere onderdelen.
In Tabel 6 is een voorbeeld gegeven hoe een prioriteitstelling kan worden ingevuld.
Tabel 6 Criteria
Voorbeeld prioriteitstelling Cijfer
Wegtype
3
Beleidsthema
2
46/54
Geografische voorkeur
2
Onderdeel wegtype
Cijfer
Hoofdweg
6
Zwaar belaste weg
4
Gemiddeld belaste weg
4
Licht belaste weg
2
Weg in woongebied
5
Weg in verblijfsgebied
1
Fietspad
7
Onderdeel beleidsthema
Cijfer
Aanzien
2
Comfort
3
Duurzaamheid
2
Veiligheid
4
Onderdeel geografie
Keuze
fietspad. Het hoogste cijfer geeft namelijk, zoals eerder vermeld, de hoogste prioriteit weer.
Het onderdeel geografie heeft in dit voorbeeld de laagste prioriteit. Binnen dit criterium kan bijvoorbeeld woonplaats, wijk, buurt, etcetera, worden voorzien van een prioriteit.
Opgemerkt dient te worden dat het hier een voorbeeld betreft en de cijfers die zijn weergegeven geen enkele overeenkomst vertonen met de prioriteitsstelling van welke opdrachtgever dan ook. Indien dit het geval is, berust dit op louter toeval.
Gemeente Woonplaats Wijk
XXXXXX
Buurt Locatietype
In bovenstaand voorbeeld wordt prioriteit gegeven aan het criterium ‘wegtype’ boven de andere criteria. Binnen dit criterium zijn de onderdelen eveneens voorzien van een prioriteit. Hierin is prioriteit gegeven aan het wegtype
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
47/54
Bijlage 4: Wettelijk kader en milieu Wettelijk kader Wegbeheer kan worden gedefinieerd als de zorg voor het blijven voldoen van alle verhardingen aan de wettelijke eisen en richtlijnen, een en ander binnen de beleidskaders vastgesteld door de beheerder.
BBV De gemeenteraad en het college moeten inzicht geven in de benodigde onderhouds-budgetten, op een financieel transparante wijze, op grond van artikel 12 BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Voor het beheer van de openbare ruimte is het gebruiken van een systematiek wettelijk verplicht. De begroting moet voortvloeien uit beleidskaders en de financiële consequenties daarvan. ‘Een essentieel onderdeel van de inhoud van deze paragraaf wordt bepaald door het gekozen ambitieniveau, de staat van onderhoud van de desbetreffende kapitaalgoederen en de kosten die hiermee gemoeid zijn. Hierbij dient in acht te worden genomen dat achterstallig onderhoud leidt tot kapitaalvernietiging en afwaardering wanneer sprake is van duurzame waardevermindering (artikel 65 van het BBV). Bij een tijdelijke waardevermindering vanwege achterstallig onderhoud (zonder afwaardering) dienen de lasten van het wegwerken van achterstallig onderhoud ineens ten laste van de exploitatie te worden gebracht’ (Bron. BBV, notitie kapitaalgoederen). Exploitatie is hier gedefinieerd als planmatig onderhoud. Een beheersystematiek dient tenminste te voldoen aan de volgende eisen: Het beleidskader moet aangegeven worden en het beheerbeleid moet hierop aansluiten. De financiële consequenties van deze kaders moeten in een begroting worden vertaald.
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
48/54
Tevens moet de beheerder ervoor zorgdragen dat de functie van de openbare ruimte kan worden vervuld. Voor wegen houdt dit in dat de beheerder ervoor moet zorgen dat de weggebruiker (waaronder ook fietsers en voetgangers) zich doelgericht, veilig en comfortabel over de openbare weg kan verplaatsen. Hier valt ook onder het verzamelen, verdelen en kruisen van verkeer, alsmede het vertrekken, keren, draaien, stoppen en stallen van voertuigen. Daarnaast heeft de beheerder zich te houden aan de wettelijke kaders zoals hierna beschreven.
Volgens artikel 21 van de Grondwet is de zorg van de overheid gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Het beheer van de openbare ruimte past in dit grondwetsartikel en van oudsher wordt de zorg voor een goede infrastructuur dan ook als een taak van de overheid gezien.
Volgens de Wegenwet moet de wegbeheerder zorgen dat de binnen zijn gebied liggende wegen in goede staat verkeren. Zonder aansprakelijkheid te scheppen, doet deze wet een beroep op de maatschappelijke plicht van de beheerder om op te treden als goed rentmeester. Daarbij wordt de beheerder verplicht om voorzieningen regelmatig en duurzaam te onderhouden. Tevens verplicht de Wegenwet wegbeheerders tot het bezit van een Wegenlegger. Deze Wegenlegger is een registratie-instrument waarin voor wegen buiten de bebouwde kom wordt aangegeven wie de beheerder is en wat zijn rechten en plichten zijn. De wegbeheerder dient in het kader van zijn verantwoordelijkheid te beschikken over basisgegevens (zoals eigendom, areaal of kwaliteit) om zich te kunnen oriënteren op de zaak waarover het gaat.
De Wegenverkeerswet 1994 verwacht dat de wegbeheerder streeft naar maatregelen die de veiligheid van de weggebruiker en de functionaliteit van Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
de wegen waarborgen. De wet doet een beroep op de publiekrechtelijke zorg van de wegbeheerder voor de veiligheid van de weggebruiker, maar schrijft geen maatregelen voor. Het gaat hierbij vooral om functioneel beheer. Met de inwerkingtreding van het nieuwe Burgerlijk Wetboek is ten opzichte van het oude Burgerlijk Wetboek de bewijslast omgedraaid. De beheerder kan nu aansprakelijk worden gesteld voor schade die iemand lijdt als gevolg van gebreken aan de weg. Dit betekent dat een preventief onderhoudsbeleid, een goede klachtenregistratie, regelmatige inspecties volgens de landelijk geaccepteerde methode en een goed werkend systeem van rationeel wegbeheer onontbeerlijk zijn.
Op basis van publicatie 185 ‘Handboek aansprakelijkheid beheer openbare ruimte’ van het CROW en A.O.G. (Aansprakelijkheids-Onderlinge van Gemeenten) is gebleken dat het aantal schadeclaims vooralsnog beperkt is toegenomen. Het percentage claims dat wordt toegekend, stijgt echter duidelijk, net als het aantal claims met letselschade. Dit heeft een negatieve invloed op de kosten, de tijdsbesteding en het imago van de beheerder. Claims hebben vooral betrekking op het beheerproduct ‘wegen’ en niet zozeer op bijvoorbeeld groen, water, reiniging. De cijfers onderbouwen in deze zin de noodzaak om aandacht te schenken aan het terugdringen van het aantal claims, vooral die met letselschade, vooral op het gebied van wegbeheer.
De wettelijke aansprakelijkheid kan worden onderverdeeld in twee hoofdvormen: risicoaansprakelijkheid en schuldaansprakelijkheid.
Risicoaansprakelijkheid Artikel 6:174 BW regelt de risicoaansprakelijkheid van de wegbeheerder, indien de schade het gevolg is van een gebrek aan de openbare weg. Er is
49/54
sprake van een gebrek aan de weg, indien de weg niet voldoet aan de eisen die men er onder de gegeven omstandigheden aan mag stellen en hierdoor een gevaarlijke situatie ontstaat. Dit houdt in dat de wegbeheerder aansprakelijk is voor schade als gevolg van een gebrek, ook al was hij niet op de hoogte van het gebrek. Aansprakelijkheid treedt in, onafhankelijk van de vraag of de wegbeheerder het gebrek kende of behoorde te kennen. Ook wordt voorbijgegaan aan de vraag of de wegbeheerder een verwijt valt te maken ten aanzien van de aanwezigheid van een gebrek. Is eenmaal vastgesteld dat schade is ontstaan als gevolg van een gebrek, dan is de enige mogelijkheid voor de wegbeheerder om onder de aansprakelijkheid uit te komen een beroep te doen op de ‘tenzijclausule’. De tenzijclausule houdt onder meer in dat de wegbeheerder niet aansprakelijk is, als er een zeer korte periode ligt tussen het ontstaan van het gebrek en het ontstaan van de schade. Een beroep op deze clausule dient goed te worden onderbouwd.
Schuldaansprakelijkheid Indien de schade niet het gevolg is van een gebrek aan de weg zelf maar van de aanwezigheid van losse voorwerpen of substanties op de weg (die geen deel uitmaken van de weg), kan als praktische vuistregel gesteld worden dat artikel 6:174 BW niet van toepassing is. In dergelijke gevallen dient de aansprakelijkheid te worden beoordeeld op grond van artikel 6:162 BW. Toerekenbaar tekortschieten van de wegbeheerder in zijn zorgplicht om de onder zijn beheer vallende wegen naar behoren te onderhouden, is een noodzakelijke voorwaarde voor aansprakelijkheid. Dit moet door de gedupeerde worden aangetoond. In tegenstelling tot artikel 6:174 BW, geldt voor artikel 6:162 BW dat de wegbeheerder aan de aansprakelijkheid kan ontkomen door aan te tonen dat hij niet op de hoogte was (of had kunnen zijn) van de betreffende situatie.
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
Zowel bij de risicoaansprakelijkheid als schuldaansprakelijkheid kan eigen schuld van de weggebruiker de schadevergoedingsplicht van de wegbeheerder verminderen. Geconcludeerd wordt dat de bepalingen uit het nieuwe Burgerlijk Wetboek over de aansprakelijkheid van de wegbeheerder niet zijn toegespitst op specifieke gevallen. In de rechtspraak wordt nader bepaald op welke wijze de wettelijke bepalingen worden toegepast. De wegbeheerder kan de kans op claims verkleinen door een goed functionerend onderhouds-, meldingen- en inspectieproces na te leven. De nadelige gevolgen van claims verminderen door een goed functionerend klachtenbehandelingsproces.
Milieu Wet milieubeheer De Wet milieubeheer is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan beschreven. De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet en bepaalt welk (wettelijk) gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen. De belangrijkste instrumenten zijn milieuplannen en programma's, milieukwaliteitseisen, vergunningen, algemene regels en handhaving. Ook bevat de wet de regels voor financiële instrumenten, zoals heffingen, bijdragen en schadevergoedingen. In Nederland wordt de praktische uitvoering gewoonlijk verder uitgewerkt in de vorm van een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB's) en/of een Ministeriële regeling met nadere richtlijnen, waarbij een of meerdere wetten als grondslag dienen. Het Besluit asbestwegen milieubeheer en het Besluit bodemkwaliteit zijn AMvB’s waar de wegbeheerder mee te maken krijgt.
50/54
Besluit asbestwegen milieubeheer Het Besluit asbestwegen milieubeheer bepaalt dat in (half-)verhardingen geen asbest aanwezig mag zijn. Indien het asbest voor 1 juli 1993 is aangebracht, kan het worden afgeschermd door een verharding die voldoet aan eenduidig vastgestelde eisen. Asbest dat na 1 juli 1993 is aangebracht, moet worden verwijderd. Indien deze wegen moeten worden gereconstrueerd, moet rekening worden gehouden met afvoer van het asbesthoudende materiaal en de kosten daarvan. Voor de verwijdering van asbest geldt geen saneringsplicht en asbest mag blijven zitten zolang het niet wordt ‘opgepakt’ of bewerkt.
niet wordt ‘opgepakt’ of bewerkt, zijn er geen problemen ten aanzien van het Besluit bodemkwaliteit.
Bij de bepaling van de onderhoudsbudgetten wordt in dit beheerplan geen rekening gehouden met eventuele meerkosten voor het behandelen en verwijderen van teerhoudend asfalt en eventuele onderzoekskosten van overige bouwstoffen, tenzij expliciet is vermeld dat deze kosten wel zijn bepaald.
Wet natuurbescherming Besluit bodemkwaliteit Een voor de wegbeheerder ingrijpende wettelijke regeling is het Besluit bodemkwaliteit. Dit heeft als doel vervuiling van de bodem en het oppervlaktewater te voorkomen. Het Besluit bodemkwaliteit stelt een aantal voorwaarden aan het (her-)gebruik van wegenbouwmaterialen. De stringente eisen die het Besluit stelt aan de mogelijkheden tot hergebruik kunnen tot kostenverhoging van de materialen en van de onderhoudswerkzaamheden leiden.
De wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden, plantenen diersoorten en houtopstanden en een wet die de natuurgebieden en soorten bos regelt. De wet zorgt ervoor dat de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Provincies bepalen voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. Dat doen zij aan de hand van nationale en internationale regels. Provincies geven ook vergunningen en ontheffingen af voor activiteiten in de buurt van natuurgebieden.
Geluid Een van de bepalingen in het Besluit bodemkwaliteit waarmee de wegbeheerder direct te maken krijgt, is dat teerhoudend asfalt sinds 1 januari 2001 onder hetzelfde regime valt als alle andere bouwstoffen. Indien bij het reconstrueren van wegen teerhoudend asfalt vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat dit asfalt moet worden aangeboden aan een erkende verwerker van teerhoudend asfalt. Indien met de juiste onderzoeksmethode wordt aangetoond dat het asfalt teervrij is, kan dit asfalt worden afgevoerd naar een asfaltcentrale om te worden hergebruikt in warm bereid asfalt. Er geldt geen saneringsplicht voor teerhoudend asfalt. Zolang dit blijft liggen en
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
Tegenwoordig zijn diverse asfalt- en elementenmaterialen beschikbaar die ook bij lagere snelheden het bandengeluid kunnen reduceren. Tot 30-50 km/u overheerst het motorgeluid, daarboven het bandengeluid. De te bereiken geluidsreductie is in de orde van 3 – 4 dB(A). Een reductie van 3 dB(A) betekent een halvering van het geluidsniveau. Verschillende gemeenten hanteren als beleid om op bepaalde typen wegen geluidsreducerende deklagen of elementen toe te passen.
51/54
Duurzaamheid De overheid zet hoog in ten aanzien van duurzaamheid. Voor beheer en onderhoud van wegen houdt dit in dat zorgvuldig moet worden omgegaan met energie, materialen, leefomgeving, natuur, landschap en water.
Om invulling te geven aan duurzaamheid bij wegbeheer, kan gebruik worden gemaakt van het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen in de GWW-sector van het CROW of het programma Duurzaam Inkopen van Agentschap NL ten aanzien van de productgroep wegen. Een aantal duurzame aspecten bij wegbeheer zijn: besparing op energie en CO2-uitstoot (bijvoorbeeld door toepassing van energiearm asfalt); duurzaam materiaalgebruik (bijvoorbeeld hergebruik van oud asfalt in nieuw asfalt of te kiezen voor betonstraatstenen met betongranulaat als toeslagmateriaal in plaats van grind; reductie van geluid (bijvoorbeeld door te kiezen voor een geluidarm wegdek); afvoer van afstromend wegwater (bijvoorbeeld een waterdoorlatende constructie); natuur en landschap (bijvoorbeeld een verdiepte ligging of een faunapassage.
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
52/54
Bijlage 5: Proces wegbeheer GVI
• wat: • Wanneer: • Resultaat:
Globale visuele inspectie conform CROW 146b Tweejaarlijks inzicht in kwaliteit
• Wat: • Wanneer: • Resultaat:
Opstellen basisplanning 1-5 jaar op basis van GVI Na afronden GVI Meerjaren basisplanning 1-5 jaar
• Wat:
Op basis van GVI en mutaties (BGT) actualiseren van het beheersysteem (Obsurv) Jaarlijks, door het hele jaar heen Actueel, Betrouwbaar en Compleet beheersysteem wegen
• Wat: Uitvoerings planning
• Wanneer: • Resultaat:
• Wat:
Basis planning
• Wanneer: actualiseren • Resultaat: beheersysteem
Integrale afstemming
uitvoeren maatregeltoets
• Wat: • Wanneer: • Resultaat
Integrale afstemming andere disciplines obv basisplanning Jaarlijks, na opstellen basisplanning prioritering planning, initiatiefnemer combi projecten en financiële bijdrage per discipline
• Wat: • Wanneer: • Resultaat:
Uitvoeren maatregeltoets obv planjaar 1 en 2 Na integrale afstemming geoptimaliseerde planning en begroting
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
voorbereiding uitvoering
• Wanneer: • Resultaat:
• Wat: Quickscan Winterschade actualisatie planning
Uitvoering projecten wegen
Opstellen uitvoeringsplanning op basis van gegevens maatregeltoets en integrale afstemming Jaarlijks Uitvoeringsplanning planjaar 1 en 2
Deelopdrachten opstellen iom aannemer, uitvoeren vooronderzoek, vergunningen, verkeersmaatregelen en communicatie Jaarlijks: begin van het jaar Deelopdrachten
• Wanneer: • Resultaat
Beoordelen verhardingen na winterperiode obv meldingen buitendienst, bewoners en risicowegen uit planning Jaarlijks: in het voorjaar Geactualiseerde planning en maatregelen
• Wat: • Wanneer: • Resultaat:
Uitvoeren deelopdrachten Jaarlijks gedurende gehele jaar Uitgevoerde projecten en verbeterde kwaliteit
53/54
Bijlage 6: Onderhoudscycli
Sweco | 2024-2028 Projectnummer: 51005745 Datum: 05-09-2023 Versie: D1.0 Document referentie: NL23-648800269-58746
54/54
Asfaltverharding, wegtype 2: Cyclus Asten Maatregel [omschrijving] 5% oppervlak repareren 40mm Vervangen deklaag (35mm) + 10% opp repareren 40mm Vervangen deklaag + tussenlaag (80mm) 10% oppervlak repareren 40mm Rehabilitatie; vervangen complete verh.constr / wap met overlaging Cyclusbedrag rehabilitatie Cyclusbedrag tussentijds onderhoud Cyclusbedrag rehabilitatie en onderhoud
Doorlooptijd [jaren] 13 18 32 46 50
Kosten [€/m²] 3,84 25,13 32,78 7,29 69,30 1,39 1,38 2,77
Doorlooptijd [jaren] 13 20 34 48 55
Kosten [€/m²] 3,84 25,13 32,78 7,29 69,30 1,26 1,26 2,52
Doorlooptijd [jaren] 13 22 36 52 60
Kosten [€/m²] 3,84 13,53 25,13 7,29 58,31 0,97 0,83 1,80
Asfaltverharding, wegtype 3: Cyclus Asten Maatregel [omschrijving] 5% oppervlak repareren 40mm Vervangen deklaag (35mm) + 10% opp repareren 40mm Vervangen deklaag + tussenlaag (80mm) 10% oppervlak repareren 40mm Rehabilitatie; vervangen complete verh.constr / wap met overlaging Cyclusbedrag rehabilitatie Cyclusbedrag tussentijds onderhoud Cyclusbedrag rehabilitatie en onderhoud
Asfaltverharding, wegtype 4: Cyclus Asten Maatregel [omschrijving] 5% oppervlak repareren 40mm 20% oppervlak repareren 40mm en aanbr enk.opp.beh. Vervangen deklaag (35mm) + 10% opp repareren 40mm 10% oppervlak repareren 40mm Rehabililtatie; vervangen asfaltconstructie / wap met overlaging Cyclusbedrag rehabilitatie Cyclusbedrag tussentijds onderhoud Cyclusbedrag rehabilitatie en onderhoud
Asfaltverharding, wegtype 5: Cyclus Asten Maatregel [omschrijving] 5% oppervlak repareren 40mm Vervangen deklaag (35mm) + 10% opp repareren 40mm 10% oppervlak repareren 40mm Rehabilitatie; asfalt vervangen (gem. 150mm) Cyclusbedrag rehabilitatie Cyclusbedrag tussentijds onderhoud Cyclusbedrag rehabilitatie en onderhoud
Doorlooptijd [jaren] 13 29 50 58
Kosten [€/m²] 3,84 25,13 7,29 64,12 1,11 0,63 1,73
Doorlooptijd [jaren] 13 38 54 60
Kosten [€/m²] 3,84 25,13 13,53 50,97 0,85 0,71 1,56
Doorlooptijd [jaren] 13 20 34 40 52 60
Kosten [€/m²] 3,84 25,13 7,29 25,13 7,29 50,97 0,85 1,14 1,99
Asfaltverharding, wegtype 6: Cyclus Asten Maatregel [omschrijving] 5% oppervlak repareren 40mm Vervangen deklaag (35mm) + 10% opp repareren 40mm 20% oppervlak repareren 40mm en aanbr enk.opp.beh. Rehabilitatie; asfalt vervangen (100mm) Cyclusbedrag rehabilitatie Cyclusbedrag tussentijds onderhoud Cyclusbedrag rehabilitatie en onderhoud
Asfaltverharding, wegtype 7: Cyclus Asten Maatregel [omschrijving] 5% oppervlak repareren 40mm Vervangen deklaag (35mm) + 10% opp repareren 40mm 10% oppervlak repareren 40mm Vervangen deklaag (35mm) + 10% opp repareren 40mm 10% oppervlak repareren 40mm Rehabilitatie; asfalt vervangen (100mm) Cyclusbedrag rehabilitatie Cyclusbedrag tussentijds onderhoud Cyclusbedrag rehabilitatie en onderhoud