RU23.10.05B Strategisch Plan Circulair Asten
Tekst van het document
Strategisch Plan Circulair Asten Een weergave in de circulaire transitie voor de gemeente Asten
1. Aanleiding Wij hebben in de ‘Toekomstagenda 2030’ verschillende maatschappelijke vraagstukken en ingrijpende transities opgenomen waaraan de komende jaren gewerkt wordt. Eén van deze agenda’s is ‘Klimaatbestendig en Energieneutraal Asten’, met de drie pijlers: klimaatadaptie, de energietransitie en circulariteit. Dit zijn alle drie zeer belangrijke duurzaamheidsvraagstukken die ook veel met elkaar te maken hebben. Vandaar dat in dit strategische plan onze circulariteitsvisie is opgenomen, om zodanig de klimaatopgaven zo integraal mogelijk op te pakken. Onderzoek Dit visiedocument is geschreven na een onderzoek over de mogelijkheden voor Asten (en andere decentrale overheden) om richting te geven aan een circulaire samenleving. Onze visie Wij nemen de landelijke circulaire doelstellingen over: in 2030 half circulair en in 2050 volledig circulair. Dit betekent dat wij streven naar een afvalvrije samenleving in 2050, waarbij elke reststroom hoogwaardig hergebruikt kan worden. In 2030 willen we half circulair zijn, waarbij de helft van de grondstoffen al gebruikt is of in de toekomst hoogwaardig kan worden hergebruikt. De landelijke doelstellingen nemen we ook over voor het Astens grondgebied als richtlijn. Dit wil zeggen dat we streven naar een half circulair Asten in 2030 en volledig circulair Asten in 2050.
Echter, om deze circulaire doelstellingen voor Asten breed te behalen, zijn we afhankelijk van onze inwoners, organisaties en andere overheden. Vandaar dat we de doelstellingen alleen als richtlijn opnemen als het gaat over het grondgebied Asten. Deze doelstellingen gelden wel voor onze gemeentelijke organisatie, wat zich vertaalt naar onze inkoop, beheer en dorpsplanning. Op deze manier worden wij een toekomstbestendige en duurzame organisatie. Wij streven ernaar deze doelstellingen te behalen door op verschillende transitieagenda’s gemeentelijke rollen in te zetten. Wij erkennen de gemeentelijke visierol, aanjaagrol, beheerrol, economische drijfveerrol en reguleerrol. Deze rollen willen we, afhankelijk van de kansen en de impact, inzetten op de volgende transitieagenda’s: Maakindustrie, Bouw & Infrastructuur, Kunststoffen, Consumptiegoederen en Biomassa & Voedsel. Verder zien we een bij sommige transitieagenda’s een meerwaarde in een provinciale of regionale aanpak. Vandaar dat wij de initiatieven vanuit de regio goed in de gaten houden en hierop inspringen wanneer ze worden aangedragen. Welke rollen en instrumenten we precies willen inzetten en bij welke agenda, staat beschreven in dit strategische plan.
2
2. Wat is een circulaire economie? Volgens het Rijk is de definitie van een circulaire economie: “In een circulaire economie worden spullen die nu nog als afval worden gezien, hergebruikt. Zo hebben we minder of geen nieuwe grondstoffen uit de aarde nodig”. Om spullen en grondstoffen langer en vaker te kunnen (her)gebruiken, is een nieuwe blik op onze economie nodig. De processen van consumptie en productie moeten anders ingericht worden. Systemen in de maatschappij moeten worden omgezet van lineaire productieprocessen naar (volledig) circulaire processen; waarbij grondstoffen niet verloren gaan maar steeds opnieuw gebruikt worden.
Figuur 1. Van een lineaire naar een circulaire economie. (PBL, 2018)
R-ladder Om te kijken hoe circulair we bezig zijn, maken we gebruik van de R-ladder, zie figuur 2. Hoe hoger je op de ladder zit, hoe meer materiaal en afval je bespaart. In de huidige economie wordt nog te veel op recycling gefocust, waarbij aan de achterkant van processen nog geprobeerd wordt materialen te herwinnen. Richting een circulaire economie zal ook aan de voorkant gekeken moeten naar grondstofbesparingen, waar meer wordt ingezet op refuse of reduce. Wij gebruiken de R-ladder als richtlijn voor onze strategie, waarbij we meer en meer zo hoog mogelijk op de ladder opereren.
Figuur 2. De R-ladder. (PBL, 2019)
3
2.1. Waarom een circulaire economie? We willen graag de aarde leefbaar houden en beter doorgeven aan de volgende generatie. Hiervoor is de transitie naar een circulaire economie essentieel. Het Rijk formuleert in het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 als volgt de noodzaak: “Vandaag de dag staan we voor grote duurzaamheidsopgaven. De grenzen van wat de aarde kan dragen, worden stelselmatig overschreden. De manier waarop we omgaan met de grondstoffen die we gebruiken voor producten, energie en voeding heeft grote negatieve gevolgen voor het klimaat, de biodiversiteit en de leefomgeving en gezondheid van mensen overal op de wereld. We zijn het aan huidige en toekomstige generaties verplicht om dit een halt toe te roepen en te zorgen dat de aarde leefbaar blijft.” Een andere kijk naar ons grondstofgebruik is noodzakelijk. We gebruiken wereldwijd meer dan drie keer zoveel grondstoffen als in 1970 en de verwachting is dat dit tussen nu en 2060 nogmaals zal verdubbelen. Dit is een groot maatschappelijk probleem: het winnen van grondstoffen veroorzaakt 90 procent van het mondiale biodiversiteitsverlies, 90 procent van het watertekort en de helft van alle uitstoot van broeikasgassen. De negatieve effecten zijn steeds zichtbaarder, met wereldwijd een toename van hittegolven, extreme droogte en overstromingen.
Ook in Asten worden negatieve effecten steeds merkbaarder: de luchtkwaliteit wordt verslechterd, mede door het overmatig gebruik van grondstoffen. Figuur 3. Maatschappelijke opgaven gekoppeld aan circulariteit (PBL, 2021)
Kwetsbaar voor leveringsrisico’s De vraag naar materialen en grondstoffen zal alleen maar toenemen door de toenemende bevolkingsgroei en welvaart. Dit komt met name naar voren in onze opgaves omtrent (woning)bouw en infrastructuur, maar ook voor het klimaatadaptief maken en het verduurzamen van onze samenleving zijn veel grondstoffen nodig. De toenemende vraag staat haaks tegenover de opgave om het grondstoffengebruik terug te dringen naar wat onze aarde ons kan bieden. Ook kan deze toenemende vraag van grondstoffen schaarste van materialen teweegbrengen, met oplopende prijzen als gevolg. Om deze leveringsrisico’s te beperken en de publieke belangen zoals voldoende energie, juiste gezondheidszorg en veiligheid, te waarborgen, is het belangrijk om nu proactief te handelen.
4
2.2. Hoe krijgt een circulaire economie vorm? De noodzaak voor het ontwikkelen van een circulaire economie als onderdeel van verduurzaming vertaalt zich ook naar Europees beleid. Zo is een circulaire economie één van de speerpunten van de European Green Deal; een actieplan met verschillende doelstellingen om klimaatverandering tegen te gaan. Het doel is om in 2050 een klimaatneutraal Europa te verwezenlijken. De concrete circulaire beleidskaders van de Europese Unie zijn uiteindelijk opgenomen in het Circular Economy Action Plan 2020. De nieuwe Europese wetgeving en richtlijnen leggen tevens de basis voor landelijk beleid omtrent circulariteit. Het Rijk heeft als doelstelling in 2050 een volledig circulair economisch systeem te hanteren. Dit is opgenomen in het grondstoffenakkoord. De verdere beleidsdoelstellingen zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023. Hierin staat onder meer de tussendoelstelling van 2030: de halvering van het gebruik van de hoeveelheid primaire abiotische grondstoffen; mineralen, metalen en fossiele grondstoffen gehaald uit de natuur. Deze zijn nader uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2021-2023 & het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030.
Provinciaal krijgt circulariteit vorm in de Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 20212023, waarin staat opgenomen welke interventies de provincie Noord-Brabant wil nemen binnen de transitieagenda’s: Maakindustrie, Bouw & Infrastructuur, Kunststoffen, Consumptiegoederen en Biomassa & Voedsel.
5
3. Gemeentelijke rollen Wij hebben als gemeente maar een begrensde invloed op de dorps brede circulaire transitie. Wij zijn hierin afhankelijk van anderen. Onze invloed op duurzamere processen en afvalreductie bij deze partijen is beperkt. Volgens internationaal onderzoek zijn er toch een aantal rollen die we kunnen innemen in de transitie naar een circulaire economie. Aan deze rollen zitten instrumenten gekoppeld. Op de volgende pagina’s staan deze universele circulaire rollen en de bijbehorende instrumenten beschreven. Figuur 4. Gemeentelijke circulariteitsrollen (Bieckmann & Bosch, 2020)
Visie Het hebben van een visie, duidelijke beleidskaders en gezamenlijke taal, helpt zowel intern als extern met een vloeiende transitie; iedereen heeft hetzelfde eindpunt in gedachte en er is een duidelijke weg ernaartoe. Het zorgt voor voorspelbaar beleid, vereenvoudigde samenwerking en een vereenvoudiging van de verantwoording van toekomstige beleidskeuzes. Aanjagen Het aanjagen van circulariteit binnen de maatschappij is een belangrijke publieke taak van de gemeente. Een gemeente kan een belangrijke rol spelen in de regie van het sluiten van grondstofkringlopen tussen verschillende lokale en regionale partijen. Op deze manier kan de reststroom van de ene als belangrijke materiaalstroom voor de andere dienen, wat een direct effect heeft op de hoeveelheid gebruikte primaire grondstoffen en de hoeveelheid afval. Ook kan een gemeente aanjagen middels het stimuleren van bewustwording, door te wijzen op de urgentie van het vraagstuk of te waarschuwen voor eventuele toekomstige wetgeving. Verder kan een gemeente de markt aanjagen door als ‘launching costumer’ te investeren in innovatieve bouwprojecten. Op deze manier dwing je als het ware de marktpartijen in toenemende mate na te denken over circulaire principes in de bedrijfsvoering, waarna duurzaam ondernemen steeds normaler en goedkoper wordt.
6
Beheren In de beheerrol van een gemeente staat centraal dat de gemeentelijke organisatie en haar handelen steeds circulairder wordt. Met de eigen inkoop en aanbesteding moeten meer en meer circulariteitseisen worden meegenomen, zodanig dat deze in lijn liggen met de doelstellingen van 2030 en 2050. Daarbij moet een gemeente circulariteit in ogenschouw nemen bij de dorpsplanning. Bij het inrichting van de openbare ruimte moet circulariteit moeten meegenomen, door te werken met duurzame materialen of door de natuur een prominentere rol te geven. Ook de infrastructuur in de brede zin moet geen belemmering vormen voor de circulaire transitie onder lokale partijen; wanneer (rechts-)personen van het fossiel gas af willen, moeten de publieke faciliteiten voor alternatieven op orde zijn. Echter, de gemeente is hierin ook afhankelijk van andere partijen, zoals hogere overheden, waterschappen, netbeheerders en ondernemers. Tenslotte moet bij het onderhouden en beheren van gemeentelijke assets ook circulariteit ingecalculeerd worden. Hieronder vallen zaken als gemeentelijk vastgoed, wegen of de riolering. Ook omtrent afval, waar de gemeente een wettelijke beheerstaak over heeft, moet worden nagedacht over hoogwaardig hergebruik.
Economische drijfveren Landelijk en provinciaal zijn er economische instrumenten om duurzaamheid, en circulariteit specifiek, te bevorderen bij bedrijven en particulieren. Gemeentes zijn ook vrij om economische prikkels te gebruiken om circulaire initiatieven aan te moedigen. Hiervoor kan een structurele subsidie voor worden vrijgemaakt, of kan initiatiefgericht gekeken worden naar gemeentelijke financiële ondersteuning. Ook fiscale maatregelen, waarbij de vervuiler meer betaalt, is een financiële prikkel die gemeentes kunnen hanteren om te stimuleren afval beter te scheiden. Regulatie De regulatierol geeft gemeentes de mogelijkheid om circulariteit op te nemen in wet- en regelgeving. Hoewel de meeste bevoegdheden hierin liggen bij het Rijk, kunnen gemeentes wel circulariteitsprincipes opnemen in vergunningverlening. Ook kan casusgericht gekeken worden naar het versoepelen van bestemmingsplannen om circulaire initiatieven toe te laten, die anders juridisch gezien niet mogelijk waren.
7
4. Circulaire transitieagenda’s De circulaire transitie kan worden opgesplitst in verschillende transitieagenda’s, omdat elke transitieagenda eigen uitdagingen, eigen kansen, eigen actoren en eigen prestatieindicatoren kent. De hiervoor beschreven gemeentelijke rollen zijn inzetbaar binnen deze transitieagenda’s en het verschilt per agenda welke rollen en in welke hoedanigheid ze ingezet kunnen worden. Wij gebruiken dezelfde transitieagenda’s als de Provincie NoordBrabant, vanwege overeenkomende lokale kansen, toekomstige regionale samenwerkingen en praktische voordelen. Deze transitieagenda’s zijn: Maakindustrie, Bouw & Infrastructuur, Kunststoffen, Consumptiegoederen en Biomassa & Voedsel.
4.1. Maakindustrie De maakindustrie is een belangrijk thema om versneld de circulaire transitie bij door te voeren. Momenteel opereren ruim 70 ondernemers in Asten in deze sector. Met de huidige economie kunnen deze ondernemers te maken krijgen met leveringsrisico’s en prijsstijgingen van kritieke materialen, zoals kobalt, wolfraam en tin. Op termijn zullen circulaire principes moeten worden toegevoegd om de verspilling van kritieke materialen te beperken en ervoor te zorgen dat deze langer in het systeem blijven. Dit kan bijvoorbeeld het gebruik van alternatieve grondstoffen, zoals biobased, hernieuwbaar, circulair, minder schaars, beter toegankelijk of minder milieubelastend. Hierbij staat centraal: hoe hoger op de R-ladder, des te meer grondstoffen er bespaart worden en dus minder belastend voor het milieu.
Wat gaan wij doen? • Wij willen binnen onze aanjaagrol partijen bijeenbrengen en laten samenwerken wanneer wij externe koppelkansen waarnemen. Ook willen we binnen deze rol bewustwording stimuleren voor de reële leveringsrisico’s binnen deze agenda en aansturen op het gebruik van duurzamere alternatieven van kritieke materialen. • Wanneer in het kader van verduurzaming van onze bedrijventerreinen circulaire initiatieven vanuit deze sector worden aangedragen, willen we vanuit onze regulatierol casusgericht meedenken over het versoepelen van regels om dit initiatief mogelijk te maken. • We zien de meerwaarde van een regionale aanpak binnen deze transitieagenda. Wij houden de ontwikkelingen in de gaten en zullen inspringen op regionale initiatieven.
8
4.2. Bouw & Infrastructuur Bij de transitieagenda Bouw & Infrastructuur gaat het niet direct over een leveringsrisico van kritieke materialen, maar over het algehele reduceren van materialen en grondstoffen met een hoge milieu-impact. Zo is ongeveer de helft van alle materialen die gebruikt worden in Noord-Brabant te koppelen aan deze transitieagenda, zo’n 47 miljoen ton per jaar. Het totale verbruik van energie en fossiele brandstoffen is substantieel, evenals de CO2-uitstoot. Daarbij is 40% van al het afval sloopafval afkomstig uit deze agenda. De uitdaging bij deze transitieagenda is om zo hoog mogelijk op de R-ladder te komen, door minder en lichtere materialen te gebruiken en deze zo lang mogelijk in het systeem te houden door te streven naar levensduurverlenging. Wij beschikken bij veel meetindicatoren, zoals broeikasgasuitstoot en hoeveelheid reststromen, niet over lokale cijfers. Vandaar dat wij binnen de transitieagenda’s de metingen van de provincie Noord-Brabant gebruiken als leidraad voor ons beleid.
Wat gaan wij doen? • Met onze rol als beheerder gaan we kritisch kijken naar ons eigen aandeel binnen deze transitieagenda. We gaan in toenemende mate circulariteitsprincipes opnemen in onze werkwijze voor inrichting en beheer openbare ruimte, (ver)bouw en beheer van onze gebouwen, zowel voor nieuwe aanleg/bouw als voor beheer. Wij kunnen met onze rol als beheerder snel het verschil maken op zowel CO2uitstoot als grondstofgebruik. Daarom willen we hier nu op inzetten. • Als aanjager willen we bij onze lokale ondernemers capaciteit opbouwen om duurzaam en circulair te bouwen. In Asten vinden we het belangrijk dat we onze lokale ondernemers de kans te bieden aanbestedingsprojecten voor ons uit te voeren. Wij willen deze de kans bieden met ons mee te groeien en te leren op het gebied van duurzaamheid en in het bijzonder circulariteit.
9
4.3. Kunststoffen Kunststoffen, met name plastics, zijn niet meer weg te denken in de hedendaagse consumptie. Momenteel wordt er binnen grenzen van de gemeente Asten aan plasticbronscheiding gedaan bij huishoudens. Desalniettemin blijft slechts zo’n 5% van de waarde van plastic verpakkingen in de economie. Wereldwijd verdwijnt nog steeds tussen de 4,8 miljoen en 12,7 miljoen ton plastic terecht in de oceanen. Ongeveer de helft van de plastics wordt in Noord-Brabant nog steeds niet gerecycled. Mede daardoor gaat onze voedselkwaliteit achteruit: Uit onderzoek blijkt dat 80% van de door wetenschappers geteste vlees- en zuivelproducten van Nederlands boerderijdieren microplastics bevat. De uitdaging binnen deze transitieagenda is dat er enerzijds minder plastic moet worden geconsumeerd en anderzijds moet het gebruikte plastic hoogwaardiger kunnen worden hergebruikt.
Wat gaan wij doen? • Wij willen deze transitieagenda regionaal oppakken. Wij erkennen de meerwaarde van de aanjaagrol met het stimuleren van bewustwording bij de inwoners om zo min mogelijk plastics te gebruiken en om het zo goed mogelijk te scheiden. Ook zal het prikkelen van ondernemers om kunststof reducerende initiatieven, zoals verpakkingsvrij winkelen, te implementeren waarschijnlijk een positief effect teweegbrengen. Echter, wij zien in dat deze transitieagenda grensoverschrijdend is en dat de lokale impact van beleidsinstrumenten laag zal zijn. Vandaar dat we nu nog geen concrete acties gaan uitvoeren, maar wel aan een regionale aanpak willen deelnemen.
10
4.4. Consumptiegoederen Consumptiegoederen zijn vaak opzichzelfstaand het resultaat van een lineair milieuintensief productieproces dat zijn einde kent bij de consument; de producten die wij in Asten kopen zijn veelal elders ontwikkeld, geproduceerd, verpakt en getransporteerd. Astenaren staan hiermee aan het einde van de productieketen. Deze keten veroorzaakt gigantisch veel afval; volgens de provincie consumeren de 2,5 miljoen inwoners van Noord-Brabant jaarlijks 5,5 miljoen ton aan producten. Afgelopen jaar veroorzaakte landelijk deze agenda zo’n 15% van de totale Nederlandse uitstoot van broeikasgassen.
Wat gaan wij doen? • Binnen onze rol van beheerder willen we als organisatie rekening houden met circulariteit bij de consumptiegoederen die we zelf gebruiken. We willen toenemend circulaire principes meenemen bij de inkoop van spullen in ons beheer, zoals computerapparatuur, bureaus en bedrijfskleding. Ook bij onze assets zetten we waar mogelijk in op levensduurverlenging en wanneer producten niet meer te hergebruiken zijn, proberen we de materialen alsnog hoogwaardig te herwinnen. • We willen met onze aanjaagrol bewustwording stimuleren bij onze inwoners om bewuster te consumeren door tweedehands in te kopen, producten langer te gebruiken of spullen vaker te laten repareren. Ook onderzoeken we hoe we onze milieustraat samen met Someren circulairder kunnen inrichten. • Wij willen met onze regulerende rol circulaire initiatieven casusafhankelijk juridisch mogelijk maken. • Met onze rol van economische drijfveren, willen we casusgericht circulaire initiatieven financieel ondersteunen, mits dit past binnen ons beleid.
11
4.5. Biomassa & Voedsel In de Biomassa en Voedsel agenda bevinden zich de belangrijkste kansen voor Asten. Met in 2022 ruim 93 hectare glastuinbouw en 162 bedrijven met veehouderijen, is de agrarische sector voor Asten van groot belang. In het kader van de leefbaarheid in het buitengebied willen wij ook graag deze sectoren in Asten behouden. Maar deze sectoren staan wel voor grote uitdagingen. Glastuinbouw De agrarische sector heeft veel te maken met uitdagingen in het kader van duurzaamheid. Ook betreffende circulariteit specifiek liggen er technische en praktische uitdagingen richting een dorps brede circulaire economie. Zodoende zal de glastuinbouw in Asten, die momenteel nog 95% van de warmte opwekt met aardgas, op zoek moeten naar alternatieven voor warmte. Wij kijken daarom momenteel naar de mogelijkheden voor het gebruik onder andere waterstof of geothermie. Deze ontwikkelingen zijn in de nabije toekomst nog geen keuzemogelijkheid voor de regio Zuidoost-Brabant, maar wij willen er klaar voor zijn wanneer de opties er wel liggen. Ook het gebruik van vloeibare kunstmest, steenwolsubstraten en plastics in de kassen, evenals de laagwaardige compostering van groenafval, past vooralsnog niet in de doelstelling van een volledig circulaire economie in 2050. Intensieve veehouderijen De veeteeltsector kent grote uitdagingen wat betreft mestoverschotten.
Wij onderkennen dat er veel lokale kansen liggen om met deze materiaalstromen om te gaan. Het vergisten van mest naar biogas en het daarna opwaarderen naar groengas, is een belangrijke innovatieve ontwikkeling; het verkleint het mestoverschot, reduceert de stikstofuitstoot, biedt een duurzaam alternatief voor fossiel gas en van de ammoniak kan natuurlijke kunstmest worden gemaakt. Volgens het CBS had Asten in 2022 24234 runderen, 4137 geiten, 177037 varkens en 1193366 kippen. Er ligt in Asten dus een groot potentieel voor mestvergisting, zeker omdat de mest van drie koeien voldoende gas produceert voor één huishouden. Wij mikken hierbij wel op kleine lokale en regionale kringlopen, die passen in de omgeving en waarbij niet alleen de lasten maar ook de lusten op ons lokaal neerdalen. De omvang van deze kringlopen moet groot genoeg zijn zodat het rendabel blijft om groengas efficiënt op te waarderen, maar klein genoeg zodat we geen last hebben van verkeersoverlast, stankoverlast, horizonvervuiling of grote externe partijen die de grondstof of winst uitwendig transporteren. Wat gaan wij doen? • Onze rol als aanjager is binnen deze transitieagenda zeer belangrijk. Er liggen hier namelijk veel koppelkansen. Het groene gas afkomstig van de veeteeltsector zou afgenomen kunnen worden door de glastuinbouwsector, die op haar beurt weer restwarmte kan leveren aan woonwijken.
Wij willen graag integraal kijken naar deze mogelijkheden en als regisseur deze partijen bij elkaar brengen. • Binnen onze regulatierol willen we innovatieve pilots regeltechnisch mogelijk maken. Er zijn bijvoorbeeld pilots om van de vezels van biomassareststromen van zowel de glastuinbouw als veeteelt hoogwaardig bouwmateriaal te maken. Wij vinden dit soort ontwikkelingen van belang en willen dat er in Asten ruimte is voor het uittesten hiervan. Omdat er binnen deze sectoren bijna wekelijks moderne duurzame innovaties worden aangedragen, zetten wij in op intensief contact met deze sector, opdat we op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen, de praktische implementatie en de eventuele wensen van onze agrarische ondernemers.
12
5. Onze eigen organisatie circulair De circulaire systeemverandering is minstens net zozeer een psychologische verandering als een technologische verandering. Dit geldt ook voor de interne organisatie. Circulariteit raakt veel verschillende beleidsvelden en elke medewerker zal er op een of andere manier mee te maken krijgen. Onze organisatie is nog niet klaar voor deze systeemverandering. We willen intern circulaire bewustwording creëren door gewoon te beginnen en te experimenteren met circulariteit. We starten vanuit het programma klimaatbestendig en energieneutraal Asten waarbij we gestructureerd werken aan de invulling van de verschillende rollen binnen de transitieagenda’s. Vanuit het programma transformatie buitengebied willen we kijken hoe de techniek zich ontwikkelt en in hoeverre we een aanjaagrol en ondersteunende rol in kunnen nemen. Juist binnen deze programma’s zijn duidelijke verbindingen te maken met de andere klimaatopgaven die we als gemeente hebben, waardoor we integraal aan de slag moeten gaan. Wat gaan wij doen? • Circulariteitsprincipes worden opgenomen bij onze gehele inkoop, bij ons beheer en bij onze dorpsplanning. • We zullen het gesprek voeren met onze inwoners en organisaties over duurzaamheid en circulariteit.
• We blijven in contact met onze ondernemers om te kijken of wij als gemeente met onze rollen ondersteuning kunnen bieden bij het verduurzamen en het circulairder maken van hun bedrijf. • We beginnen met het opbouwen van capaciteit door deel te nemen aan innovatieve pilots met als doel om circulair ondernemen en handelen toegankelijker te maken, zowel voor externe partners als voor onze interne organisatie.
5.1. Tot slot Met de vaststelling van dit stuk is het begin gemaakt van het toewerken naar een circulair Asten. Vanuit dit visiedocument worden uitvoeringsplannen gemaakt waarin concrete circulaire interventies worden beschreven. Met dit stuk in de hand kunnen wij als gemeente Asten zelf aan de slag en kunnen we externe partijen ondersteunen in het vervullen van hun rol om Asten circulair te maken.
13
Bronnenlijst Bieckmann, D., & Bosch, S. (2020, oktober). Tilburg circulair 2021-2025: Koersdocument. https://assets.citynavigator.nl/. Geraadpleegd op 4 april 2023, van https://assets.citynavigator.nl/kuma-tilburgmakeit/uploads/media/60b8e5b929191/05-koersdocument-tilburg-circulair-20212025.pdf?token=/uploads/media/60b8e5b929191/05-koersdocument-tilburg-circulair2021-2025.pdf Ellen MacArthur Foundation. (2015). Delivering the circular economy: A toolkit for policymakers. European Commission. (2020). Circular Economy Action Plan. Europa.nu. Hanemaaijer, A., Kishna, M., Koch, J., Lucas, P., Rood, T., & van Sluisveld, M. (2023). Integrale Circulaire Economie Rapportage: 2023. In Planbureau voor de Leefomgeving (Nr. 4882). Geraadpleegd op 8 maart 2023, van https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2023-icer-2023-4882.pdf Het Groene Brein. (2022, 22 juni). Circulaire economie: een definitie en uitleg van het concept. Geraadpleegd op 6 maart 2023, van https://kenniskaarten.hetgroenebrein.nl/kenniskaart-circulaire-economie/is-definitiecirculaire-economie/ Korhonen, J., Nuur, C., Feldmann, A., & Birkie, S. E. (2018). Circular economy as an essentially contested concept. Journal of cleaner production, 175, 544-552. Kirchherr, J., Reike, D., & Hekkert, M. (2017). Conceptualizing the circular economy: An analysis of 114 definitions.
Resources, conservation and recycling, 127, 221-232. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. (z.d.). Wet milieubeheer, afvalstoffen. Afval Circulair. Geraadpleegd op 12 april 2023, van https://www.afvalcirculair.nl/onderwerpen/afvalregelgeving/wet-milieubeheer/ NOS. (2022b, juli 7). Plastic in vlees, bloed en melk van boerderijdieren, wijst steekproef uit. NOS. Geraadpleegd op 25 mei 2023, van https://nos.nl/artikel/2435777-plastic-invlees-bloed-en-melk-van-boerderijdieren-wijst-steekproef-uit Planbureau voor de Leefomgeving (2018). Balans van de Leefomgeving, van https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2018-balans-van-de-leefomgeving2018-3160.pdf. Geraadpleegd op 31-01-23 Planbureau voor de Leefomgeving (2019). Werkprogramma voor monitoring en sturing CE 2019 - 2023, van https://www.pbl.nl/publicaties/werkprogramma-monitoring-ensturingcirculaire-economie-2019-2023. Geraadpleegd op 31-01-23 Planbureau voor de Leefomgeving (2021), Integrale Circulaire Economie Reportage 2021, van https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2021-integralecirculaireeconomie-rapportage-2021-4124.pdf. Geraadpleegd op 31-01-23 PlatformCB23. (2019). Raamwerk voor eenduidig taalgebruik en heldere kaders. In Framework Circulair Bouwen.
14
Provincie Noord-Brabant. (2020). Meerwaarde met Kringlopen. In Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2021-2023 Rijksoverheid. (2017). Grondstoffenakkoord: Intentieovereenkomst om te komen tot transitieagenda’s voor de Circulaire Economie. Rijksoverheid. (2021). Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2021-2023. Rijksoverheid. (2023). Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030. Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat. Geraadpleegd op 24 februari 2023, van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2023/02/03/nationaalprogramma-circulaire-economie-2023-2030 Rood T. & Hanemaaijer A. (2017). Waarom een circulaire economie? Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag.
15