CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU23.06.09B 02 Zienswijze ontwerp-bestemmingsplan 'Asten Verzamelplan 2022-2'.pdf

Raadscommissie Ruimte 20 juni 2023, gemeente AstenBij agendapunt: Brieven aan de raad, in handen van b&w ter voorbereiding2.441 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12

Gemeente Asten Postbus 290 5720 AG ASTEN

Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043

Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route

Datum

17 mei 2023 Ons kenmerk Onderwerp

C2314355/5268027

Zienswijze ontwerp-bestemmingsplan ‘Asten Verzamelplan 2022-2’

Uw kenmerk

-Contactpersoon

J.M.H. (Han) Mulders Telefoon

Geachte raad,

(06) 52 78 36 38 Email

Het ontwerp-bestemmingsplan ‘Asten Verzamelplan 2022-2‘ ligt tot en met 18 mei 2023 ter inzage. Op grond van artikel 3.8, van de Wet ruimtelijke ordening, dienen wij hierbij zienswijzen in tegen dit bestemmingsplan. Planbeschrijving

Het ontwerp Asten Verzamelplan 2022-2 voorziet in diverse ontwikkelingen en reparaties. Een ontwerp van dit plan is al eerder ter beoordeling aangeboden en naar aanleiding daarvan is door ons ook een zienswijze verzonden. Nu wordt dit plan met een aantal aanpassingen voor de tweede maal ter beoordeling aangeboden. Vooroverleg

Het plan is niet als voorontwerp ter beoordeling aanboden. Het plan is wel eerder in ontwerp aangemeld. Bij brief van 19 december 2022, kenmerk C2306736/5182796, heeft ons Team uitvoering Wro gereageerd op het eerste ontwerp. Deze zienswijzen en uw reactie hierop liggen mede aan deze zienswijzen ten grondslag. Daarnaast heeft er in de periode tussen de zienswijzen op het eerste ontwerp en het opstellen van deze zienswijzen ambtelijk overleg plaatsgevonden omtrent de planvorming. Provinciaal beleidskader

Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). Op 11maart 2022

jmulders@brabant.nl Bijlage(n)

-

hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld die gelijktijdig met de Omgevingswet inwerking zal treden. Daarnaast is op 15 april 2022 de wijziging Interim omgevingsverordening – actualisatie april 2022 in werking getreden. Hierin zijn een aantal thema’s opgenomen en wijzigingen aangebracht ten opzichte van de geldende Interim omgevingsverordening. De omgevingsvisie en omgevingsverordening zijn te raadplegen via www.brabant.nl/interimomgevingsverordening.

Datum

17 mei 2023 Ons kenmerk

C2314355/5268027

Inhoudelijk standpunt

Naar aanleiding van onze zienswijzen tegen het eerste ontwerp is het plan aanzienlijk aangepast waardoor het plan op veel onderdelen in overeenstemming is gebracht met bepalingen uit de IOV. Dit geldt echter niet voor alle door ons ingebrachte bezwaren en daarom merken wij het onderstaande op. Onze zienswijze richt zich met name op de planlocatie Vaalbaan 1 te Heusden. Vaalbaan 1 te Heusden

Algemeen Op de locatie aan de Vaalbaan 1 te Heusden wordt de vigerende bestemming ‘Agrarisch-Agrarisch bedrijf’ met functie-aanduiding ‘pluimveehouderij overig’ gewijzigd naar ‘Agrarisch-Agrarisch bedrijf’ met functie-aanduidingen ‘pluimveehouderij overig’ en ‘ruwvoeropslag’. De vorm van het bouwperceel verandert en de omvang van ongeveer 1,6 ha wordt uitgebreid naar ongeveer 2 ha. De oppervlakte van de gronden met de functie-aanduiding ‘ruwvoeropslag’ bedraagt in de beoogde situatie om en nabij 3800 m2. Met de wijziging van voornoemde planologisch-juridische kaders behelst de ontwikkeling voorts het volgende: Het aantal legkippen breidt uit van 53.300 stuks naar 65.300 stuks. Het stuks rundvee breidt uit van 131 (60 melk- en kalfkoeien, 71 vrouwelijk jongvee) naar 220 (130 melkkoeien, 90 stuks jongvee) De bestaande bebouwing dierenverblijf neemt toe van 6.065m2 naar 10.160 m2. Hiervan neemt hokdierenverblijf toe van 4475 m2 naar 7005m2. Er wordt een loods van 500m2 beoogd. De ontwikkeling vindt plaats in Landelijk gebied - Gemengd landelijk gebied. De planlocatie is gelegen op 500 meter van Natura 2000 gebied (tevens onderdeel van het Natuur Netwerk Brabant).

2/7

Overleg De ontwikkeling is besproken in diverse ambtelijke overleggen tussen gemeente en provincie, welke na de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan hebben plaatsgevonden. Eén van de overleggen heeft plaatsgevonden op de planlocatie in het bijzijn van de initiatiefnemer (tevens ondernemer en eigenaar).

Datum

17 mei 2023 Ons kenmerk

C2314355/5268027

De ontwikkelingen van het gebied en de ambities en doelen voor het gebied waarin de planlocatie is gelegen worden tevens in algemene zin besproken in de gebiedsgerichte aanpak Vitale Peel. Opmerkingen Met het oog op de provinciale belangen hebben wij de volgende opmerkingen, met name gericht op de evenwichtige toedeling van functies, de omvang van het bouwperceel en stalderen.

Evenwichtige toedeling van functies Een evenwichtige toedeling van functies heeft als doel het vinden van een juiste balans tussen ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden en het beschermen van de aanwezige waarden in het gebied. Dit mede ter voorkoming van nadelige consequenties voor de fysieke leefomgeving. Een evenwichtige toedeling van functies is ook van provinciaal belang en daarom zijn deze in de IOV vastgelegd. In de artikelen 3.5 tot en met 3.8 van de IOV zijn basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies opgenomen. In verband met voorliggende ontwikkeling is, gelet op de evenwichtige toedeling van functies, het houden van vee en de toename van het aantal stuks vee nabij natuur (met de status Natura 2000) een voornaam aandachtspunt. De emissie van ammoniak, maar ook geur en fijnstof heeft veelal consequenties voor de (gezonde) leefomgeving. Daarnaast is stikstofreductie nabij Natura 2000 gebieden nadrukkelijk een (provinciale) doelstelling, zeker gelet op de instandhoudingsdoelstellingen en de recente natuurdoelanalyses. Los van de concrete instructieregels in de IOV hebben wij het plan daarom kritisch, maar ook in bredere context in ogenschouw genomen. Hierbij hebben wij het volgende overwogen. De gebiedsgerichte aanpak Vitale Peel is gekoppeld aan het Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG).

In het BPLG staat omschreven dat er een intensievere aanpak nodig is ten aanzien van de reductie van stikstof als een onderdeel om de natuurbeleidsdoelen te halen. De kern van de strategie is dat op korte termijn volop wordt ingezet op emissiereductie én natuurherstel in en om Natura 2000 (N2000)-gebieden. Natuurherstel is noodzakelijk om enerzijds te voldoen aan de internationale wettelijke verplichtingen op het gebied van natuur en water. In GGA Vitale Peel wordt door diverse partijen samengewerkt om deze doelstellingen op regionaal niveau te realiseren.

3/7

De ontwikkeling op de Vaalbaan 1 te Heusden betekent een uitbreiding in pluimvee en melkvee, beiden qua aantal op zichzelf volwaardige veehouderijbedrijven en beiden niet grondgebonden.

Datum

17 mei 2023 Ons kenmerk

C2314355/5268027

Wat betreft de emissie van stikstof wordt in het plan toegelicht dat de stikstofuitstoot vanuit het bedrijf niet hoger uitvalt door het vernieuwen van de stallen dan in de vergunde situatie. Wij overwegen ten aanzien hiervan het volgende. De uitkomst dat de toename van het aantal te houden dieren niet leidt tot een toename van emissie van stikstof is mogelijk door het toepassen van emissiereducerende technieken. Door recente onderzoeken op basis van gerechtelijke uitspraak over stalsystemen bestaat er grote onzekerheid of de huisvestingssystemen wel de reducties opleveren waar op dit moment mee gerekend wordt en op basis waarvan tot dusver vergunningen zijn verleend. In werkelijkheid liggen de emissies van een aantal systemen waarschijnlijk aanzienlijk hoger en zal zeker niet worden voldaan aan de doelen ten aanzien van stikstofreductie. Naar onze mening is niet uit te sluiten dat het bedrijf alsnog ongewenste effecten heeft op het N2000 gebied en een zogenaamde piekbelaster is of wordt. Met het oog hierop achten wij de uitbreiding van de pluimveetak ongewenst. Bovendien trekken wij de vergunbaarheid in het kader van stikstof in twijfel. Gelet hierop en met het oog op het voorzorgsbeginsel achten wij het doorzetten van de ontwikkeling in de huidige vorm onverantwoord. Met name de uitbreiding van pluimvee is ongewenst.

Niet alleen met het oog op de beleidsdoelen, maar ook gelet op de diverse te maken investeringen. Ook als het gaat om inspanningen en investeringen vanuit betrokken ondernemer voor de bedrijfsontwikkeling. Vanwege de hydrologische belangen in het N2000 gebied is het volgens de Toelichting van het plan van belang dat de omliggende gebieden als grasland gebruikt blijven worden. De gemeente zet daarom wat betreft het agrarische gebied functioneel in op (het behoud en ontwikkeling van) grondgebonden (melk)rundveehouderijen. Deze visie op het gebied is gedeeld in de samenwerking GGA de Vitale Peel en wordt bovendien onderschreven in de doelen van de BPLG. In het BPLG staat omschreven dat er overgangsgebieden rondom N2000- gebieden aangewezen worden. Deze overgangsgebieden staan in dienst van natuurherstel van het N2000 gebied en zijn van cruciaal belang voor het behalen van de N2000-doelstellingen. Om de doelen voor natuur en water in deze overgangsgebieden en bufferzones te realiseren is extensivering van bedrijvigheid en grondgebruik gewenst. De planlocatie is op ongeveer 500 meter afstand gelegen van het nu al zwaar overbelaste N2000 gebied de Groote Peel. Daarmee zou de locatie noodzakelijkerwijs moeten ontwikkelen naar een extensieve (melk)rundveehouderij. Het plan ziet op een uitbreiding van de dierenaantallen, zonder dat er meer grond voor de bedrijfsvoering wordt benut.

Het bedrijf wordt dus aanzienlijk intensiever en kan reeds in de huidige vorm niet aangemerkt

4/7

worden als grondgebonden. Bovendien gaat de ontwikkeling ook nog eens gepaard met de uitbreiding van de pluimveehouderijtak, dat zich sowieso niet verhoudt met de doelstellingen in dit overgangsgebied. Het gehele plan staat hiermee naar onze inzichten haaks op de natuurdoelen en de opgaven in het N2000-gebied de Groote Peel.

Datum

17 mei 2023 Ons kenmerk

C2314355/5268027

Omvang bouwperceel In artikel 3.49, lid 1, sub b IOV is bepaald dat het bouwperceel voor een veehouderij ten hoogste 1,5 ha mag bedragen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan een uitzondering worden gemaakt op deze maximale omvang. In het plan wordt in verband met de omvang van het bouwperceel verwezen naar artikel 3.53 IOV waarin mogelijkheden tot een afwijkende omvang voor een veehouderij boven de 1,5 ha zijn benoemd. Artikel 3.53, lid 3 IOV maakt uitbreiding van een bouwperceel met ten hoogste een 0,5 ha tot 2 ha mogelijk, indien: De veehouderij vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate is aangewezen op de opslag van ruwvoer; De ruimte binnen het bouwperceel niet aanwezig is Het bestemmingsplan borgt dat deze 0,5 ha uitsluitend gebruikt wordt ten behoeve van voorzieningen- geen gebouwen zijnde- voor de opslag van ruwvoer. Naar onze mening wordt echter niet voldaan aan de voorwaarden. Er wordt ten eerste niet gemotiveerd in hoeverre de bedrijfsvoering afhankelijk is van ruwvoer, laat staan dat dit in overwegende mate is. Wij zijn hiervan dus niet overtuigd. Voorts heeft de ruwvoeropslag in de huidige bedrijfsvoering reeds een plek in het vigerende bouwperceel van 1,6 ha. Planologisch juridisch gezien worden met voorliggend plan -ogenschijnlijk- lukraak midden in het bouwperceel twee differentiatievlakken met de aanduiding ‘ruwvoeropslag’ toegekend.

‘Ogenschijnlijk lukraak’, aangezien deze locaties niet overeenkomen met waar de ruwvoeropslag plaatsvindt volgens de beoogde feitelijke inrichting, getuige een vergelijking van de Verbeelding en inrichtingsschets van de beoogde situatie, zoals opgenomen op pagina 14 van de bij de Toelichting van het plan gevoegde ruimtelijke onderbouwing ‘Vaalbaan 1, Heusden’. Het zuidelijk gelegen differentiatievlak moet gelet op de inrichting sowieso als reguliere bouwvlakruimte aangemerkt worden, aangezien deze als reguliere verharding en manoeuvreerruimte in het bouwperceel in gebruik wordt genomen. Bovendien houdt het plan feitelijk gezien in dat het oppervlakte van gebouwen toeneemt. De uitbreiding van 0,4 ha is dus feitelijk niet ten behoeve van de ruwvoeropslag maar voor de uitbreiding van stallen ten behoeve van het houden van vee.

5/7

Het vorenstaande knelt te meer daar de uitbreiding van het bouwperceel ook voorziet in een uitbreiding van de pluimveehouderij. Bovendien wordt er in verband hiermee op gewezen dat ingevolge artikel 5.1.1 in de Regels van het plan, ter hoogte van de aanduiding ‘pluimveehouderij’, alle soorten vee zijn toegestaan (d.w.z. melkrundveehouderij, intensieve veehouderij en pluimveehouderij). Dit betekent dat in dit kwetsbare gebied een nog verdere intensivering van het bedrijf met voorliggend plan wordt mogelijk gemaakt.

Datum

17 mei 2023 Ons kenmerk

C2314355/5268027

Tot slot is met het oog op de omvang nog een algemeen aandachtspunt dat met de vormverandering van het bouwperceel, voorzieningen die bij het bouwperceel horen, buiten het beoogde bouwperceel komen te liggen. Wij achten het plan in strijd met artikel 3.6, lid 1 IOV en artikel 3.49, lid 1, sub b IOV. Bovendien wordt niet voldaan aan de voorwaarden die gelden voor de uitzonderingsregeling voor een afwijkende omvang van een veehouderij, zoals benoemd in artikel 3.53, lid 3 IOV.

Stalderen Op grond van artikel 3.52 IOV dient met onderhavige ontwikkeling te worden voldaan aan de stalderingsvereisten, aangezien het plan een toename van het oppervlakte hokdierenverblijf mogelijk maakt. Hoewel aan het vereiste van stalderen uiteindelijk pas bij de vergunningverlening hoeft te worden voldaan en een definitief stalderingsbewijs pas bij de vergunningaanvraag dient te worden overlegd, dient met voorliggend plan wel aannemelijk te worden gemaakt dat aan het vereiste voldaan kan worden door het overleggen van een voorlopig stalderingsbewijs bij het ontwerpplan. Een voorlopig stalderingsbewijs ontbreekt. Wij trekken de vergunbaarheid alsmede de uitvoerbaarheid van het plan hiermee in twijfel. Wij verzoeken u de ontwikkeling aan de Vaalbaan 1 te Heusden in deze vorm niet verder in procedure te brengen. Graag bespreken wij nader met u of en zo ja op welke wijze de ontwikkeling van het bedrijf gestalte kan krijgen in een juiste verhouding met de doelstellingen en opgaven in het gebied. Wellicht kan de GGA samenwerking hiervoor worden benut. Schoolomgeving basisschool Voordeldonk

Voor deze locatie ontbrak in het eerste ontwerp een Verbeelding en ruimtelijke onderbouwing. Daarna is deze ontwikkeling ook tijdens het ambtelijk overleg besproken. Hierin is aangegeven dat voor het zuidelijk deel van het plangebied een bosbestemming zou worden opgenomen. Ook de afbeelding op pagina 12 van de Toelichting duidt hierop. Ondanks dat wij verder inhoudelijk geen opmerkingen hebben ten aanzien van deze ontwikkeling geven wij u omwille van de omgevingskwaliteit in overweging alsnog een passende bos-of natuurbestemming op te nemen.

6/7

Ruimte-voor-ruimte woningen

Het plan bevat een aantal ruimte-voor-ruimte ontwikkelingen. Waarschijnlijk ten overvloede merken wij hier nogmaals op dat wij in kunnen stemmen met de planologische aanvaardbaarheid van de locaties die hiervoor zijn gekozen. Voor de vaststelling zal voor elke ruimte-voor-ruimte woning echter wel een bouwtitel moeten worden aangeleverd. Op dit moment zijn nog niet alle titels aangekocht waardoor het plan ook nog niet in overeenstemming is met artikel 3.79 van de IOV.

Datum

17 mei 2023 Ons kenmerk

C2314355/5268027

Tot slot merken wij op dat is geconstateerd dat het eerste ontwerp niet of niet volledig is verwijderd van ruimtelijke plannen. Wij verzoeken u dit alsnog te doen om rechtsonzekerheid te voorkomen. Conclusie

Het plan is (nog) niet in overeenstemming zijn met de InterimOmgevingsverordening. Ten aanzien van de Vaalbaan 1 te Heusden treden wij graag met u in overleg. Mocht onze reactie anderszins aanleiding geven tot vragen of opmerkingen dan zijn wij ook graag bereid tot nader overleg.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,

P.M.A. van Beek, projectleider Uitvoering Wro

In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=34c33a7a-277f-4dab-b6b3-cc092cc1c799